Hoofdnavigatie (Druk op Enter)
Direct naar de inhoud van de pagina (druk op "Enter")
Lijst van andere websites (Druk op Enter)

NOT FOUND !Margrethe Vestager

Hoorzitting

 

Margrethe Vestager

Portefeuille: Mededinging
 
Dag 4 , donderdag 2 oktober 2014 - 18:00 , Brussel  
 
Margrethe Vestager (Denemarken)
Margrethe Vestager
 
Organisatie van de hoorzitting
 Verantwoordelijk voor de hoorzitting  Aan de hoorzitting verbonden
 
Vragen / Antwoorden
 
1. Algemene bekwaamheid, inzet voor Europa en onafhankelijkheid

Welke aspecten van uw kwalificaties en ervaring maken u bijzonder geschikt voor het vervullen van het ambt van commissaris en voor het bevorderen van het Europees algemeen belang, vooral op het gebied waarop u bevoegd zou zijn? Wat zijn uw drijfveren? Op welke wijze wilt u invulling geven aan de strategische agenda van de Commissie?


Hoe kunt u uw onafhankelijkheid aantonen? Kunt u garanderen dat uw vroegere, huidige of toekomstige activiteiten geen twijfel doen ontstaan over uw functioneren als commissaris?


25 jaar geleden ben ik officieel in de politiek gestapt. Sindsdien mocht ik meewerken aan de droom om een betere wereld te creëren, een samenleving waarin mensen hun eigen dromen kunnen verwezenlijken, in de overtuiging dat wij die samen beter kunnen maken voor iedereen.


Die droom is mijn drijfveer als politica. Die droom is ook het fundament voor mijn bijdrage binnen een team. Een team waarin wij zullen samenwerken – Parlement, Raad en Commissie. Ik zal ernaar streven te werken zoals ik altijd al heb gewerkt: ik wil bijdragen aan een evenwicht waardoor groot en klein gelijk worden behandeld; waarbij niemand geïntimideerd, uitgesloten of misbruikt wordt door wie het vermogen, de kracht of de wil heeft om zijn macht te misbruiken. Ik ben ervan overtuigd dat dankzij een vrije en eerlijke concurrentie ideeën kunnen groeien en werkelijkheid worden. Door een vrije en eerlijke concurrentie krijgt de consument een breed aanbod tegen redelijke prijzen. Hierdoor ontstaan banen. Hierdoor ontstaat vrijheid. Hierdoor ontstaat welvaart en krijgen mensen de kans om hun dromen te verwezenlijken.


In mijn eigen land ben ik bijna drie jaar minister van Economische Zaken en Binnenlandse Zaken geweest. Elke maand nam ik deel aan de bijeenkomsten van de Ecofin-Raad. Ik herinner me in het bijzonder mijn eerste Ecofin-bijeenkomst, net de dag na mijn aantreden. Het was 4 oktober 2011 en ik herinner me dat iedereen die tijdens die bijeenkomst aan tafel zat – alle Europese ministers van Financiën en Economie – werkelijk het gevoel had het lot van de economie van zijn land in handen te hebben. De situatie was zeer fragiel en uiterst onzeker. Ik herinner me echter ook hoe er, zowel tijdens die eerste bijeenkomst als tijdens alle volgende bijeenkomsten, een enorme wil was om samen oplossingen te zoeken. Hoewel de situatie voor sommige landen gevaarlijk was en grote gevolgen kon hebben, deelden wij allen dezelfde zin voor verantwoordelijkheid om de problemen waar we voor stonden samen op te lossen, en was de wil er om in het belang van Europa en binnen de krijtlijnen van de EU-Verdragen te handelen. Deze verantwoordelijkheid is voor mij een belangrijke drijfveer om naar oplossingen te zoeken en Europa te ontwikkelen.


De wil om samen te werken is gebaseerd op trotse, gedragen en vooruitziende ambities die in de naoorlogse periode werden geformuleerd om vrede te garanderen. Wij hebben de wereld getoond dat wij al vele jaren zowel de discipline als de wil hebben om iets beters te maken, om een Europa te creëren waar we in vrede en relatieve welvaart kunnen leven. Dit moet ons doel zijn in al onze besluiten en bij onze strategische agenda: ervoor zorgen dat Europa vooruitgang boekt, streven naar een betere samenleving voor elk van ons en Europa centraal stellen. Concurrentie is de sleutel tot het welslagen van onze agenda voor banen en groei. Concurrentie moet innovatie helpen aan te sturen en ervoor zorgen dat markten duidelijke voordelen bieden aan consumenten, ondernemingen en de hele samenleving. Wij moeten alles op alles zetten om ons mededingingsbeleid maximaal te laten bijdragen tot onze algemene prioriteiten en de voordelen ervan aan burgers en stakeholders op alle niveaus uit te leggen en aan te tonen.


