Index 
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Procedure : 2006/0005(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0182/2006

Ingediende teksten :

A6-0182/2006

Debatten :

PV 12/06/2006 - 20
CRE 12/06/2006 - 20

Stemmingen :

PV 13/06/2006 - 7.8
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2006)0253

Aangenomen teksten
PDF 227kDOC 97k
Dinsdag 13 juni 2006 - Straatsburg Definitieve uitgave
Overstromingsbeoordeling en -beheer ***I
P6_TA(2006)0253A6-0182/2006
Resolutie
 Geconsolideerde tekst

Wetgevingsresolutie van het Europees Parlement over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad over overstromingsbeoordeling en –beheer (COM(2006)0015 – C6-0020/2006 – 2006/0005(COD))

(Medebeslissingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement ,

–   gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2006)0015)(1) ,

–   gelet op artikel 251, lid 2 en artikel 175, lid 1 van het EG-Verdrag, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C6-0020/2006),

–   gelet op artikel 51 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid en het advies van de Commissie regionale ontwikkeling (A6-0182/2006),

1.   hecht zijn goedkeuring aan het Commissievoorstel, als geamendeerd door het Parlement;

2.   verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in dit voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.   verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en de Commissie.

(1) Nog niet in het PB gepubliceerd.


Standpunt van het Europees Parlement, in eerste lezing vastgesteld op 13 juni 2006, met het oog op de aanneming van Richtlijn 2006/…/EG van het Europees Parlement en de Raad over beoordeling en beheer van overstromingsrisico's
P6_TC1-COD(2006)0005

(voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gelet op het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, en met name op artikel 175, lid 1,

Gezien het voorstel van de Commissie ,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité(1) ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio's(2) ,

Handelend volgens de procedure van artikel 251 van het Verdrag(3) ,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)  Overstromingen kunnen levens kosten, mensen op de vlucht drijven, milieuschade veroorzaken, de economische ontwikkeling ernstig in gevaar brengen en de economische bedrijvigheid van de Gemeenschap ontwrichten.

(2)  Overstromingen zijn natuurverschijnselen die niet volledig kunnen worden voorkomen. Wel dragen de massale afname van de capaciteit van stroomgebieden om het water op natuurlijke wijze vast te houden, de slechte planning van menselijke activiteiten (zoals het toenemend aantal woningen en bedrijven in uiterwaarden, erosie en afname van de natuurlijke wateropnamecapaciteit van de grond door het kappen van bossen en de agrarische activiteiten in de stroomgebieden) perioden van droogte en de opwarming van de aarde ertoe bij dat de kans op overstromingen en de daardoor veroorzaakte gevolgen toenemen.

(3)  Van oudsher toegepaste strategieën voor het overstromingsrisicobeheer, gericht op het aanleggen van infrastructuur voor de rechtstreekse bescherming van mensen, onroerende en roerende goederen, hebben niet die mate van veiligheid opgeleverd, die verwacht werd.

(4)  Het is haalbaar en wenselijk het risico dat overstromingen inhouden voor de gezondheid en het leven van de mens, het milieu en de infrastructuur, te verminderen. De maatregelen om dit gevaar te beperken moeten echter worden gecoördineerd tussen de lidstaten en hun nationale, regionale en plaatselijke autoriteiten, evenals de voor het rivierbeheer bevoegde organisaties in het hele desbetreffende stroomgebied.

(5)  Lidstaten worden aangemoedigd om maatregelen te nemen die bijdragen tot het overstromingsrisicobeheer in stroomopwaartse of stroomafwaartse gebieden, op en buiten hun grondgebied. Hierbij zou de natuurlijke loop van de rivier zoveel mogelijk behouden moeten blijven. Waar dit niet mogelijk is, moeten lidstaten compenserende ruimte zoeken op hun eigen grondgebied, of, in samenwerking met andere lidstaten zulke gebieden zoeken.

(6)  De wetenschap stelt eensgezind vast dat buitensporige neerslag de laatste jaren vaker voorkomt.

