Europees parlement

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • ga - Gaeilge
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (huidige pagina)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
Parlementaire vragen
21 januari 2011
E-8847/2010
Antwoord van de heer De Gucht namens de Commissie

1. De Commissie is het niet met het geachte Parlementslid eens dat de ACTA-onderhandelingen niet transparant zijn gevoerd. Sinds het begin van de onderhandelingen in juni 2008 heeft de Commissie het publiek voortdurend geïnformeerd over de doelstellingen en het algemene verloop van de onderhandelingen (onder meer met samenvattende verslagen na elke onderhandelingsronde). Op verzoek van de Commissie is de onderhandelingstekst voor het eerst in april 2010 vrijgegeven. De meest recente versie werd op 6 oktober 2010 gepubliceerd.

Bovendien heeft de Commissie drie conferenties over ACTA georganiseerd waaraan iedereen — burgers, het bedrijfsleven, ngo's en de pers — kon deelnemen.

Voorts heeft de Commissie het Parlement geregeld tijdens plenaire vergaderingen (de commissaris voor Handel heeft de plenaire vergadering de voorbije acht maanden drie keer toegesproken) en in de Commissie internationale handel geïnformeerd. Sinds maart 2010 heeft de Commissie na elke onderhandelingsronde ten behoeve van geïnteresseerde parlementsleden voor speciale briefings over alle aspecten van de onderhandelingen gezorgd.

Met betrekking tot de vraag of ACTA een handelsovereenkomst is, moet worden nagegaan op grond van welke bevoegdheden de Unie de overeenkomst potentieel kan ratificeren. Het is duidelijk dat de EU in het kader van de gemeenschappelijke handelspolitiek (artikel 207 VWEU) — die „de handelsaspecten van intellectuele eigendom” omvat — bevoegd is voor de kwesties die in ACTA worden geregeld. Bijgevolg kan ACTA als een handelsovereenkomst worden beschouwd.

ACTA vereist geen wijzigingen van de EU-wetgeving en evenmin wettelijke uitvoeringsmaatregelen in Europa. Tegelijkertijd bouwt ACTA voort op de belangrijkste internationale normen, namelijk die van de Agreement on Trade-Related Aspects of Intellectual Property Rights (een van de verdragen van de Wereldhandelsorganisatie). Daarom vielen de onderhandelingen onder de algemene noemer „handel”, hoewel alle bevoegde diensten van de Commissie ten volle aan de onderhandelingen hebben deelgenomen.

Het roulerende voorzitterschap heeft namens de lidstaten onderhandeld over de strafrechtelijke handhavingsmaatregelen.

2. Handelsovereenkomsten zijn op basis van artikel 207 VWEU aan dezelfde transparantieregels onderworpen als andere onderhandelingen, maar artikel 207 vereist dat het Parlement volledig geïnformeerd wordt. Internationale onderhandelingen vereisen altijd enige vertrouwelijkheid omdat de partijen alleen bij een minimum aan vertrouwelijkheid bereid zijn toegevingen te doen of verschillende opties uit te proberen.

3. Zoals toegelicht in het antwoord op de eerste vraag is ACTA een handelsovereenkomst. Het feit dat ACTA onder artikel 207 valt, betekent dat de standaardregels inzake ratificatie van toepassing zijn. De Commissie moet formeel beslissen of ze zal voorstellen de overeenkomst te ratificeren, de Raad moet beslissen de overeenkomst al dan niet te ondertekenen en het Parlement moet zijn toestemming geven. Omdat het om een gemengde overeenkomst gaat (d.w.z een overeenkomst die zowel de bevoegdheden van de EU als van de lidstaten betreft), moeten ook de lidstaten de overeenkomst ratificeren.

4. Het document „Maintaining Confidentiality of Documents” geeft de inhoud weer van een informele afspraak tussen de ACTA-partijen op grond waarvan intergouvernementele onderhandelingen over kwesties met een economische impact niet noodzakelijk in het openbaar moeten worden gevoerd en de onderhandelaars door een zekere mate van discretie gebonden zijn.

5. Aangezien een lid van het Europees Parlement een rechtszaak tegen de Commissie heeft aangespannen over deze kwestie, wil de Commissie in dit stadium niet dieper op deze vraag ingaan.

De Commissie wil het geachte Parlementslid echter verwijzen naar een recent besluit van de Europese ombudsman(1), waarin wordt geconcludeerd dat de Raad het recht heeft te weigeren bepaalde documenten in verband met de ACTA-onderhandelingen openbaar te maken. Door de documenten openbaar te maken zou de doorgaans goede sfeer van vertrouwelijkheid tijdens de onderhandelingen in het gedrang komen en de open en constructieve samenwerking worden verstoord.

(1)Besluit over klacht 90/2009/(JD)OV tegen de Raad van de Europese Unie, of 23.7.2010.

PB C 265 E van 09/09/2011
Laatst bijgewerkt op: 26 januari 2011Juridische mededeling