|
Lissabon, 23-03-2000
|
|
|
Toespraak van mevrouw Nicole FONTAINE, Voorzitster van het Europees Parlement op de bijeenkomst van de Europese Raad over werkgelegenheid, economische hervormingen en sociale samenhang: naar een Europa van innovatie en kennis
|
|
 |
 |
Mijnheer de fungerend voorzitter van de Raad,
Dames en heren staatshoofden en regeringsleiders,
Mijnheer de voorzitter van de Commissie,
Dames en heren ministers,
In de eerste plaats wil ik de fungerend voorzitter van de Raad feliciteren met dit meer dan welkome en moedige initiatief dat op zichzelf een uitdaging vormt. Mijnheer de voorzitter, ik kan u zeggen dat ons Parlement het bijzonder op prijs heeft gesteld dat u persoonlijk naar Straatsburg bent gekomen om voor de Top met ons hierover van gedachten te wisselen en uw streefdoelen uiteen te zetten.
In de beginfase van de Europese Gemeenschap lag de nadruk op de economische dimensie. Met de komst van de euro is daar een monetaire dimensie bijgekomen. Ten tijde van de tragedie in Kosovo hebben de Europeanen kunnen zien hoe een politieke dimensie ontstond. En heel recentelijk zijn zij er goed van doordrongen geraakt op welke onaantastbare morele waarden die Gemeenschap is gebaseerd.
Nu wordt van deze bijeenkomst van de Europese Raad van de Unie verwacht dat de sociale dimensie duidelijk aan het licht treedt.
De verwachtingen van de Europeanen zijn hooggespannen, en wel om drie redenen:
- de werkloosheid, die levens ruïneert en onze samenlevingen generaties lang verwoest, is nog altijd hun grootste zorg, ook al begint de werkloosheid te dalen,
- de algemene economische wederopbloei maakt vandaag dingen mogelijk die gisteren onmogelijk waren,
- het ongebreidelde kapitalisme, dat via bedrijfsverplaatsingen sociale dumping pleegt door te profiteren van de verschillen in onze respectieve sociale of fiscale wetgevingen en maximalisering van de winst laat prevaleren boven het lot van mannen en vrouwen op het werk, wekt hun morele verontwaardiging op en leidt tot zowel collectieve als persoonlijke drama's.
Om deze drie redenen verwachten zij veel van de bijeenkomst van uw Raad. Het is zaak hen niet teleur te stellen.
De Europeanen begrijpen hoe complex een Europese harmonisatie op sociaal gebied is. Ze weten ook dat sociale vraagstukken en werkgelegenheidskwesties hoofdzakelijk onder de nationale bevoegdheid blijven vallen en dat volledige werkgelegenheid niet kan worden verordonneerd, maar vooral afhankelijk is van groei.
Maar als de Unie als zodanig besluit zich in te zetten, dan verwachten zij ook dat zij op de hoogte worden gebracht van wat de Unie zegt te zullen doen en dat de Unie vervolgens ook echt doet wat ze heeft gezegd te zullen doen.
Ik ben ervan overtuigd dat de burgers na deze Raad, die we kunnen aanmerken als startpunt, ook al is er een Top van Luxemburg aan voorafgegaan, geen genoegen zullen nemen met vage beloften zonder concrete, d.w.z. geprogrammeerde en kwantificeerbare toezeggingen. Dat is ook de zin van het voorstel van het voorzitterschap om te streven naar een gemiddeld jaarlijks groeipercentage van ten minste 3% en het Parlement steunt dan ook dit voorstel.
Alvorens in te gaan op enkele nieuwe initiatieven waarover uw Raad zal beraadslagen, zou ik graag de wens willen uitspreken dat de projecten die al op stapel zijn gezet, maar die wegens ondoorgrondelijke blokkades zijn verzand, tot een goed einde worden gebracht.
Zo ligt het voorstel voor een Europese naamloze vennootschap al bijna 30 jaar op tafel, vooral vanwege het probleem van de deelname van werknemers aan het bestuur van ondernemingen.
Op een vorige Europese Raad is toegezegd dat deze kwestie uiterlijk 31 december 1998 zou worden geregeld, maar van deze plechtige belofte is niets waargemaakt.
Deze afwachtende houding tast niet alleen de geloofwaardigheid van de Raad aan maar heeft ook nog andere gevolgen. Enerzijds gaat dit ten koste van de werkgelegenheid en anderzijds zijn de voorstellen voor een richtlijn inzake de voorlichting en raadpleging van werknemers en inzake de Europese ondernemingsraden met hetzelfde virus besmet en dus nog altijd geblokkeerd.
Ik zou andere voorbeelden kunnen noemen, zoals het voorstel voor een richtlijn over arbeidstijden, waarover momenteel moeizaam wordt bemiddeld.
Hoe zou de burger geloof kunnen hechten aan nieuwe beloften van deze Raad als wij niet vastbesloten zijn om onze economische verschillen en culturen te overstijgen om met betrekking tot dit soort vraagstukken tot aanvaardbare compromissen te komen?
Mag ik u vragen, heren staatshoofden en regeringsleiders, of deze vraagstukken in uw ogen nog altijd actueel zijn en of de Raad vastberaden is om de problemen die ik zojuist heb genoemd binnen een redelijke termijn op te lossen?
Ik heb namelijk geconstateerd dat als de wetgevingsprocedures goed verlopen de uitkomst zeer positief is. Als voorbeeld kan ik noemen:
- de definitie van een rechtskader ter bevordering van potentiële nieuwe arbeidsmarkten;
- de stimulering van innovatie, met name dank zij een richtlijn inzake elektronische handel die binnen enkele weken zal worden goedgekeurd.
