Structurele steun aan de visserij

Het Europese visserijbeleid, dat aanvankelijk door het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV) werd gefinancierd, werd voor de periode 2007-2013 gefinancierd door het Europees Visserijfonds (EVF) en wordt momenteel gefinancierd door het nieuwe Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV), dat voor de periode 2014-2020 een begroting van 6,4 miljard EUR heeft. Het EFMZV ondersteunt vissers bij de overgang naar duurzame visserij, ondersteunt kustgemeenschappen bij het diversifiëren van hun economieën en financiert projecten om nieuwe banen te scheppen en de levensstandaard aan de Europese kusten te verbeteren.

Rechtsgrond

Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds, het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij en algemene bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds, het Cohesiefonds en het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1083/2006 van de Raad.

Verordening (EU) nr. 508/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij.

Doelstellingen

Het hoofddoel van het structuurbeleid voor de visserij is om de financiële middelen te verschaffen voor de tenuitvoerlegging van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) en de duurzame ontwikkeling van visserij-activiteiten en gebieden voor aquacultuur. Het helpt vissers te voldoen aan nieuwe eisen, bijvoorbeeld met betrekking tot het teruggooiverbod, nieuwe veiligheidsmaatregelen en veranderingen in de werkomstandigheden, gegevensverzameling en haveninfrastructuur.

Resultaten

A. Achtergrondinformatie

Het structuurbeleid voor de visserij dateert uit 1970, toen werd besloten om bij de afdeling Oriëntatie van het Europees Oriëntatie- en Garantiefonds voor de Landbouw (EOGFL) een aanvraag in te dienen voor het ondersteunen van de opbouw en modernisering van de visserijsector alsook van de afzet en verwerking van de voortbrengselen ervan.

In 1992 besloot de Europese Raad van Edinburgh het structuurbeleid voor de visserij op te nemen in de Structuurfondsen, met een eigen doelstelling – "Doelstelling 5a" (aanpassing van de visserijstructuren) – en een autonoom financieel instrument – het Financieringsinstrument voor de Oriëntatie van de Visserij (FIOV). Zo werd voor de periode 1994-1999 het communautair initiatief inzake de herstructurering van de visserij (PESCA) ingevoerd, voor financiële steunverlening aan van de visserij afhankelijke gebieden, samen met begeleidende maatregelen, zoals vervroegde uittreding, premies voor jonge vissers enz.

In het kader van Agenda 2000 kwamen er nieuwe richtlijnen. Zo werden van de visserij afhankelijke gebieden die met structurele problemen te kampen hebben, opgenomen in het toepassingsgebied van de nieuwe "Doelstelling 2" van de Structuurfondsen en werd het PESCA-initiatief in 2000 niet verlengd. Bij Verordening (EG) nr. 1263/1999 van de Raad werd het nieuwe interventiekader van het FIOV voor de periode 2000-2006 vastgesteld, met als doelstelling een duurzaam evenwicht te bereiken tussen de visbestanden en de exploitatie ervan.

B. Het Europees Visserijfonds (EVF)

1. Als onderdeel van de hervorming van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) kwam het EVF voor de periode 2007-2013 in de plaats van het FIOV. Het EVF had vijf prioriteiten:

  • het ondersteunen van de hoofddoelen van het GVB, door de duurzame exploitatie van de visbestanden en een stabiel evenwicht tussen deze bestanden en de vangstcapaciteit van de communautaire vissersvloot te garanderen;
  • het vergroten van het concurrentievermogen en van de economische levensvatbaarheid van ondernemingen in de sector;
  • het bevorderen van milieuvriendelijke vangst- en productiemethoden;
  • het verschaffen van adequate ondersteuning aan degenen die in de sector werkzaam zijn;
  • het bevorderen van economische diversificatie in gebieden die afhankelijk zijn van de visserij.

Voor de periode 2007-2013 bedroeg de begroting van het EVF in totaal 3 849 miljoen EUR. Daarvan was 2 908 miljoen EUR geoormerkt voor de convergentiegebieden en 941 miljoen EUR voor de niet-convergentiegebieden.

