Europees Parlement: Gewone wetgevingsprocedure  

Zo werkt het

Stappenlijst:

#1Voorstel van de Commissie

De Europese Commissie dient een wetgevingsvoorstel in bij het Europees Parlement

Actoren met recht van initiatief
  • Europese Investeringsbank      
  • Europese Centrale Bank      
  • Europees Parlement      
  • Burgerinitiatief       
  • Een vierde van de lidstaten      
In detail
  • Tijdslimiet: 

    Er is geen tijdslimiet voor het indienen van Commissievoorstellen

     
  • Stemming: 

    Het college van commissarissen stelt Commissievoorstellen vast volgens de schriftelijke procedure (zonder bespreking) of de mondelinge procedure (met bespreking). Als er om een stemming wordt gevraagd, besluit de Commissie met een gewone meerderheid.

     
  • Resultaat: 

    Het document dat de Commissie voorstelt, is een voorstel voor een verordening (of richtlijn of besluit) van het Europees Parlement en de Raad betreffende [onderwerp].

    Het referentienummer van het document ziet er als volgt uit: COM(jaar in 4 cijfers)4 cijfers

     
  • Statistieken: 

    Tijdens de zevende zittingsperiode (2009-2014) heeft de Commissie 584 voorstellen ingediend voor de medebeslissings/gewone wetgevingsprocedure, tegen 508 tijdens de zesde zittingsperiode (2004-2009) en 432 tijdens de vijfde zittingsperiode (1999-2004).
    In de zevende zittingsperiode waren de voorstellen voor medebeslissing/gewone wetgevingsprocedure goed voor 89% van alle 658 wetgevingsvoorstellen van de Commissie, in de zesde zittingsperiode was dit 49% (van 1041 voorstellen), in de vijfde zittingsperiode was dit 42% (van 1028 voorstellen) en dit was 21% in de vierde wetgevingsperiode (1994-1999).

     
    

#2 Eerste lezing door het Parlement

Tijdens de eerste lezing onderzoekt het Europees Parlement het voorstel van de Commissie en kan het dat goedkeuren of amenderen.

In detail
  • Tijdslimiet: 

    Voor de eerste lezing door het Parlement is er geen tijdslimiet

     
  • Stemming: 

    In de commissies en de plenaire vergadering wordt gestemd met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen

     
  • Resultaat: 

    Het Parlement neemt een standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing aan.

     
  • Statistieken: 

    Tijdens de zevende zittingsperiode (2009-2014) ging 14% van de dossiers voor de medebeslissings/gewone wetgevingsprocedure naar de commissie milieubeheer, 11% naar de commissie Economische en monetaire zaken, 10% naar de commissie Internationale handel en 10% naar de commissie Burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken.
    Ter vergelijking, de verdeling in de zesde zittingsperiode (2004-2009) was: 20% van de medebeslissingsdossiers ging naar de commissie Milieubeheer, 18,3% naar de commissie Juridische zaken en 11,4% naar de commissie Vervoer.

     
    

#3 Eerste lezing door de Raad

Tijdens zijn eerste lezing kan de Raad het standpunt van het Parlement goedkeuren – in dat geval wordt de wettekst aangenomen – of kan hij het standpunt van het Parlement wijzigen en voor een tweede lezing naar het Parlement terugsturen.

In detail
  • Tijdslimiet: 

    Voor de eerste lezing door de Raad is er geen tijdslimiet

     
  • Stemming: 

    De Raad besluit bij gekwalificeerde meerderheid, tenzij zijn standpunt afwijkt van dat van de Europese Commissie; in dat geval is eenparigheid van stemmen vereist.

     
  • De burger: 

    U kunt nagaan welk standpunt uw regering over wetgevingsvoorstellen inneemt en de desbetreffende nationale overheden uw opmerkingen toezenden.

     
  • Resultaat: 

    Als de Raad het standpunt van het Parlement ongewijzigd goedkeurt, wordt de wettekst aangenomen en bekendgemaakt als richtlijn (of verordening of besluit) van het Europees Parlement en de Raad.

    Als de Raad wijzigingen in het standpunt van het Parlement in eerste lezing voorstelt, heet het daaruit resulterende document : standpunt van de Raad in eerste lezing

     
  • Statistieken: 

    Tijdens de zevende zittingsperiode is over 85% van de dossiers overeenstemming bereikt in eerste lezing (415 van 488), tegen 72% in de zesde zittingsperiode (2004-2009) en 29%in de vijfde zittingsperiode (1999-2004).

    Tijdens de zevende zittingsperiode duurde het gemiddeld 17 maanden alvorens een Commissievoorstel in eerste lezing als wettekst werd aangenomen en ondertekend, tegen 16 maanden in de zesde zittingsperiode en 11 maanden in de vijfde zittingsperiode.

     
Resultaat:
  1. Het wetgevingsvoorstel is aangenomen   
  2. Het wetgevingsvoorstel gaat een stap verder in de procedure   Veruit de meeste voorstellen worden in dit stadium goedgekeurd.  
    

#4 Tweede lezing door het Parlement

Het Parlement onderzoekt het standpunt van de Raad en keurt het goed (in dat geval is de wetgeving aangenomen), verwerpt het (in dat geval komt het wetgevingsvoorstel te vervallen en eindigt de procedure) of stelt amendementen voor en stuurt het voorstel naar de Raad terug voor een tweede lezing.

In detail
  • Tijdslimiet: 

    Het Parlement heeft drie maanden om een tweede lezing te verrichten, met een mogelijke verlenging van een maand.

     
  • Stemming: 

    De bevoegde parlementaire commissie besluit bij gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

    De plenaire vergadering stemt met gewone meerderheid van stemmen als zij het standpunt van de Raad in eerste lezing zonder amendementen goedkeurt. Amendementen op of een verwerping van het standpunt van de Raad moeten door een absolute meerderheid van de parlementsleden worden goedgekeurd.

     
  • De burger: 

    De mogelijkheid om wijzigingen in de ontwerptekst aan te brengen, is minimaal. Amendementen blijven beperkt tot het opnieuw opnemen van eerdere amendementen van het Parlement en zijn het resultaat van een compromis tussen het Parlement en de Raad of van een nieuwe juridische situatie. Toch kunt u nog altijd contact opnemen met een parlementslid en hem of haar vragen voor of tegen bepaalde amendementen of het verslag te stemmen

     
  • Resultaat: 

    Als het Parlement het standpunt van de Raad in eerste lezing goedkeurt, neemt het een wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het standpunt van de Raad in eerste lezing aan. Het wetgevingsvoorstel wordt aangenomen en bekendgemaakt als richtlijn (of verordening of besluit) van het Europees Parlement en de Raad.

    Als het Parlement besluit het standpunt van de Raad te wijzigen, stelt het een standpunt van het Europees Parlement in tweede lezing vast.

     
  • Statistieken: 

    Tijdens de zevende zittingsperiode zijn 40 van de 488 gewone wetgevingsdossiers (8%) goedgekeurd in een zogenoemde vervroegde tweede lezing, waarbij vooraf (tussen Parlement, Raad en Commissie) over het standpunt van de Raad in eerste lezing wordt onderhandeld en waarbij dit zonder amendementen door het Parlement wordt goedgekeurd, hetgeen inhoudt dat de wettekst wordt aangenomen. De procedure in vervroegde tweede lezing duurde gemiddeld 32 maanden.

    Tijdens de zesde zittingsperiode (2004-2009) werden 10% van de dossiers in vervroegde tweede lezing goedgekeurd, wat gemiddeld 23 maanden duurde.

     
Resultaat:
  1. Het wetgevingsvoorstel is aangenomen   
  2. Het wetgevingsvoorstel is niet aangenomen   
  3. Het wetgevingsvoorstel gaat een stap verder in de procedure  
    

#5 Tweede lezing door de Raad

De Raad onderzoekt het standpunt van het Parlement in tweede lezing. Hetzij keurt hij alle amendementen van het Parlement goed, wat betekent dat de wettekst wordt aangenomen, hetzij keurt hij niet alle amendementen goed en wordt er een bemiddelingscomité bijeengeroepen.

In detail
  • Tijdslimiet: 

    De Raad heeft drie maanden om zijn tweede lezing te verrichten, met een mogelijke verlenging van een maand.

     
  • Stemming: 

    De Raad stemt met gekwalificeerde meerderheid over amendementen van het Parlement waarover de Europese Commissie een positief standpunt heeft ingenomen, en met eenparigheid van stemmen over amendementen waarover de Commissie een negatief standpunt heeft ingenomen.

     
  • De burger: 

    De Raad kan alleen op de amendementen van het Parlement reageren. U kunt uw regering uw mening over de afzonderlijke amendementen geven.

     
  • Resultaat: 

    Als de Raad het standpunt van het Parlement in tweede lezing goedkeurt, wordt de wettekst aangenomen en bekendgemaakt als richtlijn (of verordening of besluit) van het Europees Parlement en de Raad.

    Als de Raad het standpunt van het Parlement in tweede lezing niet goedkeurt, is er geen officieel document.

     
  • Statistieken: 

    Tijdens de zevende zittingsperiode werd 5% van alle medebeslissingsdossiers in tweede lezing goedgekeurd (overeenkomsten in vervroegde tweede lezing niet meegerekend). In de zesde zittingsperiode was dit 13% en in de vijfde zittingsperiode was dit 24%. .

    De gemiddelde duur van de procedure voor goedgekeurde dossiers in tweede lezing (met uitzondering van overeenkomsten in vervroegde tweede lezing) was 32 maanden. De gemiddelde duur was ook 32 maanden in de zesde zittingsperiode en deze was 24 maanden in de vijfde zittingsperiode.

     
Resultaat:
  1. Het wetgevingsvoorstel is aangenomen   
  2. Het wetgevingsvoorstel gaat een stap verder in de procedure  
    

#6 Bemiddeling

Het bemiddelingscomité, dat uit een gelijk aantal parlementsleden en vertegenwoordigers van de Raad bestaat, probeert overeenstemming te bereiken over een gemeenschappelijke tekst. Als dat niet lukt, komt het wetgevingsvoorstel te vervallen en eindigt de procedure. Als er overeenstemming over een gemeenschappelijke tekst wordt bereikt, wordt deze aan het Europees Parlement en de Raad toegestuurd voor een derde lezing.

In detail
  • Tijdslimiet: 

    Het bemiddelingscomité moet binnen zes (eventueel verlangbaar tot acht) weken worden bijeengeroepen. Het heeft zes weken (of acht, indien daartoe gezamenlijk wordt besloten) om overeenstemming te bereiken over een gemeenschappelijke tekst.

     
  • Stemming: 

    De delegatie van het Europees Parlement in het bemiddelingscomité keurt de gemeenschappelijke tekst goed met een absolute meerderheid (thans ten minste 15 stemmen op 28), terwijl de vertegenwoordigers van de Raad gewoonlijk bij gekwalificeerde meerderheid stemmen (hoewel in uitzonderlijke gevallen eenparigheid vereist is).

     
  • De burger: 

    Er zijn vrijwel geen mogelijkheden om amendementen in te dienen, maar u kunt de parlementsleden in het bemiddelingscomité en uw regering laten weten welke punten niet in de definitieve wettekst mogen worden opgenomen.

     
  • Resultaat: 

    Als er overeenstemming wordt bereikt, komt het comité met een "gemeenschappelijke tekst", of (voluit) "gemeenschappelijke tekst die door het bemiddelingscomité is goedgekeurd"..

     
  • Statistieken: 

    Tijdens de zevende zittingsperiode werd voor 2% van de dossiers (9) de bemiddelingsprocedure ingeleid. In de zesde zittingsperiode was dat 5% (24 dossiers) en in de vijfde zittingsperiode was dat nog 20%. De laatste jaren waren een of twee bemiddelingen per jaar de norm.
    Het bemiddelingscomité is er niet in geslaagd een gemeenschappelijke tekst goed te keuren over:
    Spraaktelefonie in 1994
    Comité voor het effectenbedrijf in 1998
    de arbeidstijdrichtlijn in 2009
    de verordening nieuwe voedingsmiddelen in 2011

     
Resultaat:
  1. Het wetgevingsvoorstel is niet aangenomen   
  2. Het wetgevingsvoorstel gaat een stap verder in de procedure  
    

#7a Derde lezing door het Parlement

Het Europees Parlement onderzoekt de gemeenschappelijke tekst en stemt erover in de plenaire vergadering. Het kan de bewoording van de gemeenschappelijke tekst niet meer wijzigen. Als het Parlement de tekst verwerpt of niet reageert, wordt de wettekst niet aangenomen en eindigt de procedure. Als de tekst door het Parlement en de Raad wordt goedgekeurd, wordt de wettekst aangenomen.

In detail
  • Tijdslimiet: 

    Zowel het Parlement als de Raad moet binnen zes weken (of acht, indien zij dat overeenkomen) na de goedkeuring van de gemeenschappelijke tekst een besluit nemen.

     
  • Stemming: 

    Het Parlement keurt het gemeenschappelijk goed met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. De Raad keurt de gemeenschappelijke tekst goed met een gekwalificeerde meerderheid.

     
  • De burger: 

    De gemeenschappelijke tekst kan niet gewijzigd worden. U kunt parlementsleden en/of uw regering alleen vragen de gemeenschappelijke tekst goed te keuren of te verwerpen.

     
  • Resultaat: 

    Het Europees Parlement neemt een wetgevingsresolutie over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst aan waarin het de gemeenschappelijke tekst hetzij goedkeurt, hetzij verwerpt.

    De Raad brengt geen officieel document uit.

    Als de gemeenschappelijke tekst wordt goedgekeurd, wordt de wettekst aangenomen en bekendgemaakt als richtlijn (of verordening of besluit) van het Europees Parlement en de Raad.