Democratie en democratische processen zijn de sleutel voor een vrije samenleving. Ik heb bewondering en respect voor de beginselen waarop wij Europa hebben gebouwd: de rechtsstaat, gelijke behandeling, evenredigheid en welvaart. Daarom zal ik geen instructies van enige instelling of instantie vragen of aanvaarden. Het is mijn doel om rekening te houden met alle belangen die meespelen, ongeacht het land, de regio, de beroepsgroep of de persoon die zijn belang wil laten gelden.


Ik zie het als mijn plicht om te voldoen aan de strengste ethische normen en de verplichtingen van artikel 17, lid 3, VEU en van de artikelen 245 en 339 VWEU en aan de gedragscode voor de leden van de Commissie. Mijn belangenverklaring is volledig en publiek toegankelijk, en ik zal deze aanpassen bij eventuele wijzigingen.


Ook zal ik elke situatie vermijden die twijfel kan doen ontstaan over mijn onpartijdigheid en onafhankelijkheid en de voorzitter van de Commissie op de hoogte brengen van situaties waarin er een belangenconflict kan spelen.


Ik sluit mij volledig aan bij ons nieuwe streven naar transparantie dat in de politieke richtsnoeren van de verkozen voorzitter is uiteengezet. Ik verbind mij ertoe al mijn contacten en bijeenkomsten met beroepsorganisaties of voor eigen rekening handelende personen die betrekking hebben op de EU-beleidsvorming en de tenuitvoerlegging daarvan, openbaar te maken.

 
 
2. Beheer van de portefeuille en samenwerking met het Europees Parlement

Hoe ziet u uw rol als lid van het college van commissarissen? In hoeverre acht u zichzelf verantwoordelijk jegens het EP en bent u bereid verantwoording af te leggen aan het Parlement over uw handelen en dat van uw diensten?


Kunt u specifieke toezeggingen doen ten aanzien van meer transparantie, intensievere samenwerking en een actieve follow-up van de standpunten en verzoeken om wetgevingsinitiatieven van het Parlement? Bent u met betrekking tot geplande initiatieven en lopende procedures bereid om het Parlement op gelijke voet met de Raad van informatie en documenten te voorzien?


De politieke context waarin ik ben opgegroeid, heeft me geleerd hoe waardevol luisterbereidheid is. Om naar anderen te luisteren en een dialoog te voeren – ook als je het niet altijd eens bent. Voor mij is de dialoog een weg naar beslissingen. Democratie is niet alleen je eigen mening kunnen geven, maar ook – en minstens even belangrijk – luisteren naar anderen en zoeken naar een gemeenschappelijke basis en naar oplossingen waarin iedereen zich kan herkennen.


In mei hebben vele Europese kiezers hun stem laten horen. Wij moeten hun nu tonen dat wij naar hen luisteren en er werk van zullen maken om aan hun verwachtingen te voldoen. Als wij samenwerken, kunnen wij een beter Europa en een sterkere wereld tot stand brengen. Daarom zal ik mij bij mijn contacten en in mijn handelen steeds verantwoordelijk, eerlijk en neutraal opstellen, en zal ik aan het Europees Parlement en, nog belangrijker, de Europese burgers verantwoording afleggen over de beslissingen die de Commissie als college heeft genomen.


Als ik word benoemd, zal ik in volledige samenwerking met de andere leden van de Commissie en in overeenstemming met de door de verkozen voorzitter vastgestelde werkmethoden handelen. Ook met de diensten van de Commissie die onder mijn verantwoordelijkheid vallen, wil ik een relatie van wederzijds vertrouwen en transparantie tot stand brengen.


Ik kijk ernaar uit om de politieke visies te bespreken over hoe wij onze gemeenschappelijke doelstelling van een welvarend Europa kunnen ontwikkelen en daaraan kunnen bijdragen. Volgens mij is de portefeuille Mededinging geen geïsoleerde bevoegdheid. Integendeel, mededinging staat centraal bij wat wij zowel in als voor Europa willen creëren. Het mededingingsbeleid is de sleutel tot het succes van onze agenda voor banen, groei en investeringen, en voor het creëren van een connectieve digitale interne markt en een veerkrachtige energie-unie met een toekomstgericht klimaatbeleid. Mijn beloften en ideeën voor samenwerking heb ik in detail uitgewerkt in het antwoord op vraag 5.


