Hoofdnavigatie (Druk op Enter)
Direct naar de inhoud van de pagina (druk op "Enter")
Lijst van andere websites (Druk op Enter)

NOT FOUND !Federica Mogherini

Hoorzitting

 

Federica Mogherini

Portefeuille: Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid - Vicevoorzitter
 
Dag 5 , maandag 6 oktober 2014 - 18:30 , Brussel  
 
Federica Mogherini (Italië)
Federica Mogherini
 
Organisatie van de hoorzitting
 Verantwoordelijk voor de hoorzitting  Aan de hoorzitting verbonden
 
Vragen / Antwoorden
 
1. Algemene bekwaamheid, inzet voor Europa en onafhankelijkheid

Welke aspecten van uw kwalificaties en ervaring maken u geschikt voor het vervullen van het ambt van commissaris en voor het bevorderen van het Europees algemeen belang, vooral op het gebied waarop u bevoegd zou zijn? Wat zijn uw drijfveren? Op welke wijze wilt u invulling geven aan de strategische agenda van de Commissie?


Hoe kunt u uw onafhankelijkheid aantonen? Kunt u garanderen dat uw vroegere, huidige of toekomstige activiteiten geen twijfel doen ontstaan over uw functioneren als commissaris?


Ik heb me de afgelopen twintig jaar met buitenlands beleid beziggehouden: eerst via maatschappelijke organisaties, door actief deel te nemen aan diverse niet-gouvernementele organisaties en internationale campagnes, en in mijn eigen nationale en Europese politieke partij. Vervolgens heb ik mijn weg voortgezet binnen de Italiaanse instellingen, gedurende zes jaar als lid van het Italiaanse parlement en recent als Italiaans minister van Buitenlandse Zaken. Zoals voor de meeste mensen van mijn generatie is Europa de context waarbinnen ik ben opgegroeid, mijn natuurlijke politieke onderneming, een ruimte vooral van gedeelde waarden, persoonlijke vrijheden en democratie, waarin ik geloof en die ik wil koesteren, als overtuigd Europeaan, in mijn nieuwe hoedanigheid. Dit is voor mij niet zo maar een engagement, maar eerder een droom die bewaarheid kan worden.


In mijn functie als minister, en tijdens het Italiaanse voorzitterschap van de EU, heb ik ernaar gestreefd de noodzaak van gezamenlijke Europese actie opnieuw te bevestigen teneinde de wereldwijde problemen aan te pakken, te beginnen met de dramatische situatie aan de oostelijke en zuidelijke grenzen van ons continent.


Ik geloof nu meer dan ooit dat wij het wereldtoneel met een verreikende blik moeten overzien. Wij hebben een strategische aanpak nodig, niet alleen van de huidige crises, maar ook van mogelijke toekomstige crises en van de impact die ogenschijnlijk ver van ons verwijderde problemen op onze maatschappijen en onze veiligheid kunnen hebben. Ik denk aan de duizenden migranten die op zoek zijn naar asiel of een nieuw leven willen beginnen in Europa, maar ik denk ook aan de talrijke terroristische dreigingen. De recente geschiedenis heeft aangetoond dat indien Europa blijk geeft van moed en visie, het wel degelijk een centrale rol kan spelen in de wereldpolitiek. Het bewustzijn daarvan zal mij leiden in mijn werkzaamheden van hoge vertegenwoordiger en vicevoorzitter van de Commissie.


De onafhankelijkheid van de commissarissen is niet alleen verankerd in de Europese basisverdragen, maar zij moet ook het bindende principe zijn voor een ieder die een taak met zulk een grote verantwoordelijkheid in het publieke domein vervult. Elke commissaris moet worden geleid door de belangen van de Europese burgers en de Europese Unie in haar geheel. Dit is het engagement dat ik openlijk ben aangegaan enkele uren nadat ik door de Europese Raad was aangewezen als hoge vertegenwoordiger voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid. Ik bevestig dit engagement voor het Europees Parlement en ik neem mij voor, zodra ik in mijn functie ben bevestigd, het de komende jaren dag na dag gestand te doen. Ik zal mijn ideeën, mijn ervaring en mijn contacten meebrengen en exclusief ten dienste stellen van onze Unie en alle Europese burgers.


Daarom verbind ik er mij toe als commissaris de verplichtingen van artikel 17, lid 3, VEU en artikel 245 VWEU, alsook van de gedragscode voor commissarissen ten volle na te leven, waarin garanties voor onafhankelijkheid en ethische beginselen voor de leden van de Commissie zijn neergelegd. Om de onafhankelijkheid van de Commissie te vrijwaren ga ik ook de verbintenis aan om van geen regering, andere instelling, lichaam of entiteit instructies aan te nemen en steeds te handelen in het algemene Europese belang. Ik wil mij onthouden van iedere handeling die onverenigbaar is met het karakter van mijn ambt of de uitvoering van mijn taken. Tijdens mijn ambtstermijn zal ik geen andere bezigheden, bezoldigd of niet, op mij nemen. Ik heb mijn belangenverklaring overeenkomstig de gedragscode voor commissarissen opgesteld en openbaar gemaakt. Ik zal de verkozen voorzitter onmiddellijk in kennis stellen van enige wijziging en mijn verklaring dan actualiseren.

 
 
2. Beheer van de portefeuille en samenwerking met het Europees Parlement

Hoe ziet u uw rol als lid van het college van commissarissen? In hoeverre bent u bereid verantwoording af te leggen aan het Parlement over uw handelen en dat van uw diensten?


Kunt u specifieke toezeggingen doen ten aanzien van meer transparantie, intensievere samenwerking en een actieve follow-up van de standpunten en verzoeken om wetgevingsinitiatieven van het Parlement? Bent u met betrekking tot geplande initiatieven en lopende procedures bereid om het Parlement op gelijke voet met de Raad van informatie en documenten te voorzien?