     
  • Statistieken: 

    Tot dusver heeft het Parlement drie gemeenschappelijke teksten verworpen:
    Rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen in 1995
    Overnamebiedingen in 2001
    Havendiensten in 2003
    De Raad heeft nog nooit een gemeenschappelijke tekst verworpen.
    Tijdens de zevende zittingsperiode (2009-2014) duurde een geslaagde bemiddelingsprocedure – van het Commissievoorstel tot de ondertekening –gemiddeld 29 maanden. Tijdens de zesde zittingsperiode was dat 43 maanden en tijdens de vijfde zittingsperiode was dat 31 maanden.

     
Resultaat:
  1. Het wetgevingsvoorstel is aangenomen   
  2. Het wetgevingsvoorstel is niet aangenomen   
    

#7b Derde lezing door de Raad

De Raad onderzoekt de gemeenschappelijke tekst. Hij kan de bewoording niet meer wijzigen. Als de Raad de tekst verwerpt of niet reageert, komt het wetgevingsvoorstel te vervallen en eindigt de procedure. Als hij de tekst goedkeurt en het Parlement dat ook doet, wordt de wettekst aangenomen

In detail
  • Tijdslimiet: 

    Zowel het Parlement als de Raad moet binnen zes weken (of acht, indien zij dat overeenkomen) na de goedkeuring van de gemeenschappelijke tekst een besluit nemen.

     
  • Stemming: 

    Het Parlement keurt het gemeenschappelijk goed met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen. De Raad keurt de gemeenschappelijke tekst goed met een gekwalificeerde meerderheid.

     
  • De burger: 

    De gemeenschappelijke tekst kan niet gewijzigd worden. U kunt parlementsleden en/of uw regering alleen vragen de gemeenschappelijke tekst goed te keuren of te verwerpen.

     
  • Resultaat: 

    Het Europees Parlement neemt een wetgevingsresolutie over de door het bemiddelingscomité goedgekeurde gemeenschappelijke ontwerptekst aan waarin het de gemeenschappelijke tekst hetzij goedkeurt, hetzij verwerpt.

    De Raad brengt geen officieel document uit.

    Als de gemeenschappelijke tekst wordt goedgekeurd, wordt de wettekst aangenomen en bekendgemaakt als richtlijn (of verordening of besluit) van het Europees Parlement en de Raad.

     
  • Statistieken: 

    Tot dusver heeft het Parlement drie gemeenschappelijke teksten verworpen:
    Rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen in 1995
    Overnamebiedingen in 2001
    Havendiensten in 2003
    De Raad heeft nog nooit een gemeenschappelijke tekst verworpen.
    Tijdens de zesde zittingsperiode duurde een geslaagde bemiddelingsprocedure – van het Commissievoorstel tot de ondertekening –gemiddeld 43,9 maanden. Tijdens de vijfde zittingsperiode was dat 31,9 maanden. Tijdens de zesde zittingsperiode nam de kortste procedure 28,8 maanden in beslag en de langste 159,4 maanden.

     
Resultaat:
  1. Het wetgevingsvoorstel is aangenomen   
  2. Het wetgevingsvoorstel is niet aangenomen   
    

Resultaat:

  1. Voorstel is aanvaard

    Als de definitieve tekst van een wetgevingsvoorstel eenmaal door zowel het Europees Parlement als de Raad is goedgekeurd, wordt deze door de voorzitters en de secretarissen-generaal van beide instellingen ondertekend. Na de ondertekening wordt de tekst in het Publicatieblad bekendgemaakt en wordt hij officieel.

    • Verordeningen zijn vanaf de in het Publicatieblad vermelde datum rechtstreeks bindend in de hele EU.
    • Richtlijnen geven aan welke eindresultaten in elke lidstaat moeten worden bereikt, maar laten het aan de nationale regeringen over om te beslissen hoe zij hun wetten aanpassen om die resultaten te bereiken. In elke richtlijn wordt vermeld wanneer de nationale wetgeving uiterlijk moet worden aangepast.
    • Besluiten zijn van toepassing in bepaalde gevallen, op bepaalde autoriteiten of personen en zijn volledig bindend.
     
         
  2. Voorstel is niet aanvaard

    Als een wetgevingsvoorstel in enig stadium van de procedure wordt verworpen of als Parlement en Raad geen compromis kunnen bereiken, is het voorstel niet goedgekeurd en wordt de procedure beëindigd. Een nieuwe procedure kan alleen beginnen als de Commissie met een nieuw voorstel komt.

     
     
                                                                                                 
Downloaden in PDF-formaat 

Nadere informatie:

#1 Voorstel van de Commissie:
De burger 

  1. Als u vindt dat de EU het initiatief moet nemen tot een wetgevingsvoorstel, hebt u verscheidene mogelijkheden:
    1. u kunt een burgerinitiatief opzetten: als u binnen een jaar ten minste een miljoen handtekeningen van EU-burgers uit ten minste zeven lidstaten verzamelt, kunt u de Europese Commissie vragen op te treden op een gebied dat onder haar bevoegdheid valt. Meer over het burgerinitiatief
    2. daarop aandringen bij een lid van het Europees Parlement, dat
      1. de procedure kan inleiden waarbij het Parlement de Commissie vraagt een wetgevingsvoorstel in te dienen. Dit is alleen mogelijk als het Parlement vindt dat EU-wetgeving nodig is om de Verdragen te helpen uitvoeren. Als de Commissie weigert een voorstel in te dienen, moet zij die weigering toelichten.
      2. een parlementaire commissie kan vragen een initiatiefverslag op te stellen dat, als het eenmaal door het Parlement is aangenomen, weliswaar niet bindend is, maar de Europese Commissie onder druk kan zetten om nieuwe voorstellen in te dienen.
      3. de Europese Commissie een vraag kan stellen naar aanleiding waarvan zij een wetgevingsvoorstel kan overwegen. Meer over vragen
      4. een schriftelijke verklaring kan opstellen die, als zij door meer dan de helft van de leden van het Parlement is ondertekend, aan de Commissie wordt toegezonden met een verzoek om actie te ondernemen. Meer over schriftelijke verklaringen
    3. u kunt een verzoekschrift indienen bij het Europees Parlement. Meer over verzoekschriften
  2. Als de Europese Commissie begint met het opstellen of herzien van wetgeving, houdt zij meestal een openbare raadpleging, zodat belanghebbenden en deskundigen hun mening kunnen geven. Meer over openbare raadplegingen
 
Terug naar de homepage     

#2 1st reading in the Parliament:
De burger 

Wanneer het voorstel aan het Parlement wordt toegezonden, vragen de rapporteur en de "schaduwrapporteurs" (leden die gewoonlijk door elk van de fracties worden aangewezen om een procedure te volgen) gewoonlijk belanghebbende partijen om hun mening. U kunt hun, een ander lid van de parlementaire commissie of een ander lid van het Parlement uw mening geven.


In de commissiefase kan om het even welk lid van het Parlement amendementen indienen. In de plenaire vergadering moeten amendementen echter door de bevoegde commissie, een fractie of ten minste veertig leden worden ingediend.


De parlementaire commissies houden soms hoorzittingen die u kunt bijwonen.


De vergaderingen van de commissies worden live op internet uitgezonden. U kunt ze volgen op EPTV


U kunt uw parlementslid laten weten welke van de ingediende amendementen u al dan niet gunstig vindt.

 
Terug naar de homepage     
 
 

Volledige tekst: 

#1 Voorstel van de Commissie 

Volledige tekst 
De Europese Commissie stelt wetgevingsvoorstellen op uit eigen initiatief, op voorstel van andere EU-instellingen of van EU-landen, of naar aanleiding van een burgerinitiatief, vaak na openbare raadplegingen. Het definitieve voorstel wordt tegelijk aan het Europees Parlement, de Raad en de nationale parlementen toegezonden, en in sommige gevallen ook aan het Comité van de Regio's en het Europees Economisch en sociaal Comité.
  1. De gewone wetgevingsprocedure begint met het voorleggen van een wetgevingsvoorstel aan het Europees Parlement en de Raad.
  2. De gewone wetgevingsprocedure is momenteel van toepassing op 85 afgebakende beleidsterreinen die de meeste gebieden bestrijken waarop de EU bevoegd is.
  3. Het "initiatiefrecht" komt toe aan de Europese Commissie. Zij is bevoegd voor het indienen van de meeste wetgevingsvoorstellen. Het Parlement en de Raad kunnen de Commissie echter verzoeken om met een voorstel te komen, en in enkele nauwkeurig omschreven gevallen kunnen andere instellingen voorstellen indienen.
  4. Het Parlement kan (met een meerderheid van zijn leden) de Commissie om indiening van een voorstel verzoeken wanneer het van mening is dat EU-wetgeving nodig is met het oog op de uitvoering van de Verdragen. Als de Commissie weigert om een voorstel in te dienen, moet zij deze weigering toelichten.
  5. De Raad kan (met gewone meerderheid) de Commissie verzoeken, alle studies te verrichten die de ministers wenselijk achten ter verwezenlijking van gemeenschappelijke doelstellingen, en hem alle terzake dienende voorstellen te doen.
  6. In de volgende zeer specifieke gevallen bieden de Verdragen de mogelijkheid om de gewone wetgevingsprocedure te starten:
    • op initiatief van een kwart van de lidstaten (justitiële samenwerking in strafzaken en politiële samenwerking); op aanbeveling van de Europese Centrale Bank (bepaalde artikelen van de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank);
    • op aanbeveling van de Europese Centrale Bank (bepaalde artikelen van de statuten van het Europees Stelsel van Centrale Banken en van de Europese Centrale Bank);
    • op verzoek van het Hof van Justitie van de Europese Unie (instelling van gespecialiseerde rechtbanken die worden toegevoegd aan het Gerecht en die in eerste aanleg kennis nemen van bepaalde categorieën van beroepen in specifieke aangelegenheden, bepaalde artikelen van de statuten van het Hof van Justitie van de Europese Unie);
    • op verzoek van de Europese Investeringsbank.
  7. Een voorstel van de Commissie kan ook een gevolg zijn van een Europees burgerinitiatief.
  8. Het voorstel van de Commissie is het resultaat van een uitgebreid raadplegingsproces, dat op verschillende manieren kan plaatsvinden (verplichte effectbeoordeling, rapporten van deskundigen, raadpleging van nationale deskundigen, internationale organisaties en/of niet-gouvernementele organisaties, raadpleging via groenboeken en witboeken, enz.).
  9. Ook tussen de verschillende afdelingen van de Commissie wordt een raadplegingsproces gehouden om te garanderen dat met alle aspecten van de betrokken materie rekening wordt gehouden (overleg tussen diensten).
  10. Het Commissievoorstel wordt gewoonlijk door het College van commissarissen goedgekeurd via een schriftelijke procedure (geen discussie in het college) of een mondelinge procedure (het dossier wordt in het College van commissarissen besproken) en wordt in het Publicatieblad van de Europese Unie gepubliceerd.
  11. De Commissie legt haar wetgevingsvoorstel (normaal gesproken voor een verordening, richtlijn of besluit) aan het Europees Parlement en de Raad voor, maar ook aan alle nationale parlementen in de EU en, waar van toepassing, aan het Comité van de Regio's en het Economisch en Sociaal Comité.

Rol van de nationale parlementen

  1. Krachtens protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen en protocol nr. 2 betreffende de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid bij het Verdrag betreffende de Europese Unie kunnen de nationale parlementen binnen een termijn van acht weken een gemotiveerd advies uitbrengen als ontwerpwetgeving naar hun mening niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel. Ieder nationaal parlement heeft twee stemmen. In een nationaal parlementair stelsel met twee kamers heeft elk van de twee kamers één stem.
  2. Indien ten minste een derde van de nationale parlementen van mening is dat de ontwerpwetgeving niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel, moet het ontwerp opnieuw in overweging worden genomen ("gele kaart"). De drempel wordt verlaagd tot een vierde, wanneer het een ontwerp van wetgevingshandeling betreft dat is ingediend op basis van artikel 76 VWEU (justitiële samenwerking in strafzaken en politiële samenwerking). Na de heroverweging op grond van een "gele kaart" kan de indienende instelling (meestal de Commissie) besluiten het ontwerp te handhaven, te wijzigen of in te trekken.
  3. Voorts moet in het kader van de gewone wetgevingsprocedure, indien een eenvoudige meerderheid van de nationale parlementen van mening is dat het ontwerp van wetgevingshandeling niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel, het voorstel opnieuw door de Commissie worden bekeken ("oranje kaart"). Op grond van een dergelijke heroverweging kan de Commissie besluiten het ontwerp te handhaven, te wijzigen of in te trekken. Als de Commissie besluit het voorstel te handhaven, moet zij haar standpunt motiveren. Het Europees Parlement en de Raad moeten dan, alvorens de eerste lezing af te ronden, nagaan of het voorstel verenigbaar is met het subsidiariteitsbeginsel. Als het Parlement met een eenvoudige meerderheid van zijn leden of de Raad met een meerderheid van 55% van zijn leden van mening is dat het voorstel niet strookt met het subsidiariteitsbeginsel, wordt het niet verder behandeld.

