Banner page The European Parliament The European Parliament
Banner page

Index 
 
 

Dagelijks persbericht: 11-11-96(2)


[Start of Doc] [Previous] [Next]

11/11/96 Samenstelling EP .

SAMENSTELLING EP

EP-voorzitter Klaus Hänsch (D, PES) heet de nieuwgekozen Finse en Oostenrijkse parlementsleden van harte welkom.

Hänsch deelt voorts mee dat Anne Christine Poisson (F) op 1 november is overgestapt van ENS naar UE, zodat ENS niet langer voldoet aan de voorwaarden van art. 29, lid 2 om als fractie te worden erkend. De zeventien overblijvende ENS-leden, waaronder de Nederlanders Leen VAN DER WAAL en Hans BLOKLAND van SGP-GPV-RPF, horen voortaan bij de niet-ingeschrevenen. De acht Portugese leden van ELD zijn op 6 november overgestapt naar de EVP.

De tabel met de nieuwe samenstelling van het EP vindt op de laatste bladzijde).

De Franse premier Alain Juppé heeft het EP een decreet doen toekomen dat Bernard Tapie (F, ERA) zijn passief kiesrecht kwijt is en derhalve geen mandaat voor het EP meer heeft. Hänsch zal na overleg met de Reglementscommissie de noodzakelijke stappen ondernemen overeenkomstig de art. 7 en 12 van het Reglement.

De EP-voorzitter stemt voorts in met een verzoek van Bernard Kouchner (F, PES) om een schrijven te sturen aan VN-secretaris-generaal Boutros Boutros Ghali. Daarin zal worden aangedrongen op het zo snel mogelijk sturen van een interventiemacht naar Zaïre.

[Start of Doc] [Previous] [Next]

11/11/96 Van Bladel .

VAN BLADEL

Jim JANSSEN VAN RAAY (NL, EVP) refereert aan een handgemeen dat zich tijdens de vorige vergaderperiode buiten de zaal in Straatsburg zou hebben voorgedaan tussen Leonie VAN BLADEL (NL, UE) en Hedy D'ANCONA (NL, PES). Volgens Janssen van Raay is het aanzien van het EP ernstig geschaad en hij verzoekt EP-voorzitter Hänsch om passende sancties te treffen. Hänsch merkt op dat het

Reglement van het EP alleen voorziet in mogelijke reprimandes voor gebeurtenissen die zich in de plenaire zaal hebben afgespeeld.

[Start of Doc] [Previous] [Next]

11/11/96 Agendawijzingen .

AGENDAWIJZIGINGEN

De briefing was gebaseerd op een voorlopige ontwerp-agenda. De definitieve agenda bevat wijzigingen:

maandag:
toegevoegd:
-    verslag-McNally over planningstechnieken (van donderdag)

geschrapt:
-    mondelinge vraag over biomassa (naar donderdag)

dinsdag
toegevoegd:
-    verslag-Jensen over afvalstoffenbeleid

woensdag
toegevoegd:
-    verklaringen van Raad en Commissie over de situatie in Rwanda/Zaïre (11.00 - 12.00 uur; onderdeel van het actualiteitendebat)
-    verslag-Florio over de beslechting van consumentengeschillen
-    verslag-Verde i Aldea over bescherming van de consumentenbelangen

donderdag
toegevoegd:
-    mondelinge vraag over biomassa (van maandag)
-    mondelinge vragen over vervoer van dieren

geschrapt:
-    verslag-McNally over planningstechnieken (naar maandag)

Actualiteitendebat: voorgestelde thema's: situatie in Oost-Zaïre (al op woensdagochtend van 11.00 - 12.00 uur), Internationaal Tribunaal voor Oorlogsmisdaden in ex-Joegoslavië, visserijakkoord met Senegal, mensenrechten, atoomafval in Dounray.

vrijdag:
geschrapt:
-    verslag-Hallam over steun voor akkerbouwproducenten
-    verslag-Kokkola over het verstandig gebruik en behoud van wetlands

[Start of Doc] [Previous] [Next]

11/11/96 Jaarlijks wetgevingsprogramma .

