Kleine en middelgrote ondernemingen

Micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (mkb/kmo's) maken 99 % van de bedrijven in de EU uit. Zij zijn goed voor twee derde van de banen in de particuliere sector en hun aandeel in de totale toegevoegde waarde van bedrijven in de EU is ruim de helft. Er zijn tal van actieprogramma's aangenomen ter ondersteuning van kmo's, zoals de Small Business Act, Horizon 2020 en het Cosme-programma. Het doel van deze programma's is het concurrentievermogen van kmo's te verhogen door middel van onderzoek en innovatie en de toegang tot financiering voor kmo's te verbeteren.

Rechtsgrond

Kmo's zijn voornamelijk op nationaal niveau actief, aangezien relatief weinig kmo's grensoverschrijdende handelsactiviteiten binnen de EU ontplooien. Zij zijn echter, ongeacht het bereik van hun activiteiten, op tal van terreinen onderhevig aan de EU-wetgeving, bijvoorbeeld op het gebied van belastingen (artikelen 110 t/m 113 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)), mededinging (artikelen 101 t/m 109 VWEU) en het vennootschapsrecht (het recht van vestiging — artikelen 49 t/m 54 VWEU). De definitie van de Commissie voor kmo's is te vinden in Aanbeveling 2003/361/EG.

Doelstellingen

Van alle bedrijven in de EU zijn 99 % micro-, kleine of middelgrote ondernemingen. In 2015 hebben bijna 23 miljoen kmo's 3,9 biljoen EUR aan toegevoegde waarde gegenereerd en 90 miljoen mensen tewerkgesteld. Kmo's zijn een essentiële bron van ondernemersvaardigheden en innovatie, die van cruciaal belang zijn voor het concurrentievermogen van de Europese ondernemingen. Het EU-beleid ten aanzien van deze bedrijven heeft ten doel te waarborgen dat de beleidsmaatregelen en acties van de Unie kmo-vriendelijk zijn en Europa aantrekkelijker maken als vestigingsplaats voor ondernemingen en zakendoen.

Resultaten

A. Small Business Act (SBA)

In juni 2008 heeft de Commissie een mededeling aangenomen die bekendstaat als de „Small Business Act” (SBA) (COM(2008) 394 definitief) en die moet worden aangemerkt als het meest alomvattende initiatief dat tot dusver is ondernomen ten behoeve van kmo's. Het doel van de SBA is om een nieuw beleidskader in het leven te roepen dat de bestaande instrumenten omvat en voortbouwt op het „Europees Handvest voor kleine bedrijven” en het "Modern kmo-beleid voor groei en werkgelegenheid”. Daarbij wordt meer gepleit voor een „politiek partnerschap met de lidstaten” dan voor een werkelijk communautaire aanpak. Met de SBA wordt beoogd de algehele beleidsaanpak ten aanzien van het ondernemerschap in de EU te verbeteren door toepassing van het beginsel "denk eerst klein".

1. Slimme regelgeving

Daarom besteedt de Commissie in de SBA prioritaire aandacht aan het vereenvoudigen van de regelgeving en het terugdringen van de bureaucratie. Door te waarborgen dat overheidsdiensten beter tegemoetkomen aan de behoeften van kmo's kan een aanzienlijke bijdrage worden geleverd aan de groei van deze ondernemingen. In 2006 is een richtlijn uitgebracht betreffende diensten op de interne markt (Richtlijn 2006/123/EG) die in 2009 door alle EU-lidstaten ten uitvoer is gelegd.