De hoge vertegenwoordiger is ook vicevoorzitter van de Commissie en ik ben voornemens deze rol ten volle te vervullen. Ik zal verantwoordelijk zijn voor het oriënteren en coördineren van de werkzaamheden van alle commissarissen met betrekking tot externe betrekkingen. Ik zal een groep commissarissen voorzitten met betrekking tot externe betrekkingen om een gezamenlijke aanpak te ontwikkelen. Deze groep zal ten minste een maal per maand samenkomen in variërende thematische en/of geografische samenstelling, naargelang van de behoeften. Indien noodzakelijk wil ik de commissaris die bevoegd is voor het Europees nabuurschapsbeleid en de uitbreidingsonderhandelingen en andere commissarissen verzoeken voor mij in te springen op gebieden die betrekking hebben op de bevoegdheden van de Commissie.


De Europese Commissie is verantwoording verschuldigd aan het Europees Parlement, dat als enig rechtstreeks verkozen orgaan de grootste democratische legitimiteit bezit. Het Europees Parlement heeft een cruciale rol gespeeld in het proces van de Europese integratie, wat in het verdrag van Lissabon nog verder is uitgewerkt en geconsolideerd. Als voormalig lid van het Italiaanse parlement hecht ik bijzonder veel belang aan een nauwe en vruchtbare samenwerking met het Europees Parlement. Ons uiteindelijke gezamenlijke doel is resultaten te boeken voor onze burgers en ik geloof daarom dat het in ons gezamenlijk belang en onze gedeelde verantwoordelijkheid is onze taak in een geest van vertrouwen en samenwerking te vervullen.


Bij het vervullen van mijn taken wil ik het Kaderakkoord tussen het Europees Parlement en de Europese Commissie volledig uitvoeren, meer bepaald wat betreft het gevolg geven aan de standpunten en verzoeken van het Europees Parlement. Op mijn bevoegdheidsterrein wil ik garanderen dat de Commissie antwoordt op parlementaire resoluties of verzoeken volgens artikel 225 VWEU, uiterlijk drie maanden na de goedkeuring ervan. In dat kader steun en onderschrijf ik ten volle de toezegging van verkozen voorzitter Juncker dat de toekomstige Commissie bijzondere aandacht zal besteden aan wetgevingsinitatiefverslagen. In mijn hoedanigheid van hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid en overeenkomstig artikel 36 VEU ben ik vast van plan het Parlement regelmatig te informeren over de belangrijkste aspecten van mijn werkzaamheden en het Parlement te raadplegen over de fundamentele keuzen van ons buitenlands en veiligheidsbeleid. Overeenkomstig mijn verplichtingen in het kader van de interinstitutionele overeenkomst wil ik het Parlement raadplegen over toekomstgerichte documenten met de voornaamste kenmerken en fundamentele opties van het buitenlands en veiligheidsbeleid, met inbegrip van de financiële implicaties voor de algemene begroting van de Unie.


Zoals aangegeven in mijn antwoord op de tweede, specifiek op de portefeuille betrokken vraag van de Commissie AFET, wil ik nauw samenwerken met het Europees Parlement zodat het zijn controlerende taak ten volle kan uitoefenen. Wat betreft de toegang van het Europees Parlement tot geclassificeerde informatie op het gebied van buitenlands en veiligheidsbeleid, ben ik voorstander van spoedige hervatting van de onderhandelingen over de herziening van het interinstitutionele akkoord van 2002 over buitenlands en veiligheidsbeleid, in nauwe samenwerking met het voorzitterschap van de Raad, zodat zo spoedig mogelijk een bevredigend akkoord kan worden bereikt. Het is in ons gezamenlijke belang een degelijke bescherming van geclassificeerde informatie te garanderen, en tegelijk te verzekeren dat het Parlement toegang krijgt tot de informatie die het nodig heeft om zijn taken en verantwoordelijkheden onder het Verdrag uit te oefenen.


Ik steun ten volle het nieuwe engagement voor transparantie dat in de politieke beleidslijnen van de verkozen voorzitter is uiteengezet en zal het toepassen.

 
 
Vragen van de Commissie buitenlandse zaken

3. Verantwoordingsplicht en toetsing


Wilt u de toezeggingen die in de door uw voorganger ondertekende verklaring over politieke verantwoordingsplicht zijn opgenomen nader uitwerken, wat betreft de betrokkenheid en input van het Europees Parlement in een vroeg stadium van de beleidsplanning, om een echt gezamenlijk strategisch denkproces tot stand te brengen? Kunt u toezeggen met het oog hierop onder andere regelmatig van gedachten te wisselen met deze commissie over de agenda van de vergaderingen van de Raad Buitenlandse Zaken, vooraf te overleggen over strategieën en mandaten op het vlak van GBVB, en overleg te plegen in het kader van het Speciaal Comité?


Ik beschouw mijn relatie met het Europees Parlement als een essentieel en waardevol onderdeel van mijn werk. Als hoge vertegenwoordiger en vicevoorzitter van de Commissie ben ik verantwoordelijk en moet ik verantwoording afleggen voor het Europees Parlement. Ik erken de waardevolle bijdragen en de politieke steun die het Europees Parlement van meet af aan heeft verleend aan het instellen van de functie van hoge vertegenwoordiger/vicevoorzitter en van de EDEO. Het is in ons gezamenlijke belang, en meest van al in het belang van een sterk en samenhangend Europees buitenlands en veiligheidsbeleid, hierop voort te bouwen en zo nauw mogelijk samen te werken. Ik ben voornemens het advies van het Parlement in te winnen en met het Parlement samen te werken zodat het zijn controlerende taak ten volle kan uitoefenen. In dit verband verbind ik mij ertoe artikel 36 VEU, alsook het Kaderakkoord, de verklaring over politieke verantwoordingsplicht en andere toepasselijke interinstitutionele overeenkomsten ten volle te respecteren en toe te passen.