(7)  Maatregelen voor risicobeheer en beperking van de schade door overstromingen dienen in overeenstemming met het solidariteitsbeginsel te zijn. Daarom dient het overstromingsrisicobeheer in het gehele stroomgebied van een rivier die door twee of meer buurlanden stroomt, zodanig te worden opgezet dat geen enkel gebied overstromingsrisico's loopt als gevolg van een niet-duurzaam rivierbeheer.

(8)  In zijn conclusies van 14 oktober 2004 heeft de Raad van ministers (Milieu) erkend dat de activiteiten van de mens bijdragen tot toename van de waarschijnlijkheid en van de negatieve gevolgen van (buitensporige) overstromingen en dat de klimaatverandering eveneens meer overstromingen met zich mee zal brengen. Hoge mate van milieubescherming moet, overeenkomstig het beginsel van duurzame ontwikkeling volgens artikel 37 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie worden opgenomen in het beleid van de Unie, en daarom moeten de Commissie en de lidstaten maatregelen nemen om de voorkoming van overstromingen, de bescherming tegen overstromingsrisico's en de beperking van de schade te verbeteren.

(9)  Tot dusverre bestaat er op Europees niveau geen rechtsinstrument tot bescherming tegen overstromingsrisico's. Richtlijn 2000/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid(4) voorziet met het oog op een goede ecologische en chemische toestand in de ontwikkeling van geïntegreerde beheerplannen voor elk stroomgebied, en zal bijdragen tot de afzwakking van de gevolgen van overstromingen. Die richtlijn is evenwel niet prioritair gericht op de vermindering van het overstromingsrisico. Met dat risico, dat in de toekomst veelvuldiger zal optreden als gevolg van de klimaatverandering, wordt geen rekening gehouden .

(10)  In de mededeling van de Commissie aan de Raad, het Europees Parlement, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's - Overstromingsrisicobeheer - Preventie van, bescherming tegen en verzachting van de gevolgen van overstromingen wordt een analyse en een benadering van het overstromingsrisicobeheer op Gemeenschapsniveau uiteengezet en wordt gesteld dat gecoördineerde en geïntegreerde actie op Gemeenschapsniveau een aanzienlijke toegevoegde waarde zou opleveren en de algehele doeltreffendheid van de bescherming tegen watersnood ten goede zou komen.

(11)  Beschikking 2001/792/EG, Euratom van de Raad van 23 oktober 2001 tot vaststelling van een communautair mechanisme ter vergemakkelijking van versterkte samenwerking bij bijstandsinterventies in het kader van civiele bescherming(5) voorziet in het op gang brengen van door de lidstaten opgezette ondersteunings- en bijstandsmaatregelen in ernstige noodsituaties, zoals overstromingen. In het kader van civiele bescherming kunnen adequate maatregelen voor de getroffen bevolkingsgroepen worden getroffen en de paraatheid en het weerstandsvermogen worden verbeterd, maar worden de echte oorzaken van de overstromingen niet aangepakt.

(12)  Krachtens Verordening (EG) nr. 2012/2002 van de Raad van 11 november 2002 tot oprichting van het Solidariteitsfonds van de Europese Unie(6) kan bij grote rampen snel financiële steun worden verleend om de levensomstandigheden voor de betrokken ecosystemen, bevolkingsgroepen, regio's en landen zo veel mogelijk te normaliseren; deze steun mag alleen in noodsituaties, en niet in de daaraan voorafgaande fases worden verleend.

(13)  De meeste stroomgebieden in Europa liggen in meer dan een lidstaat. Doeltreffende preventie van en interventie bij overstromingen vereisen niet alleen coördinatie op communautair niveau, maar ook grensoverschrijdende samenwerking.

(14)  De vereisten van een duurzaam overstromingsrisicobeheer moeten worden geïntegreerd in de formulering en tenuitvoerlegging van al het overige relevante beleid van de lidstaten en de Gemeenschap, zoals bij voorbeeld op het gebied van vervoer, ruimtelijke ordening, stedelijke ontwikkeling, industrie, landbouw, cohesie, energie en onderzoek.