Adviezen van het Comité van de Regio's en het Economisch en Sociaal Comité

  1. Het Economisch en Sociaal Comité (ESC) en het Comité van de Regio's (CvdR) moeten door de Commissie en de Raad over bepaalde aangelegenheden worden geraadpleegd of wanneer de Raad dit opportuun acht. Zo moet het ESC advies uitbrengen over het economisch en sociaal beleid en moet het CvdR worden geraadpleegd als het over milieu, onderwijs en vervoer gaat. De Raad of de Commissie kan een termijn vaststellen voor het uitbrengen van een advies. Ook het Europees Parlement heeft de mogelijkheid de twee comités te raadplegen. Daarnaast kunnen de comités eigener beweging adviezen uitbrengen.
Terug naar de homepage     

#2 Eerste lezing door het Europees Parlement 

Volledige tekst 
De Voorzitter van het Europees Parlement verwijst het voorstel naar een parlementaire commissie. Die wijst een rapporteur aan, die tot taak heeft een ontwerpverslag op te stellen met amendementen op de voorgestelde tekst. De commissie stemt over dit verslag en over eventuele amendementen daarop die andere leden hebben ingediend. Op basis van het verslag van de commissie en de amendementen wordt het wetgevingsvoorstel vervolgens door het Europees Parlement besproken en ter stemming gebracht. Het resultaat is het standpunt van het Parlement. Het Parlement kan het voorstel ongewijzigd goedkeuren of amendementen voorstellen. In zeldzame gevallen kan het Parlement de Europese Commissie ook vragen haar voorstel in te trekken. Het standpunt van het Parlement in eerste lezing wordt aan de Raad toegezonden.
  1. Wanneer een wetgevingsvoorstel van de Europese Commissie bij het Europees Parlement binnenkomt, wordt het door de Voorzitter, na overleg met de relevante technische diensten, verwezen naar de bevoegde commissie.
  2. Bepalend voor de keuze van de commissie is het onderwerp waarop het voorstel betrekking heeft.
  3. Andere commissies kunnen in de gelegenheid worden gesteld een advies uit te brengen als het onderwerp hen ook aangaat.
  4. Bij onenigheid over de bevoegdheid, bijvoorbeeld als de materie vrijwel gelijkelijk onder de bevoegdheden van twee of meer commissie valt, neemt de Conferentie van voorzitters, uitgaande van een aanbeveling van de Conferentie van commissievoorzitters, een besluit over de te volgen procedure.
  5. Bij bevoegdheidsconflicten kan de oplossing bestaan uit een procedure met medeverantwoordelijke commissie of met gezamenlijke commissievergaderingen en stemmingen.
  6. Een medeverantwoordelijke commissie werkt parallel met de bevoegde commissie aan het voorstel, volgens een gezamenlijk overeengekomen tijdschema. De rapporteurs van beide commissies bekijken welke delen van de tekst onder hun exclusieve of gezamenlijke bevoegdheid vallen, en spreken nauwkeurig af hoe zij zullen samenwerken. De rapporteurs houden elkaar op de hoogte en moeten beide akkoord gaan met de teksten die zij aan de commissies voorleggen en met elkaars standpunt inzake de amendementen. De ten principale bevoegde commissie dient de amendementen van een medeverantwoordelijke commissie zonder stemming over te nemen voor zover deze betrekking hebben op vraagstukken die onder de exclusieve bevoegdheid van de medeverantwoordelijke commissie vallen.
  7. Als er tussen een ten principale bevoegde commissie en een medeverantwoordelijke commissie onenigheid bestaat over de bevoegdheid, kan de Conferentie van voorzitters bepalen hoe de bevoegdheden verdeeld zijn, of kan zij kiezen voor gezamenlijke commissievergaderingen als beide commissie in gelijke mate bevoegd zijn.
  8. In geval van de procedure met gezamenlijke commissievergaderingen stellen de betrokken rapporteurs één ontwerpverslag op dat in gezamenlijke commissievergaderingen onder gezamenlijk voorzitterschap door de betrokken commissies wordt behandeld en goedgekeurd.
  9. De bevoegde parlementaire commissie toetst eerst de rechtsgrond van het voorstel. Zij kan advies inwinnen bij de voor juridische zaken bevoegde commissie, die ook op eigen initiatief kan besluiten de rechtsgrond te toetsen.
  10. Als het voorstel financiële gevolgen heeft, moet de bevoegde commissie zich er ook van vergewissen dat het in overeenstemming is met het meerjarig financieel kader, d.w.z. dat er voldoende financiële middelen beschikbaar zijn. Ook de voor begrotingsaangelegenheden bevoegde commissie kan eigener beweging een dergelijke controle uitvoeren.
  11. De bevoegde commissie, een fractie of ten minste 40 EP-leden kunnen bezwaar aantekenen als naar hun mening het voorstel of delen daarvan niet stroken met de rechten die in het Handvest van de grondrechten van de EU zijn verankerd.
  12. Nadat het voorstel naar de ten principale bevoegde commissie is verwezen, benoemt deze commissie een van haar leden tot rapporteur. In de praktijk beslissen de coördinatoren als vertegenwoordigers van de fracties welke fractie het verslag zal opstellen. Die fractie draagt een van haar commissieleden of vaste plaatsvervangers voor als rapporteur.
  13. Rapporteurs kunnen aan de hand van het jaarlijkse wetgevingsprogramma van de Commissie van tevoren worden aangewezen, zodat zij het voorstel al tijdens de voorbereidingsfase, vóór de indiening bij het Parlement, kunnen volgen.
  14. De andere fracties kunnen een schaduwrapporteur benoemen, die belast wordt met het voorbereiden van het fractiestandpunt en het volgen van de werkzaamheden van de rapporteur.
  15. De rapporteur loodst het voorstel door de diverse stadia van de procedure en verstrekt daarbij advies aan de commissie (tijdens de behandeling in de commissiefase) en het Parlement als geheel (in de plenaire fase) over de globale benadering.
  16. Het is de taak van de rapporteur een ontwerpverslag, inclusief zijn/haar amendementen op het Commissievoorstel, aan de commissie te presenteren.
  17. De parlementaire commissie komt gewoonlijk meerdere malen bijeen om het ontwerpverslag te behandelen.
  18. Bij controversiële of "technische" dossiers is het niet ongebruikelijk dat er hoorzittingen met deskundigen worden georganiseerd of dat er opdracht wordt gegeven voor studies of effectbeoordelingen.
  19. Tijdens debatten in de commissie kan de Commissie haar voorstel verdedigen en vragen van leden van de commissie beantwoorden.
  20. Aangezien de Raad het Commissievoorstel op het hetzelfde moment als het Parlement ontvangt en eraan begint te werken, is het gebruikelijk dat de parlementaire commissie de Commissie en de Raad verzoekt op de hoogte te worden gehouden van de vorderingen in de Raad en zijn werkgroepen.
  21. Medeverantwoordelijke en medeadviserende commissies dienen hun advies in bij de ten principale bevoegde commissie.
  22. Elk EP-lid kan vóór de uiterste termijn die de bevoegde commissie vaststelt, amendementen indienen. Alle amendementen worden in stemming gebracht in de bevoegde commissie, die met gewone meerderheid stemt.
  23. Voordat de bevoegde commissie een eindstemming houdt over een voorstel voor een wetgevingshandeling, verzoekt zij de Commissie haar standpunt inzake alle door de commissie goedgekeurde amendementen uiteen te zetten en vraagt zij de Raad om commentaar. Als de Commissie niet in staat is een verklaring af te leggen of niet bereid is alle door de commissie goedgekeurde amendementen te aanvaarden, kan de commissie de eindstemming uitstellen.
  24. Na goedkeuring van het verslag in de commissie wordt het op de agenda van de plenaire vergadering geplaatst.
  25. Een fractie of ten minste 40 leden kunnen amendementen op het verslag indienen, die in de plenaire vergadering in stemming worden gebracht. In de regel wordt de termijn voor de indiening van nieuwe amendementen voor de plenaire vergadering vastgesteld op 12 uur op de woensdag van de week voorafgaande aan de vergaderperiode.
  26. De plenaire vergadering behandelt het wetgevingsvoorstel aan de hand van het door de bevoegde commissie opgestelde verslag, met daarin de eventueel voorgestelde amendementen, een ontwerpwetgevingsresolutie en, indien van toepassing, een toelichting van de rapporteur.
  27. Tijdens het plenaire debat en vóór de stemming zet het aanwezige lid van de Commissie het standpunt van de Commissie inzake de ingediende amendementen uiteen en licht dit nader toe. Het standpunt van de Commissie over de amendementen van het EP wordt voorbereid door het directoraat-generaal dat met het dossier belast is, en wordt goedgekeurd door het College van commissarissen. In de praktijk wordt het standpunt voorbereid door de Groep interinstitutionele betrekkingen (GRI), bestaande uit leden van de kabinetten binnen de Commissie die verantwoordelijk zijn voor de interinstitutionele betrekkingen, en vervolgens door het college geratificeerd.
  28. Het Parlement stemt eerst over de amendementen op het Commissievoorstel. Dan stemt het over het al dan niet geamendeerde voorstel, gevolgd door een stemming over de amendementen op de ontwerpwetgevingsresolutie. Tot slot stemt het Parlement over de ontwerpwetgevingsresolutie als geheel. De wetgevingsresolutie bevat alleen een verklaring waarin het Parlement aangeeft of het het voorstel goedkeurt, verwerpt of wijzigt.
  29. Bij alle bovenstaande stemmingen is een gewone meerderheid vereist, d.w.z. een meerderheid van de uitgebrachte stemmen.
  30. Indien het Parlement de ontwerpwetgevingsresolutie niet aanneemt, wordt het voorstel naar de bevoegde commissie terugverwezen.
  31. Het Parlement kan:
    • het voorstel als geheel verwerpen;
    • het voorstel zonder amendementen goedkeuren
    • het voorstel met amendementen goedkeuren.
  32. Wordt voor een voorstel van de Commissie, zoals gewijzigd, niet de meerderheid van de uitgebrachte stemmen verkregen of wordt een door de bevoegde commissie of ten minste 40 leden ingediend voorstel tot verwerping aangenomen, dan schort de Voorzitter de stemming over de wetgevingsresolutie (die normaal gesproken volgt op de eindstemming over het gewijzigde voorstel) op en verzoekt hij de Commissie haar voorstel in te trekken. Doet de Commissie dit, dan komt er een einde aan de wetgevingsprocedure. Weigert de Commissie, dan wordt de zaak terugverwezen naar de parlementaire commissie.
  33. Als het Commissievoorstel als geheel wordt goedgekeurd, maar met amendementen, wordt de stemming over de ontwerpwetgevingsresolutie uitgesteld totdat de Commissie haar standpunt inzake elk van de amendementen kenbaar heeft gemaakt. Indien het de Commissie, nadat het Parlement over haar voorstel heeft gestemd, niet mogelijk is haar standpunt kenbaar te maken, deelt zij de Voorzitter of de bevoegde commissie mee wanneer zij verwacht dit te kunnen doen; het voorstel wordt dan op de ontwerpagenda van de eerste op die datum volgende vergaderperiode ingeschreven.
  34. Wanneer de Commissie aankondigt dat zij niet voornemens is alle amendementen van het Parlement over te nemen, dient de rapporteur of de voorzitter van de bevoegde commissie bij het Parlement een formeel voorstel in over de wenselijkheid om over de ontwerpwetgevingsresolutie te stemmen. Alvorens dit voorstel te doen, kunnen zij de Voorzitter verzoeken de behandeling van dit punt op te schorten. Indien het Parlement besluit de stemming uit te stellen, wordt de zaak voor een nieuwe behandeling naar de bevoegde commissie terugverwezen. Dan zijn alleen amendementen ontvankelijk die door de bevoegde commissie worden ingediend en die een compromis met de Commissie beogen te bereiken.
  35. De tekst van het voorstel in de door het Parlement goedgekeurde versie en de desbetreffende resolutie worden door de Voorzitter als standpunt van het Parlement aan de Raad en de Commissie toegezonden.
  36. Zodra het Parlement zijn eerste lezing heeft afgesloten, kan de Commissie een "gewijzigd voorstel" goedkeuren waarin een aantal amendementen van het Parlement is verwerkt.
  37. In het Verdrag is geen tijdslimiet bepaald voor de eerste lezing door het Parlement.

NB: Sinds het Verdrag van Amsterdam is het mogelijk een gewone wetgevingsprocedure in eerste lezing af te sluiten. De laatste jaren bestaat in toenemende mate de tendens om reeds in eerste lezing tot een akkoord te komen.

