Openingstoespraak van de Voorzitter van het Europees Parlement Jerzy Buzek
Geachte oud-voorzitters van het Europees Parlement,
Geachte ministers,
Geachte voorzitters en vertegenwoordigers van de Europese instellingen,
Geachte collega's, maar bovenal - beste vrienden,
Vandaag sta ik voor u als de dertiende Voorzitter van dit rechtstreeks verkozen Parlement. Ik ben zeer ingenomen met de aanwezigheid van een aantal oud-voorzitters:
- de heer Emilio Colombo,
- de heer Enrique Barón Crespo,
- de heer Egon Klepsch,
- de heer Klaus Hänsch,
- de heer José Maria Gil-Robles,
- mevrouw Nicole Fontaine,
- de heer Pat Cox,
- de heer Hans-Gert Pöttering.
Het is een grote eer dat wij u hier mogen begroeten.
Zoals velen van u meerdere malen hebben gezegd is mijn verkiezing ook symbolisch - symbolisch voor de droom die de burgers van ons deel van Europa koesterden over de eenheid van het continent. Een droom die is uitgekomen.
Beste collega's uit Estland, Letland, Litouwen, Slowakije, Tsjechië, Hongarije, Slovenië, Roemenië, Bulgarije, Cyprus en Malta.
Ik ken en begrijp de zorgen, behoeften en verwachtingen van degenen die kort geleden zijn toegetreden tot de Europese Unie. Ik ken ze omdat ze in mijn land niet anders zijn. Nu zijn we echter samen verantwoordelijk voor de toekomst van ons continent. Oud en nieuw Europa bestaan niet meer. Dit is ons Europa! Ons gemeenschappelijk Europa, dat modern en sterk moet zijn. En wij willen dat onze burgers dat beseffen.
Hierin moet werk en energie worden gestoken.
Dit doel is de droom van generaties Europeanen en is daarom een grote inspanning waard. Ik ben bereid dit werk te verzetten en deze inspanning te leveren, want deze droom was ook mijn droom.
Geachte collega's,
Aan het begin van deze zittingsperiode staan Europa en wijzelf, haar vertegenwoordigers, voor vele uitdagingen. Wij moeten deze uitdagingen aangaan. Ook moeten wij niet vergeten dat het Europees Parlement een bijzondere rol vervult in het streven naar een beter Europa, niet alleen in institutioneel, maar ook in sociaal opzicht. Een symbolische rol. Het Parlement vormt de kern van het Europese democratische systeem.
Het Parlement is het fundament van duurzaamheid en stabiliteit van dit systeem en is de hoeder van idealen en waarden, die niet alleen in onze besluiten en de consequenties daarvan tot uitdrukking komen, maar ook in onze debatten.
De Grieken, aan wie wij de democratie te danken hebben, citeren dikwijls hun leermeester Aristoteles door te zeggen dat het criterium voor menselijke rijpheid, en dus ook voor burgerschap, het vermogen is om conflicten en strijdige belangen niet met geweld op te lossen maar met debat en argumenten. Het Europees Parlement plaatst zich welbewust binnen deze traditie en garandeert daarmee stabiliteit op een politiek toneel waar zich verschillende scenario's afspelen en waar de leden de macht hebben. Maar het Europees Parlement heeft ook een andere taak: de taak een visie op een nieuw Europa te ontwikkelen, een visie die het heden ontstijgt, die zich beweegt van datgene wat is naar datgene wat zou moeten zijn. Om samen deze visie te kunnen ontwikkelen is verbeeldingskracht, kennis, wijsheid en bovenal moed nodig.
Hannah Arendt, een Duitse filosofe van joodse afkomst, heeft gezegd dat de politiek, naast de religie, het enige domein is waarbinnen wonderen kunnen gebeuren. Precies 20 jaar geleden hebben wij in Europa zo'n wonder kunnen aanschouwen en daarom geloven wij in de kracht van moed, verbeeldingskracht en wijsheid. Ik denk dat iedereen die hier aanwezig is dit geloof deelt.
Ik ga de uitdagingen waarmee wij worden geconfronteerd met optimisme aan. Mijns inziens zijn dat:
1. De economische crisis en Europese solidariteit,
2. Energie en milieubescherming,
3. Buitenlands beleid,
4. Mensenrechten en onze waarden,
5. Ons Parlement en de hervorming daarvan.
Geachte leden,
De pijnlijkste en meest acute kwestie is de economische crisis. Deze moeten we te boven komen en dat zal ons ook lukken. Europa heeft een leidende rol op zich genomen en in de G8 en de G20 voorstellen voor oplossingen gedaan - oplossingen die ons sociaal model in tact laten. Deze voorstellen kunnen de wereld helpen bij het economisch herstel.