De verklaring over politieke verantwoordingsplicht werd reeds in 2010 met het Europees Parlement afgesproken, tezamen met het EDEO-besluit, teneinde de institutionele band met het Europees Parlement aan te passen aan het nieuwe Verdrag. Deze verklaring blijft een belangrijke verworvenheid en heeft haar waarde bewezen, maar ik ben overtuigd dat wij de concrete toepassing van bepaalde elementen ervan kunnen en moeten verbeteren. Ik verbind mij ertoe pragmatische oplossingen met het Europees Parlement te vinden om de verklaring beter en systematischer toe te passen, bij voorbeeld in verband met informatie over internationale overeenkomsten en gedachtewisselingen vóór de goedkeuring van nieuwe strategieën en mandaten.


Ik engageer mij voor een beter gestructureerde politieke dialoog met het Europees Parlement. Overeenkomstig artikel 36 VEU ben ik van plan het Europees Parlement te raadplegen over de belangrijkste aspecten en fundamentele opties van het buitenlands en veiligheidsbeleid en te garanderen dat de zienswijzen van het Europees Parlement terdege aan bod komen. Om dit te vergemakkelijken en wel degelijk een regelmatige politieke gedachtewisseling te garanderen, wil ik in overeenstemming met het Europees Parlement ten volle gebruik maken van de diverse kanalen die op verschillende niveaus bestaan (commissie, plenaire vergadering, andere organen, gezamenlijke informatiebijeenkomsten, speciaal comité) en wil ik zo vaak als mogelijk is in het Parlement aanwezig zijn. Ik sta ook ter beschikking voor informele ontmoetingen. Ik ben ervan overtuigd dat het in ons gezamenlijke belang is in volle openheid en transparantie overeen te komen hoe mijn aanwezigheid in het Europees Parlement en het systeem voor vertegenwoordiging beter kunnen worden georganiseerd. Dit zal het goede verloop van de parlementaire werkzaamheden ten goede komen en garanderen dat ik op de verschillende vragen op een georganiseerde en volledig bevredigende manier kan antwoorden. Binnen dit algemene kader ben ik het eens met uw voorstel en verbind ik er mij toe, hetzij zelf hetzij via een vertegenwoordiger, vergaderingen te houden met het Europees Parlement voor en/of na de vergaderingen van de commissie Buitenlandse Zaken.


Ik wil tevens de EDEO-diensten instrueren, en met name het topmanagement, op regelmatige basis met het Parlement contact te blijven onderhouden. Meer specifiek neem ik mij voor de diensten te instrueren proactief en consistent de relevante parlementaire commissies in staat te stellen via een geschikte procedure hun zienswijze uiteen te zetten voor de goedkeuring van mededelingen, strategieën en mandaten. In deze context zou ik ook de gezamenlijke informatiebijeenkomsten nieuw leven willen inblazen. Ik ben van plan het Parlement volledig op de hoogte te houden van de geplande mandaten van civiele GBVB-missies en ik wil ook de diensten instrueren om blijk te geven van flexibiliteit in verband met de reikwijdte van de gezamenlijke informatiebijeenkomsten, teneinde het Europees Parlement op de hoogte te houden van militaire GBVB-missies en meer in het algemeen van de werkzaamheden en de agenda van het Politiek en Veiligheidscomité.


In artikel 219, lid 10 VWEU is een grondige parlementaire toetsing opgenomen: welke maatregelen wilt u gaan nemen om ervoor te zorgen dat de Commissie en de EDEO deze commissie op proactieve en systematische wijze voorzien van concrete informatie over alle stadia van de onderhandelingen, de ondertekening en de tenuitvoerlegging van internationale overeenkomsten? Op welke wijze zult u deze commissie helpen bij het toezicht op de tenuitvoerlegging van deze overeenkomsten? Belooft u erop toe te zien dat getekende overeenkomsten zonder onnodige vertraging voor goedkeuring naar het Europees Parlement zullen worden doorgestuurd?


Ik verbind mij ertoe het Europees Parlement in alle stadia van de procedure volledig en onmiddellijk te informeren over overeenkomsten al dan niet in verband met het buitenlands en veiligheidsbeleid, aangezien artikel 218, lid 10, VWEU algemeen van toepassing is. Overeenkomstig het Verdrag, het Kaderakkoord en de relevante interinstitutionele overeenkomsten wil ik de naleving en toepassing ervan door de EDEO garanderen bij het voeren van onderhandelingen in verschillende hoedanigheden (namens de hoge vertegenwoordiger en/of namens de Commissie). Het recente vonnis van het Europees Hof van Justitie in zaak C-658/11 laat geen twijfel: de informatie-eis bestaat om te verzekeren dat het Parlement zijn democratische toezicht kan uitoefenen op de externe actie van de Unie, vanaf het begin van het proces tot en met de sluiting van een internationale overeenkomst door de EU. Ik zal ervoor zorgen dat het Parlement op de hoogte wordt gehouden en in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijzen uiteen te zetten en aanbevelingen te doen in alle stadia van de procedure, zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Raad, wat betreft ondertekening, voorlopige toepassing en sluiting.


Om dit te bereiken wil ik de diensten en meer bepaald de hoofdonderhandelaren instrueren consistent en proactief het Europees Parlement van actuele informatie te voorzien (door middel van een brief aan de Commissie AFET als het bevoegde comité en contactpunt) op een passende en overeengekomen wijze. Dit geldt voor het begin van de onderhandelingen (zelfs van vóór de start van de onderhandelingen), tijdens de onderhandelingen (na elke onderhandelingsronde of wanneer er significante ontwikkelingen zijn) en na afloop van de onderhandelingen (na de voltooiing ervan, bij de parafering van de overeenkomst, de voorlopige toepassing of wanneer wordt voorgesteld de overeenkomst op te schorten of te wijzigen).


Tijdens de tenuitvoerleggingsfase van een overeenkomst wil ik de bevoegde diensten van de EDEO instrueren om verzoeken van het Parlement om de tenuitvoerlegging en de stand van zaken van de overeenkomst te bespreken, te honoreren. De diensten zullen specifieke parlementaire groepen voor ad-hoc-toezicht regelmatig op de hoogte houden van belangrijke overeenkomsten, indien het Europees Parlement dit wenst.