Terug naar de homepage     

#3 Eerste lezing door de Raad 

Volledige tekst 
In de Raad worden al tijdens de eerste lezing door het Parlement voorbereidende werkzaamheden verricht, maar de Raad kan zijn eerste lezing pas formeel aanvatten op basis van het standpunt van het Parlement. De Raad kan: (1) het standpunt van het Parlement goedkeuren – in dat geval wordt de wettekst aangenomen – of (2) wijzigingen in het standpunt van het Parlement aanbrengen – dit vormt dan het standpunt van de Raad, dat voor een tweede lezing naar het Parlement wordt gestuurd.
  1. Het voorstel van de Commissie wordt aan de Raad toegezonden op hetzelfde moment waarop het naar het Europees Parlement gaat.
  2. Het voorbereidende werk in de Raad loopt dus parallel met de werkzaamheden in het Europees Parlement, maar de Raad mag zijn standpunt pas goedkeuren nadat het Parlement zich heeft uitgesproken.
  3. De instellingen worden aangemoedigd om informatie uit te wisselen over de voortgang en het tijdschema van de onderhandelingen in het kader van de gewone wetgevingsprocedure.
  4. Evenmin als voor het Parlement bestaat er voor de Raad een tijdslimiet voor de eerste lezing.
  5. De besluiten van de Raad worden voorbereid in speciale werkgroepen die bestaan uit vertegenwoordigers van de lidstaten en worden voorgezeten door de vertegenwoordiger van het land dat het zesmaandelijks roulerend voorzitterschap bekleedt, waarbij het secretariaat van de Raad assistentie verleent. De werkgroepen brengen verslag uit aan het Comité van permanente vertegenwoordigers (Coreper, deel I of II), dat alle op ministerieel niveau genomen Raadsbesluiten voorbereidt.
  6. Alvorens tot een standpunt in eerste lezing te komen, kan de Raad twee tussenstappen inlassen:
    1. De Raad kan een beginselakkoord bereiken – in de wandeling een "algemene benadering" genoemd – voordat het Europees Parlement zijn standpunt kenbaar maakt. Dit gebeurt zelden en dan vooral in gevallen waarin een sterke wens bestaat om in eerste lezing tot overeenstemming te komen.
    2. Vaker komt in de Raad eerst een "politiek akkoord" tot stand, waarin zijn beoogde standpunt in eerste lezing in grote lijnen is weergegeven. Dit akkoord wordt vervolgens nader uitgewerkt door de werkgroep, gecontroleerd door de juristen-linguïsten (juridische deskundigen voor elke taal die erop toezien dat de teksten juridisch en taalkundig correct zijn) en op een volgende vergadering formeel goedgekeurd als standpunt van de Raad in eerste lezing.
    In beide gevallen stelt de Raad zijn standpunt pas definitief vast nadat het de amendementen van het Parlement in eerste lezing en het daaruit voortvloeiende gewijzigde voorstel van de Commissie heeft ontvangen.
  7. Een standpunt in eerste lezing kan zonder debat worden goedgekeurd, wanneer in een voorbereidend stadium overeenstemming is bereikt ("A-punt" op de agenda), of met debat ("B-punt") of in uitzonderlijke gevallen via een schriftelijke procedure. In de twee eerste gevallen zijn de beraadslagingen openbaar.
  8. De Raad besluit met gekwalificeerde meerderheid, behalve over belastingen, sociale zekerheid, buitenlands beleid, defensie en operationele politiesamenwerking, waarvoor unanimiteit vereist is.
  9. Voor de eerste lezing door de Raad zijn vier scenario's denkbaar:
    1. Als het Parlement geen amendementen heeft aangenomen en de Raad geen wijzigingen in het Commissievoorstel wil aanbrengen, kan hij het voorstel met gekwalificeerde meerderheid goedkeuren. De wettekst is dan aangenomen.
    2. Als het Parlement wel amendementen heeft aangenomen, geldt als voorwaarde voor aanneming van de wettekst dat de Raad al die amendementen met gekwalificeerde meerderheid goedkeurt als de Commissie die in haar gewijzigde voorstel heeft opgenomen, of met eenparigheid van stemmen als de Commissie dat niet heeft gedaan. Indien de Raad alle amendementen van het Parlement goedkeurt, is de wettekst aangenomen.
    Na de aanneming wordt de wettekst ter ondertekening voorgelegd aan de voorzitters en secretarissen-generaal van Parlement en Raad en in het Publicatieblad gepubliceerd.
    1. Hoewel dit niet zo uitdrukkelijk in het Verdrag is bepaald, wordt er algemeen van uitgegaan dat de Raad bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen het Commissievoorstel in zijn geheel kan verwerpen.
    2. Tijdens de eerste lezing kan de Commissie op elk moment besluiten haar voorstel in te trekken of te wijzigen.
  10. Als de Raad niet alle amendementen van het Parlement overneemt of eigen wijzigingen wil aanbrengen, keurt hij een standpunt in eerste lezing goed.
  11. De tekst van het standpunt in eerste lezing, vergezeld van een motivering, wordt aan het Parlement toegezonden, evenals eventuele verklaringen van de Raad en/of de Commissie voor de notulen van de Raad. De Commissie stelt het Parlement op de hoogte van haar standpunt.
  12. Het Parlement wordt over het algemeen van het standpunt van de Raad in eerste lezing in kennis gesteld tijdens de plenaire vergadering die volgt op de formele goedkeuring. De termijnen die in het Verdrag zijn bepaald voor de volgende stadia in de procedure, beginnen te lopen nadat in de plenaire vergadering van het Parlement de ontvangst van dit standpunt van de Raad is bekendgemaakt (de dag na de bekendmaking, die gewoonlijk op donderdag plaatsvindt).
  13. Waar mogelijk vinden er in de periode tussen het politieke akkoord en de formele kennisgeving van het standpunt van de Raad in eerste lezing informele contacten plaats, teneinde het pad te effenen voor een (vroegtijdige) overeenstemming in tweede lezing (ook bekend als "door onderhandelingen tot stand gekomen standpunt in eerste lezing").

Wanneer de medewetgevers naar een akkoord in eerste lezing streven, organiseren zij vaak informele bijeenkomsten die worden bijgewoond door vertegenwoordigers van het Parlement (rapporteur en, waar van toepassing, schaduwrapporteurs), de Raad (voorzitter van de werkgroep en/of Coreper) en de Commissie (met het dossier belaste afdeling en Secretariaat-generaal), zogeheten "trialogen".

Daarin wordt getracht de amendementen die het Parlement in de plenaire vergadering heeft aangenomen, door de Raad aanvaard te krijgen. De Commissie treedt daarbij veelvuldig in een bemiddelende rol op en verleent redactionele hulp bij de opstelling van compromisteksten.

Terug naar de homepage     

#4 Tweede lezing door het Europees Parlement 

Volledige tekst 
Het Europees Parlement heeft drie (eventueel verlengbaar tot vier) maanden om het standpunt van de Raad te onderzoeken. Het standpunt van de Raad gaat eerst naar de bevoegde commissie, die een aanbeveling voor het standpunt van het Parlement in tweede lezing opstelt. De plenaire vergadering stemt over de aanbeveling en kan eventueel in beperkte mate amendementen aanbrengen. De tweede lezing kan vier mogelijke uitkomsten hebben: (1) Het Parlement keurt het standpunt van de Raad goed en de wettekst wordt aangenomen. (2) Het Parlement slaagt er niet in binnen de tijdslimiet een besluit te nemen. In dat geval wordt de wettekst aangenomen zoals die in eerste lezing door de Raad is gewijzigd. (3) Het Parlement verwerpt het standpunt van de Raad in tweede lezing. In dat geval wordt de wettekst niet aangenomen en eindigt de procedure. (4) Het Parlement stelt amendementen op het standpunt van de Raad in eerste lezing voor en stuurt dit standpunt naar de Raad voor een tweede lezing
  1. Als de Raad het niet eens is met het standpunt van het Europees Parlement in eerste lezing, stelt hij zijn standpunt in eerste lezing vast, dat aan het Parlement wordt toegezonden. Het Parlement ontvangt tevens een mededeling van de Commissie waarin zij haar standpunt inzake het standpunt van de Raad uiteenzet en verklaart waarom zij ervoor of ertegen is.
  2. Het Parlement ontvangt de volgende documentatie:
    • het standpunt van de Raad in eerste lezing;
    • alle verklaringen die bij de vaststelling van het standpunt in de notulen van de Raad zijn opgenomen;
    • de redenen die de Raad ertoe hebben bewogen zijn standpunt vast te stellen;
    • het standpunt van de Commissie.
  3. Na ontvangst en verificatie van de documentatie maakt de Voorzitter in de plenaire vergadering bekend dat het standpunt van de Raad in eerste lezing en de desbetreffende mededeling van de Commissie zijn ontvangen. Het dossier wordt automatisch doorgestuurd naar de bevoegde commissie – dezelfde als in eerste lezing. De documenten zijn in alle officiële talen beschikbaar.
  4. In tegenstelling tot de eerste lezing is de tweede lezing wel onderworpen aan strikte termijnen. Het Parlement moet binnen drie maanden een besluit nemen (deze termijn kan op verzoek van EP of Raad tot vier maanden worden verlengd). Terwijl het Parlement de dag van de bekendmaking van het door de Raad in eerste lezing vastgestelde standpunt in de plenaire vergadering als begindatum hanteert, is de Raad van mening dat de tijd begint te lopen op de dag van ontvangst van dit standpunt, in principe de maandag van de vergaderperiode.
  5. De tweede lezing in de commissie komt ruwweg overeen met de procedure in eerste lezing, met dien verstande dat de te amenderen tekst het standpunt van de Raad in eerste lezing is en niet het voorstel van de Commissie. Alleen de bevoegde commissie stelt een verslag op; er wordt geen advies uitgebracht door andere commissies.
  6. De Raad kan op de eerste vergadering van de bevoegde commissie worden uitgenodigd om zijn standpunt uiteen te zetten.
  7. De rapporteur (gewoonlijk hetzelfde lid dat het verslag in eerste lezing heeft opgesteld) stelt een "ontwerpaanbeveling" op, d.w.z. een verslag in tweede lezing.
  8. De ontwerpaanbeveling bevat de door de rapporteur voorgestelde amendementen. Uitsluitend vaste of plaatsvervangende leden van de commissie ten principale mogen aanvullende amendementen indienen.
  9. Er gelden beperkingen voor de amendementen die in tweede lezing in de commissie of in de plenaire vergadering mogen worden ingediend. Zij zijn alleen ontvankelijk als zij ten doel hebben:
    1. het standpunt van het Parlement in eerste lezing geheel of gedeeltelijk te herstellen;
    2. een compromis tussen Parlement en Raad te bewerkstelligen;
    3. een gedeelte van de Raadstekst te amenderen dat geen deel uitmaakte van of inhoudelijk verschilt van het oorspronkelijke voorstel van de Commissie;
    4. d. rekening te houden met een nieuw feit dat of een nieuwe juridische situatie die zich sinds de eerste lezing heeft voorgedaan.
  10. De voorzitter van de bevoegde commissie bepaalt of amendementen ontvankelijk zijn.
  11. Als er sinds de eerste lezing verkiezingen voor het EP zijn gehouden, kan de Voorzitter bepalen dat de beperkingen niet van toepassing zijn.
  12. Voorafgaande aan de stemming kan de commissie haar voorzitter en rapporteur verzoeken om de amendementen in de commissie te bespreken in aanwezigheid van een vertegenwoordiger van de Raad en de verantwoordelijke commissaris. Na de discussie kan de rapporteur compromisamendementen indienen.
  13. De commissie besluit met een gewone meerderheid over de amendementen en de aanbeveling voor de tweede lezing.
  14. Na de stemming in de commissie gaat de aanbeveling naar de plenaire vergadering.
  15. In de aanbeveling wordt voorgesteld het standpunt van de Raad in eerste lezing goed te keuren, te wijzigen of te verwerpen en wordt het voorgestelde besluit kort gemotiveerd.
  16. Het standpunt van de Raad en de aanbeveling van de commissie voor de tweede lezing worden automatisch op de ontwerpagenda van de plenaire vergadering voor de woensdag voorafgaande aan de uiterste datum voor de tweede lezing van het Parlement geplaatst; behandeling tijdens een eerdere vergaderperiode is evenwel mogelijk.
  17. Amendementen kunnen ter behandeling in de plenaire vergadering worden ingediend door de bevoegde commissie, een fractie of ten minste 40 individuele leden.
  18. Voor amendementen die plenair worden behandeld, gelden dezelfde beperkingen als in de commissiefase. De Voorzitter van het Parlement bepaalt of amendementen voor de plenaire vergadering ontvankelijk zijn. Tegen het besluit van de Voorzitter is geen beroep mogelijk.
  19. Alvorens amendementen in de plenaire vergadering in stemming worden gebracht, kan de Voorzitter de Commissie vragen of zij al dan bereid is die amendementen te aanvaarden.
  20. In dat geval licht de verantwoordelijke commissaris tijdens het plenaire debat voorafgaande aan de stemming het standpunt van de Commissie inzake de amendementen toe. Net als in eerste lezing wordt het standpunt van de Commissie door de Groep interinstitutionele betrekkingen voorbereid en vervolgens door de commissarissen geratificeerd.
  21. Ook de Raad kan om commentaar worden verzocht.
  22. De tweede lezing kan de volgende resultaten opleveren:
    1. verwerping van het standpunt van de Raad in eerste lezing;
    2. geen stemming van het Parlement binnen de gestelde termijn;
    3. goedkeuring van het standpunt van de Raad in eerste lezing zonder amendementen (vroegtijdige overeenstemming in tweede lezing);
    4. d. het Parlement stelt amendementen voor op het standpunt van de Raad in eerste lezing.
  23. De bevoegde commissie, een fractie of ten minste 40 leden kunnen verwerping van het standpunt van de Raad voorstellen. Het voorstel moet worden aangenomen door een meerderheid van het totale aantal leden van het Europees Parlement, d.w.z. een absolute meerderheid. Een dergelijk voorstel wordt in stemming gebracht voordat over amendementen wordt gestemd.
  24. Verwerping van het standpunt van de Raad in eerste lezing betekent dat de wetgevingsprocedure is beëindigd: deze kan alleen via een nieuw voorstel van de Commissie weer op gang worden gebracht. Tot januari 2015 was dit slechts eenmaal gebeurd, namelijk in juli 2005 bij de richtlijn softwareoctrooien (richtlijn betreffende de octrooieerbaarheid van in computers geïmplementeerde uitvindingen). Het standpunt van de Raad werd in het EP door een overweldigende meerderheid verworpen (648 tegen 14 stemmen bij 18 onthoudingen), waardoor het voorstel sneuvelde. Dit geval deed de vraag rijzen of de Commissie een voorstel kan intrekken waarvoor de eerste lezing is afgerond. De Commissie houdt vast aan haar recht om een voorstel op elk moment in te trekken; het Parlement en de Raad stellen daarentegen dat na de goedkeuring van het standpunt van de Raad in eerste lezing die tekst de basis vormt voor de rest van de procedure en niet het voorstel van de Commissie, en dat de Commissie derhalve geen tekst kan intrekken waarvan zij niet langer "eigenares" is.
  25. Als het Parlement geen besluit neemt voor het einde van de gestelde termijn, wordt de wettekst geacht te zijn aangenomen overeenkomstig het standpunt van de Raad in eerste lezing.
  26. Voor goedkeuring van het standpunt van de Raad in eerste lezing zonder amendementen is een gewone meerderheid van de aanwezige leden vereist.
  27. Na de aanneming wordt de wettekst ter ondertekening voorgelegd aan de voorzitters en secretarissen-generaal van Parlement en Raad en in het Publicatieblad gepubliceerd.
  28. Tot slot kan het Parlement amendementen voorstellen op het standpunt van de Raad in eerste lezing. Zij moeten voldoen aan de criteria die voor de tweede lezing gelden. Elk amendement moet met een absolute meerderheid van de leden van het Parlement worden goedgekeurd.
  29. De uitslag van de stemming wordt ter kennis van de Raad en de Commissie gebracht.
  30. Het Verdrag bepaalt uitdrukkelijk dat de Commissie schriftelijk advies uitbrengt over de amendementen van het Parlement en dit is bepalend voor het soort stemming dat in de Raad moet plaatsvinden: als bijvoorbeeld de Raad een amendement van het Parlement wil aannemen waarover de Commissie negatief advies heeft uitgebracht, moet hij dat met eenparigheid van stemmen doen.
Terug naar de homepage     

