Europees Parlement
in actie
Blikvangers 1999-2004

 
Het Europees Parlement
Hervorming van de EU
Uitbreiding
Rechten van de burger
Europees burgerschap
Handvest
van de Grondrechten
Grondrechten
Toegang tot documenten
Onderwijs en mobiliteit
voor jongeren
Justitie en Binnenlandse Zaken
Externe betrekkingen
Milieu / Consumenten-
bescherming
Vervoer / Regionaal beleid
Landbouw / Visserij
Economisch
en monetair beleid
Sociaal- en werkgelegenheidsbeleid /
Rechten van de Vrouw
Interne markt / Industrie / Energie / Onderzoek
 

EPP-ED PSE Group ELDR GUE/NGL The Greens| European Free Alliance UEN EDD/PDE


Erasmus, een uitnodiging tot een reis

Erasmus heeft in 1987 het licht gezien. Dat jaar hebben 3000 studenten in een andere Europese universiteit hun opleiding kunnen vervolmaken. In 2002, vijftien jaar later, werd de grens van een miljoen begunstigden overschreden. Het initiatief kent dus een groeiend succes. Het Europees Parlement heeft het ook steeds gesteund. In het kader van het algemene Socrates-programma heeft Erasmus trouwens al nakomelingen: Comenius, Grundtvig, Lingua, Miverva... De Europese parlementsleden hebben steeds geprobeerd deze programma's nog ambitieuzer te maken, er meer middelen voor ter beschikking te stellen.

Zeven studenten van verschillende nationaliteiten delen gedurende een jaar een appartement in Barcelona: een Fransman, een Italiaan, een Britse, een Deen, een Duitser, een Spaanse (Andalusische) en een Belgische. Zij brengen er hun laatste studiejaar door, dank zij het Erasmus-programma, dat de uitwisseling van universiteitsstudenten mogelijk maakt. Zo ontstaat een kleine Europese gemeenschap, met culturele verschillen, misverstanden, maar ook punten van overeenkomst. Het is de leuke Franse film "L'Auberge espagnole", van Cédric Klapisch, die een beeld geeft van een heel concreet Europees project ten behoeve van studenten, die op die manier ontvankelijk worden gemaakt voor andere talen en culturen.

Het Erasmus-programma bevordert de mobiliteit van niet alleen universiteitsstudenten, maar ook universiteitsdocenten. Het is tevens gericht op het opzetten van studieprogramma's, spoedcursussen en multidisciplinaire activiteiten, en het aanleren van bepaalde vakken in een andere taal. Erasmus heeft ook gezorgd voor een Europees systeem van overdracht van behaalde studieresultaten (ECTS), waardoor in andere lidstaten volbrachte studieperioden gemakkelijker door universiteiten kunnen worden erkend. Deze studieperioden tellen dan mee voor het behalen van een diploma, hetgeen uiteraard de mobiliteit van studenten ten goede komt.

Onder de hoede van Socrates

Erasmus werd in 1987 gelanceerd. In 1995 werd het opgenomen in het ruimere "Socrates"-programma, een omvangrijk Europees onderwijsprogramma dat de grenzen van de Unie overschrijdt en een dertigtal Europese landen bestrijkt: de huidige vijftien lidstaten, de tien toetredende landen, Bulgarije en Roemenië, de drie landen van de Europese Economische Ruimte (IJsland, Noorwegen en Liechtenstein), en binnenkort ook Turkije. Socrates omvat niet alleen Erasmus, maar ook Comenius, voor het lager en secundair onderwijs, Grundtvig, voor permanente educatie, Lingua, voor het talenonderwijs, en Minerva, voor het afstandsonderwijs en de informatietechnologie.

Al deze Europese acties vullen de nationale maatregelen aan, conform het subsidiariteitsbeginsel: de lidstaten zijn verantwoordelijk voor de nationale beleidsmaatregelen en programma's inzake onderwijs, en de Unie heeft tot taak de samenwerking tussen de lidstaten, de Europese dimensie, de wederzijdse erkenning van diploma's, de mobiliteit van studenten en docenten, en de uitwisseling van informatie en goede praktijken te bevorderen, dit alles met het oog op de totstandbrenging, op lange termijn, van een Europese ruimte van het hoger onderwijs. Het Parlement is op dit gebied medewetgever naast de Raad, d.w.z. de regeringen. Het kan dus zijn stem laten horen.

Ondanks het toenemende succes vervult Erasmus nog niet de ambities die het Parlement voor dit programma voor ogen had bij de goedkeuring van de tweede fase van het Socrates-programma 2000-2006, te weten deelneming van ongeveer 10% van de Europese studenten aan de mobiliteitsacties in het kader van Erasmus. Er waren drie lezingen nodig om het programma uiteindelijk goedgekeurd te krijgen, in januari 2000. Het Parlement heeft de medebeslissingsprocedure ten volle benut om uiteindelijk te verkrijgen dat de begroting voor het programma aanzienlijk werd verhoogd, en zal kunnen worden aangepast bij de uitbreiding van de Unie. Bovendien werden de administratieve procedures vereenvoudigd. Het Parlement is er aldus in geslaagd de begroting voor Socrates voor de periode 2000-2006 op 1.850 miljoen euro te brengen, met een herzieningsclausule in geval van uitbreiding. De Commissie had slechts 1.400 miljoen voorgesteld en de Raad wou aanvankelijk niet verder gaan dan 1.550 miljoen.

