Hoe verbetert de EU werknemersrechten en arbeidsomstandigheden?  

Bijgewerkt op: 
 
Gecreëerd:   
 

Deel deze pagina: 

Ontdek hoe de EU de rechten van werknemers en de arbeidsomstandigheden in Europa verbetert; van werktijden en ouderschapsverlof tot gezondheid en veiligheid op het werk.

©AP Images/European Union-EP  

De EU heeft een reeks arbeidsrechten ingevoerd om sociale bescherming te waarborgen. Deze rechten omvatten minimumeisen voor arbeidsvoorwaarden, zoals arbeidsduur, deeltijdwerk, het recht op informatie over belangrijke aspecten van werknemers hun arbeid en de detachering van werknemers. De regels bieden fundamentele ondersteuning voor de sociale dimensie van Europa.

Sociale partners, vakbonden en werkgeversorganisaties, zijn betrokken bij de vorming van het Europees sociaal en werkgelegenheidsbeleid via de zogenaamde sociale dialoog. Ze zetten zich in door middel van raadplegingen en adviezen, en kunnen kaderovereenkomsten sluiten over specifieke kwesties.


Rechten van werknemers en nieuwe arbeidsvormen

De EU heeft gemeenschappelijke minimumnormen voor werkuren ingevoerd die van toepassing zijn in de hele EU. De EU-wetgeving op het gebied van werkuren stelt individuele rechten vast voor alle werknemers. Dit houdt in: een maximale wekelijkse arbeidsduur van 48 uur, jaarlijks betaald verlof van minstens vier weken per jaar, rusttijden en regels inzake nachtarbeid, ploegenarbeid en een werkrooster.


In de loop der jaren heeft Europa aanzienlijke veranderingen op de arbeidsmarkt doorgemaakt, waaronder de digitalisering en de ontwikkeling van nieuwe technologieën, toenemende flexibiliteit en versnippering van het werk. Deze ontwikkelingen hebben geleid tot nieuwe vormen van werkgelegenheid, met een toename in het aantal tijdelijke en atypische arbeidsvormen.


Om werknemers in de EU te beschermen en de rechten van de meest kwetsbare werknemers met atypische arbeidscontracten te verbeteren, heeft het Parlement in 2019 nieuwe regels aangenomen die minimumnormen invoeren bij de arbeidsvoorwaarden. De wetgeving voorziet beschermende maatregelen, zoals het beperken van de proeftijd tot zes maanden, het introduceren van gratis verplichte training en het verbieden van beperkende contracten. De regels vereisen ook dat alle nieuwe medewerkers binnen een week na aanvang van hun werkzaamheden belangrijke informatie over hun verantwoordelijkheden krijgen.


De EU wil ook dat werknemers worden betrokken bij de besluitvorming van bedrijven en heeft een algemeen kader opgesteld voor arbeidsrechten dat kan worden geraadpleegd voor informatie.


De EU-regels schrijven voor dat werkgevers moeten onderhandelen met werknemersvertegenwoordigers in geval van massale ontslagen.


Op transnationaal niveau zijn werknemers vertegenwoordigd door de Europese ondernemingsraden. Via deze organen worden werknemers door het management op de hoogte gebracht en geraadpleegd over elk belangrijk besluit dat genomen wordt op EU-niveau, en dat mogelijk gevolgen kan hebben voor de werkgelegenheid of de arbeidsomstandigheden.

©AP Images/European Union-EP  

Mobiliteit van werknemers binnen de EU

EU-regels voor de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels van de EU-landen garanderen dat burgers ten volle kunnen profiteren van hun recht om naar een ander EU-land te verhuizen om te studeren, werken of zich te vestigen, terwijl zij ook de sociale en gezondheidsvoordelen krijgen waarop zij recht hebben in hun thuisland. De EU-wetgeving, die momenteel wordt herzien, heeft onder andere betrekking op ziekte-, zwangerschaps- en vaderschapsverlof en ook op gezinsverlof en werkeloosheid.


