Waarom reist het Parlement heen en weer tussen Brussel en Straatsburg? 

In 1992 hebben de nationale regeringen van de EU unaniem besloten in het EU-verdrag vast te leggen waar de EU-instellingen officieel gevestigd zijn.


Dit besluit had belangrijke gevolgen voor de werkregelingen van het Parlement: Straatsburg werd officieel de vestigingsplaats en locatie voor de meeste plenaire vergaderingen; de parlementaire commissies zouden in Brussel vergaderen; het secretariaat (het personeel) van het Parlement zou officieel gevestigd zijn in Luxemburg. In 1997 is deze hele regeling opgenomen in het EU-verdrag.


Voor elke wijziging van de bestaande regeling is een wijziging van het verdrag vereist, die unaniem moet worden goedgekeurd door de regeringen van alle lidstaten en die moet worden geratificeerd door elk van de nationale parlementen.



Wat zijn de kosten als gevolg van het gebruik van Straatsburg als vestigingsplaats van het Parlement?

 

Uit een onderzoek van 2013 dat door het Europees Parlement is uitgevoerd, blijkt dat 103 miljoen EUR per jaar kan worden bespaard, als alle werkzaamheden van het EP worden overgeheveld van Straatsburg naar Brussel (cijfers voor 2014). Hoewel dit bedrag aanzienlijk is, vertegenwoordigt het slechts 6 % van de begroting van het Parlement, 1 % van de administratieve begroting van de EU, of slechts 0,1 % van de totale EU-begroting.


In 2014 heeft de Rekenkamer een eigen, onafhankelijke analyse verricht naar aanleiding van de resolutie van het EP van 20 november 2013. Daarin werden de conclusies van het onderzoek van 2013 van het EP bevestigd, maar kwam de berekening van de totale uitgaven in verband met Straatsburg als vestigingsplaats uit op 109 miljoen EUR per jaar. De vermindering van de reiskosten in de begrotingen van de Europese Commissie en de Raad zou een besparing opleveren van nog eens 5 miljoen EUR.