Rachida Dati over radicalisering: "Het antwoord moet Europees zijn" 

Bijgewerkt op: 
 
Gecreëerd:   
 

Deel deze pagina: 

Rachida Dati  

Op 19 oktober wordt in de commissie Burgerlijke vrijheden over een verslag gestemd over de preventie van radicalisering en rekrutering van Europese burgers door terroristische organisaties.

Wij vroegen rapporteur Rachida Dati waarom het belangrijk is om dit op EU-niveau aan te pakken.

De strijd tegen het terrorisme blijft een kerncompetentie van de lidstaten. Waarom is een Europese aanpak nodig?

De afgelopen twee jaar zijn er terreuraanslagen uitgevoerd door geradicaliseerde Europese burgers in verschillende landen. Naar schatting 5.000 Europeanen hebben zich bij terroristische organisaties gevoegd om te vechten in Irak en Syrië. De kwestie buitenlandse strijders wordt een steeds grotere uitdagingen voor de lidstaten. Er zijn broeinesten van geradicaliseerde Europeanen in deze landen en in andere landen in de EU. In het Schengengebied kunnen Europese burgers zich vrij verplaatsen.

We worden dus geconfronteerd met een dreiging die ons allen aangaat, en dit is de reden waarom het antwoord Europees moet zijn. Dit betekent niet minder bevoegdheden voor de lidstaten maar meer coördinatie en samenwerking.

Uw verslag behandelt eerder het voorkomen van radicalisering dan repressie: wat zijn de maatregelen die u voorstelt?

Lange tijd is ons beleid alleen reactief geweest maar we moeten ook stroomopwaarts werken: online aandacht vragen voor onze eigen tegenargumenten; de internetproviders aanzetten om illegale inhoud te verwijderen; geradicaliseerde gevangenen van anderen afscheiden: in dialoog gaan met de verschillende religieuze gemeenschappen; voorkomen van radicalisering door middel van onderwijs; bestrijding van terrorismefinanciering door te zorgen voor meer transparantie bij externe financiële stromen.

Volgens het verslag is internet één van de factoren achter radicalisering. We weten dat al veel persoonlijke gegevens online worden verzameld. Moeten we verder gaan?

Het is niet zozeer een kwestie van nieuwe toezichtmaatregelen, dan van de juiste uitvoering van de bestaande maatregelen en, bovenal, het delen van de informatie met onze Europese partners.

Het grootste probleem met het internet is de publicatie en de verspreiding van illegale inhoud. ‘Internet reuzen’ moeten hun verantwoordelijkheid nemen: als ze niet meewerken of hun bereidheid tonen, stel ik voor dat zij worden geconfronteerd met strafrechtelijke vervolging.

Het verslag werd op maandag 19 oktober aangenomen in de commissie Burgerlijke vrijheden.

Lees meer over de maatregelen die het Europees Parlement heeft genomen om terrorisme te bestrijden.