Ik ben ervan overtuigd dat het mogelijk is om transparant te zijn over de grondbeginselen van het beleid, de economische achtergrond en de ideeën achter onze regels en beslissingen. Ik beloof openheid, eerlijkheid en een gelijk speelveld. Daarom zal ik nauw samenwerken en een open dialoog aangaan met het Europees Parlement en ben ik van plan het EP zoveel mogelijk bij het wetgevingsproces te betrekken.


Wat betreft de follow-up van de standpunten en verzoeken van het Europees Parlement zal ik de bepalingen van het Kaderakkoord toepassen en, op de beleidsgebieden waarvoor ik verantwoordelijk ben, ervoor zorgen dat de Commissie gevolg geeft aan resoluties of verzoeken van het Parlement op basis van artikel 225 VWEU, en dit binnen drie maanden na goedkeuring ervan. In dit verband steun en onderschrijf ik volledig de toezegging van verkozen voorzitter Juncker dat de toekomstige Commissie bijzondere aandacht zal besteden aan initiatiefverslagen van wetgevende aard.

 
 
Vragen van de Commissie economische en monetaire zaken:

3. Mededingingsbeleid en kmo's


Hoe zou u binnen de EU en wereldwijd een mededingingscultuur bevorderen? Hoe zou u waarborgen dat het mededingingsbeleid zowel zorgt voor mondiaal concurrentievermogen voor Europese ondernemingen als voor een gelijk speelveld op de interne markt, waar kmo's kunnen concurreren? Bent u een voorstander van sterkere mechanismen voor geschillenbeslechting op basis van concessies?


Als ik als commissaris word benoemd, zal ik een eerlijk en neutraal mededingingsbeleid handhaven. Ik zal ernaar streven de positieve bijdrage van ons mededingingsbeleid ter ondersteuning van het algemene beleid van de Commissie te maximaliseren. Ik ben van plan de voordelen van ons mededingingsbeleid aan burgers en stakeholders op alle niveaus uit te leggen en aan te tonen. Als zij niet begrijpen wat wij proberen te bereiken, zullen burgers immers onverschillig blijven tegenover het werk dat wij namens hen doen.


Ik ben mij ervan bewust dat het vermogen van de Commissie om in een geglobaliseerde context eerlijke concurrentie te garanderen en een mededingingscultuur te bevorderen, afhangt van haar mogelijkheden om met andere bevoegde autoriteiten samen te werken. Dit betreft niet alleen andere mededingingsautoriteiten binnen de EU en bij onze traditionele handelspartners, maar ook in de opkomende economieën. Ik zal met deze partners een constructieve internationale dialoog aangaan om de internationale samenwerking te versterken en te garanderen dat kwesties met een internationale dimensie zo consequent en coherent mogelijk worden behandeld.


Grote ondernemingen zijn wellicht beter uitgerust om efficiënter te werken op internationaal vlak, maar het zijn de kmo's die de ruggengraat van onze economie vormen. De gezondheid en het succes van de kmo's komt ons allen ten goede en ik zal alle tot mijn beschikking staande instrumenten van het mededingingsbeleid gebruiken om de eerlijke concurrentie op de interne markt te beschermen en kmo's zo een eerlijke kans op succes te geven. Zonder een slagkrachtig EU-mededingingsbeleid zou de interne markt niet zijn volledige potentieel kunnen waarmaken. Gezonde ondernemingen die op hun thuismarkt kunnen concurreren zonder van mededinging te worden afgeschermd, zijn ook het best uitgerust om op de globale markt te concurreren.


Het raamwerk van staatssteunregels werd onlangs gemoderniseerd om overheidssteun terecht te doen komen op domeinen waar deze het meest aan groei en concurrentievermogen in Europa ten goede komt. Een belangrijk aspect van deze hervorming was lidstaten de juiste instrumenten te geven om de toegang tot financiering te vergemakkelijken, wat in de huidige conjunctuur een cruciale factor is voor kmo's. De nieuwe regels bevorderen ook investeringen in onderzoek en ontwikkeling en de digitalisering van onze economie. Ik zal ervoor zorgen dat de nieuwe regels zo goed mogelijk worden toegepast.


