Europarl > Activiteiten > Plenaire vergaderingen > Door het Parlement aangenomen teksten
A4-0005/1999
Het Europees Parlement,
- onder verwijzing naar de ontwerpresolutie van mevrouw Rehn over de mogelijke aanwending van voor militaire doeleinden bedoelde middelen ten behoeve van milieustrategieën (B4-0551/95),
- gezien het onderzoek van de Verenigde Naties met de titel "Charting potential uses of resources allocated to military activities for civilian endeavours to protect the environment" (UN A46/364, 17 september 1991),
- onder verwijzing naar zijn resolutie van 29 juni 1995 over anti-personenmijnen: Een moordende belemmering voor ontwikkeling(1),
- onder verwijzing naar zijn voorgaande resoluties over non-proliferatie en kernproeven, en het rapport van de Commissie van Canberra over de afschaffing van kernwapens van augustus 1996,
- overwegende dat het Internationaal Gerechtshof met algemene stemmen heeft besloten dat de landen die kernwapens bezitten gehouden zijn te onderhandelen over een verbod op kernwapens (Advisory Opinion nr. 96/22 van 8 juli 1996),
- onder verwijzing naar zijn advies van 19 april 1996 inzake het voorstel voor een beschikking van de Raad tot invoering van een communautair actieprogramma voor civiele bescherming (COM(95)0155 - C4-0221/95 - 95/0098(CNS))(2),
- onder verwijzing naar zijn voorgaande resoluties over chemische wapens,
- gezien de resultaten van de VN-conferenties van Kyoto (1997) en Rio de Janeiro (1992),
- gezien de hoorzitting over HAARP en niet-dodelijke wapens die op 5 februari 1998 in Brussel is georganiseerd door de Subcommissie veiligheid en ontwapening van de Commissie buitenlandse zaken, veiligheids- en defensiebeleid,
- gelet op artikel 148 van zijn Reglement,
- gezien het verslag van de Commissie buitenlandse zaken, veiligheids- en defensiebeleid en het advies van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en consumentenbescherming (A4-0005/1999),
A. overwegende dat het einde van de Koude Oorlog de veiligheidssituatie in de wereld ingrijpend heeft veranderd en dat de militaire ontspanning heeft geleid tot grootschalige ontwapening in het algemeen en in de sector kernwapens in het bijzonder, met het gevolg dat de defensiebegrotingen aanzienlijk zijn ingekrompen,
B. overwegende dat het gevaar van rampzalige schade aan de onschendbaarheid en duurzaamheid van het mondiale milieu, met name de biodiversiteit ervan, ondanks de volledige verandering van de strategische situatie in de wereld sinds het eind van de koude oorlog, niet merkbaar is afgenomen, doordat per ongeluk of zonder toestemming kernwapens kunnen worden afgevuurd, dan wel met toestemming kunnen worden ingezet op basis van een vermeende, maar niet gefundeerde dreiging of op handen zijnde aanval,
C. overwegende dat dit gevaar binnen zeer korte tijd in zeer hoge mate kan worden verminderd als alle landen die over kernwapens beschikken snel de zes stappen toepassen die zijn vervat in het verslag van de Commissie van Canberra betreffende met name de opheffing van de huidige "hoogste alarmfase" voor alle kernwapens en de geleidelijke plaatsing van alle wapens in de strategische reserve,
D. overwegende dat alle verdragsluitende partijen overeenkomstig artikel VI van het Verdrag inzake de niet-verspreiding van kernwapens (NPT) uit 1968 gehouden zijn te goeder trouw te onderhandelen over een verdrag inzake algemene en volledige ontwapening en dat de beginselen en doelen die tijdens de NPT-conferentie van 1995 zijn goedgekeurd nogmaals bevestigden dat het uiteindelijke doel van het Verdrag de complete afschaffing van kernwapens is,
E. overwegende dat de bedreiging van het milieu, vluchtelingenstromen, etnische tegenstellingen, terrorisme en internationale misdaad nieuwe, ernstige bedreigingen van de veiligheid vormen en dat het vermogen uiteenlopende vormen van conflicten aan te pakken meer betekenis krijgt naarmate het veiligheidsbeeld verandert;