(15)  In de Gemeenschap komen verschillende soorten overstromingen voor: rivieren treden buiten hun oevers, plotselinge overstromingen ontstaan , stedelijke gebieden komen onder water te staan, riolen lopen over, de kustwateren overstromen het land en ook zware regenval kan tot overstromingen leiden . De overstromingsschade verschilt in de Gemeenschap van land tot land en van regio tot regio. Doelstellingen op het gebied van overstromingsrisicobeheer moeten daarom gebaseerd zijn op de lokale en regionale omstandigheden.

(16)  In dunbevolkte of onbevolkte gebieden en in gebieden met weinig economische activa of een geringe ecologische waarde wordt het overstromingsrisico doorgaans als niet-significant worden beschouwd. Dergelijke gebieden kunnen echter van belang zijn voor de matiging van de gevolgen van overstromingen. Per stroomgebiedsdistrict moet voor elk stroomgebied, deelstroomgebied en daarbij horend kustgebied een voorlopige beoordeling van het overstromingsrisico worden opgesteld om te bepalen hoe groot het overstromingsrisico en het potentieel voor matiging van de gevolgen in elk van die gevallen is en of er verdere maatregelen moeten worden getroffen.

(17)  Om over een degelijk informatie-instrument en een nuttige basis voor het vaststellen van prioriteiten en technische, financiële en politieke besluiten te kunnen beschikken, moeten overstromingskaarten en indicatieve overstromingsschadekaarten worden opgesteld waarin de verschillende gebieden, elk met zijn verschillende niveaus voor overstromingsrisico's met inbegrip van het risico op milieuverontreiniging als gevolg van overstromingen , in kaart worden gebracht.

(18)  Gezien de bestaande mogelijkheden in de lidstaten en overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel moet op plaatselijk en regionaal niveau een grote mate van flexibiliteit gelaten worden, met name wat betreft structuur en verantwoordelijkheid van de instanties, de overstromingsrisico-beheerplannen en overstromingsrisicokaarten, het beschermingsniveau en de maatregelen en tijdschema's voor de verwezenlijking van de gestelde doelen.

(19)  Om de negatieve gevolgen van overstromingen voor het betrokken gebied te voorkomen en te beperken, moeten overstromingsrisico-beheerplannen worden opgesteld. Zowel de oorzaken als de gevolgen van overstromingen verschillen in de Gemeenschap van land tot land en van regio tot regio. In de overstromingsrisico-beheerplannen moet derhalve rekening worden gehouden met de specifieke geografische, geologische, hydrologische, topografische en andere relevante omstandigheden, waaronder de bevolkingsdichtheid en de economische bedrijvigheid in het betrokken stroomgebied, het deelstroomgebied of het kustgebied, en moet worden voorzien in oplossingen die zijn toegesneden op de behoeften en prioriteiten van dat stroomgebied, deelstroomgebied of kustgebied, terwijl tegelijkertijd wordt toegezien op coördinatie met de stroomgebiedsdistricten. In overstromingsrisico-beheerplannen moet ook rekening worden gehouden met industriële en agrarische faciliteiten, en andere mogelijke bronnen van verontreiniging in het betrokken gebied, zodat dergelijke verontreiniging kan worden voorkomen.

(20)  De cyclus voor het overstromingsrisicobeheer (preventie, bescherming, paraatheid, noodmaatregelen, herstelmaatregelen en toetsing) moet mede aan de basis liggen van de overstromingsrisico-beheerplannen, met speciale aandacht voor de deelaspecten preventie, bescherming en paraatheid.

(21)  Om dubbel werk te voorkomen, moeten de lidstaten met het oog op de naleving van deze richtlijn gebruik kunnen maken van bestaande overstromingsrisicokaarten en overstromingsrisico-beheerplannen.

