Land kiezen

Het Europees Parlement telt 754 leden die in de 27 lidstaten van de uitgebreide Unie werden gekozen. Sinds 1979 worden de leden via rechtstreekse algemene verkiezingen voor een periode van vijf jaar gekozen.

Elk land stelt zelf zijn verkiezingsstelsel vast maar past identieke democratische basisregels toe: gelijkheid van mannen en vrouwen en stemgeheim. In alle lidstaten is men kiesgerechtigd vanaf 18 jaar met uitzondering van Oostenrijk waar men al kiesgerechtigd is vanaf 16 jaar, In de loop der jaren zijn voor de Europese verkiezingen een aantal eigen gemeenschappelijke regels ontwikkeld: rechtstreekse algemene verkiezingen, de regel van proportionaliteit, een mandaat van 5 jaar en herkiesbaarheid.

De zetels worden in het algemeen proportioneel met de bevolkingsaantallen onder de lidstaten verdeeld.

Verhouding tussen mannen en vrouwen: de vertegenwoordiging van vrouwen in het Europees Parlement neemt voortdurend toe. Momenteel wordt iets meer dan een derde van de zetels door vrouwen bezet.

Een lid van het Europees Parlement werkt deels in Brussel, deels in Straatsburg en deels in zijn/haar kiesdistrict.

In Brussel neemt hij/zij deel aan de vergaderingen van de parlementaire commissies, fracties en aan de extra plenaire vergaderingen. Daarnaast woont hij/zij in Straatsburg twaalf plenaire vergaderperioden bij. Dit zijn de hoofdtaken van een parlementslid, maar daarnaast moet hij/zij natuurlijk ook tijd besteden aan zijn/haar kiesdistrict.

De leden van het Europees Parlement verenigen zich in fracties naar politieke voorkeur en niet naar nationaliteit.

Zij oefenen hun mandaat volledig onafhankelijk uit.

Het Europees Parlement beschikt over steeds meer bevoegdheden en dus beïnvloedt de Europese afgevaardigde het dagelijks leven van de Europese burger op allerlei terreinen: onderwijs, cultuur, gezondheidszorg ...

Het nieuwe Statuut van de leden van het Europees Parlement trad op 14 juli 2009 in werking. Het nieuwe Statuut maakt de voorwaarden van het werk van leden van het Europese Parlement transparanter en introduceert een gemeenschappelijk salaris voor alle leden dat van de begroting van de EU worden betaald.