Persverslag : 20-07-99(s)
Verkiezing van de nieuwe voorzitter
De constituerende vergadering van het nieuw verkozen Europees Parlement wordt volgens het Reglement
geopend door het oudste lid in jaren. Dat is eigenlijk de Portugese oud-premier en oud-president Mario
Soares, maar omdat hij zelf kandidaat is voor het voorzitterschap van het Parlement, laat hij de opening over
aan de één na oudste, de Italiaan Giorgio Napolitano.
Napolitano deelt mee dat van de vier kandidaten voor het EP-voorzitterschap zich er één heeft
teruggetrokken: de Spaanse Laura González Álvarez van de EUL/NGL (Europees Unitair Links/Noords Groen
Links). De overige kandidaten zijn de Franse christen-democrate Nicole Fontaine voor de Europese
Volkspartij, Mario Soares voor de PES (Partij van de Europese Sociaal-democraten) en de Finse Heidi
Hautala voor de Groenen/Vrije Europese Alliantie.
De stemmen worden schriftelijk en bij geheimhouding uitgebracht. Na een schorsing tot 12.15 uur maakt
Napolitano bekend dat 615 leden hebben gestemd. Het aantal blanco en ongeldige stemmen bedraagt 60,
het aantal geldige stemmen 555. Om tot Voorzitter van het EP te worden verkozen, is een meerderheid van
het aantal geldige stemmen vereist: in dit geval 278.
Fontaine behaalt met 306 stemmen meteen in de eerste ronde de vereiste meerderheid en wordt daarmee
de nieuwe Voorzitter van het EP. Soares krijgt 200 stemmen en Hautala 49.
Meteen na de bekendmaking van de uitslag draagt Napolitano het voorzitterschap over aan Fontaine, die in
een eerste reactie verklaart zeer onder de indruk te zijn van "de grootste verrassing die haar ooit is
overkomen". Ze is heel trots dat 20 jaar na het voorzitterschap van Simone Veil opnieuw een vrouw tot
voorzitter is verkozen. Haar openingstoespraak zal ze een dag later houden. Tot slot dankt ze de overige
kandidaten voor de hartelijke en sportieve sfeer waarin de verkiezingsstrijd is verlopen.
Mario Soares (P, PES) vindt dat Fontaine een goede en waardige campagne heeft gevoerd. Hij feliciteert haar
met haar verkiezing en verklaart zich ingenomen met de nieuwe dynamiek in het EP.
Heidi Hautala (FIN, GROEN/VEA) is ervan overtuigd dat Fontaine een goede voorzitster zal zijn, met wie zij
wil samenwerken om de nodige hervormingen door te voeren. Ook Hautala vindt de verkiezing van een vrouw
20 jaar na het voorzitterschap van Simone Veil een uitstekende zaak.
Pat Cox (IRL, ELD), de fractievoorzitter van de ELD (Europese Liberale en Democratische Partij), die volgens
een akkoord tussen de EVP en de ELD over 2½ jaar het voorzitterschap zal bekleden, vindt het belangrijk dat
weer een vrouw voorzitter is geworden. Hij benadrukt de noodzaak van interne hervormingen. En hij wijst op
de noodzaak van een politiek evenwicht tussen de verschillende Europese instellingen.
Fontaine is geboren op 16 januari 1942. Zij is lid van de Franse UDF en heeft rechten en politicologie
gestudeerd. Ze is lid van het Europees Parlement sinds 1984 en ondervoorzitster
sinds 1989. De voorgaande vijf jaar was zij bovendien een van de drie vaste leden van het
bemiddelingscomité (waarin het Parlement en de Raad tot een compromis moeten proberen te komen als
men het na de tweede lezing niet eens is over een wetgevende maatregel die onder de
medebeslissingsprocedure valt). Zij is na Simone Veil de tweede vrouwelijke voorzitter van het Europees
Parlement.
Persconferentie
Op een persconferentie verklaart Fontaine zeer aangedaan te zijn dat zij 20 jaar na Simone Veil de eerste
vrouwelijke EP-voorzitter is. Haar verkiezing is een teken dat het met de gelijkheid tussen mannen en vrouwen
de goede kant op gaat.
Fontaine ziet een aantal prioritaire taken voor zich weggelegd. Zo wil ze dat het EP optimaal gebruik kan
maken van zijn bevoegdheden met het Verdrag van Amsterdam.
Een daarvan is de stemming over de Commissievoorzitter en de Commissie in haar geheel. Vóór de
hoorzittingen van de kandidaat-eurocommissarissen wil Fontaine al kunnen beschikken over het tweede
rapport van het Comité van Wijzen, dat over de werkwijzen bij de Europese Commissie gaat.
Veel belang hecht Fontaine ook aan de democratisering van Europa. De lage opkomst bij de jongste
Europese verkiezingen hebben een duidelijk signaal betekend. Het EP zal zijn werkwijzen moeten veranderen
om zijn activiteiten en werk zichtbaarder te maken. Morgen zal Fontaine een aantal hervormingsvoorstellen
doen.
Verder zal Fontaine zich inspannen voor de totstandkoming van een statuut voor de leden en voor
assistenten.
Tot slot merkt ze op dat het EP meer bij het buitenlands beleid van de EU betrokken zal moeten worden, met
name bij de stabilisering van de Balkan.
Verkiezing van de ondervoorzitters
In één stemronde worden de 14 ondervoorzitters van het Europees Parlement gekozen, onder wie de
Nederlander Jan-Kees Wiebenga (ELD); samen met de voorzitter vormen zij het Bureau van het EP. Voor
de 14 posten waren er 14 kandidaten. Het aantal ondervoorzitters dat iedere fractie mag leveren wordt
vastgesteld met het systeem-d'Hondt.
Tot ondervoorzitter zijn gekozen (in volgorde van het aantal op hen uitgebrachte stemmen) :
- David MARTIN (PES, VK)
- Renzo IMBENI (PES, I)
- Gerhard SCHMID (PES, D)
- James PROVAN (EVP, VK)
- Ingo FRIEDRICH (EVP, D)
- Marie-Noëlle LIENEMANN (PES, F)
- Guido PODESTA (EVP, I)
- Alejo VIDAL-QUADRAS ROCA (EVP, S)
- Joan COLOM I NAVAL (PES, S)
- José PACHECO PEREIRA (EVP, P)
- Luis MARINHO (PES, P)
- Jan-Kees WIEBENGA (ELD, NL)
- Alonso PUERTA (EUL/NGL, S)
- Gérard ONESTA (Groenen/VEA, F)
nieuwe fractie
De voorzitter van het EP, Nicole Fontaine, meldt dat een nieuwe fractie is gevormd onder de naam
Technische Fractie van Onafhankelijke Leden/ Gemengde Fractie. Deze telt 20 leden van de volgende
partijen: Lista Bonino (7), Lega Nord (4), Vlaams Blok (2), Front National (5), Movimento Sociale Tricolore (1),
Euskal Herritarrok (1).
Toespraak nieuwe EP-voorzitter
EP-voorzitster Nicole Fontaine (F, EVP) spreekt haar grote dank uit aan de collega's die haar
dinsdag gekozen hebben. Maar ook voor degenen die geen stem op haar hebben uitgebracht, zal
zij een onpartijdige voorzitter zijn, slechts ten dienste van de parlementaire democratie. De manier
waarop zij gekozen is, betekent wat dat betreft al een grote vooruitgang. Alle afgevaardigden
hebben ongeacht de omvang van hun fractie op openlijke wijze kunnen deelnemen en er is
rekening gehouden met de politieke krachtsverhouding die door de Europese kiezers in juni zijn
bepaald. Een bijzondere eer vindt Fontaine het ook dat zij als eerste vrouw in twintig jaar, sinds de
verkiezing van Simone Veil, tot voorzitter gekozen is.
Als belangrijkste taak voor het nieuwe Parlement ziet Fontaine het om ten volle de nieuwe
bevoegdheden te benutten die het met het Verdrag van Amsterdam heeft gekregen. Daarbij zal een
beter evenwicht aangebracht moeten worden tussen de Raad van ministers en het EP. De Raad
zal het EP op zijn weg vinden als de EU-regeringen niet genoeg rekening houden met wat
belangrijk is voor de burgers.
De eerstkomende weken zal het Parlement beginnen met de hoorzittingen van de kandidaat-
commissarissen. Maar Fontaine acht het ondenkbaar dat het EP de nieuwe Commissie goedkeurt
zonder kennis te hebben genomen van het tweede rapport van het comité van wijzen, dat over de
werkwijzen, het contractbeheer en het personeelsbeleid in de Europese Commissie gaat. Fontaine
wil dit rapport hebben voordat de hoorzittingen beginnen. Donderdagmiddag zal een eerste
hoofdstuk van dit rapport al worden overhandigd aan de fractievoorzitters van het EP.
Van de nieuwe Europese Commissie verwacht Fontaine openbaarheid, op grond van een herziene
gedragscode, inachtneming van het politieke en democratische evenwicht dat de kiezers hebben
aangegeven, het vermijden van belangenverstrengeling bij het toewijzen van opdrachten aan
externe organisaties en de bereidheid om ten nauwste met het EP samen te werken. De aanwijzing
van een ondervoorzitter voor het onderhouden van de betrekkingen met het EP is een goed begin.
Verder zal het evenwicht tussen de Europese instellingen verbeterd moeten worden door
uitbreiding van de medebeslissingsprocedure, het betrekken van het EP bij het gemeenschappelijk
buitenlands en veiligheidsbeleid en deelname van het EP aan de voorbereiding van de komende
Intergouvernementele Conferentie. Daarvoor zal overigens de communautaire methode gebruikt
moeten worden, waarbij de Commissie een voorstel doet, dat zij voorlegt aan Raad en Parlement.
Ook zal het Parlement meer zeggenschap moeten krijgen bij belangrijke begrotingskeuzes en de
vaststelling van de budgettaire prioriteiten.
Ook op terreinen waar het EP eigenlijk geen bevoegdheden heeft, zal het zich meer moeten laten
voelen. De gang van zaken rond het hormoonvlees binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO)
is onaanvaardbaar. Het gaat hier niet om verzet tegen biotechnologische vooruitgang, maar om
het voorop stellen van de volksgezondheid
Verder zal het EP lering moeten trekken uit de lage opkomst bij de jongste Europese verkiezingen.
Zo zal het zijn werkwijzen moeten rationaliseren en moderniseren. Het zal een gemeenschappelijk
statuut voor Europese afgevaardigden moeten opstellen op grond van transparantie, gelijkheid en
de waardigheid van het parlementaire ambt. Ook voor de assistenten moet er een statuut komen.
En het Parlement zal zijn communicatiestrategie moeten verbeteren, met name door meer te
decentraliseren. Maar daarvoor is eerst een grondige politieke bezinning nodig.
Fontaine verklaart tot slot dat zij zich spoedig naar Kosovo wil begeven. Het EP zal zijn bijdrage
leveren aan de wederopbouw van Kosovo en de stabilisatie van de Balkan, met name via zijn
begrotingsbevoegdheden.
Duits voorzitterschap EU
Tijdens het Duitse voorzitterschap hebben zich twee crises voorgedaan, aldus minister van
Buitenlandse Zaken Joschka Fischer. De Europese Commissie is afgetreden en in Kosovo is een
oorlog uitgevochten. De Unie heeft echter de gelederen kunnen sluiten en de kans om tot verdere
integratie te komen benut. De oorlog in Kosovo heeft aangetoond dat een permanente vredesorde
op ons continent nodig is.
