Feiten over de Europese Unie

4.10.3.     Volksgezondheid

RECHTSGRONDSLAG EN DOELSTELLINGEN
In het Verdrag van Maastricht (VEU) wordt de volksgezondheid voor het eerst als officiële EU-bevoegdheid aangemerkt, zij het op basis van subsidiariteit. De desbetreffende bepalingen luiden als volgt: "De Gemeenschap draagt ertoe bij een hoog niveau van bescherming van de volksgezondheid te verzekeren door de samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen en, indien nodig, hun activiteiten te ondersteunen. Het optreden van de Gemeenschap is gericht op preventie van ziekten, met name ziekten die een ernstige bedreiging van de gezondheid vormen, met inbegrip van drugsverslaving, door bevordering van onderzoek naar de oorzaken en de overdracht daarvan, alsmede door het bevorderen van gezondheidsvoorlichting en gezondheidsonderwijs. De eisen inzake gezondheidsbescherming vormen een bestanddeel van het Gemeenschapsbeleid op andere gebieden."

Met het Verdrag van Amsterdam is weliswaar geen EU-beleid inzake volksgezondheid ingevoerd, maar het bevat wel een aantal stappen in deze richting. In artikel 152 (ex 129) is bepaald dat "bij de bepaling en de uitvoering van elk beleid en elk optreden van de Gemeenschap [...] een hoog niveau van bescherming van de menselijke gezondheid [wordt] verzekerd" en verder dat "in afwijking van artikel 37" (GLB) "maatregelen op veterinair en fytosanitair gebied" zullen worden genomen "die rechtstreeks gericht zijn op de bescherming van de volksgezondheid". Deze maatregelen, maatregelen die betrekking hebben op de kwaliteit van bloed en organen van menselijke oorsprong en stimuleringsmaatregelen die gericht zijn op de bescherming en de verbetering van de menselijke gezondheid zullen overeenkomstig het Verdrag van Amsterdam eveneens worden onderworpen aan stemming met gekwalificeerde meerderheid door de Raad.

Historisch gezien is het Europese beleid inzake volksgezondheid gebaseerd op de gezondheids- en veiligheidsbepalingen in het EGKS- en het Euratom-Verdrag en later op de beginselen van de interne markt, aangezien het vrije verkeer van personen en goederen een zekere coördinatie op het gebied van de volksgezondheid noodzakelijk maakte. In artikel 95 (ex artikel 100 A), dat oorspronkelijk werd toegevoegd bij de Europese Akte in 1987, is bepaald dat in voorstellen voor de harmonisatie van maatregelen ter verwezenlijking van de interne markt wordt uitgegaan van een hoog niveau van bescherming op het gebied van volksgezondheid en veiligheid.

RESULTATEN

1. Vóór het Verdrag van Maastricht
Ondanks het ontbreken van een duidelijke rechtsgrondslag werd er ook vóór het VEU op diverse terreinen volksgezondheidsbeleid ontwikkeld. Onder andere op de volgende gebieden:
- Geneesmiddelen. Sinds 1965 is er in de wetgeving gestreefd naar hogere normen voor medisch onderzoek en de farmaceutische industrie, harmonisatie van nationale procedures voor de afgifte van vergunningen voor geneesmiddelen en regels voor reclame, etikettering en distributie.
- Onderzoek. Al sinds 1978 worden er programma's uitgevoerd voor medisch onderzoek en onderzoek op het gebied van de volksgezondheid. Hierbij gaat het om thema's zoals gezondheidsproblemen die samenhangen met leeftijd, milieu en levensstijl, de gevaren van straling en de analyse van het menselijk genoom met speciale aandacht voor zeer ernstige ziekten.
- Wederzijdse bijstand bij rampen en met name bij ernstige ziekten.

De opkomst van o.a. drugsverslaving, kanker en AIDS als belangrijke gezondheidskwesties, in combinatie met het toenemende vrije verkeer van patiënten en medisch personeel in de EU, heeft ertoe geleid dat de volksgezondheid een steeds prominentere plaats op de agenda van de Gemeenschap heeft gekregen. De belangrijkste initiatieven op het gebied van de volksgezondheid zijn de programma's "Europa tegen kanker" uit 1987 en "Europa tegen AIDS" uit 1991. De Europese ministers van Volksgezondheid hebben voorts diverse belangrijke resoluties aangenomen over het beleid inzake volksgezondheid, gezondheid en milieu en controle en toezicht op overdraagbare ziekten.

