Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • ga - Gaeilge
  • hr - hrvatski
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (huidige pagina)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
Parlementaire vragen
22 maart 2010
E-0825/10E-0104/10
Antwoord van de heer Potočnik namens de Commissie
Schriftelijke vragen : E-0825/10 , E-0104/10

De Commissie is inderdaad op de hoogte van de groeiende hoeveelheid plastic afval in de Noordpacifische Gyre, de zogenaamde plastic soep. Dit probleem werd door de Nederlandse minister onder de aandacht gebracht tijdens de Europese Raad van de ministers van Milieu op 21 oktober 2009 en in het verslag van 12 november 2009 inzake de Lissabonovereenkomst van de commissie Milieu van het Europees Parlement, onder leiding van rapporteur Anna Rosbach.

De plastic soep is evenwel een zeer complex probleem. Overhaaste conclusies en vingerwijzingen brengen een oplossing niet dichterbij. Zoals reeds gesteld in het antwoord op schriftelijke vraag E-0104/10(1) van Caroline Lucas is het moeilijk om te bepalen wie verantwoordelijkheid draagt voor het ontstaan van dit afvaleiland. Dit probleem moet op internationaal niveau worden aangepakt en opgelost.

De verschillende bronnen van zwerfvuil op zee worden door de internationale gemeenschap op verschillende manieren aangepakt. In verband met scheepsafval is binnen de Internationale Maritieme Organisatie(2) overeenstemming bereikt over juridisch bindende maatregelen en wordt algemeen erkend dat één van de onderliggende problemen het wereldwijde gebrek is aan toereikende havenontvangstvoorzieningen. In het kader van het Mondiale Actieprogramma van de Verenigde Naties is bovendien overeenstemming bereikt over een aantal maatregelen om de verontreiniging van op het land terug te dringen. Voor de tenuitvoerlegging daarvan in bepaalde regio's (met name Afrika, Azië en Latijns-Amerika) is er echter behoefte aan meer internationale bijstand voor afvalbeheer.

De Commissie maakt zich zorgen over de ernstige uitbreiding van de plastic soep in de Pacifische Gyre, maar zij is er zich ook van bewust dat niet alleen de Stille Oceaan met dit probleem kampt. Voor de zeeën rond het Europese continent en met name de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee zijn verscheidene verbintenissen en acties vastgesteld in de context van regionale overeenkomsten (zoals het OSPAR-Verdrag(3) en het Verdrag van Barcelona), die meestal zijn toegespitst op door scheepsafval aan de kusten veroorzaakte problemen.

Niettegenstaande het nut van deze regionale maatregelen, is de EU tot de conclusie gekomen dat binnen een juridisch kader op EU-niveau extra maatregelen nodig zijn om de verschillende mariene problemen, zoals het zwerfvuil op zee, aan te pakken. In dit verband is onlangs de Kaderrichtlijn mariene strategie (Richtlijn 2008/56/EG)(4) aangenomen. Gelet op het feit dat er onvoldoende gegevens beschikbaar zijn over een aantal grote problemen, zoals het plastic afval in de Europese zeeën, is het opbouwen van relevante kennis een fundamentele prioriteit van de richtlijn om de daadwerkelijke bescherming van het mariene milieu te waarborgen. Om die reden dienen de lidstaten op grond van de richtlijn in eerste instantie een omvattende evaluatie te maken van de toestand van het mariene milieu in hun wateren, met inbegrip van de effecten en de ernst van de verontreiniging.

Op dit moment heeft de Commissie geen plannen om het gebruik van biologisch afbreekbaar plastic te verplichten voor typische afvalproducten. In 2009 heeft de Commissie evenwel een studie gelanceerd om de ecologische bedreiging van plastic afval te onderzoeken. Het probleem van de „plastic soep”, het plastic afval en het potentiële gebruik van biologisch afbreekbaar plastic zal eveneens worden onderzocht in het kader van deze studie. Bovendien onderhoudt de Commissie regelmatige contacten met de kunststofindustrie, die vanuit haar bekommernis om het negatieve imago dat de ze door „plastic soep” krijgt, bereid is mee naar een oplossing te zoeken voor dit probleem.

Na een grondige analyse van de beschikbare wetenschappelijke informatie en een actieve raadpleging van alle actoren, hopen we concrete voorstellen te kunnen formuleren om de plastic soep op te ruimen en de oorzaken ervan weg te nemen. De Commissie overweegt om een workshop te organiseren om alle beschikbare wetenschappelijke gegevens over deze kwestie te verzamelen, een beeld te krijgen van de actoren en een open en constructief debat op gang te brengen om concrete oplossingen te zoeken.

(1)http://www.europarl.europa.eu/QP-WEB/home.jsp
(2)Bijlage V van het MARPOL-verdrag 73/78 in de context van de IMO.
(3)Verdrag inzake de bescherming van het mariene milieu in het noordoostelijke deel van de Atlantische Oceaan.
(4)PB L 164 van 25.6.2008.

PB C 138 E van 07/05/2011
Laatst bijgewerkt op: 26 maart 2010Juridische mededeling