Hoe worden de leden van het Europees Parlement verkozen? 

Om de vijf jaar vinden Europese verkiezingen plaats. De volgende verkiezingen vinden plaats van 23 tot en met 26 mei 2019. De vorige verkiezingen vonden plaats van 22 tot en met 25 mei 2014.

In elke lidstaat wordt een vast aantal leden van het Europees Parlement verkozen, dat varieert van 6 voor Cyprus, Estland, Luxemburg en Malta tot 96 voor Duitsland, met een totaal van 751. Vanwege het vertrek van de 73 Britse Parlementsleden zijn het Parlement en de Raad overeengekomen dat de omvang van het EP vanaf de verkiezingen van 2019 zal afnemen van 751 tot 705 zetels. Deze afname laat ruimte voor eventuele toekomstige uitbreidingen van de Unie. De rest van de zetels die vacant worden door het vertrek van het Verenigd Koninkrijk, zal worden toegewezen aan landen die vroeger enigszins ondervertegenwoordigd waren.

De toewijzing van zetels is vastgelegd in de verdragen van de Europese Unie. Landen met een groot bevolkingsaantal hebben meer zetels dan landen met een klein bevolkingsaantal, maar die hebben meer zetels dan op grond van strikte proportionaliteit zou worden verwacht. Dit systeem is bekend als het beginsel van "degressieve proportionaliteit".

De verkiezingen voor het Europees Parlement worden grotendeels geregeld door de nationale kieswetten en -tradities, maar ook door een aantal gemeenschappelijke EU-regels, die zijn vastgelegd in de Verkiezingsakte van 1976.