In grote trekken heeft het Duitse voorzitterschap de verwachtingen ingelost, vindt Fischer. De
slagvaardigheid van de Unie op buitenlands gebied is toegenomen. Dat is duidelijk gebleken uit de
missie van de Finse president in Belgrado. Voor Zuid-Oost-Europa is een stabiliteitspact
goedgekeurd, er is meer gedaan aan de situatie van de mensenrechten en er is een
gemeenschappelijke strategie voor Rusland uitgewerkt. Verder is Javier Solana benoemd tot hoge
vertegenwoordiger voor het GBVB. Ook op de Top van Berlijn is de slagvaardigheid van de Unie
met het akkoord over Agenda 2000 toegenomen. Verdere hervormingen op landbouwgebied zijn
weliswaar nodig, maar Berlijn is een uitstekend uitgangspunt. Dat blijkt ook uit de positieve reacties
van de kandidaatlanden. Het uitbreidingsproces heeft aan snelheid en kwaliteit gewonnen.
Ingenomen is Fischer met de zeer snelle benoeming van Romano Prodi tot Commissievoorzitter.
Er is een gedragscode afgesproken, wat een goed begin is om het vertrouwen van de burger te
herstellen. De demissionaire Commissie verdient echter ook lof voor haar werk. Zonder haar had
het Duitse voorzitterschap de problemen niet kunnen oplossen.
Op de Top van Keulen zijn de lidstaten het eens geworden over een werkgelegenheidspact en een
macro-economische dialoog. Onder het Portugese voorzitterschap zal een eerste balans over het
werkgelegenheidspact worden opgemaakt. Wat het uitbreidingsproces betreft, dringt Fischer aan
op een concrete toetredingsdatum. Die moet kunnen worden afgesproken op de Top van Helsinki
in december, wanneer de resultaten van de screening worden bekeken. Duitsland wilde ook van
Turkije een toetredingskandidaat maken, maar dat is in Keulen niet gelukt. Wel blijft dit punt op de
agenda.
Met het oog op de uitbreiding moet alleszins een oplossing voor de grootte en samenstelling van
de Commissie, de weging van de stemmen in de Raad en de uitbreiding van stemming bij
meerderheid worden uitgewerkt, vervolgt Fischer. Het tijdschema voor de vereiste hervormingen
moet worden aangehouden, zodat ze onder het Franse voorzitterschap in 2000 hun beslag
kunnen krijgen.
Het stabiliteitspact is de eerste echte kans om nationalisme en geweld achter ons te laten. Ook op
materieel gebied is bij de wederopbouw van Kosovo een belangrijke rol voor de EU weggelegd.
Economische samenwerking is een sleutelfactor voor de stabiliteit in Zuid-Oost-Europa. Fischer
pleit voor een regionale douane- en handelsunie die moet uitmonden in een vrijhandelszone. Overal
op de Balkan moeten de voorwaarden voor democratie en een rechtsstaat worden gecreëerd. Dit
geldt ook voor Servië; de EU dient alles in het werk te stellen om de democratische oppositie in
Servië te steunen en aldus de positie van Milosevic te verzwakken. De Unie moet het GBVB
benutten om zich beter te organiseren en een efficiënt crisismanagement te voeren. Het in Keulen
genomen besluit om een Europese veiligheids- en defensie-unie op te richten is daarbij van het
grootste belang. Bij de concrete uitwerking van het handvest van grondrechten, waartoe in Keulen
de aanzet is gegeven, kan het EP volgens Fischer een voortrekkersrol spelen.
Wil een Unie in de toekomst met wellicht een dertigtal lidstaten blijven functioneren, dan moeten
democratisering en parlementarisering van de Unie hoog op de agenda staan, benadrukt Fischer.
Hij ziet daarin de enige mogelijkheid om iets te doen aan de lage opkomst bij de Europese
verkiezingen, waarvan iedereen is geschrokken. De bevoegdheden van het EP moeten worden
uitgebreid, waarbij verder moet worden gegaan dan Amsterdam. De dubbele crisis van het voorbije
halfjaar zal een weerslag hebben op de Europese integratie. Het is dus zaak verder te werken aan
een werkelijk democratische Unie met checks and balances. Fischer wenst het Finse
voorzitterschap veel succes met deze taak.
Fractiewoordvoerders
Hans-Gert Pöttering (D, EVP) meent dat het Duitse voorzitterschap werd getekend door pieken en
dalen. Het optreden tegen Milosevic was nodig en belangrijk. Maar Pöttering vraagt zich af of als
de christen-democraten dat besluit hadden genomen, de oppositie net zo solidair was gebleven als
de CDU nu. Pöttering laakt het bezoek van de fractievoorzitter van de postcommunistische PDS
aan Belgrado. Het gaat er nu om Kosovo weer op te bouwen en daarmee moeten de
bureaucratische feilen van Bosnië worden vermeden.
Pöttering uit zich tevreden over de aanzet tot een Europees handvest voor burgerrechten en tot
institutionele hervormingen. Kern daarvan moeten de meerderheidsbesluiten in de ministerraad zijn.
Ook de benoeming van Javier Solana tot hoge vertegenwoordiger voor het buitenlands beleid is
goed, maar hij moet nu wel de noodzakelijke bevoegdheden krijgen. Ook over de integratie van de
WEU is Pöttering te spreken, maar met het verdwijnen van de Assemblee van de WEU zal de
parlementaire controle door het EP moeten worden overgenomen.
Wat het aantreden van de nieuwe Commissie betreft, spreekt Pöttering schande van de manier
waarop de Duitse regering de kandidaat-commissarissen heeft benoemd. Dat had in samenspraak
met Commissievoorzitter Prodi moeten gebeuren. Bovendien heeft bondskanselier niet eens met
de kandidaten gesproken. Tot slot hekelt Pöttering het tegenhouden van de autorichtlijn door de
Duitse milieuminister. Hij waarschuwt dat het vertrouwen in een solide Duits buitenlands beleid niet
geschonden mag worden.
Klaus Hänsch (D, PES) vindt dat Pöttering het EP gebruikt om nationale oppositie te voeren. Hij
erkent dat er fouten en mislukkingen zijn geweest, maar vindt toch dat het Duitse voorzitterschap
de vuurproef met glans heeft doorstaan. Er zijn besluiten genomen die hun schaduw tot ver in het
komende decennium vooruit werpen. En als zulke besluiten onder de politieke kleur van Pöttering
waren genomen, dan zouden door de EVP in het EP waarschijnlijk de klokken zijn geluid, duizend
kaarsen gebrand en was het Te Deum aangeheven. Hänsch zal geen gezang aanheffen, maar wil
wel dank uitspreken voor een succesrijk Duits voorzitterschap.
Hänsch is blij met de uitwerking van het werkgelegenheidspact. Dat kan de nationale inspanningen
niet vervangen, maar wel coördineren en bevorderen. De besluiten met betrekking
tot het buitenlands beleid zullen de EU diepgaander veranderen dan nu voorzienbaar is. Dezelfde
vastbeslotenheid waarmee de oorlog in Kosovo is gevoerd, is nu nodig voor het winnen van de
vrede. Een stabiliteitspact voor de Balkan is nodig, maar kan echt beleid niet vervangen. Het mag
niet blijven bij het opzetten van bureaus alleen.
De hervormingen waartoe een aanzet is gegeven, zullen omvangrijk moeten zijn om uitbreiding
mogelijk te maken. Hänsch wijst Fischer erop dat er pas sprake kan zijn van een nieuwe
Commissie als het EP daarmee heeft ingestemd. Pöttering houdt hij voor dat Schröder misschien
niet met de kandidaat-commissarissen heeft gepraat, maar dat Kohl dat indertijd wel uitgebreid
heeft gedaan met Bangemann; en je ziet wat daarvan komt.
Tot slot verzet hij zich tegen de suggestie dat de hoorzittingen afhankelijk gemaakt moeten worden
van het tweede rapport van het comité van wijzen, dat tenslotte een extern orgaan is. Het werk
mag niet vertraagd worden. De EVP kan dat misschien met haar meerderheid doen, maar dan
moeten zij maar aan de burgers uitleggen hoe het mogelijk is dat een Commissie die een half jaar
geleden tot aftreden werd gedwongen, nog altijd niet is vervangen.
Graham Watson (VK, ELD) zegt zich niet in een Duitse privé-ruzie te willen mengen. Het Duitse
voorzitterschap kende successen, maar die hadden niet zo rondgetrompetterd hoeven te worden.
Wat dat betreft kan men een voorbeeld nemen aan de veel rustiger getoonzette voorzitterschappen
van bijvoorbeeld Luxemburg. Watson beperkt zich tot drie onderwerpen: werkgelegenheid, de
uitbreiding en het Europese burgerschap. Op het gebied van de werkgelegenheid zijn goede
besluiten genomen, zoals verlaging van de BTW op arbeidsintensieve diensten, meer investeringen
in O&O, veranderingen in arbeidsorganisatie en werktijden.
Met Agenda 2000 is helaas minder vooruitgang geboekt. Watson betwijfelt of het financiële kader
voldoende zal zijn om de uitbreiding mogelijk te maken. De meeste vooruitgang is wellicht geboekt
met het handvest voor Europese burgerrechten. De lidstaten zullen een andere benadering moeten
kiezen. Zo moet er meer openbaarheid komen bij het totstandkomen van een Europese ruimte van
vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid. Het is een schande dat belangrijke documenten in verband
met de derde pijler nog altijd niet openbaar zijn. Het handvest is een moedig idee, waarbij het gaat
om de verankering van de fundamentele burgerrechten in het Europese recht.
Heide Rühle (D, Groen/VEA) zou het politiek kortzichtig vinden als de Groenen nu de lof gingen
tuiten over het Duitse voorzitterschap. Zo werd een deel van de geloofwaardigheid geofferd bij de
behandeling van de autorichtlijn. Rühle is dus genuanceerd over het Duitse voorzitterschap. Dat
had het echter niet gemakkelijk en heeft de test goed doorstaan. Positief was de snelle voordracht
van de nieuwe Commissievoorzitter Prodi. Institutionele beslissingen zijn nog niet genomen, maar
Fischer heeft wel al belangrijke aanzetten gegeven.
Agenda 2000 moest dienen tot verdieping van de Europese integratie en tot voorbereiding van de
EU voor uitbreiding naar het oosten. Niet alle beslissingen zo voldoende toekomstgericht. Er
zijn goede compromissen gesloten over reserves voor de financiering van de uitbreiding, maar de
landbouwhervorming is tekort geschoten. Rühle prijst het Duitse voorzitterschap om de grote inzet
die het aan de dag heeft gelegd om tot een oplossing te komen voor het conflict in Kosovo.
Nu gaat het om de wederopbouw waaraan het EP zal moeten bijdragen, bijv. om de instellingen
en de democratische structuren daar te versterken.
Sylvia-Yvonne Kaufmann (D, EUL-NGL) spreekt van magere resultaten van de Top van Berlijn. De
crisis met de euro is niet eens op de agenda gezet. Er zijn geen besluiten genomen over de
beperking van internationale geldspeculaties of over belastingoases en dumping. Kaufmann hekelt
de brute blokkade van de autorichtlijn om een Duitse autofabrikant ter wille te zijn. Ook de
benoeming van Hombach heeft bij veel lidstaten wrevel gewekt. Het werkgelegenheidspact is de
naam niet waardig: er moeten controleerbare en verplichte streefcijfers komen. De sociale
samenhang in de EU wordt op het spel gezet doordat loonmatiging wordt verlengd en de sociale
zekerheid wordt ondergraven. Tot slot verzet Kaufmann zich tegen het feit dat oorlog weer een
middel van politiek voeren is geworden.
