|
Europese verkiezingen 1999 Hoogtepunten 1994-1999 |
| Onderwijs- en jongerenprogramma's: Europees burgerschap in de dagelijkse praktijk
Werken op een alternatieve school in Denemarken voor kansarme jongeren of bij een kunst- en ambachtatelier in Finland. Een half jaar in een rehabilitatiecentrum voor voormalig drugsverslaafden in Italië of een half jaar op een biologisch landbouwbedrijf in Oostenrijk. Dat zijn een paar van de projecten waaraan jongeren uit België, Frankrijk, Duitsland en Oostenrijk hebben meegewerkt als Europese vrijwilligerswerkers. Eind vorig jaar hadden al meer dan 2.000 jongeren deelgenomen aan het experiment, dat vanaf het jaar 2000 een vervolg krijgt met een echt programma. Net als bij andere projecten op het gebied van onderwijs en jongerenwerk heeft het Europees Parlement ook hier een voortrekkersrol gespeeld.
Europees vrijwilligerswerk: een idee van het Europees
Parlement Al in 1995 heeft het Europees Parlement een lans gebroken
voor een project dat jongeren in de gelegenheid stelt om buiten het kader van specifieke
onderwijs- en scholingsprogramma's als Socrates, ervaring op te doen in andere landen van
de EU of zelfs buiten de grenzen van de Europese Unie. Het Europees vrijwilligerswerk is
geen scholingsprogramma in de eigenlijke zin van het woord - het gaat om werk van algemeen
belang. Maar voor de jongeren die eraan deelnemen vormt het zeker een pluspunt als ze de
arbeidsmarkt op gaan. De vrijwilligerservaring kan hen ook aansporen om hun studie te
hervatten of een andere opleiding te kiezen, of zelfs om in hun gastland te blijven wonen,
zoals verschillende jongeren hebben gedaan die aan het experiment hebben deelgenomen. Het Parlement heeft de aanzet gegeven tot projecten als het Europees vrijwilligerswerk, Socrates (hoger onderwijs), Jongeren voor Europa (uitwisseling van jongeren) en Leonardo (beroepsopleiding), maar het heeft hard moeten knokken om ervoor te zorgen dat de programma's ook daadwerkelijk gestalte en inhoud kregen. Naast de specifieke problemen van elk afzonderlijk programma - zoals het toezicht op de kwaliteit van de projecten of de voorbereidende talencursussen voor de jongeren die Europees vrijwilligerswerk gaan doen - heeft het Europees Parlement met kracht een aantal principes verdedigd die gelijk zijn voor alle programma's voor jongeren, onderwijs en opleiding. Geld - waar het allemaal om draait Van cruciaal belang is de omvang van de fondsen die aan de acties besteed moeten worden. Het Europees Parlement is altijd voorstander geweest van zo ruim mogelijke begrotingsmiddelen, niet uit overwegingen van prestige, maar om een aantal essentiële ideeën te kunnen verdedigen. Ten eerste moet duidelijk worden dat Europa niet een abstract begrip is dat ver van ons afstaat, maar dat nu dankzij Europa concrete nieuwe mogelijkheden ontstaan. Ten tweede moeten jongeren zich bewust kunnen worden van de realiteit van Europa doordat ze direct in contact komen met andere talen, culturen, andere manieren van doen. Dat is ook het beste middel om vooroordelen tegen te gaan. Het derde idee is misschien wel het belangrijkst: voor het Europees Parlement is het van wezenlijk belang dat dit soort programma's niet louter fraai ogende maar verder inhoudsloze etalages zijn. De financiële middelen moeten dus in verhouding tot de nagestreerde doelstellingen staan. Dat is ook een essentiële voorwaarde om ervoor te zorgen dat de nieuwe kansen niet voorbehouden blijven aan een kleine elite die toch al over voldoende financiële middelen beschikt voor een verblijf in een ander land. Democratischer toegang tot de programma's Het financiële aspect is natuurlijk van groot belang voor de "democratisering" van de programma's, maar het Europees Parlement heeft er ook steeds met nadruk op gewezen dat bijzondere aandacht besteed moet worden aan de meest achtergestelde personen of groepen. Bij Jongeren voor Europa heeft het Parlement aangedrongen op initiatieven voor migrantenjongeren, om hun de mogelijkheid te bieden om de cultuur van hun land van oorsprong te leren kennen - zonder afbreuk te doen aan de doelstelling van integratie. Voor Leonardo valt het accent op toegankelijkheid voor iedereen, vooral kansarmen. Voor Socrates wil het Europees Parlement het multiculturele onderwijs aanmoedigen, d.w.z. onderwijs voor kinderen van immigranten, van mensen zonder vaste werkplaats en zigeuners. Voor Socrates heeft het Parlement ook een streefcijfer vastagesteld: 10% van de studenten in de Europese Unie zou universitaire opleidingen moeten volgen in meer dan één lidstaat. Dat het Europees Parlement elk van die programma's met verve verdedigt, komt doordat zij meer dan welk ander beleidsonderdeel ook een concrete invulling van een waarljik Europees burgerschap zijn. Voor nadere informatie: Patrick BARAGIOLA - tel. +32.2.284.3251 of email: pbaragiola@europarl.eu.int |
||
| |WebMaster|Guide|© Parlement européen| | ||