(22)  Het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek van de Commissie ontwikkelt momenteel een Europees overstromingswaarschuwingssysteem (EFAS), dat in simulaties op middellange termijn van overstromingen in heel Europa kan voorzien voor perioden van drie tot tien dagen in de aanlooptijd. De gegevens van het EFAS zouden kunnen bijdragen aan een grotere paraatheid voor toekomstige overstromingen. Daarom moet het EFAS verder worden uitgewerkt wanneer de testfase eenmaal is afgerond. Het systeem zou vermoedelijk in 2010 in werking kunnen treden.

(23)  Het overstromingsbeheer in de diverse rivierstroomgebieden moet ernaar streven een gezamenlijke verantwoordelijkheid en solidariteit in het gehele gebied te creëren. Daartoe moeten de lidstaten ernaar streven het bewustzijn van alle belanghebbenden op te voeren en hun samenwerking te stimuleren, ook in gebieden die niet of in mindere mate aan overstromingen blootstaan, maar die door grondgebruik en praktijken kunnen bijdragen tot overstromingen in stroomafwaarts of stroomopwaarts gelegen gebieden.

(24)  Voor de prognoses op korte termijn moeten de lidstaten hun plannen afstemmen op de aanwezige beste praktijken en geavanceerde technologieën, zoals LAM-modellering (vooruitzichten van twee tot vier uur).

(25)  Het opstellen van stroomgebiedbeheerplannen in het kader van Richtlijn 2000/60/EG en van overstromingsrisico-beheerplannen in het kader van de onderhavige richtlijn maakt deel uit van een geïntegreerd stroomgebiedbeheer; de twee processen moeten elkaar daarom optimaal versterken. Met het oog op een efficiënte aanpak en een verstandig gebruik van middelen moet voor een nauwe coördinatie tussen de tenuitvoerlegging van de onderhavige richtlijn en die van Richtlijn 2000/60/EG worden gezorgd.

(26)   Met betrekking tot gebruik van waterlichamen voor onderling rivaliserende duurzame menselijke activiteiten (onder meer op het gebied van overstromingsrisicobeheer, ecologie, de binnenvaart of de opwekking van waterkracht) die gevolgen hebben voor de waterlichamen, voorziet Richtlijn 2000/60/EG in een duidelijk en transparant proces. Bij onderling strijdige rechten moet altijd voorrang worden gegeven aan de bescherming van de gezondheid en het leven van de mens boven de bescherming van het milieu .

(27)  De voor de uitvoering van deze richtlijn vereiste bepalingen moeten worden vastgesteld volgens Besluit 1999/468/EG van de Raad van 28 juni 1999 tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitoefening van de aan de Commissie verleende uitvoeringsbevoegdheden (7) .

(28)  Daar de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt en derhalve wegens de omvang en de gevolgen van de actie beter door de Gemeenschap kunnen worden verwezenlijkt, kan de Gemeenschap overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen treffen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken. De lidstaten kunnen daarom tijdens de eerste fase van de werkzaamheden, mits is voldaan aan de minimumnormen overeenkomstig artikel 4, tot 2018 derhalve gebruik maken van hun huidige plannen.

(29)  De bepalingen van protocol nr. 30 bij het Verdrag betreffende de toepassing van het subsidiariteits- en evenredigheidsbeginsel zijn bij de opstelling van deze richtlijn volledig in overweging genomen.

HEBBEN DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Algemene Bepalingen

Artikel 1

Deze richtlijn heeft tot doel een kader vast te stellen voor de beoordeling en het beheer van overstromingsrisico's met het oog op de vermindering van de nadelige gevolgen die overstromingen op het grondgebied van de Gemeenschap met zich meebrengen voor de gezondheid van de mens, het milieu en de economische bedrijvigheid. Voorts wordt er ook een bijdrage geleverd tot de verwezenlijking van de milieudoelstellingen van de reeds geldende Gemeenschapswetgeving .

