Terug naar het Europarl-portaal

Choisissez la langue de votre document :

Parlementaire vragen
30 januari 2003
E-3751/02P-3851/02
Gecombineerd Antwoord van de heer Nielson namens de Commissie op de schritftelijke vragen E-3751/02 en P-3851/02

De Commissie is zeer begaan met het lot van Arjan Erkel, hoofd van de missie van AZG-Zwitserland, die werd ontvoerd in Daghestan op 12 augustus 2002, enkele weken nadat een andere humanitaire kracht, Nina Davidovitch, in Tsjetsjenië was ontvoerd.

De Commissie heeft officieel gereageerd met een verklaring van het Voorzitterschap, op 26 augustus 2002, waarin beide ontvoeringen scherp werden veroordeeld en om de onmiddellijke en behouden vrijlating van de gijzelaars werd verzocht. Het Voorzitterschap van de Unie heeft bovendien gebruik gemaakt van de gelegenheid waarbij twee nog later ontvoerde medewerkers van het Internationaal Comité van het Rode Kruis (ICRK) werden vrijgelaten, om op 20 november 2002 zijn oorspronkelijke verklaring te herhalen en om de onmiddellijke vrijlating van beide nog vermiste ontwikkelingswerkers te verzoeken.

Intussen volgt ook de Commissie de ontwikkelingen van nabij. Zij heeft het geval ter sprake gebracht op verschillende vergaderingen met de Russische autoriteiten en zal dat blijven doen tot Arjan Erkel behouden is teruggekeerd. Het lot van beide werkers werd opnieuw besproken in Moskou op 23 december 2002 gedurende een gezamenlijke demarche van de Trojka van de Unie, de Verenigde Staten, Zwitserland en Nederland bij de Vice-Minister voor Migratie van de Russische Federatie, de heer Chernienko. Helaas hebben de Russische autoriteiten zich in hun medewerking tot dusver niet zo bereidwillig getoond als de Commissie verwachtte. Meest recentelijk, op 10 januari, heeft Commissaris Nielson bij de vrijlating van Nina Davidovitch openlijk opgeroepen tot de onmiddellijke en behouden vrijlating van Arjan Erkel.

AZG-Zwitserland, gefinancierd door het Bureau voor Humanitaire Hulp via AZG-Nederland, was een van de zeer weinige destijds in Daghestan werkzame internationale organisaties, en verleende essentiële bijstand op het gebied van de gezondheidszorg aan de kwetsbare Tsjetsjeense en lokale bevolking in deze arme republiek van de Russische Federatie. Sedert de ontvoering van Arjan Erkel heeft AZG daar alle activiteiten moeten stopzetten en het wegtrekken van de organisatie is een nieuwe zware tegenslag voor de slachtoffers van het conflict in Tsjetsjenië, die de heer Erkel op zeer moedige wijze in Daghestan hulp was gaan bieden.

PB C 70 E van 20/03/2004 (blz. 21)
Laatst bijgewerkt op: 26 mei 2004Juridische mededeling