Banner page The European Parliament The European Parliament
Banner page

Index 
 
 

Briefing : 17-11-97(s)

[Start of Doc] [Previous] [Next]

Blikvangers


VERDRAG VAN AMSTERDAM

Na het advies te hebben ingewonnen van de overige parlementaire commissies, heeft de Commissie institutionele zaken haar eindverslag goedgekeurd over het Verdrag van Amsterdam. De lidstaten wordt aanbevolen het Verdrag te ratificeren aangezien het een nieuwe stap zet in het Europese integratieproces. Nochtans vertoont het nieuwe Verdrag ernstige tekortkomingen, vooral op institutioneel vlak. Een hervorming van de Europese instellingen moet zo snel mogelijk plaatsvinden opdat de toetreding van nieuwe landen tot de EU geen vertraging oploopt. Het EP moet volledig worden betrokken bij de volgende intergouvernementele conferentie. Een nieuw Verdrag mag enkel in werking treden na instemming van het EP.

BSE

De tijdelijke commissie follow-up BSE-aanbevelingen is redelijk tevreden over het gevolg dat de Commissie- Santer heeft gegeven aan de aanbevelingen die door de speciale BSE-enquêtecommissie in februari jl. werden geformuleerd. Met een motie van afkeuring door het EP als een zwaard van Damocles boven haar hoofd, heeft de Europese Commissie in een nieuwe geest van openheid werk gemaakt van een meer efficiënte bestrijding van BSE. Voor het eerst heeft het EP zijn controlerecht op de Commissie volledig kunnen uitoefenen.

Voortaan zullen de permanente parlementaire commissies de evolutie van het dossier op de voet volgen. De Europese Commissie zal elke zes maanden verslag uitbrengen en eind 1998 komt er een grote interinstitutionele conferentie.

JAARVERSLAG VAN DE REKENKAMER

Bernhard Friedmann, de voorzitter van de Rekenkamer, presenteert op dinsdagochtend het jaarverslag van zijn instelling voor 1996. Ook legt hij een verklaring voor waarin de betrouwbaarheid van de rekeningen en de regelmatigheid en de wettigheid van de onderliggende verrichtingen voor het financieel jaar 1996 worden bevestigd. De parlementsleden kunnen vervolgens vragen stellen over het jaarverslag, dat voor het EP als basis dient voor de komende kwijtingsprocedure over 1996.


BESTRIJDING GEORGANISEERDE MISDAAD

Met de open grenzen op de Europese binnenmarkt heeft de georganiseerde misdaad zo veel speelruimte gekregen dat de lidstaten dringend veel meer moeten samenwerken bij opsporing en strafvervolging. De Raad heeft daartoe een actieplan opgesteld, dat zijn beslag krijgt in verschillende gemeenschappelijke acties in het kader van de derde pijler. Leoluca Orlando (I, GROEN), de burgemeester van Palermo, is rapporteur voor drie van de zeven verslagen die op de agenda van donderdag staan.

STRUCTUURFONDSEN IN BELGIË

In totaal is 2 miljard ecu uit de Europese structuurfondsen, d.w.z. 3% van de beschikbare middelen voor 1994- 1999, bestemd voor België. Rapporteur Francis Decourrière (F, EVP) maakt zich ernstig zorgen over de zeer lage bestedingscoëfficient van de effectieve uitgaven, die nu, halverwege het programma, slechts 17% bedraagt voor Henegouwen als regio van doelstelling 1, tussen 5 en 25% voor de gebieden van doelstelling 2 (o.a. Limburg en Turnhout) en minder dan 10% voor de gebieden van doelstelling 5b (o.a. Meetjesland en de Westhoek).



[Start of Doc] [Previous] [Next]

Agenda 17 - 21 november


MAANDAG 17 NOVEMBER VAN 17.00 - 20.00 UUR

.    gecombineerde behandeling
    -    verslag-Linkohr over de energiedimensie van klimaatverandering
    -    verklaring van de Commissie over de derde conferentie over klimaatverandering (Kyoto)
.    verslag-Kittelmann over de douane-unie met Turkije (*)
.    verslag-Heinisch over de kwaliteit in het hoger onderwijs (**I)

DINSDAG 18 NOVEMBER VAN 9.00 - 13.00, 15.00 - 19.00 EN 21.00 - 24.00 UUR

9.10 - 10.00 uur
.            jaarverslag en betrouwbaarheidsverklaring van de Rekenkamer over de begroting 1996 (toelichting door voorzitter Bernhard Friedmann)

10.00 - 12.30, 15.00 - 17.30 en 21.00 - 24.00 uur
.    gecombineerde behandeling
    -    verslag-Böge over de follow-up van de door de BSE-enquêtecommissie geformuleerde aanbevelingen
    -    mondelinge vragen over de follow-up van de BSE-aanbevelingen
.    verslag-Menrad over het eindverslag van de deskundigengroep "European Systems of Worker Involvement"
.    gecombineerde behandeling
    -    verslag-Jöns over deeltijdarbeid (**I)
    -    verslag-Hernandez Mollar over werkgelegenheid in Europa 1997
.    verslag-González Triviño over veiligheid van vliegtuigen uit derde landen (**I)
.    verslag-Izquierdo Collado over de economische en sociale cohesie
.    verslag-Gutiérrez Díaz over het internationaal fonds voor Ierland (*)
.    aanbeveling-Fontaine over het vrij verkeer van advocaten (***II)
.    verslag-Junker over de gender-problematiek in de ontwikkelingssamenwerking (**I)

12.30 uur
. stemmingen

17.30 - 19.00 uur
. vragenuur aan de Commissie

WOENSDAG 19 NOVEMBER VAN 9.00 - 13.00, 15.00 - 19.00 EN 21.00 - 24.00 UUR

9.15 - 12.00 en 15.00 - 17.30
.    verslag-Mendez de Vigo en Tsatsos over het Verdrag van Amsterdam
.    verklaringen van de Raad en Commissie over de EU/VS-top van 5 december 1997

12.00 uur
. stemmingen

17.30 - 19.00 uur
. vragenuur aan de Raad

21.00 - 24.00 uur
.    verslag-von Wogau over het actieprogramma voor de interne markt
.    verslag-Langen over voor de bouw bestemde producten
.            verslag-Secchi over de stelsels van indirecte belastingen van de interne markt (Fiscalis-programma) (***I)
.    verslag-Medina Ortega over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de telecommunicatie (***III)

DONDERDAG 20 NOVEMBER VAN 9.00 - 13.00 EN 15.00 - 20.00 UUR

9.00 - 12.00 uur
.    gecombineerde behandeling
    -    verslag-Cederschiöld over de bestrijding van de georganiseerde misdaad
    -    verslag-Bontempi over het strafbaar stellen van corruptie in de privésector (*)
    -    verslag-Bontempi over de oprichting van een Europees justitieel netwerk (*)
    -    verslag-Orlando over de bestrijding van de georganiseerde misdaad (*)
    -    verslag-Orlando over de strafbaarstelling van deelname aan een criminele organisatie (*)
    -    verslag-Orlando over de financiering van de bestrijding van de georganiseerde misdaad (*)
    -            verslag-Nassauer over de prioriteiten bij de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken (*)

12.00 uur
. stemmingen

15.00 - 18.00 uur
. actualiteitendebat

18.00 - 20.00 uur
.    eventueel, vervolg van de stemmingen
.            verslag-Zimmermann over een programma voor de opleiding, het immigratiebeleid en de overschrijding van de buitengrenzen (Odysseus) (*)
.    verslag-Scapagnini over het overzicht van beleid en maatregelen op energiegebied

VRIJDAG 21 NOVEMBER OM 9.00 UUR

.    stemmingen
.    aanbeveling-Kittelmann over eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen (***)
.    verslag-Decourrière over de ontwikkelingsmaatregelen en structurele maatregelen in België
.            verslag-McKenna over de visserij in de Antarctische wateren (*)
.    gecombineerde behandeling
    -    verslag-Imaz San Miguel over een visserijprotocol met Guinee-Bissau (*)
    -    verslag-Medina Ortega over een visserijprotocol met de Ivoorkust (*)
    -    verslag-Kindermann over een visserijprotocol met Equatoriaal-Guinea (*)
    -    verslag-Novo over een visserijprotocol met Kaapverdië (*)



[Start of Doc] [Previous] [Next]

