Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • ga - Gaeilge
  • hr - hrvatski
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (huidige pagina)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
Parlementaire vragen
5 september 2006
E-2939/2006
Antwoord van de heer Špidla namens de Commissie

1. De Commissie is op de hoogte van de inhoud van de campagne „Stop Kinderarbeid — School, de beste werkplaats” en het „Global Report on child labour” waarover op de jaarlijkse conferentie van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) in 2006 gesproken is. Bestrijding van kinderarbeid maakt deel uit van de agenda voor waardig werk. De Commissie heeft op 24 mei 2006 een mededeling goedgekeurd met de titel „Bevordering van waardig werk voor iedereen — Bijdrage van de Europese Unie aan de uitvoering van de agenda voor waardig werk over de hele wereld”(1). In deze mededeling bevestigt de Commissie nog eens dat zij zich zal inzetten voor een doeltreffende implementatie van de agenda voor waardig werk.

2. De Commissie maakt zich sterk voor de ratificatie en toepassing van de zogenaamde fundamentele arbeidsnormen („Core Labour Standards”) en Conventie 138 over de minimumleeftijd voor werk(2). Ook de Raad van de Europese Unie(3) en het Parlement onderschrijven dit beleid(4). De bevordering van de fundamentele arbeidsnormen komt tevens aan de orde in bilaterale overeenkomsten, zoals de Overeenkomst van Cotonou, en in de nationale actieplannen in het kader van het nabuurschapsbeleid van de EU. Verder werkt de Commissie aan een intensivering van de samenwerking op het gebied van werkgelegenheid en sociale zaken met zich economisch sterk ontwikkelende landen als China, India en Brazilië.

De Commissie ondersteunt daarnaast ook de initiatieven ter bestrijding van kinderarbeid die deel uitmaken van de externe hulpverlening en haar samenwerking met de ILO, waaronder ook het ILO-programma voor de afschaffing van kinderarbeid (IPEC). In aansluiting op de Europese consensus inzake ontwikkeling en de mededeling over waardig werk zal de Commissie meer steun gaan verlenen aan initiatieven op het gebied van sociale bescherming, jeugdwerkloosheid, rechten op het werk en sociale dialoog.

3. De reactie van de Commissie hangt af van de ernst, aard en context van niet-naleving van Conventie 138 en van de bilaterale banden met het betrokken land. De Commissie wijst erop dat zij in het geval van ernstige en stelselmatige schendingen van de fundamentele arbeidsnormen het Stelsel van algemene preferenties (SAP) al buiten werking heeft gesteld of de procedure daartoe heeft opgestart. Ook herinnert de Commissie eraan dat de ratificatie en doeltreffende toepassing van de fundamentele arbeidsnormen een voorwaarde voor het SAP is. Daarnaast kan door technische samenwerking in tal van gevallen verbetering worden gebracht in de toepassing van de fundamentele arbeidsnormen. De Commissie zal hier ook aandacht aan schenken in haar nationale, regionale en thematische programmering van de externe hulpverlening(5).

4. Het verband tussen kinderarbeid en onderwijs is in een aantal resoluties van het Europees Parlement bevestigd. Daarin is naar voren gebracht dat voor alle kinderen tot hun vijftiende levensjaar, zoals voorgeschreven door de ILO, verplicht gratis onderwijs van goede kwaliteit beschikbaar moet zijn. Tot nu toe behandelen de Europese Unie en haar lidstaten onderwijs en kinderarbeid echter nog als twee thema’s die los van elkaar staan. De mededeling(6) „Naar een EU-strategie voor de rechten van het kind” van 4 juli 2006 biedt een coherent kader voor de coördinatie van de reeds lopende interne en externe werkzaamheden voor onder andere de te leggen verbanden tussen kinderarbeid en onderwijs, en stelt concrete maatregelen ter bescherming van de rechten van kinderen voor.

(1)COM(2006)249 def. en SEC(2006)643.
(2)COM(2001)416 def. en COM(2006)249 def.
(3)Conclusies van de Raad van 21 juli 2003 (doc. 11555/03) en van 3 maart 2005 (doc. 6286/05).
(4)Verslag van het Europees Parlement A 6-0308/2005 van 15 november 2005.
(5)COM(2006)249 def.
(6)COM(2006)367 def.

PB C 328 van 30/12/2006
Laatst bijgewerkt op: 28 september 2006Juridische mededeling