De wijziging van de richtlijn betalingsachterstand (waardoor overheidsinstanties binnen dertig dagen moeten betalen, hetgeen als waarborg voor kmo's dient) en de richtlijn inzake e-facturering (op grond waarvan elektronische facturen gelijk worden gesteld met facturen op papier) zijn uiterst nuttig voor kleine ondernemingen. Voorts brengt de modernisering van het EU-beleid betreffende overheidsopdrachten met zich mee dat de administratieve lasten voor kmo's bij inschrijving op overheidsopdrachten inmiddels zijn verlicht en de kmo's betere mogelijkheden hebben voor het indienen van gezamenlijke inschrijvingen. Dezelfde aanpak bleek tot de vereenvoudiging van de voorschriften voor financiële verslaglegging en de verlichting van de administratieve lasten te hebben geleid voor kmo's, via de modernisering van zowel overheidsopdrachten in de EU als de bestaande jaarrekeningrichtlijn (nu Richtlijn 2013/34/EU).

2. Toegang tot financiering

De financiële markten hebben kmo's vaak niet de middelen verschaft die zij nodig hadden. In de afgelopen jaren is de beschikbaarheid van financierings- en kredietvoorzieningen voor kmo's evenwel verbeterd door de verstrekking van leningen, garanties en durfkapitaal. De financiële instellingen van de Unie — de Europese Investeringsbank (EIB) en het Europees Investeringsfonds (EIF) — hebben hun activiteiten ten behoeve van kmo's opgeschroefd.

Desalniettemin wordt in de SBA de toegang tot financiering nog steeds gedefinieerd als het op één na grootste probleem waaraan individuele kmo's het hoofd moeten bieden. In november 2011 heeft de Commissie een „actieplan ter verbetering van de toegang tot financiering voor kmo's” voorgesteld (COM(2011) 870 definitief). Dit actieplan voorziet onder meer in beleidsinitiatieven ter vergemakkelijking van de toegang van kmo's tot de durfkapitaalmarkten. De Commissie houdt toezicht op de ontwikkelingen ten aanzien van de toegang tot financiering voor kmo's aan de hand van de resultaten van de gezamenlijke „Enquête over de toegang van bedrijven tot financiering” (SAFE) van de Commissie en de Europese Centrale Bank.

3. Kmo's en de interne markt

Zowel in de SBA als in de mededeling van de Commissie „Naar een Single Market Act — Voor een sociale markteconomie met een groot concurrentievermogen” (COM(2010) 608 definitief) als in de „Akte voor de interne markt II” (COM(2012) 573 final) wordt erop gewezen dat er voortdurend gewerkt moet worden aan de verbetering van de begeleidende voorwaarden voor bedrijven in de interne markt. Er zijn diverse initiatieven en maatregelen van kracht of in de maak die de oprichting en werking van kmo's in de interne markt bevorderen. Op vele gebieden zijn voor kmo's afwijkingen toegestaan, bijvoorbeeld met betrekking tot het vennootschapsrecht, de mededingingsregels en de belastingheffing.

4. Mededingingsbeleid

In het kader van het EU-beleid inzake staatssteun hebben kmo's lange tijd een voorkeursbehandeling genoten, aangezien rekening werd gehouden met de specifieke problemen waarmee deze ondernemingen worden geconfronteerd vanwege hun beperkte omvang. In 2014 heeft de Commissie een herziene algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) voor staatssteun vastgesteld (Verordening (EU) nr. 651/2014). Een van de elementen van de modernisering van het EU-staatssteunbeleid bestaat uit de extra flexibiliteit die lidstaten hebben om staatssteun aan kmo's te verlenen zonder voorafgaande kennisgeving en toestemming van de Commissie, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Op basis van deze verordening kunnen kmo's tot wel 7,5 miljoen EUR aan overheidssteun ontvangen.

B. EU-netwerken ten behoeve van kmo's

De netwerken ten behoeve van kmo's voorzien in de eerste plaats in algemene ondersteunende diensten voor kmo's in de EU. Voorbeelden hiervan zijn: „Enterprise Europe Network”, „Solvit”, „Uw Europa – Bedrijfsleven”, „Kmo's en het milieu” en ook „Omgaan met chemische stoffen: nationale REACH-helpdesks”. Een tweede groep initiatieven biedt ondersteuning voor innovatie en onderzoek, waaronder „IPR-helpdesk”, „MKB-Techweb”, „China-IPR-helpdesk voor kmo's”, „European Business and Innovation Centres (BIC) Network — EBN”, „European Workplace Innovation Network” en „Gate2Growth”.