2. Soorten maatregelen:

  • maatregelen voor de aanpassing van de communautaire vissersvloot (steun voor het permanent of tijdelijk uit de vaart nemen van vissersvaartuigen en voor opleiding, omscholing of vervroegde uittreding);
  • aquacultuur, verwerking en verkoop: bevordering van de aankoop en het gebruik van vistuig en vangsttechnieken met minder schadelijke gevolgen voor het milieu, vooral door kleine en micro-ondernemingen;
  • maatregelen van gemeenschappelijk belang: projecten die bijdroegen aan duurzame ontwikkeling, de instandhouding van de visbestanden of de versterking van de vismarkten, en projecten die de vorming van partnerschappen tussen wetenschappers en partijen in de visserijsector bevorderden, kwamen in aanmerking voor steun;
  • de duurzame ontwikkeling van kustvisserijgebieden: steun voor maatregelen en initiatieven gericht op diversificatie en versterking van de economische ontwikkeling in gebieden die onder de afname van visserijactiviteiten te lijden hadden;
  • technische bijstand: maatregelen op het gebied van voorbereiding, voortgangsbewaking, administratieve en technische ondersteuning, evaluatie, auditing en controle die noodzakelijk waren voor de tenuitvoerlegging van de voorgestelde verordening.

De verantwoordelijkheid voor de verdeling van de financiële middelen over deze vijf prioritaire terreinen lag bij de lidstaten.

Het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij (EFMZV)

Om gevolg te geven aan de overeenkomst van het Parlement en de Raad over het nieuwe en grondig herziene GVB is het EFMZV, zoals door de Commissie voorgesteld en door het Parlement in eerste instantie gewijzigd in 2013, verder gewijzigd en heeft het zijn uiteindelijke vorm gekregen in een overeenkomst met de Raad.

Het Europees Fonds voor Maritieme Zaken en Visserij is een van de vijf Europese structuur- en investeringsfondsen (ESI-fondsen) voor de periode 2014-2020. Het fonds valt onder rubriek 2: Duurzame groei en natuurlijke hulpbronnen. Het vormt het belangrijkste instrument voor het ondersteunen van het gemeenschappelijk visserijbeleid van de EU. Een klein deel van het EFMZV is bestemd voor steun aan een geïntegreerd maritiem beleid (IMP). Het GVB biedt voornamelijk steun aan duurzame visserij, duurzame aquacultuur, controle en handhaving, het verzamelen van gegevens en de "blauwe economie". Het EFMZV biedt eveneens steun aan EU-brede doelstellingen op het gebied van de zee en kustgebieden, zoals internationale governance, kennis van de zee en mariene ruimtelijke ordening. Het in totaal aan het EFMZV toegekende bedrag voor de periode 2014-2020 beloopt 6 400 miljard EUR. De ESI-fondsen werken op basis van gemeenschappelijke regels en bepalingen (zie Verordening (EU) nr. 1303/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013), aan de hand waarvan hun coördinatie en uitvoering worden verbeterd en geharmoniseerd. Het EFMZV wordt ingezet voor de medefinanciering van projecten, tezamen met nationale middelen: elke lidstaat krijgt, afhankelijk van de omvang van zijn visserijsector (werkgelegenheid en productieniveau, omvang van de visserijvloot enz.), een gedeelte van de totale begroting van het fonds toegewezen. Elke lidstaat stelt vervolgens een operationeel programma op waarin wordt beschreven hoe de fondsen zullen worden ingezet. Dit programma moet door de Commissie worden goedgekeurd. De nationale autoriteiten hebben een mandaat om de projecten uit te kiezen die financiering ontvangen en zijn met de Commissie gezamenlijk verantwoordelijk voor de uitvoering van het operationele programma.

Dit programma dient ter ondersteuning van de volgende vier belangrijke gebieden:

A. Ecologisch duurzame visserij in de EU

  • investeringen in selectiever vistuig om teruggooi uit te bannen en zodoende de gevolgen van de verplichting om alle vangsten aan te landen, zoals ingevoerd vanaf 2015 in het kader van de hervorming van het GVB, te beheersen;
  • naar aanleiding van een specifieke eis van het Parlement, prioritering van de vergaring en controle van gegevens door middel van een aanzienlijke verhoging van de in het kader van het EFMZV voor dit doel toegekende middelen;
  • invoering van maatregelen om de visbestanden in stand te houden, zoals biologische rustperiodes;
  • het bevriezen van de subsidies voor ondernemers die zich niet aan de GVB-regels houden.