Hans BLOKLAND (NL, UENS) merkt op dat de landbouwsector wel hervormd wordt, maar dat de
uitbreidingsmogelijkheden niet groter zijn geworden. Het Duitse voorzitterschap is gekenmerkt door
de snelle voordracht van Prodi en door het conflict in Kosovo. De snelle voordracht is
prijzenswaardig, al vindt Blokland dat de echte start van de nieuwe Commissie wel heel erg lang
op zich laat wachten. Voor beëindiging van het conflict in Kosovo heeft bondskanselier Schröder
zich verdienstelijk gemaakt, hoewel het werk van de VS en de Finse president Ahtisaari niet
vergeten mag worden. Opnieuw is gebleken hoe lastig een gemeenschappelijk Europees
buitenlands beleid is. Zorgelijk vindt Blokland hoe Duitsland is omgegaan met de richtlijn over de
verwerking van autowrakken. Juist van een rood-groene coalitie had hier voortvarendheid in plaats
van obstructie verwacht mogen worden. Blokland laakt ook de onderonsjes van de grote landen,
zoals bij de benoemingen op hoge politieke ambten.
Verkiezing quaestoren
Het EP heeft vijf quaestoren gekozen. Voor deze ambten waren er zes kandidaten.
In de eerste stemronde behalen drie kandidaten de vereiste meerderheid: Mary Banotti (IRL, EVP,
476 stemmen), Godelieve Quisthoudt-Rowohl (D, EVP, 443 stemmen) en Daniel Ducarme (B, ELD,
400 stemmen). De overige drie kandidaten behalen geen meerderheid : Nelly Maes (B, Groen/VEA,
239 stemmen), Jacques Poos (L, PES, 208 stemmen) en Richard Balfe (VK, PES, 157 stemmen).
In de tweede stemronde behalen twee van de drie resterende kandidaten de vereiste meerderheid:
Jacques Poos (L, PES, 309 stemmen) en Richard Balfe (VK, PES, 284 stemmen). Nelly Maes
(V,Groen/VEA) behaalt 233 stemmen en is dus niet verkozen. In de tweede stemronde was een
meerderheid van 275 stemmen vereist.
Namens de Groenen zegt Heidi Hautala (FIN, GROEN/VEA) zeer teleurgesteld te zijn dat hun
kandidaat niet is verkozen. Zij vindt dat vooral de Sociaal-democraten schuld treft en vraagt hen
eens goed na te denken over het resultaat van hun optreden.
Aantal en omvang parlementscommissies
Het EP heeft besloten tot de instelling van 17 parlementscommissies:
I Commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappelijke veiligheid en
defensiebeleid: 65 leden
I II Begrotingscommissie: 45 leden
III Commissie begrotingscontrole: 21 leden
IV Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken: 43 leden
V Economische en Monetaire Commissie: 45 leden
VI Commissie juridische zaken en interne markt: 35 leden
VII Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie: 60 leden
VIII Commissie werkgelegenheid en sociale zaken : 55 leden
IX Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbeleid : 60 leden
X Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling : 38 leden
XI Commissie visserij : 20 leden
XII Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme : 59 leden
XIII Commissie cultuur, jeugd, onderwijs, media en sport : 35 leden
XIV Commissie ontwikkelingssamenwerking : 34 leden
XV Commissie constitutionele zaken : 30 leden
XVI Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen : 40 leden
XVII Commissie verzoekschriften : 30 leden
Presentatie beoogde nieuwe Europese Commissie
Commissievoorzitter Romano Prodi presenteert het team commissarissen dat hij heeft samengesteld
en dat hij omschrijft als van een uitstekende kwaliteit. Het is evenwichtig en het resultaat van
constructieve besprekingen met de regeringsleiders. Deze hebben volledig de nieuwe bevoegdheden
gerespecteerd die de Commissievoorzitter met het Verdrag van Amsterdam heeft gekregen.
Ieder lid van het team heeft zijn sporen verdiend. Bijna allen zijn parlementslid geweest, driekwart
is minister geweest. Velen hebben leiding gegeven aan een politieke partij en anderen hebben veel
ervaring op diplomatiek, juridisch, economisch of zakelijk terrein. Het is Prodi bovendien gelukt om
in ieder geval niet minder vrouwen dan in het vorige college te krijgen. En deze Commissie zal zich
zeer inspannen om de gelijke kansen tussen mannen en vrouwen in alle politieke sectoren te
bevorderen.
Het nieuwe team vertegenwoordigt bovendien een goed evenwicht tussen de politieke samenstelling
van de nationale regeringen en de samenstelling van het Europees Parlement. Maar Prodi wil tegelijk
duidelijk maken dat de Commissie niet volgens een partijensysteem werkt. Het is een college en de
commissarissen zijn niet het verlengstuk van politieke partijen of vertegenwoordigers van nationale
regeringen.
Tijdens een eerste informele bijeenkomst zijn de kandidaat-commissarissen al enkele duidelijke
basisprincipes overeengekomen. Iedere commissaris zal bij het vervullen van zijn taken ten allen
tijde het Europees belang in het oog houden. Mocht Prodi niet tevreden zijn, dan zal hij niet aarzelen
zijn bevoegdheden te gebruiken en desnoods portefeuilles herverdelen of een commissaris vragen
zijn of haar ontslag te nemen.
Iedere commissaris heeft Prodi ook persoonlijk de garantie gegeven dat hij of zij zal aftreden als hij
daarom vraagt. Verder zal de Commissie meteen al een nieuwe gedragscode formeel aannemen.
De Commissie zal hervormd moeten worden. De Europese instellingen zijn niet meer berekend op
de zeer verschillende taken die ze hebben gekregen. De Commissie zal gemoderniseerd moeten
worden. De organisatorische structuur van de Commissie is in veertig jaar onveranderd gebleven.
Dat zal echter een proces van lange adem zijn.
De administratie van de Commissie wordt vereenvoudigd en gerationaliseerd. De commissarissen
krijgen hun kantoren in dezelfde gebouwen als hun diensten. De kabinetten van de commissarissen
worden kleiner en internationaler. De chef of de plaatsvervangend chef van het kabinet moet van
een andere nationaliteit zijn dan de commissaris en ieder kabinet moet ten minste drie nationaliteiten
tellen. De benoemingen van hoge ambtenaren worden aan strengere en duidelijkere regels
onderworpen. Hoge ambtenaren zullen vaker van post moeten wisselen. De diensten krijgen korte
benamingen in plaats van nummers. Een nieuwe dienst "media en communicatie" wordt opgezet om
het beleid van de Commissie duidelijker bij de Europese burger naar voren te brengen.
En er komen meer veranderingen. Het comité van wijzen zal zijn tweede rapport in september
presenteren. De Commissie zal dat nauwlettend bestuderen, omdat het hopelijk nuttig kan zijn voor
de hervorming. De nieuwe vice-voorzitter belast met de hervorming zal begin volgend jaar een
gedetailleerd hervormingsprogramma voorleggen. Over dit alles zal uitgebreid met het Parlement
gesproken moeten worden. Prodi stelt zich ten doel de Commissie te veranderen in een bestuur van
wereldniveau dat leiding geeft door het goede voorbeeld te geven. Het wachtwoord zal steeds zijn
transparantie, verantwoording en efficiëntie.
Het doel van de Commissie zal zijn het vertrouwen van de burger te herwinnen, door zich met name
te richten op werkgelegenheid, groei en duurzame ontwikkeling. Er moet een evenwicht zijn tussen
rijkdom, sociale rechtvaardigheid en levenskwaliteit.
Als voorbeelden noemt Prodi de instelling van een onafhankelijk Europees agentschap voor
levensmiddelen en geneesmiddelen, het oplossen van de toenemende groei van het luchtverkeer
en het gebrek aan coördinatie van de luchtverkeersleidingen, en het aanpakken van het
dopingprobleem in de sport.
Burgers zijn niet tegen Europa maar ze krijgen er steeds minder belangstelling voor door de
onophoudelijke en onbegrijpelijke ruzies over de vraag wie wat moet doen. Het gaat er niet om wie
de problemen oplost, maar dat ze worden opgelost.
Wat betreft Kosovo, begint Prodi te vrezen dat het vermogen om oorlog te voeren groter is dan het
vermogen om de wederopbouw te coördineren. Er is meer dan genoeg tijd heengegaan met
diplomatieke ruzies. Het gaat nu om de echt belangrijke taken, namelijk het herstel van de huizen
en van verwoeste gemeenschappen. De Balkan moet een duidelijke politieke en economische
toekomst krijgen. Alleen de EU kan dat doen. Deze moet de verschillende partijen ertoe brengen
samen te werken, allereerst onderling en allereerst op het punt van dagelijks kwesties. Dan kunnen
douane-unies worden gevormd, gemeenschappelijke instellingen worden opgezet.
Prodi waarschuwt echter voor het risico dat de Europese bijdrage verzandt in een complex van
elkaar beconcurrerende structuren: de missie van de VN voor Kosovo, het stabiliteitspact, het
Royaumont-proces, het bureau van de Hoge Vertegenwoordiger in Bosnië, de speciale afgezant in
Joegoslavië.
De belangrijke Europese financiële bijdrage mag niet aan de bureaucratie opgaan. Daarom heeft
de Commissie geweigerd het budget dat bestemd was voor het wederopbouwprogramma OBNOVA
(zo'n 45 miljoen euro) te besteden aan de salarissen van de mensen die voor de Hoge
Vertegenwoordiger in Bosnië werken. Vermeden moet ook worden dat mensen in Brussel dingen
doen die beter in Thessaloniki gedaan kunnen worden en dat mensen in Thessaloniki dingen doen
die beter in Pristina gedaan kunnen worden.
De komende IGC is voor Prodi van het grootste belang en mag niet tot een klein aantal doelen
beperkt blijven. Om de uitbreiding te doen slagen is een algehele herziening van de Europese
instellingen nodig. Daarom wil Prodi een kleine werkgroep op hoog niveau in het leven roepen om
de komende drie maanden verslag uit te brengen over de kwesties die bij de IGC aan de orde
moeten komen. Hoewel de meeste politieke leiders in de EU nu negatief zijn, wil hij in ieder geval
de opties op tafel leggen. Prodi zou het een historische vergissing vinden als de EU in Helsinki aan
een beperkte IGC begint, alleen maar uit collectieve angst om de waarheid van de toekomstige
uitbreiding onder ogen te zien. En het Parlement moet volledig kunnen deelnemen aan de
voorbereidingen voor Helsinki.
De Commissie heeft een moeilijke periode achter de rug, maar volgens Prodi moet nu een punt
achter het verleden worden gezet. De bevolking van Europa is er niet bij gebaat als de Europese
instellingen in een permanente patstelling komen. Er is een nieuw Parlement, er is een nieuwe
Commissie. Nu bestaat de kans voor een nieuw begin. De Commissie en het Parlement zijn de twee
enige instellingen met een waarlijk Europese roeping. Er moet een sterk, natuurlijk verbond tussen
hen bestaan. De Commissie heeft ernstig te lijden gehad van de recente gebeurtenissen. Maar dat
geldt ook voor het Parlement, zoals ook blijkt uit de lage opkomst bij de verkiezingen. Nu moet het
wederzijdse vertrouwen tussen de twee instellingen hersteld worden.
Prodi hoopt dat het nieuwe college in september zonder voorbehoud de steun krijgt van het EP -
geen carte blanche voor de toekomst. Het parlement is de uiteindelijke beoordelaar van de resultaten
die de Commissie boekt.