C. Kmo's en onderzoek

Onderzoek en innovatie zijn van vitaal belang om het blijvende succes en de duurzame groei van kmo's in de EU te waarborgen. Met Horizon 2020 voor de periode 2014-2020 wordt beoogd een betere en meer alomvattende ondersteuningsomgeving voor onderzoeks- en innovatieactiviteiten van kmo's te creëren. Door middel van één reeks regels moet een aanzienlijke vereenvoudiging worden bereikt. Als deel van deze benadering worden kmo's aangemoedigd deel te nemen via een nieuw „specifiek kmo-instrument” teneinde de leemten op te vullen in de financiering voor risicovol kmo-onderzoek en -innovatie in de aanloopfase.

In dit kader zij erop gewezen dat in de oprichtingsverordening van het programma is bepaald dat er met betrekking tot Horizon 2020 een tussentijdse evaluatie moet worden uitgevoerd. In de mededeling (COM(2018) 2 final) over de tussentijdse evaluatie van Horizon 2020 komt een aantal mogelijke verbeteringen in verband met de uitvoering aan bod, evenals het leveren van een degelijke bewijsbasis voor de ontwikkeling van activiteiten en initiatieven in de toekomst. De resultaten hiervan zullen worden gebruikt als basis voor de opzet en inhoud van KP9, dat het onderwerp zal zijn van een voorstel dat in juni 2018 wordt bekendgemaakt.

Bovendien behoort de verbetering van het concurrentievermogen van kmo's tot de elf thematische doelstellingen van het cohesiebeleid in de periode 2014-2020. Bijkomende investeringen in kmo's zullen ook in het kader van andere thematische doelstellingen worden gedaan, met name onderzoek en innovatie, de koolstofarme economie en informatie- en communicatietechnologieën.

D. Programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en voor kmo's (Cosme)

In december 2013 is Verordening (EU) nr. 1287/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 aangenomen tot vaststelling van een programma voor het concurrentievermogen van ondernemingen en kleine en middelgrote ondernemingen (Cosme) voor de periode 2014-2020. Met een geplande begroting van 2,3 miljard EUR voor de periode 2014-2020 worden in het kader van Cosme de volgende algemene doelstellingen nagestreefd:

  • de toegang voor kmo's tot financiering verbeteren in de vorm van eigen vermogen en schuld: een eigenvermogensfaciliteit voor investeringen in de groeifase en een leninggarantiefaciliteit die kmo's rechtstreekse of andere risicodelende mechanismen met financiële intermediairs verschaffen om de leningen te dekken; 1,3 miljard EUR van de Cosme-begroting wordt toegekend aan financiële instrumenten;
  • de markttoegang binnen de Unie en wereldwijd verbeteren: groeigerichte bedrijfsondersteunende diensten zullen worden verschaft via het Enterprise Europe Network om uitbreiding binnen en buiten de eengemaakte markt te vergemakkelijken;
  • het ondernemerschap bevorderen: de activiteiten in deze rubriek hebben met name betrekking op het ontwikkelen van ondernemersvaardigheden en -attitudes, vooral bij nieuwe ondernemers, jongeren en vrouwen.

Volgens de Commissie zal het programma tegen 2020 op jaarbasis naar verwachting 39 000 bedrijven helpen om 29 500 banen te creëren of veilig te stellen en 900 nieuwe commerciële producten, diensten of procedés op de markt te brengen.