Douane-Unie met Turkije


            besluit over het EG-standpunt in het Gemengd Comité van de douane-unie met Turkije
    verslag-Kittelmann (D, EVP)
    doc. A4-276/97 (*) <BUIT>

Debat (17/11/97)

Het verslag van rapporteur Peter Kittelmann (D, EVP) betreft een hernieuwde raadpleging en heeft eigenlijk alleen betrekking op de wijziging van de rechtsgrondslag, namelijk van art. 235 van het Verdrag in art. 113 en art. 228, sub 2 en 4. Volgens de juridische dienst van het EP is deze wijziging aanvaardbaar. Niettemin kwam de EP-commissie juridische zaken, die advies moest uitbrengen, tot de conclusie dat art. 235 gehandhaafd moest blijven. Daarentegen was de EP-commissie externe economische betrekkingen wél voor wijziging. Uiteindelijk besloot de EP-commissie buitenlandse zaken, de commissie ten principale, om in te stemmen met de gevraagde wijziging van de rechtsgrondslag, aangezien de Raad vorig jaar akkoord is gegaan met een amendement dat het EP het recht op informatie geeft. Dat amendement had het EP in juli vorig jaar aangenomen toen het geraadpleegd werd over de eigenlijke procedure voor de vaststelling van het standpunt van de Gemeenschap in het Gemengd Comité van de douane-unie met Turkije.

[Start of Doc] [Previous] [Next]

Follow-up BSE


    gecombineerde behandeling
    -            de follow-up door de Europese Commissie van de door de enquêtecommissie BSE geformuleerde aanbevelingen
        verslag-Böge (D, EVP)
        doc. A4- /97 @ <BSE>
    -            veertien mondelinge vragen over het verslag van de Tijdelijke Commissie follow-up BSE- aanbevelingen
        doc. B4-525, 526, 714, 715, 716, 717, 718, 719, 720, 721, 722, 723, 897 en 898/97

Debat (18/11/97)

Verslag follow-up-commissie

In februari jl. kwam een speciale enquêtecommissie van het EP tot de conclusie dat de Europese Commissie de gekke-koeiencrisis stelselmatig had gebagatelliseerd en zelfs een beleid van desinformatie had gevoerd. Indien de Commissie-Santer de aanbevelingen van de enquêtecommissie over BSE niet voor november dit jaar zou uitvoeren, zo besloot het EP, dan zou een motie van afkeuring worden ingediend. Om de maatregelen van de Commissie op de voet te volgen, werd in april een "Tijdelijke Commissie follow-up BSE- aanbevelingen" opgericht, die op 7 november na een marathonstemming van vier uur het verslag van rapporteur Reimer Böge (D, EVP) goedkeurde.

De tijdelijke commissie had niet tot taak zich vóór of tegen de indiening van een motie van afkeuring tegen de Commissie uit te spreken. Haar mandaat bestond er uitsluitend in de omzetting van de door enquêtecommissie BSE geformuleerde aanbevelingen te beoordelen. Een dergelijke motie van afkeuring kan te allen tijde door een tiende van de EP-leden worden ingediend en is niet afhankelijk van de indiening van het verslag van een parlementaire commissie.

Rapporteur Reimer Böge is tevreden over de resultaten van de follow-up-commissie. De dreiging met een motie van afkeuring heeft het EP in staat gesteld zijn controlerecht efficiënt uit te oefenen. De Europese Commissie heeft tussen mei en oktober 1997 maandelijks voortgangsverslagen ingediend. De verantwoordelijke commissaris, Emma Bonino, was meerdere malen voor een gedachtewisseling in de commissie aanwezig, de verantwoordelijke directeur-generaal van DG XXIV, Horst Reichenbach, altijd. Ook andere commissarissen en de Britse minister van Landbouw Cunningham werden gehoord. De EP-commissie was intensief betrokken bij de internationale wetenschappelijke conferentie over vlees- en beendermeel op 1 en 2 juli 1997 in Brussel en ging zich eind september in het VK ter plaatse informeren over de omzetting van de BSE-maatregelen en de controle daarop door de Commissie.

De rapporteur is tevreden met de aanzienlijke vooruitgang die is geboekt op bepaalde gebieden, maar uit kritiek op de nog blijvende tekortkomingen. De hervorming van de wetenschappelijke adviescomités bewijst dat het de Commissie menens is met haar streven naar meer transparantie bij de bestrijding van BSE. Deze nieuwe openheid is een verademing in vergelijking met de door de enquêtecommissie aangetoonde desinformatie-activiteiten van individuele Commissie-ambtenaren. Door de informatie op het Internet te zetten en door nog andere maatregelen, zoals de toegang tot documenten en de publicatie van minderheidsstandpunten, lijkt de onbeperkte toegang van de geïnteresseerde vakkringen thans gewaarborgd.

De Europese Commissie is begonnen specifieke wetgeving te ontwikkelen om de gezondheid van de consumenten te beschermen, meer in het bijzonder een kaderrichtlijn over Europees levensmiddelenrecht. Bij de betrokken diensten van de Commissie is een duidelijke scheiding aangebracht tussen wetgevingsarbeid enerzijds en wetenschappelijke adviezen en controle anderzijds.

De rapporteur is van mening dat kadavers en slachtafval kunnen worden verwerkt tot vlees- en beendermeel na voldoende sterilisatie (133°C, 3 bar, 20 minuten) en op voorwaarde dat er geen dieren worden gebruikt die ziek zijn of ongeschikt voor menselijke consumptie. Een verbod op het verwerken van zieke dieren bestaat nog niet op EU-niveau. Deze lacune heeft er onlangs toe geleid dat een door BSE besmette koe uit Méan (België) verwerkt is tot meel, omdat de veearts aanvankelijk dacht dat het om hondsdolheid ging.

De rapporteur wijst erop dat de normen voor de verwerking van vlees- en beendermeel in de VS absoluut ontoereikend zijn. Op dit punt zijn al conflicten gerezen met de EU, omdat de toestemming van het EP voor komende WTO-afspraken ongetwijfeld mede zal afhangen van waarborgen voor een hoog niveau van consumentenbescherming. De huidige etiketteringsvoorschriften zijn volgens Böge ontoereikend. Behalve de ingrediënten moet er duidelijk worden vermeld dat dierlijk meel niet aan herkauwers mag worden gevoerd.

Het EP wil dat de EU slachtoffers van de Creutzfeldt-Jacob-ziekte schadeloos stelt. Het geld moet verdeeld worden via verenigingen van de families van de slachtoffers. Tijdens de eerste lezing van de begroting 1998, in oktober jl., keurde het EP een amendement goed om daartoe een begrotingslijn te openen.

De meeste Commissie-ambtenaren die betrokken waren bij de BSE-crisis zijn inmiddels overgeplaatst. Rapporteur Böge betreurt dat niemand van hen gestraft is, maar is blij met Santers toezegging om wijzigingen voor te stellen aan de disciplinaire maatregelen waarin het statuut van de ambtenaren voorziet.

Böge heeft ook kritiek op het VK, dat in de havens onvoldoende controleert of het embargo wordt nageleefd. Maar ook de Europese Commissie is verantwoordelijk voor het wegwerken van lacunes. Tevreden is Böge over de omvangrijke en doeltreffende maatregelen die het VK heeft genomen (documentatie, controle, in stukken snijden, kleuren) om te voorkomen dat vlees dat niet meer voor menselijke consumptie geschikt is, in de handel kan worden gebracht. Deze inspanningen mogen echter niet beperkt blijven tot de slachthuizen die de EP-delegatie heeft bezocht.

Mondelinge vragen

Alle fracties in het EP, met uitzondering van de O-ENS, willen met gelijkluidende vragen weten wat de Europese Commissie en de Raad van plan zijn te doen met de bevindingen van de follow-up-commissie, met name in de sectoren waarvan is vastgesteld dat de aanbevelingen van het EP nog niet of slechts in onvoldoende mate ten uitvoer zijn gelegd.

De Raad wordt gevraagd toelichting te verstrekken over de uitvoering van BSE-bestrijdingsmaatregelen, met name in de sectoren waarin samenwerking tussen Raad en lidstaten onontbeerlijk is. Wat denkt de Raad over de wijze waarop de lidstaten samenwerken met de EP-onderzoekscommissie?