Zonder in detail te willen treden over de onderwerpen die u aan de orde zult stellen, zou ik u alleen maar willen laten weten aan welke kwesties het Parlement het meeste belang hecht, getuige de goedkeuring op 15 maart jl. van een resolutie ter voorbereiding op de bijeenkomst van deze Europese Raad.
Naast de talrijke concrete maatregelen die worden voorgesteld zou ik graag nadrukkelijk willen onderstrepen dat het Parlement bijzonder gehecht is aan het sociale model in al zijn facetten.
Als onderdeel hiervan zijn tolerantie en respect voor de ander in heel zijn verscheidenheid belangrijke waarden die gekoesterd moeten worden. Het Parlement heeft dan ook met veel belangstelling kennis genomen van het zojuist door de Commissie ingediende pakket antidiscriminatiemaatregelen waar zij een van haar prioriteiten van zal maken.
Indachtig de ontwikkelingen waartegen de Europeanen het meest in opstand komen, verzoekt het Parlement u de nodige actie te ondernemen om ervoor te zorgen dat de fusies tussen ondernemingen in de Unie op evenwichtige wijze worden geregeld. De manier waarop een aantal fusies sinds de instelling van de interne markt zijn beslag krijgt, d.w.z. een averechtse uitwerking hebben, vormt een ernstige bedreiging voor de bereidheid van de volkeren om mee te werken aan de opbouw van Europa.
Het is niet zo dat het Parlement zich niet bewust is van het algemene belang om een gezonde concurrentie tot over onze nationale grenzen in stand te houden, maar op dit bijzonder gevoelige punt verlangt het Parlement enerzijds van u dat een halt wordt toegeroepen aan fusies die indruisen tegen de vigerende Europese wetgeving inzake voorafgaande voorlichting en raadpleging van werknemers en anderzijds dat deze fusies worden voorafgegaan door een grondige evaluatie van de sociale gevolgen, zodat tijdig, en vooral met de betrokken ondernemingen, de nodige begeleidende sociale maatregelen kunnen worden getroffen.
Ongecontroleerde fusies, enkele als gevolg van dominerende kapitalistische krachten, hebben een verwoestend effect op de sociale samenhang van de Unie. De vrouwen en mannen die op een dag ontdekken dat een onderneming van eigenaar is gewisseld en die vervolgens worden overgeleverd aan de strategische economische beslissingen van die onderneming, met alle dramatische om niet te zeggen onmenselijke gevolgen van dien voor hun gezin en hun regio, kunnen niet bevatten dat dàt de Europese Unie is.
Een van de voorstellen van het voorzitterschap, namelijk de oprichting van een observatorium voor industriële veranderingen, is bijzonder interessant. Zodra dit observatorium autonoom is, zodra het beschikt over de benodigde studiefaciliteiten, zodra zijn werkzaamheden openbaar zullen worden gemaakt en zodra deze zullen dienen als basis voor democratische debatten, zou het naar mijn mening een forse bijdrage kunnen leveren tot de ontwikkeling van de intergouvernementele samenwerking die op dit sociale terrein van doorslaggevend belang blijft.
Van de algemene uitgangspunten van het Portugese voorzitterschap ter bevordering van een op groei gebaseerde dynamische ontwikkeling van de werkgelegenheid, die het Parlement alleen maar kan onderschrijven, zou ik er enkele in het bijzonder willen noemen:
- het belang dat wordt gehecht aan scholing tijdens de loopbaan, een eerste voorwaarde voor de aanpassing van de werknemers aan de constante ontwikkeling van het werk,
- de kwalitatieve modernisering van de verhoudingen tussen de werknemers en hun werkgevers, gebaseerd op waardigheid, gebruikmaking van capaciteiten en bevordering van initiatief,
- de uitbanning van dikwijls indirecte discriminatie in elke vorm, die ondanks 50 jaar Europese Gemeenschap nog niet kon worden uitgeroeid,
- een eerlijker verdeling tussen de inkomsten uit kapitaal dat creëert en uit arbeid die produceert,
- de bevordering, met name door informatieverspreiding, van de mobiliteit van de werknemers in de gehele Europese communautaire ruimte,
- de ontwikkeling van de deelname op alle niveaus aan het economische en sociale leven,
- de onvervaarde intrede van Europa in de nieuwe met informatietechnologieën verbonden economie, met dien verstande dat wordt voorkomen dat deze economie leidt tot nieuwe vormen van sociale uitsluiting en sociale tweedeling.
Ik spreek ook de wens uit dat uw Europese Raad niet dat deel van de Europese bevolking uit het oog verliest dat zich om dikwijls complexe en zeer uiteenlopende redenen in de marge van de georganiseerde samenleving bevindt of daarnaar dreigt af te glijden.
Ik doel hier op de zogeheten vierde wereld, d.w.z. die geleding in onze samenlevingen die het meest verstoken van alles is en die geen hoop in de toekomst stellen, en waarop onze beste initiatieven geen vat zullen hebben omdat deze aan de betrokkenen voorbij zullen gaan of hen niet zullen bereiken. Er zijn inmiddels in de gehele Unie miljoenen van deze mannen en vrouwen en hun aantal neemt toe.
Over het algemeen zijn de overheidsinstellingen er niet zo op ingesteld, eerder van nature dan door onverschilligheid, om deze groep te hulp te komen. De beste overbrugging blijft dan ook het verenigingsleven dat zelf steunt op het vrijwilligerswerk en de vrijgevigheid van de bevolking. Dit verenigingsleven heeft behoefte aan erkenning en steun van de overheid. Ik hoop dat uw Raad dit in het oog houdt.
Ik dank u.
|
|
 |
 |
|
|