Artikel 2

Voor de toepassing van deze richtlijn gelden naast de in artikel 2 van Richtlijn 2000/60/EG vastgestelde definities van "rivier", "stroomgebied", "deelstroomgebied" en "stroomgebiedsdistrict" de volgende definities:

   1. "overstroming": het tijdelijk onder water staan van grond die normaliter niet door water is bedekt, zelfs ten gevolge van zware regenval die leidt tot het onderlopen van woonwijken en/of industriegebieden ;
   2. "overstromingsrisico": de kans dat zich een overstroming zal voordoen, gecombineerd met de mogelijke schade ten gevolge van deze overstroming aan de gezondheid en het leven van de mens, het milieu en de economische bedrijvigheid.

Artikel 3

Voor de toepassing van deze richtlijn maken de lidstaten gebruik van de in artikel 3, leden 1, 2, 3, 5 en 6, van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde regelingen.

Indien de lidstaten met het oog op omzetting van deze richtlijn een andere verantwoordelijke instantie aanwijzen, dan zijn de bepalingen in artikel 3, leden 6, 8 en 9 van Richtlijn 2000/60/EG van toepassing.

Voorlopige overstromingsrisicobeoordeling

Artikel 4

1.  De lidstaten stellen voor elk stroomgebiedsdistrict of voor het op hun grondgebied liggende deel van een internationaal stroomgebiedsdistrict een voorlopige overstromingsrisicobeoordeling op overeenkomstig lid 2. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van reeds bestaande, door de lidstaten opgestelde beoordelingen, mits deze aan de vereisten van de onderhavige richtlijn voldoen .

2.  De voorlopige overstromingsrisicobeoordeling omvat ten minste de volgende elementen:

   a) een kaart van het stroomgebiedsdistrict waarop de grenzen van de stroomgebieden, de deelstroomgebieden en de kustgebieden worden aangegeven, alsmede de topografie en het grondgebruik;
   b) een beschrijving van de overstromingen die er zich in het verleden hebben voorgedaan en die aanzienlijke nadelige gevolgen voor mensen, economische activiteiten en het milieu hadden ;
   c) een beschrijving van de overstromingsprocessen, met vermelding van de gevoeligheid van deze processen voor verandering, met name verzakkingen, en de rol van uiterwaarden die het overstromingswater op natuurlijke wijze vasthouden/bufferen en een beschrijving van de huidige en toekomstige waterafvoerroutes;
   d) een beschrijving van ontwikkelingsplannen die het grondgebruik, de bevolkingsverdeling en de spreiding van de economische activiteiten zo veranderen dat het overstromingsrisico in het gebied zelf of in de stroomopwaarts of stroomafwaarts gelegen gebieden zou toenemen;
   e) een beoordeling van de kans op toekomstige overstromingen, uitgaande van hydrologische gegevens, overstromingstypes en de verwachte impact van de klimaatverandering en de tendensen in grondgebruik;
   f) een voorspelling van de geschatte gevolgen van toekomstige overstromingen voor de gezondheid van de mens, het milieu en de economische bedrijvigheid, rekening houdend met langetermijnontwikkelingen, zoals de klimaatverandering;
   g) maatregelen voor overstromingsrisicobeheer, met name in verband met de bebouwing, moeten onderworpen worden aan een solide en transparante economische en ecologische beoordeling in het belang van de levensvatbaarheid op lange termijn voor de burgers en ondernemingen, rekening houdend met het beginsel van kostendekking, met inbegrip van de kosten in termen van milieu en hulpbronnen;
   h) een beoordeling van de effectiviteit van de bestaande kunstmatige infrastructuur voor waterkering, rekening houdend met hun reëel vermogen schade te voorkomen alsmede hun economische en ecologische effectiviteit.