[Start of Doc] [Previous] [Next]

Bouwproducten


    verslag van de Commissie over voor de bouw bestemde producten
    verslag-Langen (D, EVP)
    doc. A4-350/97 <ECON>

Debat (19/11/97)

Met een richtlijn uit 1988 moesten de belemmeringen voor het vrije verkeer van bouwproducten uit de weg worden geruimd. De sector vertegenwoordigt iets minder dan 10% van het gehele bruto nationale product van de EU. De omzetting in nationaal recht van de richtlijn laat echter zeer te wensen over, zodat de interne markt voor bouwproducten slechts in zeer ontoereikende mate verwezenlijkt is. Bovendien zijn er geen bouwproducten die aan geharmoniseerde Europese normen voldoen, eenvoudigweg omdat CEN- of CENELEC-normen nog niet voor handen zijn.

Rapporteur Werner Langen (D, EVP) verzoekt de Commissie met deze Europese normalisatie-instanties duidelijke tijdschema's voor het opstellen van normen af te spreken. De lidstaten moeten coöperatiever in het permanente comité voor de bouw samenwerken. Hun blokkerende houding is de belangrijkste reden voor de vertraging bij de omzetting van de richtlijn. De Commissie moet een speciaal verslag opstellen over de samenwerking van de lidstaten in dat comité.

[Start of Doc] [Previous] [Next]

Fiscalis-programma


            beschikking over een actieprogramma ter verbetering van de stelsels van indirecte belastingen van de interne markt (Fiscalis)
    verslag-Secchi (I, EVP)
    doc. A4-344/97 (***I) <ECON>

Debat (19/11/97)

De Gemeenschap is, in samenwerking met de lidstaten, verantwoordelijk voor de goede werking van de interne markt en met name de inning van de indirecte belastingen (BTW en accijnzen). De Commissie heeft een voorstel ingediend voor een actieprogramma, Fiscalis genoemd, om de werking van deze belastingstelsels te verbeteren. Het is de bedoeling een gemeenschappelijk kader te scheppen voor alle bestaande programma's, hetgeen moet bijdragen tot de doorzichtigheid en de samenhang van de steunmaatregelen van de Commissie. Het programma heeft een looptijd van vijf jaar (1998-2002) en een begroting van 45 miljoen ecu. Het schept een nieuwe rechts- en begrotingsgrondslag voor de huidige programma's.

Het Fiscalis-programma werkt op twee fronten: het menselijke kapitaal en de informatie-infrastructuur. Enerzijds is de opleiding van belastingambtenaren en een wederzijdse uitwisseling van informatie en ervaringen van doorslaggevend belang, anderzijds verplicht het programma de lidstaten communicatie- en informatieuitwisselingssystemen uit te werken en zorg te dragen voor het operationele vermogen ervan.

Rapporteur Carlo Secchi (I, EVP) tracht met zijn amendement 11 het gemeenschappelijk karakter van de opleiding van belastingambtenaren te versterken. Hij pleit voor een netwerk voor samenwerking tussen de nationale opleidingsinstituten op het gebied van de indirecte belastingen. Dit netwerk heeft tot taak de gemeenschappelijk vakkennis vast te stellen die de ambtenaren zouden moeten bezitten. Voorts moet het bestaande gemeenschappelijke opleidingsprogramma's verder ontwikkelen en zonodig nieuwe programma's opzetten om de ambtenaren in staat te stellen deze vakbekwaamheid te verwerven. De rapporteur wil de lidstaten verplichten hun ambtenaren deze opleidingen te doen volgen.

[Start of Doc] [Previous] [Next]

Maatregelen op energiegebied


    mededeling van de Commissie over het overzicht van beleid en maatregelen op energiegebied
    verslag-Scapagnini (I, UE)
    doc. A4-308/97 <ONDE>

Debat (20/11/97)

De mededeling van de Commissie geeft een gedetailleerd beeld van het energielandschap in de Europese Unie, waarbij zowel de samenwerking met de lidstaten als de eigen maatregelen van de Unie aan bod komen, zo vindt rapporteur Umberto Scapagnini (I, UE). Het is ook een eerste stap naar een complete analyse van de verschillende onderdelen van het energiebeleid, waardoor een betere coördinatie mogelijk moet worden van alle instrumenten waarover de EU momenteel beschikt. Het is in ieder geval belangrijk erop te wijzen dat het beleid en de maatregelen van de EU op energiegebied van groot belang zijn, met name voor de verbetering van de werkgelegenheid en de levensstandaard in de lidstaten.

Een van de grootste problemen bij energiebeleid is natuurlijk het milieu. Energieopwekking en -verbruik leveren de meeste externe kosten op (sociale en milieukosten die nog niet nauwkeurig kunnen worden berekend). Ondanks aanzienlijke inspanningen in het verleden om de schade door zwavel- en stikstofemissies te beperken, is men er tot nu toe niet in geslaagd de potentiële schade door koolstofemissies nauwkeurig vast te stellen. Daarom ook staat in Scapagnini's verslag dat de EU moet meewerken aan de ontwikkeling van de nucleaire sector als alternatieve energiebron. En de rapporteur betreurt tevens dat de Raad drastisch heeft bezuinigd op programma's als Altener, Thermie en Save.

Scapagnini pleit voor een versterking van de rol van het Europees Energieobservatorium, omdat dit de continuïteit van de energievoorziening en de stabiliteit op het gebied van de bevoorrading van afgelegen gebieden kan bevorderen. Om de effectiviteit van de communautaire programma's te verbeteren, vindt de rapporteur dat de Commissie op gezette tijden het energie- en milieubeleid in de diverse lidstaten moet doorlichten en ook de kosten moet berekenen die voortvloeien uit een gebrek aan overeenstemming.

[Start of Doc] [Previous] [Next]

Normen voor wielvoertuigen


            ontwerpbesluit over de toetreding van de EG tot de VN-overeenkomst over eenvormige technische eisen voor wielvoertuigen
    aanbeveling-Kittelmann (D, EVP)
    doc. A4-342/97 (***) <EXTE>

Debat (21/11/97)    

In het kader van de Economische Commissie voor Europa (ECE) van de Verenigde Naties sloten enkele landen in 1958 een overeenkomst over uniforme technische voorschriften voor motorvoertuigen. Het doel was de wederzijdse erkenning van typegoedkeuringen mogelijk te maken en aldus de handel in motorvoertuigen te liberaliseren. Sindsdien zijn ongeveer honderd specifieke ECE-reglementen vastgesteld. Tot op heden zijn 24 landen tot deze overeenkomst toegetreden en onder meer Japan, Korea en de VS overwegen toetreding.

Door de voltooiing van de interne markt van de EU is de bevoegdheid voor het opstellen van technische regelingen als basis voor een typegoedkeuring overgegaan in de uitsluitende bevoegdheid van de EG. Daardoor werd het noodzakelijk dat de EG zelf partij wordt bij de ECE-overeenkomst, waar tot nu toe uitsluitend de lidstaten vertegenwoordigd waren.

Rapporteur Peter Kittelmann (D, EVP) beveelt het EP aan in te stemmen met de toetreding van de Europese Gemeenschap tot de ECE-overeenkomst, die onlangs is herzien. De belangrijkste wijzigingen hebben betrekking op de stemmingsprocedure voor de goedkeuring van nieuwe reglementen en de aanpassing van bestaande reglementen aan de technische vooruitgang.

Door de toetreding van de EG tot de ECE-overeenkomst worden bepaalde wetgevingsactiviteiten die tot nu toe in het kader van de EG plaatsvonden, naar de ECE verplaatst. De Gemeenschap moet dan ook een interne procedure uitwerken om een standpunt vast te stellen dat door de Commissie in de ECE- onderhandelingen vertolkt wordt. De besluiten worden bij gekwalificeerde meerderheid door de Raad genomen op basis van een voorstel van de Commissie en na instemming van het EP. Wanneer het om een technische aanpassing gaat is een besluit van een beheerscomité voldoende. De beslissingsautonomie van de EG blijft volkomen bewaard.

[Start of Doc] [Previous] [Next]

Vrij verkeer van advocaten


    richtlijn over de uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat
    aanbeveling-Fontaine (F, EVP)
    doc. A4-337/97 (***II) <JURI>

Debat (18/11/97)

Het EP heeft vorig jaar in eerste lezing 28 amendementen goedgekeurd op het Commissievoorstel om met een afzonderlijke richtlijn het vrij verkeer van advocaten in de EU te regelen (zie Persverslag van juni 1996). Omdat Commissie en Raad de meeste amendementen hebben overgenomen, beveelt een tevreden rapporteur Nicole Fontaine (F, EVP) het EP aan het gemeenschappelijk standpunt ongewijzigd goed te keuren.

