Sociaal Europa: wat doet het Parlement voor het sociaal beleid?  

Bijgewerkt op: 
 
Gecreëerd:   
 

Deel deze pagina: 

Sociaal beleid speelt een belangrijke rol in alle levensfasen; van de wieg tot aan het pensioen. Kom meer te weten over EU-wetgeving en waar het Parlement aan werkt.

©AP images/European Union - EP  

Een brede reeks uitdagingen

Vergeleken met de rest van de wereld kent Europa de beste sociale beschermingsstelsels. Europese landen scoren hoog op het gebied van kwaliteit van leven en welzijn. Er is echter ook een groot aantal uitdagingen.


De gevolgen van de economische crisis zijn in veel EU-landen nog steeds te voelen. In de meeste landen is weliswaar sprake van economisch herstel, maar binnen de EU blijven er grote verschillen zichtbaar. Globaal gezien daalt de werkloosheid, maar het aantal werklozen verschilt sterk tussen de EU-landen.


Lage geboortecijfers en een vergrijzende bevolking zorgen ervoor dat de verzorgingsstaat onhoudbaar dreigt te worden. Technologische vernieuwingen, de globalisering en de opkomst van de dienstensector veranderen onze manier van werken. Nieuwe bedrijfsmodellen in de deeleconomie met flexibelere vormen van werken worden steeds belangrijker.

Bevoegdheden op sociaal gebied: de EU vs. de nationale regeringen

De EU heeft slechts beperkte bevoegdheden op het gebied van sociale zaken. Het grootste gedeelte van het sociaal beleid wordt bepaald door de nationale regeringen.


De verantwoordelijkheid voor het werkgelegenheids- en sociaal beleid ligt dus vooral bij de EU-landen en hun regeringen. Dit betekent dat de nationale regeringen, en niet de EU, beslissen over zaken zoals loonregelingen, waaronder het minimumloon, de rol van collectieve onderhandelingen, pensioenstelsels en de pensioenleeftijd, en werkloosheidsuitkeringen.


Tijdens de verschillende fases van het Europese integratieproces heeft de EU er echter wel een sociale dimensie bijgekregen. Zo heeft de EU door de jaren heen op sociaal vlak een reeks van instrumenten ontwikkeld. Hierbij gaat het onder meer om Europese wetgeving, fondsen en middelen om het nationale beleid van de EU-landen beter te coördineren en controleren. De EU spoort EU-landen ook aan om hun beste werkwijzen met betrekking tot zaken als sociale inclusie, armoede en pensioenen, met elkaar te delen.


Al in 1957 werden enkele grondbeginselen zoals gelijk loon voor vrouwen en mannen en het recht van werknemers om zich vrij te verplaatsen naar een andere EU-land, vastgelegd in het Verdrag van Rome. Om deze mobiliteit mogelijk te maken zijn er aanvullende bepalingen toegevoegd, zoals regels voor de wederzijdse erkenning van diploma's, waarborgen inzake medische behandelingen in het buitenland en beschermingsmaatregelen met betrekking tot reeds opgebouwde pensioenrechten.


Bovendien zijn er EU-regels op het gebied van arbeidsomstandigheden, zoals werktijden of parttimewerk, en wetten om discriminatie op de werkplek tegen te gaan en de gezondheid en veiligheid van werknemers te waarborgen.


In november 2017 kondigden het Europees Parlement, de Raad en de Commissie de Europese pijler van sociale rechten af. Met deze pijler willen zij burgers nieuwe en doeltreffendere rechten geven en eerlijke en goed werkende arbeidsmarkten en socialezekerheidsstelsels ondersteunen. De Europese pijler van sociale rechten is gebaseerd op 20 belangrijke beginselen en bevat een aantal (wetgevings)initiatieven, die zich toespitsen op drie punten: gelijke kansen en toegang tot de arbeidsmarkt, eerlijke arbeidsvoorwaarden, en adequate en duurzame sociale bescherming.


Het Europees Parlement heeft sinds het begin van het Europese integratieproces vaak aangedrongen op een actiever sociaal beleid en de voorstellen van de Commissie op dit gebied gesteund.


Sociale rechten voor Europeanen die in het buitenland werken

De EU coördineert de socialezekerheidsstelsels van de EU-landen en heeft regels vastgesteld om ervoor te zorgen dat mensen hun socialezekerheidsbescherming niet verliezen wanneer zij naar een ander EU-land verhuizen.


