Het gemeenschappelijk landbouwbeleid in cijfers

De tabellen hieronder tonen basisstatistieken met betrekking tot verschillende gebieden van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB), namelijk: de landbouw- en voedingsmiddelenindustrie in de lidstaten (tabel II), de integratie van milieuaspecten in het GLB (tabel III), de bosbouwsector (tabel IV), de financiering en uitgaven van het GLB (tabellen I en V) en de handel in landbouwproducten en voedingsmiddelen (tabel VI).

Tabel I: Het GLB in het meerjarig financieel kader 2014-2020 (EU-28) (exclusief aanpassingen)

Vastleggings­kredieten
(miljoen EUR in constante prijzen van 2011)
2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 Totaal
2014-2020
A. Totaal meerjarige vastleggings­kredieten
(EU-28)
134 318
(100 %)
135 328
(100 %)
136 050
(100 %)
137 100
(100 %)
137 866
(100 %)
139 078
(100 %)
140 242
(100 %)
959 988
(100 %)
Als percentage van het bni
(EU-28)
1,03 % 1,02 % 1,00 % 1,00 % 0,99 % 0,98 % 0,98 % 1,00 %
B. GLB — Eerste pijler (ELGF) 41 585
(30,9 %)
40 989 40 421 39 837 39 079 38 335 37 605
(26,8 %)
277 851
(28,9 %)
Waarvan: B.1. Rechtstreekse betalingen 39 715 (29,1 %) 39 139 38 580 38 007 37 265 36 566 35 881 (25,6 %) 265 153 (27,6 %)
Waarvan: B.2. Marktgerelateerde uitgaven 2 503 (1,8 %) 2 471 2 449 2 427 2 399 2 342 2 286 (1,6 %) 16 879 (1,7 %)
Waarvan: B.3. Bestemmings­ontvangsten -633 -621 -609 -597 -585 -574 -562 -4 181
C. GLB — Plattelands­ontwikkeling
(Elfpo)
12 865
(9,6 %)
12 613 12 366 12 124 11 887 11 654 11 426
(8,1 %)
84 936
(8,8 %)
D. TOTAAL GLB
(Eerste en tweede pijler) (B + C)
54 450
(40,5 %)
53 602 52 787 51 961 50 966 49 989 49 031
(34,9 %)
362 787
(37,8 %)
Kredieten als percentage van het bni
(EU-28)
0,41 % 0,40 % 0,38 % 0,38 % 0,36 % 0,35 % 0,34 % 0,37 %

Bron: Europese Commissie (gebaseerd op Verordening (EU, Euratom) nr. 1311/2013 van de Raad van 2 december 2013 (PB L 347 van 20.12.2013, blz. 884), en op het in juni 2013 bereikte politiek akkoord tussen het Parlement, de Raad en de Commissie (stemming in het Parlement op 20 november 2013 — Resolutie P7_TA(2013)0455)).

Opmerking: Technische aanpassingen van de oorspronkelijke bedragen zijn niet opgenomen: zie COM(2017) 0220 van 24.5.2017 voor de technische aanpassing van het MFK voor 2018.

Tabel II: Basiscijfers over landbouw en de voedingsmiddelenindustrie (EU-28)

