Deel deze pagina: 

Hieronder wordt ingegaan op enkele kwesties die vaak aan de orde komen met betrekking tot de richtlijn auteursrechten in de digitale eengemaakte markt.

©AP Images/European Union-EP 

De antwoorden zijn gebaseerd op de overeenkomst die de onderhandelaars op 13 februari hebben gesloten.

Waar gaat de auteursrechtrichtlijn over?

De voorgestelde richtlijn auteursrechten in de digitale eengemaakte markt moet ervoor zorgen dat creatievelingen (zoals muzikanten of acteurs), en nieuwsuitgevers en journalisten op dezelfde manier profiteren van de online-wereld en het internet als van de offline-wereld. Door verouderde regelgeving over auteursrechten plukken online platforms en nieuwsaggregatiediensten momenteel de vruchten, terwijl artiesten, nieuwsuitgevers en journalisten hun werk vrijelijk zien circuleren, en er in het beste geval een zeer geringe vergoeding voor krijgen. Dit maakt het voor artiesten en mediaprofessionals erg moeilijk om een fatsoenlijk inkomen te verdienen.

De ontwerprichtlijn toept geen nieuwe rechten in het leven voor creatievelingen en journalisten. Er wordt slechts voor gezorgd dat hun rechten beter worden gehandhaafd. De ontwerprichtlijn schept ook geen nieuwe verplichtingen voor online platforms of nieuwsaggregatiediensten. Er wordt slechts voor gezorgd dat de bestaande verplichtingen beter worden nageleefd. Wat op dit moment legaal is en mag worden gedeeld, blijft legaal en mag nog steeds worden gedeeld.

Kortom:

  • De ontwerprichtlijn is bedoeld om internetreuzen (zoals YouTube of Google Nieuws) te verplichten om de makers van inhoud (artiesten/muzikanten/acteurs en persbureaus en hun journalisten) te betalen wat hun werkelijk toekomt.
  • Er worden geen nieuwe rechten of verplichtingen in het leven geroepen. Wat op dit moment legaal is en mag worden gedeeld, blijft legaal en mag nog steeds worden gedeeld.

Welke gevolgen heeft deze richtlijn voor de doorsnee gebruiker?

De ontwerprichtlijn is niet gericht op de gemiddelde gebruiker.

Deze heeft echter wel gevolgen voor grote internetplatforms en nieuwsaggregatiediensten zoals YouTube, Google News of Facebook. Voor hen is het dan ook zaak dat zij de artiesten en journalisten aan wie zij verdienen, eerlijk gaan vergoeden.

Grote online platforms en nieuwsaggregatiediensten zullen meer gemotiveerd zijn dan nu, om eerlijke vergoedings- of licentieovereenkomsten te sluiten met artiesten en mediabedrijven die vooraf aangeven eigenaar van een werk te zijn. Platforms zullen nog verder worden aangespoord om dergelijke overeenkomsten te sluiten, omdat zij bij het ontbreken ervan direct aansprakelijk zijn wanneer zij een werk hosten waarvoor geen licentievergoeding is betaald. De huidige wetgeving biedt meer speelruimte voor platforms om aan deze aansprakelijkheid te ontsnappen.

Online platforms zullen er door de ontwerprichtlijn waarschijnlijk toe worden aangezet om beleid uit te stippelen om alle mensen aan wie zij verdienen, eerlijk te vergoeden.

Heeft de richtlijn gevolgen voor de internetvrijheid en wakkert ze internetcensuur aan?

Vrijheid op het internet zal, net als in de echte wereld, blijven bestaan zolang de uitoefening van deze vrijheid niet illegaal is en de rechten van anderen niet beperkt. Dit betekent dat een gebruiker inhoud kan blijven uploaden naar internetplatforms en dat deze platforms ze kunnen blijven hosten, zolang de platforms het recht van de makers op een eerlijke vergoeding respecteren. Momenteel vergoeden de online platforms de makers op vrijwillige basis en alleen in zeer beperkte mate. Zij zijn namelijk niet verantwoordelijk voor de inhoud die zij aanbieden en worden daarom niet of nauwelijks geprikkeld om overeenkomsten te sluiten met de rechthebbenden.

De richtlijn draagt niet bij aan censuur. Door de wettelijke aansprakelijkheid te vergroten, wordt de druk op internetplatforms verhoogd om eerlijke vergoedingsafspraken te maken met de makers van werk waaraan de platforms verdienen. Dat is geen censuur.

Zal de richtlijn leiden tot automatische filters op online platforms?

Nee.

De richtlijn heeft dit doel voor ogen: een online platform mag geen geld verdienen aan door mensen gemaakt materiaal zonder hen hiervoor een vergoeding te bieden. Om die reden is een platform wettelijk aansprakelijk als er inhoud op zijn site staat waarvoor het de maker niet naar behoren heeft betaald. Dit betekent dat mensen het platform kunnen aanklagen als hun werk illegaal wordt gebruikt.

In de richtlijn wordt echter niet bepaald of opgesomd welke instrumenten, personele middelen of infrastructuur nodig zijn om te voorkomen dat onbetaald materiaal op een site verschijnt. Uploadfilters zijn dus niet verplicht.

Als grote platforms niet met innovatieve oplossingen komen, zouden ze uiteindelijk kunnen kiezen voor filters. Dergelijke filters worden namelijk al gebruikt door grote bedrijven. De kritiek dat deze soms legitieme inhoud filteren, is soms terecht. De kritiek moet zich echter richten op de platforms die filters ontwerpen en gebruiken, niet op de wetgever die het doel stelt (dat een bedrijf moet betalen voor het materiaal waarmee het winst maakt). Dat doel staat in de "echte wereld" buiten kijf en wordt ook gehandhaafd.