F. overwegende dat de reserves van de aarde worden geëxploiteerd alsof ze onuitputtelijk zijn, met het gevolg dat er zich steeds vaker natuur- en milieurampen voordoen, en dat deze plaatselijke en regionale milieuproblemen in de internationale betrekkingen belangen gevolgen kunnen krijgen; het betreurende dat dit niet duidelijker doorklinkt in het nationaal buitenlands, veiligheids- en defensiebeleid,
G. overwegende dat conflicten in de wereld vaker nationaal dan internationaal van aard zijn en dat de internationale conflicten die zich voordoen in toenemende mate draaien om de toegang tot of de beschikbaarheid van vitale hulpbronnen, met name water, voedsel en brandstof,
H. overwegende dat de toegang tot en beschikbaarheid van deze essentiële natuurlijke hulpbronnen samenhangen met de achteruitgang en vervuiling van het milieu en er zowel de oorzaak als het gevolg van zijn, en overwegende dat hieruit logischerwijze voortvloeit dat conflictpreventie zich in toenemende mate op deze kwesties dient te richten,
I. overwegende dat al deze factoren, die vooral de armste en kwetsbaarste volkeren van de wereld treffen, leiden tot een toename van het aantal "milieuvluchtelingen" , hetgeen zowel een rechtstreekse druk uitoefent op het communautaire immigratie- en justitiële beleid, op ontwikkelingshulp en op uitgaven aan humanitaire hulp als een indirecte druk in de vorm van verhoogde veiligheidsproblemen voor de EU veroorzaakt door de regionale instabiliteit in andere delen van de wereld,
J. overwegende dat volgens diepgaand internationaal onderzoek dat is bijeengebracht en gepubliceerd door het Climate Institute te Washington, het aantal "milieuvluchtelingen" momenteel het aantal "traditionele vluchtelingen" overtreft (25 miljoen tegen 22 miljoen), en dat dit aantal tegen 2010 naar verwachting zal zijn verdubbeld en in het ergste geval nog veel hoger kan zijn,
K. overwegende dat sinds het einde van de Koude Oorlog de aanpak van wereldwijde problemen voor het grootste deel is ontdaan van de eerdere dominant aanwezige ideologische context en nu veel minder wordt gekarakteriseerd door het streven naar een militair evenwicht, maar dat dit feit nog tot uiting moet komen in het stelsel van de VN voor een wereldwijd bestuur door de samenhang en doeltreffendheid van zowel de militaire als de niet-militaire componenten van het veiligheidsbeleid te benadrukken,
L. overwegende dat echter de uitbreiding van activiteiten van de VN op het gebied van politieke en veiligheidskwesties vooral niet-militair van aard is en met name te maken heeft met het verband tussen handel, hulp, milieu en duurzame ontwikkeling,
M. overwegende dat het dringend noodzakelijk is voldoende middelen te mobiliseren om de milieu-uitdaging te kunnen aannemen, maar dat de voor milieubescherming beschikbare middelen uiterst beperkt zijn, hetgeen een nieuwe benadering vereist van het gebruik van reeds bestaande middelen,
N. overwegende dat de strijdkrachten, naarmate militaire middelen vrijkomen, beschikken over de unieke mogelijkheid en het vermogen de burgermaatschappij op grote schaal te steunen bij haar initiatieven ter bestrijding van de toenemende milieuproblemen,
O. overwegende dat middelen in verband met de strijdkrachten op zichzelf nationale activa zijn, terwijl de milieuproblematiek wereldomvattend is; dat het daarom dringend noodzakelijk is manieren te vinden voor internationale samenwerking bij de herstructurering en nieuwe toepassing van militaire middelen om het milieu te beschermen,
P. overwegende dat de kosten voor milieubescherming op korte termijn moeten worden afgezet tegen de kosten op lange termijn indien in deze sector geen maatregelen worden genomen, en dat het in toenemende mate noodzakelijk is een kosten-batenanalyse op te stellen van de diverse milieustrategieën,