  Opper­vlakte cultuur­grond (OCG)
(1 000 ha)
Aantal bedrij­ven
(1 000 bedrij­ven)
OCG per be­drijf
(ha)
Werkgele­genheid in de landbouw
(1 000 personen)
Totale land­bouw­produc­tie
(miljoen EUR)
Aandeel primaire sector in bruto toege­voegde waarde/bbp
(%)
Factor inkomen per arbeids­jaar­eenheid
(EUR/ AJE)
Werkgelegenheid in de voedings­middelen­industrie
(1 000 personen)
Aandeel voe­dingsmidde­lenindustrie in bruto toegevoegde waarde
(%)
  2017 2016 2016 2017 2016 2016 2017 2016 2012
BE 1 329 36,8 36,7 51,4 7 990 0,7 33 617 119,7 2,0
BG 5 030 202,7 22,0 186,6 4 004 4,71 8 965 109,0 3,8
CZ 3 521 26,5 130,2 113,3 4 918 2,5 19 840 130,5 2,4
DK 2 631 35,0 74,6 56,7 9 733 1,1 43 461 60,3 1,4
DE 16 687 276,1 60,5 490,3 52 940 0,6 33 443 913,2 (2011) 1,7
EE 1 002 16,7 59,6 17,1 750 2,6 13 353 14,0 2,0
EL 5 151 684,90 6,6 437,8 10 398 4,0 15 070 128,5 (2011) 3,2
ES 23 841 945,0 24,6 749,7 46 807 2,8 32 459 482,4 (2011) 2,7
FR 29 101 456,5 60,9 646,1 70 350 1,6 32 272 648,8 1,9
IE 4 470 137,6 35,5 104,3 7 420 1,0 22 783 56,6 4,7
IT 12 843 1 145,7 11,0 797,8 53 407 2,1 19 579 493,7 1,9
CY 123 34,9 3,2 8,7 686 2,1 16 459 9,5 2,0
HR 1 497 134,5 11,6 92,2 2 184 4,1 5 961 62,8
LV 1 932 69,9 27,6 45,7 1 316 3,9 6 269 27,9 (2010) 2,4
LT 2 935 150,3 19,5 90,9 2 835 3,3 6 413 38,7 4,6
LU 131 1,9 66,3 3,1 413 0,3 23 082 1,3 0,7
HU 5 352 430,0 10,9 197,3 8 309 4,4 8 715 141,5 2,2
MT 11 9,2 1,2 1,5 126 1,4 9 913 4,6 1,7
NL 1 790 55,7 32,3 171,1 27 020 1,8 54 576 141,0 2,8
AT 2 656 132,5 20,1 157,2 6 810 1,2 19 628 82,9 1,9
PL 14 498 1 410,7 10,2 1 574,2 22 411 2,7 6 965 542,1 (2011) 2,9
PT 3 603 259,0 14,1 278,6 6 941 2,2 10 902 103,4 (2011) 2,2
RO 13 378 3 422,0 3,7 1 925,2 15 444 4,3 4 380 216,1 (2011) 6,1
SI 481 69,9 7,0 49,4 1 211 2,2 5 072 17,0 1,5
SK 1 911 25,7 73,6 48,5 2 391 3,7 19 212 54,4 1,7
FI 2 272 49,7 44,9 70,8 4 314 2,7 19 736 36,8 1,6
SE 3 011 62,9 47,9 60,8 5 959 1,3 27 785 46,3 1,3
UK 17 360 185,1 90,1 329,4 27 925 0,6 36 365 416,2 (2011) 1,6
EU-28 178 548 10 467,7 16,6 8 756,0 405 008 1,5 17 304 5 116,6 2,0 (EU-27)

Bronnen: Eurostat, "Agriculture, forestry and fishery statistics", editie 2017; Europese Commissie, "CAP Context Indicators 2014-2020, 2018 update".

Tabel III: Basisindicatoren landbouw/milieu (EU-28)