Het EP is er dus in geslaagd zijn visie door te drukken dat een advocaat zijn werkzaamheden permanent in iedere andere lidstaat onder zijn oorspronkelijke beroepstitel mag uitoefenen en voorts kan verzoeken om toetreding tot de advocatuur van de lidstaat van ontvangst, zonder proeve van bekwaamheid af te leggen (namelijk via de alternatieve procedure voor het vaststellen van de beroepskwalificaties).

De amendementen die de Raad niet heeft overgenomen zijn volgens de rapporteur van ondergeschikt belang.

De rapporteur is tevreden dat de richtlijn nu snel van kracht kan worden, omdat de vergemakkelijking van de beroepsuitoefening van advocaten en hun vestiging in andere lidstaten een niet te verwaarlozen factor is voor de verbreiding van het Gemeenschapsrecht.

[Start of Doc] [Previous] [Next]

Participatie van werknemers


            het eindverslag van de deskundigengroep "European Systems of Worker Involvement" (verslag- Davignon)
    verslag-Menrad (D, EVP)
    doc. A4-354/97 <WERK>

Debat (18/11/97)

De werkzaamheden van de deskundigengroep "Partnerschap voor een nieuwe werkorganisatie" houden verband met de pogingen om op communautair niveau te komen tot de instelling van een "Europese vennootschap". Deze inspanningen, die al dateren van 1970, stuiten echter op het vraagstuk van de participatie van de werknemers bij het functioneren van de onderneming. Het doel van de deskundigengroep onder leiding van Etienne Davignon was het presenteren van nieuwe voorstellen die de werkzaamheden van de Commissie weer vlot konden trekken. Het eindverslag is in mei jl. openbaar gemaakt.

Rapporteur Winfried Menrad (D, EVP) is het eens met de basisgedachten van het verslag-Davignon, evenals met het compromisvoorstel van het Luxemburgse Raadsvoorzitterschap van juli jl. over de medezeggenschap van de werknemers in een Europese vennootschap. Hij betreurt echter dat er geen bevredigende voorstellen zijn geformuleerd over de rol van de Europese ondernemingsraad (EOR). De procedurele beginselen uit de EOR-richtlijn van 1994, nl. flexibiliteit, oplossingen via overleg en minimumnormen in geval van mislukken van het overleg, moeten ook bij een Europese vennootschap een belangrijke rol spelen.

Menrad is ervan overtuigd dat alleen door flexibiliteit en sociaal overleg rekening kan worden gehouden met de bijzondere structuren van de Europese vennootschap. De goedkeuring van een Europees statuut mag geenszins tot gevolg hebben dat ondernemingen middels een Europees rechtsinstrument de medezeggenschap die gebruikelijk is in de lidstaten, kunnen omzeilen. In beide documenten wordt simpele omzetting van de nationale vennootschap in een Europese vennootschap verboden ten einde deze vluchtweg uit de medezeggenschap af te snijden.

De rapporteur steunt het plan om een op de bijzondere behoeften van de Europese vennootschap afgestemd transnationaal vertegenwoordigend orgaan van de werknemers op te richten dat de taken van een Europese ondernemingsraad overneemt, ook zonder het bereiken van de drempelwaarden die genoemd zijn in de EOR- richtlijn.

[Start of Doc] [Previous] [Next]

Economische en sociale cohesie


    het eerste driejaarlijkse verslag van de Commissie over de economische en sociale cohesie
    verslag-Izquierdo Collado (S, PES)
    doc. A4-324/97 <REGI>

Debat (18/11/97)

Rapporteur Juan de Dios Izquierdo Collado (S, PES) zwaait de Commissie lof toe voor de kwaliteit van het eerste driejaarlijkse verslag dat zij heeft ingediend over de economische en sociale cohesie, maar betreurt dat hierin geen analyse is opgenomen van de verwachte ontwikkeling van de cohesie tegen de achtergrond van twee gebeurtenissen die het aangezicht van de Unie ingrijpend zullen veranderen, met name de invoering van de Monetaire Unie en de toetreding van Cyprus en Midden- en Oost-Europese landen.

Uit het Commissiedocument blijkt dat meer inspanningen moeten worden gedaan om de synergie tussen de cohesie en andere communautaire beleidsvormen te verbeteren. Zo blijkt bijv. de steun van het GLB geconcentreerd op maar enkele landbouwers. De GLB-steun zou beter degressief zijn naargelang de grootte van het bedrijf en afhankelijk van het gebied waar het bedrijf zich bevindt. Het vijfde O&O-kaderprogramma moet de maximale integratie van minder welvarende regio's beogen. Ongeacht welke begrotingsinspanningen de Unie levert om de samenhang door middel van haar specifieke financiële instrumenten te bevorderen, zou het effect hiervan miniem zijn indien zij door andere communautaire beleidsmaatregelen worden ondergraven.

Met het oog op de uitbreiding van de Unie pleit de rapporteur voor de structurele aanpassing van de economiën van de kandidaat-lidstaten door middel van een financieel instrument dat los staat van de structuurfondsen. Ook na hun toetreding mogen de nieuwe lidstaten slechts geleidelijk bij het structuurbeleid worden betrokken door middel van een specifiek financieel instrument dat op hun bestedingsmogelijkheden is toegesneden.

De Monetaire Unie moet, aldus Izquierdo Collado, gepaard gaan met aanvullende structurele steunmechanismen om te voorkomen dat de huidige consolideringsmaatregelen tot een belemmering voor het bereiken van economische en sociale samenhang worden. Hij spreekt zich uit voor het behoud van een cohesiefonds voor de landen waarvan het BNP per inwoner lager ligt dan 90% van het communautaire gemiddelde.

[Start of Doc] [Previous] [Next]

Fonds voor Ierland


            verordening over de financiële bijdragen van de EG voor het internationaal fonds voor Ierland
    verslag-Gutiérrez Díaz (S, EUL/NGL)
    doc. A4-317/97 (*) <REGI>

Debat (18/11/97)

De ontwerp-verordening is bedoeld om de bijdrage van de Europese Unie aan het Fonds voor Ierland voor nog eens twee jaar vast te leggen, voor een bedrag van 17 miljoen ecu per jaar. De vorige verordening over deze bijdrage, verordening 2687/94, loopt eind dit jaar af. Rapporteur Antoni Gutiérrez Díaz (S, EUL/NGL) is het geheel eens met het Fonds, maar heeft op detail toch zeven amendementen ingediend.

De EU is de belangrijkste contribuant aan het Fonds, dat werd opgericht bij het Engels-Ierse Verdrag van september 1986. De activiteiten van het Fonds vallen voor een belangrijk deel samen met het Europese structuurbeleid, met name het programma Interreg, en met Peace, het vredesinitiatief voor Noord-Ierland. Toch heeft het Internationaal Fonds volgens Gutiérrez Díaz een toegevoegde waarde, vanwege de rechtstreekse betrokkenheid van de burgers en de grote flexibiliteit die de betrokkenheid van plaatselijke deskundigen mogelijk maakt. Volgens het KPMG-rapport van mei 1995 zijn in het voorafgaande jaar ruim 16.500 banen voortgevloeid uit het Fonds; indirect waren dat er bijna 24.000.

Toch heeft Gutiérrez Díaz ook kritiek. Zo heeft de Commissie nagelaten de controle uit te oefenen zoals vereist was volgens verordening 2678/94. Daarmee wil hij niet zeggen dat het Fonds niet deugt, want daar wordt wel degelijk controle op uitgeoefend, alleen niet door de Commissie. De amendementen betreffen een uitdrukkelijke vermelding van Peace, de coördinatie met het Europese structuurbeleid en de opmerking dat het Fonds een aanvullend karakter heeft. Verder wil Gutiérrez Díaz dat meer openbaarheid wordt gegeven aan de Europese bijdrage aan het Fonds.