B. Een concurrerende visserijsector in de EU

  • steun (in de vorm van een investering tot 75 000 EUR in vaartuigen van minder dan 12 meter) voor beginnende vissers onder de 40 met minstens vijf jaar professionele ervaring in de sector;
  • steun voor de diversificatie van de inkomsten van vissers door middel van nevenactiviteiten (bv. visserijtoerisme): met name heeft het Parlement de mogelijkheid tot omscholing om de visserij te verlaten, die oorspronkelijk door de Commissie was voorgesteld, verworpen;
  • investeringen aan boord die tot doel hebben vangsten beter te beheren en de kwaliteit ervan te verbeteren, alsook investeringen in haveninfrastructuren om aan de aanlandingsverplichting te voldoen;
  • steun voor innovatie, met inbegrip van de ontwikkeling van modernere en milieuvriendelijkere vaartuigen;
  • steun voor door producentenorganisaties opgestelde productie- en marketingplannen;
  • definitieve uittredingssteun voor het slopen van vaartuigen teneinde de capaciteit en de visserijinspanning van de vloot te beperken;
  • steun bij het vervangen van motoren om het vermogen en de CO2-uitstoot te verminderen (op voorwaarde dat het motorvermogen voor vaartuigen tussen 12 en 24 meter wordt verminderd).

C. Betere sociale omstandigheden

  • investeringen om de gezondheid, hygiëne en veiligheid aan boord te verbeteren;
  • beroepsopleiding voor vissers;
  • het opzetten van een wederzijds verzekeringsfonds om natuurrampen en ecologische of gezondheidsgerelateerde ongevallen te dekken (dat vissers dekt, en oesterkwekers dekt in geval van oesterziekten).

D. Blauwe groei (aquacultuur)

  • steun voor de intensivering van technologische ontwikkeling, innovatie en kennisoverdracht;
  • verbetering van het concurrentievermogen en de levensvatbaarheid van aquacultuurbedrijven, met name kleine en middelgrote ondernemingen;
  • initiatieven om de aquatische biodiversiteit te beschermen en herstellen en de ecosystemen die met aquacultuur samenhangen te versterken;
  • bevordering van een aquacultuur die wordt gekenmerkt door een hoog niveau van milieubescherming, diergezondheid, dierenwelzijn, volksgezondheid en veiligheid;
  • ontwikkeling van beroepsopleidingen, nieuwe beroepsvaardigheden en een leven lang leren. Om deze maatregelen uit te voeren, zijn slimme-specialisatiestrategieën (RIS3) relevant: met deze strategieën wordt een integrale benadering nagestreefd, waardoor nieuwe initiatieven en toepassingen kunnen ontstaan die kunnen worden ingezet bij alle economische activiteiten door middel van het bevorderen van innovatie, de oprichting van nieuwe bedrijven en bottom-up-benaderingen. Deze beginselen kunnen derhalve een belangrijke rol spelen bij het stimuleren van blauwe groei.

Begroting

De begroting van het EFMZV bedraagt voor de periode 2014-2020 6,4 miljard EUR. 89 % van het fonds wordt beheerd door de lidstaten en wordt gebruikt voor het terugdringen van de gevolgen van de visserij voor het mariene milieu, het aanbieden van meer marktinstrumenten voor consumenten en de beroepsgroep, het bevorderen van gezamenlijke verantwoordelijkheid voor beschermde gebieden en steun voor kleinschalige visserij. Van dit bedrag:

  • is 4 340 miljoen EUR bestemd voor de duurzame ontwikkeling van de visserij en aquacultuur, met inbegrip van maatregelen op het gebied van marketing en verwerking, technische bijstand, lokale ontwikkeling en steun voor visserijgebieden;
  • is 580 miljoen EUR bestemd voor controle- en handhavingsmaatregelen om toezicht te houden op de naleving van het GVB en eerlijke toegang tot gezonde visbestanden te garanderen. Hieronder vallen controle op de toegang tot visgronden, visserijinspanning, totaal toegestane vangsten/TAC's en quota's;
  • is 520 miljoen EUR bestemd voor de financiering van gegevensverzameling voor een beter langetermijnbeheer van visserijen (bijv. het begrijpen en monitoren van commerciële soorten en van de dynamiek van de bevissing van afzonderlijke bestanden en gemengde visserij, en ecologische modellering van regionale bekkens);
  • is 71 miljoen EUR bestemd voor maatregelen op het gebied van de blauwe economie, om met mariene middelen duurzame groei en werkgelegenheid te bewerkstelligen op gebieden als maritieme bewaking, betere kennis over de zeeën en ecosystemen en de verantwoordelijke exploitatie van nieuwe mariene rijkdommen (energie, biotechnologie enz.);
  • is 192,5 miljoen EUR bestemd voor de compensatie van ultraperifere regio's, die meestal vloten hebben die bestaan uit kleine vaartuigen. Het EFMZV houdt rekening met de specifieke beperkingen van de ultraperifere regio's en biedt deze regio's intensieve staatssteun en een specifieke compensatieregeling voor de extra kosten van hun visserij- en aquacultuurproducten.

