Over EP-leden


Het Europees Parlement telt 751 leden die in de 28 lidstaten van de uitgebreide Unie werden gekozen. Sinds 1979 worden de leden via rechtstreekse algemene verkiezingen voor een periode van vijf jaar gekozen.

Elk land kan zelf bepalen hoe het de verkiezingen organiseert, op voorwaarde dat vrouwen en mannen gelijk worden behandeld en de stemming geheim is. Bij Europese verkiezingen geldt het stelsel van evenredige vertegenwoordiging. Stemmen kan vanaf 18 jaar, behalve in Oostenrijk, waar jongeren vanaf 16 jaar kunnen stemmen.

De zetels worden verdeeld op grond van het bevolkingscijfer van elke lidstaat. Iets meer dan een derde van de Europarlementariërs zijn vrouwen. De leden verenigen zich naar politieke gezindheid, niet naar nationaliteit.

Europarlementariërs verdelen hun tijd tussen hun thuisdistrict, Straatsburg – waar elk jaar 12 plenaire vergaderingen worden gehouden – en Brussel, waar extra plenaire vergaderingen, commissievergaderingen en fractievergaderingen plaatsvinden.

De rechten en plichten van leden zijn vastgelegd in het Statuut van 2009.

Gedragscode voor de leden van het Europees Parlement

De gedragscode is op 1 januari 2012 in werking getreden. In de code wordt uitgegaan van het basisbeginsel dat de leden uitsluitend in het algemeen belang handelen en bij de uitvoering van hun werk geleid worden door de principes van belangeloosheid, integriteit, transparantie, toewijding, eerlijkheid, verantwoordelijkheid en respect voor het aanzien van het Parlement.

In de gedragscode wordt een belangenconflict gedefinieerd en wordt bepaald hoe de leden hiermee moeten omgaan; de code bevat regels over, bijvoorbeeld, officiële geschenken aan leden en beroepsactiviteiten van voormalige leden.

Door de gedragscode worden de leden eveneens verplicht een nauwkeurige opgave te doen van hun financiële belangen. De leden zijn ook verplicht opgave te doen van hun aanwezigheid op evenementen die georganiseerd worden door derden, als hun verplaatsings-, accomodatie- of verblijfskosten door een derde worden terugbetaald of rechtstreeks worden betaald. Deze opgaven vloeien voort uit de in de gedragscode vastgestelde, strenge transparantieregels en -normen. De door de leden in hun opgaven verstrekte informatie kan geraadpleegd worden op hun persoonlijke profielpagina.

De leden moeten ook opgave doen van de geschenken die zij hebben ontvangen als officiële vertegenwoordiger van het Parlement, overeenkomstig de voorwaarden in de uitvoeringsvoorschriften van de gedragscode. De geschenken in kwestie worden geregistreerd in het geschenkenregister.

De Voorzitter kan een sanctie opleggen aan een lid dat de gedragscode overtreedt. Deze aan een lid opgelegde sanctie wordt door de Voorzitter in de plenaire vergadering bekendgemaakt en blijft voor de resterende duur van de zittingsperiode op een duidelijk zichtbare plek op de website van het Parlement vermeld staan.

Raadgevend comité voor het gedrag van de leden

Het raadgevend comité voor het gedrag van de leden geeft de leden advies omtrent de uitlegging en toepassing van de gedragscode. Op verzoek van de Voorzitter beoordeelt het raadgevend comité ook vermeende gevallen van overtreding van de gedragscode en verstrekt het de Voorzitter advies over de eventueel te nemen maatregelen.

Het raadgevend comité bestaat uit vijf leden. Zij worden door de Voorzitter benoemd op basis van hun ervaring en het politieke evenwicht tussen de politieke fracties in het Parlement. Elk van de vijf leden neemt bij toerbeurt het voorzitterschap waar voor een periode van zes maanden. De Voorzitter benoemt eveneens een reservelid voor elke politieke fractie die anders niet in het raadgevend comité vertegenwoordigd zou zijn.

Het raadgevend comité publiceert jaarlijks een verslag over zijn werkzaamheden.