[Start of Doc] [Previous] [Next]

Structuurfondsen in België


    de structurele maatregelen in België
    verslag-Decourrière (F, EVP)
    doc. A4-321/97 <REGI>

Debat (21/11/97)

België is een van de lidstaten waarvan het BBP per hoofd van de bevolking hoger is dan het communautaire gemiddelde (113%), maar er zijn aanzienlijke ontwikkelingsverschillen, gaande van 77% voor Henegouwen tot 137% voor Antwerpen en 183% voor Brussel. In totaal is 2 miljard ecu uit de Europese structuurfondsen, d.w.z. 3% van de beschikbare middelen voor 1994 tot 1999, bestemd voor België. Dat is een verdrievoudiging ten opzichte van de 864 miljoen ecu waarover België in de periode 1989-1993 beschikte.

Henegouwen kwam in 1994 voor het eerst in aanmerking voor doelstelling 1 (achtergebleven gebieden waarvan het BBP lager ligt dan 75% van het EU-gemiddelde), hoewel het BBP/inw. met 77,3% enigszins boven de drempel lag. Voor 1994-1999 ontvangt Henegouwen 740 miljoen ecu, het meeste van alle programma's van doelstelling 1.

De Belgische regio's die hard worden getroffen door de industriële achteruitgang (doelstelling 2) krijgen 321 miljoen ecu in de periode 1994-1999 tegen 214 miljoen ecu in 1989-1993. De middelen voor de Belgische plattelandsgebieden (doelstelling 5b) zijn verdubbeld van 33 miljoen ecu in 1989-1993 naar 77 miljoen ecu in 1994-1999.

Rapporteur Francis Decourrière (F, EVP) oordeelt dat de structuurmaatregelen een onmiskenbare impact in België hebben gehad, die echter nog te gering is om de bestaande verschillen weg te werken en de werkloosheid in de meest getroffen regio's te verminderen. Het is dan ook absoluut noodzakelijk tegelijkertijd de uitvoering van het Europese structuurbeleid in België te verbeteren en nieuwe richtsnoeren uit te werken om het doeltreffender te maken.

Betere uitvoering

Rapporteur Decourrière maakt zich ernstig zorgen over de zeer lage bestedingscoëfficiënt van de kredieten (effectieve uitgaven), die nu, halverwege het programma, slechts 17% bedraagt voor Henegouwen als regio van doelstelling 1, tussen 5 en 25% voor de gebieden van doelstelling 2 en minder dan 10% voor de gebieden van doelstelling 5b. Hij geeft toe dat deze zorgwekkende situatie gedeeltelijk verklaard kan worden door het complexe karakter dat inherent is aan de uitvoering van tal van grote projecten en de initiële vertraging bij de goedkeuringsbesluiten.

Verheugd is de rapporteur over het succes en de kwaliteit van de programma's onder doelstelling 3 (bestrijding van langdurige werkloosheid). Er bestaat zelfs een gebrek aan middelen om de veelheid aan projectvoorstellen te financieren. Bij de uitvoering van doelstelling 4 (de integratie van jongeren in het arbeidsproces) constateert hij een enorme onderbesteding. Niet-opgebruikte middelen voor doelstelling 4 kunnen dan ook best overgeheveld worden naar doelstelling 3.

De Commissie moet er bij de betrokken regionale en lokale autoriteiten op aandringen dat zij maatregelen nemen om snel een eind te maken aan de flagrante onderbesteding van begrotingsmiddelen. De autoriteiten moeten de administratieve rompslomp verminderen, de noodzakelijke infrastructuur aanleggen voor de uitvoering van bepaalde projecten, zorgen voor een betere bestraffing en de Europese steun sneller doorstorten aan de uiteindelijke begunstigden.

Nieuwe richtsnoeren

Volgens de rapporteur slaagt de Europese structurele steun in Henegouwen er slechts in de weerslag van de industriële herstructureringen te compenseren zonder echter de ontwikkelingsachterstand van deze regio weg te werken. Hij dringt aan op de oprichting van gedecentraliseerde plaatselijke ontwikkelingsbureaus om de dialoog tussen burgers en overheden te verbeteren en technische bijstand voor de programma's te verzekeren. Decourrière pleit voor een offensievere strategie. De Europese steun moet vooral aangewend worden voor economische diversificatie, beroepsopleiding, de bevordering van het onderzoek en de verspreiding van nieuwe technologieën. Er moet op worden gelet dat de begunstigde ondernemingen duurzame werkgelegenheid scheppen.

In plattelandsgebieden is de bevordering van de economische ontwikkeling vaak de taak van intercommunale structuren. Dat leidt tot een grote versnippering van kleine projecten, die veeleer ten doel hebben plaatselijke leiders tevreden te stellen dan een duurzame ontwikkeling te verzekeren. Vaak maken grote ondernemingen oneigenlijk gebruik van de Europese steun door kunstmatig te verhuizen naar naburige steunzones. De Commissie moet zo nodig sancties uitvaardigen wegens concurrentievervalsing.

Decourrière wijst erop dat het in de toekomst, ondanks begrotingsbeperkingen met het oog op de geplande uitbreiding van de EU, noodzakelijk zal zijn om de Europese inspanning ten voordele van Belgische zones met ernstige ontwikkelingsachterstand voort te zetten. Hij pleit voor een concentratie van de middelen op de meest getroffen subregio's van Henegouwen (Bergen, Charleroi, de Borinage) en voor een beperking van het aantal programma's. In geen geval mag de financiering na 1999 abrupt worden stopgezet; gedurende een voldoende lange periode moeten substantiële overgangsmaatregelen van kracht blijven.

Vlaanderen

Negentien gemeenten in Limburg (458.000 inwoners) en het gebied van Turnhout (235.000 inwoners) zijn doelstelling 2-regio's. Gedurende de eerste programmeringsperiode (1989-1993) werden 24.000 arbeidsplaatsen gecreëerd in Limburg en 11.000 in Turnhout. Voor 1994-1996 zijn de streefcijfers: 10.000 banen in Limburg, 5.000 in Turnhout. Tot nog toe zijn slechts voor respectievelijk 4 en 9% van alle toegekende kredieten werkelijk betalingen verricht. De werkloosheidscijfers in Limburg (13%) en in Turnhout (12%) zijn nog steeds hoger dan die in Vlaanderen in het algemeen. Tot nog toe zijn minder banen gecreëerd dan verwacht.

Als regio's van doelstelling 5b kan het Meetjesland rekenen op 10,2 miljoen ecu en de Westhoek op 26,4 miljoen ecu voor het tijdvak 1994-1996. Die Europese steun zou respectievelijk 200 en 1.500 nieuwe banen moeten opleveren, maar tot op heden bedragen de werkelijk verrichte betalingen minder dan 3%.


[Start of Doc] [Previous] [Next]

Veiligheid vliegtuigen


            richtlijn over de invoering van een veiligheidsbeoordeling van luchtvaartuigen uit derde landen die gebruik maken van luchthavens in de EU
    verslag-González Triviño (S, ERA)
    doc. A4-335/97 (**I) <VERV>

Debat (18/11/97)

Er staat een reeks maatregelen op stapel om de veiligheid van de luchtvaart in de Unie te verbeteren. Met een eerste voorstel wil de Commissie vliegtuigen uit derde landen beletten in de EU te landen als zij niet voldoen aan de minimumveiligheidsnormen van de Internationale Organisatie voor de Burgerluchtvaart (ICAO). De veiligheidscontrole gaat zich voortaan eerder richten op de luchtvaartmaatschappijen in plaats op de luchtvaartautoriteiten. Er is geen sprake van oneerlijke discriminatie van luchtvaartmaatschappijen uit derde landen omdat de Unie haar eigen leden reeds in een vroegere verordening heeft verplicht tot inachtneming van de ICAO-normen.

De kern van de richtlijn is dat de Commissie de bevoegdheid krijgt om een maatschappij uit een derde land aan specifiek toezicht te onderwerpen, en zo nodig te weren van de luchthavens in de Unie. Recente ervaringen met maatschappijen uit derde landen die een embargo van een bepaalde lidstaat ontduiken door gewoon te landen in een naburige lidstaat, lijken voldoende rechtvaardiging te bieden voor deze collectieve aanpak van de Unie. Rapporteur Antonio González Triviño (S, ERA) vindt dat dit soort besluiten moet komen te liggen bij de geplande Europese autoriteit voor de veiligheid van de luchtvaart. De richtlijn moet dan ook worden herzien wanneer een dergelijke autoriteit tot stand is gekomen (am. 14).