De overeengekomen richtlijn bevat tot slot ook bepalingen om ervoor te zorgen dat de gebruiker bezwaar kan maken tegen ten onrechte verwijderde inhoud. Dit kan via een beroepsprocedure waarmee ingediende klachten snel worden afgehandeld.

Is deze richtlijn nadelig voor memes en GIF's?

Integendeel.

In de overeengekomen richtlijn wordt ook bepaald dat de lidstaten ervoor moeten zorgen dat het in alle vrijheid uploaden en delen van werk voor een citaat, kritiek, recensie, karikatuur, parodie of pastiche wordt beschermd. Op die manier blijven memes en GIF's uiteraard beschikbaar. Door deze bepalingen worden ze zelfs nog beter beschermd dan tot nog toe, omdat dergelijke werken in het verleden de bescherming genoten van diverse nationale wetten, wat resulteerde in verschillen tussen de lidstaten.

Is het nog steeds mogelijk om een fragment te zien bij het lezen of delen van artikelen op sites van nieuwsaggregatiediensten?

Ja.

De overeenkomst geeft persuitgevers het recht om nieuwsaggregatiediensten te vragen om een licentieovereenkomst voor het gebruik van hun artikelen. Nieuwsaggregatiediensten kunnen echter zonder toestemming van de persuitgevers fragmenten blijven tonen. Dit is op voorwaarde dat het fragment zeer kort is of uit enkele losse woorden bestaat, en dat de nieuwsaggregatiedienst deze mogelijkheid niet misbruikt.

Deze richtlijn doet startende ondernemingen de das om.

Nee.

De overeenkomst biedt specifieke bescherming voor startende platforms. Platforms jonger dan 3 jaar met een jaaromzet van minder dan 10 miljoen EUR en gemiddeld minder dan 5 miljoen unieke bezoekers per maand, krijgen veel minder verplichtingen opgelegd dan de grote, gevestigde platforms.

Er wordt beweerd dat artikel 13 erop uitdraait dat werk wordt verwijderd wanneer de rechthebbende niet bekend is. Daarbij werd het voorbeeld van de hit Despacito genoemd.

Het ontwerp van artikel 13 is bedoeld om artiesten een sterkere positie te geven als ze een beroep doen op hun recht op een eerlijke vergoeding, wanneer hun werk door anderen online wordt gebruikt en verspreid. Een artiest zal in de regel platforms als YouTube al hebben laten weten dat een specifiek werk van hen is. Het is daarom niet waarschijnlijk dat platforms aansprakelijk worden gesteld voor het uploaden van werken waarvan de rechthebbende onbekend is.

Er is beweerd dat de richtlijn een zeer negatieve uitwerking zal hebben op de broodwinning van honderdduizenden mensen.

Het tegendeel is waarschijnlijker.

Het is de bedoeling van de richtlijn om een groot aantal mensen de bestaanszekerheid te bieden die ze verdienen en die ze nodig hebben om te kunnen blijven creëren. De ontwerprichtlijn moet ervoor zorgen dat er meer geld naar artiesten en journalisten gaat, in plaats van naar de aandeelhouders van Google: een overdracht van middelen die altijd gunstig is voor de werkgelegenheid.

Waarom heeft de richtlijn veel kritiek gekregen?

Er is intensief actie gevoerd tegen de richtlijn. Uit sommige statistieken van het Europees Parlement komt inderdaad naar voren dat leden van het Parlement zelden of nooit eerder aan een dergelijke mate van lobbydruk zijn blootgesteld (zoals telefoontjes, e-mails, enz.).

Een dergelijke breed opgezette campagne resulteert meestal in steeds meer boude beweringen. Zo beweren sommigen dat de ontwerprichtlijn het internet kapot kan maken. Deze beweringen lijken buitenproportioneel, aangezien de ontwerprichtlijn geen nieuwe rechten toekent aan kunstenaars, en geen nieuwe verplichtingen oplegt aan internetplatforms of nieuwsaggregatiediensten.

Er zijn talloze gevallen bekend van lobbycampagnes die rampzalige gevolgen voorspellen, die nooit zijn uitgekomen.

Zo beweerden telecombedrijven dat telefoonrekeningen snel zouden stijgen als gevolg van het plafond voor roamingtarieven. De tabaks- en restaurantlobby beweerde dat mensen niet meer naar restaurants en cafés zouden gaan vanwege het rookverbod. Banken stelden dat ze zouden moeten stoppen met het verstrekken van leningen aan bedrijven en particulieren, door strengere wetten over hoe ze te werk moesten gaan. De tax‑free-lobby beweerde zelfs dat luchthavens zouden sluiten als er een einde zou komen aan belastingvrij winkelen in de interne markt. Dit is allemaal niet gebeurd.

Heeft de richtlijn vooral tot doel kleinere makers van inhoud te beschermen?

De richtlijn is in de eerste plaats bedoeld om de positie van alle makers te verstevigen bij onderhandelingen over de manier waarop hun werk door online platforms wordt gebruikt. De kleinere spelers zullen er wel het meeste van profiteren. Grotere spelers werken vaak met advocatenkantoren om hun rechten te beschermen, terwijl kleinere spelers nu nog weinig middelen hebben om hen te ondersteunen.