Ik ben het ermee eens dat de ondertekende overeenkomsten zo spoedig mogelijk aan het Europees Parlement moeten worden voorgelegd. Ik wil nauw samenwerken met de Raad en de Commissie om te verzekeren dat het Europees Parlement onmiddellijk wordt ingelicht na de goedkeuring van een besluit over de ondertekening en eventueel voorlopige toepassing.


Welke concrete maatregelen wilt u nemen om ervoor te zorgen dat EP-functionarissen regelmatig een politieke briefing krijgen van EU-delegaties, beoordelingen ontvangen van uw diensten over de belangrijkste internationale crisissituaties van dat moment, en voorzien worden van geclassificeerde informatie?


Ik erken de waarde van de rapportage van de EU-delegaties als kostbare informatiebron voor de werkzaamheden van het Europees Parlement. Ik ben bereid om regelingen te onderzoeken voor het doorsturen van specifieke verslagen van de EDEO aan specifieke Parlementsleden, wanneer dat noodzakelijk is voor de uitoefening van de bevoegdheden en prerogatieven van het Parlement. Dergelijke regelingen moeten de bestaande interinstitutionele overeenkomsten en het Kaderakkoord respecteren om ongecontroleerde vrijgave van informatie te vermijden.


Een mogelijk probleem is dat de politieke verslagen van de EU-delegaties over het algemeen geclassificeerde informatie zijn. De interinstitutionele overeenkomst tussen de Raad en het Europees Parlement inzake geclassificeerde informatie over andere dan GBVB-zaken is van kracht geworden. Met deze interinstitutionele overeenkomst worden de basisbeginselen en minimumnormen voor de bescherming van geclassificeerde informatie tussen het Europees Parlement en de Raad gelijkgetrokken. In afwachting van de formele sluiting van het akkoord over de herziening van de interinstitutionele overeenkomst van 2002 met betrekking tot het doorsturen en behandelen door het Europees Parlement van geclassificeerde informatie op GBVB-gebied, moet ik deze bestaande overeenkomst naleven en toepassen. Ik wijs er ook op dat de rapportage van de EU-delegaties een informatieve en analytische waarde heeft, maar dat deze verslagen geen beleid vormen en niet het officiële standpunt van de EU, de EDEO of mezelf weergeven.


Ik ben ook bereid om het speciale comité van de interinstitutionele overeenkomst van 2002 nieuw leven in te blazen door frequenter te vergaderen met het oog op het delen van vertrouwelijke informatie over GBVB-missies en -operaties alsook over GBVB-zaken in het algemeen, onder volledige naleving van de punten 4 en 8 van de verklaring over politieke verantwoordingsplicht.


4. De drieledige positie van de hv/vv


Hoe wilt u de coördinatie, consistentie en doeltreffendheid van het externe optreden van de EU waarborgen, in overeenstemming met artikel 18, lid 4 VEU en artikel 9 van het Besluit van de Raad tot oprichting van de EDEO? Welke concrete maatregelen gaat u nemen om de coördinatie van het externe beleid en de internationale dimensie van het interne beleid te verbeteren? Met welke structuur kan de coördinatie van strategische beleidslijnen tussen de EDEO en de desbetreffende diensten van de Commissie het beste worden gewaarborgd, en welke praktische wijzigingen zijn er nodig in de structuur van de EDEO (het harmoniseren van de besluitvormingsstructuren om doeltreffende besluitvorming mogelijk te maken, een duidelijke hiërarchie aan te brengen en de alomvattende benadering in het externe beleid van de EU te verbeteren)? Welke (wetgevende, organisatorische, enz.) stappen gaat u zetten om de beheersing van de crisis en de passende coördinatie tussen de burgerlijke en de militaire aspecten daarvan te verbeteren?


Hoe kunt u het best gebruikmaken van uw drieledige positie om een langetermijnstrategie uit te werken voor een succesvol en relevant extern beleid van de EU, en welke institutionele en politieke initiatieven wilt u in het kader daarvan gaan ontplooien? In hoeverre bent u van plan de bepalingen van het Verdrag toe te passen waarin de mogelijkheid wordt geboden tot stemmen met een gekwalificeerde meerderheid over besluiten op het vlak van GBVB in de Raad (artikel 31, lid 2 VEU)? Hoe wilt u permanente gestructureerde samenwerking tussen geïnteresseerde lidstaten bevorderen en ondersteunen, in overeenstemming met artikel 42, lid 6 en artikel 46 VEU?


Het huidige netwerk en personeelsbestand van de delegaties weerspiegelt niet altijd de geopolitieke realiteit van de 21e eeuw, en moet garanderen dat de politieke verslaglegging en de informatiestromen aan het hoofdkantoor daadwerkelijk bijdragen aan de invulling van een onafhankelijk en proactief buitenlands beleid van de EU. Op grond van welke beginselen en in welk tijdsbestek wilt u het netwerk en het personeelsbestand van de EU-delegaties herzien?


Ik ben vastbesloten om mijn positie als vicevoorzitter van de Commissie naar beste vermogen te gebruiken om een sterke en coherente externe agenda voor de EU te ontwerpen. De structuur van de nieuwe Commissie zal deze taak vergemakkelijken. In samenwerking met verkozen voorzitter Juncker ben ik van plan om de werkzaamheden van de commissarissen voor externe betrekkingen te sturen en nauw samen te werken met de andere commissarissen wier portefeuilles sterke externe implicaties hebben. Zoals overeengekomen met de voorzitter van de Commissie zal strategische sturing geschieden via de vergaderingen van de groep commissarissen voor externe actie, waarvan ik het voorzitterschap zal bekleden. Deze groep zal in wisselende thematische en/of geografische samenstelling bijeenkomen. Deze vergaderingen zullen regelmatig plaatsvinden en steeds wanneer dat nodig is. Ik wil verslag uitbrengen bij mijn collega's in het College en praktische regelingen treffen om de beleidsinstrumenten en de expertise van de Commissie maximaal te doen renderen. Ik wil ook samenwerken met de commissaris voor Begroting en Personeelszaken om te verzekeren dat we geen vastleggingen doen die we niet kunnen nakomen.


