Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • ga - Gaeilge
  • hr - hrvatski
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (huidige pagina)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
Parlementaire vragen
8 februari 2011
E-9540/2010
Antwoord van de Hoge Vertegenwoordiger/Vicevoorzitter Ashton namens de Commissie

In 2010 heeft de EU, overeenkomstig resolutie 1929 van de VN-Veiligheidsraad en in het licht van de groeiende bezorgdheid van de Europese Raad over het Iraanse nucleaire programma, Verordening (EU) nr. 961/2010 aangenomen tot uitbreiding van de beperkende maatregelen tegen Iran op het gebied van de handel, de financiële sector, het vervoer en de sleutelsectoren van de aardolie- en aardgasindustrie alsmede tegen de Iraanse revolutionaire garde. Deze beperkende maatregelen (sancties) hebben als doel een onderhandelde oplossing te vinden voor alle bezorgdheden die blijven bestaan over de ontwikkeling van gevoelige technologieën door Iran ter ondersteuning van zijn nucleaire en rakettenprogramma's, teneinde te proberen om de nucleaire kwestie langs diplomatieke weg op te lossen. De sancties van de EU blijven toegespitst op specifieke gebieden en personen, zodat de negatieve gevolgen voor degenen die niet verantwoordelijk zijn voor het beleid dat aan de oorzaak ligt van deze sancties, in de eerste plaats de Iraanse bevolking, tot een minimum worden beperkt.

Wat de „aanvullende sancties” betreft, is de Commissie zich ervan bewust dat een aantal ondernemingen beslissingen aangaande hun zakenrelaties met Iran hebben genomen die verder gaan dan de door de EU opgelegde sancties, en zij erkent dat de gevolgen daarvan los van het effect van de EU-sancties geëvalueerd moeten worden. De Commissie heeft tevens bij verschillende gelegenheden gesprekken gevoerd met de Verenigde Staten over de „Comprehensive Iran Sanctions, Divestment and Accountability Act” (CISADA) en aangegeven dat zij bezorgd is over de mogelijke extraterritoriale gevolgen daarvan. De Commissie zal deze kwestie op de voet blijven volgen, ook op het gebied van particuliere organisaties en de tenuitvoerlegging en beoordeling van de beperkende maatregelen van de EU.

De verordeningen van de EU vormen een basis voor eenvormige uitvoering van de EU-sancties en de lidstaten dienen doeltreffende, evenredige en afschrikkende sancties vast te stellen voor overtredingen van de verordeningen. Volgens de verordening dienen de Commissie en de lidstaten elkaar in kennis te stellen van de tenuitvoerlegging en handhaving van de maatregelen, maar de lidstaten blijven verantwoordelijk voor de handhaving van de sancties. Overeenkomstig artikel 215 VWEU stelt de Raad het Europees Parlement in kennis van de door de EU aangenomen sanctieverordeningen.

De Commissie zal blijven benadrukken dat de sancties van de EU de Iraanse burgerbevolking geen schade mogen berokkenen; dit maakt integraal deel uit van het EU-beleid ten aanzien van Iran.

PB C 265 E van 09/09/2011
Laatst bijgewerkt op: 18 februari 2011Juridische mededeling