Brexit: nieuwe betrekkingen tussen de EU en het VK 

 
 

Deel deze pagina: 

Brexit: nieuwe EU-Britse betrekkingen 

Sinds de aankondiging van zijn intentie om uit de EU te vertrekken, is het Verenigd Koninkrijk gesprekken met de EU aangegaan om de voorwaarden van hun nieuwe relatie te bepalen.

Het Europees Parlement zal een sleutelrol spelen bij de bepaling van het resultaat van deze onderhandelingen.

Een meerderheid van de kiezers in het VK stemde op 23 juni 2016 voor uittreden uit de EU. De regering startte het officiële proces op 29 maart met een beroep op het artikel 50 van het Verdrag van Lissabon, waarin wordt beschreven hoe de EU en de zich terugtrekkende staat tot een overeenkomst moeten komen om de toekomstige relatie te definiëren.

Twee overeenkomsten


De EU en het VK hebben twee jaar om over een uittredingsovereenkomst te onderhandelen met daarin regelingen voor de manier waarop het land de Unie zal verlaten "rekening houdend met de toekomstige betrekkingen met de Europese Unie".

De bepalingen voor het kader voor toekomstige betrekkingen zal onderdeel zijn een afzonderlijke overeenkomst, waarover wellicht aanzienlijk langer zal moeten worden onderhandeld.

De uittredingsovereenkomst

De uittredingsovereenkomst zal betrekking hebben op kwesties zoals:

  • de rechten van EU-burgers in het VK;
  • de rechten van Britse burgers die buiten het VK maar in de EU wonen;
  • de financiële verplichtingen die het VK als lidstaat op zich heeft genomen;
  • grenskwesties (in het bijzonder die tussen het VK en de Republiek Ierland);
  • de standplaats van EU-agentschappen;
  • internationale toezeggingen van het VK als lidstaat (bijvoorbeeld wat betreft het klimaatakkoord van Parijs).

Wat het akkoord over het toekomstig kader zal dekken


Het akkoord over het toekomstige kader zou de voorwaarden voor samenwerking beschrijven op een verscheidenheid van onderwerpen zoals bijvoorbeeld defensie, terrorismebestrijding, het milieu, onderzoek en onderwijs.

Een van de belangrijkste onderdelen is om overeenstemming te vinden voor een basis voor toekomstige handelsbetrekkingen. Mogelijke tarieven, productnormen, en geschillenbeslechting kunnen ook worden omschreven.

De onderhandelingen

Nu het VK artikel 50 heeft ingeroepen, zal de Europese Raad - die de nationale regeringen vertegenwoordigt - richtsnoeren geven om als basis voor de onderhandelingen te dienen. Voormalig commissaris Michel Barnier zal de onderhandelingen leiden namens de EU. De Raad kan de richtsnoeren echter altijd verduidelijken of actualiseren.

Prioriteiten voor de eerste onderhandelingsronde

De EU heeft verklaard dat zij aanzienlijke vooruitgang wil boeken wat betreft drie specifieke kwesties voordat het discussie over de toekomstige betrekkingen begint, namelijk burgerrechten, Noord-Ierland en de financiële afwikkeling.

De tweede onderhandelingsronde

De lidstaten kwamen op 15 december 2017 overeen dat voldoende vooruitgang is geboekt om over te gaan naar de tweede gespreksronde. Dit betekent dat, naast het akkoord voor de uittreding, de besprekingen kunnen beginnen over een akkoord met betrekking tot de toekomstige betrekkingen en een overgangsperiode.

Wat gebeurt er als er geen overeenstemming wordt bereikt?


Als er geen akkoord komt en ook geen overeenstemming over verlenging van de termijn, dan verlaat het VK automatisch de EU na de periode van twee jaar. Indien er geen akkoord wordt bereikt over de handelsbetrekkingen, dan moet het VK handel drijven met de EU volgens de regels van de Wereldhandelsorganisatie, de WTO.

De rol van het Parlement


De uittredingsovereenkomst kan niet in werking treden zonder de toestemming van het Parlement.


Guy Verhofstadt is door het Europees Parlement aangesteld als coördinator. Voor zijn werk zal hij gebruik kunnen maken van de expertise van de stuurgroep voor de Brexit.

De EP-leden kunnen de onderhandelingen beïnvloeden door middel van resoluties die het standpunt van het Parlement weergeven.

Lees hier meer over de rol van het Parlement.

Standpunt van het Parlement

De leden hebben op 5 april 2017 het standpunt van het Parlement aangenomen, die de richtsnoeren geeft voor de lopende onderhandelingen tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk. De prioriteiten zijn onder meer de handhaving van de rechten van EU-burgers die in het Verenigd Koninkrijk wonen en van de Britse burgers die in de EU wonen, het waarborgen van het vredesproces in Noord-Ierland en verzekeren dat het Verenigd Koninkrijk  aan zijn financiële verplichtingen voldoet.

De EU en het Verenigd Koninkrijk bereikten op 8 december 2017 overeenstemming over een gezamenlijk voortgangsverslag wat betreft de Brexit-onderhandelingen. Op 13 december nam het EP een resolutie aan waarin het verslag werd verwelkomd. Er werden echter  vijf kwesties benadrukt die nog moeten worden opgelost:

• de uitbreiding van rechten van burgers naar toekomstige partners;
• een lichte administratieve procedure voor EU- en Britse burgers die een permanente verblijfsstatus aanvragen;
• de beslissingen van het Europees Hof van Justitie over de rechten van de burger moeten bindend zijn en de rol van de ombudsman die is ingesteld om te reageren op klachten van burgers moet worden gedefinieerd;
• het recht van vrij verkeer voor Britse staatsburgers die momenteel in de EU27-lidstaten verblijven, moet worden gegarandeerd;
• de verplichtingen van het Verenigd; Koninkrijk ten aanzien van Noord-Ierland moeten worden nagekomen.

De leden bespraken de Brexit-onderhandelingen tijdens een debat voorafgaand aan de plenaire stemming.