De Commissie beheert de resterende 11 % rechtstreeks, ter ondersteuning van EU-brede projecten op het gebied van maritieme en kustaangelegenheden, met inbegrip van mariene ruimtelijke ordening, internationale governance en samenwerking, en de uitwisseling van informatie en beste werkwijzen.

Meerjarig financieel kader (MFK)

De structurele steun voor het GVB wordt geregeld door het MFK, waarin de maximale jaarlijkse bedragen zijn vastgelegd die de EU mag uitgeven op verschillende beleidsterreinen. Het kader biedt een schema voor financiële programmering en begrotingsdiscipline en zorgt er op deze manier voor dat de uitgaven van de EU voorspelbaar zijn en binnen de afgesproken limieten blijven, gedurende een periode die lang genoeg is om ervoor te zorgen dat het gemeenschappelijke beleid doeltreffend is. Het MFK 2014-2020 is in zes categorieën uitgaven onderverdeeld, die overeenkomen met verschillende activiteitengebieden. Een van deze gebieden is Duurzame groei en natuurlijke hulpbronnen, waar het GVB onder valt; voor dit gebied is een begroting van 420 miljard EUR voorzien. Op 2 mei 2018 publiceerde de Commissie haar voorstel voor het MFK 2021-2027, en op 12 juni 2018 publiceerde DG MARE zijn voorstel voor het EFMZV, met de volgende kernprioriteiten:

  • bevorderen van een duurzame visserij en van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee;
  • bijdragen tot de voedselzekerheid in de Europese Unie door duurzame en concurrerende aquacultuur en markten;
  • mogelijk maken van de groei van een duurzame blauwe economie en bevorderen van welvarende kustgemeenschappen;
  • versterken van de internationale oceaangovernance en tot stand brengen van veilige, beveiligde, schone en duurzaam beheerde zeeën en oceanen.

Rol van het Europees Parlement

Het Parlement stemt zowel over de begroting als over de kwijting daarvan. De medewetgevers stemmen over het EFMZV-voorstel volgens de gewone wetgevingsprocedures. Het Parlement onderwerpt de uitgaven die de EU via de ESI-fondsen doet door middel van de jaarlijkse kwijtingsprocedure voor de begroting aan een nauwkeurig onderzoek.

Op 6 juli 2016 debatteerde het Parlement over een initiatiefverslag over de voorbereiding van de post-electorale herziening van het MFK 2014-2020[1] en keurde het dit document goed. Het initiatiefverslag vorm de bijdrage van het Parlement aan het proces voorafgaand aan de presentatie van de tussentijdse herziening van het MFK door de Commissie. Op 11 november 2017 stemde de Commissie visserij over haar advies ten behoeve van het verslag van de Begrotingscommissie over het volgende MFK: voorbereiding van het standpunt van het Parlement ten aanzien van het MFK voor de periode na 2020.

Op 13 maart 2019 nam het Parlement een wetgevingsresolutie aan over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 508/2014 wat betreft bepaalde voorschriften met betrekking tot het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij, wegens de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie[2]. Deze EU-verordening is van toepassing op het lopende EFMV 2014-2020.

Op 4 april 2019 nam het Parlement een wetgevingsresolutie aan over het voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad inzake het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij voor de periode 2021-2027[3]. Dat fonds moet erop gericht zijn om financiering uit de begroting van de Unie aan te wenden voor de ondersteuning van het gemeenschappelijk visserijbeleid, het maritiem beleid van de Unie en de internationale verbintenissen van de Unie op het gebied van oceaangovernance.

 

[1]PB C 101 van 16.3.2018, blz. 64.

Carmen-Paz Martí