Ontevreden is de rapporteur over de eerder beperkte omvang van de platforminspecties zoals voorzien door de Commissie. Voor een effectieve afschrikking acht hij het noodzakelijk dat alle "verdachte" vliegtuigen, van "verdachte" maatschappijen en landen, worden geïnspecteerd (am. 5). Besluiten om een vliegtuigverbod op te leggen moeten openbaar worden gemaakt (am. 12).

Het zijn vooral de luchtvaartmaatschappijen van armere landen die niet aan de normen voldoen. Zij vertonen vaak de neiging te vliegen op minder belangrijke luchthavens in de Unie, zoals Oostende en Maastricht. Voor deze kleinere luchthavens is de commerciële druk om een oogje dicht te knijpen wanneer vliegtuigen niet helemaal voldoen aan de normen, groter dan op luchthavens waar de maatschappijen vechten om de slots. De rapporteur vindt het belangrijk dat de nationale inspecteurs die de platforminspecties uitvoeren deze kleinere luchthavens, waar het aantal incidenten relatief groter is, niet veronachtzamen. Over veiligheid kan niet onderhandeld worden.

[Start of Doc] [Previous] [Next]

Gelijke kansen in ontwikkelingsbeleid


    verordening over de integratie van de gender-problematiek in de ontwikkelingssamenwerking
    verslag-Junker (D, PES)
    doc. A4-318/97 (**I <ONTW>

Debat (18/11/97)

Rapporteur Karin Junker (D, PES) is tevreden met het voorstel van de Commissie om de gelijke kansen van mannen en vrouwen als zeer belangrijke factor te betrekken bij al het ontwikkelingsbeleid. Ze vreest echter dat het goede voornemen in de praktijk zal blijven bij tamelijk willekeurige studies, cursussen en dergelijke. Daarom moet de vrouwenproblematiek daadwerkelijk in rekening worden genomen bij alle concrete maatregelen voor ontwikkelingssamenwerking en moet een aantal fundamentele criteria worden opgesteld. Als belangrijkste doelstellingen noemt Junker:
-            de verbetering van de leefsituatie van vrouwen, met name in de armste landen;
-    actieve deelname van vrouwen aan de voedselvoorziening, sanering van sloppenwijken, gezondheidszorg, voorlichting, onderwijs, watervoorziening;
-    de mogelijkheid voor vrouwen om niet alleen basisonderwijs maar ook beroepsopleidingen te volgen;
-    de handhaving op een hoger niveau van de traditionele arbeid van vrouwen, bijv. in de detailhandel en de verwerking van levensmiddelen.

Junker dient achttien amendementen in op de ontwerp-verordening, waarmee zij bijv. duidelijker de noodzaak wil onderstrepen van een betere toegang voor vrouwen tot hulpbronnen, diensten en besluitvorming. Ook benadrukt zij het belang van de juridische positie van vrouwen en van wettelijke en bestuurlijke voorschriften voor de gelijke behandeling. Junker pleit voorts voor een hoge EG-stuurgroep voor de integratie van de gender-problematiek in het ontwikkelingsbeleid. Bij de gunning van contracten moet de voorkeur uitgaan naar aanbiedingen in de ontvangende landen of ontwikkelingslanden in dezelfde regio, mits de offertes van gelijke kwaliteit zijn. Verder brengt de rapporteur enkele technische verbeteringen en preciseringen aan.


[Start of Doc] [Previous] [Next]

Bestrijding georganiseerde misdaad


    gecombineerde behandeling
    -    actieplan tegen de georganiseerde criminaliteit
        verslag-Cederschiöld (Z, EVP)
        doc. A4-333/97 <OPEN>
    -            het strafbaar stellen van corruptie in de privésector
        verslag-Bontempi (I, PES)
        doc. A4-348/97 (*) <OPEN>
    -    oprichting van een Europees justitieel netwerk
        verslag-Bontempi (I, PES)
        doc. A4-351/97 (*) <OPEN>
    -            internationale verbintenissen ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit
        verslag-Orlando (I, GROEN)
        doc. A4-355/97 (*) <OPEN>
    -            de strafbaarstelling van deelname aan een criminele organisatie
        verslag-Orlando (I, GROEN)
        doc. A4-349/97 (*) <OPEN>
    -            de financiering van de strijd tegen de georganiseerde misdaad
        verslag-Orlando (I, GROEN)
        doc. A4- /97 (*) <OPEN>
    -            de prioriteiten op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken
        verslag-Nassauer (D, EVP)
        doc. A4- /97 (*) <OPEN>

Debat (20/11/97)

Actieplan (A4-333/97)

Met de open grenzen op de Europese binnenmarkt heeft de georganiseerde misdaad zoveel speelruimte gekregen dat de EU-landen dringend veel meer moeten samenwerken bij opsporing en strafvervolging. Rapporteur Charlotte Cederschiöld (Z, EVP) is daarom op zich heel blij met het actieplan van de Raad, al heeft ze wel tal van op- en aanmerkingen.

Zo zouden de lidstaten voor een betere misdaadbestrijding maar eens moeten beginnen met de spoedige ratificatie en uitvoering van alle internationale akkoorden die inmiddels zijn gesloten. Deze akkoorden moeten door de kandidaat-lidstaten worden overgenomen. Verder mag een nauwere justitiële samenwerking er niet toe leiden dat de rechtsstaat en de rechten van de burger in het geding komen. Mede daarom moet er een behoorlijke parlementaire en rechterlijke controle zijn. Het is dan ook betreurenswaardig dat het EP niet door de Raad is geraadpleegd over het actieplan. (Het actieplan werd in april door de Raad van ministers van Justitie en Binnenlandse Zaken aangenomen en tijdens de Top van Amsterdam goedgekeurd.) Zoals ook blijkt uit de EP-enquête naar douanefraude in de EU, werkt een gebrekkige parlementaire controle op overheidsinstanties corruptie en misbruik in de hand.

Van groot belang voor nauwere samenwerking vindt Cederschiöld de geleidelijke harmonisatie van definities en procedures. Ze wijst erop dat vooralsnog sommige lidstaten "onbegrijpelijkerwijs" vasthouden aan hun soevereiniteit op justitieel gebied, waardoor de bestrijding van de georganiseerde misdaad wordt ondermijnd. Volgens haar moeten op de korte en middellange termijn minimumstandaarden worden vastgelegd om tot een geleidelijke convergentie van het strafrecht van de lidstaten te komen. Om te beginnen moet er een gemeenschappelijke definitie komen van ernstig strafbare feiten. Harmonisatie is ook gewenst voor strafbepalingen, de eisen voor de bewijsvoering en de rechtsbescherming van verdachten.

Cederschiöld heeft ook nog enkele praktische aanbevelingen. Ze pleit ervoor om beroepsgroepen die kwetsbaar zijn voor infiltratie door de georganiseerde misdaad (advocaten, notarissen, accountants) de juridische mogelijkheid te geven ondanks hun beroepsgeheim aangifte te doen als zij een vermoeden van strafbare feiten hebben. Daarvoor zouden gedragscodes opgesteld moeten worden.

Bijzondere opsporingsmethoden, meent Cederschiöld, kunnen nuttig zijn maar moeten met overleg worden gebruikt. Zo dienen ze beperkt te blijven tot de grensoverschrijdende inzet van informanten, een Europees programma voor de bescherming van getuigen en de inzet van multinationale onderzoeksteams. Verder mogen ze alleen onder heel strenge voorwaarden worden toegepast en zouden ze onder juridische en parlementaire controle moeten staan.

Andere aanbevelingen die Cederschiöld doet, zijn:
-    een grotere bewustmaking van de belangrijke bijdrage die de burgerbevolking kan leveren in de strijd tegen de georganiseerde misdaad;
-    een nauwere samenwerking tussen de lidstaten en de anti-fraude-eenheid van de Commissie (Uclaf);
-    voor Europol de instelling van een centrale juridische controle als het Europol-verdrag wordt herzien, met daarbij de verplichting om verantwoording af te leggen aan het EP en de nationale parlementen;
-    onderzoek naar de mogelijkheid om gemakkelijker de middelen van een criminele organisatie in beslag te nemen;
-    invoering van een Europees fonds voor slachtofferhulp;
-    onderzoek naar de mate waarin hoge accijnzen (zoals op sigaretten en alcohol) criminele activiteiten aanmoedigen.