JAARLIJKS WETGEVINGSPROGRAMMA
    wijziging van artikel 49 van het Reglement van het EP over het jaarlijks programma van de wetgevende werkzaamheden

    verslag-Manzella (I, PES)
    doc. A4-348/96 <REGL>

Rapporteur Andrea Manzella (I, PES) wijst erop dat het parlement in alle democratieën een belangrijke rol speelt bij de opstelling van het wetgevend programma. Vanwege de bijzondere structuur van de Europese instellingen - Commissie, Raad, EP - is het binnen de EU des te belangrijker in hoeverre het Europees Parlement deelneemt aan het wetgevend programma.

In het tripartite overleg over het wetgevend programma gaat het om de uitwerking van de politieke prioriteiten en om de termijnen waarbinnen wetgeving voltooid moet zijn. In de Commissie Reglement, onderzoek geloofsbrieven en immuniteiten zijn verschillende wijzigingen op art. 49 van het EP-Reglement goedgekeurd, die betekenen dat de Commissie haar jaarlijkse programma van wetgeving ten laatste in oktober moet indienen, opdat het EP voldoende tijd heeft op een behoorlijke wijze te participeren. Verder moet bij de wetgevingsvoorstellen voldoende rekening worden gehouden met het subsidiariteitsbeginsel, de financile gevolgen en het tijdschema voor de voltooiing van de wetgeving. Verder zou het EP ieder jaar een resolutie moeten opstellen over de politieke prioriteiten voor het wetgevingsprogramma.

Manzella zelf vindt het van belang dat de prioriteiten ieder halfjaar herzien kunnen worden, om rekening te kunnen houden met de wisseling van het voorzitterschap van de EU. Manzella merkt op dat de Commissie zich met de wijzigingen van het Parlementsreglement kan verenigen, zodat het EP in de toekomst een belangrijker rol bij de wetgeving kan spelen.

Commissaris Christos Papoutsis wijst erop dat de Commissie zich meestal niet mengt in debatten over het Reglement van het EP. Maar dit debat heeft gevolgen voor het werk van de Commissie. De commissaris is het ermee eens dat het wetgevingsprogramma efficiënter moet worden opgesteld en kan de voorgestelde wijzigingen op het Reglementsartikel 49 dan ook aanbevelen. Wel wil hij de kanttekening plaatsen dat het niet altijd eenvoudig is om van te voren al exact aan te geven wat de rechtsgrondslag, de financiële gevolgen en het tijdschema van een bepaald wetgevingsvoorstel zullen zijn. Niettemin zal de Commissie haar best doen deze bij benadering op te geven.

stemming

dinsdag om 12.00 uur

[Start of Doc] [Previous] [Next]

11/11/96 Hulp aan ontwortelden in de ALA-ontwikkelingslanden.

HULP AAN ONTWORTELDEN IN DE ALA-ONTWIKKELINGSLANDEN

    verordening over hulpacties voor de ontwortelde bevolkingsgroepen (vluchtelingen, ontheemden en gerepatrieerden) in de ALA-ontwikkelingslanden

    aanbeveling-Howitt (VK, PES)
    doc. A4-344/96 (**II) <ONTW>

Het doel van de verordening is regels vast te stellen voor het beheer van EU-hulp voor vluchtelingen, ontheemden en gerepatrieerden in Azië en Latijns-Amerika. Het EP heeft het Commissievoorstel in februari van dit jaar in eerste lezing behandeld. Het noemde toen enkele bezwaren tegen het voorstel, zoals de financiële bijdrage die van begunstigden gevraagd kon worden, de restrictieve definitie van vluchtelingen overeenkomstig de Conventie van Genève en de onvoldoende vrijwaring van gedwongen repatriëring. Extra aandacht verdienen vrouwen en meisjes, kinderen, ouderen en gehandicapten, vond het EP. Bovendien mag de hulp niet alleen gericht zijn op basisvoorzieningen, maar moet deze ook de sociaal-economische ontwikkeling bevorderen.

