Drie buurlanden in de zuidelijke Kaukasus die deel uitmaken van het Oostelijk Partnerschap

Het Oostelijk Partnerschap van de EU, dat in 2009 werd gelanceerd, bestaat uit zes staten die deel uitmaakten van de voormalige Sovjet-Unie: Armenië, Azerbeidzjan, Belarus, Georgië, Moldavië en Oekraïne. Het werd opgericht om de politieke, sociale en economische hervormingsinspanningen in deze landen te ondersteunen, teneinde democratisering en goed bestuur, energiezekerheid, milieubescherming, en economische en sociale ontwikkeling te stimuleren. Al deze landen maken deel uit van de Parlementaire Vergadering Euronest, met uitzondering van Belarus, waarvan het lidmaatschap werd opgeschort.

Naast de werkzaamheden van de bevoegde commissies buitenlandse zaken en internationale handel, heeft het Europees Parlement een vaste delegatie voor de betrekkingen met de zuidelijke Kaukasus (DSCA), die toezicht houdt op de parlementaire associatiecommissie met Georgië, het parlementair partnerschapscomité met Armenië en de parlementaire samenwerkingscommissie met Azerbeidzjan, en die de werkzaamheden van de speciale vertegenwoordiger van de EU voor de zuidelijke Kaukasus en de crisis in Georgië (SVEU) controleert.

Georgië

De associatieovereenkomst tussen de EU en Georgië, waar ook een diepe en brede vrijhandelsovereenkomst (DCFTA) bij hoort, werd in juli 2016 van kracht. Georgië heeft hard gewerkt om zijn wetgeving in lijn te brengen met EU-normen, met als resultaat onder meer de vrijstelling van de visumplicht voor kort verblijf in het Schengengebied vanaf maart 2017. De EU is de belangrijkste handelspartner van het land, en is goed voor ongeveer 27 % van de totale handel (cijfers van 2018). De financiële steun van de EU is gericht op economische ontwikkeling, goed bestuur, het verkeer van personen en onderwijs. De middelen voor de periode 2017-2020 in het kader van het Europees nabuurschapsinstrument worden geraamd op 371 tot 453 miljoen EUR.

Bij de presidentsverkiezingen van 2018 en de parlementsverkiezingen van 2016 won de coalitie “Georgische Droom” (GD), die al sinds 2012 aan de macht is. De Georgische politiek wordt echter geconfronteerd met een grote polarisatie, en de ontwikkelingen in 2019 geven aanleiding tot bezorgdheid, met name over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de persvrijheid. In juni 2019 is een golf van protesten tegen de regering uitgebroken, die in december 2019 nog niet ten einde is. De betogers vragen om vervroegde verkiezingen (normaal gesproken zouden de verkiezingen in oktober 2020 plaatsvinden) en een hervorming van het kiesstelsel, met het oog op de invoering van evenredige vertegenwoordiging. Dankzij de hervorming van de grondwet in 2017-2018 is het Georgische politieke bestel tot een parlementaire democratie geëvolueerd. Bij deze hervorming werd een stelsel van volledige evenredige vertegenwoordiging ingevoerd, maar de toepassing ervan is uitgesteld tot 2024.

Geconfronteerd met de bezetting van Zuid-Ossetië en Abchazië door Rusland hebben de Georgiërs hun hoop gevestigd op toenadering tot de EU en de NAVO. De EU heeft gewezen op het belang van een vreedzame oplossing voor de impasse in Zuid-Ossetië en Abchazië, waarbij de territoriale integriteit van Georgië in acht wordt genomen. De EU ondersteunt de inspanningen voor conflictoplossing via de werkzaamheden van de SVEU, de EU-waarnemingsmissie en het EU-instrument voor bijdrage aan stabiliteit en vrede, die het internationaal overleg van Genève aanvullen. De jaarlijkse strategische veiligheidsdialoog tussen de EU en Georgië is een teken van vertrouwen tussen beide partijen. Georgië heeft ook aanzienlijke bijdragen geleverd aan verschillende operaties van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) van de EU, op basis van een kaderovereenkomst voor de deelname van Georgië, die in 2014 van kracht werd.