Europa moet ten aanzien van de globalisering met één stem spreken.
Juist nu, in tijden van crisis, moeten we bijzondere aandacht schenken aan economische groei en werkloosheid. We moeten de strategie van Lissabon nieuw leven inblazen en manieren vinden om te investeren in nieuwe technologieën. In innovatie, onderwijs en menselijk kapitaal. De rol van de Gemeenschapsbegroting is belangrijk om ervoor te zorgen dat Europese onderzoeksprogramma's duidelijke prioriteiten en procedures hebben.
Bij het bestrijden van de crisis moeten we luisteren naar economen die ons aansporen deze crisis te benutten voor een diepgaande hervorming van de Europese economie en de wereldeconomie. Wanneer we de crisis eenmaal te boven zijn, verliezen we ons enthousiasme voor hervormingen en hebben we geen maatregelen getroffen om ons tegen de volgende crisis te wapenen.
Met de inwerkingtreding van het nieuwe verdrag krijgen Parlement en Raad dezelfde begrotingsbevoegdheden. De medebeslissingsprocedure wordt van toepassing op landbouw, visserij, internationale handel, justitie en binnenlandse zaken, zodat wij ook op het gebied van de landbouwuitgaven dezelfde bevoegdheden krijgen.
Wij hebben dit recht en moeten er ook gebruik van maken, niet alleen om de crisis te overwinnen.
We moeten de verleiding weerstaan om over te gaan tot protectionisme en renationalisering van gemeenschappelijk beleid. Wanneer we ons herenigde continent volledig willen integreren, moet het cohesiebeleid ook in de volgende Gemeenschapsbegroting een belangrijke plaats innemen. De interne markt is onze grote verworvenheid. We moeten de interne markt beschermen en consolideren, zodat Europa concurrerend blijft.
Dit verzwakt de Europese integratie niet, maar versterkt haar juist. We moeten de moed hebben om onze overtuigingen uit te dragen. We moeten de burgers duidelijk maken waarom Europa goed is en waarom alle Europeanen baat hebben bij de communautaire methode. We kunnen de crisis niet bestrijden zonder rekening te houden met het belang en de behoeften van de maatschappij.
Wij kunnen alleen leven in de Gemeenschap die wij opbouwen en we kunnen haar alleen doen opleven en begrijpen wanneer twee elementen aanwezig zijn: solidariteit en sociale cohesie.
Er bestaat bovendien geen echte gemeenschap zonder zorg voor allen, vooral voor de zwakkeren: werklozen, mensen zonder voldoende opleiding en degenen die in afgelegen gebieden wonen.
Het bestrijden van werkloosheid is de belangrijkste doelstelling van het Zweedse voorzitterschap. We zullen het voorzitterschap daar actief bij helpen.
Achter het ijzeren gordijn hebben we bij demonstraties ooit gescandeerd dat er geen vrijheid bestaat zonder solidariteit. Nu kunnen we zeggen: zonder solidariteit bestaat er ook geen gemeenschap. Evenmin kan er zonder solidariteit sprake zijn van een modern en sterk Europa.
Beste vrienden,
We zullen de economische crisis niet te boven komen zonder het enorme intellectuele, economische en creatieve potentieel van vrouwen.
Meer dan de helft van de lidstaten van onze Gemeenschap kan geen gebruik maken van de gelijke kansen en mogelijkheden.
De demografische crisis vraagt om versterking van het gezin en stimulering van het ouderschap. We moeten erop toezien dat vrouwen hun carrière niet opofferen voor een gezin en het opvoeden van kinderen.
Om de demografische crisis te overwinnen en tegelijk onze democratische principes te handhaven, moeten we ook een open gemeenschap zijn. Immigratie heeft Europa altijd voordeel gebracht. We moeten oplossingen voorstellen die het mogelijk maken immigranten uit te nodigen en hun voorwaarden voor integratie te bieden. Tegelijk moeten we van hen verwachten dat zij zelf openstaan voor integratie.
De interculturele dialoog die mijn voorganger Hans-Gert Pöttering heeft ontwikkeld is een effectief en beproefd instrument om zo'n vorm van integratie te bereiken.
