Europees parlement

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • ga - Gaeilge
  • hr - hrvatski
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (huidige pagina)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
Parlementaire vragen
11 juli 2012
E-005666/2012
Antwoord van mevrouw Malmström namens de Commissie

De Commissie is niet geïnformeerd over het genoemde rapport noch over een uitzonderlijke stijging van het aantal valse documenten dat in Nederland wordt ontdekt.

Frontex ziet toe op de maandelijkse uitwisseling tussen de lidstaten van gegevens over fraude met betrekking tot documenten. Er worden op dit gebied regelmatig risicoanalyses uitgevoerd op grond waarvan de behoefte aan opleiding en onderzoek wordt bepaald.

Volgens de risicoanalyse van Frontex, die was gebaseerd op uitgewisselde gegevens van 21 lidstaten en geassocieerde Schengenlanden, was er een toename in het aantal valse documenten dat werd ontdekt bij binnenkomst in de EU vanuit derde landen, van 20 % (van 7 841 ontdekte documenten in 2010 tot 9 334 in 2011). Bijna de helft daarvan betrof paspoorten. Italië en Spanje ontdekken de meeste valse reisdocumenten (paspoorten) aan de buitengrenzen. Als ook naar het verkeer binnen het Schengengebied wordt gekeken, is het Duitsland dat een erg groot aantal valse documenten ontdekt. Het hogere aantal ontdekte valse documenten zou het gevolg kunnen zijn van de veiligheidsmaatregelen die de EU heeft ingevoerd om de vervalsing van paspoorten te bemoeilijken en om door middel van de invoering van biometrie een betrouwbare koppeling tot stand te brengen tussen het document en de houder daarvan.

Met betrekking tot het onderscheppen van valse reisdocumenten door het controleren van personen wil de Commissie erop wijzen dat de EU-wetgeving — en meer specifiek de Schengengrenscode ­­­– de lidstaten niet belet om deze controles, onder meer in grensgebieden, uit te voeren in het kader van de normale uitoefening van politiebevoegdheden, mits de uitoefening van deze bevoegdheden niet dezelfde werking heeft als grenscontroles. Dit betekent in het algemeen dat dergelijk controles niet systematisch mogen zijn en dat de wijze waarop zij worden uitgevoerd, gebaseerd moet zijn op informatie over de betrokken dreiging.

PB C 174 E van 20/06/2013
Laatst bijgewerkt op: 12 juli 2012Juridische mededeling