Q. overwegende dat de gemeenschappelijke doelstelling de beschadigde ecosystemen van de aarde te herstellen, niet kan worden verwezenlijkt los van een correcte exploitatie van de reserves in de wereld, en dat het noodzakelijk is de internationale technische samenwerking te vergemakkelijken en de overdracht van relevante militaire technologie te steunen,
R. overwegende dat ondanks bestaande verdragen nog steeds militair onderzoek wordt uitgevoerd naar beïnvloeding van het milieu als wapen, zoals bijvoorbeeld blijkt uit het HAARP-systeem in Alaska,
S. overwegende dat de algemene verontrusting over achteruitgang van het milieu en milieucrises prioriteiten in de nationale besluitvorming vereist en dat de landen samen doelmatig moeten reageren op milieurampen,
1. verzoekt de Commissie aan de Raad en het Parlement een gezamenlijke strategie voor te stellen, zoals voorzien in het Verdrag van Amsterdam, waarin de GBVB-component van het beleid van de EU wordt gecombineerd met het communautaire beleid op het gebied van handel, hulp, ontwikkelingssamenwerking en internationale milieukwesties voor de periode 2000-2010, teneinde de volgende kwesties en de verbanden daartussen aan te pakken:
a) landbouw- en voedselproductie en de achteruitgang van het milieu;
b) watertekorten en grensoverschrijdende watervoorziening;
c) ontbossing en het herstel van koolstofputten;
d) werkloosheid, onvolledige werkgelegenheid en absolute armoede;
e) duurzame ontwikkeling en klimaatverandering;
f) ontbossing, woestijnvorming en bevolkingsgroei;
g) het verband tussen bovengenoemde punten en de opwarming van de aarde en de humanitaire en ecologische gevolgen van steeds ernstiger klimatologische rampen;
2. stelt vast dat preventieve milieumaatregelen een belangrijk instrument van het veiligheidsbeleid zijn; dringt er daarom bij de lidstaten op aan in hun langetermijnoverwegingen en -plannen op het gebied van defensie en veiligheid en in hun militaire onderzoek doelstellingen op het gebied van milieu en volksgezondheid op te nemen;
3. erkent de belangrijke rol die het leger speelt in de democratische samenleving, de taken van het leger voor de verdediging van het land en het feit dat initiatieven voor vredeshandhaving en vredestichting een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan het voorkomen van schade aan het milieu;
4. wijst erop dat kernproeven in de atmosfeer en onder de grond via fall-out van radioactieve straling grote hoeveelheden radioactief cesium-137, strontium-90 en andere kankerverwekkende isotopen over de hele planeet hebben verspreid en aanzienlijke schade aan milieu en gezondheid hebben veroorzaakt in de testgebieden;
5. verzoekt de Commissie en de Raad om acties, gezien het feit dat enkele delen van de wereld reeds bedreigd worden door ongecontroleerde, onveilige en niet-professionele opslag en achterlating van kernonderzeeërs en oppervlaktevaartuigen, en door de radioactieve brandstof en lekkende kernreactoren van deze vaartuigen, daar het zeer waarschijnlijk is dat omvangrijke gebieden hierdoor binnenkort vervuild zullen worden door straling;
6. eist eveneens dat een adequate oplossing wordt gevonden voor de chemische en conventionele wapens die na beide wereldoorlogen op tal van plaatsen in de zeeën rond Europa zijn gedumpt als "gemakkelijke" oplossing om van deze voorraden af te komen en dat tot op de dag van vandaag niemand weet wat op lange termijn eventueel de gevolgen voor het milieu kunnen zijn, met name voor de vissen en op het strand levende dieren en planten;
7. verzoekt de Commissie en de Raad om ertoe bij te dragen dat een oplossing wordt gevonden voor het probleem dat door de aanhoudende oorlog in hele gebieden van Afrika menselijke en landbouwstructuren zijn verwoest en dat zich in deze streken daardoor op dit moment een milieuramp afspeelt met name door ontbossing en erosie die tot woestijnvorming leidt;