Geachte collega's,
Wij worden geconfronteerd met een energiecrisis. Wellicht hebben de Europeanen geen inzicht in de geopolitieke achtergronden, maar ze begrijpen het wel wanneer hun verwarming koud blijft. We moeten doorgaan met diversificatie van energiebronnen en de investeringen in hernieuwbare energiebronnen en fossiele brandstoffen verhogen. We beschikken nog steeds over kernenergie, maar het is aan de lidstaten om daarover te beslissen. We moeten het externe pijpleidingennet uitbreiden om te vermijden dat we afhankelijk worden van welk land dan ook. De verbindingen tussen onze gas- en elektriciteitsnetten moeten worden uitgebreid. Ook moeten we overwegen om gemeenschappelijk gas in te kopen, zodat er een echte Europese markt voor solidariteit op energiegebied ontstaat. Ik denk dat de tijd rijp is voor een werkelijk gemeenschappelijk energiebeleid in de Europese Unie. Ik zal me daarvoor inzetten.
Met de oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in 1951 is de kiem voor onze Unie gelegd. Robert Schuman verklaarde destijds: "De solidariteit bij de productie die op deze manier ontstaat, zorgt er niet alleen voor dat oorlog ondenkbaar wordt, maar in de praktijk zelfs onmogelijk."
Beste vrienden,
Bij het vaststellen van ons energiebeleid moeten we rekening houden met de gevaren voor het milieu die de klimaatverandering met zich meebrengt. We hebben een groene revolutie nodig en we moeten onszelf grenzen kunnen stellen.
Het Europees Parlement speelt een leidende rol in het debat over dit onderwerp. Samen met diverse andere leden maakte ik deel uit van de tijdelijke Commissie klimaatverandering. U kent mijn meningen en weet dat ik met u zal samenwerken om in Kopenhagen tot een compromis te komen dat zowel voor het milieu als voor de economieën van onze lidstaten gunstig is.
Geachte leden,
Wij zijn een belangrijke speler in de internationale arena. Dat verwachten onze burgers ook van ons. We hebben meer Europa nodig, niet alleen binnen de Europese Unie, maar ook wereldwijd. Een coherent, effectief buitenlands beleid dat een visie op de wereldorde uitdraagt, moet een belangrijke taak zijn tijdens deze zittingsperiode van het Parlement.
Jean Monnet heeft ooit gezegd dat iedereen ambitie heeft. De vraag is of deze ambitie wordt gebruikt om iemand te worden of om iets te bereiken. Laten we de ambitie hebben om in deze zittingsperiode iets te bereiken.
Wat is het belangrijkst?
Ten eerste:
Actief beleid gericht op de zuidelijke en oostelijke buurlanden van Europa. Daartoe moeten we het werk in het kader van de Euromediterrane Parlementaire Vergadering (EMPA) voortzetten en activiteiten ontwikkelen in het kader van Euronest.
Ten tweede:
Het bevorderen van democratie en behoorlijk bestuur. We moeten de interparlementaire vergaderingen en onze delegaties benutten om parlementaire toppen te beleggen voordat bilaterale EU toppen plaatsvinden. Dat is belangrijk omdat het Europees Parlement gaat meebeslissen over een groter aantal beleidsterreinen. Een goed voorbeeld van dergelijke samenwerking is EuroLat.
Ten derde:
Het is tijd voor echt parlementair trans-Atlantisch partnerschap en het opbouwen van nieuwe kaders voor mondiaal bestuur. Ik streef ernaar de banden met het Amerikaanse Congres op alle niveaus te verstevigen.
Ten vierde:
We moeten ons strategisch partnerschap met Rusland verdiepen en niet vergeten dat economische en politieke overwegingen niet belangrijker mogen zijn dan mensenrechten, de rechtsstaat en de democratie. Dit geldt ook voor de betrekkingen met China. Als Voorzitter van het Europees Parlement zal ik me volledig inzetten voor de dialoog met de Russische partners, ook in het kader van de nieuwe Oostzeestrategie.
Ten vijfde:
We moeten onze betrekkingen met India en andere opkomende wereldmachten zoals Brazilië en Zuid-Afrika verdiepen. India moet zowel onze politieke als onze economische partner zijn.
Ten zesde:
Het Midden-Oosten blijft de sleutel tot wereldwijde stabiliteit. Europa moet een actieve rol in deze regio spelen.