Dankzij onze nieuwe groepsvrijstellingsverordening voor staatssteun kunnen lidstaten in het algemeen aan kmo's staatssteun toekennen voor belangrijke uitgaven zonder dat de steun bij de Commissie hoeft te worden aangemeld. Zo kan de steun ook sneller worden uitgekeerd.


Op het gebied van staatssteun is transparantie een andere kwestie die voor kmo's van cruciaal belang is. Volgens onze nieuwe regels moeten lidstaten gedetailleerde inlichtingen verstrekken over goedgekeurde steunmaatregelen. Ik zal ervoor zorgen dat deze beginselen door de lidstaten volledig ten uitvoer worden gelegd. Ik zal ook op internationaal niveau meer transparantie eisen over subsidies.


Wat de andere instrumenten betreft die de commissaris voor mededinging ter beschikking heeft, moet de handhaving van de EU-mededingingsregels beletten dat dominante bedrijven concurrenten van de markt kunnen uitsluiten. Dit is bijzonder belangrijk voor kleine spelers zoals kmo's. Daarbij komt dat de de-minimismededeling van de Commissie in een veilige haven voorziet voor overeenkomsten van geringe betekenis tussen ondernemingen waarvan het marktaandeel bepaalde drempels niet overschrijdt. Dergelijke overeenkomsten worden verondersteld geen merkbare invloed op de mededinging te hebben en vallen daarom buiten het toepassingsgebied van artikel 101 VWEU. De Commissie heeft uitdrukkelijk toegezegd de procedure niet in te leiden in zaken die onder de de-minimismededeling vallen en ik zal mij aan deze afspraak houden. Tegelijkertijd blijft ook de concentratiecontrole ervoor zorgen dat geen buitensporige marktmacht ontstaat, die kmo's kan belemmeren om op voet van gelijkheid te concurreren.


Zakelijk succes betekent niet alleen het opbouwen van markten, maar bedrijven moeten ook toegang hebben tot billijk geprijsde grondstoffen. Kartels hebben vaak betrekking op grondstoffen en halffabricaten en kunnen ertoe leiden dat in de EU geproduceerde goederen internationaal een minder goede concurrentiepositie hebben, waardoor ondernemingen verderop in de toeleveringsketen worden benadeeld. Tijdens mijn mandaat zal doortastend optreden tegen kartels voor mij een topprioriteit blijven.


Wat het laatste deel van deze vraag betreft, is het beroep op toezeggingen een zeer nuttig instrument om onze besluitvorming te bespoedigen en onze middelen efficiënter in te zetten. Ik vertrouw erop dat de Commissie van deze mogelijkheid waar nodig zal blijven gebruikmaken. Ik wil er echter aan herinneren dat in een bepaalde zaak de prioriteit steeds blijft hoe de mededingingsbezwaren best aan te pakken. Ik zal niet onderhandelen of geen compromissen sluiten door toezeggingen te aanvaarden waarmee de mededingingsbezwaren van de Commissie niet volledig worden weggenomen.


4. Overheidssteun voor de banksector


Het Europees Parlement heeft in zijn drie meest recente jaarlijkse mededingingsverslagen opgeroepen de crisisregeling voor overheidssteun voor de banksector zo spoedig mogelijk te beëindigen. Hoe ziet u, gelet op het nieuwe insolventiemechanisme en het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme voor banken, het mededingingsbeleid, en met name de overheidssteun, evolueren binnen het nieuwe rechtskader?


Sinds het begin van de financiële crisis heeft de Commissie snel gehandeld en de toepassing van het staatssteuntoezicht flexibel aan de specifieke context van de crisis aangepast. Tussen 2008 en 2013 heeft de Commissie zeven mededelingen gepubliceerd die zijn gebaseerd op de uitzonderingsgrond van artikel 107, lid 3, onder b), VWEU. Volgens deze bepaling kunnen steunmaatregelen om "een ernstige verstoring in de economie van een lidstaat op te heffen", als verenigbaar met de interne markt worden beschouwd.