De Raad heeft in zijn gemeenschappelijk standpunt de helft van de amendementen van het EP aanvaard, zoals over conflictpreventie, zorg om het milieu, bestrijding van seksueel geweld en hulp aan de bevolking die ter plaatse opvang biedt. Niet overgenomen zijn onder meer de amendementen over extra aandacht voor vrouwen, het voorkomen van gedwongen repatriring (non-refoulement), aandacht voor de basisgezondheidszorg en mijnopruiming.

Om deze belangrijke amendementen (1, 2, 3 en 4) en amendementen over de comitologie (8, 9, 10 en 11) er in tweede lezing alsnog door te krijgen, wil rapporteur Richard Howitt (VK, PES) enkele meer technische en redactionele amendementen laten vallen. Daardoor sneuvelen tot zijn leedwezen overwegingen over de feitelijke status van vluchteling, een specifieke verplichting voor de lidstaten om hun beloften jegens de EU na te komen en de definitie die door het VN-Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen wordt gebruikt voor "personen die internationale bescherming behoeven".

De rapporteur rekent voor dat de bureaucratische comitologieprocedure die de Raad wil per jaar 153.000 ecu zal kosten en een papierberg van 70.000 bladzijden zal veroorzaken. Dat geld en die energie kan beter aan hulp worden besteed.

Frank VANHECKE (B, NI) betwijfelt dat een gelijkaardige aanpak doeltreffend is voor twee verschillende werelddelen, Latijns-Amerika en Azië. De verordening bestrijkt hulpacties vanaf Afghanistan tot Guatemala. Rapporteur Howitt spreekt zelf van een "bureaucratische nachtmerrie".

Van Hecke beklemtoont dat de vluchtelingen principieel opgevangen moeten worden in een gelijkaardige cultuur, dus bijv. in buurlanden, en daarna zo snel mogelijk naar hun landen van herkomst moeten kunnen terugkeren.

Commissaris Christos Papoutsis aanvaardt am. 1, 2, 3, 7 (coördinatie met andere geldschieters) en 13 (evaluatie).

Am. 4 wil Papoutsis aanvaarden mits schrapping van het woordje "vrijwillige" (terugkeer). De Commissie wil immers ook nog hulp kunnen geven bij gedwongen

repatriëring. Coördinatie van de hulp met het EP en de ngo's (am. 6) is onmogelijk bij gebrek aan personeel. Over de comitologie is een interinstitutioneel akkoord nodig.

stemming

dinsdag om 12.00 uur

[Start of Doc] [Previous] [Next]

11/11/96 Milieubeheer in ontwikkelingslanden.

MILIEUBEHEER IN ONTWIKKELINGSLANDEN

    verordening over acties voor duurzame ontwikkeling in de ontwikkelingslanden

    aanbeveling-Taubira-Delannon (F, ERA)
    doc. A4-340/96 (**II) <ONTW>

De bedoeling van het Commissievoorstel is een rechtsgrondslag te scheppen voor EU-acties voor milieubeheer in de ontwikkelingslanden. Het EP heeft in mei dit jaar in eerste lezing 44 amendementen goedgekeurd. De Commissie heeft de Raad verzocht de meeste daarvan over te nemen, maar dat zijn er slechts drie geworden. Bovendien heeft de Raad de looptijd beperkt tot drie jaar, ofschoon de Commissie van mening was dat een inspanning op langere termijn nodig is om het beginsel van duurzame ontwikkeling beter uit te kunnen voeren. Verder heeft de Raad een bedrag van 45 miljoen ecu, d.w.z. 15 miljoen ecu per jaar, vastgesteld, waar de Commissie het noemen van een bedrag had nagelaten. De ministers hebben daarnaast de samenhang benadrukt tussen de hulp op grond van deze verordening en hulp via andere acties voor ontwikkelingssamenwerking. Daarbij is ook het bereik van de milieu-acties verruimd. Tot slot wil de Raad van te voren op de hoogte worden gesteld van alle projecten.