Zoals overeengekomen met verkozen voorzitter Juncker ben ik voorts van plan de commissaris die bevoegd is voor het Europees nabuurschapsbeleid en de uitbreidingsonderhandelingen en zo nodig ook andere commissarissen te vragen voor mij in te springen indien en waar dat nodig is, op gebieden die met de bevoegdheden van de Commissie verband houden.


De samenwerking met de lidstaten op alle niveaus en op regelmatige basis is ook van vitaal belang. Ik neem mij voor met de ministers van Buitenlandse Zaken te bespreken hoe zij het best tot de externe actie van de EU kunnen bijdragen. Aangezien het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid (GBVB) en het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid (GVDB) in grote lijnen intergouvernementeel blijven en besluiten op dit gebied unaniem door alle EU-lidstaten genomen moeten worden, is het van belang strategische prioriteiten voor het buitenlandse beleid van de EU vast te stellen waar alle lidstaten volledig bij betrokken zijn. Hiervoor is meer coördinatie nodig niet alleen van de diverse hulpmiddelen van de externe actie van de EU, maar ook wat betreft de bijdragen die de lidstaten kunnen leveren op het gebied waarop zij bevoegd blijven.


In het licht van de toenemende internationale problemen kan de EU alleen effectief handelen via collectieve actie door alle nationale en EU-actoren. In deze context ben ik van plan de maatregelen die door de alomvattende aanpak van de EU werden vooropgesteld voor externe conflicten en crises, ten volle uit te voeren. Voorts wil ik ook verder streven naar een gecoördineerde aanpak van de externe en interne veiligheidsaspecten; de lopende crises in de onmiddellijke nabuurschap van de EU wijzen duidelijk op de noodzaak voor Europa om op dit punt gecöordineerd op te treden. Zoals verkozen voorzitter Juncker heeft aangeduid, is het onze doelstelling als EU-instellingen blijk te geven van eenheid van oogmerk en eenheid van handelen indien we de EU als reële mondiale speler willen bevestigen.


Wat betreft de besluitvormingsprocedures van de Raad heeft het Verdrag van Lissabon de mogelijkheden uitgebreid om een stemming met gekwalificeerde meerderheid door te voeren. De Raad heeft tot dusver in de praktijk geen gebruik gemaakt van deze mogelijkheid aangezien de besluiten bij consensus zijn genomen. Samen kunnen we doelstellingen bereiken die de individuele lidstaten niet kunnen bereiken. Als hoge vertegenwoordiger heb ik het mandaat om bij te dragen tot de ontwikkeling van het GBVB en ik zal niet aarzelen om stemming met gekwalificeerde meerderheid aan te raden, zoals het verdrag het mogelijk maakt, als dit het verwezenlijken van onze doelstellingen dichterbij brengt.


De bepalingen van het Verdrag over de permanente structurele samenwerking werden nog niet toegepast en behoren daarom tot het nog onaangetaste potentieel van het Verdrag. De militaire bevoegdheden blijven berusten bij de lidstaten en in overeenstemming met het Verdrag is het aan de lidstaten die aan de criteria voldoen en die de verbintenissen inzake militaire capaciteiten als bedoeld in het relevante protocol zijn aangegaan, hun voornemens kenbaar te maken. Ik wil streven naar een beter begrip van het mogelijke nut van deze bepaling ter ondersteuning van een verdergaande defensiesamenwerking tussen de lidstaten overeenkomstig de richtsnoeren van de Europese Raad van december 2013. De stroomlijning van de besluitvormingsstructuren van de EDEO zal een van mijn eerste prioriteiten zijn. Dit moet gebeuren parallel met de evenzeer noodzakelijke stroomlijning van de besluitvormingsprocessen van de Commissie en de Raad: de diverse "machines" moeten op elkaar worden afgestemd en tot synergie gebracht. Hiervoor neem ik mij voor voort te bouwen op de ideeën van de EDEO-evaluatie van 2013. Het wordt voor de EU steeds belangrijker om in haar nabuurschap en daarbuiten de veiligheid te vrijwaren en dat wordt ook steeds meer van haar verwacht. Het is daarom voor de EU noodzakelijk om het vermogen te vergroten om op gebeurtenissen te anticiperen en op crises te antwoorden, niet alleen via civiel en militair crisisbeheer, maar ook door strategisch en coherent gebruik te maken van een groot arsenaal instrumenten teneinde de doeltreffendheid en duurzaamheid te vergroten. Op structureel vlak, zoals aangemerkt in de EDEO-evaluatie, is er nog werk aan de winkel in verband met de integratie van de structuren voor crisisbeheer in de EDEO. Ik ben van plan om de interne afbakening van het werk te stroomlijnen, overlappingen te vermijden en de civiel/militaire synergieën te bevorderen. Ik wil precies nagaan hoe een effectieve band kan worden gecreëerd tussen deze structuren en de hoge vertegenwoordiger, rekening houdend met hun respectieve specificiteit.


Meer algemeen in verband met de organisatie van de dienst kan het topmanagement dat voor het opstarten van de EDEO was aangesteld, in de toekomst worden gestroomlijnd, nu de oprichtingsfase voltooid is. Alvorens op dit punt een beslissing te nemen, wil ik een algemene evaluatie van de prioriteiten en de hulpmiddelen maken. De EU-delegaties zullen een essentieel hulpmiddel voor onze werkzaamheden zijn, aangezien zij de Unie daarbuiten vertegenwoordigen, het communautaire beleid beheren en een belangrijke directe informatiedienst vervullen. Wat de structuren van de centrale diensten in Brussel betreft, moeten de besluiten inzake de inzet van personeel in de delegaties flexibel zijn en beantwoorden aan de wisselende politieke prioriteiten en omstandigheden ter plaatse. De algemene begrotingsbeperkingen kunnen anderzijds pijnlijke besluiten tot gevolg hebben. De toekomstige veranderingen zullen worden overeengekomen met de Raad en de Commissie en in volledige transparantie met het Europees Parlement.