Ik heb kennis genomen van de oproep van het Europees Parlement om het gebruik van deze uitzonderingsregeling te beëindigen. Ik ben het ermee eens dat wij terug moeten naar de gewone toepassing van het staatssteuntoezicht in de banksector. Ik ben bereid dit te doen zodra de marktomstandigheden dit toelaten. Tegelijkertijd wil ik benadrukken dat de regels naar aanleiding van de bankencrisis niet alleen houvast boden over het gebruik van overheidssteun (garanties, herkapitalisaties of maatregelen ten behoeve van probleemactiva), maar ook strenge voorwaarden hebben opgelegd aan financiële instellingen die dergelijke steun hebben ontvangen. Het staatssteuntoezicht van de Commissie moest garanderen dat de financiële instellingen die staatssteun hadden ontvangen, afdoende werden geherstructureerd om opnieuw levensvatbaar te worden of – indien de levensvatbaarheid niet kon worden hersteld – van de markt werden gehaald (zoals o.a. Dexia, WestLB, Hypo Alpe Adria, Kommunalkredit en Anglo Irish). In dezelfde geest pakte het staatssteuntoezicht de mededingingsverstoringen aan die door de ontvangen steun ontstonden en hielp het tegelijkertijd de financiële stabiliteit te handhaven, de interne markt in stand te houden en de belangen van de belastingbetalers te beschermen.


Op 1 augustus 2013 heeft de Commissie met haar nieuwe bankenmededeling een belangrijke stap voorwaarts gezet in het beschermen van de belastingbetaler en het beperken van het steunbedrag dat banken mogen ontvangen. In een context waarin reddingsoperaties voor banken grote druk hebben gelegd op de begrotingspositie van vele lidstaten, heeft de nieuwe bankenmededeling de bijdrage van stakeholders aan de kosten voor de herstructurering van een bank verhoogd, zodat de steun tot het noodzakelijke minimum beperkt blijft en het moreel risico verkleint. Voortaan kan staatssteun enkel worden toegekend als alle mogelijke maatregelen om het kapitaal te verhogen, maar ook een bail-in van aandeelhouders en houders van achtergestelde schulden, onvoldoende zijn om het kapitaaltekort te dekken. Er moet dus een hoge prijs worden betaald om staatssteun te krijgen. Dit heeft tot de noodzakelijke overgang naar een volwaardige bankenunie geleid en helpt nu al de banden tussen overheden en banken door te knippen.


Ik ben op de hoogte van de diepgaande discussies tijdens de trialogen over de wisselwerking tussen de staatssteunregels en het gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme. In de aangenomen tekst blijft de Commissie bevoegd voor het staatssteuntoezicht op het gebruik van het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds. Naast het gebruik van nationale afwikkelingsfondsen, die onder de staatssteunregels vallen, hebben de medewetgevers ervoor gezorgd dat dezelfde staatssteunregels en hetzelfde staatssteuntoezicht van toepassing zijn op het gebruik van het gemeenschappelijk afwikkelingsfonds. Dit moet garanderen dat, wanneer middelen uit afwikkelingsfondsen worden gebruikt, de afwikkeling op dezelfde voorwaarden plaatsvindt voor "ins" en "outs" van de bankenunie. Het spreekt voor zich dat uit de praktijk van de Commissie is gebleken dat zij goed toegerust is en op zeer korte termijn kan reageren en haar beoordeling van staatssteun kan afgeven, zoals een paar maanden geleden is bewezen in de zaak over de afwikkeling van Banco Espírito Santo S.A. (BES). Ik wil de leden van het Europees Parlement dan ook verzekeren dat de Commissie met betrekking tot staatssteun over de juiste instrumenten en bevoegdheden beschikt om de verantwoordelijkheden op te nemen die zij van de medewetgevers heeft gekregen.


5. Rol van het Europees Parlement bij het mededingingsbeleid


Verbindt u zich ertoe om, in lijn met andere terreinen van marktintegratie en economische regelgeving na de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, toekomstige voorstellen in te dienen die het mededingingsbeleid van de EU vorm geven op basis van een rechtsgrond die voorziet in een rol als medewetgever voor het Europees Parlement, in het kader van de gewone wetgevingsprocedure?


Bent u met name van plan het Europees Parlement te betrekken bij het ontwerp van de regels met betrekking tot boetes voor ondernemingen die het mededingingsbeleid van de EU overtreden? Stemt u in met een interinstitutioneel akkoord tussen de Europese Commissie en het Europees Parlement om te zorgen voor adequate controle door het Parlement op het vlak van mededingingskwesties?