Het Parlement, hierin gesteund door de Commissie, heeft zich er ook voor ingezet om van Socrates een programma te maken dat concreet bijdraagt aan de totstandbrenging van een "Europese onderwijsruimte". De Raad, waarvoor dit onderwerp blijkbaar taboe is, heeft zich daar echter tegen verzet, en de parlementsleden hebben zich tevreden moeten stellen met een verwijzing naar "een Europese onderwijs- en opleidingsdimensie".

Het "proces van Bologna"

Vijfentwintig Europese staten hebben in 1999 nochtans de "Verklaring van Bologna" ondertekend, die erop gericht is tegen het einde van dit decennium een Europese ruimte van het universitair onderwijs tot stand te brengen. De onderwijsstelsels dienen beter op elkaar te worden afgestemd om van Europa de "meest concurrerende en dynamische kenniseconomie ter wereld" te maken, conform de "strategie van Lissabon" die de Europese Raad in maart 2000 heeft goedgekeurd. De ministers hebben zich er in Bologna tevens toe verbonden de universiteitscursussen te hervormen op grond van de structuur hoger secundair ("bac") +3, +5, +8 (licentiaatsgraad, mastersgraad, doctorsgraad). Het is de bedoeling dat het Europese hoger onderwijs in de hele wereld een aantrekkingskracht uitoefent die in overeenstemming is met onze grote culturele en wetenschappelijke traditie.

De Raad heeft in 2001 een aanbeveling aangenomen over het vrije verkeer van personen. Daarin wordt de lidstaten met name gevraagd de juridische en administratieve obstakels voor de mobiliteit van studenten en docenten weg te nemen en het aanleren van communautaire talen te bevorderen om deze mobiliteit te vergroten. De lidstaten worden er tevens toe aangespoord de totstandbrenging van een "Europese ruimte van kwalificaties" te bevorderen, onder andere door gebruik te maken van het ECTS. Al deze aanbevelingen beantwoorden volledig aan de wensen van het Parlement. De fiscale en sociale maatregelen waar de parlementsleden om hadden gevraagd zijn daarentegen niet overgenomen. Het gevaar bestaat dan ook dat de mobiliteit op concrete obstakels zal blijven stuiten.

Erasmus Mundus

Aan het eind van de zittingsperiode, in oktober 2003, heeft het Parlement een significante bijdrage kunnen leveren aan het lanceren van een nieuw communautair programma dat voor de hele wereld open staat. Op mondiaal niveau geven de meeste studenten die deelnemen aan internationale uitwisselingen er momenteel de voorkeur aan naar de Verenigde Staten te gaan. Erasmus Mundus wil deze trend ombuigen, en meer studenten ertoe brengen voor Europese universiteiten te kiezen. 4000 gediplomeerde studenten en een duizendtal docenten uit derde landen (andere dan de landen van de Europese Vrijhandelsassociatie -IJsland, Liechtenstein en Zwitserland- en de kandidaat-lidstaten) kunnen een beurs krijgen. De parlementsleden zijn enthousiast en hebben van de gelegenheid gebruik gemaakt om een nieuwe stap te zetten in de richting van de totstandbrenging van een Europese ruimte van het hoger onderwijs, waar zij zo aan gehecht zijn. Zij hebben immers verkregen dat ook een "masters Erasmus Mundus"-project wordt gelanceerd, teneinde studenten in staat te stellen een "ronde van Europa" te maken over verschillende universiteiten. Het Parlement heeft ook hard onderhandeld met de Raad om het budget voor dit programma te verhogen. De Commissie had 200 miljoen euro voorgesteld voor de periode 2004-2006, de Raad slechts 180 miljoen. De parlementsleden vonden dit bedrag te laag, en hebben uiteindelijk verkregen dat het op 230 miljoen werd gebracht. Dit programma wil niet alleen een venster op de wereld zijn voor het Europese onderwijs, maar ook de interculturele dialoog en de verstandhouding tussen de volkeren bevorderen.



  
Rapporteurs:
  
Mobiliteit van leerkrachten, opleiders, studenten: J.E. Evans (PES, UK)
Socrates-programma 2000-2004: Doris Pack (EPP-ED, D)
Erasmus Mundus-programma 2004-2008: Marielle De Sarnez (EPP-ED, F)
  
Publicatieblad - definitieve besluiten:
  
Mobiliteit van leerkrachten, opleiders, studenten
Socrates-programma 2000-2004
Erasmus Mundus-programma 2004-2008

 

 

 
  Publishing deadline: 2 April 2004