De Europese Unie en haar handelspartners  

In de loop der jaren is de EU een nieuwe weg ingeslagen en in plaats van zich toe te leggen op de arbeidsintensieve productie van goederen met een geringe waarde, specialiseert zij zich nu in hoogwaardige merkproducten. Met haar open economie is handel van essentieel belang voor de EU. Om de handelsbarrières uit de weg te ruimen en een gelijk speelveld voor haar bedrijven te creëren, onderhandelt de Unie momenteel over een aantal vrijhandelsakkoorden. De EU is ook een van de oprichters van en een belangrijke speler in de Wereldhandelsorganisatie (WTO).

Rechtsgrondslag  

Artikel 207 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), waarin is bepaald dat de gemeenschappelijke handelspolitiek een exclusieve bevoegdheid van de Europese Unie is.

De centrale positie van de EU  

De economie van de EU is met meer dan 20 % van het mondiale bruto binnenlands product (bbp) de grootste van de wereld. De EU heeft dankzij de omvang van haar bbp (14,8 biljoen EUR) en het open karakter van haar markt (export ten belope van 2 565 miljard EUR, en import ten belope van 2 398 miljard EUR) een centrale rol gespeeld bij het vormgeven van het mondiale handelssysteem, en dat vooral door haar steun aan de WTO. Openheid op economisch gebied heeft de EU veel goeds opgeleverd en dit zal in de toekomst niet anders zijn, aangezien meer dan 30 miljoen banen in de EU van de externe handel afhankelijk zijn en 90 % van de mondiale economische groei de komende 15 jaar naar verwachting buiten Europa zal worden gerealiseerd[1]. Nieuwe economische actoren en technologische doorbraken hebben tot grote veranderingen in de structuur en de modellen van de internationale handel geleid. Met name het wijdverbreide gebruik van informatietechnologieën heeft handel mogelijk gemaakt in goederen en diensten die voorheen niet konden worden verhandeld. De valutahandel heeft de afgelopen 20 jaar een enorme groei doorgemaakt en ongekende hoogten bereikt. De huidige wereldeconomie is zeer geïntegreerd en de traditionele handel in eindproducten heeft grotendeels plaatsgemaakt voor wereldwijde toeleveringsketens.

De effecten van de wereldwijde financiële crisis hebben een negatieve invloed gehad op de economische prestaties van de Unie. In een aantal opzichten heeft de economie van de EU in vergelijking met andere geïndustrialiseerde landen echter opmerkelijke veerkracht laten zien en het aandeel van de EU in het wereld-bbp is minder snel gedaald dan dat van Japan en de Verenigde Staten. Bovendien heeft de EU haar relatief sterke positie in de handel in goederen weten te behouden en tegelijkertijd haar leidende positie in de handel in diensten versterkt.

Rol van de Europese Commissie en het Europees Parlement  

Internationale handel was een van de eerste gebieden waarop de lidstaten besloten hun soevereiniteit te delen. In dit verband gaven de lidstaten de Commissie het mandaat zich namens hen met handelszaken bezig te houden, waaronder het onderhandelen over internationale handelsovereenkomsten. Met andere woorden, de EU treedt op als een eenheid en onderhandelt namens al haar lidstaten over zowel bilaterale als multilaterale handelsovereenkomsten. Zoals blijkt uit de zaken die de EU bij het stelsel voor geschillenbeslechting van de WTO aanhangig heeft gemaakt, is zij opmerkelijk goed in staat om bij internationale handelsgeschillen op te komen voor haar eigen belangen. De EU heeft de internationale handelsinstrumenten eveneens gebruikt om haar eigen waarden en beleid uit te dragen, en heeft ernaar gestreefd haar eigen regelgevingspraktijken in de rest van de wereld te bevorderen. De "bevordering van Europese waarden", waaronder de mensenrechten, duurzame ontwikkeling, goed bestuur en milieubescherming, is inderdaad een van de drie pijlers van de handelsstrategie van de EU, getiteld "Trade for All".

De EU is van oudsher voorstander van een open en eerlijk internationaal handelsstelsel. Ze heeft zich actief ingezet voor de integratie van alle landen in de wereldeconomie, onder meer door het geleidelijk elimineren van belemmeringen voor de internationale handel.

Het Verdrag van Lissabon heeft ook de rol van het Europees Parlement versterkt door het Parlement op het gebied van handel en investeringen medewetgever te maken, op gelijke voet met de Raad. Met het Verdrag heeft het Parlement tevens een actievere rol gekregen bij de onderhandelingen over en de ratificatie van internationale handelsovereenkomsten, aangezien de instemming van het Parlement nu verplicht is. Sommige aspecten van het handelsbeleid blijven echter de bevoegdheid van de lidstaten. Op 16 mei 2017 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ-EU) een advies gepubliceerd dat helderheid verschafte over de verdeling tussen de nationale en de EU-bevoegdheden.