Ten zevende:
Uitbreiding is een van onze meest succesvolle politieke strategieën. Hebben onze Europese voorouders ooit zo'n lange periode van vrede en welvaart gekend als wij nu? Kroatië en wellicht IJsland zijn waarschijnlijk de volgende kandidaten om toe te treden.
Ten achtste:
De Europese Unie is de grootste verstrekker van ontwikkelingshulp ter wereld. We moeten de balans opmaken van onze huidige en potentiële begunstigden en in overeenstemming met de millenniumdoelstellingen onze plichten jegens hen blijven nakomen. Hoewel we voor sommige immigranten misschien de deur moeten sluiten, kunnen we ons hart blijven openstellen en ons ervoor inzetten dat het leven in hun landen zo veel mogelijk onze Europese standaarden gaat benaderen.
Ten negende:
We moeten de missies die door de Unie zijn uitgezonden in het kader van de Europese veiligheids- en defensiepolitiek, versterken. De afgelopen zes jaar zijn er wel tweeëntwintig missies geweest. De missies moeten een duidelijk mandaat krijgen en de middelen die nodig zijn om hun taak te vervullen. Het Europees Parlement wil zorgen voor nauwere controle en toezicht op de missies. Dankzij de uitgebreidere begrotingsbevoegdheden, die het Parlement op grond van het Verdrag van Lissabon zal krijgen, kunnen wij flexibeler zijn bij het toewijzen van middelen aan missies die wij steunen en noodzakelijk achten.
Beste collega's,
Onze prioriteit voor de nabije toekomst moet de tenuitvoerlegging van het nieuwe verdrag zijn. Ik beloof het Parlement dusdanig voor te bereiden dat het direct na de inwerkingtreding van het verdrag in overeenstemming met de nieuwe regelgeving kan gaan functioneren.
Maar ook los van het verdrag hebben we behoefte aan veranderingen. We hebben behoefte aan een dynamischer parlementaire dimensie binnen ons Parlement.
Als voorzitter van het Parlement wil ik voortborduren op het essentiële werk op het gebied van parlementaire hervormingen waarmee anderen de laatste jaren een begin hebben gemaakt. Er zijn al zeer veel zinvolle veranderingen doorgevoerd, maar we moeten nog verder gaan.
Ik zal er alles aan doen om de ruimte voor creatief politiek debat binnen ons Parlement te vergroten.
We moeten duidelijk onderstrepen dat democratie prevaleert boven technocratie.
Persoonlijk ben ik er een warm voorstander van dat er tijdens zittingen vaker spontaan het woord wordt gevoerd. De plenaire debatten winnen daarmee namelijk aan levendigheid. Naar mijn mening kunnen zo ook de rechten van minderheden beter worden gewaarborgd, dat wil zeggen de rechten van collega's die geen ambt binnen het Parlement of binnen hun fracties bekleden.
Als leden van het Europees Parlement hebben wij de plicht te luisteren naar onze burgers. Maar we moeten hen ook overtuigen van de voordelen van een continent dat nauwer is verbonden en efficiënter functioneert.
De belangrijkste schakel die ontbreekt in het hervormingsproces is de verbetering van de verhoudingen met de andere Europese instellingen: de Commissie en de Raad. Een groot deel van mijn ambtstermijn zal in het teken van deze kwestie staan.
Als Voorzitter streef ik naar een nieuw model voor partnerschap met de Europese Commissie, naar versterking van de parlementaire controle van de uitvoerende macht en naar meer verantwoordelijkheid van de uitvoerende organen ten opzichte van het Parlement.
In juli heb ik de voorzitter van de Commissie uitgenodigd deel te nemen aan het vragenuur dat we elke maand in het Parlement willen organiseren en waar de leden vanuit de zaal vragen kunnen stellen. Ik stel voor dat we zo spoedig mogelijk met deze debatten beginnen.
Twee weken geleden heeft Commissievoorzitter Barroso ons zijn "politieke richtsnoeren" voor zijn tweede ambtstermijn doen toekomen. Dat is een belangrijke nieuwe ontwikkeling. Hiermee wordt erkend dat het Europees Parlement de instelling is die de Commissievoorzitter kiest. Ik ben daar zeer tevreden over.
