3D-printen: de juridische problemen oplossen 

 
 

Het 3D-printen transformeert de manier waarop producten worden gemaakt, maar veel juridische kwesties moeten nog worden verduidelijkt.

Additieve productie, beter bekend als 3D-printen, verandert de manier waarop producten worden ontworpen, ontwikkeld, geproduceerd en gedistribueerd. Volgens een rapport voor de Europese Commissie wordt geschat dat de waarde van de 3D-printmarkt in 2021 € 9,64 miljard zal bereiken. Hoewel het kansen creëert voor bedrijven, brengt het ook uitdagingen met zich mee, met name wat betreft wettelijke aansprakelijkheid en intellectuele eigendomsrechten.

OP 3 juli steunde het Europees Parlement een verslag op eigen initiatief van Joëlle Bergeron (EFDD, Frankrijk) met aanbevelingen voor wet- en regelgeving op het gebied van 3D-printen. Zodra het verslag wordt goedgekeurd tijdens de plenaire vergadering in juli, wordt het ter overweging aan de Europese Commissie voorgelegd. Wij spraken met haar na de stemming in de de juridische commissie.

Joëlle Bergeron 

Wie moet aansprakelijk zijn in het geval van een defect of een onveilig 3D-geprint product?
De regels voor (algemene) civiele aansprakelijkheid, zoals gedefinieerd door de e-commerce richtlijn, zijn van toepassing. Er moet echter een specifiek civiel aansprakelijkheidsregime worden overwogen.


De keten van verantwoordelijkheden kan erg lang en complex zijn. In het geval van een ongeluk kan de verantwoordelijkheid voor een product met gebreken mogelijk liggen bij de maker of verkoper van het 3D-product, bij de producent van de 3D-printer, bij de producent van de software voor de 3D-printer, bij de leverancier van het gebruikte materiaal of bij de persoon die het object heeft gemaakt. Dit is afhankelijk van de oorsprong van het defect.

Tot op heden bestaat er geen specifieke jurisprudentie met betrekking tot de regels inzake aansprakelijkheid van derden voor een product dat in 3D is geproduceerd. Voor fabrikanten is het dus niet duidelijk waarmee ze rekening moeten houden en wat ze kunnen verwachten. Het is daarom aan ons, de EP-leden, om de Europese Commissie aan te moedigen om deze juridische kwesties van dichtbij te bekijken.

Duidelijke regels over wie het recht heeft op een 3D-geprint product moeten helpen namaak te bestrijden, maar beschermen ook het werk van ontwerpers en drukkers. Hoe ziet u de toekomst van de industrie?
Het feit dat 3D-printen nu steeds populairder wordt, genereert momenteel geen grote problemen met betrekking tot de inbreuk op intellectueel eigendomsrecht. De meeste klanten en online printservices zijn professionals, met name de hightech-services van grote industriële bedrijven of ontwerpers, die deze techniek gebruiken om prototypen of andere voorwerpen in beperkte hoeveelheden te maken.

Het aantal mensen dat werk dat door intellectuele eigendomsrechten beschermd wordt op 3D-platformen voor bestandsuitwisseling namaakt, is laag. Er is momenteel vooral een risico op namaak in het geval van kunstwerken, maar we moeten rekening houden met toekomstige auteursrechtproblemen als 3D-printen op industriële schaal wordt gebruikt.

We moeten waakzaam blijven over zaken als bestandsbescherming en het coderen van gegevens, om het illegale downloaden en het namaken van deze bestanden of beschermde objecten, evenals de duplicatie van illegale objecten, te voorkomen. Ik denk dat het ook essentieel is, om namaak te voorkomen, dat een legaal aanbod voor 3D-printen wordt ontwikkeld, zodat individuen kunnen 3D-printen zonder de wet te overtreden en de ontwikkelaar toch krijgt waar hij recht op heeft.