5. Beleid


Hoe wilt u gevolg geven aan de conclusies van de Europese Raad van december 2013 over de herziening van de strategische prioriteiten van de EU voor het buitenlands en veiligheidsbeleid en over verdere vooruitgang in Europese samenwerking op het vlak van defensie? Hoe kunt u ervoor zorgen dat het Europees Defensieagentschap over voldoende financiële middelen en personeel beschikt, het potentieel ervan ten volle kan worden benut, en er een soepel verlopende samenwerking met de Commissie tot stand wordt gebracht waardoor synergieën ontstaan tussen onderzoeksactiviteiten op het vlak van civiele veiligheid en defensie? Hoe kunt u stimulansen creëren voor de lidstaten om deel te nemen aan projecten voor het bundelen en delen van capaciteiten? Welke stappen zou u als lid van het college nemen om ervoor te zorgen dat de regels voor overheidsopdrachten op defensiegebied bij kunnen dragen aan de totstandbrenging van een echt Europese markt in defensiematerieel?


Welke concrete maatregelen wilt u nemen om erop toe te zien dat de mensenrechten niet worden overschaduwd door concurrerende prioriteiten van het externe optreden van de EU, en dat de verplichtingen in artikel 21 VEU om de mensenrechten te integreren in al het externe optreden terdege worden nageleefd, ook in samenwerking met internationale en regionale mensenrechtenorganisaties? In hoeverre moet handel worden gezien als een instrument voor het buitenlands beleid, en welke stappen wilt u zetten om te waarborgen dat de besluiten die worden genomen in het kader van het handelsbeleid het buitenlands optreden van de EU versterken en de samenhang en de effecten daarvan niet ondermijnen? Welke maatregelen zou u nemen om de energiezekerheid van de EU op de korte en middellange termijn te vergroten, aangezien de EU momenteel in grote mate afhankelijk is van één olie- en gasleverancier, die in het verleden het dichtdraaien van de gaskraan heeft ingezet als instrument in zijn buitenlands beleid? Hoe koppelt u migratie, veiligheid en stabiliteit van de EU en haar buurlanden aan het ontwikkelingsbeleid en welke maatregelen zou u nemen op dat gebied?


Kunt u, overeenkomstig de bepalingen in de rechtsgrond van de externe financieringsinstrumenten, bevestigen dat de Commissie bij de tussentijdse herziening gedelegeerde handelingen zal vaststellen om de in de bijlagen afgebakende prioriteiten te bekrachtigen of te wijzigen? Hoe denkt u de strategische dialoog met deze commissie te gaan voeren? Welke stappen denkt u te nemen met het oog op de coördinatie, samenhang en synergieën tussen deze financieringsinstrumenten en met andere beleidsinstrumenten van het externe optreden van de EU (GBVB, humanitaire hulp, macrofinanciële bijstand, enz.)?


Ik ben zeer verheugd over het mandaat van de Europese Raad van december jongstleden om de gevolgen van de veranderingen in de wereldwijde context te evalueren en volgend jaar verslag uit te brengen over de uitdagingen en kansen waarmee de Unie wordt geconfronteerd. Het is duidelijk dat de context wereldwijd in aanzienlijke mate is veranderd, snel en dramatisch, en dat de EU niet zomaar haar bestaande beleid kan voortzetten alsof er niets is gebeurd. Er is daarom een omvattende inventarisatie en reflectie noodzakelijk om te garanderen dat onze aanpak relevant en realistisch is, en gebaseerd op een gezamenlijke strategische visie. Daarom wil ik een breed en inclusief debat stimuleren, waarbij niet alleen de EU-instellingen en de regeringen van de lidstaten, maar ook deskundigen op het gebied van buitenlands beleid in bredere zin betrokken worden. In de dramatisch veranderde wereld waarin wij leven, worden de bescherming en bevordering van de Europese belangen en waarden steeds moeilijker te realiseren, tenzij de Europeanen in versterkte mate hun krachten en middelen bundelen, om samen te handelen. Ik weet dat er al waardevol voorbereidend werk is geleverd door samenwerking tussen de EU-instellingen, met inbegrip van het Europees Parlement: dit moet een goede basis zijn voor het strategische debat dat moet komen. De ervaringen die zijn opgedaan met de Europese veiligheidsstrategie van 2003, wijzen erop dat een strategische en collectieve reflectie over het buitenlandse beleid van de EU van cruciaal belang is om te bepalen hoe wij in de wereld willen handelen. In het licht van de radicaal veranderde wereldwijde en regionale context waarin wij leven, kan een gezamenlijk proces van strategische reflectie geleidelijk de weg tonen naar een nieuwe Europese veiligheidsstrategie.


Dezelfde inspanning om opnieuw gezamenlijke strategische evaluaties en methoden in te stellen, is evenzeer van essentieel belang om een nieuwe impuls te geven aan de inspanningen voor samenwerking op defensievlak. Vrijwel iedereen vindt dat een grotere bundeling van defensie-inspanningen en -middelen voor de hand ligt, maar de moeilijkheden om dit punt in concrete actie om te zetten, zijn maar al te goed bekend. Het Europees Defensieagentschap (EDA) is een waardevol instrument, waarvan veel wordt verwacht. Het agentschap vermag echter weinig zonder de nodige middelen en de geëngageerde, constructieve samenwerking van de talrijke belanghebbenden. Om die reden ben ik ten zeerste verheugd over de groeiende samenwerking tussen het EDA en de Commissie, speciaal op het gebied van onderzoek en technologie. Ik ben ook voorstander van betrokkenheid van de Commissie bij projecten voor capaciteitsopbouw, tezamen met de lidstaten.