#5 Tweede lezing door de Raad 

Volledige tekst 
De Raad heeft drie (eventueel verlangbaar tot vier) maanden om het standpunt van het Parlement in tweede lezing te onderzoeken. Hij wordt ook in kennis gesteld van het standpunt van de Europese Commissie over de amendementen van het Parlement in tweede lezing. Hetzij (1) keurt de Raad alle amendementen van het Parlement goed, wat betekent dat de wettekst wordt aangenomen, hetzij (2) keurt hij niet alle wijzigingen goed. In het laatste geval roept de voorzitter van de Raad, in overleg met de Voorzitter van het Parlement, het bemiddelingscomité bijeen.
  1. Nadat de Raad de amendementen van het Parlement in tweede lezing (in alle officiële talen) officieel ontvangen heeft, begint de klok van de tweede lezing in de Raad te tikken.
  2. De Raad heeft nu drie (of in sommige gevallen vier) maanden de tijd om te handelen.
  3. De Raad kan de amendementen van het Parlement aanvaarden of verwerpen. Voordat hij daarover besluit, ontvangt de Raad het advies van de Commissie.
  4. De procedure verloopt net als bij de voorbereiding van het standpunt van de Raad in eerste lezing: de bevoegde werkgroep bereidt een standpunt voor dat aan het Coreper wordt voorgelegd en door de Raad wordt goedgekeurd.
  5. Om de onderhandelingen succesvol af te ronden, starten het Parlement en de Raad de onderhandelingen in tweede lezing wanneer het voorstel zich bij het Parlement bevindt, met name in gevallen waarin overeenstemming in tweede lezing mogelijk lijkt.
  6. Deze informele contacten kunnen de vorm aannemen van bilaterale vergaderingen tussen vertegenwoordigers van het Parlement en het Raadsvoorzitterschap of, wat vaker het geval is, informele driepartijenbijeenkomsten met de Commissie. Omdat deze contacten ad hoc plaatsvinden, is voor deze vertegenwoordiging geen standaardvorm op papier gezet, maar doorgaans zijn hierbij betrokken de rapporteur van het Parlement (indien nodig vergezeld door schaduwrapporteurs van andere fracties) en de voorzitter van de relevante werkgroep van de Raad, bijgestaan door de administratie van de Raad. De Commissie wordt gewoonlijk vertegenwoordigd door de met het dossier belaste ambtenaren, bijgestaan door het Secretariaat-generaal en de Juridische Dienst van de Commissie.
  7. Deze contacten hebben tot doel overeenstemming te bereiken over een reeks amendementen die aanvaardbaar zijn voor de Raad en het Parlement. Het advies van de Commissie is ook belangrijk omdat daarvan afhangt op welke wijze de Raad over de amendementen van het Parlement moet stemmen.
  8. Als de onderhandelingen met succes worden afgerond, stuurt de voorzitter van het Coreper de voorzitter van de bevoegde parlementaire commissie een brief waarin de Raad zich ertoe verbindt de amendementen van het Parlement goed te keuren als ze stroken met het gezamenlijk door de Raad en het Parlement bereikte compromis.
  9. De compromisamendementen worden dan ingediend in de parlementaire commissie of, vaker nog, vlak voor de plenaire vergadering. Ze worden meestal, namens hun fractie, medeondertekend door de rapporteur en even veel schaduwrapporteurs als er partijen bij de overeenkomst zijn, om zo veel mogelijk te garanderen dat de noodzakelijke meerderheid wordt bereikt. De betrokken fracties in het Parlement coördineren hun stemgedrag om de met de Raad overeengekomen amendementen goedgekeurd te krijgen.
  10. Hoeveel stemmen in de tweede lezing in de Raad nodig zijn, hangt af van het advies van de Commissie over de amendementen van het Parlement. Amendementen waarover de Commissie een positief advies heeft uitgebracht, kunnen in de Raad met gekwalificeerde meerderheid worden goedgekeurd. Amendementen waarover de Commissie een negatief advies heeft uitgebracht, moeten door de Raad unaniem worden goedgekeurd.
  11. Indien de Raad alle amendementen van het Parlement in tweede lezing goedkeurt, wordt de wettekst als aangenomen beschouwd. De wettekst wordt ondertekend door de voorzitters en secretarissen-generaal van Parlement en Raad en in het Publicatieblad gepubliceerd.
  12. Indien de Raad de amendementen van het Parlement niet allemaal goedkeurt, roept de voorzitter van de Raad, in samenspraak met de Voorzitter van het Parlement, binnen zes weken na de verwerping door de Raad (met een mogelijke verlenging van twee weken) het bemiddelingscomité bijeen.
Terug naar de homepage     

#6 Bemiddeling 

Volledige tekst 
Binnen zes (eventueel verlangbaar tot acht) weken nadat de Raad heeft geweigerd het standpunt van het Parlement in tweede lezing goed te keuren, roepen de voorzitters van de Raad en het Parlement het bemiddelingscomité bijeen, dat uit een gelijk aantal parlementsleden en vertegenwoordigers van de Raad bestaat. Het bemiddelingscomité heeft zes (eventueel verlangbaar tot acht) weken om over een gemeenschappelijke tekst op basis van de standpunten van het Europees Parlement en de Raad in tweede lezing te beslissen. Als het bemiddelingscomité (1) besluit geen gemeenschappelijke tekst goed te keuren, komt het wetgevingsvoorstel te vervallen en eindigt de procedure. Als het bemiddelingscomité (2) een gemeenschappelijke tekst goedkeurt, wordt deze aan het Europees Parlement en de Raad toegestuurd voor een derde lezing.
  1. Als de Raad de amendementen van het Parlement in tweede lezing niet allemaal goedkeurt, wordt het bemiddelingscomité bijeengeroepen.
  2. In het kader van het bemiddelingscomité onderhandelen de twee medewetgevers – Parlement en Raad – rechtstreeks om een akkoord te bereiken in de vorm van een gemeenschappelijke tekst.
  3. Het bemiddelingscomité moet worden bijeengeroepen binnen zes weken (of acht weken, indien een verlenging overeengekomen is) nadat de Raad zijn tweede lezing heeft afgerond en het Parlement officieel ter kennis heeft gebracht dat hij de amendementen van het Parlement in tweede lezing niet zal aanvaarden.
  4. Elk wetgevingsvoorstel waarvoor bemiddeling nodig is, wordt afzonderlijk besproken in een daaraan gewijd bemiddelingscomité.
  5. Het bemiddelingscomité wordt bijeengeroepen door de voorzitter van de Raad, met instemming van de Voorzitter van het Parlement. Het wordt geacht te zijn samengeroepen wanneer het de eerste keer vergadert.
  6. Vanaf de dag van die eerste vergadering heeft het zes weken (met een mogelijke verlenging van maximaal twee weken op initiatief van het Parlement of de Raad en in onderlinge overeenstemming tussen hen beide) om over een gemeenschappelijke tekst te onderhandelen en die goed te keuren.
  7. Voordat het comité zijn werkzaamheden officieel aanvat, vinden er voorbereidende trialogen en technische vergaderingen plaats wanneer eenmaal duidelijk is dat de Raad de amendementen van het Parlement in tweede lezing niet zal kunnen aanvaarden. De vergaderingen van het bemiddelingscomité kunnen ook worden onderbroken door trialoogonderhandelingen.
  8. Bij trialogen en technische vergaderingen komen kleine teams onderhandelaars van het Parlement, de Raad en de Commissie samen, die elk verslag uitbrengen aan hun delegatie in het bemiddelingscomité.
  9. In trialogen wordt het Parlement vertegenwoordigd door de voorzitter van de delegatie in het bemiddelingscomité, de voorzitter van de ten principale bevoegde parlementaire commissie en de rapporteur, bijgestaan door leden van het bemiddelingssecretariaat van het Parlement en, zo nodig, een lid van de Juridische Dienst.
  10. De Raad wordt vertegenwoordigd door de plaatsvervangende of permanente vertegenwoordiger (respectievelijk de voorzitter van Coreper I of Coreper II) van de lidstaat die het voorzitterschap waarneemt, bijgestaan door leden van het secretariaat van de Raad, met inbegrip van zijn Juridische Dienst.
  11. De Europese Commissie wordt vertegenwoordigd door de directeur-generaal van de met het dossier belaste afdeling, bijgestaan door deskundigen, haar Juridische Dienst en de administratie.
  12. Informele technische trialogen worden gewoonlijk bijgewoond door deskundigen en ambtenaren van de drie instellingen.
  13. Trialoogonderhandelingen worden gevoerd op basis van een "werkdocument in vier kolommen", waarin de standpunten van het Parlement en de Raad worden uiteengezet:
    1. het standpunt van de Raad in eerste lezing;
    2. de amendementen van het Parlement in tweede lezing;
    3. het standpunt van de Raad over de amendementen van het Parlement (aanvaarding, verwerping of mogelijke compromistekst);
    4. het standpunt van de delegatie van het Parlement over de voorstellen van de Raad.
  14. Tijdens de onderhandelingen zoeken de twee delegaties compromissen over amendementen waarover de meningen verschillen. Daarvoor kan extra, gedetailleerd redactiewerk worden verlangd van kleine werkgroepen op politiek of technisch vlak.
  15. De resultaten van elke trialoog worden door de respectieve onderhandelaars ter goedkeuring aan de delegaties van het Parlement en de Raad voorgelegd: zo nodig worden er nog meer trialogen of informele vergaderingen belegd.
  16. Het bemiddelingscomité zelf bestaat uit twee even grote delegaties: de ene van het Parlement, de andere van de Raad.
    1. De delegatie van de Raad bestaat uit één vertegenwoordiger van elke lidstaat (ministers of, wat meestal het geval is, de Coreper-vertegenwoordigers van de lidstaten). De delegatie van de Raad wordt voorgezeten door de minister die de met het dossier belaste Raad voorzit. Zij besluit met gekwalificeerde meerderheid van stemmen (behalve voor dossiers waarvoor krachtens het Verdrag eenparigheid vereist is).
    2. De delegatie van het Parlement bestaat uit eenzelfde aantal leden – 28 – plus 28 plaatsvervangers (die alleen kunnen stemmen als een lid van hun fractie afwezig is). Drie ondervoorzitters van het EP zijn vaste leden van het bemiddelingscomité en oefenen bij toerbeurt het covoorzitterschap uit. De overige 25 EP-leden in de delegatie worden aangewezen door de fracties, in verhouding tot de grootte van elke fractie in het Parlement. De meesten komen doorgaans uit de voor het dossier bevoegde parlementaire commissie. De delegatie tracht meestal middels consensus te werken. Bij een stemming besluit de delegatie bij meerderheid van zijn leden (d.w.z. momenteel 15 stemmen). Meer informatie over de delegatie van het Parlement in het bemiddelingscomité is hieronder te vinden.
    3. De Commissie, in principe vertegenwoordigd door de voor het dossier bevoegde commissaris, neemt ook deel aan de werkzaamheden van het bemiddelingscomité om de standpunten van Parlement en Raad met elkaar te verzoenen.
  17. Net als bij de trialogen is het voornaamste werkinstrument het gemeenschappelijk werkdocument in vier kolommen (zie punt 13), dat in alle officiële talen is vertaald. Het comité beschikt ook over het voorstel van de Commissie en over het advies van de Commissie over de amendementen van het Parlement in tweede lezing.
  18. Het bemiddelingscomité wordt gezamenlijk voorgezeten door een ondervoorzitter van het Parlement en een minister van de lidstaat die het voorzitterschap waarneemt. Het komt afwisselend samen in de gebouwen van het Parlement en van de Raad, meestal in Brussel.
  19. De meeste vergaderingen van het bemiddelingscomité beginnen met een trialoog, waarbij de twee medewetgevers hun standpunt toelichten, op basis van het mandaat van hun respectieve instelling. De Commissie fungeert daarbij als bemiddelaar.
  20. De instelling waar de eerste vergadering van het bemiddelingscomité wordt gehouden, moet zorgen voor de productie van de gemeenschappelijke ontwerptekst en van de toezendingsbrief alsmede, na de definitieve goedkeuring van de wettekst door het Parlement en de Raad, voor de ondertekening van het besluit door de voorzitters van beide instellingen en voor de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
  21. Indien de delegaties van het Parlement en de Raad in het bemiddelingscomité geen overeenstemming bereiken, komt het hele voorstel te vervallen. Een nieuwe procedure kan alleen uitgaan van een nieuw Commissievoorstel. Tot januari 2015 is het bemiddelingscomité slechts in vier gevallen niet erin geslaagd overeenstemming te bereiken over een gemeenschappelijke tekst (spraaktelefonie (1994), Comité voor het effectenbedrijf (1998), Arbeidstijdenrichtlijn (2009) en de Verordening nieuwe voedingsmiddelen (2011).
    https://www.europarl.europa.eu/oeil/popups/ficheprocedure.do?reference=2004/0209(COD)&l=en
    https://www.europarl.europa.eu/oeil/popups/ficheprocedure.do?lang=en&reference=2008/0002(COD)
  22. Als de delegaties van het Parlement en de Raad een compromis bereiken, moet het bemiddelingscomité een "gemeenschappelijke tekst" goedkeuren. De delegatie van de Raad keurt die goed met gekwalificeerde meerderheid van stemmen (of eenparigheid in de in het Verdrag bepaalde gevallen), terwijl de delegatie van het Parlement met gewone meerderheid van zijn leden stemt.
  23. Zodra in het bemiddelingscomité (of vervolgens in een briefwisseling tussen de covoorzitters van het comité) overeenstemming is bereikt over een gemeenschappelijke tekst, stelt het Secretariaat-generaal van de instelling waar de eerste vergadering werd gehouden, de ontwerpwettekst op, in principe in de taal die tijdens de onderhandelingen werd gebruikt. Na afloop van de onderhandelingen wordt zo snel mogelijk een voorlopige versie van de tekst op de website van het Parlement geplaatst: https://www.europarl.europa.eu/code/default_en.htm.
  24. Na juridisch-taalkundige revisie wordt het document in alle officiële EU-talen beschikbaar gesteld.
  25. De covoorzitters van het bemiddelingscomité sturen de gemeenschappelijke tekst, samen met een begeleidende brief, naar de Voorzitter van het Parlement en de fungerend voorzitter van de Raad. Bij deze begeleidende brief worden eventuele verklaringen van de instellingen gevoegd. De brief wordt ook ter informatie toegestuurd aan de vertegenwoordiger van de Commissie die aan het bemiddelingscomité heeft deelgenomen.
  26. Het in het bemiddelingscomité bereikte akkoord moet zowel door het voltallige Parlement als door de Raad worden bekrachtigd. Beide instellingen stemmen afzonderlijk over de gemeenschappelijke tekst zoals die ter tafel ligt; hierop kunnen geen amendementen worden ingediend.
De delegatie van het Parlement bij de bemiddeling
  1. Het EP wordt in de bemiddelingsprocedure vertegenwoordigd door een delegatie die even veel leden telt als de delegatie van de Raad. De delegatie wordt voor elke bemiddelingsprocedure afzonderlijk aangewezen. Zij heeft tot taak het hele Parlement in de onderhandelingen met de Raad te vertegenwoordigen.
  2. Bij het begin van elke zittingsperiode of indien er gedurende de zittingsperiode ingrijpende veranderingen optreden in de algemene politieke samenstelling van het Parlement, bepaalt de Conferentie van voorzitters de politieke samenstelling van de delegaties bij het bemiddelingcomité in overeenstemming met de respectieve grootte van de fracties.
  3. Op grond van de politieke samenstelling van het Parlement naar aanleiding van de verkiezingen van mei 2014, bestaan de delegaties van het Parlement in het bemiddelingscomité uit:
    • EVP: 9 leden,
    • S&D: 8 leden,
    • ECR: 3 leden,
    • ALDE: 2 leden,
    • GUE/NGL: 2 leden,
    • De Groenen: 2 leden,
    • EFDD: 2 leden .
  4. De drie voor bemiddelingszaken verantwoordelijke ondervoorzitters van het Parlement zijn in elke delegatie vertegenwoordigd en worden meegerekend in het quotum leden van elke fractie. Elke delegatie wordt voorgezeten door een van de drie: zij besluiten onderling wie voor welke bemiddelingsprocedure verantwoordelijk is en wie dus van welke delegatie voorzitter is. De rapporteur(s) en de voorzitter van de bevoegde parlementaire commissie zijn eveneens ambtshalve lid van de delegatie en worden meegerekend in het quotum van hun respectieve fracties.
  5. De resterende leden van de delegatie worden door elke fractie voor een specifieke bemiddelingsprocedure benoemd. Het merendeel van hen is afkomstig van de commissie ten principale of van medeadviserende commissies. In geval van toepassing van de procedure met medeverantwoordelijke commissies maakt de rapporteur van een medeverantwoordelijke commissie deel uit van de delegatie van het Parlement. Daarnaast moeten de fracties een gelijk aantal plaatsvervangers aanwijzen, die actief kunnen deelnemen aan de werkzaamheden van de delegatie, maar alleen kunnen stemmen wanneer zij een vast delegatielid vervangen.

