Antwoord van mevrouw Diamantopoulou namens de Commissie
Ingezetenen van de EU hebben het recht in andere lidstaten te werken (artikel 39 van het EG-Verdrag). Dit recht op vrij verkeer van werknemers omvat het recht op een gelijke toegang tot de arbeidsmarkt en een gelijke behandeling wat betreft arbeidsomstandigheden als onderdanen van de ontvangende lidstaat hebben.
Op grond van artikel 39 moeten onderdanen van andere lidstaten derhalve in staat worden gesteld op dezelfde wijze als Duitse onderdanen te solliciteren naar een post als onderzoeker bij het Duitse Max Planck-instituut, waarvoor een arbeidscontract wordt aangeboden (zoals BAT IIa/2, waarnaar in de schriftelijke vraag wordt verwezen).
Volgens de informatie waarover de Commissie beschikt, zijn onderdanen van andere lidstaten evenzeer gerechtigd te solliciteren naar een post als onderzoeker (bv. Doktorandenstellen). In de vacatures voor Doktorandenstellen die onlangs op de website van het Max Planck-instituut zijn geplaatst (23 januari 2004) wordt geen voorwaarde inzakede nationaliteit gesteld.
Teneinde de Commissie in staat te stellen nader te beoordelen of de in de schriftelijke vraag genoemde feiten een inbreuk op communautaire wetgeving inhouden, wordt de geachte Parlementsleden dan ook verzocht de Commissie (directoraat-generaal Werkgelegenheid en sociale zaken) meer informatie te sturen, met inbegrip van informatie over de gevallen van niet-Duitse EU-onderdanen die op grond van hun nationaliteit niet gerechtigd waren te solliciteren naar een dergelijke Doktorandenstelle of die weliswaar een aanstelling hebben gekregen, maar zonder de arbeidsvoorwaarden die gelden voor werknemers met een arbeidsovereenkomst BAT IIa/2.