Corruptie in de privésector (A4-348/97)

In juli van dit jaar is de Raad begonnen met de uitwerking van enkele concrete aanbevelingen in het actieplan ter bestrijding van de georganiseerde criminaliteit. Het EP wordt nu krachtens artikel K.6 van het Verdrag van Maastricht geraadpleegd over een "gemeenschappelijk optreden" voor het strafbaar stellen van corruptie in de privésfeer.

De combinatie van georganiseerde misdaad en corruptie, zegt rapporteur Rinaldo Bontempi (I, PES), vormt een levensgroot gevaar voor de democratische rechtsstaat. Bovendien, en daar wijst de rapporteur met nadruk op, vervalst en verstoort corruptie de vrije concurrentie op de binnenmarkt. Verder schaadt corruptie de financiële belangen van de EU, onttrekt zich aan besluitvormingsprocessen, beïnvloedt het beleid tegenover derde landen en schaadt de inzichtelijkheid van de internationale handel. Bontempi vindt dan ook eigenlijk dat de fiscale aftrekbaarheid voor smeergeld, die in sommige lidstaten nog bestaat, onmiddellijk moet worden afgeschaft.

Met veertien amendementen wil de rapporteur bereiken dat er in alle lidstaten flinke straffen op corruptie komen te staan. Het is niet voldoende, aldus Bontempi, om te wijzen op een nauwere justitiële samenwerking, maar er moet een eensluidende strafbaarstelling komen en alle lidstaten moeten ervoor zorgen dat er proportionele en effectieve straffen worden geheven. In ernstige gevallen zouden die tot uitlevering moeten kunnen leiden. Verder vindt Bontempi dat ook rechtspersonen, leidinggevende personen binnen een rechtspersoon en gemachtigden vervolgd moeten kunnen worden, zonder dat daarmee de rechtsverantwoordelijkheid van natuurlijke personen komt te vervallen.

Verder vindt de rapporteur dat het Europese Hof van Justitie prejudiciële uitspraken moet kunnen doen met betrekking tot dit gemeenschappelijk optreden.


Justitieel netwerk (A4-351/97)

Het voorstel voor een Europees justitieel netwerk is oorspronkelijk afkomstig van de Belgische regering. De bedoeling is de justitiële samenwerking tussen de lidstaten te verbeteren. Rapporteur Rinaldo Bontempi (I, PES) is blij dat de Raad het EP heeft geraadpleegd krachtens artikel K.3 van het Verdrag. Gemeenschappelijke optredens vallen onder de derde pijler.

Het EP heeft herhaaldelijk gewezen op de dringende noodzaak van justitiële samenwerking op Europees niveau. De lidstaten staan echter wat huiverig tegenover die samenwerking, zeker op strafrechtelijk gebied. Dat blijkt ook weer uit dit voorstel, zegt Bontempi, dat pas op de betrekkelijk lange termijn concrete resultaten kan opleveren. Niettemin is het EP blij met iedere stap, hoe gering ook, in de richting van nauwere samenwerking.

De enige duidelijke doelstelling van het voorstel is vooralsnog een netwerk tot stand te brengen dat betere contacten tussen de justitiële autoriteiten van de lidstaten mogelijk maakt. Het netwerk moet speciale steun krijgen van het land dat het EU-voorzitterschap bekleedt en moet ook een contactpunt bij de Commissie hebben. De interessantste onderdelen van het voorstel zijn de vergroting van het wederzijds begrip tussen de lidstaten voor elkaars wettelijke tradities en procedures, en de centralisering van informatie voor justitie.

De rapporteur dient 27 amendementen in op het voorstel. Zo moeten de contactpunten in het netwerk beschikken over uitgebreide kennis van de bestrijding van de georganiseerde misdaad en de wettelijke voorzieningen in andere lidstaten. Bontempi benadrukt dat de contacten binnen het netwerk niet alleen bilateraal maar ook multilateraal moeten kunnen zijn en rechtstreeks moeten zijn. Verder moeten de contactpersonen regelmatig bijeenkomen. Later moeten deze bijeenkomsten nog verder geïnstitutionaliseerd worden, doordat ze tenminste één keer per jaar bijeenkomen op uitnodiging van de Raadsvoorzitter en verder nog ad hoc op verzoek van vertegenwoordigers van tenminste twee lidstaten.

Er moet een computerbestand komen van afgesloten of nog hangende zaken, dat geraadpleegd kan worden indien er aanwijzingen voor een verband zijn. De Raad zal een evaluatie maken van het netwerk, en Bontempi wil dat deze ook naar het EP en de Commissie wordt gestuurd. Deze evaluatie moet ieder jaar herhaald worden. Na drie jaar moet een uitvoeriger bezinning volgen, met name met betrekking tot Europol.


Internationale verbintenissen (A4-355/97)

Ook de instelling van een mechanisme voor de evaluatie van de nationale toepassing van internationale akkoorden voor de bestrijding van de georganiseerde misdaad is de uitwerking van een van de aanbevelingen in het actieplan van de Raad. Het EP wordt geraadpleegd krachtens artikel K.6 van het Verdrag.

Een groot probleem bij veel maatregelen die in het kader van de derde pijler (justitie en binnenlandse zaken) worden genomen, is dat het Europese Hof van Justitie niet - zoals bij het Gemeenschapsrecht - gemachtigd is te toetsen of lidstaten voldoen aan hun juridische verplichtingen. En het ziet er niet naar uit dat de lidstaten bereid zijn het Hof deze bevoegdheid spoedig wel te geven. Daarom vindt rapporteur Leoluca Orlando (I, GROEN) het verstandig dat intussen wordt gezocht naar alternatieven, zoals het nu voorgestelde mechanisme.

Een belangrijk nadeel is echter dat dit mechanisme is geschoeid op de leest van de Financial Action Task Force on Money Laundering (FATF) van de G7 en daardoor vooral het karakter heeft van een incidentele, intergouvernementele samenwerking. De communautaire component moet dus versterkt worden en daartoe moet de Commissie een veel grotere rol krijgen.

Heel ernstig vindt Orlando de bepalingen over de vertrouwelijkheid. Een open en intensieve discussie is juist geboden en geen verdoezeling van feiten, beklemtoont hij. Daarom moet het EP minstens eens in het half jaar op de hoogte worden gebracht van de bevindingen van de Multidisciplinaire Werkgroep georganiseerde misdaad (MDG) en van de Raad met betrekking tot het evaluatiemechanisme. De rapporteur dient al met al zestien amendementen in.


Deelname aan een criminele organisatie (A4-349/97)

Het voorstel over de strafbaarstelling van deelname aan een criminele organisatie is opnieuw de uitwerking van een aanbeveling uit het actieplan van de Raad. In het voorstel wordt een criminele organisatie omschreven als een vereniging van meer dan twee personen, waarbinnen wordt samengewerkt voor het plegen van strafbare feiten waarop hoge straffen staan (ten minste drie jaar gevangenisstraf). Als voorbeelden worden genoemd de handel in verdovende middelen, mensenhandel en terrorisme. Ook genoemd worden vermogensdelicten of machtsstreven als motief, en de toepassing van bepaalde methodes (intimidatie, bedreiging, geweld, frauduleuze handelingen, corruptie).

Iedere lidstaat moet zorgen voor effectieve justitiële samenwerking en voor een eigen strafbaarstelling. Voor de strafbaarheid is het niet nodig dat een persoon deelneemt aan de feitelijke uitvoering van het betrokken feit of dat het delict feitelijk wordt gepleegd. Verder worden rechtspersonen strafrechtelijk aansprakelijk gesteld voor deelneming aan een criminele organisatie. De bevoegdheid voor strafvervolging wordt op zo'n manier geregeld dat vervolging ingesteld kan worden ongeacht de plaats waar de organisatie is gevestigd of haar criminele activiteiten uitoefent.

De invoering van strafbaarstelling voor deelneming aan een criminele organisatie heeft vooral als doel ook personen strafrechtelijk te kunnen vervolgen die een belangrijke bijdrage aan de criminele organisatie leveren, maar die zelf geen strafbare feiten begaan. Daartoe behoren vooral leden van het " leidinggevend en adviserend niveau" binnen de criminele organisatie, maar ook personen die als beschermers, adviseurs en steungevers in kringen van politie, justitie, politiek en economie in zekere zin een "bufferzone" rond de criminele organisatie optrekken.

Italië, zo memoreert rapporteur Leoluca Orlando (I, GROEN) heeft als reactie op de problemen bij de maffiabestrijding als een van de eerste lidstaten deelneming aan een criminele organisatie strafbaar gesteld. Andere lidstaten hebben dit voorbeeld gevolgd. Gezien de internationale dimensies van de georganiseerde misdaad is het echter van het grootste belang dat de gehele EU hierin één lijn trekt.