Organisatie van de delegatie

  1. De delegatie van het Parlement houdt een constituerende vergadering om een mandaat te verlenen aan het onderhandelingsteam – normaal gezien de ondervoorzitter die de delegatie leidt, de voorzitter van de bevoegde commissie en de rapporteur(s) – zodat de trialoogvergaderingen kunnen beginnen.
  2. De Commissie is aanwezig op deze en alle volgende vergaderingen van de delegatie van het Parlement. Van de vertegenwoordigers van de Commissie wordt verwacht dat zij het standpunt van de Commissie over de EP-amendementen in tweede lezing uiteenzetten en toelichten en dat zij zo mogelijk ook informatie verstrekken over actuele ontwikkelingen in de Raad waarvan zij kennis hebben.
  3. De delegatieleden volgen de vooruitgang van de bemiddelingsprocedure op de voet tijdens regelmatige vergaderingen.
  4. Het voornaamste doel van de delegatievergaderingen bestaat erin het mandaat van het onderhandelingsteam te actualiseren en overleg te plegen over eventuele compromisteksten. Er wordt ingestemd met bepaalde amendementen of compromisvoorstellen, zo nodig op voorwaarde van algehele instemming. Mochten er zaken onopgelost blijven, dan geeft de delegatie het onderhandelingsteam instructies over de wijze waarop de onderhandelingen met de Raad dienen te worden voortgezet. De delegatie van het Parlement behandelt daarnaast ook procedurele kwesties, zoals: moet er nog een trialoogbijeenkomst worden belegd of kan het bemiddelingscomité worden bijeengeroepen en, zo ja, wanneer?
  5. Aan het einde van de bemiddelingsprocedure wordt het via bemiddeling bereikte akkoord formeel door de delegatie goedgekeurd of verworpen. De delegatie tracht dit middels consensus te doen. Indien echter een stemming noodzakelijk is, is voor goedkeuring de steun van een absolute meerderheid van de leden nodig (minstens 15 op mogelijk 28 leden).
  6. De delegatie wordt bijgestaan door een specifieke dienst van de administratie van het Parlement – het Secretariaat bemiddeling en codecisie – en door gespecialiseerde diensten, zoals de Juridische Dienst, juristen-linguïsten en de persdienst.
Terug naar de homepage     

#7Derde lezing door het Parlement en de Raad 

Volledige tekst 
De gemeenschappelijke tekst wordt gelijktijdig ter goedkeuring voorgelegd aan het Parlement en de Raad. De wetgevers hoeven niet in een bepaalde volgorde te beslissen. Zij hebben zes weken (of acht, indien daartoe gezamenlijk wordt besloten) om een beslissing te nemen en kunnen de tekst niet meer wijzigen. In het Parlement wordt vóór de stemming over de gemeenschappelijke tekst een debat in de plenaire vergadering gehouden. Als het Parlement en de Raad de gemeenschappelijke tekst goedkeuren, wordt het wetsvoorstel goedgekeurd. Als een van beide of beide de tekst verwerpen of niet tijdig reageren, komt het wetgevingsvoorstel te vervallen en eindigt de procedure. De procedure kan alleen met een nieuw voorstel van de Commissie weer op gang worden gebracht.
  1. Als het bemiddelingscomité de gemeenschappelijke tekst goedkeurt, moet die door het voltallige Parlement en de Raad in derde lezing worden goedgekeurd. Beide instellingen stemmen afzonderlijk over de gemeenschappelijke tekst. Hierop kunnen geen amendementen worden ingediend.
  2. Wanneer de bemiddelingsprocedure met succes is afgerond, wordt een gemeenschappelijke tekst opgesteld op basis van het gemeenschappelijk werkdocument en de eventuele wijzigingen waarover tijdens de bemiddeling overeenstemming is bereikt. Deze tekst wordt eerst in één taal opgesteld en vervolgens in de overige officiële talen vertaald. De leden van de delegatie krijgen de oorspronkelijke taalversie van de gemeenschappelijke tekst toegestuurd.
  3. De afgeronde gemeenschappelijke tekst, die in het Parlement en de Raad in juridisch-taalkundig opzicht is nagekeken, wordt door de covoorzitters van het bemiddelingscomité officieel toegezonden aan de voorzitter van het Parlement en de fungerend voorzitter van de Raad. Bij deze brief worden eventuele verklaringen van de instellingen gevoegd.
  4. De derde lezing wordt verricht over een periode van zes weken vanaf de dag van toezending van de brief. Deze termijn kan met maximaal twee weken worden verlengd op initiatief van het Parlement of de Raad en in onderlinge overeenstemming tussen hen beide.

Parlement

  1. Tijdens deze periode van zes weken (mogelijk verlengd tot acht) ontvangen de leden van de delegatie van het Parlement de definitieve gemeenschappelijke tekst in hun respectieve taal, samen met een verslag waarin de diverse stadia en de resultaten van de bemiddelingsprocedure worden geschetst, met inbegrip van de uitslag van de stemming in de delegatie over de afsluiting van de bemiddelingsprocedure. De definitieve gemeenschappelijke tekst, het door de rapporteur en de delegatievoorzitter opgestelde verslag en de begeleidende brief, met inbegrip van eventuele verklaringen van de instellingen, worden vervolgens toegezonden aan de zittingsdienst van het Parlement. In deze fase worden de verschillende taalversies van het akkoord op de website van het Parlement gepubliceerd.
  2. De stemming over de gemeenschappelijke tekst wordt voorafgegaan door een debat ter plenaire vergadering over het resultaat van de onderhandelingen en het (al dan niet) met de Raad bereikte akkoord. Dit debat begint normaliter met een verklaring van de ondervoorzitter die de delegatie leidde en de rapporteur. Vervolgens stemt het Parlement over de gemeenschappelijke tekst. De tekst wordt goedgekeurd met een gewone meerderheid van de uitgebrachte stemmen; wordt die meerderheid niet behaald, dan wordt de gemeenschappelijke tekst geacht te zijn verworpen.
  3. Tot januari 2015 heeft het Parlement driemaal een gemeenschappelijke tekst verworpen:

Raad

  1. De gemeenschappelijke tekst moet ook worden goedgekeurd door de Raad, die er doorgaans de voorkeur aan geeft om daarover pas na de derde lezing in het Parlement te stemmen. De Raad besluit bij gekwalificeerde meerderheid van stemmen.
  2. In de praktijk vormt de goedkeuring van de gemeenschappelijke tekst door de Raad geen probleem, aangezien de delegatie van de Raad in het bemiddelingscomité uit één vertegenwoordiger per lidstaat bestaat. Tot dusver heeft de Raad nog nooit een via bemiddeling bereikt akkoord verworpen.
  3. Mocht een van beide instellingen de gemeenschappelijke tekst niet goedkeuren, dan is de wetgevingsprocedure beëindigd: deze kan alleen op basis van een nieuw voorstel van de Commissie weer op gang worden gebracht.
  4. Als de tekst door het Parlement en de Raad is goedgekeurd, wordt hij ter ondertekening voorgelegd aan de voorzitters en secretarissen-generaal van Parlement en Raad en in het Publicatieblad gepubliceerd.
 
Terug naar de homepage      
Downloaden in PDF-formaat 

Verdrag 

Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (geconsolideerde versie) : Artikel 294 (oud artikel 251 VEG)

  1. Wanneer in de Verdragen voor de aanneming van een besluit naar de gewone wetgevingsprocedure wordt verwezen, is de onderstaande procedure van toepassing.
  2. De Commissie dient een voorstel in bij het Europees Parlement en bij de Raad.

Eerste lezing

  1. Het Europees Parlement stelt zijn standpunt in eerste lezing vast en deelt het mee aan de Raad.
  2. Indien de Raad het standpunt van het Europees Parlement goedkeurt, wordt de betrokken handeling vastgesteld in de formulering die overeenstemt met het standpunt van het Europees Parlement.
  3. Indien de Raad het standpunt van het Europees Parlement niet goedkeurt, stelt hij zijn standpunt in eerste lezing vast en deelt hij dit mee aan het Europees Parlement.
  4. De Raad stelt het Europees Parlement ten volle in kennis van zijn redenen voor het vaststellen van zijn standpunt in eerste lezing. De Commissie stelt het Europees Parlement ten volle in kennis van haar standpunt.

Tweede lezing

  1. Indien het Europees Parlement binnen een termijn van drie maanden na deze mededeling:
    1. het standpunt van de Raad in eerste lezing goedkeurt of zich niet heeft uitgesproken, wordt de betrokken handeling geacht te zijn vastgesteld in de formulering die overeenstemt met het standpunt van de Raad;
    2. het standpunt van de Raad in eerste lezing met een meerderheid van zijn leden verwerpt, wordt de voorgestelde handeling geacht niet te zijn vastgesteld;
    3. met een meerderheid van zijn leden amendementen op het standpunt van de Raad in eerste lezing voorstelt, wordt de aldus geamendeerde tekst toegezonden aan de Raad en aan de Commissie, die advies over deze amendementen uitbrengt.
  2. Indien de Raad binnen een termijn van drie maanden na ontvangst van de amendementen van het Europees Parlement met gekwalificeerde meerderheid van stemmen:
    1. al deze amendementen goedkeurt, wordt de betrokken handeling geacht te zijn vastgesteld;
    2. niet alle amendementen goedkeurt, roept de voorzitter van de Raad, in overeenstemming met de voorzitter van het Europees Parlement, binnen zes weken het bemiddelingscomité bijeen.
  3. De Raad besluit met eenparigheid van stemmen over de amendementen waarover de Commissie negatief advies heeft uitgebracht.