Voorts heb ik de parlementaire commissies aangemoedigd wetgeving die nog in voorbereiding is te onderzoeken om te bekijken of de nieuwe Commissie voornemens is haar wetgevingsvoorstellen in te trekken, te wijzigen of toch te handhaven. Ook wil ik de commissies stimuleren tot serieuze discussie over de toekomstige beleidsstrategie, zodat we ons bij de hoorzittingen met de kandidaat-commissarissen kunnen baseren op een gedetailleerd wetgevingsplan, en niet uitsluitend op een beoordeling van hun cv's en beroepservaring.
We moeten nauwere betrekkingen met de Raad aangaan. Willen deze betrekkingen geloofwaardig zijn, moeten ze weerspiegelen dat het Europees Parlement in de huidige Unie een echte medewetgever is.
Ook moeten we samen werken aan de institutionele problemen die voortvloeien uit het Verdrag van Lissabon. Dit betreft de uitbreiding van de medebeslissingsprocedure, het nieuwe comitologiesysteem, de benoeming van de nieuwe hoge vertegenwoordiger en vicevoorzitter van de Commissie, de democratische controle over de nieuwe dienst voor extern optreden en de wijze waarop tijdens plenaire vergaderingen moet worden omgegaan met het nieuwe "dubbele voorzitterschap van de Raad".
Onze betrekkingen met de 27 nationale parlementen in de Europese Unie moeten zich in dezelfde geest ontwikkelen. De laatste jaren intensiveert onze samenwerking. Het Verdrag van Lissabon verstevigt onze contacten nog verder en zal de rol van de nationale parlementen bij het maken van burgervriendelijke wetten vergroten. Een uitstekend voorbeeld van dergelijke samenwerking is het programma van Stockholm dat betrekking heeft op justitie en veiligheid van de burgers. Centraal in dit programma staat de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit, binnen en buiten de Unie, in samenspraak met de belangrijkste mondiale partners.
Als Voorzitter wil ik deze relaties op alle terreinen verstevigen.
Ik wil doorgaan met de veranderingen in de wijze waarop het Parlement gebruik maakt van personeel en financiële middelen, zodat deze rechtstreeks gaat aansluiten bij onze programma's.
We hebben in de commissies die zich bezighouden met de afzonderlijke beleidsstrategieën behoefte aan hoogwaardige specialistische kennis.
De kracht en rijkdom van ons Parlement komen voort uit de verschillen: nationale verschillen, verschillen in mentaliteit en op taalgebied. Deze verschillen maken Europa fascinerend. Maar we hebben ook doeltreffende middelen nodig om elkaar te kunnen begrijpen. Leden moeten daarom het woord in hun moedertaal kunnen voeren wanneer zij dat willen, zodat zij hun kiezers op adequate wijze kunnen vertegenwoordigen. Ik ben mij bewust van dit probleem en zal mij inzetten om tot een oplossing te komen.
Geachte leden,
We moeten ons er steeds van bewust blijven dat de Unie niet alleen gebaseerd is op de uitdagingen die de toekomst ons stelt en het vooruitzicht van steeds meer welvaart en stabiliteit. De Unie betekent bovenal mensenrechten. Rechten van minderheden: nationale, etnische, religieuze minderheden en levensbeschouwelijke minderheden. In het bijzonder moeten de rechten van gehandicapten steeds worden beschermd.
Ik ben ongerust over de spanningen tussen Slowakije en Hongarije die zich toespitsen op nationale minderheden. Ik wil mijn hulp aanbieden bij het zoeken naar een oplossing voor dit conflict die in harmonie is met de waarden van ons Parlement.
Een goed voorbeeld van de manier waarop wij onze waarden hoog houden is de Sacharovprijs. Met deze prijs worden vooraanstaande mensenrechtenactivisten onderscheiden, die momenteel de kern vormen van het zogeheten Sacharovnetwerk. Ik ben van plan het Sacharovnetwerk verder te ontwikkelen. Tevens wil ik voortbouwen op het idee van het Huis van de Europese geschiedenis, waartoe mijn voorganger Hans-Gert Pöttering het initiatief heeft genomen.
Graag zou ik willen dat wij hier in het Parlement nog een keer in herinnering roepen dat de Unie een gemeenschap van idealen en waarden is.
Wij kennen en koesteren deze waarden allemaal: vrijheid, gelijkheid, solidariteit, de democratische rechtsstaat, tolerantie en naastenliefde, maar ook veiligheid en bescherming van de persoonlijke levenssfeer, geloof en rationalisme, rechten van de mens en individueel geluk, alsmede eigendom, familie en wederzijds vertrouwen. Ook herinnering, geschiedenis, en een gemeenschappelijke toekomst maken deel uit van deze waarden.