De voornaamste stimulans voor samenwerking tussen de lidstaten is de overtuiging van de lidstaten zelf. Ik vind het daarom bemoedigend dat de nationale leiders in de Europese Raad zich opnieuw hebben geëngageerd om samen te werken, een lijst van prioritaire projecten voor samenwerking hebben vastgesteld, en om voortgangsverslagen hebben verzocht. Ik zal ervoor zorgen dat het EDA alles doen wat in zijn macht ligt om de lidstaten te helpen de taken die zij zich hebben gesteld, te volbrengen. Meer bepaald geloof ik dat het EDA een sleutelrol moet spelen als architect van nieuwe capaciteiten, met een directe focus op de gebieden die door de Europese Raad van december 2013 zijn vastgesteld.


De verwezenlijking van een reële Europese markt voor defensie-uitrusting is essentieel voor de gezondheid van de defensie-industrie op de lange termijn in Europa, alsook voor ons vermogen om de strijdkrachten kosteneffectief uit te rusten. Daarom wil ik als een eerste prioriteit een duidelijke evaluatie laten doen van de gevolgen van het pakket van 2009 inzake de defensiesamenwerking en -industrie in Europa.


Naast defensie hebben de ongekende politieke gebeurtenissen in onze nabuurschap aangetoond dat de energiezekerheid een collectieve verantwoordelijkheid is voor Europa, waarvoor wij blijk moeten geven van eenheid in onze doelstellingen en actie. Tezamen met mijn collega's in de Commissie wil ik ervoor borg staan dat de inspanningen om de Europese energiezekerheidsstrategie uit te voeren, goed worden gecoördineerd. De meest kritieke problemen waarvoor we staan, betreffen de gasvoorziening, waarop het antwoord tweevoudig is: enerzijds moeten we zorgen voor het opzetten van interconnectoren binnen de EU; anderzijds moeten we bronnen en routes diversifiëren.


De mensenrechten zullen een van mijn overkoepelende prioriteiten zijn en ik zal de mensenrechten in al mijn relaties met de EU-instellingen, alsook met derde landen, internationale organisaties en maatschappelijke organisaties centraal stellen. Artikel 21 van het Verdrag betreft de stroomlijning van de mensenrechten in ons extern beleid. Het strategische kader en het actieplan van de EU, waarmee de Unie zich verbindt tot de bevordering van de mensenrechten op alle gebieden van de buitenlandse betrekkingen, zonder uitzondering, zijn dan ook een cruciale stap vooruit. Onze inspanningen moeten nu worden toegemeten op de tenuitvoerlegging. In dit verband ben ik van plan optimale werkwijzen voort te zetten en uit te breiden, speciaal in verband met het opnemen van mensenrechtenclausules in alle internationale overeenkomsten, het opnemen van mensenrechtenoverwegingen in GBVB-missies en de garantie van de naleving van de mensenrechten in ons antiterrorismebeleid. Aangezien het voor mij duidelijk is dat er op dit punt nog veel te realiseren valt, ben ik van plan samen te werken met mijn collega's in de Commissie om de mensenrechten te stroomlijnen in vitale beleidsgebieden zoals migratie, ontwikkeling, milieu, internet governance, handel, investeringen, technologie, bedrijfsleven, om er maar enkele te noemen. In dit verband wil ik ons engagement met onze gesprekspartners in internationale en regionale organisaties verdiepen, regelmatig overleggen met ngo's en maatschappelijke organisaties en nauw samenwerken met de lidstaten. Aangezien het Europees Parlement traditioneel een voorvechter is van de mensenrechten in de externe actie van de EU, kijk ik vooruit naar een nauwe samenwerking, meer bepaald met het subcomité mensenrechten, over al deze kwesties.


Handel is een essentiële bron van de groei en de werkgelegenheid in de EU en verdient daarom een aparte behandeling. Tegelijkertijd is het handelsbeleid een van de belangrijkste middelen voor buitenlands beleid waarover we beschikken. Om te garanderen dat het handelsbeleid coherent en complementair is met onze doelstellingen van buitenlands beleid, ben ik voornemens een gezamenlijke aanpak te ontwikkelen via de groep commissarissen voor externe actie. In dit verband zal ik speciaal aandacht hebben voor de betrekkingen van de EU met de ACS-landen, in nauwe samenwerking van de commissaris voor internationale samenwerking en ontwikkeling. Het handelsbeleid kan inderdaad een sleutelinstrument zijn voor de uitroeiing van de armoede en de bevordering van de economieën van de landen, hun integratie in de wereldeconomie en het respect voor waarden als de mensenrechten, arbeidsrechten en milieubescherming.


Buiten handel wil ik ook het belang onderstrepen dat ik hecht aan ontwikkeling, rekening houdend met het nieuwe paradigma dat voor de agenda na 2015 moet worden opgezet. Ik geloof vast dat een herijking moet plaatsvinden van onze betrekkingen met de zogenaamde ontwikkelingslanden, speciaal met Afrika. Een aantal van deze landen zijn vandaag in staat tot belangrijke vernieuwingen. Hun economieën groeien en zij kunnen zich op duurzame, gelijkmatige en eerlijke wijze ontwikkelen. Europa kan hun veel bieden zowel qua technologische als qua sociale innovatie. Ons ontwikkelingsmodel, waarin steeds is getracht economische en sociale ontwikkeling gelijk op te doen gaan, kan een sterk referentiemodel zijn voor onze buren in het zuiden. Wij moeten onze beperkte middelen voor hulpverlening strategisch aanwenden en die initiatieven steunen die welvaart en welzijn kunnen bevorderen. Europa heeft als oudste partner en nabuur van Afrika de verantwoordelijkheid om te garanderen dat de Afrikaanse gemeenschappen hun ontwikkelingsdoelstellingen op een eerlijke en duurzame manier kunnen verwezenlijken. Hiervoor zijn innovatie en nieuwe ideeën nodig, ook van onze kant.


