1. De Commissie is op de hoogte van het bestaan van dergelijke trends en verschijnselen. Volgens de Commissie is er echter geen bewijs dat deze beweringen staaft. De mate waarin een vliegtuig condensatiesporen vormt en de snelheid waarmee deze weer verdwijnen worden in eerste instantie bepaald door de luchtdruk, de temperatuur en de luchtvochtigheidsgraad van een bepaald vliegniveau. Ook kunnen de brandstof en de algehele voortstuwingsefficiëntie een rol spelen. Veranderingen of trends in de mate waarin condensatiesporen zichtbaar blijven en meer uitgewaaierde wolken vormen, kunnen dus te wijten zijn aan factoren als veranderingen in
—
meteorologische omstandigheden
—
verkeersvolumes
—
efficiëntie van de vliegtuigmotor
2. De Commissie is op de hoogte van dergelijke beweringen maar niet van bewijs dat deeltjes die bestaan uit barium, aluminium en ijzer al dan niet opzettelijk worden verspreid door vliegtuigen.
3. Nee. Het kan niet worden uitgesloten dat de uitstoot van dergelijke deeltjes neerslag en klimaatverandering beïnvloeden, maar zoals hierboven aangegeven is er volgens de Commissie geen bewijs dat zulke uitstoot plaatsvindt.
4. Volgens de Commissie is er geen bewijs dat dergelijke methoden in Europa worden gehanteerd.
5. Geen van de genoemde stoffen is noodzakelijkerwijs gevaarlijk, maar als uitstoot in de lucht op grote schaal plaatsvindt, kunnen sommige effecten op milieu en volksgezondheid niet worden uitgesloten.
6. Zoals hierboven aangegeven is er volgens de Commissie geen bewijs op basis waarvan actie kan worden ondernomen.