Het Parlement heeft in 2019 de oprichting van de Europese Arbeidsautoriteit goedgekeurd om de EU-landen te ondersteunen bij de toepassing van de EU-regels over arbeidsmobiliteit en de coördinatie van de sociale zekerheid. Zo wordt de Europese wetgeving op eerlijke en eenvoudige wijze ten uitvoer gelegd.


In 2018 heeft het Parlement nieuwe regels goedgekeurd voor de detachering van werknemers om te zorgen voor gelijke beloning voor gelijk werk op dezelfde plaats.

Ondersteuning voor werklozen en jongeren

Het Europees Sociaal Fonds is opgericht in 1957 en is het belangrijkste instrument van de EU om werkgelegenheid en sociale inclusie te bevorderen. Dit fonds heeft al miljoenen mensen geholpen bij het leren van nieuwe vaardigheden en het vinden van een baan. De Parlementsleden werken momenteel aan een nieuwe gestroomlijnde versie van het fonds, met bijzondere aandacht voor jongeren en kinderen in de EU. Met het Europees Sociaal Fonds Plus zullen een aantal bestaande fondsen en programma's worden samengevoegd, zodat er gerichter en integraal ondersteuning kan worden geboden.


Het Europees Fonds voor aanpassing aan de globalisering dient ter ondersteuning van werknemers die worden ontslagen als gevolg van de veranderingen in de wereldhandelspatronen. Dit kan bijvoorbeeld gebeuren wanneer grote bedrijven de deuren sluiten of hun productie verplaatsen naar landen buiten de EU. De digitalisering en de verandering van het milieu leiden tot nieuwe uitdagingen voor de toekomst. Daarom is het Parlement bezig met nieuwe wetgeving zodat het fonds na 2020 toegankelijker en toekomstgerichter wordt.


Het Europees banennetwerk (Eures) is een netwerk voor arbeidsmobiliteit waar werkzoekenden en werkgevers terecht kunnen voor informatie, begeleiding en diensten op het gebied van werving en arbeidsbemiddeling.


Om de jeugdwerkloosheid tegen te gaan hebben de EU-landen in 2013 met elkaar afgesproken om de jongerengarantie in te voeren. Dit initiatief houdt in dat jongeren onder de 25 jaar recht hebben op een kwalitatief goed aanbod voor een baan, opleiding, leerlingplaats of stage binnen vier maanden nadat zij werkloos raken of met school stoppen.


Het Europees Solidariteitskorps, dat officieel aan het eind van 2016 gelanceerd werd, is gericht op het creëren van kansen voor jongeren om vrijwillig of betaald werk te doen in projecten die ten goede komen aan gemeenschappen en mensen in de gehele EU.


Lees meer over de EU-maatregelen om de jeugdwerkloosheid te verlagen

Arbeidsomstandigheden

In 2019 heeft het Europees Parlement een voorstel aangenomen om nieuwe minimumrechten op het gebied van arbeidsvoorwaarden in te voeren ter bescherming van alle arbeiders in de EU, onder meer met betrekking tot de meest kwetsbare arbeiders met atypische contracten, zoals flexwerkers.


Het Parlement herziet regelmatig de EU-wetgeving inzake de bescherming van de gezondheid van mensen op het werk, door bijvoorbeeld strengere blootstellingslimieten vast te stellen voor schadelijke chemische stoffen.

De loonkloof tussen vrouwen en mannen

Het Europees Parlement heeft de Europese Commissie herhaaldelijk verzocht maatregelen voor te stellen om de loon- en pensioenkloof tussen vrouwen en mannen te dichten. In 2018 heeft het Parlement ook voorstellen ingediend ter bestrijding van seksuele intimidatie op het werk.


Het Parlement zet zich ook in voor een goed evenwicht tussen werk en privéleven voor iedereen. Parlementsleden hebben in 2019 nieuwe regels aangenomen zodat mensen hun werk en privéleven beter kunnen combineren en ouders en verzorgers meer rechten krijgen.

Een inclusieve arbeidsmarkt

Het Parlement heeft een aantal maatregelen voorgesteld om ervoor te zorgen dat mensen die ziek zijn gemakkelijk weer terug kunnen keren naar hun werk. Ook zullen de maatregelen ervoor zorgen dat chronisch zieken of gehandicapte werknemers beter kunnen worden geïntegreerd in de arbeidsmarkt.


In 2019 keurden de Parlementsleden de Europese toegankelijkheidswet goed om veel alledaagse producten en diensten - zoals smartphones, computers of geldautomaten - toegankelijk te maken voor ouderen en mensen met een handicap in de EU.