Fractiewoordvoerders
Hans-Gert Poettering (D, EVP) vindt Prodi's opmerking dat de Commissie evenwichtig is
samengesteld, nergens op gebaseerd. Het politieke evenwicht ontbreekt en als Prodi dat toch blijft
volhouden, bemoeilijkt hij de goedkeuring van deze Commissie, ook al kan die goede kwaliteiten
hebben. Poettering zou wel eens willen weten wat Prodi's criteria voor evenwichtigheid zijn. Prodi
heeft een dictaat gekregen van bondskanselier Schröder. Poettering wijst erop dat Groot-Brittannië,
Italië, Spanje en Frankrijk wel iemand van de oppositie als commissaris hebben voorgedragen. Het
is niet in de haak dat Duitsland dat niet heeft gedaan. Afgezien van het feit dat het rapport van de
wijzen voor de hoorzittingen gereed moet zijn, wil Poettering ook dat de hoorzittingen drie en niet
anderhalf uur duren en dat de periode waarover de hoorzittingen gehouden worden, wordt verlengd.
De EVP zal de hoorzittingen oprecht, zonder vooroordelen en zonder iemand te discrimineren
houden. Tot slot stemt Poettering in met het gebruik door Prodi van het woord regering voor de
Commissie. Daarbij hoort ook parlementaire goedkeuring. Als het EP geen meerderheid kan geven
aan één persoon, zal Prodi dan van zijn team verlangen dat het votum van het EP wordt
uitgevoerd?
Enrique Barón Crespo (S, PES) wil erop wijzen dat het debat in Straatsburg en niet in Berlijn
plaatsvindt. Er spelen momenteel tal van dringende kwesties, zoals de crisis in Kosovo, die alleen
aangepakt kunnen worden als de komende maanden een nieuwe Commissie wordt goedgekeurd.
Ook Barón vindt dat Prodi met het woord regering een wezenlijke verklaring heeft afgelegd, die meer
democratie nodig maakt. Er moeten hervormingen komen. Men kan wel DG's gaan verminderen en
dergelijke, maar het eigenlijke werk van de Commissie zoals vastgelegd in het Verdrag mag niet
onderworpen worden aan het rapport van de wijzen. Een rapport is goed, maar dat is niet hetzelfde
als verdragsbepalingen.
Op de hoorzittingen moeten de commissarissen beoordeeld worden op hun capaciteiten en hun
politieke oriëntering jegens Europa. Het mag niet ontaarden in een kermis waarbij het EP bepaalt
welke en hoeveel commissarissen er uit de bus komen. De PES wil zich verantwoordelijk opstellen,
maar hoeft zich niet de wet te laten stellen door mensen van buiten. Barón heeft met aandacht
geluisterd naar Prodi's woorden over de individuele verantwoordelijkheid van commissarissen. Maar
de PES wil niet dezelfde dreigementen uiten als sommige andere fracties en wil de Commissie niet
tot gijzelaar maken.
Pat Cox (IRL, ELD) zal de commissarissen niet beoordelen op hun voorkeur voor een bepaalde partij
of fractie in het EP. Het voorstel van EP-voorzitter Fontaine om kennis te nemen van het oordeel van
de wijzen over de interne werking van de Commissie, is nuttig. Eventueel kan het comité gevraagd
worden wat sneller te werken, maar het werk van het EP mag daar niet door vertraagd worden. De
Commissie heeft in maart ontslag genomen en het is niet uit te leggen dat de romp er een half jaar
later nog zit.
Met de hoorzittingen zullen de commissarissen getest worden op hun ideeën over Europa, hun
capaciteiten en hun geschiktheid om een bepaalde portefeuille te beheren. En ook op hun bereidheid
om persoonlijke verantwoordelijkheid jegens de burgers van Europa te aanvaarden, dus jegens het
EP en niet alleen jegens de Commissievoorzitter. Hoewel Cox waardering heeft voor Prodi's
inspanningen, heeft het EP nu geleerd dat het beter is aan het begin streng te zijn dan aan het eind.
Als tijdens de hoorzittingen iets belangrijks en van publieke zorg naar voren komt, dan heeft het EP
de plicht voor Europa in actie te komen. Als zulke problemen zich voordoen, vraagt Cox aan Prodi
om ze niet in een crisis te laten verworden. Als er al moeilijke debatten gevoerd moeten worden, dan
wil de ELD ze liever in september hebben, zodat er niet een soort guerrilla ontstaat. Laten we de
zaken in een vroeg stadium aanpakken en ze goed aanpakken.
Paul Lannoye (B, Groen/VEA) heeft het over een dubbele uitdaging voor de nieuwe Commissie. Het
vertrouwen tegenover de burger en de instellingen moet worden hersteld. Dit veronderstelt
transparantie en een goed beheer. De door Prodi samengestelde ploeg stemt hem vrij positief, maar
het is nu wachten op het tweede verslag van het Comité van Wijzen. Een tweede uitdaging zijn de
lessen die uit Kosovo en de dioxinecrisis moeten worden getrokken.
Veel nadruk legt Lannoye op het belang van de nieuwe onderhandelingen in het kader van de
Wereldhandelsorganisatie. Ook daar is de behoefte aan transparantie groot. Over het
onderhandelingsmandaat van de Commissie heeft in het EP noch in de nationale parlementen
overleg plaatsgevonden. De WTO is zeer omstreden wanneer het over het Europese beleid gaat.
Als voorbeelden geeft Lannoye het bananenconflict en de hormonen in rundvlees. Al te vaak legt de
WTO haar wil op aan Europa, ook wat milieu en volksgezondheid betreft. Van de Europese
Commissie verwacht hij snel een duidelijk standpunt, nog vóór de onderhandelingen van start gaan.
Een extra reden daarvoor zijn de dioxinecrisis en de problematiek van de voedselveiligheid, die ook
rechtstreeks met het functioneren van de WTO te maken hebben. Tot slot vindt Lannoye dat de
transparantie bij politieke besluiten nog veel te wensen overlaat. Prodi moet dus met ambitieuze
initiatieven komen.
Fausto Bertinotti (I, EUL/NGL) kondigt aan dat zijn fractie de nieuwe Commissie zal beoordelen op
grond van de hoorzittingen en haar werkprogramma. In elk geval opteert hij voor een constructieve
aanpak; hij wil niet vooruitlopen op het resultaat. Van doorslaggevend belang is het verband tussen
de Commissie en haar programma. Wat Kosovo en de IGC betreft, gaat de Commissie-Prodi nu al
te ver. In Kosovo moeten wederopbouw en verzoening centraal staan. Europa moet een nieuwe
autonomie verwerven. Volgens Bertinotti staat Prodi niet genoeg stil bij de kloof tussen de
instellingen en de dagelijkse problemen van de bevolking die het gebrek aan vertrouwen van de
burger verklaart. Twee belangrijke tests voor de nieuwe Commissie zijn de onderhandelingen binnen
de Wereldhandelsorganisatie en het stabiliteitspact.
Jean Saint-Josse (F, EDD) vraagt zich af waar de door Prodi aangekondigde revolutie blijft en wijst
erop dat Prodi ondanks de bevindingen van het Comité van Wijzen vier commissarissen van de
demissionaire Commissie handhaaft. Hij waarschuwt ervoor dat het EP zeer nauwlettend zal toezien
en niet gewoon als opnamestudio zal fungeren. Een herhaling van het recente verleden is uit den
boze, want dat keert de burgers van Europa af. Saint-Josse staat open voor een dialoog, maar zal
de Commissie op haar daden beoordelen. Alle commissarissen dienen de principes van subsidiariteit
en transparantie te eerbiedigen.
Nogmaals Commissievoorzitter Prodi
Prodi benadrukt dat de huidige crisis zeer diep is en beseft dat het gemakkelijk is beloften te doen,
maar moeilijker om ze te verwezenlijken. Het verkiezingslogo van zijn partij was een ezel. Volgens
Da Vinci sterft een ezel nog liever van dorst dan vuil water te drinken. Dit beeld past goed bij de
huidige politieke situatie, aldus Prodi. Er moet ook systematisch worden teruggevallen op het
Verdrag van Amsterdam; zelf heeft hij van alle hem toegekende bevoegdheden gebruik gemaakt.
Hij vraagt het EP ook oog te hebben voor de reeds geboekte vooruitgang.
De hoorzittingen zijn evenals het verslag van de Wijzen van groot belang. Zij moeten over de
programma's van de commissarissen gaan en beperkt blijven tot een diepgaande en politiek serene
analyse van hetgeen de commissarissen willen realiseren. De bestaande problemen
mogen niet op de spits worden gedreven. Prodi onderstreept dat hij aan alle commissarissen hun
erewoord heeft gevraagd, ook wat individueel ontslag betreft. De voorgestelde Commissie is echter
ook een organisch geheel. Het verslag van de Wijzen is voor de nieuwe Commissie een hulpmiddel,
maar de verantwoordelijkheid voor de toekomst ligt bij de Commissie zelf.
Tot slot houdt Prodi een pleidooi voor een evenwicht tussen vrije handel en de bescherming van
belangrijke zaken als de volksgezondheid.
Verklaring Fins voorzitterschap EU
Finland neemt het voorzitterschap over, zegt minister van Buitenlandse Zaken Tarja Halonen, tijdens
een tijd van verandering. Ze noemt de invoering van de EMU begin dit jaar, de inwerkingtreding van
het Verdrag van Amsterdam in mei, de aanstaande uitbreiding en daardoor noodzakelijke hervorming
van de EU, en de crisis in Kosovo.
Al deze taken kunnen alleen met succes worden vervuld als Raad, Commissie en Parlement nauw
samenwerken met de actieve steun van het publiek.
Het Finse voorzitterschap zal de buitenlandse activiteiten van de EU verder trachten te ontwikkelen,
met speciale nadruk voor stabiliteit in de westelijke Balkan. De EU moet ook stabiliteit in de
wereldeconomie stimuleren en wat dat betreft zijn de komende WTO-onderhandelingen van belang.
Ook moeten de betrekkingen met Rusland op lange-termijnbasis worden ontwikkeld.
De uitbreiding van de EU is essentieel voor de stabiliteit van Europa en een van de prioriteiten van
het Finse voorzitterschap. Daartoe zal de besluitvorming efficiënter gemaakt moeten worden. En om
het vertrouwen van de burgers te versterken moet de EU op transparante en verantwoordelijke wijze
opereren. Misstanden dienen bovendien ogenblikkelijk te worden rechtgezet. Finland hecht grote
waarde aan een beter toezicht op het gebruik van de Europese middelen.
In verband met het doodvonnis dat over de Koerdenleider Öcalan is geveld, verklaart Halonen dat
Turkije belangstelling heeft getoond voor het lidmaatschap van de EU, maar dat afschaffing van de
doodstraf een gemeenschappelijk kenmerk is van de EU-lidstaten.
Finland zal zich inzetten voor een stabiele, concurrerende economie die werkgelegenheid schept,
voor de bevordering van de kennismaatschappij en voor sociale en ecologische
verantwoordelijkheid. In Tampere wordt een bijzondere top gehouden over een ruimte van vrijheid,
veiligheid en rechtvaardigheid.