Handelspolitiek en beleidslijnen  

In de mededeling van de Commissie uit 2010 getiteld "Handel, groei en wereldvraagstukken" is internationale handel tot een van de pijlers van de Europa 2020-strategie gemaakt, met als doel de EU milieuvriendelijker en concurrerender te maken. Op vergelijkbare wijze kent de EU-handelsstrategie van 2015 "Trade for All" het handelsbeleid van de Unie meer gewicht toe als belangrijkste stuwende kracht achter groei, banen en investeringen. Er wordt eveneens in opgeroepen de WTO nieuw leven in te blazen door de WTO een centrale rol toe te kennen bij het ontwikkelen en handhaven van regels, door te kiezen voor een meer gerichte benadering in plaats van de huidige benadering van de algemeen geldende verbintenis, in het kader waarvan tegelijkertijd overeenstemming moet worden bereikt over alle onderwerpen op de agenda, en door een tweesporenmechanisme te ontwikkelen dat het mogelijk maakt dat sommige WTO-leden ten aanzien van een specifiek onderwerp verdergaan dan andere, met de mogelijkheid dat de andere leden zich in een later stadium alsnog bij de eerste groep aansluiten.

Na de impasse in de multilaterale onderhandelingen in het kader van de WTO over de ontwikkelingsagenda van Doha moest de EU op zoek naar alternatieve manieren om betere toegang tot de markten van derde landen te waarborgen. In dit verband is een nieuwe generatie alomvattende vrijhandelsakkoorden geïntroduceerd, die veel verder gaan dan reducties van heffingen en de handel in goederen.

Het eerste vrijhandelsakkoord van de nieuwe generatie werd gesloten met Zuid-Korea. Dit akkoord werd, na ratificatie door het Europees Parlement, vanaf 1 juli 2011 voorlopig toegepast en trad in december 2015 formeel in werking. Andere voorbeelden van het nieuwe beleid zijn het meerpartijenhandelsakkoord tussen de EU enerzijds en Peru, Colombia en later Ecuador anderzijds, dat sinds 2013 voorlopig wordt toegepast, de associatieovereenkomst met de landen van Midden-Amerika, waarvan de handelspijler eveneens sinds 2013 voorlopig wordt toegepast, de alomvattende handelsovereenkomst EU-Canada (CETA), dat sinds september 2017 voorlopig wordt toegepast, het vrijhandelsakkoord EU-Singapore, waarover de onderhandelingen in 2014 zijn afgerond, en het vrijhandelsakkoord EU-Vietnam, waarover de onderhandelingen eind 2015 zijn afgerond. Een vrijhandelsakkoord met Japan, waarover de onderhandelingen in december 2017 zijn afgerond, blijft een strategische prioriteit.

Terwijl de onderhandelingen met de Verenigde Staten over het Trans-Atlantisch Partnerschap inzake handel en investeringen (TTIP) zijn opgeschort, is de EU momenteel in onderhandeling met andere belangrijke partners. Onderhandelingen over een handelsovereenkomst met de oprichtende leden van Mercosur worden gezien als een belangrijk opstap naar een betere toegang tot de Zuid-Amerikaanse markt. De EU heeft ook onderhandelingen over vrijhandelsakkoorden geïnitieerd met Indonesië en Tunesië en wil daarnaast nog gaan onderhandelen met de Filipijnen, Australië en Nieuw-Zeeland. De onderhandelingen met Maleisië, Thailand en India zullen worden hervat zodra de omstandigheden daarvoor geëigend zijn. De EU heeft ook onderhandelingen geïnitieerd voor afzonderlijke bilaterale investeringsovereenkomsten met China en Myanmar, en zal onderzoeken of vergelijkbare onderhandelingen mogelijk zijn met Taiwan en Hongkong. Onderhandelingen met Iran zullen worden overwogen nadat dit land tot de WTO is toegetreden.

Deze overeenkomsten zullen aanzienlijke voordelen opleveren. De gemiddelde tarieven die op de EU-export worden geheven, worden in het algemeen met ongeveer 50 % verlaagd. De vrijhandelsakkoorden zullen naar verwachting een extra bijdrage van 2 % van het EU-bbp leveren aan de economische groei in de EU[2]. Er gaan soms echter enkele jaren overheen voordat dit soort overeenkomsten uiteindelijk wordt gesloten.

Import en export  

Europa is 's werelds grootste exporteur van eindproducten en diensten, en de grootste exportmarkt voor zo'n tachtig landen[3]. De EU-handel in goederen met de rest van de wereld kwam in 2016 uit op een bedrag van 3 738 miljard EUR[4].