A. Standpunt van het Europees Parlement en samenwerking tussen de parlementen

De achtste bijeenkomst van de parlementaire associatiecommissie EU-Georgië vond in maart 2019 plaats. Tijdens de bijeenkomst zijn een slotverklaring en aanbevelingen aangenomen, waarin de vooruitgang inzake harmonisatie en de lopende hervormingen werden benadrukt, en waarin werd opgeroepen tot verdere inspanningen op gebieden als de onafhankelijkheid en de doeltreffendheid van de rechterlijke macht, het arbeidsrecht en non-discriminatie. Ook wordt in de tekst de niet-aflatende steun bevestigd van het EP voor de onafhankelijkheid, de soevereiniteit en de territoriale integriteit van Georgië binnen zijn internationaal erkende grenzen. Dit wordt ook benadrukt in de resolutie van het Parlement van juni 2018. In zijn resolutie van november 2018 over de uitvoering van de associatieovereenkomst, wijst het Parlement verheugd op “het voortgezette hervormingstraject en de vooruitgang die is geboekt bij de uitvoering van de associatieovereenkomst en de DCFTA”.

B. Verkiezingswaarneming

Georgië heeft delegaties ontvangen van het Bureau voor Democratische Instellingen en Mensenrechten van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE/ODIHR), dat toezicht houdt op de Georgische parlements-, presidents- en gemeenteraadsverkiezingen. Zoals gebruikelijk maakten de waarnemers van het Europees Parlement deel uit van de OVSE/ODIHR-missies. De parlementsverkiezingen van 2016 werden beoordeeld als in het algemeen democratisch en eerlijk, ondanks enkele onregelmatigheden in de procedures en beschuldigingen van intimidatie. GD won en behaalde de vereiste “constitutionele meerderheid” (75 % van de parlementsleden) om grondwetswijzigingen door te voeren. De presidentsverkiezingen van 2018 werden bekritiseerd door de OVSE en de EU voor het misbruik van administratieve middelen, de ernstige polarisatie van de media en negatieve campagnes. maar in haar totaliteit was de beoordeling positief.

Armenië

Armenië heeft ambivalente betrekkingen met de EU, maar mogelijk is nu het moment voor een nieuwe start aangebroken. Enerzijds heeft Armenië besloten toe te treden tot de Euraziatische Economische Unie (EAEU) met Belarus, Kazachstan en Rusland, kort voordat deze Unie werd opgericht op 1 januari 2015, waardoor het onderhandelingsproces over een associatieovereenkomst met de EU tot een einde kwam. Anderzijds gingen in december 2015 onderhandelingen van start over een nieuwe overeenkomst tussen de EU en Armenië, die gebaseerd is op de waarden van de EU maar verenigbaar is met de nieuwe verplichtingen van Jerevan ten aanzien van de EAEU. Deze onderhandelingen hebben geleid tot de vlotte sluiting van een brede en versterkte partnerschapsovereenkomst (CEPA). In afwachting van ratificatie door de lidstaten wordt de overeenkomst sinds juni 2018 voorlopig toegepast.

De politieke situatie in Armenië is radicaal veranderd in mei 2018, toen na vreedzame straatprotesten tegen de regering van de Republikeinse Partij van Armenië (RPA) oppositieleider Nikol Pashinyan aan de macht kwam (de “fluwelen revolutie”). Bij de vervroegde parlementsverkiezingen van december 2018 won het blok van de nieuwe minister-president overtuigend, met meer dan 70 % van de stemmen, en slaagde de RPA er niet in de kiesdrempel van 5 % te halen, wat wijst op de grote steun van de bevolking voor verandering. De regering staat voor talrijke uitdagingen, vooral met betrekking tot de economische ontwikkeling en de hervormingsagenda op het gebied van de rechtsstaat, transparantie en corruptiebestrijding. De steun van de EU aan Armenië wordt hoofdzakelijk verleend in het kader van het Europees nabuurschapsinstrument, met een geraamde toewijzing van 144 tot 176 miljoen EUR voor 2017-2020.