Samenstelling van het raadgevend comité
Danuta Maria HÜBNER
  • Danuta Maria HÜBNER
  • Group of the European People's Party (Christian Democrats) Member
  • Poland Platforma Obywatelska
Mady DELVAUX
  • Mady DELVAUX
  • Group of the Progressive Alliance of Socialists and Democrats in the European Parliament Member
  • LuxembourgParti ouvrier socialiste luxembourgeois
Sajjad KARIM<
  • Sajjad KARIM
  • European Conservatives and Reformists Group Member
  • United KingdomConservative Party
Jean-Marie CAVADA
  • Jean-Marie CAVADA
  • Group of the Alliance of Liberals and Democrats for Europe Member
  • FranceNouveau Centre-UDI
Jiří MAŠTÁLKA
  • Jiří MAŠTÁLKA
  • Confederal Group of the European United Left - Nordic Green Left Member
  • Czech RepublicKomunistická strana Čech a Moravy

Reserveleden
Heidi HAUTALA
  • Heidi HAUTALA
  • Group of the Greens/European Free Alliance Vice-Chair
  • FinlandVihreä liitto
Laura FERRARA
  • Laura FERRARA
  • Europe of freedom and direct democracy Group Member
  • ItalyMovimento 5 Stelle
Gerolf ANNEMANS
  • Gerolf ANNEMANS
  • Europe of Nations and Freedom Group Treasurer
  • BelgiumVlaams Belang

Salarissen en pensioenen

Salaris van EP-leden

Als regel ontvangen EP-leden overeenkomstig het Statuut dat in juli 2009 in werking is getreden hetzelfde salaris.

Overeenkomstig het Statuut bedraagt het brutosalaris van EP-leden sinds 1 juli 2016 8 484,05 EUR per maand. Het salaris is afkomstig uit de begroting van het Parlement, er wordt EU-belasting over geheven en er worden verzekeringspremies op ingehouden, waarna het 6 611,42 EUR bedraagt. De lidstaten kunnen op het salaris ook nog nationale belastingen heffen. Het basissalaris komt overeen met 38,5 % van het basissalaris van een rechter bij het Europees Hof van Justitie.

Een eventuele uitzondering hierop vormen leden die vóór de verkiezingen van 2009 lid van het Parlement waren: zij hebben er namelijk voor kunnen kiezen het voorgaande nationale systeem voor salarissen, overgangstoelagen en pensioenen te behouden.

Pensioenen

Overeenkomstig het Statuut hebben voormalige leden vanaf de leeftijd van 63 jaar recht op een ouderdomspensioen. Het pensioen bedraagt 3,5 % van het salaris voor elk volledig jaar dat het mandaat wordt uitgeoefend, maar niet meer dan 70 % in totaal. Deze pensioenen worden betaald uit de begroting van de Europese Unie.

Het in 1989 ingevoerde aanvullend-pensioenstelsel voor EP-leden is sinds juli 2009 gesloten voor nieuwe leden en wordt momenteel afgebouwd.

Vergoedingen betaald aan de leden van het Europees Parlement

Net als leden van nationale parlementen ontvangen leden van het Europees Parlement een aantal vergoedingen die zijn bedoeld om hun uitgaven ter uitoefening van hun parlementaire mandaat te dekken.

Vergoeding voor algemene uitgaven

Deze vergoeding is bedoeld om uitgaven van de leden in hun lidstaat van herkomst te dekken, zoals administratiekosten, telefoon- en portokosten en de kosten van de aanschaf, het gebruik en het onderhoud van computer- en telematica-apparatuur. De vergoeding wordt gehalveerd wanneer een lid zonder geldige reden niet de helft van het aantal plenaire vergaderingen in één parlementair jaar (september tot augustus) bijwoont.

In 2018 bedraagt deze vergoeding EUR 4 416 per maand.

Reiskosten

De meeste vergaderingen van het Europees Parlement, zoals plenaire vergaderingen en vergaderingen van commissies en fracties, vinden plaats in Brussel of Straatsburg. De leden krijgen de werkelijk gemaakte kosten van hun reisbiljetten voor het bijwonen van deze vergaderingen vergoed tegen overlegging van bewijsstukken: maximaal de prijs van een vliegticket businessclass ("D" of gelijkwaardig), een treinkaartje eerste klas of een kilometervergoeding van 0,50 EUR/km voor autoritten (maximaal 1 000 km), plus forfaitaire vergoedingen naar gelang van de afstand en de duur van de reis ter dekking van de overige reiskosten (bv. wegentol, overbagage of reserveringskosten).

Overige reiskosten

Leden moeten bij de uitoefening van hun mandaat vaak buiten of binnen de lidstaat waar zij verkozen zijn, reizen voor andere doeleinden dan officiële vergaderingen (bv. om een conferentie bij te wonen of een werkbezoek af te leggen).