Hoewel Orlando het in principe eens is met het voorstel, dient hij op details veertien amendementen in. Zo wil hij de lijst met strafbare feiten waarop een hoge straf staat, uitbreiden met het witwassen van geld en andere vermogensdelicten. De opsomming van bepaalde methodes waaraan een criminele organisatie herkenbaar is, moet worden uitgebreid met het gebruik van de bescherming of steun van mensen die bij belangrijke instanties zitten. Verder moeten ook rechtspersonen strafrechtelijk aansprakelijk worden, waarbij de aansprakelijkheid van de natuurlijke personen onverlet moet worden gelaten. Tot slot wil Orlando dat het Europese Hof bevoegd is prejudiciële uitspraken te doen.

Twee verslagen waren bij sluiting van de redactie niet beschikbaar.


[Start of Doc] [Previous] [Next]

Verdrag van Amsterdam


    het Verdrag van Amsterdam
    verslag-Méndez de Vigo (S, EVP)/Tsatsos (GR, PES)
    doc. A4-347/97 @ <INST>

Debat (19/11/97)

Na het advies te hebben ingewonnen van de overige parlementaire commissies, heeft de Commissie institutionele zaken op 4 november met 22 stemmen voor (PES, EVP en ELD), 11 tegen (EVP, UE, EUL/NGL, GROEN, O-ENS en NI) en 3 onthoudingen (PES en ELD) haar verslag goedgekeurd over het Verdrag van Amsterdam. Rapporteurs zijn Iñigo Méndez de Vigo (S, EVP) en Dimitrios Tsatsos (GR, PES).

In het verslag wordt de lidstaten aanbevolen het Verdrag te ratificeren aangezien het een nieuwe stap zet in het Europese integratieproces. Nochtans menen de rapporteurs dat het nieuwe Verdrag ernstige tekortkomingen vertoont, vooral op institutioneel vlak. De hervorming van de Europese instellingen is noodzakelijk opdat een uitgebreide Unie efficiënter en democratischer kan functioneren; zij is zelfs een voorwaarde voor verdere uitbreiding. De rapporteurs steunen de Verklaring van België, Frankrijk en Italië over dit onderwerp. De hervorming moet zo snel mogelijk plaatsvinden opdat de toetreding van nieuwe landen tot de EU geen vertraging oploopt. De rapporteurs roepen de Europese Raad op hierover met het EP in dialoog te treden op basis van dit verslag.

Noodzakelijke institutionele hervormingen zijn:
-    de aanpassing van het stemgewicht in de Raad en van het aantal commissarissen;
-    gekwalificeerde meerderheid moet de regel worden bij stemmingen in de Raad;
-    de eis van unanimiteit moet worden beperkt tot beslissingen met een constitutioneel karakter;
-    beslissingen over alle andere voor uitbreiding noodzakelijke hervormingen.

Om snel vooruitgang te boeken, wordt de Commissie gevraagd het standpunt van het EP over te nemen. Zo snel mogelijk en ten laatste vóór de Europese Top van december 1998, moet de Commissie aan het EP een verslag voorleggen met voorstellen voor een omvattende hervorming van de Verdragen. Die voorstellen moeten ook toegezonden worden aan de nationale parlementen. Het EP moet volledig worden betrokken bij de volgende intergouvernementele conferentie. Een nieuw verdrag mag enkel in werking treden na instemming van het EP. De klassieke diplomatieke methode voldoet immers niet meer om de Europese eenmaking tot een goed einde te brengen.

In de uitgebreide toelichting bij de ontwerpresolutie wordt gedetailleerd ingegaan op alle aspecten van het Verdrag van Amsterdam.

[Start of Doc] [Previous] [Next]

Visserij In Antarctica


            verordening over de visserij in de Antarctische wateren
    verslag-McKenna (IRL, GROEN)
    doc. A4-315/97 (*) <VISS>

Debat (21/11/97)

De Commissie voor de instandhouding van de levende rijkdommen in de Antarctische wateren (CCAMLR) is het beheersorgaan dat verantwoordelijk is voor de visserij (behalve op zeezoogdieren) in de Zuidelijke Oceaan. De besluiten die op haar laatste bijeenkomst van oktober 1996 zijn genomen, vormen de basis voor het huidige Commissievoorstel. De Commissie wenst de bestaande verordening (EG) nr. 2113/96 in haar geheel te vervangen om de tekst duidelijk en beknopt te houden. De belangrijkste aanpassing betreffende de wijziging van bestaande quota en de vaststelling van nieuwe quota's.

Rapporteur Patricia McKenna (IRL, GROEN) wil met haar amendementen vijf nieuwe overwegingen aan het Commissievoorstel toevoegen. Zij verwelkomt de ecologische taak van de CCAMLR. De omvang van de illegale visserij in de Antarctische wateren is immers uiterst zorgwekkend. De controle op deze activiteiten door afzonderlijke landen in zulk een uitgestrekt oceaangebied is natuurlijk moeilijk. Zij pleit voor de invoering van een systeem voor scheepsbewaking in het kader van een internationaal waarnemingsprogramma.

[Start of Doc] [Previous] [Next]

Visserijprotocollen


    gecombineerde behandeling van vier verslagen over visserijprotocollen met
    -    Guinee-Bissau
        verslag-Imaz San Miguel (S, EVP)
        doc. A4-300/97 (*)
    -    Ivoorkust
        verslag-Medina Ortega (S, PES)
        doc. A4- /97 (*)
    -    Equatoriaal-Guinea
        verslag-Kindermann (D, PES)
        doc. A4- /97 (*)
    -    Kaapverdië
        verslag-Novo (P, EUL/NGL)
        doc. A4- /97 (*)

Debat (21/11/97)

Guinee-Bissau

Rapporteur Josu Jon Imaz San Miguel (S, EVP) hecht zijn goedkeuring aan de sluiting van een visserijprotocol tussen de EG en Guinee-Bissau voor de periode van juni 1997 tot juni 2001. Hij benadrukt dat de uitgaven in verband met dit protocol niet-verplichte uitgaven zijn, waarover het EP het laatste woord heeft. Ter vergemakkelijking van de besluitvorming tijdens de begrotingsprocedure zou de Commissie dan ook jaarlijks een verslag moeten indienen over de uitvoering van het protocol, en zeker voordat een akkoord wordt gesloten over verlenging hiervan. Nieuwe onderhandelingen mogen slechts worden gevoerd na raadpleging van het EP.

De overige verslagen waren bij sluiting van de redactie niet beschikbaar.

[Start of Doc] [Previous] [Next]

Samenstelling van het EP en vergaderrooster 1997/1998


B NL DK D FIN F GR IRL I L O P S VK Z TOTAAL
PES 6 7 4 40 4 16 10 1 18 2 6 10 21 63 7 215
EVP 7 9 3 47 4 11 9 4 15 2 7 9 30 18 5 180
UE - 2 - - - 18 2 7 24 - - 3 - - - 56
ELD 6 10 5 - 5 1 - 1 4 1 1 - 2 2 3 41
EUL/NGL - - - - 2 7 4 - 5 - - 3 9 - 3 33
GROEN 2 1 - 12 1 - 2 4 - 1 - - - 4 28
ERA 1 - - - - 12 - - 2 1 - - 2 2 - 20
O-ENS - 2 4 - - 11 - - - - - - - 1 - 18
NI 3 - - - - 11 - - 15 - 6 - - 1 - 36
TOTAAL 25 31 16 99 16 87 25 15 87 6 21 25 64 87 22 626

(Stand 17 oktober 1997)


VERGADERROOSTER
STRAATSBURG
VERGADERROOSTER
BRUSSEL
1997

    15     -     19 december

1998

    12    -    16 januari
    16    -     20 februari
    9    -    13 maart
    30 maart - 3 april
    11    -    15 mei
    15    -    19 juni
    13    -    17 juli
    14    -    18 september
    5    -    9 oktober
    19    -    23 oktober
    16    -    20 november
    14    -    18 december
1997
    3    -     4 december

1998

    28    -    29 januari

    
    29    -    30 april
    27    -    28 mei
    1    -    2 juli


    
    4    -    5 november
    2    -    3 december

 
  Juridische mededeling