Gendergelijkheid: aan huidig tempo 70 jaar nodig voor bereiken gelijke beloning  

 
 

Deel deze pagina: 

Vrouwen in de EU krijgen gemiddeld lagere salarissen en pensioenen en zijn ondervertegenwoordigd in politieke en economische besluitvormingsposities. De EU en haar lidstaten moeten hun inspanningen opschroeven om gendergelijkheid te bereiken, stelt een verslag dat vandaag door de commissie Rechten van de vrouw werd aangenomen. Met het huidige tempo van voortgang, zou naar schatting van de Europese Commissie nog 70 jaar nodig zijn om gelijke beloning te bereiken.

De arbeidsparticipatie van vrouwen bereikte het hoogste punt ooit: 64% in 2015 (mannen: 76%). Vrouwen hebben echter vier keer zoveel kans dan mannen om parttime te werken. Dit is onder andere toe te schrijven aan de dubbele belasting van vrouwen: driekwart van het huishoudelijk werk en twee derde van de zorg voor kinderen wordt uitgevoerd door werkende vrouwen

Vrouwen verdienen minder dan mannen en hebben een lager inkomen, dit is inclusief pensioenen. Ondanks het feit dat vrouwen gemiddeld een hoger onderwijsniveau hebben, is de loonkloof gemiddeld 16,1% in de EU (2014). Bovendien is het genderpensioengat alarmerend: de pensioenen van vrouwen liggen 40,2% lager dan die van mannen (2014). In de helft van de lidstaten is de kloof zelfs toegenomen

Het aandeel vrouwelijke politici stijgt langzaam: in de nationale parlementen steeg het aandeel vrouwen van 21% in 2005 tot 28% in 2016. In het EP steeg dit van 30% naar 37%.


Verslag


Het verslag over de gelijkheid tussen vrouwen en mannen in de EU 2014-2015 onderstreept onder meer de noodzaak om gendergelijkheid als politieke prioriteit te benoemen en een wettelijk kader voor een ​​betere combinatie van het privé- en beroepsleven te creëren.

"We moeten gendergelijkheid terug bovenaan de politieke agenda van de EU zetten," zei Ernest Urtasun, een Spaans lid van de Groenen/EVA.

Gendergelijkheidsindex


Om de situatie tussen de lidstaten te kunnen vergelijken, publiceert het Europees Instiutuut voor  Gendergelijkheid ieder jaar de gendergelijkheidsindex. Zij kijken naar zes domeinen (werk, geld, kennis, tijd, energie en gezondheid) en kennen scores toe aan de lidstaten tussen 1 (volledige ongelijkheid) en 100 (volledige gelijkheid).Volgens de 2015 gendergelijkheidsindex, is de EU pas halverwege de verwezenlijking van gendergelijkheid met een gemiddelde score van 52,9 punten op 100. Dit is een toename met slechts 1,6 punten sinds 2005. Zowel  België als Nederland scoren boven het EU-gemiddelde met repsectievelijk 58,2 en 68,5 punten. Zweden scoort het beste met 74,2 punten.


Gendergelijkheidsindex (data 2012)


Gemiddelde EU

52,9

Oostenrijk

50,2

België

58,2

Bulgarije

38,5

Kroatië

39,8

Cyprus

44,9

Tsjechische Republiek

43,8

Denemarken

70,9

Estland

49,8

Finland

72,7

Frankrijk

55,7

Duitsland

55,3

Griekenland

38,3

Hongarije

41,6

Ierland

56,5

Italië

41,1

Letland

46,9

Lithouwen

40,2

Luxemburg

55,2

Malta

46,8

Nederland

68,5

Polen

43,7

Portugal

37,9

Roemenië

33,7

Slovenië

57,3

Slowakije

36,5

Spanje

53,6

Zweden

74,2

Verenigd Koninkrijk

58,0