Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

Parlementaire vragen
1 maart 2010
E-6458/2009
Antwoord

Artikel 243 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) schrijft het volgende voor: „De Raad stelt de bezoldigingen, de vergoedingen en pensioenen van de voorzitter van de Europese Raad, van de voorzitter van de Commissie, van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid, van de leden van de Commissie, van de presidenten, de leden en de griffiers van het Hof van Justitie van de Europese Unie, alsmede van de secretaris-generaal van de Raad, vast. De Raad stelt tevens alle vergoedingen vast welke als beloning kunnen gelden.

Dit artikel is een enigszins gewijzigde versie (met toevoeging van de bij het Verdrag van Lissabon ingestelde nieuwe functies) van artikel 210 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap (VEG), dat als volgt luidde: „De Raad stelt met gekwalificeerde meerderheid van stemmen de wedden, vergoedingen en pensioenen vast van de voorzitter en de leden van de Commissie, van de president, de rechters, de advocaten-generaal en de griffier van het Hof van Justitie, en van de leden en de griffier van het Gerecht van eerste aanleg. De Raad stelt met dezelfde meerderheid tevens alle vergoedingen vast welke als beloning kunnen gelden.

Hetzelfde geldt voor de leden van de Rekenkamer, van wie de Raad „de arbeidsvoorwaarden vaststelt, met name de bezoldiging, de vergoedingen en het pensioen van de voorzitter en de leden van de Rekenkamer. Hij stelt ook de vergoedingen vast die als bezoldiging kunnen worden aangemerkt” (artikel 286, lid 7, VWEU, ex-artikel 247 VEG).

De juridische situatie is dus dezelfde als vóór de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon, hetgeen betekent dat de salarissen voor deze functies niet worden bepaald op grond van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie (rechtsgrondslag: artikel 336 VWEU, ex-artikel 283 VEG), maar op grond van een specifieke, door de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen vastgestelde regeling.

De salarisregelingen in kwestie worden bekendgemaakt in het Publicatieblad. Teneinde de lezing ervan te vergemakkelijken, heeft het Bureau voor officiële publicaties bovendien informele geconsolideerde versies opgesteld van de oudste regelingen, die reeds meermaals zijn gewijzigd. Het betreft de volgende instrumenten:

1) Verordening nr. 422/67/EEG, 5/67/Euratom van de Raad van 25 juli 1967 tot vaststelling van de geldelijke regeling voor de voorzitter en de leden van de Commissie, de president, de rechters en de griffier van, alsmede de advocaten-generaal bij het Hof van Justitie, de president, de leden en de griffier van het Gerecht van eerste aanleg, alsmede de president, de leden en de griffier van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie (PB L 187 van 8.8.1967, blz. 1);
2) Besluit 2009/909/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeids­voorwaarden van de voorzitter van de Europese Raad (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 35);
3) Besluit 2009/910/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeids­voorwaarden van de hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 36);
4) Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 2290/77 van de Raad van 18 oktober 1977 tot vaststelling van de geldelijke regeling van de leden van de Rekenkamer (PB L 268 van 20.10.1977, blz. 1);
5) Besluit 2009/912/EU van de Raad van 1 december 2009 tot vaststelling van de arbeids­voorwaarden van de secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie (PB L 322 van 9.12.2009, blz. 38).

In deze salarisregelingen is bepaald dat de personen die de betrokken functies uitoefenen, recht hebben op een basissalaris, gezinstoelagen en vergoedingen. Zij hebben deels ten doel een aantal bepalingen van het Statuut van de ambtenaren van de EU via verwijzing toepasselijk te maken.

Het bedrag van het basissalaris wordt berekend aan de hand van het basissalaris van een ambtenaar van de Europese Unie in rang 16, derde salaristrap. Wanneer er bijgevolg een jaarlijkse aanpassing op laatstgenoemd salaris wordt toegepast (verhoging of verlaging overeenkomstig de regeling van de artikelen 65 en 65 bis van het Statuut van de ambtenaren van de EU), dan worden de in de specifieke regelingen vastgestelde basissalarissen eveneens automatisch aangepast. De basis­salarissen waarin de vigerende salarisregelingen voorzien, zijn:

FunctieBasissalaris als percentage van het basissalaris van een ambtenaar van de Europese Unie in rang A 16, derde salaristrap
Voorzitter van de Europese Raad138 %
Voorzitter van de Commissie138 %
President van het Hof van Justitie138 %
Hoge vertegenwoordiger van de Unie voor buitenlandse zaken en veiligheidsbeleid130 %
Vicevoorzitter van de Commissie125 %
Voorzitter van de Rekenkamer115 %
Lid van de Commissie112,5 %
Rechter van of advocaat-generaal bij het Hof van Justitie112,5 %
President van het Gerecht112,5 %
Lid van de Rekenkamer108 %
President van het Gerecht voor ambtenarenzaken104 %
Lid van het Gerecht104 %
Griffier van het Hof van Justitie101 %
Secretaris-generaal van de Raad100 %
Lid van het Gerecht voor ambtenarenzaken100 %
Griffier van het Gerecht95 %
Griffier van het Gerecht voor ambtenarenzaken90 %

De gezinstoelagen en de socialezekerheidsregeling (ziektekosten-, ongevallen- en beroepsziekte­verzekering en uitkeringen bij geboorte en overlijden) worden vastgesteld naar analogie met de bepalingen van het Statuut van de ambtenaren van de EU. De salarisregeling voorziet tevens in een standplaatstoelage die 15 % van het basissalaris bedraagt, een maandelijkse representatietoelage, een maandelijkse overbruggingstoelage gedurende drie jaar (waarvan eventuele elders ontvangen vergoedingen worden afgetrokken), alsmede in een vanaf 65 jaar uit te betalen pensioen. Zoals voor de ambtenaren voorziet de regeling tevens in de vergoeding van de inrichtings-, de verhuizings- en de reiskosten bij indiensttreding en beëindiging van de dienst, alsook in de vergoeding van de kosten van dienstreizen.

De toelagen en vergoedingen, gedifferentieerd naar het niveau van de uitgeoefende functies, staan expliciet en gedetailleerd beschreven in de betrokken verordeningen en besluiten.

Laatst bijgewerkt op: 16 maart 2010Juridische mededeling