Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • ga - Gaeilge
  • hr - hrvatski
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (huidige pagina)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
Parlementaire vragen
28 januari 2011
E-010193/2010
Antwoord van de heer Potočnik namens de Commissie

De Commissie is op de hoogte van de beleidsintenties zoals beschreven in het regeerakkoord tussen de VVD(1) en het CDA(2) met de naam „Vrijheid en verantwoordelijkheid”, waaronder het voornemen om af te zien van het aanleggen van zogenaamde robuuste verbindingen in de Ecologische Hoofdstructuur waartoe ook Natura 2000-gebieden behoren.

Overeenkomstig artikel 10 van Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (de „habitatrichtlijn”)(3) moeten de lidstaten, wanneer zij dat in verband met hun ruimtelijkeordeningsbeleid en hun ontwikkelingsbeleid nodig achten en met name om Natura 2000 ecologisch meer coherent te maken, streven naar een adequater beheer van landschapselementen die van primair belang zijn voor de wilde flora en fauna. Het gaat daarbij om elementen die door hun lineaire en continue structuur (zoals rivieren met hun oevers of traditionele systemen van terreinbegrenzing) of hun verbindingsfunctie (zoals vijvers of kleine bossen) essentieel zijn voor de migratie, de geografische verdeling en de genetische uitwisseling van wilde soorten. Als Nederland afziet van het aanleggen van robuuste verbindingen tussen beschermde gebieden zoals die van de Ecologische Hoofdstructuur of van Natura 2000, ziet het van een belangrijk instrument af dat nodig kan zijn om de ecologische coherentie van het Natura 2000-netwerk in Nederland te verbeteren.

De Commissie rekent erop dat Nederland zich aan de bestaande verplichtingen in het kader van de EU-wetgeving houdt. De lidstaten bepalen echter zelf welke maatregelen nodig zijn om de doelstellingen van de richtlijn te halen. Daarom moet Nederland de Commissie — indien nodig — alternatieven voor de verbinding van gebieden voorstellen om de doelstellingen van de habitatrichtlijn te halen. Tot deze doelstellingen behoort het voorkomen van de verslechtering van het milieu in de gebieden. In de habitatrichtlijn wordt geen specifieke termijn gesteld waarbinnen deze doelstellingen gehaald moeten worden.

De Commissie is ook op de hoogte van andere plannen van de Nederlandse regering ten aanzien van natuurbehoud, zoals de plannen inzake een beperkte tenuitvoerlegging van milieumaatregelen in de landbouw en de herziening van eerdere besluiten met betrekking tot het onder water zetten van de Hedwigepolder in Zeeuws-Vlaanderen of de gedeeltelijke opening van de Haringvlietsluizen (het „kierbesluit”). Deze plannen zijn mogelijk onverenigbaar met de bestaande verplichtingen uit hoofde van de EU-milieuwetgeving. De Commissie blijft toezicht houden op de daadwerkelijke uitvoering van de wetgeving in Nederland en zal passende maatregelen treffen als blijkt dat Nederland zijn respectieve verplichtingen niet nakomt.

(1)VVD = Volkspartij voor Vrijheid en Democratie.
(2)CDA = Christendemocratisch Appel.
(3)PB L 206 van 22.7.1992.

PB C 265 E van 09/09/2011
Laatst bijgewerkt op: 1 februari 2011Juridische mededeling