  Aandeel van als Natura 2000-gebied aange­merkte OCG
(%)
Gebieden aangemerkt als kwetsbaar voor nitraten
(%)
Landbouw­intensiteit (EUR per ha OCG in constante input­prijzen) Aandeel van voor biolo­gische land­bouw gebruikte OCG
(%)
Aandeel landbouw in productie van hernieuwbare energie
(%)
Aandeel bosbouw in productie van her­nieuwbare energie
(%)
Broeikasgas­emissies uit voor landbouw bestemde gronden
(1 000 ton CO2-equivalent) en aandeel van het totaal (%)
  2016 2012 2016 2017 2016 2016 2016
BE 7,2 76,2 1 322 6,3 27,2 42,1 10 582 (8,8 %)
BG 22,4 34,6 201 2,7 2,3 58,3 5 603 (10,4 %)
CZ 6,6 41,6 303 14,1 17,9 69,4 7 604 (6,0 %)
DK 4,7 100,0 803 8,6 3,0 45,5 14 773 (26,2 %)
DE 10,6 100,0 632 6,8 26,6 30,8 98 556 (10,8 %)
EE 5,7 7,2 113 19,6 0,0 95,6 1 948 (11,4 %)
EL 18,7 24,3 363 8,0 5,4 31,7 6 324 (6,7 %)
ES 16,8 16,2 280 8,7 6,8 30,0 30 774 (10,5 %)
FR 8,3 45,5 454 6,0 9,9 46,4 82 927 (18,8 %)
IE 3,7 100,0 344 1,7 3,2 23,3 25 793 (38,1 %)
IT 10,8 12,6 509 14,9 8,7 30,4 25 839 (6,2 %)
CY 6,1 5,3 972 4,6 9,4 7,4 206 (2,3 %)
HR 25,7 n.v.t. 339 6,5 1,9 67,1 2 955 (15,3 %)
LV 6,6 12,8 139 13,9 5,9 85,2 5 958 (56,1 %)
LT 4,6 100,0 128 8,0 7,3 80,1 6 344 (51,6 %)
LU 21,1 100,0 458 4,2 14,1 50,6 740 (7,7 %)
HU 14,7 56,2 232 3,7 13,5 75,1 6 587 (11,2 %)
MT 7,9 100,0 4 581 0,4 7,8 0,0 66 (3,1 %)
NL 4,3 100,0 2 213 3,1 35,0 29,0 26 110 (12,8 %)
AT 11,5 100,0 395 23,4 7,0 48,1 7 589 (9,8 %)
PL 11,5 4,5 244 3,4 10,3 71,1 28 785 (7,6 %)
PT 18,1 3,7 271 7,0 4,3 44,7 7 392 (11,3 %)
RO 12,7 57,8 194 1,9 2,7 58,7 16 098 (17,8 %)
SI 23,2 100,0 280 9,6 2,2 55,1 1 673 (12,8 %)
SK 16,0 29,8 161 9,9 18,5 52,1 1 267 (3,6 %)
FI 1,2 100,0 403 11,4 4,3 79,0 14 105 (42,6 %)
SE 4,1 19,8 343 19,2 1,2 54,1 10 438 (95,8 %)
UK 2,5 43,6 336 2,9 9,8 30,9 43 060 (8,9 %)
EU-28 11,0 45,3 (EU-27) 396,6 7,0 11,7 44,7 490 098 (11,9 %)

Bron: Europese Commissie, "CAP Context Indicators 2014-2020, 2018 update".

Tabel IV: Basisgegevens met betrekking tot bossen in de EU

Lidstaat
EU-28
Bossen[1]
(1 000 ha, 2015)
Andere beboste gronden[2]
(1 000 ha, 2015)
Overige gronden
(1 000 ha, 2015)
Bosbezit: % openbare bossen
(2015)
Bossen en andere beboste gronden per inwoner
(ha, 2015)
Totaalvolume aan verwijderd rondhout
(1 000 m³, 2010)
Oostenrijk 3 869 153 4 221,5 25,8 0,47 17 550
België 683,4 35,7 2 308,7 46,5 0,06
Bulgarije 3 823 22 7 011 87,9 0,53 6 372
Kroatië 1 922 569 3 105 71,7 0,59 5 178
Cyprus 172,7 213,5 538 68,8 0,34 11
Tsjechië 2 667,4 5 054,2 76,6 0,25 16 183
Denemarken 612,2 45,5 3 585,3 23,7 0,12 3 180
Estland 2 232 223,6 2 067,2 41,3 1,85 7 736
Finland 22 218 801 7 370 30,4 4,23 59 411
Frankrijk 16 989 590 37 187 24,7 0,27 51 005
Duitsland 11 419 23 442 52 0,14 55 613
Griekenland 3 903 2 636 6 351 77,5 0,59 1 217
Hongarije 2 069,1 121,3 7 113,2 57,6 0,22
Ierland 754 47,2 6 087,8 53,2 0,17 2 908
Italië 9 297 1 813 18 304 33,6 0,19
Letland 3 356 112 2 750 52,3 1,72 12 294
Litouwen 2 180 104 3 983,5 61,4 0,77 6 414
Luxemburg 86,8 1,4 170,9 47,1 0,16 381
Malta 0,3 31,7
Nederland 376 2 999 48,5 0,02 1 173
Polen 9 435 21 187 81,9 0,24 41 375
Portugal 3 182,1 1 725,1 4 118,3 3 0,47 11 533
Roemenië 6 861 90 16 051 67 0,35 15 315
Slowakije 1 940 2 870 50,2 0,36 8 995
Slovenië 1 248 23 743 25,3 0,62 5 054
Spanje 18 417,9 9 208,8 22 253,3 29,2 0,59 16 719
Zweden 28 073 2 432 10 528 24,3 3,18 74 300
Verenigd Koninkrijk 3 144 20 21 029 28,4 0,05 10 550
EU-28 161 082 20 836 242 461 39,7 0,36 446 819