Bemiddeling

  1. Het bemiddelingscomité bestaat uit de leden van de Raad of hun vertegenwoordigers en een gelijk aantal leden die het Europees Parlement vertegenwoordigen, en heeft tot taak binnen een termijn van zes weken nadat het is bijeengeroepen, met een gekwalificeerde meerderheid van de leden van de Raad of hun vertegenwoordigers en met een meerderheid van de leden die het Europees Parlement vertegenwoordigen, overeenstemming te bereiken over een gemeenschappelijke ontwerptekst op basis van de standpunten van het Europees Parlement en de Raad in tweede lezing.
  2. De Commissie neemt aan de werkzaamheden van het bemiddelingscomité deel en stelt alles in het werk om de standpunten van het Europees Parlement en de Raad nader tot elkaar te brengen.
  3. Indien het bemiddelingscomité binnen een termijn van zes weken nadat het is bijeengeroepen, geen gemeenschappelijke ontwerptekst goedkeurt, wordt de voorgestelde handeling geacht niet te zijn vastgesteld.

Derde lezing

  1. Indien het bemiddelingscomité binnen die termijn een gemeenschappelijke ontwerptekst goedkeurt, beschikken het Europees Parlement en de Raad over een termijn van zes weken na deze goedkeuring om de betrokken handeling overeenkomstig die ontwerptekst vast te stellen, waarbij het Europees Parlement besluit met een meerderheid van de uitgebrachte stemmen, en de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen. Indien zulks niet geschiedt, wordt de handeling geacht niet te zijn vastgesteld.
  2. De in dit artikel vermelde termijnen van drie maanden en zes weken worden, op initiatief van het Europees Parlement of van de Raad, met ten hoogste één maand, respectievelijk twee weken verlengd.

Bijzondere bepalingen

  1. Wanneer in de in de Verdragen bepaalde gevallen, op initiatief van een groep lidstaten, op aanbeveling van de Europese Centrale Bank of op verzoek van het Hof van Justitie de gewone wetgevingsprocedure wordt gevolgd met betrekking tot een wetgevingshandeling, zijn lid 2, lid 6, tweede zin, en lid 9 niet van toepassing.

In die gevallen zenden het Europees Parlement en de Raad de Commissie het ontwerp van handeling alsmede hun standpunten in eerste en tweede lezing toe. Het Europees Parlement of de Raad kan de Commissie in alle fasen van de procedure om advies verzoeken; de Commissie kan ook op eigen initiatief advies uitbrengen. Indien de Commissie dat nodig acht, kan zij overeenkomstig lid 11 ook deelnemen aan de werkzaamheden van het bemiddelingscomité.


EN C 326/174 Publicatieblad van de Europese Unie 26.10.2012

 
Downloaden in PDF-formaat  Gebieden waarop de gewone wetgevingsprocedure van toepassing is (PDF) Gids van de gewone wetgevingsprocedure, Raad, 2010  

Verklarende woordenlijst 

A-agendapunt 

De agenda van de Raad is verdeeld in A- en B-agendapunten. A-agendapunten zijn punten waarover reeds overeenstemming is bereikt en die dus zonder debat kunnen worden aangenomen. Dit belet niet dat leden van de Raad of de Commissie hun standpunt kenbaar kunnen maken wanneer een agendapunt in stemming wordt gebracht.

Absolute meerderheid (in het Europees Parlement) 

Een absolute meerderheid is de meerderheid van alle leden van het Europees Parlement (met inbegrip van diegenen die afwezig zijn of zich van stemming onthouden). In de huidige samenstelling met 751 leden is de drempel voor een absolute meerderheid 376 stemmen.

Advies (van een commissie) 

De parlementaire commissie die bevoegd is voor een bepaalde kwestie kan andere commissies om advies verzoeken. De voorzitter en de rapporteur van de medeadviserende commissie worden vaak uitgenodigd om deel te nemen aan de vergaderingen van de bevoegde commissie. Het advies heeft vaak de vorm van een schriftelijk rapport.

B-agendapunt 

De agenda van de Raad is verdeeld in A- en B-agendapunten. B-agendapunten zijn punten waarover geen overeenstemming is bereikt en waarover zal worden gedebatteerd. Het gaat vaak om politiek gevoelige kwesties.

Bemiddeling 

Bemiddeling is de derde en laatste fase van de gewone wetgevingsprocedure. Zij vindt plaats wanneer het Parlement en de Raad tijdens de eerste twee lezingen geen overeenkomst kunnen bereiken over een wetgevingsvoorstel. Delegaties van de Raad en het Parlement zoeken dan naar een compromis dat voor beide instellingen aanvaardbaar is.

Bemiddelingscomité 

Het bemiddelingscomité zetelt tijdens de bemiddelingsfase van de gewone wetgevingsprocedure. Het is paritair samengesteld uit vertegenwoordigers van de lidstaten en EP-leden (momenteel 28/28). Het comité is bevoegd voor de opstelling van een gemeenschappelijke ontwerptekst, die in derde lezing ter goedkeuring aan de Raad en het Parlement wordt voorgelegd.

Besluit 

Een besluit is bindend voor de partijen tot wie het is gericht (bv. een EU-land of een individuele onderneming) en is rechtstreeks toepasbaar.

Burgerinitiatief 

Via het burgerinitiatief kunnen een miljoen burgers uit ten minste een kwart van de lidstaten de Commissie verzoeken voorstellen in te dienen voor nieuwe wetgeving op gebieden waarvoor zij bevoegd is.

College van commissarissen 

Het college bestaat uit 28 Europese commissarissen

Comité van de Regio's 

Het Comité van de Regio's is een adviesorgaan van de EU dat 353 leden telt die de lokale en regionale overheden vertegenwoordigen. Het Comité moet worden geraadpleegd over de EU-besluitvorming op het gebied van economische en sociale cohesie, trans-Europese infrastructuurnetwerken, gezondheid, onderwijs en cultuur, werkgelegenheid, sociaal beleid, milieu, beroepsopleiding en vervoer.

Commissaris 

De Europese Commissie bestaat uit commissarissen, die door de Commissievoorzitter elk de bevoegdheid voor een specifiek beleidsterrein krijgen toegewezen. Momenteel zijn er 28 commissarissen, 1 uit elke lidstaat.

Commissie van het Europees Parlement 

De 20 vaste commissies van het Parlement doen het voorbereidende werk voor de opstelling, wijziging en goedkeuring van wetgevingsvoorstellen, waarover dan in de plenaire vergadering van het Parlement wordt gestemd. De politieke samenstelling van de commissies weerspiegelt die van het Parlement. Het EP kan subcommissies, bijzondere commissies en enquêtecommissies oprichten.

Conferentie van commissievoorzitters 

De Conferentie van commissievoorzitters van het Parlement is samengesteld uit de voorzitters van alle vaste en tijdelijke commissies. Haar taak is het de samenwerking tussen de commissies in het EP te bevorderen.

Conferentie van voorzitters 

De Conferentie van voorzitters is bevoegd voor de zakelijke en wetgevende planning van het Parlement. Zij besluit over bevoegdheden en lidmaatschap van commissies en delegaties en is verantwoordelijk voor de betrekkingen met andere EU-instellingen, nationale parlementen en niet-EU-landen. Zij bestaat uit de voorzitter van het EP en de voorzitters van de fracties.

COREPER 

Een comité van de Raad dat bestaat uit de permanente vertegenwoordigers van de lidstaten en dat de werkzaamheden van de Raad voorbereidt. COREPER I bestaat uit de adjunct-permanent vertegenwoordigers, COREPER II verenigt de ambassadeurs.

EU-recht 

Het EU-recht is onderverdeeld in primaire en secundaire wetgeving. De Verdragen (primaire wetgeving) vormen de grondslag voor elk optreden van de EU. Secundaire wetgeving - o.m. verordeningen, richtlijnen en besluiten - zijn afgeleid van de beginselen en doelstellingen die in de verdragen zijn neergelegd.

Europees Economisch en Sociaal Comité 

Het Europees Economisch en Sociaal Comité is een adviesorgaan van de EU dat 353 leden telt die het maatschappelijk middenveld, de werkgevers en de werkenden vertegenwoordigen. Het Comité moet worden geraadpleegd over de EU-besluitvorming op het gebied van economisch en sociaal beleid.

Europees Parlement 

Het Europees Parlement (EP) bestaat uit 751 rechtstreeks verkozen leden uit 28 landen en vertegenwoordigt de EU-burgers. Het heeft, samen met de Raad, wetgevende bevoegdheden voor bijna alle EU-wetgeving en oefent democratisch toezicht uit op de andere EU-instellingen. Het Parlement is een van de 7 EU-instellingen.

Europese Centrale Bank 

De Europese Centrale Bank (ECB) beheert de Europese eenheidsmunt - de euro - en tracht de prijsstabiliteit in de EU te handhaven. Zij is bevoegd voor het uitstippelen en uitvoeren van het economisch en monetair beleid van de Unie. De Bank is een van de 7 EU-instellingen.

Europese Commissie 

De Europese Commissie (EC) is het uitvoerend orgaan van de Unie en vertegenwoordigt de belangen van de Unie als geheel. Zij stelt nieuwe EU-wetgeving voor en ziet toe op de correcte uitvoering ervan. De Commissie is een van de 7 EU-instellingen.

Europese Investeringsbank 

De Europese Investeringsbank (EIB) steunt projecten in EU-landen en investeert in toekomstige lidstaten en partnerlanden. Zij is niet afhankelijk van de EU-begroting, maar leent geld op de kapitaalmarkt en verstrekt onder gunstige voorwaarden leningen aan projecten die in overeenstemming zijn met de beleidsdoelstellingen van de EU. De bank is eigendom van de 28 EU-landen.

Europese Raad 

De Europese Raad verenigt de staatshoofden en regeringsleiders van de EU-lidstaten. Hij bepaalt de algemene politieke prioriteiten en belangrijke initiatieven, maar heeft geen wetgevende bevoegdheid. De Europese Raad is een van de 7 EU-instellingen.

Europese Rekenkamer 

De Europese Rekenkamer houdt toezicht op de EU-financiën. Haar rol is het financieel beheer van de Unie te verbeteren en verslag uit te brengen over de benutting van overheidsgelden. De Kamer is een van de 7 EU-instellingen.

Evenredigheid 

Op grond van het evenredigheidsbeginsel moet het optreden van de EU-instellingen beperkt blijven tot wat noodzakelijk is om de doelstellingen van de Verdragen te verwezenlijken.

Fractie 

De leden van het Parlement verenigen zich niet naar nationaliteit maar naar politieke voorkeur. Er zijn momenteel 8 fracties in het Europees Parlement. De leden mogen maar lid zijn van één fractie. Sommige leden behoren niet tot een fractie, zij worden niet-fractiegebonden leden genoemd.

Gekwalificeerde meerderheid in de Raad 

Een gekwalificeerde meerderheid in de Raad komt overeen met minimaal 55% van de Raadsleden (lidstaten) uit een minimum van 16 landen, die ten minste 65% van de EU-bevolking vertegenwoordigen. Ten minste vier Raadsleden vormen een blokkerende minderheid.

Gele kaart 

Wanneer de Commissie een nieuw wetgevingsvoorstel indient, wordt dit aan de nationale parlementen toegezonden. Indien een derde van deze parlementen vindt dat de ontwerphandeling niet in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel, moet de Commissie het voorstel herzien en besluiten of zij het voorstel handhaaft, wijzigt of intrekt,. Zij moet dit besluit motiveren.

Gemeenschappelijke ontwerptekst 

De tekst die wordt aangenomen door het bemiddelingscomité tijdens de bemiddelingsprocedure. De tekst wordt in het Parlement en de Raad in één lezing in stemming gebracht en er mogen geen amendementen op worden ingediend.

Gewijzigd voorstel (Commissievoorstel na eerste lezing in het Parlement) 

Tussen de eerste lezing in het Parlement en de eerste lezing in de Raad kan de Commissie haar voorstel wijzigen om hierin de amendementen van het Parlement op te nemen die naar haar mening het oorspronkelijke voorstel verbeteren en/of het bereiken van overeenstemming tussen het Parlement en de Raad vergemakkelijken.

Gewone meerderheid (in het Europees Parlement) 

Een voorstel dat bij gewone meerderheid wordt aangenomen is goedgekeurd indien het aantal ja-stemmen hoger ligt dan het aantal nee-stemmen.

Gewone wetgevingsprocedure 

In de gewone wetgevingsprocedure (vroeger medebeslissing) besluiten het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie gezamenlijk over Commissievoorstellen met betrekking tot een ruime waaier van onderwerpen (bv. economisch bestuur, immigratie, energie, vervoer, milieu en consumentenbescherming). De meeste EU-wetten worden nu volgens deze procedure vastgesteld.

Gezamenlijke commissievergaderingen 

Indien een kwestie die naar het Parlement wordt verwezen niet door een enkele commissie kan worden behandeld omdat zij duidelijk onder de bevoegdheid van verschillende commissies valt, stellen de respectieve rapporteurs een enkel ontwerpverslag op, waarover door de betrokken commissies gezamenlijk wordt gestemd onder covoorzitterschap van de commissievoorzitters.