De Europese Unie als handelsmacht – Handel in goederen in 2017 (miljoen EUR)  
Land Export Import Totaal Handelsbalans
VS 375 845 256 176 632 021 +119 669
China 198 200 374 823 573 023 -176 624
Zwitserland 150 813 110 407 261 220 +40 406
Wereld 1 879 431 1 858 257 3 737 688 +21 173
Bron: Europese Commissie, 2017  

In vergelijking met 2015 zijn de import en de export allebei toegenomen. Niettemin liet de export een grotere stijging zien (150 miljard EUR) dan de import (134 miljard EUR).

Het handelsoverschot van de EU-28 voor goederen fluctueerde van 11 miljard EUR in 2014 naar 60 miljard EUR in 2015 en 21 miljard EUR in 2017[5]. Het handelsoverschot voor goederen is toe te schrijven aan de positieve handelsbalansen met betrekking tot zowel machines en vervoermaterieel als chemische stoffen en gerelateerde producten. De Verenigde Staten bleven ook in 2017 verreweg de belangrijkste bestemming van goederen uit de EU, gevolgd door China, Zwitserland en Rusland.

De totale import steeg in 2017 met 8,8% ten opzichte van het voorgaande jaar en had een waarde van 1 858,3 miljard EUR. China was in 2017 de belangrijkste leverancier van goederen aan de EU, gevolgd door de VS en Rusland.

De EU is tevens de grootste handelaar in diensten ter wereld. De EU boekte in 2016 bij dienstentransacties een overschot met de rest van de wereld van 130,4 miljard EUR, waarbij de export uitkwam op 819,9 miljard EUR en de import op 689,4 miljard EUR. In 2016 maakte de handel in diensten 32% van de EU-export en 28,8 % van de EU-import van goederen en diensten uit[6]. De VS, de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) en Azië behoorden tot de grootste partners van de EU op het gebied van de handel in diensten. Uit de meest recente beschikbare gegevens blijkt dat de handel in diensten van de EU zich voornamelijk op drie categorieën concentreert: zakelijke dienstverlening, vervoer en reizen[7].

Buitenlandse directe investeringen van de EU  

De EU is wereldwijd de grootste investeerder en een belangrijke ontvanger van buitenlandse directe investeringen (BDI). Met de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon in 2009 is de exclusieve bevoegdheid van de EU op het gebied van internationale handel verder uitgebreid, zodat nu ook buitenlandse directe investeringen onder dit beleidsterrein vallen. Om het exacte toepassingsgebied van haar bevoegdheden op het gebied van investeringen te verduidelijken, vroeg de Commissie het HvJ-EU om advies over het vrijhandelsakkoord tussen de EU en Singapore. Uit het oordeel van het Hof van 2017 blijkt dat de meeste aspecten van buitenlandse directe investeringen onder de bevoegdheid van de EU vallen, met enkele uitzonderingen, in het bijzonder geschillenbeslechting.

Aandeel in de wereldwijde BDI in 2015 (%)  
Land Voorraad inkomende BDI Voorraad uitgaande BDI
EU 37,8% 48,0%
VS 33,3% 37,7%
China 7,3% 6,3%
Canada 4,6% 7,0%
Japan 1,0% 7,8%
Bron: Europees Parlement, DG EXPO, berekeningen gebaseerd op cijfers van de Europese Commissie  

 

[1]"Trade for all: Towards a more responsible trade and investment policy", Europese Commissie, 2015, blz. 8, geraadpleegd op 11 januari 2016, http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2015/october/tradoc_153846.pdf. 
[2]"De Europese Unie in het kort: Handel", Europese Commissie, 2016, blz. 5, geraadpleegd op 15 december 2016, https://publications.europa.eu/nl/publication-detail/-/publication/9a2c5c3e-0d03-11e6-ba9a-01aa75ed71a1. 
[3]"EU position in world trade", Europese Commissie, geraadpleegd op 16 juni 2017, http://ec.europa.eu/trade/policy/eu-position-in-world-trade/. 
[4]DG Trade Statistical Guide, juni 2017, Europese Commissie, http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2013/may/tradoc_151348.pdf. 
[5]DG Trade Statistical Guide, juni 2017, Europese Commissie, http://trade.ec.europa.eu/doclib/docs/2013/may/tradoc_151348.pdf. 
[6]Europees Parlement, DG EXPO, berekeningen gebaseerd op cijfers van de Europese Commissie. 
[7]"International trade in services", Eurostat, geraadpleegd op 16 juni 2017, http://ec.europa.eu/eurostat/statistics-explained/index.php/International_trade_in_services. 

Mario Damen / Jakub Przetacznik