Rapporteur Christiane Taubira-Delannon (F, ERA) meent dat de verordening deel uitmaakt van een heuse geostrategie van de EU voor het milieu en daarom geen marginaal karakter mag hebben, zonder structurele effecten. Zij wil de amendementen uit eerste lezing opnieuw indienen, afgezien van het toenmalige am. 1. Verder kant zij zich tegen de geringe middelen die beschikbaar worden gesteld, de beperkte looptijd en het door de Raad voorgestelde beheer (comitologie).

De EU-milieuhulp moet volgens Taubira bij voorrang gericht worden op urgente maatregelen, innoverende projecten en studies en modelprojecten.

Doeke EISMA (NL, ELD) vreest dat milieubeleid de laatste tijd aan elan verliest. Men heeft de mond vol van de integratie van milieubeleid in andere beleidsterreinen maar kort juist op begrotingsposten die dat mogelijk maken. De Raad heeft vrijwel geen amendementen van het EP in eerste lezing overgenomen en bovendien de looptijd beperkt tot drie jaar, terwijl hier juist een inspanning op langere termijn nodig is. Hij heeft ook de middelen verlaagd tot 45 miljoen ecu. Er moet absoluut meer geld komen om de duurzaamheid te bevorderen in de ontwikkelingslanden, die immers kampen met ontbossing, vervuiling, erosie, verwoestijning. Natuurlijk moeten prioriteiten worden gesteld en dat zullen innoverende projecten moeten zijn. De projecten zullen verder afgestemd moeten worden op de plaatselijke behoeften en niet alleen ten goede komen van het platteland maar ook van de grote steden met hun enorme afvalproblemen.

Commissaris Christos Papoutsis is ervan overtuigd dat de ontwerp-verordening verder zal bijdragen tot een verbetering van de milieubescherming. Het merendeel van de amendementen van het EP is voor hem aanvaardbaar. Vooral de nadruk op samenwerking met plaatselijke autoriteiten vindt hij belangrijk voor de levensvatbaarheid van de projecten. Maar ook met de gestelde prioriteiten (gezondheidszorg, afvalstoffen, hulp bij taken die ontstaan door internationale akkoorden) is hij het eens. Andere amendementen moet hij afwijzen, soms louter omdat ze niet duidelijk zijn. De am. 31 en 42 behelzen procedurebeperkingen op informatiegebied. Ook am. 40, dat de vigerende regels binnen de Commissie betreft, en am. 38, dat de bevoegdheden verlegt, moet hij verwerpen.

stemming

dinsdag om 12.00 uur

[Start of Doc] [Previous] [Next]

11/11/96 Aids .

AIDS

    verordening over acties op het gebied van aids in de ontwikkelingslanden

    aanbeveling-André-Léonard (B, ELD)
    doc. A4-341/96 (**II) <ONTW>

Het EP heeft in mei van dit jaar het voorstel over de bestrijding van aids in ontwikkelingslanden in eerste lezing behandeld. Een deel van de toen goedgekeurde amendementen is door de Raad overgenomen in het gemeenschappelijk standpunt. Niet overgenomen zijn de amendementen die de Commissie had ontraden, evenmin als de amendementen over de titel, een rechtstreekse verwijzing naar voorbehoedsmiddelen en condoomgebruik, innoverende maatregelen, een verhoging van de middelen en een dialoog met religieuze gemeenschappen die zich verzetten tegen een open campagne ter bestrijding van aids. Rapporteur Anne André-Léonard (B, ELD) wil trachten deze punten er toch door te krijgen en dient daarom in tweede lezing weer 29 amendementen in.

André-Léonard doet een dringende oproep om aids in de ontwikkelingslanden uit alle macht te bestrijden. Tegen 2000 zullen naar schatting veertig miljoen mensen besmet zijn met aids, van wie er 80% in de ontwikkelingslanden woont. Vooral de actieve bevolking, die de ruggegraat van iedere samenleving vormt, wordt het slachtoffer. André-Léonard heeft op grond van tien jaar ervaring met voorgaande projecten enkele prioriteiten aangelegd. Omdat de middelen beperkt zijn, zal het accent vooral op preventie moeten liggen. Daar komt bij dat de medicijnen die zo langzamerhand in het westen beschikbaar komen, in de ontwikkelingslanden te duur zijn. Er moet veel meer geld beschikbaar worden gesteld,

want er moet massaal geïnvesteerd worden in landen waar de epidemie zich nog maar in het beginstadium bevindt.