Fractiewoordvoerders
Marjo Matikainen-Kallström (FIN, EVP) prijst het dat een open en sterk Europa het doel is van het
Finse voorzitterschap. En het is goed dat Finland is begonnen met concrete voorstellen. Matikainen
noemt onder meer de strijd tegen de misdaad, waarvoor een sterker instrumentarium
nodig is, en crisispreventie, waarvoor in de toekomst niet-militaire oplossingen aangedragen moeten
kunnen worden. Er moet nu snel werk worden gemaakt van de economische, sociale en politieke
wederopbouw van de Balkan. Finland staat daar voor een zware taak. De hulpgelden moeten echt
daar naar toe waar ze nodig zijn. Daarnaast moet voorkomen worden dat een bottleneck ontstaat
voor de uitbreiding doordat Europa zelf gebrekkig functioneert. De interne markt moet dus goed
werken, de interne veiligheid moet gegarandeerd zijn. Op de Top van Tampere wordt gepraat over
asiel- en vluchtelingenbeleid en over de strijd tegen georganiseerde misdaad. Daarvoor zijn concrete
maatregelen nodig.
Riitta Myller (FIN, PES) wijst er eveneens op dat een nieuwe periode aanbreekt op het moment dat
Finland het voorzitterschap overneemt. Er is een nieuwe Commissie en er is een nieuw EP. De
instellingen moeten hervormd worden. Het EP verlangt een statuut voor zijn leden. Een nieuw
verdrag moet de uitbreiding mogelijk maken, maar dat kan nog een probleem worden. Rechts
probeert nu de aanstelling van de Commissie te vertragen. Zo wordt het Finse voorzitterschap
natuurlijk geen succes.
Astrid Thors (FIN, ELD) vindt het Finse programma simpel maar doeltreffend. Een sterk en open
Europa is heel goed; er mag geen Europa zijn waar een paar sterke mannen de dienst uitmaken.
Europa moet sterk staan, één wil tonen en met één stem spreken. Dat is ook van belang voor de
buurregio's. Stabiliteit daar is ook van belang om nieuwe vluchtelingenstromen te voorkomen. Wat
dat betreft, had het Finse programma wel wat ambitieuzer gemogen.
Heidi Hautala (FIN, Groen/VEA) belooft dat dat Groenen/VEA hun uiterste best zullen doen om met
het voorzitterschap samen te werken en zich zo zakelijk mogelijk op te stellen. Hautala wil echter
verder gaan met de versterking van het buitenlands beleid dan Halonen aangeeft. Er moet gewerkt
worden aan conflictbeheer en preventie. Ze wijst op het rapport over de oprichting van niet-militaire
troepen, dat in Keulen onbesproken is gebleven. Ze wijst ook op de komende WTO-
onderhandelingen, die in een open geest voorbereid moeten worden. Finland heeft nu de kans om
de EU te ontwikkelen in een socialere en milieubewustere richting. Wellicht wordt eindelijk de
energierichtlijn aangenomen, die al zeven jaar op zich laat wachten. Ook moeten de lasten op arbeid
omlaag, zodat nieuwe banen geschapen kunnen worden. Het resultaat van Tampere mag niet zijn
dat de politie simpelweg meer macht krijgt. De rechten van de burgers moeten worden versterkt, ook
van burgers uit derde landen.
Jens-Peter Bonde (DK, UENS) ziet met schrik dat bij nog meer meerderheidsbesluiten de democratie
in de lidstaten nog verder afneemt. Want de Raad beslist niet zelden met geheime onderonsjes en
comiteetjes in Brussel. In het komende Verdrag van Parijs heeft Bonde geen vertrouwen. De macht
van de burgers vloeit steeds meer naar de Commissie en de Raad. Het vetorecht van de lidstaten
moet door het EP worden overgenomen, want de democratische controle mag niet verloren gaan.
De Commissie
Een uitvoerig commentaar op het programma van het Finse voorzitterschap vindt commissaris Franz
Fischler veeleer de taak van de nieuwe Commissie. Hij wil het vooral hebben over de wederopbouw
van Kosovo en het proces van Öcalan.
Van meet af aan heeft de EU voor een vreedzame oplossing van het conflict in Kosovo geijverd: de
EU is de grootste donor van humanitaire hulp en financiële steun aan de landen die vluchtelingen
hebben gehuisvest. De gezant van de Commissie is inmiddels aan de slag gegaan in Pristina. De
humanitaire bijstand is begroot op 378 miljoen euro, met het accent op levensmiddelen, medicijnen,
huisvesting en sanitaire installaties. Een deel daarvan zal uit de reserve komen. Verder zal macro-
economische hulp worden verleend aan Albanië en de overige landen die de lasten van de crisis in
Kosovo dragen. Prioriteit wordt verleend aan materiaal voor de wederopbouw van gebouwen en
woningen en aan een herstelprogramma voor plattelandsgebieden. Fischler hoopt dat nog vóór het
einde van deze maand 45 miljoen euro kan
worden vrijgemaakt.
Op de triloog van 2 juli is besloten dat nog 92 miljoen euro nodig zal zijn. In september zal de
Commissie een voorstel indienen voor een gewijzigde en aanvullende begroting om aan dit bedrag
te komen. De twee takken van de begrotingsautoriteit (Parlement en Raad) zullen het voorstel in één
lezing behandelen.
Het Agentschap voor de wederopbouw was een voorstel van de Commissie. De Europese Raad had
de Commissie gevraagd in juni met een concreet voorstel te komen op basis van haar ervaringen
in Bosnië. De Commissie opteerde voor Pristina als locatie, maar de informele bijeenkomst van
staatshoofden en regeringsleiders in Rio sprak zich uit voor Thessaloniki.
Fischler vindt dat het gros van de activiteiten in Pristina moet worden geconcentreerd. De
slagvaardigheid van de operatie mag immers niet in het gedrang komen. Een mogelijk compromis
zou erin bestaan een deel van het administratieve personeel in Thessaloniki te plaatsen. Vorige
maandag heeft de Raad definitief besloten het agentschap in Thessaloniki te vestigen. Het
definitieve standpunt zal de nieuwe Commissie bepalen. Sinds 1 juli heeft de Commissie reeds een
task force van 20 ambtenaren naar Pristina gestuurd voor de uitvoering van het
wederopbouwprogramma. Op 28 juli vindt in Brussel een eerste donorenconferentie plaats voor de
dringendste behoeften tot het einde van het jaar. Een tweede conferentie is voor oktober gepland.
In verband met het doodvonnis voor Öcalan benadrukt Fischler dat de Commissie het fundamenteel
oneens is met de doodstraf. De Turkse autoriteiten is gevraagd daar rekening mee te houden. Sinds
1984 is de doodstraf in Turkije niet meer uitgevoerd. Als lid van de Raad van Europa dient Turkije
de aangegane verplichtingen na te komen, anders zouden de betrekkingen tussen de EU en Turkije
daar enorm onder te lijden hebben. De recentste veranderingen in de Turkse wetgeving bieden
echter perspectieven.
Overige sprekers
Bas BELDER (NL, EDD) ziet voor het Finse voorzitterschap een zware taak weggelegd, vooral wat
de wederopbouw in Kosovo betreft. De consolidatie van de vrede in Kosovo vereist een optimale
samenwerking tussen de internationale organisaties en met name tussen de VN, de EU en de OVSE.
Zonder internationale coördinatie komt er een institutionele chaos, en Belder is tegen een wildgroei
van EU-instanties voor de wederopbouw van Kosovo. Van groot belang is dat rivaliserende
Kosovaarse partijen ertoe worden aangespoord tot een vergelijk te komen. Eigen EU-initiatieven zijn
nodig en werken stimulerend. Het streven naar goede nabuurschap in de regio beschouwt Belder
als een voluit christelijke opdracht.
Een parlement moet pleiten voor rechtvaardige vrede en verzoening in de regio en met name in
Kosovo, aldus Arie OOSTLANDER (NL, EVP). De democratische rechtsstaat moet centraal staan.
Daarvan zijn immers de veiligheid van de burger en de ontwikkeling van de economie afhankelijk.
Veiligheid betekent vooral veiligheid voor degenen die terugkeren. Oostlander vraagt aandacht voor
de nog 2000 of meer Kosovaarse gevangenen die door de Servische troepen op hun terugtocht
zouden zijn meegenomen. Aan het internationale tribunaal in Den
Haag moet alle medewerking worden verleend, niet in het geval van Kosovo, maar ook van om
Bosnië, waar Karadzic en Mladic nog steeds op vrije voeten zijn. De diverse partijen in Kosovo
moeten kunnen deelnemen aan het bestuur. Het is dan ook wenselijk dat er iemand als Rugova in
Kosovo is.
Het stabiliteitspact is van groot belang voor de hele regio, vervolgt Oostlander. Zelf heeft de EU geen
schade van de oorlog ondervonden. Een financiële compensatie is dus wenselijk, maar er moeten
ook economische openingen worden gemaakt en de EU moet een ruimhartige houding innemen.
Verder komt het erop aan de burgersamenleving te ontwikkelen. Een democratie kan immers pas
groeien als ze bij de bevolking leeft.
De toekomst van Kosovo ziet Jan Marinus WIERSMA (NL, PES) als een van de belangrijkste taken
van het Finse voorzitterschap. De EU is aan zet voor de wederopbouw van Kosovo, die
snel en efficiënt moet gebeuren, in samenwerking met de OVSE en de VN. Daarbij moet lering
worden getrokken uit de ervaringen in Bosnië. De activiteiten moeten vanuit Pristina worden geleid,
terwijl de administratie voor het stabiliteitspact in Thessaloniki kan worden ondergebracht. Belangrijk
is dat een en ander niet ten koste gaat van andere hulpprogramma's. De Unie moet dus extra
middelen uit andere bronnen vinden. Het akkoord over Kosovo moet nader worden uitgewerkt,
hetgeen veiligheid vereist. Daarom is het zaak snel te demilitariseren met medewerking van alle
partijen. Een eventuele wijziging van grenzen kan alleen op vreedzame, politieke wijze. Wiersma
pleit er verder voor Milosevic zo snel mogelijk naar Den Haag te brengen en steun aan de
democratische oppositie te verlenen. De landen in de regio moeten een belangrijke rol toebedeeld
krijgen bij de invulling van het stabiliteitspact. Een eerlijk en open debat met deze landen is van
belang om nieuwe frustraties te vermijden.
Het Finse voorzitterschap heeft een speciale top over de asielproblematiek in het vooruitzicht
gesteld, merkt Hanja MAIJ-WEGGEN (NL, EVP) op. Zij preciseert dat al jaren op een goed Europees
asielbeleid wordt aangedrongen. Dit houdt in dat de wetgeving beter onderling wordt afgestemd en
dat de lasten beter over de lidstaten worden verdeeld. In verband met een transparant en fraudevrij
Europa wijst Maij-Weggen op de wet openbaarheid van bestuur in Nederland. Finland kent een
soortgelijke traditie en kan daar wellicht op voortbouwen tijdens zijn voorzitterschap.
De aandacht van het Finse voorzitterschap voor de belastingproblematiek vindt Maij-Weggen
interessant, vooral nu een Nederlandse commissaris daarvoor bevoegd zal zijn. Zij hoopt op een
initiatief van het Finse voorzitterschap voor de gelijke behandeling van mannen en vrouwen op
het gebied van de inkomstenbelasting, iets waar het EP al tien jaar om vraagt. Wat de
mensenrechten betreft, hoopt zij dat het Finse voorzitterschap voldoende aandacht zal besteden aan
de situatie in Birma.
Nogmaals de Raad
Voor de vestiging van het Agentschap voor de wederopbouw is de keuze op Thessaloniki gevallen
omwille van de ligging, repliceert Halonen. Operationeel zal het accent in Pristina liggen. Wel
onderstreept zij dat de verantwoordelijkheid ondanks alle hulp in eerste instantie bij de mensen ter
plaatse ligt. Om van Servië opnieuw een democratie te maken, is de vrijheid van meningsuiting een
eerste vereiste. Halonen benadrukt dat Finland geen lid van de NAVO is,
maar wel deelneemt aan de vredesoperatie met 800 soldaten.