De band tussen ontwikkeling in migratie is een punt dat evenzeer moet worden doordacht. De internationale gemeenschap heeft zich ertoe verbonden om na 2015 de mens in het centrum van de ontwikkelingsagenda te plaatsen. Op de top EU-Afrika werd gepleit voor mondiale partnerschappen inzake migratie en menselijke mobiliteit en ik ben ervan overtuigd dat deze een kerncomponent moeten zijn van de ontwikkelingsagenda na 2015, als een sleutelfactor voor duurzame ontwikkeling. Wij moeten de basisoorzaken van de migratie aanpakken door in het EU-ontwikkelingsbeleid aandacht te hebben voor humanitaire, mensenrechten- en ontwikkelingsbehoeften in de landen van oorsprong. Het strategische kader van de EU over mensenrechten en democratie spreekt niet over migratie. Dat zou moeten. Als mensen als gedwongen migranten hun land verlaten vanwege schendingen van de mensenrechten, zou de EU in een vroeg stadium tussenbeide moeten komen, door het thema mensenrechten met een specifieke verwijzing naar migratie in alle onderdelen van haar ontwikkelingsbeleid te integreren.


In crisissituaties kan en moet humanitaire hulp worden uitgebreid tot landen in Oost-Afrika en het Midden-Oosten waar die gedwongen migranten in eerste instantie terechtkomen, zodat zij hun opvangcapaciteiten kunnen vergroten en de levensomstandigheden van de vluchtelingen in deze landen kunnen verbeteren. Naast haar inspanningen voor een gemeenschappelijk asielbeleid moet de EU haar actie opvoeren voor steun aan de capaciteiten van de gast- en transitlanden, zodat deze hun internationale verplichtingen kunnen nakomen. Humanitaire hulp is de uitdrukking van solidariteit met de meest kwetsbaren, ongeacht hun kleur of geloofsovertuiging, en moet worden verstrekt zonder voorwaarden, gebaseerd op de beginselen van humaniteit, neutraliteit, onpartijdigheid en onafhankelijkheid. Deze beginselen en doelstellingen zijn die van het Verdrag en de Europese consensus inzake humanitaire steunverlening. Wij willen met respect hiervoor onze gezamenlijke EU-respons verbeteren door een betere analyse van kwetsbare situaties, door programma's op te zetten ter verbetering van de weerbaarheid en voor de aanpak van de basisoorzaken van instabiliteit en armoede.


Dit brengt me tot de bredere kwestie van het verband tussen het migratiebeleid en het buitenlandse beleid. Het bewustzijn van de problemen van migratie en mobiliteit moet zijn weg vinden in de vorming van het buitenlandse beleid. Het migratiebeleid moet van invloed blijven op de externe actie van de EU met nadruk op de onmiddellijke nabuurschap, migratieroutes en de landen van oorsprong en transit. Op dit punt beginnen we niet van nul af aan. De totaalaanpak van migratie en mobiliteit (TAMM) moet het overkoepelende kader blijven voor het externe migratiebeleid van de EU, met focus op vier doelstellingen: een betere organisatie van de wettelijke migratie en de bevordering van een goedbeheerde mobiliteit; de voorkoming en bestrijding van illegale migratie en uitroeiing van mensenhandel; het zo groot mogelijk maken van het effect van migratie en mobiliteit op ontwikkeling; en de bevordering van internationale bescherming. Ik geloof dat we onze inspanningen in deze richting moeten opvoeren als een belangrijk middel voor het vormgeven van een gestructureerde mondiale politieke rol van de EU op het gebied van het beheer van migratie en menselijke mobiliteit. De mobiliteitspartnerschappen en de gemeenschappelijke agenda inzake migratie en mobiliteit moeten aan de basis blijven liggen van dit kader voor samenwerking, met inbegrip van doelstellingen, verbintenissen en specifieke steunmaatregelen voor de aanpak van mobiliteitsproblemen, veiligheidskwesties en de noodzaak om de terugkeer en overname van illegale migranten mogelijk te maken.


Veiligheid is en blijft een belangrijke component van het migratiebeleid, met inbegrip van de externe dimensie. Mensenhandel en -smokkel is een hoofdcomponent geworden van de georganiseerde misdaad en van terrorismenetwerken en op gemengde immigratie uit conflictzones moet nauwkeurig worden toegezien. Het probleem van buitenlandse huurlingen, hoewel niet direct verbonden met de migratiestromen, is een specifieke kwestie die terdege moet worden aangepakt. In dit verband moet de actieve samenwerking tussen de ministers van Buitenlandse en Binnenlandse Zaken worden versterkt, meer bepaald wat betreft gerechtelijke en politionele samenwerking en de uitwisseling van informatie. Het is zaak te zorgen voor samenhang en complementariteit tussen de interne en externe aspecten van het EU-veiligheidsbeleid.


Ik wil ook mijn volledige bereidheid uitspreken om voortdurend in contact te staan met het Europees Parlement en met deze commissie, overeenkomstig de bepalingen en afspraken die zijn vervat in de wettelijke grondslag van de externe-financieringsinstrumenten. De Commissie zal een tussentijdse evaluatie verrichten en het Europees Parlement en de Raad daarvan in kennis stellen. Gebaseerd op de aanbevelingen van deze tussentijdse evaluatie moet de Commissie een gedelegeerde handeling vaststellen. Ik kan bevestigen dat de Europese Commissie een strategische dialoog zal aangaan met het Europees Parlement ter voorbereiding van de tussentijdse evaluatie en vóór elke belangrijke wijziging van de programmeringsdocumenten tijdens de hele looptijd van de genoemde verordeningen.


Het is mijn verantwoordelijkheid als hoge vertegenwoordiger en vicevoorzitter van de Commissie een alomvattende aanpak van de externe actie van de EU voor te staan, en de coördinatie, coherentie en synergieën tussen de diverse instrumenten te handhaven, zowel op financieel als op beleidsvlak. Dit is met name ook op landenniveau van belang, waar onze EU-delegaties een geprivilegieerde positie innemen ten aanzien van de lokale regeringen.