Men moet zich vooral richten op de armste groepen, op voorlichting over seksualiteit en gezondheid. De bestrijding moet gekoppeld worden aan andere ontwikkelingsproblemen, zoals armoede, ondervoeding en onderwijs. Er moeten gratis of tegen een heel geringe prijs condooms worden verspreid. André-Léonard heeft voor voorlichting verschillende doelgroepen aangewezen, zoals gezagsdragers, mensen in het onderwijs en geestelijken, die aan de verspreiding van informatie moeten meewerken. De rapporteur dringt vooral aan op goedkeuring van am. 18, waarin wordt gepleit voor een solidariteitsmechanisme tussen noord en zuid om de behandeling van aids-patiënten in de armste landen te verbeteren.

Commissaris Christos Papoutsis verklaart dat momenteel een studie gaande is met de farmaceutische industrie om een hoge preventiegraad te bereiken. De Commissie houdt zich nog niet bezig met het verlagen van de kosten van geneesmiddelen, maar zal dat zo spoedig mogelijk doen.

Van de amendementen is een aantal aanvaardbaar, zoals die voor een betere omschrijving van de financieringsacties of een verduidelijking van de inhoud van projecten. Aanvaardbaar zijn aldus de am. 1 (om ook andere sexueel overdraagbare aandoeningen bij de verordening te betrekken), 2 over de financiering, 11, het eerste deel, over steun voor diagnosemethodiek, 18, eerste deel, 25 en 26, over uitbreiding naar andere ontwikkelingslanden. Andere amendementen zijn al in het gemeenschappelijk standpunt opgenomen en weer andere zijn inhoudelijk aanvaardbaar, maar moeten anders worden geformuleerd. Met am. 8 zouden groepen worden gestigmatiseerd waarmee juist een dialoog aangegaan moet worden. Sommige amendementen zijn wetenschappelijk onjuist, leveren institutionele problemen op of stemmen niet overeen met de werkelijkheid.

stemming

dinsdag om 12.00 uur

[Start of Doc] [Previous] [Next]

11/11/96 Energie-efficiëntie (Save II) .

ENERGIE-EFFICIËNTIE (SAVE II)

    gecombineerde behandeling

    -    beschikking over een meerjarenprogramma ter bevordering van de energie-efficiëntie in de Gemeenschap (Save II)

             aanbeveling-Bloch von Blottnitz (D, GROEN)
        doc. A4-350/96 (**II) <ONDE>

    -    richtlijn tot invoering van rationele planningstechnieken in de elektriciteits- en gasdistributiesector

        verslag-McNally (VK, PES)

        doc. A4-268/96 (**I) <ONDE>

Save II

Het EP heeft op 16 april dit jaar in eerste lezing het Commissievoorstel over SAVE II behandeld. Het eerste SAVE-programma liep van november 1991 tot januari 1996. De Commissie vond dat het programma moest worden voortgezet vanwege de belangrijke bijdrage van een zuiniger energiegebruik aan de vermindering van de uitstoot van CO2. Een groep van deskundigen heeft de Commissie geadviseerd over mogelijke verbeteringen in het programma. Bovendien kan zuinig energiegebruik het concurrentievermogen vergroten en nieuwe banen opleveren. Het EP vindt dat SAVE II moet leiden tot een energiebesparing van 1,5% per jaar meer dan anders bereikt zou zijn.

De Raad mikt op een lagere energiebesparing van 1% en heeft in zijn gemeenschappelijk standpunt veel minder geld beschikbaar gesteld voor de vijf jaar dat SAVE II moet gaan duren: 45 miljoen ecu in plaats van 150 miljoen ecu. Rapporteur Undine Bloch von Blottnitz (D, GROEN) betitelt dat als een slag voor een milieugericht energiebeleid. Zeker nu er geen Europese CO2-heffing komt, is SAVE het enige concrete instrument voor vermindering van het broeikaseffect. Voor energiebesparing mag van de Raad maar 9 miljoen ecu per jaar worden uitgegeven. Bloch von Blottnitz vergelijkt dat met de voor de volksgezondheid bepaald gevaarlijke subsidies voor de tabaksteelt, die voor 1997 op 1032 miljoen ecu komen.