8. verzoekt de strijdkrachten een einde te maken aan alle activiteiten die bijdragen tot beschadiging van het milieu en aantasting van de volksgezondheid en alle noodzakelijke maatregelen te nemen om de verontreinigde gebieden op te ruimen en te ontsmetten;
Gebruik van militaire middelen ten behoeve van het milieu
9. is van mening dat de middelen die beschikbaar zijn voor herstel en redding van het aangetaste milieu niet voldoende zijn om de milieuproblematiek op wereldniveau aan te pakken; beveelt de lidstaten derhalve aan zich in te zetten voor het gebruik van militaire middelen voor milieubescherming door:
a) te overwegen welke militaire middelen zij incidenteel, op lange termijn of op stand-by-basis ter beschikking kunnen stellen van de Verenigde Naties, als instrument voor internationale samenwerking in geval van milieurampen en -crises,
b) internationale en Europese beschermingsprogramma's op te stellen die gebruik maken van personeel, uitrusting en faciliteiten uit de militaire sector, die in het kader van het partnerschap voor vrede ter beschikking worden gesteld om te worden ingezet wanneer zich op milieugebied noodsituaties voordoen,
c) doelstellingen voor de bescherming van het milieu en duurzame ontwikkeling te integreren in hun veiligheidsconcepten,
d) erop toe te zien dat de strijdkrachten duidelijk omschreven milieuvoorschriften naleven en dat de gevolgen van vroegere aantasting van het milieu door de strijdkrachten worden gecorrigeerd,
e) milieu-overwegingen op te nemen in hun militaire onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's;
10. verzoekt de Commissie voorts, aangezien de feitelijke ervaringen in de sector van beperkte omvang zijn:
a) om uitwisseling van gegevens over actuele ervaringen die in de lidstaten zijn opgedaan bij de inzet van militaire middelen ten behoeve van het milieu;
b) in het kader van de VN de mondiale verspreiding van milieugegevens te vergemakkelijken, met inbegrip van gegevens die worden verkregen via militaire satellieten en andere middelen om gegevens te verzamelen;
11. dringt er bij de lidstaten op aan de voor de burgermaatschappij geldende milieuwetgeving ook op alle militaire activiteiten toe te passen en zich financieel aansprakelijk te stellen voor het onderzoeken, opruimen en saneren van gebieden die schade hebben opgelopen als gevolg van vroegere militaire activiteiten, zodat deze gebieden opnieuw voor civiele doeleinden kunnen worden gebruikt; wijst erop dat dit met name van belang is met betrekking tot de omvangrijke stortplaatsen voor chemische en conventionele munitie langs de kusten van de EU;
12. dringt er bij alle lidstaten op aan doelstellingen op het gebied van milieu en volksgezondheid te formuleren en plannen uit te werken voor de verbetering van activiteiten ten behoeve van het milieu en de volksgezondheid binnen de strijdkrachten van ieder land;
13. verzoekt de regeringen van de lidstaten de milieubescherming in de strijdkrachten te verbeteren via opleiding en technische ontwikkeling, en door alle militair personeel en alle dienstplichtigen een basisopleiding in milieukennis te verstrekken;
14. is van mening dat de milieustrategieën, om een ononderbroken totaalbeeld te geven van de situatie van het milieu, o.a. moeten kunnen bestaan uit bewaking van het milieu op aarde, evaluatie van de verzamelde gegevens, coördinatie van de wetenschappelijke werkzaamheden en verspreiding van de gegevens met uitwisseling van relevante gegevens afkomstig uit nationale verkennings- en bewakingssystemen;