Voorstellen voor het EU-mededingingsbeleid zullen op de marktrealiteit gebaseerd zijn en het meest recente economische en juridische denken weerspiegelen. Wetgeving is geen doel op zich – het gaat erom innovatie te sturen en ervoor te zorgen dat markten duidelijke voordelen bieden aan consumenten, ondernemingen en de samenleving in haar geheel. Ik streef ernaar de bijdrage die het mededingingsbeleid aan de algemene prioriteiten van de Commissie kan leveren, te maximaliseren. Daartoe zal ik nauw samenwerken met mijn collega's in de Commissie.


In dat verband erken en respecteer ik de rol van het Parlement als de rechtstreekse vertegenwoordiger van de Europese burgers en zijn rol in de ontwikkeling van het mededingingsbeleid door middel van debatten, resoluties en het wetgevingsproces. Daarom zal ik altijd oor hebben voor de opmerkingen van het Parlement over het mededingingsbeleid en kijk ik ernaar uit een actieve dialoog te voeren. Ik ben daarom verheugd dat de werkgroep Concurrentie van de Commissie economische en monetaire zaken nu permanent is geworden, wat onze dialoog zal vereenvoudigen.


Met tevredenheid stel ik vast dat het Verdrag van Lissabon de medebeslissingsprocedure heeft verruimd en de rol van het Parlement in het wetgevingsproces heeft uitgebreid. Of de gewone wetgevingsprocedure ook op voorstellen inzake mededinging kan worden toegepast, hangt af van de inhoud van het voorstel. Ik stel vast dat in het geval van de richtlijn over schadevorderingen in mededingingszaken, waar de gewone wetgevingsprocedure van toepassing was vanwege de gevolgen voor de interne markt, mede door de actieve betrokkenheid van het Parlement een evenwichtig resultaat kon worden bereikt.


Ik beloof het Parlement tijdig op de hoogte te brengen van nieuwe beleidsinitiatieven, zodat het aan het debat en de openbare raadplegingen kan deelnemen, ongeacht of een formele raadpleging vereist is. In augustus 2014 bijvoorbeeld heeft vicevoorzitter Almunia uw nieuwe voorzitter, de heer Gualtieri, laten weten dat er een intern reflectieproces op gang werd gebracht over de groepsvrijstellingsverordening verzekeringen en aangekondigd dat een openbare raadpleging zou worden gehouden. Daarnaast zal ik ervoor zorgen dat, wanneer de Commissie een wetgevingsvoorstel ter bespreking naar de Raad stuurt, dit tegelijkertijd ook aan het Parlement wordt gezonden.


Geldboeten zijn een essentieel afschrikkingselement en ik zal graag de criteria van de boeterichtsnoeren verduidelijken en een open dialoog voeren met het Parlement over de onderliggende beginselen. De bestaande boeterichtsnoeren waarborgen transparantie en voorspelbaarheid en laten toch enige ruimte om rekening te houden met de specifieke kenmerken van elke individuele zaak. De Europese rechter heeft de benadering van de Commissie in dit verband in vele gevallen bevestigd; weinig bepalingen werden door de rechter zo nauwgezet onderzocht. Mocht er behoefte zijn aan wetgevende stappen, zal de inhoud van dit initiatief de rechtsgrondslag bepalen.


Voor een aanpassing van de rol van het Parlement in mededingingskwesties in het kader van het interinstitutioneel akkoord moet worden voldaan aan de Verdragsregels en is een formeel algemeen interinstitutioneel akkoord tussen de instellingen vereist. Daarom stel ik voor dat wij onze dialoog opstarten door middel van mijn regelmatige deelname aan de Commissie economische en monetaire zaken en regelmatige ontmoetingen met de geachte voorzitter van uw commissie, en dat ik mijn ideeën over een volgehouden intensievere dialoog met het Parlement met u deel. Ik beloof dat ik beschikbaar zal zijn voor overleg met u over belangrijke beleidsontwikkelingen op het gebied van mededinging en uw vragen zal beantwoorden.


U weet wellicht dat het grootste deel van het werk van directoraat-generaal Concurrentie handhaving betreft. Indien echter wetgevings- en niet-wetgevingsvoorstellen nodig zijn, zal ik voorstellen van hoge kwaliteit doen, waarin de beginselen van subsidiariteit, evenredigheid en betere regelgeving in acht worden genomen. Wij zullen de meest efficiënte en de minst belastende benadering zoeken en een beroep blijven doen op uitgebreide openbare raadplegingen en marktkennis. In dit verband zal ik elke kans aangrijpen om gebruik te maken van de collectieve ervaring en visies van het Parlement, om zo bij te dragen aan een intensievere dialoog over thema's van het mededingingsbeleid.