Europees Parlement
in actie
Blikvangers 1999-2004

 
Het Europees Parlement
Hervorming van de EU
Uitbreiding
Rechten van de burger
Justitie en Binnenlandse Zaken
Externe betrekkingen
Milieu / Consumenten-
bescherming
Milieuaansprakelijkheid
Luchtverontreiniging
Broeikasgassen
Auto Oil II
Elektronisch afval
Verpakkingsafval
Voedselveiligheid
GGOs
Tabak
Lawaaihinder
Cosmetische producten
Menselijke weefsels en cellen
Vervoer / Regionaal beleid
Landbouw / Visserij
Economisch
en monetair beleid
Sociaal- en werkgelegenheidsbeleid /
Rechten van de Vrouw
Interne markt / Industrie / Energie / Onderzoek
 

EPP-ED PSE Group ELDR GUE/NGL The Greens| European Free Alliance UEN EDD/PDE


Totaal verbod op dierproeven voor het testen van cosmetische producten

Dierproeven voor het testen van cosmetische producten, een onderwerp dat sterke reacties oproept. Het hierbij draait om de veiligheid van de consument, het dierenwelzijn, internationale handelsvoorschriften en de concurrentiepositie van cosmeticabedrijven in de EU. Een eerdere richtlijn in de jaren negentig om de verkoop te verbieden van cosmetische ingrediënten die op dieren zijn getest liep op niets uit. Nu is er een herziene wet aangenomen met een tijdschema voor invoering van een verbod op dierproeven voor cosmetische producten in de EU. Dankzij het Europees Parlement komt er ook een verbod op cosmetische producten en ingrediënten die op dieren zijn getest, ook van producten die van buiten de EU afkomstig zijn.

Producten als make-up, lipsticks, douche-gels en shampoos moeten allemaal getest worden op hun effecten voor de gezondheid en veiligheid van de consument, maar experimenten met dieren krijgen steeds meer kritiek. Volgens dierenwelzijnorganisaties worden jaarlijks in de EU 38.000 dieren gebruikt om nieuwe cosmetische producten en ingrediënten te ontwikkelen en te testen. Omdat er 9000 cosmetische ingrediënten bestaan die al getest zijn en de industrie ter beschikking staan wordt gezegd dat er geen dringende noodzaak is om nieuwe ingrediënten op dieren uit te testen.

De verkoop van cosmetische ingrediënten die op dieren waren getest zou in 1998 verboden worden krachtens een Europese richtlijn, maar het verbod werd niet van kracht. De belangrijkste redenen waren het gebrek aan alternatieve testmethoden en de verplichting om te voldoen aan de WTO-voorschriften, die discriminatie van producten van buiten de EU verbieden. In een nieuwe poging het probleem aan te pakken kwam de Commissie met een voorstel om dierproeven te verbieden maar niet de verkoop van producten die op dieren zijn getest. Het verbod op dierproeven zou gelden voor eindproducten en ingrediënten.

Het Parlement voerde aan dat dit onvoldoende was om dierproeven in Europa uit te bannen. Een aantal leden vond dat het eerdere voorstel om de verkoop in de EU te verbieden van producten die waar ook ter wereld op dieren zijn getest doorgang moest vinden. Zo'n verbod zou namelijk ook gelden voor producten die buiten de EU zijn getest. Alleen zo zou kunnen worden voorkomen dat deze producten in Europa worden geïmporteerd, dat dierproeven worden verplaatst naar landen buiten de EU en dat Europese cosmeticabedrijven in een nadelige positie zouden komen ten opzichte van bedrijven buiten de EU.

Duidelijke termijnen voor het uitbannen van dierproeven

In de daaropvolgende onderhandelingen tussen het Parlement en de Raad van ministers was er een groot meningsverschil over de noodzaak van duidelijk afgebakende termijnen. De minister hielden vast aan het standpunt dat de gezondheid en veiligheid van de consument op de eerste plaats kwam en dat er geen harde deadlines vastgelegd moesten worden ingeval er geen alternatieve testmethoden zouden worden gevonden. Het Parlement drong echter aan op duidelijke termijnen en volledig verbod op de verkoop, omdat het dit de beste manier vond om de ontwikkeling van alternatieve testmethoden te versnellen.

Na harde onderhandelingen kwamen het Parlement en de Raad tenslotte overeen om vanaf 2004 dierproeven te verbieden voor cosmetische eindproducten in de hele EU. Daarnaast besloten zij in fasen een verbod op cosmetische ingrediënten die op dieren worden getest en ook op de verkoop van op dieren geteste producten en ingrediënten (dus ook van geïmporteerde producten) in te voeren. Deze gefaseerde verboden worden van kracht als en wanneer er alternatieve testmethoden zijn gevonden, met als definitieve einddatum 2009.

Drie soorten testen die moeilijk te vervangen zijn krijgen uitstel van executie tot 2013 maar dan wordt de verkoop van producten waarvoor deze proeven worden gebruikt ook verboden ongeacht de vraag of er alternatieve testmethoden zijn gevonden. De deadline van 2013 kan nog worden verschoven maar als het zover is heeft het Parlement het laatste woord in het kader van de medebeslissingsprocedure. Nieuwe testmethoden zullen door de EU worden gehomologeerd, maar om de regels van de internationale handel te eerbiedigen moet hierbij rekening worden gehouden met de ontwikkelingen binnen de OESO.

De wet voert ook een verbod in op bepaalde kankerverwekkende, mutagene of toxische stoffen, die schadelijk zijn voor het menselijk voortplantingssysteem. Daarnaast zijn dank zij het Parlement de etiketteringsvoorschriften aangescherpt, zodat de consument op de hoogte is van de houdbaarheid van cosmetische producten en van eventuele allergische reacties.

Dierenwelzijnorganisaties hebben aangedrongen op een sneller verbod op dierproeven. Maar gezien de harde tegenstand in de Raad op het punt van de vaste einddata, en het feit dat de cosmetische industrie inderdaad tijd nodig heeft om zich aan te passen, werd het uiteindelijke resultaat door de leden toch gezien als een enorme stap vooruit.

 



  
Rapporteur:
  
Cosmetische producten: dierproeven: Dagmar Roth-Behrendt (PES, D)
  
Publicatieblad - definitieve besluiten:
  
Cosmetische producten: dierproeven

 

 

 
  Publishing deadline: 2 April 2004