2. Na het Verdrag van Maastricht
In november 1993 heeft de Commissie met een mededeling getiteld "Actiekader op het gebied van de volksgezondheid" gereageerd op de nieuwe gezondheidsbepalingen in het Verdrag van Maastricht. In deze mededeling worden acht gebieden voor actie genoemd:

a. Bevordering van de gezondheid, onderwijs en opleiding
Het programma voor communautaire actie (1996-2000) is gericht op de bevordering van een gezonde levenswijze, met name ten aanzien van voeding en het gebruik van alcohol, tabak, drugs, en geneesmiddelen.

b. Gezondheidsgegevens en -indicatoren, epidemiologische bewaking en controle op overdraagbare ziekten
Dit programma blijft ver achter bij hetgeen het Parlement noodzakelijk achtte, en het ziet hierin dan ook een verwatering van het Commissievoorstel. Het Parlement had zich met name uitgesproken voor een specifieke begroting en veel stringentere bepalingen voor een EU-programma in tegenstelling tot een programma van de lidstaten, met inbegrip van een centrum voor gegevensverzameling.

c. Kanker
Het huidige actieplan "Europa tegen kanker" borduurt voort op de resultaten van de twee voorgaande actieplannen ten aanzien van respectievelijk kankerpreventie, voorlichting en bewustmaking en systematische screening en vroegtijdige ontdekking. Nieuwe actieterreinen zijn epidemiologisch onderzoek om de gevolgen van kanker op de bevolking te meten, alsmede samenwerking bij wetenschappelijk onderzoek en verspreiding van resultaten. Gezien het sterke verband tussen kanker en levenswijze is een speciaal onderdeel van het actieplan gewijd aan alcohol, voedingsgewoonten en vooral roken, zowel actief als passief. Het programma loopt gelijk op met de bestaande EU-wetgeving voor tabak, die de volgende elementen omvat:
- een resolutie van de Raad over een rookverbod in openbare ruimten (1989);
- twee richtlijnen inzake de etikettering van tabaksproducten, met verplichte waarschuwingen en de vermelding van nicotine- en teergehalte, en inzake een verbod op het op de markt brengen van pruimtabaksoorten (1989, 1992);
- een richtlijn inzake het maximum teergehalte in sigaretten (1990).
In 1998 is het voorstel voor een richtlijn inzake een verbod op reclame voor tabaksproducten behalve in gespecialiseerde winkels eindelijk aanvaard door de Raad, diens gemeenschappelijke standpunt, alhoewel het vanuit het oogpunt van het Parlement niet perfect is, in april door de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbescherming is goedgekeurd.

d. Drugs
Drugsverslaving is het enige belangrijke gezondheidsprobleem dat expliciet in het VEU wordt genoemd. In de mededeling van de Commissie wordt drugsverslaving omschreven als een probleem met vele facetten, dat nauw samenhangt met sociale uitsluiting en werkloosheid. Het huidige actieplan ter voorkoming van drugsverslaving loopt van 1996 tot 2000. Op institutioneel niveau heeft de EU in 1990 het Europees Comité voor de drugsbestrijding (CELAD) opgezet, en in 1995 het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving dat is gevestigd in Lissabon. De EU heeft ook het VN-Verdrag inzake illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen ondertekend en ontwikkelt bovendien bilaterale contacten met drugs producerende landen zoals Columbia.

e. AIDS en andere overdraagbare ziekten
Het huidige programma (1996-2000) heeft betrekking op informatie, voorlichting en preventie ter bestrijding van AIDS en andere overdraagbare ziekten. Ook is de nadruk gelegd op gezamenlijk wetenschappelijk onderzoek, internationale samenwerking en gemeenschappelijk gebruik van gegevens. De Commissie heeft bovendien naar aanleiding van de onrust die is veroorzaakt door BSE voorgesteld een netwerk voor epidemiologische bewaking en controle op te zetten voor AIDS en andere overdraagbare ziekten, zoals de ziekte van Creutzfeldt-Jacob.
De laatste drie van de acht EU-programma's voor de volksgezondheid die als prioriteit waren aangemerkt, zouden oorspronkelijk in 1996 van start gaan, maar zijn naar aanleiding van de BSE-crisis en het gebrek aan middelen tot 1999 uitgesteld.

f. Opzettelijke en onopzettelijke ongelukken en verwondingen
Dit programma richt zich in het bijzonder op ongelukken in huis of in de vrije tijd, en tot de doelgroepen behoren kinderen, jongeren en ouderen. De activiteiten vullen de maatregelen aan die op andere terreinen worden genomen, zoals consumentenbescherming, verkeersveiligheid en het EHLASS-programma. Het Parlement heeft er in de eerste lezing op aangedrongen dat het programma inzake opzettelijke en onopzettelijke ongelukken en verwondingen wordt opgenomen in het EHLASS-programma en heeft in totaal 28 amendementen voorgesteld. Hiervan zijn er in april 1998 23 door de Commissie overgenomen.

g. Ziekten die samenhangen met milieuverontreiniging
Tal van bepalingen van het vijfde milieu-actieplan - over energie, vervoer en landbouw - zullen aanzienlijke indirecte gevolgen hebben voor de volksgezondheid. Centraal in het programma terzake staan de verbetering van het gegevensmateriaal en het inzicht in risico's, evenals specifieke acties voor aandoeningen van de luchtwegen en allergieën.

h. Zeldzame ziekten
Dit programma heeft betrekking op ziekten die bij minder dan 5 op de 10.000 EU-burgers voorkomen. Er wordt gepland een EU-gegevensbank op te richten en de uitwisseling van informatie te bevorderen ten einde de mogelijkheden voor vroegtijdige opsporing te verbeteren, eventuele "clusters" te ontdekken en de oprichting van steungroepen aan te moedigen.