De uitbreiding van de Unie beschouwt zij als een gigantische uitdaging voor het Finse
voorzitterschap. Het tijdschema is krap, maar moet een succes worden via de vernieuwing van de
instellingen, zodat de Unie kan blijven functioneren met meer lidstaten.
Verklaring van Raad en Commissie over de dioxinecrisis
De Raad
De dioxinecrisis heeft de geloofwaardigheid van het productiesysteem ondermijnd, aldus Kalevi
Hemilä, de Finse minister van Landbouw. Terecht heeft de publieke opinie krachtig gereageerd. De
consument verwacht snelle en efficiënte actie om de stabiliteit op de levensmiddelenmarkt te
herstellen. De dioxinecrisis heeft ook zeer ernstige economische gevolgen. Hemilä wijst erop dat de
EU-wetgeving op veterinair gebied nu al tot de strengste ter wereld behoort. Door een aantal derde
landen wordt ze zelfs als te verregaand ervaren, wat binnen de WTO herhaaldelijk tot uiting komt.
De Raad hanteert steevast twee criteria: de bescherming van de gezondheid van de burgers en
gebruikmaking van het recentste en beste wetenschappelijke bewijsmateriaal. Een voorbeeld
daarvan is het recente besluit om groeibevorderende antibiotica in de veeteelt te verbieden.
De Raad is op de hoogte van het onderzoek dat in België loopt, vervolgt Hemilä. De verontreiniging
met dioxines toont aan dat de bestaande maatregelen ontoereikend zijn. De Europese wetgeving
moet dus worden verbeterd en het preventiebeginsel moet hoog in het vaandel worden gedragen.
Voor haar snelle en efficiënte optreden verdient de Europese Commissie lof.
De Raad zelf heeft de crisis van zeer nabij gevolgd. Begin juni zijn besluiten genomen voor een
beleidsaanpak. Daarmee wordt vooral gestreefd naar een snelle en grondige screening en zo nodig
aanpassing van de wetgeving. De lidstaten dienen via voldoende controles te verzekeren dat de
wetgeving nageleefd wordt. Verbetering van de bestaande systemen voor snelle waarschuwing kan
nodig blijken. Tegen het einde van dit jaar wil de Raad deze operatie rond hebben.
Vorige maandag heeft de Raad zijn besluiten van juni bevestigd en vastgesteld dat zowel bij de
lidstaten als bij de Commissie de politieke wil bestaat om de maatregelen volledig en snel uit te
voeren. Hemilä vestigt er de aandacht op dat de komende Commissievoorstellen onder de
medebeslissingsprocedure vallen en hoopt dan ook op de medewerking van het EP om het
tijdschema te kunnen aanhouden.
De Commissie
Pas op 27 mei werd de Commissie door de Belgische autoriteiten geïnformeerd over de dioxinecrisis,
benadrukt commissaris Franz Fischler. De Commissie heeft prompt maatregelen genomen voor de
pluimveesector en pluimveeproducten van Belgische oorsprong. Die zijn daarna uitgebreid tot de
rundvleessector, de varkenssector en afgeleide producten zoals melk. Inmiddels zijn de maatregelen
voor melk en zuivelproducten door het Permanent Veterinair Comité opgeheven. Het onderzoek naar
de oorzaak loopt nog steeds bij het parket in Gent. De crisis heeft ook veel economische schade
aangericht; er is dan ook een verordening goedgekeurd om de export op peil te houden, bijvoorbeeld
door verlengde opslag. De Commissie werkt verder aan een strengere levensmiddelen- en
diervoederwetgeving.
Wat het levensmiddelenrecht betreft, is de consolidatie van de teksten nagenoeg rond. Fischler
benadrukt de noodzaak van vereenvoudiging en grotere transparantie van de wetgeving. Ook de
transparantie voor de consument moet worden verbeterd. Op het gebied van de wetgeving voor
diervoeders wil Fischler onder meer de lijst van verboden uitgangsproducten uitbreiden en maxima
vaststellen voor dioxines. Verder wil hij een rechtsgrondslag voor een beschermingsclausule in de
hele Unie. Het systeem van snelle waarschuwing moet worden uitgebreid tot diervoeders. Ook moet
een positieve lijst van toegelaten uitgangsproducten worden opgesteld. Fischler preciseert dat niet
alle maatregelen nieuw zijn. Een eerder voorstel van de Commissie kreeg niet het fiat van de Raad,
reden waarom er toen geen lijst van toegelaten mengvoederproducenten kon worden opgesteld.
Bij de controles door DG XXIV is al gauw gebleken dat de coördinatie tussen de diverse Belgische
administraties te wensen overliet en dat er onduidelijkheid was over de bevoegdheden. Ook was EU-
wetgeving onvoldoende omgezet. Fischler bekritiseert echter ook de lidstaten die de crisis hebben
aangegrepen om niet-besmette producten te weren en in strijd met het vrije verkeer van goederen
te handelen. Tegen België is een versnelde procedure ingeleid omdat het heeft nagelaten de
Commissie meteen op de hoogte te brengen.
Fractiewoordvoerders
De afgelopen jaren is de Raad veel te weinig het centrum van discussie geweest, merkt Karl-Heinz
Florenz (D, EVP) op. Anders dan bij de BSE-crisis treft de Commissie in dit geval geen schuld. De
lidstaten hebben een spelletje gespeeld en de Raad had zijn conclusies moeten trekken uit de BSE-
crisis. Het komt er nu op aan een Europees spel te spelen met Europese doelstellingen. Bijzonder
verontrust is Florenz over de concurrentie in de levensmiddelensector, ook in Europa. De winsten
zijn beperkter dan ooit tevoren, wat ten koste gaat van zowel de consument als de producent. Zo
ontstaat ruimte voor criminele acties die aan de basis van deze dioxinecrisis liggen en waardoor
landbouwers her en der in de Unie failliet gaan.
Dagmar Roth-Behrendt (D, PES) zou Prodi en de toekomstige commissarissen willen vragen wat zij
van het respect voor de besluiten van het EP vinden. Prodi had het gisteren voor het eerst over
consumentenbescherming en zei dat hij een onafhankelijk agentschap voor genees- en
levensmiddelen in het leven wil roepen. Dit druist echter in tegen de wens van het EP, dat een
instantie wil die onder de Commissie valt en verantwoording is verschuldigd aan het EP.
Dat de Raad nu openheid en verantwoordelijkheidsgevoel aan de dag gaat leggen, vindt Roth-
Behrendt verheugend nieuws. Zij wijst erop dat er al sinds een half jaar een voorstel van het EP op
tafel ligt. Het optreden van de Commissie in deze crisis bestempelt zij als uitstekend, wat ten tijde
van de BSE-crisis niet kon worden gezegd. Zij pleit voor een andere wetgeving voor veevoeder en
voor een nulwaarde voor dioxine en PCB's. Het dioxineprobleem moet ook globaal worden
aangepakt. Daarom dringt zij aan op een dioxineregister. Verder moeten de controles in de lidstaten
worden verscherpt en dient het landbouwbeleid over een andere boeg te worden gegooid.
Dirk STERCKX (B, ELD) betreurt dat hij zijn maiden speech in het EP aan de dioxinecrisis moet
wijden. Hij heeft het over een opeenstapeling van fouten, eerst in een veevoederbedrijf, dan bij de
controlediensten en vervolgens bij de overheid die weken tijd heeft verloren en veel schade heeft
aangericht. Dit heeft tot een dramatische situatie voor de volksgezondheid en een economische
ramp in de landbouw- en voedingssector geleid.
Bij de recente verkiezingen zijn die fouten politiek afgestraft. De nieuwe regering ruimt nu puin en
hoopt op solidariteit vanuit de Unie. Bij crises als deze maakt het voor de slachtoffers immers niets
uit waar de oorzaak ligt. Deze week heeft de Commissie de deur opengezet, zodat de Belgische
autoriteiten hulp kunnen verlenen aan bedrijven in nood. Op de lange termijn ziet Sterckx ook een
taak voor het EP weggelegd. Hij hoopt dat er snel een Europese regelgeving komt die eenvoudig
en gebruiksvriendelijk, maar ook streng is en de hele keten omvat.
Absurd vindt Sterckx dat de Commissie op het hoogtepunt van de crisis tijd verliest met discussies
tussen haar eigen technische diensten en die van de Belgische autoriteiten. Regelgeving en
controles zijn dus nodig. De consument moet aan een kwaliteitslabel kunnen zien of iets gezond is.
Sterckx heeft niets tegen het voorstel van Prodi voor een agentschap, maar dat moet dan wel
democratische verantwoording afleggen en ingebed kunnen worden in de Europese instellingen.
Men is wat men eet, en daarom ligt de voedselveiligheid zo gevoelig bij de publieke opinie en de
kiezers, vindt Bart STAES (B, Groenen/VEA). Hij hekelt het feit dat de koeien door het voeder dat
ze toegediend krijgen kannibalen worden. De maffia-organisaties zijn verantwoordelijk voor veel
misstanden. Deze crisis had echter net zo goed in een andere lidstaat kunnen uitbreken, aldus
Staes, want ze is het gevolg van een fout lopend landbouwbeleid waardoor de landbouwers steeds
meer en steeds goedkoper moeten produceren. De kwantiteit heeft het gehaald op de kwaliteit en
het is tijd om het roer om te gooien. Staes wijst erop dat diverse fracties in een resolutie aandringen
op een efficiënt systeem van snelle waarschuwing. Het voorzorgbeginsel moet op Europees niveau
worden versterkt. Verder moet een debat over de recyclage-industrie worden gevoerd om schadelijke
producten uit de voedselketen te weren.
De dioxinecrisis is een ramp voor de producenten en veel bedrijven zullen op de fles gaan, vervolgt
Staes. De maatregelen van de Commissie zijn verheugend, maar onvoldoende. Ten tijde van de
BSE-crisis zijn miljarden uitgegeven, en hij vindt dat de Vlaamse landbouwers niet mag worden
ontzegd wat hun Britse collega's toen hebben gekregen.
Overige sprekers
Frank VANHECKE (B, TFO/GF) vindt dat de voormalige Belgische regering bij de dioxinecrisis eens
te meer heeft geblunderd. Vanhecke stelt verder vast dat de jaren van Europese landbouwpolitiek
hebben geleid tot de vernietiging van de kleinschalige kwaliteitslandbouw en de almacht van de
industriële Europese landbouw. Dat landbouwbeleid moet als een totaal failliet worden bestempeld,
terwijl daar de helft van de Europese begroting heen gaat. De Raad en de Commissie moeten
daarom een eind maken aan het tot nog toe gevoerde landbouwbeleid en kiezen voor
kwaliteitslandbouw.
Rijk VAN DAM (NL, EDD) vindt dat de Commissie terecht heeft opgetreden en onverantwoord en
crimineel gedrag heeft bestraft. Het lijkt Van Dam echter weinig zinvol om na iedere crisis een nieuw
bureau in het leven te roepen. Met meer bureaucratie zorg je niet voor veiliger voedsel. Waar het om
gaat is een goede integrale beheersing van de voedselketen met een goede traceerbaarheid. Dat
voorkomt ook dat een hele sector door één incident in een kwaad daglicht komt te staan.