Rol van het Europees Parlement

Reeds in 1983 heeft het Europees Parlement het „Jaar van de kmo en de ambachtelijke sector” uitgeroepen en een serie initiatieven gelanceerd ter bevordering van de ontwikkeling van deze sectoren. Sindsdien heeft het EP zich er consequent voor ingezet dat de ontwikkeling van de Europese kmo's wordt bevorderd. Bijvoorbeeld:

  • In juni 2010 nam het EP een resolutie aan over het „communautaire innovatiebeleid in een veranderende wereld”[1]. In deze resolutie werd de noodzaak onderstreept om voorwaarden te creëren voor een betere beschikbaarheid van durfkapitaal voor kmo's. Het EP riep op tot de ontwikkeling van financieringsinstrumenten voor kmo's, zoals microkredieten, durfkapitaal voor mensen die willen investeren in innoverende bedrijven en „business angels” om zakelijke projecten van jonge onderzoekers te sponsoren. Voorts riep het EP de lidstaten en de Commissie op om fiscale, financiële, zakelijke en administratieve stimulansen voor investeringen te ontwikkelen.
  • In maart 2011 nam het EP een resolutie aan over „een industriebeleid voor het tijdperk van de globalisering”[2]. In deze resolutie riep het de Commissie onder meer op om van start te gaan met de tenuitvoerlegging van de SBA teneinde de administratieve rompslomp te verminderen en te zorgen voor een betere toegang tot financieringsmogelijkheden voor kmo's. Ook riep het EP de Commissie op om de definitie van kmo's te herzien met het oog op meer flexibiliteit in specifieke industriesectoren. Daarnaast drong het EP er bij de Commissie op aan om de deelname van kmo's aan de kaderprogramma's voor onderzoek en ontwikkeling te vergroten.
  • In mei 2011 nam het EP een resolutie aan inzake „de herziening van de Wet voor Kleine Ondernemingen”[3]. Daarin verzoekt het EP de lidstaten onder meer het laatste overgebleven voorstel over het statuut van de Europese particuliere onderneming aan te nemen. Tevens uit het EP zijn bezorgdheid over het feit dat de kmo-proef, met name op nationaal niveau, niet in alle nieuwe wetgevingsvoorstellen naar behoren en consequent is uitgevoerd. Verder dringt het EP er bij de lidstaten op aan „vergulding” te vermijden, dat wil zeggen bij de omzetting van richtlijnen in nationaal recht niet verder te gaan dan hetgeen door de EU-wetgeving wordt geëist.
  • In oktober 2012 nam het EP een resolutie aan over „kleine en middelgrote ondernemingen (kmo's): concurrentievermogen en zakelijke kansen”[4]. Hierin benadrukt het EP een aantal domeinen, zoals de vermindering van de administratieve lasten, steun voor concurrentievermogen en het scheppen van banen, startende kmo's en toegang tot informatie en financiering.
  • In januari 2014 heeft het EP een resolutie over „de herindustrialisering van Europa ter bevordering van concurrentievermogen en duurzaamheid”[5] aangenomen, waarin het belang van kmo's voor de EU-economie wordt benadrukt en gevraagd wordt om specifieke steun en bijstand aan kmo's.
  • In september 2016 heeft het EP een resolutie aangenomen over „toegang tot financiering voor kmo's en vergroting van de financieringsdiversiteit voor kmo's in een kapitaalmarktunie”[6].
  • In juli 2017 heeft het EP een resolutie aangenomen over het ontwikkelen van een ambitieuze industriestrategie van de EU als strategische prioriteit voor groei, banen en innovatie in Europa (2017/2732(RSP))[7].

 

[1]PB C 236 E van 12.8.2011, blz. 41.
[2]PB C 199 E van 7.7.2012, blz. 131.
[3]PB C 377 E van 7.12.2012, blz. 102.
[4]PB C 68 E van 7.3.2014, blz. 40.
[5]PB C 482 van 23.12.2016, blz. 89.
[6]Aangenomen teksten, P8_TA(2016)0358.
[7]Aangenomen teksten, P8_TA(2017)0305.

Frédéric Gouardères