Bron: Eurostat

Tabel V: GLB-uitgaven per lidstaat

  1. Uitsplitsing naar lidstaat
Rechtstreekse steun/markten en andere maatregelen 2017 – Plattelandsontwikkeling 2017
(miljoen EUR)
2. Percentage bedrijven dat rechtstreekse steun van het ELGF geniet
(2016)
Lidstaat
 
a. Recht­streekse steun EU-28
(Eerste pijler — ELGF)
b. Totaal
eerste pijler — ELGF EU-28
(incl. (a.))
c. Totaal Elfpo
EU-27 (tweede pijler)
(b+c) % van het EU-totaal d. Steun ≤ 5 000 EUR e. Steun ≤ 20 000 EUR f. Steun ≥ 50 000 EUR
BE 508,6 592,8 371,1 1,1 33,62 73,00 4,38
BG 774,1 811,6 194,5 1,8 70,00 91,20 4,26
HR 198,9 209,3 150,2 0,6 93,19 99,22 0,17
CZ 837,5 865,3 259,3 2,0 58,96 81,26 10,24
DK 844,3 865,5 99,9 1,7 47,81 72,72 12,82
DE 4 846,6 5 048,3 951,0 10,8 44,06 80,43 4,41
EE 113,9 124,4 99,4 0,4 81,21 92,97 2,69
EL 2 021,5 2 111,6 708,0 5,1 83,05 98,21 0,15
ES 5 063,9 5 619,7 702,7 11,4 74,05 92,29 1,68
FR 7 365,4 8 005,5 1 753,8 17,5 29,31 59,49 8,95
IE 1 208,3 1 232,2 254,6 2,7 44,27 88,65 1,35
IT 3 795,0 4 444,3 790,3 9,4 82,85 95,90 1,19
CY 49,7 57,0 14,6 0,1 94,48 98,94 0,18
LV 203,8 218,7 162,5 0,7 90,47 97,48 0,77
LT 437,2 449,9 254,0 1,3 87,89 97,73 0,51
LU 33,3 34,6 8,8 0,1 27,58 61,19 5,25
HU 1 257,6 1 312,4 196,6 2,7 79,14 93,26 2,46
MT 5,0 5,7 2,1 0,0 96,89 99,20 0,08
NL 734,7 822,0 57,6 1,6 32,48 71,52 4,04
AT 692,6 721,8 478,4 2,1 60,00 94,87 0,37
PL 3 354,8 3 482,8 573,6 7,3 88,52 99,06 0,23
PT 654,9 770,2 524,2 2,3 87,57 96,38 1,27
RO 1 690,7 1 828,4 1 569,2 6,1 95,78 98,77 0,47
SI 135,8 144,5 80,2 0,4 89,81 99,14 0,10
SK 432,1 443,8 167,9 1,1 75,36 86,62 8,50
FI 523,4 537,8 319,2 1,5 47,90 87,56 1,99
SE 685,7 707,1 104,3 1,5 60,06 84,08 4,60
UK 3 082,0 3 172,4 537,8 6,7 32,51 69,30 9,88
EU-28 41 551,2 44 639,4 11 051,8 100,0 76,80 92,73 1,81