Het besluit om een ​​nieuw EU-agentschap op te richten, de Europese Arbeidsautoriteit, werd in 2019 goedgekeurd om de EU-landen en de Commissie te helpen bij de toepassing en handhaving van EU-wetgeving op het gebied van arbeidsmobiliteit en de coördinatie van socialezekerheidsstelsels. Het EU-agentschap zal tegen 2023 volledig operationeel zijn.


Medewerkers kunnen tijdelijk door hun bedrijven naar een ander EU-land worden gestuurd om specifieke taken uit te voeren. In 2018 werden de EU-regels inzake detachering van werknemers herzien om het principe van gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats te waarborgen.


Om werkloosheid aan te pakken en vraag en aanbod op de arbeidsmarkt in Europa beter op elkaar af te stemmen, heeft het Parlement in 2016 een nieuwe wet goedgekeurd om het Europees portaal voor beroepsmobiliteit (EURES) te hervormen met een EU-brede database van werkzoekenden en vacatures.

Gezondheid en veiligheid van werknemers

Om de reeds ondernomen activiteiten van EU-landen aan te vullen en te ondersteunen, neemt de Europese Unie wetgevingen aan op het gebied van gezondheid en veiligheid op het werk.


De Europese richtlijn inzake veiligheid en gezondheid op het werk stelt algemene principes vast die betrekking hebben op minimale gezondheids- en veiligheidseisen. De richtlijn is van toepassing op bijna alle sectoren, publiek en particulier, en definieert verplichtingen voor werkgevers en werknemers.


Daarnaast zijn er specifieke regels opgesteld voor de blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Deze zijn geldig voor specifieke categorieën, zoals zwangere vrouwen en jonge werknemers, bij specifieke taken zoals het manueel hanteren van lasten, maar ook bij werkplekken zoals vissersvaartuigen.


De richtlijn betreffende de bescherming van werknemers tegen de risico's van carcinogene of mutagene stoffen wordt regelmatig bijgewerkt. Blootstellingslimieten worden vastgesteld voor specifieke stoffen.


EU-landen zijn vrij om strengere normen vast te stellen bij de omzetting van EU-richtlijnen in nationaal recht.


Met een verouderende beroepsbevolking en een hogere pensioenleeftijd is het risico op het ontwikkelen van gezondheidsproblemen toegenomen. In 2018 heeft het Europees Parlement een verslag goedgekeurd waarin maatregelen worden voorgesteld om de terugkeer van mensen naar de werkplek te vergemakkelijken, bijvoorbeeld na langdurig ziekteverlof en om chronisch zieken en gehandicapten beter te betrekken bij de beroepsbevolking.

Bevordering van de balans tussen werk en privéleven en gendergelijkheid

Het Parlement is altijd een sterke verdediger van de gelijkheid tussen vrouwen en mannen geweest. Om gelijke kansen voor vrouwen en mannen te bevorderen en een een betere verdeling van zorgtaken aan te moedigen, heeft het Parlement in 2019 een reeks nieuwe regels aangenomen.


De regels stellen ouders in staat hun werk en privéleven beter te combineren, net zoals werknemers die zorgen voor familieleden met ernstige medische aandoeningen.


Daarnaast vereist de richtlijn ten minste 10 dagen vaderschapsverlof, minimaal 4 maanden ouderschapsverlof per ouder (waarvan 2 niet overdraagbaar) en 5 dagen verzorgend verlof per jaar en moeten flexibelere werkregelingen worden voorzien.


Moederschapsrechten worden gedefinieerd in de richtlijn betreffende zwangere werknemers, waarbij de minimumperiode voor zwangerschapsverlof wordt vastgesteld op 14 weken, met 2 weken verplicht verlof vóór en/of na de bevalling.


Het Parlement dringt daarnaast voortdurend aan op meer maatregelen om de loonkloof tussen vrouwen en mannen te dichten, de pensioenkloof te verkleinen en heeft opgeroepen tot EU-regels om pesten en ongewenst seksueel gedrag aan te pakken.