Groenboek 

Groenboeken worden door de Europese Commissie gepubliceerd om het debat met belanghebbende partijen op Europees niveau te bevorderen. Groenboeken kunnen aanleiding geven tot voorstellen voor EU-acties die worden omschreven in Witboeken.

Hof van Justitie van de Europese Unie 

Het Hof van Justitie (EHvJ) interpreteert het EU-recht en zorgt ervoor dat het in alle lidstaten op eenvormige wijze wordt toegepast. Het Hof beslecht ook geschillen tussen EU-regeringen, individuele personen, ondernemingen of organisaties en EU-instellingen. Het Hof is een van de 7 EU-instellingen.

Hoorzitting 

Een parlementaire commissie kan een hoorzitting met deskundigen organiseren indien zij dit nuttig acht voor haar werkzaamheden. Hoorzittingen zijn gewoonlijk openbaar.

Initiatiefrecht 

Dankzij haar initiatiefrecht kan de Commissie voorstellen indienen, ofwel omdat de Verdragen hierin uitdrukkelijk voorzien, ofwel omdat de Commissie dit zelf nodig acht. Ook de Raad en het Europees Parlement kunnen de Commissie verzoeken om voorstellen uit te werken.

Initiatiefverslag 

Naast wetgevingsverslagen kunnen parlementaire commissies ook initiatiefverslagen opstellen over kwesties die tot hun bevoegdheidsterrein behoren. Deze verslagen kunnen bepaalde kwesties onder de aandacht brengen.

Lid van het Europees Parlement 

Leden van het Europees Parlement worden rechtstreeks verkozen voor een periode van vijf jaar. De 751 EP-leden vertegenwoordigen de EU-burgers.

Medebeslissing 

Term die vroeger werd gebruikt voor wat nu de gewone wetgevingsprocedure is. De term is in niet-officiële context nog steeds gangbaar.

Medeverantwoordelijke commissies 

Indien een vraagstuk dat door het Parlement moet worden behandeld bijna in gelijke mate onder de bevoegdheid van twee of meer commissies valt, of dat er verschillende gedeelten van het vraagstuk onder de bevoegdheid van twee of meer commissies vallen, wordt één commissie aangewezen als ten principale bevoegde commissie en de andere als medeverantwoordelijke commissie(s). De ten principale bevoegde en medeverantwoordelijke commissies werken volgens een in onderling overleg vastgesteld tijdschema, de rapporteurs en rapporteurs voor advies houden elkaar op de hoogte en trachten het onderling eens te worden over de aan hun commissies voor te stellen teksten en over hun standpunt ten aanzien van amendementen. Zij maken afspraken over hun respectieve bevoegdheidsgebieden.

Officiële taal 

Er zijn 24 officiële EU-talen: Bulgaars, Deens, Duits, Engels, Ests, Fins, Frans, Grieks, Hongaars, Iers, Italiaans, Kroatisch, Lets, Litouws, Maltees, Nederlands, Pools, Portugees, Roemeens, Sloveens, Slowaaks, Spaans, Tsjechisch en Zweeds. Alle EU-wetgeving wordt in alle officiële talen gepubliceerd.

Openbare raadpleging 

Bij openbare raadplegingen verzoekt de Europese Commissie verschillende belanghebbenden zoals overheden, nationale instanties, ondernemingen, (particuliere) organisaties, beroepsverenigingen of burgers om hun standpunten over geplande wetgeving kenbaar te maken. Dit gebeurt meestal in de vorm van een vragenlijst met open en gesloten vragen.

Oranje kaart 

Wanneer de Commissie een nieuw wetgevingsvoorstel indient, wordt dit aan de nationale parlementen toegezonden. Indien een meerderheid van deze parlementen vindt dat de ontwerphandeling niet in overeenstemming is met het subsidiariteitsbeginsel, moet de Commissie het voorstel opnieuw in overweging nemen. Indien zij het voorstel handhaaft, moet zij haar standpunt in een gemotiveerd advies uiteenzetten. Indien de Raad en het Parlement tijdens de eerste lezing tegen het voorstel stemmen, wordt de procedure stopgezet.

Parlementaire vragen 

Parlementaire vragen zijn vragen die door de leden van het Europees Parlement worden gesteld aan andere instellingen en organen van de Europese Unie. De ontvanger moet binnen een bepaalde termijn antwoorden. Met deze vragen kan rechtstreeks parlementaire controle worden uitgeoefend op andere instellingen en organen van de EU.

Plenaire vergadering 

Het Parlement komt 12 keer per jaar in plenaire vergadering bijeen in Straatsburg en houdt ook kortere plenaire vergaderingen in Brussel. In de plenaire vergadering komen alle 751 EP-leden bijeen om te debatteren en stemmen over EU-wetgeving en om een standpunt over politieke kwesties in te nemen.

Publicatieblad 

Het Publicatieblad van de Europese Unie (PB) omvat EU-wetgeving, informatie, mededelingen en voorbereidende wetgevingsteksten. Het wordt elke werkdag in alle officiële talen van de EU gepubliceerd. Alleen wetgevingshandelingen die in het PB zijn bekendgemaakt zijn bindend.

Raad van de Europese Unie 

De Raad van de Europese Unie, algemeen bekend als de Raad (vroeger Raad van ministers) vertegenwoordigt de regeringen van de EU-lidstaten. Samen met het Europees Parlement stelt de Raad wetgeving vast die door de Commissie is voorgesteld. De Raad is een van de 7 EU-instellingen.

Rapporteur 

Een Parlementslid dat door de bevoegde parlementaire commissie is aangewezen voor de behandeling van een wetgevingsvoorstel. De rapporteur stuurt de behandeling van het voorstel binnen het EP en stelt een verslag op.

Richtlijn 

Een richtlijn is een wetgevingshandeling die een doel stelt dat door alle lidstaten moet worden bereikt, maar de methode overlaat aan de lidstaten.

Schaduwrapporteur 

Een schaduwrapporteur is een Parlementslid dat een dossier of EP-verslag opvolgt voor een fractie die niet die van de rapporteur is.

Schriftelijke verklaring 

Een schriftelijke verklaring is een tekst van maximaal 200 woorden over een onderwerp dat binnen de werkterreinen van de Europese Unie valt, die wordt ingediend door een tot vijf Parlementsleden. Indien een meerderheid van de Parlementsleden de verklaring ondertekent, wordt deze toegezonden aan de instelling waartoe zij gericht is. Parlementsleden kunnen schriftelijke verklaringen gebruiken om het debat over een onderwerp waarvoor de EU bevoegd is (opnieuw) op gang te brengen.

Secretaris-generaal van de Raad 

Leidt het Secretariaat-generaal dat de Raad en de Europese Raad bijstaat. Samen met de voorzitter van de Raad ondertekent hij alle wetgevingshandelingen die door het Parlement en de Raad gezamenlijk zijn vastgesteld.

Secretaris-generaal van het Europees Parlement 

De hoogste ambtenaar en het administratieve hoofd van het Parlement. Hij zorgt ervoor dat de parlementaire werkzaamheden onder leiding van de Voorzitter en het Bureau soepel verlopen. Samen met de Voorzitter verifieert en ondertekent hij alle wetgevingshandelingen die door het Parlement en de Raad gezamenlijk zijn vastgesteld.

Subsidiariteit 

Op grond van het subsidiariteitsbeginsel treedt de EU niet op (met uitzondering van gebieden die tot de exclusieve bevoegdheid van de Unie behoren) tenzij maatregelen op het niveau van de Unie doeltreffender zijn dan maatregelen op nationaal, regionaal of lokaal niveau. Er is permanent toezicht om na te gaan of optreden op het niveau van de Unie gerechtvaardigd is.

Trialoog 

Informele bijeenkomsten tussen het Europees Parlement, de Raad en de Commissie. Doel van de trialoog is een compromis te bereiken (over een pakket amendementen of over de formulering van wetgevingshandelingen) dat aanvaardbaar is voor de Raad en het Parlement.

Unanimiteit (in de Raad) 

Unanimiteit betekent dat alle lidstaten in de Raad het over een voorstel eens moeten zijn alvorens dit kan worden goedgekeurd. Sinds het Verdrag van Lissabon is unanimiteit slechts vereist op een beperkt aantal beleidsterreinen, die als gevoelig worden beschouwd.

Verdrag betreffende de Europese Unie 

Het Verdrag van Maastricht, dat in werking is sinds 1993, werd door het Verdrag van Lissabon gewijzigd en hernoemd tot het Verdrag betreffende de Europese Unie. Het vestigt de rechtspersoonlijkheid van de EU en omschrijft haar waarden, doelstellingen, instellingen en bevoegdheden. Het is een van de twee hoofdverdragen waarop de EU momenteel berust.

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie 

Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) gaat terug op het Verdrag van Rome van 1958, maar werd sindsdien ingrijpend gewijzigd. Het bevat de organisatorische en functionele details van de EU. Het is een van de twee hoofdverdragen waarop de EU momenteel berust.

Verdrag van Amsterdam 

Het Verdrag van Amsterdam trad in werking op 1 mei 1999. Doel van dit verdrag was de EU-instellingen te hervormen met het oog op de toetreding van toekomstige lidstaten. De bepalingen van het EU- en het EEG-Verdrag werden erin gewijzigd, vernummerd en geconsolideerd en het gebruik van de medebeslissingsprocedure werd uitgebreid.

Verdrag van Lissabon 

Het Verdrag van Lissabon trad in werking op 1 december 2009. Het omvat het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Het Verdrag van Lissabon betekende: meer bevoegdheden voor het EP, gewijzigde stemprocedures in de Raad, invoering van het burgerinitiatief, een permanente voorzitter van de Europese Raad, een nieuwe hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en een nieuwe diplomatieke dienst van de Unie. Het verdrag verduidelijkte ook welke bevoegdheden aan de EU en aan de lidstaten toekomen, en welke worden gedeeld. De medebeslissingsprocedure werd voortaan de gewone wetgevingsprocedure, die op een toenemend aantal gebieden van toepassing is.

Verdrag van Maastricht 

Het Verdrag van Maastricht, of het Verdrag betreffende de Europese Unie, trad op 1 november 1993 in werking. De Europese Gemeenschappen werden de Europese Unie, de medebeslissingsprocedure werd ingevoerd, alsook de samenwerking tussen EU-regeringen inzake defensie en justitie en binnenlandse zaken. Het verdrag effende de weg voor de economische en monetaire unie en omvatte ook elementen van een politieke unie (burgerschap, gemeenschappelijk buitenlands en binnenlands beleid).

Verdrag van Nice 

Het Verdrag van Nice trad op 1 februari 2003 in werking. Doel van het verdrag was de instellingen te hervormen zodat de EU doeltreffend zou kunnen functioneren met 25 lidstaten. Het omvatte methoden om de samenstelling van de Commissie te wijzigen en de stemprocedure in de Raad te hertekenen.

Verdragen 

Een verdrag is een bindende overeenkomst tussen EU-lidstaten. Het bevat de doelstellingen van de EU en voorschriften voor de EU-instellingen, de besluitvorming en de betrekkingen tussen de Unie en haar lidstaten.

Verordening 

Een verordening is een rechtstreeks toepasbare EU-wetshandeling die bindend is voor alle lidstaten. Nationale regeringen hoeven voor de uitvoering van EU-verordeningen geen extra stappen te ondernemen.

Verslag 

Indien een Commissievoorstel wordt verwezen naar een parlementaire commissie, stelt deze een rapporteur aan die een verslag opstelt, dat meestal amendementen op het voorstel, korte motiveringen en een toelichting omvat, alsook een financieel memorandum dat de financiële impact van een voorstel en de compatibiliteit ervan met de langetermijnvooruitzichten voor de begroting beoordeelt.

Verzoekschriften aan het Europees Parlement 

Alle EU-burgers, inwoners of ondernemingen, organisaties of verenigingen die in de EU gevestigd zijn, kunnen bij het Parlement een verzoekschrift indienen over alle onderwerpen die tot de werkterreinen van de EU behoren en die hen rechtstreeks aanbelangen. Deze verzoekschriften bieden het Europees Parlement de gelegenheid om de aandacht te vestigen op eventuele schendingen van de rechten van burgers door een lidstaat, lokale overheid of andere instelling.

Voorzitter van het Europees Parlement 

De Voorzitter van het Europees Parlement leidt de plenaire vergaderingen en de bijeenkomsten van de Conferentie van voorzitters en het Bureau (dat bestaat uit de ondervoorzitters van het EP). Hij vertegenwoordigt het Parlement binnen de EU en naar buiten toe.

Voorzitterschap van de Raad 

Het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie wordt telkens voor 6 maanden bij toerbeurt uitgeoefend door de lidstaten. Er zijn 10 Raadsformaties, telkens voorgezeten door de bevoegde minister van de lidstaat die het voorzitterschap bekleedt, met uitzondering van de Raad voor Buitenlandse Zaken, die permanent wordt voorgezeten door de hoge vertegenwoordiger voor het buitenlands en veiligheidsbeleid.

Werkgroep interinstitutionele betrekkingen 

Een orgaan van de Commissie dat bevoegd is voor de coördinatie van de politieke, wetgevende en administratieve betrekkingen met de andere instellingen, met name het Europees Parlement en de Raad. Zij telt leden uit de kabinetten van alle commissarissen die bevoegd zijn voor interinstitutionele zaken.

Witboek 

Witboeken van de Commissie zijn documenten waarin voorstellen worden geformuleerd voor maatregelen van de Unie op een specifiek gebied. In sommige gevallen volgen zij op een groenboek dat werd gepubliceerd om overleg op Europees niveau op gang te brengen. Wanneer een witboek door de Raad gunstig wordt onthaald, kan dit aanleiding geven tot een actieprogramma van de Unie op het betrokken gebied.

 
Downloaden in PDF-formaat   

Delen