Bronnen: Kolommen a) en b): Europese Commissie, Elfde financieel verslag over het Europees Landbouwgarantiefonds — ELGF 2017. In kolom b) zijn rechtstreeks door de Commissie gedane uitgaven niet inbegrepen (63,9 miljoen EUR in 2016).

Kolom c): Europese Commissie, Elfde financieel verslag over het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling — Elfpo 2017, totaal betalingen per lidstaat, tabel 10a (periode 2007-2013) en tabel 10b (periode 2014-2020).

Kolommen d), e) en f): Europese Commissie, "Indicative Figures on the Distribution of Aid, by size-class of aid, received in the context of direct aid paid to the producers in accordance with Council Regulation (EC) No 1307/2013 — Financial Year 2016".

Tabel VI: Handel in landbouwproducten en voedingsmiddelen in de EU-28 aan de hand van geselecteerde landen (2017)

HANDEL BUITEN DE EU-28 A. Invoer
(miljoen EUR)
% van rij 2 B. Uitvoer
(miljoen EUR)
% van rij 2 Saldo
(B-A)
1. Alle handel 1 855 907 1 878 779 22 872
2. Handel in landbouwproducten en voedingsmiddelen 117 466 100 138 059 100 20 593
% handel in landbouwproducten en voedingsmiddelen (2/1) 6,3 % 7,4 % 90,0 %
Grondstoffen / basisproducten 81 526 69,4 % 47 588 34,4 % -33 938
Verwerkte producten (incl. wijn) 12 816 10,9 % 26 754 19,4 % 13 938
Voedselbereidingen en dranken 10 577 9,0 % 48 458 35,1 % 37 881
Niet-eetbare producten 12 547 10,7 % 15 260 11,1 % 2 713
LAND          
Argentinië 5 688 4,8 % 285 0,2 % -5 403
Brazilië 11 812 10,1 % 1 691 1,2 % -10 121
China 5 407 4,6 % 11 978 8,7 % 6 571
India 3 432 2,9 % 883 0,6 % -2 590
Indonesië 5 297 4,5 % 773 0,6 % -4 524
Japan 329 0,3 % 6 421 4,7 % 6 092
Rusland 1 285 1,1 % 6 517 4,7 % 5 232
Zwitserland 4 659 4,0 % 8 213 6,0 % 3 544
Turkije 4 493 3,8 % 3 677 2,7 % -816
Oekraïne 5 499 3,6 % 1 815 1,2 % -3 684
Verenigde Staten van Amerika 10 997 9,4 % 21 958 15,9 % 10 961
GESELECTEERDE LANDEN 56 151 50,1 % 64 211 46,5 % -5 313

Bron: Europese Commissie (DG AGRI), "Agri-Food Trade Statistical Factsheet. EU – Extra EU-28", maart 2018; "Monitoring EU Agri-Food Trade: Development until December 2016"; Handelsstatistieken 2017 — DG AGRI (beeldbestanden handel per land — belangrijkste EU-partners).

 

[1]"Bos": stuk grond van meer dan 0,5 ha met bomen die hoger zijn dan vijf meter en een kroonbedekking van meer dan tien procent hebben, of bomen die deze drempels op de groeiplaats kunnen bereiken.
[2]"Andere beboste gronden": gronden niet aangemerkt als "bos" van meer dan 0,5 ha met bomen die hoger zijn dan vijf meter en een kroonbedekking van vijf à tien procent hebben, of bomen die deze drempels op de groeiplaats kunnen bereiken; of met een gecombineerde bedekking van ondergroei, struiken en bomen van meer dan tien procent.

Albert Massot