Anne VAN LANCKER (B, PES) vindt het een hele geruststelling dat niemand de Belgische
dioxinecrisis als een louter Belgisch probleem ziet. Natuurlijk zijn in België reusachtige problemen
gerezen en zijn zware fouten begaan. Maar de Belgische regering heeft zeer ingrijpende
maatregelen genomen en kan alle Europese consumenten nu een garantie geven. Het gaat om een
Europees probleem en dat heeft alles te maken met de interne markt, het concurrentiebeleid en het
landbouwbeleid. Het Europese wetgevende kader moet worden verbeterd en nieuwe
kwaliteitsnormen zijn nodig. Er moet een positieve lijst komen en er moet een eind worden gemaakt
aan de uitholling van de wetgeving onder druk van de agro-industriële lobby. De Commissie moet
een dienst krijgen die voldoende bestafd is en middelen heeft en die de inspecties van de nationale
instanties kan controleren en ook eigen controles kan uitvoeren, met inbegrip van steekproeven.
Maar het probleem van de voedselveiligheid is nooit oplosbaar als niet drastisch wordt nagedacht
over de landbouw en de voeldselproductie. Men mag de agro-industrie niet uitsluitend bevoordelen
en geen aandacht schenken aan de kleinschalige producenten. Van Lancker vindt het
onaanvaardbaar dat de Belgische boerenbond juist nu weigert mee te werken aan de hervorming
en afbouw van de veestapel.
Jan MULDER (NL, ELD) wil dat de Commissie zo snel mogelijk initiatieven ontwikkelt voor een
Europees voedselbeleid. De gezondheid van voedsel moet altijd voorop staan. Mulder verwijst naar
een resolutie van het EP van oktober vorig jaar, waarin het unaniem pleitte voor een Europees
kwaliteitsbeleid voor voedingsmiddelen. Al het voedsel dat op de markt komt en waarvoor een
Europees kwaliteitspredikaat wordt gewenst, zal moeten worden gecontroleerd. Mulder oppert dat
dat gedaan wordt door de inspectiebureaus die zijn voortgekomen uit de biologische landbouw. Het
zou van het grootste belang zijn als de EU het eerste grote handelsblok werd dat de voedselkwaliteit
aan de consumenten garandeert. Maar terwille van de eerlijke concurrentie moet van producenten
van buiten dezelfde kwaliteit gevraagd kunnen worden. Van de noodzaak van een voedselbureau
is Mulder niet overtuigd. Het vergelijkbare Amerikaanse FDA heeft 5.000 mensen in dienst en de
Commissie heeft zulke middelen niet. Misschien kan het burau in Dublin worden uitgebreid, zodat
het eenzelfde taak kan vervullen tegen minder kosten.
Op een interne markt, zegt Marianne THYSSEN (B, EVP), moet de zorg voor voedselveiligheid
vanzelfsprekend grensoverschrijdend zijn. Maar dat moet wel goed geregeld worden. De lidstaten
moeten beter controleren en er is ook behoefte aan beter Europees toezicht. Dat moet democratisch
gebeuren, maar wanneer komt daar eindelijk iets van? Commissaris Bonino zei een week na de
Europese verkiezingen dat zij een agentschap niet zag zitten. Mulder zei al dat er 5.000 mensen voor
nodig zijn. Maar Commissievoorzitter Prodi denkt er wel over. Welke kant wil de Commissie nu uit?
En zal de Commissie rekening houden met de wensen die het EP in het verleden heeft geuit? Tot
slot vraagt Thyssen zich af of de communautaire solidariteit zich echt moet beperken tot
natuurrampen en fytosanitaire ziekten. De gevolgen van menselijke fouten kunnen zo escaleren dat
wellicht communautaire steun overwogen moet worden voor onschuldige slachtoffers, met name de
KMO's.
Albert Jan MAAT (NL, EVP) pleit voor de snelle oprichting van een voedselveiligheidsbureau. Hij
vraagt de Commissie snel aan de Raad te laten weten wat daar voor nodig is. De overheid moet
adequaat kunnen reageren op een dergelijke crisis, die dicht bij een natuurramp komt. Er moet ook
een betere afstemming komen van het nationale strafrecht voor een snelle aanpak van zulke
wetsovertredingen. Net als Thyssen vindt Maat dat Belgische boeren en consumenten met name de
dupe zijn geworden van een soort natuurramp. Hier ligt een taak voor de Europese overheid en de
Commissie zou ruimhartig moeten zijn en moeten bekijken hoe deze kwesties in de toekomst
aangepakt moeten worden. Tot slot wil Maat weten hoe de Commissie omgaat met het feit dat op
het moment van de crisis Belgische varkens naar andere landen werden gebracht, geslacht en daar
geëtiketteerd.
Opnieuw de Raad
Minister Hemilä ziet de controle van levensmiddelen als een zaak voor de nationale instanties. Het
is dus voldoende als er een autoriteit is die toezicht houdt op deze nationale controles.
Opnieuw de Commissie
Over het gebruik van de snellere PCB-test om de aanwezigheid van dioxine vast te stellen, verklaart
landbouwcommissaris Fischler dat daarvoor eerst voldoende proeven genomen moeten zijn om de
correlatie tussen de hoeveelheid aangetoonde PCB's en dioxine te bepalen. België heeft echter pas
de uitslagen van acht proeven beschikbaar gesteld. Maar zodra de Commissie over de nodige
gegevens beschikt, zal zij de nodige maatregelen treffen. Een nulwaarde voor dioxine is onmogelijk,
zegt Fischler, daar het ook in de natuur in allerlei stoffen voorkomt.
Over hulp aan benadeelde boeren merkt Fischler op dat al een hele reeks maatregelen is
uitgevaardigd in het kader van de marktordening. En de Commissie heeft acht nationale
steunmaatregelen goedgekeurd. Maar voor rechtstreekse steun van de EU aan Belgische
producenten ontbreekt de rechtsbasis. Het mengen van stoffen van veevoer met stoffen met een
hoog dioxine-gehalte is nog altijd geen dierenziekte maar een criminele activiteit. Steun kan alleen
bij ziekten worden gegeven.
Over de vraag hoe omgegaan moet worden met de afvalproducten van dieren, moet nog verder
worden gepraat. Fischler vindt het niet logisch als bijvoorbeeld rundermergpijpen wel voor de soep
of als lekkernij gebruikt kunnen worden, maar niet voor veevoeder. Zo'n zwart-wit beleid kan niet.
Dan ontstaat het risico dat grote problemen rijzen met de verwijdering van afvalproducten.
Over veiligheidsgaranties en een kwaliteitsgarantie zegt Fischler dat zoiets voor elk levensmiddel
zou moeten gelden en dat geen tweedeling aangebracht mag worden. Daarnaast zou het inderdaad
mogelijk moeten zijn om producten van goede kwaliteit aan te duiden.
Stemmingen
.
alle resoluties over de Top van Keulen worden verworpen. De gezamenlijke resolutie van
EVP en ELD (B5-8/99, B5-19/99) behaalt 257 stemmen vóór, 288 tegen en 12 onthoudingen.
.
gezamenlijke resolutie over Kosovo (B5-7/99, 9/99, 20/99, 22/99) aangenomen
Het EP ziet de wederopbouw van Kosovo en een stabiliteitspact voor Zuidoost-
Europa als absolute prioriteit voor de EU. Voor de hulp aan terugkerende
vluchtelingen moeten forse bedragen worden uitgetrokken. Vermeden moet echter
worden dat de forse middelen die voor dit alles nodig zijn, uitsluitend worden
gevonden door ze weg te halen bij andere ontvangers van buitenlandse hulp.
Zorgen baart het grote aantal internationale organisaties dat bij de wederopbouw is
betrokken. De EU moet de steunverlening daarom met andere donoren coördineren
om deze zo efficiënt mogelijk te laten zijn. Daarom ook verwerpen de
europarlementariërs het besluit van de Raad tot vestiging van een bureau voor de
wederopbouw van Kosovo in Thessaloniki. Het EP wil begin van dit najaar een
hoorzitting organiseren om te zien hoe de middelen het beste besteed kunnen
worden.
Het EP verzoekt het UCK zich te houden aan de toezeggingen aan de NAVO en te
werken aan de opbouw van een democratisch, multi-etnisch Kosovo. Dat Rugova in
Kosovo aanwezig is, vindt het EP van belang. De Albanese leiders daar moeten een
eind maken aan de verlammende interne verdeeldheid. Het UCK dient ontwapend te
worden. Oorlogsmisdadigers, onder wie de Servische president Milosevic, moeten
voor het Internationale Tribunaal in Den Haag worden gebracht. En Servië hoeft niet
op wederopbouwsteun te rekenen zolang Milosevic aan de macht is.
.
gezamenlijke resolutie over het doodvonnis tegen Öcalan (B5-6/99, 12/99, 18/99, 23/99,
26/99) aangenomen.
Het EP veroordeelt de doodstraf die tegen PKK-leider Öcalan is uitgesproken en
verzoekt de Turkse autoriteiten het vonnis niet uit te voeren. Als Öcalan ter dood
werd gebracht, zou dat ernstige gevolgen hebben voor de veiligheid en stabiliteit in
Europa en het integratieproces van Turkije in de EU schaden.
Het EP verwacht echter dat het vonnis in hoger beroep ongedaan zal worden
gemaakt, omdat het indruist tegen de wettelijke verbintenissen die Turkije is
aangegaan in het kader van het Europese verdrag voor de rechten van de mens.
Het EP betwijfelt of Öcalans proces eerlijk is verlopen, omdat er een militaire rechter
bij betrokken was.
.
gezamenlijke resolutie over de nieuwe baan van oud-commissaris Bangemann bij Telefonica
(B5-3/99, 4/99, 13/99, 21/99)
Het EP vindt het onoirbaar dat oud-commissaris Bangemann een baan heeft
aanvaard in een bedrijfssector waar hij zelf als commissaris de primaire
verantwoordelijkheid voor droeg, zonder een "afkoelingsperiode" in te lassen. Het
steunt het besluit van de Raad om de kwestie aanhangig te maken bij het Europese
Hof van Justitie en dringt erop aan Bangemann zijn pensioenrechten die hij als
commissaris heeft opgebouwd, te ontzeggen. In een nieuw Europees Verdrag
moeten duidelijke normen worden opgenomen voor dit soort gevallen.
.
gezamenlijke resolutie over de dioxineverontreiniging van levensmiddelen in België (B5-2/99,
5/99, 10/99, 15/99, 17/99) aangenomen
Het EP betreurt het gebrek aan transparantie en zorgvuldigheid dat de toenmalige
Belgische regering heeft getoond bij de dioxinecrisis. Uit de affaire blijkt opnieuw de
noodzaak van een communautair kwaliteitskeurmerk en van een gemeenschappelijk
controlesysteem. Ook moet er een lijst komen van verboden stoffen die schadelijk
voor de menselijke gezondheid kunnen zijn. Inspecteurs van de EU zouden de
mogelijkheid moeten krijgen steekproeven te nemen wanneer zij dat nodig achten en
niet alleen in noodgevallen. De routinecontroles op veevoer moeten geïntensiveerd
worden.
Verder vraagt het EP de Commissie een onderzoek in te stellen naar praktijken in de
lidstaten waarbij wordt toegelaten dat sterk vervuild voedsel wordt vermengd met
niet-vervuild voedsel om een gemiddeld vervuilingsgehalte te krijgen dat voldoet aan
de toegestane maximumresten.