De rapporteur meent dat het Parlement zich als begrotingsautoriteit mag bemoeien met de uitgetrokken middelen en wil het door de Raad genoemde referentiebedrag van 45 miljoen ecu daarom schrappen. Ze hoopt dat het Parlement met de Raad tot overeenstemming kan komen over een ander bedrag. Bovendien lijkt de Raad erop uit het energiebeleid weer meer naar de lidstaten toe te trekken, gezien de keuze van een beheerscomité.

De rapporteur dient opnieuw alle amendementen in die het Parlement in eerste lezing had goedgekeurd en die door de Raad niet zijn overgenomen. Wel kan Bloch von Blottnitz zich verenigen met enkele redactionele verbeteringen die de Raad heeft aangebracht, evenals met het voorstel om het programma voor deelname open te stellen voor Malta en Cyprus en de geassocieerde landen in Midden- en Oost-Europa.

Planningstechnieken

Eryl McNally (VK, PES) meent dat de ontwerp-richtlijn gebaseerd moet zijn op art. 100 A van het Verdrag, omdat het Commissievoorstel niet alleen het milieu maar ook de interne markt betreft (am. 1 tot 5). Het EP krijgt dan medebeslissingsrecht. De rapporteur is het daarom niet eens met het advies van de juridische commissie om art. 130 S te handhaven.

Met goede maatregelen voor energie-efficiëntie kan het huidige energieverbruik vooral bij gezinnen en kleine bedrijven met 20% verlaagd worden. Op de invoer zou dat de EU 15 miljard ecu schelen, terwijl de uitstoot van CO2-emissies met twee ton per persoon per jaar (totaal voor de EU: 700 miljoen ton) verminderd kan worden. Dat dit nog niet op grote schaal gebeurt, komt vooral door de belemmeringen die machtige energieproducenten opwerpen. Het Commissievoorstel heeft als doel verandering te brengen in de situatie waarbij meer winst uitsluitend wordt gemaakt met het verkopen van meer energie. De winsten moeten eerder komen uit de verkoop van energiediensten (verwarming, licht, drijfkracht). De Commissievoorstellen zijn duidelijk afgestemd op energiedistributiebedrijven en niet op energieproducenten.

Het voorstel moet niet alleen het belangrijkste programma voor CO2-reductie worden, maar ook de Europese concurrentiepositie verbeteren, de afhankelijkheid van de invoer van brandstoffen verminderen, ten goede komen van de

eindgebruikers van gas en elektriciteit en tot honderdduizenden nieuwe banen leiden.

Sommige lidstaten kennen al goede rationele-planningsprogramma's, maar andere nog maar nauwelijks. Op de interne markt ontstaan zo geleidelijk scheve verhoudingen. Bovendien moet het onvermogen van sommige landen om de nagestreefde CO2-vermindering te halen, weer opgevangen worden door de verder gevorderde lidstaten. Deze problemen worden erger wanneer landen tot de EU toetreden met een nog veel slechtere staat van dienst op energiegebied en zij moeten met wetgeving daarom gestimuleerd worden om zich nu al op de nodige energiebesparingen voor te bereiden.

Dit alles maakt wel dat een zeer flexibele regeling nodig is, zodat de lidstaten de ruimte hebben om haar aan hun eigen specifieke omstandigheden aan te passen. Maar de ontwerp-richtlijn van de Commissie is volgens McNally het enige instrument om de belemmeringen voor een wezenlijke energiebesparing uit de weg te ruimen. Als succes uitblijft, dan zullen spoedig crisismaatregelen nodig zijn.