Armenië is al meer dan dertig jaar verwikkeld in een langdurig conflict met Azerbeidzjan over de status van de regio Nagorno-Karabach, en de spanningen bereikten tijdens de “vierdaagse oorlog” in april 2016 het hoogste punt sinds 1994. De betrekkingen met Turkije zijn afstandelijk, omdat dat land de heropening van zijn grens met Armenië afhankelijk stelt van vooruitgang bij de oplossing van het conflict over Nagorno-Karabach. Ondanks voorzichtig optimisme na de uitwisselingen tussen de presidenten en de ministers van Buitenlandse Zaken van Azerbeidzjan en Armenië, en de invoering van maatregelen om de spanningen aan de grens tussen beide landen en aan de demarcatielijn tussen Karabach en Azerbeidzjan te verminderen in 2018, is er in de loop van 2019 weinig vooruitgang geboekt in de onderhandelingen en is de sfeer opnieuw gespannen.

A. Standpunt van het Europees Parlement en samenwerking tussen de parlementen

Het Europees Parlement heeft in juli 2018 ingestemd met de CEPA, met een begeleidende resolutie, waarin het de bevolking van Armenië prijst voor de vreedzame machtsoverdracht. In overeenstemming met de CEPA werd de parlementaire samenwerkingscommissie omgevormd tot een parlementair partnerschapscomité. De eerste bijeenkomst vond plaats in oktober 2018. In de daaruit voortvloeiende gezamenlijke verklaring ging het met name over de tenuitvoerlegging van de CEPA, de democratie, de rechtsstaat en goed bestuur, en regionale veiligheidsproblemen. In 2015 heeft het Europees Parlement een resolutie aangenomen over de honderdjarige herdenking van de Armeense genocide.

B. Verkiezingswaarneming

Armenië heeft in het kader van de verkiezingswaarnemingsmissies van OVSE/ODIHR een aantal keer leden van het Europees Parlement ontvangen, onder meer bij de vervroegde parlementsverkiezingen van 2018. De organisatie van verkiezingen in Armenië verloopt merkelijk beter. De verkiezingen van 2018 werden positief beoordeeld, als goed georganiseerd en met een minimum aan onregelmatigheden. De delegatie van het Europees Parlement heeft een sterke daling van electoraal wangedrag waargenomen.

Azerbeidzjan

De EU en Azerbeidzjan hebben sinds 1999 een partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst. In februari 2017 werden onderhandelingen over een versterkte overeenkomst geopend. In de nieuwe overeenkomst zal aandacht worden geschonken aan politieke, handels-, energie- en andere specifieke kwesties, met inbegrip van de voorwaarden voor de mogelijke invoering van een toekomstige regeling voor visumvrij verkeer. De overeenkomst moet ook bepalingen omvatten inzake het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en aangelegenheden die buiten het kader van het GBVB vallen, met inbegrip van solide bepalingen inzake democratie, de rechtsstaat en de grondrechten. De EU is de belangrijkste handelspartner van Azerbeidzjan, en is goed voor meer dan 40 % van de totale handel van het land (cijfers van 2018), vooral vanwege de export van olie naar de EU (die 5 % van de totale invoer van olie in de EU vertegenwoordigt). De uitvoer van energie uit Azerbeidzjan naar de EU zal waarschijnlijk nog verder toenemen zodra het project voor de zuidelijke gascorridor afgerond is, dat tot doel heeft gas uit de Kaspische Zee naar Europa te brengen.

Azerbeidzjan staat op de 149e plaats van de 167 landen in de democratie-index van de Economist Intelligence Unit, en wordt als “niet vrij” aangemerkt in het Freedom in the World-verslag van 2018. President Ilham Aliyev, die momenteel bezig is aan zijn vierde termijn, is in 2003 zijn vader, Heydar Aliyev, opgevolgd. In 2016 werd de grondwet gewijzigd, onder meer om de presidentstermijn van vijf tot zeven jaar te verlengen en om de functie van eerste vicepresident te creëren, een post die de president in 2017 aan zijn echtgenote toekende. In december 2019 werden vervroegde parlementsverkiezingen aangekondigd voor februari 2020.