15. stelt vast dat de drastische verlaging van de defensie-uitgaven tot ernstige regionale problemen kan leiden en dringt er bij de lidstaten op aan zich nog meer in te zetten voor heroriëntatie van de militaire productie en techniek op civiele producten en toepassingen, met behulp van zowel nationale programma's als communautaire initiatieven zoals het KONVER-programma;
16. wijst met nadruk op de betekenis van uitbreiding van de preventieve milieuwerkzaamheden, opdat milieu- en natuurrampen kunnen worden bestreden;
17. verzoekt de Raad er intensiever voor te ijveren dat de VS, Rusland, India en China de overeenkomst van Ottawa van 1997 inzake het verbod op anti-personenmijnen onverwijld ondertekenen;
18. is van mening dat de EU meer steun moet verlenen aan slachtoffers van landmijnen, de ontwikkeling van technieken voor het opruimen van mijnen moet steunen en de ontwikkeling van methoden om mijnen op te ruimen moet versnellen;
19. verzoekt de lidstaten een milieuvriendelijke technologie te ontwikkelen voor de vernietiging van wapens;
20. stelt vast dat een van de wellicht grootste bedreigingen van het milieu in de nabijheid van de EU het gebrek aan controle op afval van vroegere kernwapenactiviteiten en opslagplaatsen voor biologische en chemische wapens is, alsmede de ontbrekende sanering na militaire activiteiten; wijst erop hoe belangrijk het is dat de lidstaten naar intensievere internationale samenwerking streven, bijvoorbeeld in het kader van de VN of het Partnerschap voor vrede, met het doel dergelijke wapens op een zo milieuvriendelijk mogelijke wijze te vernietigen;
21. is van mening dat alle toekomstige onderhandelingen over de beperking en de uiteindelijke afschaffing van kernwapens gebaseerd moeten zijn op de beginselen van wederzijdse en evenwichtige beperkingsverplichtingen;
22. is van mening dat, gezien de uiterst moeilijke omstandigheden waar de landen van de voormalige Sovjet-Unie mee te kampen hebben, de bedreiging voor zowel het wereldwijde als het plaatselijke milieu die wordt gevormd door de verslechterende toestand van kernwapens en nucleair materiaal in deze landen reden te meer is om zo snel mogelijk een verdrag te sluiten inzake de verdere stapsgewijze vernietiging van kernwapens;
Juridische aspecten van de militaire activiteiten
23. verzoekt de Europese Unie ernaar te streven dat ook de nieuwe, zogenaamd niet-dodelijke-wapentechnieken en de ontwikkeling van nieuwe wapenstrategieën deel uitmaken van en worden geregeld in internationale overeenkomsten;
24. is van mening dat HAARP (High Frequency Active Auroral Research Project) wegens de ingrijpende gevolgen daarvan voor het milieu een mondiale aangelegenheid is en dringt erop aan dat de juridische, milieutechnische en ethische gevolgen door internationaal onafhankelijke organen worden onderzocht alvorens verder onderzoek en proeven worden uitgevoerd; betreurt het dat de regering van de Verenigde Staten herhaaldelijk heeft geweigerd iemand af te vaardigen om aan de openbare hoorzitting of een vervolgbijeenkomst die is georganiseerd door zijn bevoegde commissie een toelichting te geven op de gevaren voor het milieu en de bevolking die verband houden met het HAARP-programma dat momenteel in Alaska wordt gefinancierd;
25. verzoekt het panel ter Beoordeling van het Wetenschappelijk en Technologisch Beleid (STOA) te besluiten de wetenschappelijke en technische gegevens die alle bestaande onderzoeken inzake HAARP hebben opgeleverd, te onderzoeken om de exacte aard en mate van gevaar te evalueren die HAARP oplevert voor het plaatselijke en mondiale milieu en de volksgezondheid in het algemeen;
26. verzoekt de Commissie de eventuele gevolgen van het HAARP-programma voor het milieu en de volksgezondheid in het Europese poolgebied te onderzoeken en het Parlement verslag te doen van haar bevindingen;