Verkiezing voorzitters en ondervoorzitters van de parlementscommissies
|
Commissie
|
Voorzitter
|
1ste
ondervoorzitter
|
2de ondervoorzitter
|
3de
ondervoorzitter
|
|
BUIT
|
Elmar Brok (D,
EVP)
|
Emma Nicholson
(VK, ELD)
|
William Newton
Dunn (VK, EVP)
|
Catherine
Lalumière (F, PES)
|
|
BEGR
|
Terence Wynn (VK,
PES)
|
Stanislaw Tillich (D,
EVP)
|
Bárbara Dührkop
Dührkop (S, PES)
|
Giuseppe Pisicchio
(I, EVP)
|
|
BCON
|
Diemut Theato (D,
EVP)
|
Herbert Bösch (O,
PES)
|
Lousewies VAN
DER LAAN (NL,
ELD)
|
Freddy Blak (DK,
PES)
|
|
VRIJ
|
Graham Watson
(VK, ELD)
|
Robert Evans (VK,
PES)
|
verkiezing uitgesteld
|
Bernd Posselt (D,
EVP)
|
|
ECON
|
Christa
Randzio-Plath (D,
PES)
|
William Abitbol (F,
UENS)
|
José Garcia-
Margallo y Marfil (S,
EVP)
|
Ioannis Theonas
(GR, EUL/NGL)
|
|
JURI
|
Ana Palacio
Vallelersundi (S,
EVP)
|
Willi Rothley (D,
PES)
|
Rainer Wieland (D,
EVP)
|
Eduard BEYSEN
(B, ELD)
|
|
INDU
|
Carlos Westendorp
y Cabeza (S, PES)
|
Renato Brunetta (I,
EVP)
|
Nuala Ahern (IRL,
Groen/VEA)
|
Peter Michael
Mombauer (D,
EVP)
|
|
WERK
|
Michel Rocard (F,
PES)
|
Winfried Menrad
(D, EVP)
|
Marie-Thérèse
Hermange (F, EVP)
|
Paulo Portas (P,
UENS)
|
|
MILI
|
Caroline Jackson
(VK, EVP)
|
Carlos Lage (P,
PES)
|
Alexander DE ROO
(NL, Groen/VEA)
|
verkiezing
uitgesteld
|
|
LAND
|
Friedrich-Wilhelm
Graefe zu
Baringdorf (D,
Groen/VEA)
|
Joseph Daul (F,
EVP)
|
Vincenzo Lavarra (I,
PES)
|
Encarnación
Redondo Jiménez
(S, EVP)
|
|
VISS
|
Daniel Varela
Suanzes-Carpegna
(S, EVP)
|
Rosa Miguelez
Ramos (S, PES)
|
Mihail Papayannakis
(GR, EUL/NGL)
|
Hughes Martin (F,
EVP)
|
|
REGI
|
Konstantinos
Hatzidakis (GR,
EVP)
|
Emmanouil
Mastorakis (GR,
PES)
|
Rijk VAN DAM (NL,
EDD)
|
Helmuth Markov
(D, EUL/NGL)
|
|
CULT
|
Giuseppe Gargani
(I, EVP)
|
Vasco Graça
Moura (P, EVP)
|
Ulpu Iivari (FIN,
PES)
|
Giorgio Ruffolo (I,
PES)
|
ONTW
|
Joaquim Miranda
(P, EUL/NGL)
|
Lone Dybkjær (DK,
ELD)
|
Max VAN DEN
BERG (NL, PES)
|
Fernando
Fernández Martín
(S, EVP)
|
|
CONST
|
Giorgio Napolitano
(I, PES)
|
Johannes
Voggenhuber (O,
Groen/VEA)
|
Ursula Schleicher
(D, EVP)
|
Christopher
Beazley (VK, EVP)
|
|
VROUW
|
Maj Britt Theorin (Z,
PES)
|
Marianne Eriksson
(Z, EUL/NGL)
|
Anne VAN
LANCKER (B, PES)
|
Jillian Evans (VK,
Groen/VEA)
|
|
VERZ
|
Vitalino Gemelli (I,
EVP)
|
Roy Perry (VK,
EVP)
|
Proinsias De Rossa
(IRL, PES)
|
Luciana Sbarbati
(I, ELD)
|
BUIT Commissie buitenlandse zaken, mensenrechten, gemeenschappelijke veiligheid en
defensiebeleid
BEGR Begrotingscommissie
BCON Commissie begrotingscontrole
VRIJ Commissie vrijheden en rechten van de burger, justitie en binnenlandse zaken
ECON Economische en monetaire Commissie
JURI Commissie juridische zaken en interne markt
INDU Commissie industrie, externe handel, onderzoek en energie
WERK Commissie werkgelegenheid en sociale zaken
MILI Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbescherming
LAND Commissie landbouw en plattelandsontwikkeling
VISS Commissie visserij
REGI Commissie regionaal beleid, vervoer en toerisme
CULT Commissie cultuur, jeugd, onderwijs, media en sport
ONTW Commissie ontwikkelingssamenwerking
CONST Commissie constitutionele zaken
VROUW Commissie rechten van de vrouw en gelijke kansen
VERZ Commissie verzoekschriften
Rapport comité van wijzen
&&TITLEB
Het Europees Parlement heeft donderdagmiddag een deel in ontvangst genomen van het tweede
rapport van het comité van wijzen. Het eerste rapport, dat eveneens in opdracht van het EP werd
opgesteld, leidde in maart tot het aftreden van de Europese Commissie. In het tweede rapport, dat
voorzien was voor september, wordt dieper ingegaan op de algemene werkwijze, het
personeelsbeleid en het contractbeheer bij de Commissie. EP-voorzitter Nicole Fontaine (F, EVP)
had er in haar dankwoord na haar verkiezing op dinsdag 20 juli op aangedrongen dat het tweede
rapport klaar zou zijn voordat het EP begint aan de hoorzittingen van de kandidaten voor de nieuwe
Europese Commissie, te houden van 30 augustus t/m 6 september.
In het tweede rapport stelt het Comité van Wijzen, dat onder leiding staat van de Nederlander en
oud-president van de Europese Rekenkamer André Middelhoek, dat een deel van de problemen bij
de Commissie terug is te voeren op het multinationale karakter. Dat kan leiden tot een verschillende
interpretatie van procedures, praktijken, regels en voorschriften binnen de Commissie, die weer zou
kunnen leiden tot "een cultuur van morele flexibiliteit en lankmoedigheid".
Bovendien kunnen ongezonde nationale bondgenootschappen ontstaan die de formele structuren
van de Commissie doorkruisen. Niet zelden, zegt het Comité, zijn er nationale reflexen en zelfs
nationale netwerken binnen de Commissie en ook sommige commissarissen zijn daar niet immuun
voor. Daardoor kunnen "nationale rijkjes" ontstaan, die op de lange duur het Europese idee zouden
kunnen ondermijnen.
Er is steeds meer behoefte aan hoogstaande gedragsnormen in de ambtenarij, constateert het
Comité, hetgeen deels een gevolg is van de trend tot privatisering, uitbesteding en de delegatie van
bestuurlijke taken. Het Comité verwijst met instemming naar de 12 beginselen in de gedragscode
van de OESO. Een gedragscode is op zich echter niet voldoende, maar dient geschraagd te worden
door een regelgevend kader. Daarbij zou ook de juridische bescherming geregeld moeten worden
voor "klokkenluiders", ambtenaren als Paul van Buitenen, die misstanden naar buiten brengen omdat
ze via de officiële kanalen geen gehoor vinden. Overigens vindt het Comité dat hoogstaande
gedragsnormen niet alleen voor leden en ambtenaren van de Europese Commissie zouden moeten
gelden, maar voor alle EU-instellingen.
Het Comité heeft ook een "traditie van geheimzinnigheid" aangetroffen bij de Commissie en andere
EU-instellingen, en vooral bij de Raad (van EU-ministers). Het Comité erkent dat vertrouwelijkheid
in sommige gevallen geboden is, maar vindt dat het hier slechts om uitzonderingen mag gaan en
dat in principe volledige openheid moet heersen.
De nieuwe Europese Commissie moet dan ook alle door het EP gevraagde informatie verstrekken.
(De affaire die tot het aftreden van de Commissie leidde, begon toen de parlementscommissie
begrotingscontrole over het begrotingsjaar 1996 om informatie vroeg die het niet van de Commissie
kreeg.) Het Comité vindt zelfs dat "van ieder lid van de Commissie die het Parlement bewust misleidt
of nalaat onmiddellijk foutieve informatie recht te zetten die bij vergissing is verstrekt, verwacht kan
worden dat deze zijn/haar ontslag indient".
Om de onafhankelijkheid van eurocommissarissen te garanderen, mogen zij geen actieve
functie in een politieke partij of vakbond bekleden. Bij het aftreden van de Commissie in maart heeft
volgens het Comité meegespeeld dat de politieke affiliatie van commissarissen van invloed was op
de mogelijkheid van het Parlement een motie van wantrouwen in te dienen.
De kabinetten van de eurocommissarissen, die de commissarissen zelf samenstellen, mogen niet
te groot en niet te invloedrijk zijn, vindt het Comité. Anders ontstaat een soort "tegenbestuur", die de
commissarissen afschermt van de Europese ambtenaren. Hierdoor raken de gewone ambtenaren
gedemotiveerd, worden "outsiders" (mensen die niet volgens de geëigende procedures zijn
aangenomen) niet zelden in het ambtenarenapparaat "geparachuteerd", en ontstaat vaak een
bestuurscultuur gebaseerd op partijpolitieke, ideologische en nationale scheidslijnen. Het Comité stelt
voor de kabinetten van Eurocommissarissen te beperken tot maximaal zes stafleden. Bovendien
moeten minstens drie EU-landen in een kabinet vertegenwoordigd zijn. Bij de benoeming van
kabinetsleden moeten objectieve regels gehanteerd worden, zodat de benoeming louter op grond
van vriendschaps- of familiebanden voorkomen wordt.
Het Comité van Wijzen stelt voor om een algemene gedragscode voor álle EU-instellingen op te
stellen en aanvullende, specifieke gedragscode voor de afzonderlijke instellingen. Om op de naleving
toe te zien zou er een speciale normencommissie moeten komen.
Het Comité gaat in op de politieke verantwoordelijkheid van commissarissen en meent dat zij niet
alleen voor de vaststelling van het beleid maar ook voor de uitvoering daarvan verantwoordelijk zijn.
De verantwoordelijkheid voor de uitvoering kan dus niet worden afgeschoven op de directeuren-
generaal.
De individuele verantwoordelijkheid van eurocommissarissen dient volgens de Wijzen afgedwongen
te worden door de positie van de Commissievoorzitter te versterken. De Commissievoorzitter moet
de mogelijkheid hebben om met portefeuilles te schuiven of commissarissen tot ontslag te dwingen.
Hoewel niet uitgesloten mag worden dat het Europees Parlement een standpunt uitspreekt over de
geschiktheid van bepaalde personen, moet het uiteindelijk de Commissievoorzitter zijn die de
beslissingen neemt. Deze is dan weer verantwoording verschuldigd aan het Parlement.
Het Comité van Wijzen gaat tot slot nog in op de "comitologie". In deze comités, waarvan er heel wat
zijn en die de uitvoering van Europese regelgeving moeten begeleiden, hebben vertegenwoordigers
van de lidstaten zitting. De bedoeling is dat zij toezicht uitoefenen op de manier waarop de
Commissie beleidsmaatregelen uitvoert. In de praktijk zijn deze comités echter vaak een
mechanisme "waarmee nationale belangen vertegenwoordigd worden bij de uitvoering van
Gemeenschapsbeleid". Soms worden de comités zelfs "een forum om 'de buit te verdelen' bij de
Gemeenschapsuitgaven, doordat lidstaten hun invloed aanwenden om ervoor te zorgen dat
contractanten uit iedere lidstaat een 'eerlijk deel' krijgen uit de beschikbare middelen."
|