De Europese Unie is geen doel op zich, maar een instrument om deze waarden te beschermen. Een instrument dat de hoop geeft dat deze bescherming permanent en effectief zal zijn.
Geachte collega's,
Als Voorzitter beloof ik met u samen te werken om manieren te vinden die het ontstaan van een echte Europese demos bevorderen. Ik ben vastbesloten ervoor te zorgen dat alle commissies en delegaties toegang krijgen tot tv uitzendingen via satelliet en internet. De burgers moeten weten hoe er over hun wetten wordt gedebatteerd, hoe ze worden geamendeerd en hoe erover wordt gestemd. We moeten ons bezinnen op de manier waarop de Europese verkiezingen worden georganiseerd. We moeten er bijvoorbeeld op aandringen dat er tijdens de verkiezingen gebruik wordt gemaakt van nieuwe technologieën waarmee de participatie van burgers kan worden vergroot. Het is bovendien tijd een discussie te starten over Europese politieke partijen. De burgers moeten weten op wie zij stemmen, niet alleen in eigen land, maar ook in Europa.
Ik hecht veel waarde aan de samenwerking met de Conferentie van voorzitters. We zullen gezamenlijk met de veertien ondervoorzitters de verantwoordelijkheid nemen voor de gang van zaken binnen het Parlement. Ik dank de ondervoorzitters voor hun bereidheid tot samenwerking. Ik waardeer de bereidheid tot partnerschap van de commissievoorzitters. Het is mijn wens dat de voorzitters van de vaste interparlementaire delegaties de gelegenheid krijgen hun stempel te drukken op het buitenlands beleid van de Europese Unie. Samen met de quaestoren zullen we de verantwoordelijkheid dragen voor de begroting van het Parlement.
Maar ik reken bovenal op de samenwerking met u, collega's.
Als Voorzitter van het Parlement ben ik mij ervan bewust dat ik verantwoordelijk ben voor het creëren van goede arbeidsvoorwaarden voor u. Tegelijk wil ik u allen aansporen zich hier ook voor in te zetten.
Geachte dames en heren,
Voor de meesten van ons is het Verdrag van Lissabon de langverwachte oplossing voor institutionele problemen. De Unie krijgt dankzij het verdrag meer slagvaardigheid bij het oplossen van bestaande problemen. Zo kunnen we de Europese instellingen dichter bij de burger brengen.
Bronisław Geremek, naar wie wij onlangs de centrale binnenplaats van het Parlementsgebouw in Straatsburg hebben vernoemd, haalde graag het bekende gezegde aan dat Europese integratie hetzelfde is als fietsen: er moet constant worden getrapt om evenwicht te bewaren en te kunnen sturen. Dit illustreert precies waarom ratificatie van het Verdrag van Lissabon zo hard nodig is.
Beste vrienden,
Nog geen week geleden woonde ik in het Poolse parlement de herdenking bij van de regering van Tadeusz Mazowiecki die twintig jaar geleden werd gevormd, de eerste niet-communistische regering in dat deel van Europa. Solidarność heeft toen kunnen zegevieren omdat we samen waren, verenigd en solidair. Deze herdenkingsdag was bijzonder ontroerend, omdat dit het begin was van de razendsnelle ineenstorting van het totalitaire systeem in andere Centraal-Europese landen. Het was de eerste barst die uiteindelijk leidde tot de val van de muur die Europa verdeelde.
Ik spreek vandaag in Straatsburg, de hoofdstad van een gebied waarvan de geschiedenis zozeer doet denken aan de geschiedenis van Silezië, waar ik vandaan kom. Een grensregio met inwoners die dikwijls van nationaliteit moesten veranderen, ook al bleven zij op dezelfde plek wonen.
Hierbij zweer ik plechtig dat ik als Voorzitter van het Parlement de komende jaren uw ambassadeur zal zijn, die de boodschap van het herenigde continent aan de burgers van Europa en de rest van de wereld brengt.
We moeten samenwerken in de zoektocht naar concrete en praktische oplossingen voor de grote uitdagingen waarmee Europa en de wereld vandaag worden geconfronteerd.
We laten onze dromen uitkomen door samen te werken. Laten we daarom met enthousiasme, wijsheid en moed aan het werk beginnen.
Want dat is ons Europa: Een gemeenschappelijk, modern en sterk Europa.
Dank u wel.
