Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • ga - Gaeilge
  • hr - hrvatski
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (huidige pagina)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
Parlementaire vragen
22 januari 2010
E-6204/2009
Antwoord van de heer Tajani namens de Commissie

1. Overeenkomstig Richtlijn 1999/62/EG inzake bedrijfsvoertuigen(1) kan elke lidstaat zelf de regeling voor het betalen van tolgelden en/of gebruiksrechten vaststellen. In artikel 7, lid 5, van deze richtlijn wordt bepaald dat tolgelden en gebruiksrechten zodanig worden geheven en geïnd en de betaling ervan zodanig gecontroleerd dat de doorstroming van het verkeer zo min mogelijk wordt gehinderd en iedere verplichte verificatie of controle aan de binnengrenzen van de EU wordt voorkomen. Het verplichte gebruik van eenvoudig tegen een redelijke prijs te verkrijgen en gemakkelijk in het voertuig aan te brengen apparatuur wijkt niet af van de eurovignetwetgeving.

In dit verband laat Richtlijn 2004/52/EG tot invoering van de Europese elektronische tolheffingsdienst(2), die een aanvulling vormt op de nationale elektronische tolheffingsdiensten, de vrijheid van de lidstaten om voorschriften inzake wegeninfrastructuurheffing en belastingaangelegenheden vast te stellen onverlet.

Personenauto's vallen niet onder de Europese wetgeving. Indien tolgelden of gebruiksrechten worden geheven op personenauto's dienen de lidstaten de bepalingen van het Verdrag in acht te nemen en er in het bijzonder voor te zorgen dat er geen sprake is van directe of indirecte discriminatie op grond van de nationaliteit of het land van verblijf van de weggebruikers.

2. Er is een wettelijk kader op EU-niveau voor de gelijke behandeling van weggebruikers wat vrachtwagens betreft. Richtlijn 1999/62/EG betreffende heffingen voor weggebruikers (eurovignet) zoals gewijzigd bij Richtlijn 2006/38/EG(3) regelt het heffingsstelsel voor zware vrachtvoertuigen zodanig dat de lidstaten een systeem van op de afgelegde afstand gebaseerde tolgelden of op het tijdstip gebaseerde gebruiksrechten (vignetten) kunnen invoeren, op voorwaarde dat er geen sprake is van directe of indirecte discriminatie op grond van de nationaliteit van de vervoersonderneming, het land of de plaats waar de vervoersonderneming gevestigd is of waar het voertuig geregistreerd is, of op grond van de herkomst of bestemming van het vervoer. Bij de invoering van tolgelden en/of gebruiksrechten staat het de lidstaten vrij om passende compenserende maatregelen in te voeren voor deze heffingen, onverminderd de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie. Concreet kunnen de lidstaten de voertuigenbelasting verlagen zolang de minimumtarieven voor de belastingen op voertuigen van bijlage I bij de eurovignetrichtlijn in acht worden genomen.

Indien de lidstaten tolgelden of gebruiksrechten heffen op personenauto's die gebruik maken van hun wegennet, dient de toepassing ervan de EU-wetgeving in acht te nemen, met inbegrip van het non-discriminatiebeginsel van het Verdrag. De Commissie zal de situatie in dit verband blijven volgen naarmate verdere informatie over voorgestelde nieuwe regelingen beschikbaar komt.

Volgens Richtlijn 2004/52/EG en de tenuitvoerlegging van Beschikking 2009/750/EG(4) van de Commissie is de Europese elektronische tolheffingsdienst (EETS) niet van invloed op fundamentele besluiten van de lidstaten om tol te heffen op bepaalde typen voertuigen, maar heeft hij uitsluitend betrekking op de wijze waarop tolgeld of heffingen worden geïnd. De EETS vormt een 3. aanvulling op de nationale elektronische tolheffingsdiensten van de lidstaten en zorgt voor de interoperabiliteit van de huidige en toekomstige elektronische tolheffingssystemen van de lidstaten.

Naargelang het Nederlandse kilometerprijssysteem vóór of na de inwerkingtreding van de EETS de operationele fase bereikt, kan het nadien daaraan worden aangepast of dient het vanaf het begin ermee verenigbaar te zijn.

(1)Richtlijn 1999/62/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 juni 1999 betreffende het in rekening brengen van het gebruik van bepaalde infrastructuurvoorzieningen aan zware vrachtvoertuigen, PB L 187 van 20.7.1999.
(2)Richtlijn 2004/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de interoperabiliteit van elektronische tolheffingssystemen voor het wegverkeer in de Gemeenschap, PB L 166 van 30.4.2004.
(3)PB L 157 van 9.6.2006.
(4)2009/750/EG: Beschikking van de Commissie van 6 oktober 2009 tot definiëring van de Europese elektronische tolheffingsdienst en de bijbehorende technische onderdelen, PB L 268 van 13.10.2009.

Laatst bijgewerkt op: 27 januari 2010Juridische mededeling