27. roept op tot het sluiten van een internationaal verdrag voor een wereldwijd verbod op ontwikkeling en gebruik van wapens die het mogelijk maken om mensen op enigerlei wijze te manipuleren;
28. verzoekt Commissie en Raad ernaar te streven naar internationale overeenkomsten te sluiten om in geval van oorlog het milieu te beschermen tegen onnodige verwoestingen;
29. verzoekt Commissie en Raad erop aan te dringen dat ook voor militaire acties in vredestijd internationale normen worden vastgesteld ten aanzien van de milieugevolgen hiervan;
30. verzoekt de Raad zich actief in te zetten voor de uitvoering van de voorstellen van de Commissie van Canberra en van artikel 6 in het Non-proliferatieverdrag inzake de geleidelijke afschaffing van kernwapens;
31. verzoekt de Raad en in het bijzonder de Britse en Franse regeringen om het voortouw te nemen binnen het kader van het NPT en de Ontwapeningsconferentie met betrekking tot verdere onderhandelingen inzake het volledig naleven van toezeggingen betreffende de vermindering en afschaffing van kernwapens op zo kort mogelijke termijn, teneinde een niveau te bereiken waarbij de wereldwijde voorraad overblijvende kernwapens voorlopig geen bedreiging meer vormt voor de toestand en duurzaamheid van het wereldmilieu;
32. verzoekt de Raad, de Commissie en de regeringen van de lidstaten de benadering in deze resolutie te verdedigen in alle toekomstige VN-bijeenkomsten onder auspiciën van of in verband met het NPT en de Ontwapeningsconferentie;
33. verzoekt de Raad en de Commissie om overeenkomstig artikel J.7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie verslag uit te brengen aan het Europees Parlement over de positie van de Unie met betrekking tot de punten die in deze resolutie naar voren zijn gebracht in het kader van de komende vergaderingen van de Verenigde Naties en van de agentschappen en organen van de VN, met name de NPT-voorbereidingscommissie 1999, de Ontwapeningsconferentie en alle andere relevante internationale fora;
34. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen van de lidstaten van de Europese Unie en de Verenigde Naties;
Teruggave van de beeldhouwwerken van het Parthenon (artikel 48 van het Reglement)
8/98
Schriftelijke verklaring over de teruggave van de beeldhouwwerken van het Parthenon
A. overwegende dat een opiniepeiling die het MORI-instituut deze herfst in het Verenigd Koninkrijk heeft uitgevoerd, heeft aangetoond dat een grote meerderheid van de Britse bevolking voorstander is van teruggave van de beeldhouwwerken van het Parthenon aan Griekenland; overwegende dat bij een vorige opiniepeiling, georganiseerd door Channel 4 TV, 90% van de bevolking vóór teruggave bleek,
B. gelet op artikel 128 van het Verdrag over samenwerking tussen de Europese Unie en internationale culturele organisaties zoals de UNESCO; overwegende dat de UNESCO in 1992 in Mexico het Parthenon tot een monument van het mundiaal cultureel erfgoed heeft verklaard en achter teruggave van de beeldhouwwerken staat,
C. gezien het antwoord van de Commissie op vraag E-2800/98 van 30 september 1998 dat het Parthenon op de Acropolis en zijn beeldhouwwerken een integraal en onschatbaar deel van het Europees cultureel en architectonisch erfgoed uitmaken,
D. overwegende dat de beeldhouwwerken van het Parthenon tijdens de Ottomaanse bezetting van Griekenland uit Athene zijn verwijderd,
1. is van mening dat teruggave van de beeldhouwwerken van het Parthenon aan Griekenland een van de belangrijkste initiatieven ter bevordering van de gedachte van een gemeenschappelijk Europees cultureel erfgoed zou vormen;
2. doet een beroep op de Britse regering het verzoek van Griekenland om de beeldhouwwerken van het Parthenon naar hun oorspronkelijke omgeving te doen terugkeren, in welwillende overweging te nemen;
3. verzoekt zijn Voorzitter deze verklaring te doen toekomen aan de Raad, de Commissie, de regeringen en de parlementen van het Verenigd Koninkrijk en Griekenland, de UNESCO en de secretaris-generaal van de VN.