Azerbeidzjan is al meer dan dertig jaar verwikkeld in een langdurig conflict met Armenië over de status van de regio Nagorno-Karabach, en de spanningen bereikten tijdens de “vierdaagse oorlog” in april 2016 het hoogste punt sinds 1994. De EU steunt onverminderd de inspanningen van de covoorzitters van de Minsk-groep van de OVSE en hun basisbeginselen uit 2009, met het oog op een vreedzame oplossing van het conflict.

A. Standpunt van het Europees Parlement en samenwerking tussen de parlementen

Het Europees Parlement heeft herhaaldelijk zijn bezorgdheid geuit over de mensenrechtensituatie in Azerbeidzjan. In 2015 heeft het Parlement de Azerbeidzjaanse autoriteiten opgeroepen onmiddellijk een einde te maken aan hun onderdrukking van het maatschappelijk middenveld en de onderdrukking van mensenrechtenactivisten. De gevangengenomen activiste Leyla Yunus werd in 2015 vrijgelaten na intensief lobbywerk van het Europees Parlement en humanitaire en gezondheidssteun. In 2017 heeft het Parlement de ontvoering en opsluiting van de Azerbeidzjaanse journalist Afgan Mukhtarli veroordeeld, en heeft het zijn bezorgdheid geuit over de situatie van de media in Azerbeidzjan. In januari 2019 heeft het Parlement een resolutie aangenomen waarin het opriep tot de onmiddellijke vrijlating van Mehman Huseynov, een blogger die zich inzet voor corruptiebestrijding, en andere politieke gevangenen. Huseynov heeft in maart 2019 gratie gekregen, samen met verschillende andere bloggers, journalisten, en vertegenwoordigers van politieke partijen en ngo's.

In 2016 werden de officiële interparlementaire betrekkingen hervat na een pauze van vier jaar. De 15e parlementaire samenwerkingscommissie EU-Azerbeidzjan vond plaats in Bakoe in mei 2018 en werd afgesloten met een gezamenlijke verklaring waarin met name het potentieel wordt benadrukt van nauwere economische betrekkingen door middel van onderhandelingen over een nieuwe overeenkomst, het belang van de zuidelijke gascorridor, het belang van vooruitgang op het gebied van de mensenrechten en vrijheden, de democratie en de rechtsstaat, en de behoefte om zo spoedig mogelijk te komen tot een vreedzame en duurzame oplossing van het conflict omtrent Nagorno-Karabach. Het Parlement heeft in juli 2018 een resolutie aangenomen over de nieuwe bilaterale overeenkomst, waarin werd benadrukt dat een verdieping van de betrekkingen pas mogelijk is als Azerbeidzjan de kernwaarden en beginselen van democratie, de rechtsstaat, goed bestuur, en de eerbiediging van de mensenrechten en de fundamentele vrijheden handhaaft en eerbiedigt.

B. Verkiezingswaarneming

Azerbeidzjan heeft leden van het Europees Parlement ontvangen in het kader van verkiezingswaarnemingsmissies van OVSE/ODIHR. Gezien het feit dat alle verkiezingen die door deze missies werden geobserveerd geacht werden niet te voldoen aan de internationale vereisten, en aangezien de aanbevelingen nog moeten worden toegepast, heeft het Parlement echter besloten geen waarnemers te sturen naar de parlementsverkiezingen van 2015 of de presidentsverkiezingen van 2018. In het kader van de missie van het ODIHR naar de presidentsverkiezingen van 2018 werd verklaard dat de verkiezingen plaatsvonden “in een restrictief politiek klimaat en binnen een rechtskader dat fundamentele rechten en vrijheden beperkt, terwijl dit voorwaarden zijn voor echte democratische verkiezingen”.

 

Michal Jiráček