McNally stelt dertien amendementen voor. Zo moet er een duidelijk streefcijfer voor de besparingen vermeld worden en de rapporteur stelt de energie-intensiteit als criterium voor. Deze zou met 1,5% per jaar verlaagd moeten worden. Verder moeten nationale autoriteiten samen met energieleveranciers en consumentenorganisaties plannen publiceren op basis van rationele-planningstechnieken. De leveringsbedrijven moeten in staat zijn diensten op het gebied van energiebesparing te verkopen aan de afnemers. Dit alles mag niet tot een verslechtering leiden van de concurrentiepositie van gas en elektriciteit tegenover andere energiebronnen. De lidstaten moeten er bovendien voor zorgen dat de leveringsbedrijven hun diensten zo goedkoop mogelijk aanbieden en dat de afnemers de kosten duidelijk kunnen berekenen.

Elly PLOOIJ-VAN GORSEL (NL, ELD) bekritiseert de Raad omdat die slechts een magere 45 miljoen ecu voor Save II ter beschikking wil stellen. In het licht van de vele mooie intentieverklaringen, getuigt dat bedrag van de werkelijke prioriteit die de Raad aan het energievraagstuk hecht. Plooij steunt het amendement van de rapporteur om het financiële referentiekader uit de beschikking te schrappen; het EP moet zijn volle begrotingsbevoegdheid houden. Plooij betreurt voorts dat er geen geïntegreerd gemeenschappelijk beleid van energie en milieu is.

Over het verslag-McNally merkt Plooij op dat een richtlijn wel degelijk nodig is. Het nut daarvan wordt in een aantal landen, zoals Nederland, betwijfeld, maar veel lidstaten ondernemen op dit vlak niets.

Tot slot dringt Plooij aan op een voortvarende aanpak van de ontwikkeling van hernieuwbare energiebronnen. Gezien het toenemend energiegebruik in ontwikkelingslanden en de eindigheid van fossiele brandstoffen, is dat een duurzame optie.

Hans BLOKLAND (NL, NI) heeft het over het verslag McNally. Hem is ter ore gekomen dat het Commissievoorstel door de vijftien lidstaten van de hand wordt gewezen. Hij heeft dus één belangrijke vraag: bestaat het voorstel nog? Hij betwijfelt of voor dit onderwerp wel Europese wetgeving vereist is. Nederland bijv. is vergevorderd met "demand side management". De omschakeling naar de verkoop van energiediensten is er al een feit.

Commissaris Christos Papoutsis acht het bedrag dat de Raad voor Save II wil uittrekken veel te laag. Het betreft een zeer interessant instrument, een aanvullend programma bij de initiatieven van de lidstaten. Hij steunt dan ook van harte de begrotingsamendementen van de rapporteur. Zonder een hoger bedrag is geen CO2-reductie mogelijk. Het streefdoel van de rapporteur, 1,5 % per jaar, is echter te ambitieus.

Wat het verslag-McNally betreft, is Papoutsis blij met de steun van het EP voor het Commissievoorstel. Hier ligt een reusachtige kans: de ontwikkeling van een

energiebesparingsindustrie. Papoutsis verwerpt am. 1 tot 5; art. 130S is de juiste rechtsgrondslag.

stemming

dinsdag om 12.00 uur.

[Start of Doc] [Previous] [Next]

11/11/96 Samenstelling EP - tabel .

SAMENSTELLING EP

PES
EVP
UE ELD EUL/NGL
GROEN
ERA
NI TOTAAL
B 6 7 - 6 - 2 1 3 25
NL 7 10 1 10 - 1 - 2 31
DK 4 3 - 5 - - - 4 16
D 40 47 - - - 12 - - 99
FIN 4 4 - 5 2 1 - - 16
F 16 12 17 1 7 - 12 22 87
GR 10 9 2 - 4 - - - 25
IRL 1 4 7 1 - 2 - - 15
I 18 14 27 6 5 4 2 11 87
L 2 2 - 1 - - 1 - 6
O 6 7 - 1 - 1 - 6 21
P 10 9 3 - 3 - - - 25
S 21 30 - 2 9 - 2 - 64
VK 63 19 - 2 - - 2 1 87
Z 7 5 - 3 3 4 - - 22
TOTAAL 215
182
57 43 33 27 20 49 626

(stand 11 november 1996)

 
  Juridische mededeling