Steinmeier: "Er is geen duidelijke recept voor de aanpak van terrorisme" 

 
 

Deel deze pagina: 

Frank-Walter Steinmeier tijdens de vergadering 

In de schaduw van de terreuraanslagen was de Duitse minister Steinmeier gisteren in de commissie Buitenlandse zaken. Hij liet weten dat "er geen duidelijk recept is voor de aanpak van terrorisme " en dat "militaire actie alleen niet voldoende zal zijn voor het overwinnen van het probleem." Commissievoorzitter Brok benadrukte het belang van het maken van een duidelijk onderscheid tussen migratie en terrorisme: "Vluchtelingen zijn slachtoffers van terreur en geen deel van terreur."

De nasleep van de terroristische gruweldaden Parijs en de noodzaak om een politieke oplossing voor de Syrische crisis te vinden, waren de focus van een vergadering van de commissie buitenlandse zaken in aanwezigheid van de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Frank-Walter Steinmeier gisteren. Terwijl hij benadrukte dat er "geen reden voor optimisme of euforie is," merkte hij op dat er enige hoop toch kan worden gehaald uit de recente Syrië-onderhandelingen in Wenen, die de VS en Rusland samenbracht evenals Iran en Saoedi-Arabië.


Hij zei dat hoewel het "utopisch" mag klinken, een stappenplan voor een wapenstilstand werd overeengekomen: "De oppositie en het Syrische leger zullen elkaar niet langer bestrijden anders zullen ze geen kracht overhebben om IS en Al Nusra te bestrijden. Over zes maanden moeten de leden van een overgangsregering zijn benoemd, en over achttien maanden moeten er verkiezingen zijn."


Javier Nart, een Spaans lid van de ALDE-fractie, vroeg: "Hoe kunnen we IS bestrijden is als de militaire strategen zeggen dat ze vijf en een half jaar nodig hebben?" Takis Hadjigeorgiou, een Cypriotisch lid van GUE/NGL merkte op dat Turkije de peshmerga bestrijdt, terwijl Europa zowel Turkije als de Peshmerga steunt.


Barbara Lochbihler, een Duits lid van de Groenen, was verheugd over de in Wenen bereikte routekaart voor Syrië maar merkte op dat de kwestie van Assad nog moet worden opgelost: "We worden geconfronteerd met een aantal zeer ernstige oorlogsmisdrijven, de schuldigen moeten niet in staat zijn om met straffeloosheid weg te komen."


Schengen en de reactie op de aanslagen in Parijs


Michèle Alliot Marie, een Frans lid van de EVP-fractie vroeg zich af of dit het moment was om artikel 222 van het Verdrag van Lissabon uit te voeren, waarin staat dat "de Unie en haar lidstaten samen in een geest van solidariteit handelen als een lidstaat een terroristische aanval te verwerken krijgt.." Ze voegde eraan toe dat "dit het moment zou kunnen zijn om de kwestie van een Europese defensiemacht te starten".


Afzal Khan, een Brits lid van de S&D-fractie zei: "Er moet meer worden gedaan om onze buitengrenzen veilig te stellen en intelligentie doeltreffender te delen." Hij merkte ook op dat "veel Europese moslims nu vergeldingsaanvallen en discriminatie vrezen".


Een aantal leden sprak over Schengen en de communicatie tussen de instanties voor rechtshandhaving in heel Europa. Charles Tannock, een Brits lid van de ECR-fractie vroeg: "Waarom heeft de Duitse politie de Franse autoriteiten niet ingelicht over een naar verluidt aangehouden Montenegrijnse auto bij de Oostenrijkse grens, een week geleden, vol wapens en op weg naar Parijs?"


James Carver (EFDD, UK) sprak over het "gebrek aan voldoende grenscontroles" en vroeg of de aanslagen van Parijs "effectief het einde betekenen van Schengen en het kernprincipe van het vrij verkeer van personen?"


Klik hier voor meer nieuws van het Europees Parlement.