Europees parlement

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • ga - Gaeilge
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (huidige pagina)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
Parlementaire vragen
1 april 2011
E-010183/2010
Antwoord van mevrouw Malmström namens de Commissie

Op 10 november 2010 heeft de Commissie het Europees Parlement meegedeeld dat zij aan het evalueren was of de in 2008 goedgekeurde „tweesporenbenadering” voor de onderhandelingen met de Verenigde Staten van Amerika (VS) over het programma voor visumvrijstelling (VWP) diende te worden bijgewerkt gezien de uit het Verdrag van Lissabon voortvloeiende veranderingen, zoals de afschaffing van de voormalige pijlerstructuur van de Verdragen.

De Commissie heeft haar juridische analyse van deze kwestie voltooid en op basis daarvan heeft commissaris Malmström op 14 maart 2011 een brief gestuurd naar de voorzitter van de Commissie LIBE, waarin zij de resultaten van de juridische beoordeling heeft meegedeeld:

De politiële samenwerking in strafzaken en de justitiële samenwerking zijn nu gebieden van gedeelde bevoegdheid. Dat houdt in dat de lidstaten op deze gebieden in principe kunnen blijven onderhandelen en overeenkomsten sluiten met derde landen zolang de EU dit nog niet heeft gedaan.

Deze bevoegdheid van de lidstaten is echter niet onbeperkt: de lidstaten kunnen geen overeenkomsten sluiten wanneer dit gevolgen heeft voor het EU-acquis, met inbegrip van instrumenten op het gebied van de politiële samenwerking in strafzaken en de justitiële samenwerking, of wanneer de strekking daarvan wordt gewijzigd.

Gezien de exclusieve bevoegdheid van de EU op het gebied van visumbeleid, en gezien het feit dat bilaterale overeenkomsten de facto een voorwaarde zijn voor toegang tot het VWP, zou de Commissie in principe de Raad kunnen aanbevelen om namens de EU over een overeenkomst te onderhandelen waarin alle voorwaarden voor toegang tot het VWP worden geregeld. Gezien de huidige situatie, waarin reeds een groot aantal lidstaten overeenkomsten met de VS heeft gesloten over de screening van terroristen en over een betere samenwerking op het gebied van de voorkoming en bestrijding van zware criminaliteit, is de Commissie echter van oordeel dat de lidstaten kunnen blijven onderhandelen over bilaterale overeenkomsten, doch alleen voor zover dergelijke overeenkomsten geen gevolgen hebben voor het EU-acquis op het gebied de politiële samenwerking in strafzaken en de justitiële samenwerking, met name wat betreft de uitwisseling van wetshandhavingsinformatie.

Op 10 maart 2011 stuurde de Commissie brieven naar de lidstaten waarin zij hen verzocht om de teksten van hun bilaterale overeenkomsten met de VS betreffende „betere samenwerking op het gebied van de voorkoming en bestrijding van zware criminaliteit” en „de uitwisseling van screeninginformatie over bekende of vermoedelijke terroristen”, of om informatie over lopende onderhandelingen met de VS, zodat zij kan beoordelen of deze overeenkomsten gevolgen hebben voor het EU-acquis of de strekking ervan wijzigen.

De Commissie zal de door het geachte Parlementslid gestelde specifieke vragen over de conformiteit van deze bilaterale overeenkomsten met het EU-acquis beantwoorden nadat zij die beoordeling heeft verricht.

PB C 265 E van 09/09/2011
Laatst bijgewerkt op: 5 april 2011Juridische mededeling