Daarom kunnen de leden voor werkzaamheden buiten de lidstaat waar zij verkozen zijn, een vergoeding van maximaal 4 264 EUR per jaar krijgen voor reis- en verblijfkosten en daarmee samenhangende kosten. Voor werkzaamheden binnen de lidstaat waar zij verkozen zijn, worden alleen reiskosten vergoed, met een jaarlijks maximum per land.

Dagvergoeding
  • Het Parlement betaalt een forfaitaire vergoeding van 306 EUR per dag ter dekking van alle overige kosten die leden tijdens periodes van parlementaire werkzaamheden maken, op voorwaarde dat zij een aanwezigheidsregister tekenen.
  • De vergoeding wordt met de helft verminderd als een lid weliswaar aanwezig is, maar op dagen dat plenaire stemmingen worden gehouden, meer dan de helft van de hoofdelijke stemmingen mist. Voor vergaderingen buiten de Europese Unie bedraagt de vergoeding 153 EUR (opnieuw op voorwaarde dat een aanwezigheidsregister wordt ondertekend), waarbij verblijfkosten afzonderlijk worden vergoed.

Bepalingen betreffende het personeel

De leden van het Europees Parlement kunnen zelf hun medewerkers kiezen, mits zij zich houden aan het door het Parlement bepaalde budget en aan de in hoofdstuk vijf van de uitvoeringsbepalingen van het Statuut van de leden gestelde voorwaarden.

In 2018 bedraagt het maximumbedrag 24 526 euro per maand per lid. Dit bedrag wordt niet aan de leden overgemaakt, maar wordt uitbetaald als salaris aan de medewerkers die aan de gestelde voorwaarden voldoen en een geldig contract hebben, alsook aan de instanties die belast zijn met het innen van de inkomstenbelasting.

De leden kunnen een beroep doen op verschillende soorten medewerkers.

Geaccrediteerde medewerkers met standplaats Brussel (of Luxemburg/Straatsburg) vallen rechtstreeks onder de administratieve diensten van het Parlement. De leden kunnen drie, en in sommige gevallen vier geaccrediteerde medewerkers in dienst nemen. Ten minste 25 % van de uitgaven voor assistentie aan de leden is voorbehouden voor geaccrediteerde medewerkers.

Plaatselijke medewerkers staan de leden bij in de lidstaat waar zij verkozen zijn. Hun contracten worden beheerd door een erkende betalingsgemachtigde die toeziet op de naleving van de socialezekerheids- en belastingvoorschriften. De contracten met plaatselijke medewerkers zijn ofwel arbeidsovereenkomsten, ofwel dienstverleningsovereenkomsten.

Stagiairs kunnen een stage verrichten in de vergaderplaatsen van het Parlement of in de lidstaat van verkiezing.

De totale kosten voor plaatselijke medewerkers en stagiairs mogen niet meer bedragen dan 75 % van de vergoeding voor parlementaire assistentie. De kosten voor dienstverleners alleen mogen niet meer dan 25 % van deze vergoeding bedragen.

Klik hier voor nadere informatie over salarissen.

Voor dienstverleners-rechtspersonen en voor betalingsgemachtigden zijn soortgelijke maxima vastgesteld.

Verschillende leden kunnen samen een groep vormen om gezamenlijk een of meer geaccrediteerde medewerkers of plaatselijke medewerkers in de lidstaten aan te nemen. Zij spreken onderling af hoe de kosten worden verdeeld.

De leden mogen geen nauwe verwanten als medewerker in dienst nemen. Parlementaire medewerkers moeten afzien van externe activiteiten die tot een belangenconflict kunnen leiden.

De namen of bedrijfsnamen van alle medewerkers worden voor de looptijd van hun overeenkomsten bekendgemaakt op de website van het Parlement. Hiervan kan slechts om naar behoren gemotiveerde veiligheidsredenen worden afgeweken.

De Europese en nationale verkiezingen in cijfers

In de eerste publicatie komen de uitkomsten van de Europese verkiezingen van mei 2014, de geschiedenis van 35 jaar rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement – sinds 1979 – en de diverse nationale verkiezingen aan bod. De tweede uitgave omvat alle veranderingen die binnen het Europees Parlement hebben plaatsgevonden, alsook de gegevens van de nationale verkiezingen die sinds die datum zijn gehouden.