3. Actuele kwesties op het gebied van volksgezondheid

a. Opzet van het beleid
Hoewel de mededeling van de Commissie in brede kring is toegejuicht als de erkenning van het belang van een Europees volksgezondheidsbeleid, werd de benadering van het beleidsterrein op basis van afzonderlijke ziekten in het algemeen te beperkt geacht. Er is dan ook aangedrongen op een meer horizontale, interdisciplinaire benadering. De Commissie heeft in een nieuwe mededeling (COM(98)230) aangegeven hoe het toekomstige EU-volksgezondheidsbeleid er zou kunnen uitzien. Na het jaar 2000 zullen drie nieuwe beleidslijnen de basis vormen voor het EU-beleid op dit terrein:
- betere uitwisseling van informatie: dit zou kunnen leiden tot een betere integratie van gezondheidsvereisten in andere beleidsterreinen;
- snelle reactie op nieuwe gezondheidsrisico's: hieronder vallen toezicht en controle op overdraagbare ziekten, fytosanitaire en veterinaire vraagstukken, zeldzame ziekten, milieurisico's, veiligheid van bloed en organen, risico's door medische en chemische stoffen;
- betere preventie van ziekten en bevordering van de gezondheid: hierbij wordt voortgeborduurd op de bestaande specifieke programma's voor bepaalde ziekten en ook aandacht besteed aan andere kwesties zoals de psychische gezondheid, voeding en alcoholverslaving.

b. Rechtsgrondslag en instellingen
De gevolgen van de BSE-crisis en de "voorwaardelijke motie van afkeuring" van het Europees Parlement over de aanpak van de Commissie hebben ertoe bijgedragen dat de volksgezondheid, evenals consumentenbescherming, een belangrijker punt op de politieke agenda is geworden. Het gevolg hiervan is dat een speciale groep van commissarissen zich heeft gebogen over kwesties op het gebied van de volksgezondheid en dat DG XXIV (omgedoopt in DG Consumenten- en gezondheidsbeschermingsbeleid) aanzienlijk is versterkt. De reeds aangekondigde hervormingen zullen bijdragen tot een grotere concentratie en betere coördinatie van het volksgezondheidsbeleid. Voorlopig blijft het directoraat volksgezondheid deel uitmaken van het directoraat-generaal werkgelegenheid, industriële betrekkingen en sociale zaken van de Commissie (DG V) - een gevolg van het feit dat het volksgezondheidsbeleid zich heeft ontwikkeld op basis van de bepalingen inzake gezondheid en veiligheid op het werk in de Verdragen van Parijs en Rome. Hoe de betrekkingen tussen DG V en DG XXIV eruit zullen zien moet nog worden bepaald, en de bevoegdheden zullen opnieuw worden omschreven wanneer de nieuwe portefeuilles van de Commissie worden verdeeld. Overeenkomstig het Verdrag van Amsterdam heeft het Parlement samen met de Raad een medebeslissingsrecht op het gebied van veterinaire en fytosanitaire vraagstukken (vroeger artikel 37 (43) van het GLB) die onderwerp zijn van rechtstreekse communautaire wetgeving.

ROL VAN HET EUROPEES PARLEMENT
Het Europees Parlement heeft voortdurend aangedrongen op een samenhangend beleid inzake de volksgezondheid. Het heeft zich actief ingezet voor een versterking en bevordering van het gezondheidsbeleid via adviezen en initiatiefverslagen over o.a.:
- bescherming tegen straling voor patiënten die een medische behandeling of een medisch onderzoek ondergaan;
- eerbied voor het leven en zorg voor terminale patiënten;
- een Europees handvest voor kinderen in ziekenhuizen;
- biotechnologisch onderzoek met inbegrip van orgaantransplantaties en draagmoederschap;
- veiligheid en zelfvoorziening in de Gemeenschap ten aanzien van de bloedvoorziening voor transfusie en andere medische doeleinden;
- hormonen en BSE;
- drugs;
- ioniserende straling;
- een Europese medische pas; hierbij gaat het om een medische pas met een microchip die wezenlijke medische gegevens bevat die door iedere arts moeten kunnen worden gelezen.

01/12/2000