Lijst van ondertekenaars
d'Aboville, Aelvoet, Ahern, Ainardi, Alavanos, Aldo, Amadeo, Anastasopoulos, d'Ancona, André-Léonard, Andrews, Angelilli, Añoveros Trias de Bes, Areitio Toledo, Argyros, Arias Cañete, Augias, Avgerinos, Azzolini, Baldarelli, Baldi, Banotti, Barón Crespo, Barros Moura, Barthet-Mayer, Barzanti, Bennasar Tous, Berger, Bernard-Reymond, Bertens, Bertinotti, Bianco, van Bladel, Blak, Bloch von Blottnitz, Blot, Bösch, Bonde, Bontempi, Botz, Breyer, Burtone, Cabezón Alonso, Caccavale, Camisón Asensio, Campos, Candal, Carnero González, C. Casini, Castagnetti, Castellina, Castricum, Caudron, Chanterie, Christodoulou, Coates, Colajanni, Colino Salamanca, Colli, G. Collins, Colombo Svevo, Colom I Naval, Correia, Crampton, Crowley, Cunha, Cushnahan, Damião, Dankert, Daskalaki, De Clercq, De Coene, De Esteban Martin, Delcroix, Dell'Alba, De Luca, Desama, Dillen, Dimitrakopoulos, Donnay, Dührkop Dührkop, Dupuis, Eisma, Elchlepp, Elliott, Elmalan, Ephremidis, Eriksson, Escola Hernando, Escudero, Estevan Bolea, Ettl, Ewing, Fabra Vallés, Fabre-Aubrespy, Falconer, Fantuzzi, Fayot, Féret, Fernández-Albor, Fernández Martín, Ferrer, Ferri, Filippi, Fitzsimons, Florio, Fontaine, Fraga Estévez, Frutos Gama, Gahrton, Gallagher, García Arias, García-Margallo y Marfil, Garosci, Garot, Garriga Polledo, Gebhardt, Ghilardotti, Giansily, Gillis, Girão Pereira, Glante, Gollnisch, González Álvarez, González Triviño, Graefe zu Baringdorf, Graenitz, Graziani, Gröner, Grosch, Grossetête, Günther, Gutiérrez Díaz, Hallam, Happart, Hardstaff, Hatzidakis, Haug, Hawlicek, Hernandez Mollar, Herzog, Hindley, Hudghton, Hughes, Hulthén, Hyland, Imaz San Miguel, Imbeni, Iversen, Izquierdo Collado, Izquierdo Rojo, Janssen van Raay, K. Jensen, L. Jensen, Jöns, Jové Peres, Junker, Kaklamanis, Karamanou, Katiforis, Keppelhoff-Wiechert, Kerr, Killilea, Kindermann, Kinnock, Klironomos, Kofoed, Kokkola, Krarup, Kreissl-Dörfler, Kuckelkorn, Kuhn, Kuhne, Lage, La Malfa, Lambraki, Lambrias, Lange, Langen, Lagendijk, Lannoye, Lataillade, Le Chevallier, Lenz, Leopardi, Le Pen, Le Rachinel, Lindeperg, Lindholm, Linkohr, Lööw, Lomas, Lulling, McCartin, McGowan, McKenna, McMahon, McNally, Maes, Malangré, Malerba, Malone, Manisco, E. Mann, T. Mann, Marinho, Marinucci, Martinez, Medina Ortega, Megahy, Méndez de Vigo, Mendiluce Pereiro, Menrad, Metten, Miranda, Miranda de Lage, Mohamed Ali, Mombaur, Monfils, Moniz, Morán López, Moreau, Morgan, Morris, Mottola, Mouskouri, Muscardini, Myller, Napoletano, Nencini, Newman, Novo, Oddy, Ojala, Oomen-Ruijten, Orlando, Otila, Paasilinna, Paasio, Pailler, Panagopoulos, Papakyriazis, Papayannakis, Parigi, Pasty, Pérez Royo, Peter, Pettinari, Piecyk, Podestà, Pollack, Pons Grau, Puerta, van Putten, Querbes, Randzio-Plath, Rapkay, Reding, Redondo Jiménez, Rehder, Ribeiro, Ripa di Meana, Rosado Fernandes, Roth-Behrendt, Rothe, Rothley, Roubatis, Ruffolo, Ryynänen, Sakellariou, Salafranca Sánchez-Neyra, Sandbæk, Santini, Sanz Fernández, Sarlis, Sauquillo Pérez del Arco, Scarbonchi, Schäfer, Schifone, Schmid, Schmidbauer, Schörling, Schroedter, .Schulz, Schwaiger, Seal, Secchi, Seillier, Seppänen, Sierra González, Simpson, Sisó Cruellas, Sjöstedt, Smith, Soltwedel-Schäfer, Sornosa Martínez, Spaak, Speciale, Striby, Svensson, Swoboda, Tamino, Tannert, Tatarella, Taubira-Delannon, Telkämper, Terrón I Cusí, Teverson, Theonas, Theorin, Thyssen, Todini, Torres Couto, Torres Marques, Trakatellis, Trizza, Tsatsos, Ullmann, Valdivielso de Cué, Vanhecke, Van Lancker, Varela Suanzes-Carpegna, Vecchi, Verwaerde, Viceconte, Vinci, Viola, Voggenhuber, Waddington, Watson, Weber, Weiler, White, Whitehead, Wibe, Wiebenga, Willockx, Wilson, Wolf, Wurtz, Zimmermann.