3.  De lidstaten kunnen besluiten voor stroomgebiedsdistricten, delen van een stroomgebiedsdistrict en kustsectoren ten aanzien waarvan reeds voldoende mogelijke gevaren kunnen worden voorondersteld, af te zien van de voorlopige overstromingsrisicobeoordeling overeenkomstig lid 1, indien

   a) er op het tijdstip bedoeld in artikel 6, lid 1, al overstromingsrisicokaarten of overstromingsrisico-beheerplannen bestaan;
   b) zij de Commissie uiterlijk op de in artikel 6, lid 1, genoemde datum mededelen dat zij gebruik maken van deze uitzonderingsregeling, en
   c) de controle van de voorlopige overstromingsrisicobeoordeling, de overstromingsrisicokaarten en de overstromingsrisico-beheerplannen overeenkomstig de hoofdstukken II, III en IV binnen de in artikel 6, lid 2, artikel 8, lid 2 en artikel 10, lid 2 genoemde termijnen wordt uitgevoerd.

Artikel 5

1.  Op basis van de in artikel 4 bedoelde beoordeling worden de in een stroomgebiedsdistrict gelegen stroomgebieden, deelstroomgebieden, kustgebieden en delen daarvan in één van de volgende categorieën ingedeeld:

   a) stroomgebieden, deelstroomgebieden, kustgebieden of delen daarvan waar, naar wordt geconcludeerd, geen potentieel significant overstromingsrisico bestaat, of waar, naar wordt geconcludeerd, de potentiële gevolgen voor het milieu of de economische bedrijvigheid als aanvaardbaar gering worden beschouwd in het licht van de verwachtingen ten aanzien van grondgebruik en de klimaatverandering ;
   b) stroomgebieden, deelstroomgebieden of kustgebieden waar, naar wordt geconcludeerd, een potentieel significant overstromingsrisico bestaat.

2.  De indeling van de in een internationaal stroomgebiedsdistrict gelegen stroomgebieden, deelstroomgebieden, kustgebieden of delen daarvan overeenkomstig lid 1, wordt tussen de betrokken lidstaten gecoördineerd.

De lidstaten zorgen voor de relevante gegevensoverdracht binnen de gemeenschappelijke stroomgebieden in de zin van dit artikel.

Artikel 6

1.  De lidstaten dragen er zorg voor dat de voorlopige overstromingsrisicobeoordeling uiterlijk ...(8) voltooid is.

2.  De overeenkomstig lid 1 verrichte indeling wordt uiterlijk in 2018 en daarna elke zes jaar door de lidstaten getoetst en zo nodig bijgesteld.

Overstromingsrisicokaarten

Artikel 7

1.  Door de lidstaten worden per stroomgebiedsdistrict overstromingskaarten en indicatieve overstromingsschadekaarten, hierna "overstromingsrisicokaarten" genoemd, voorbereid voor de in artikel 5, lid 1, onder b), bedoelde stroomgebieden, deelstroomgebieden en kustgebieden. Hiertoe kan gebruik worden gemaakt van reeds bestaande, door de lidstaten opgestelde kaarten, mits deze aan de vereisten van de onderhavige richtlijn voldoen. De overstromingsrisicokaarten worden gebruikt voor de geleidelijke afschaffing van subsidies die tot een verhoging van het overstromingsrisico leiden.

2.  De overstromingsrisicokaarten hebben betrekking op de geografische gebieden die volgens de volgende scenario's kunnen worden overstroomd:

   a) overstromingen met een kans op herhaling van tien tot dertig jaar;
   b) kans op overstromingen om de honderd jaar;
   c) kleine kans op overstromingen (buitengewone gebeurtenissen).

Voor elk van de in alinea 1 bedoelde scenario's worden de volgende gegevens vermeld:

   a) voorspelde waterdiepte;
   b) eventueel de stroomsnelheid;
   c) gebieden waar zich erosie van uiterwaarden, hellingen van rivierdalen en oevers en puinstroomafzetting kunnen voordoen;
   d) gebieden met een hoog verval waar overstromingen met een hoge stroomsnelheid en grote hoeveelheden puin gepaard kunnen gaan;
   e) factoren die mogelijk overstromingen kunnen veroorzaken en die in het op de overtromingsrisicokaart aangeduide gebied aanwezig (zouden) kunnen zijn;
   f) uiterwaarden en andere natuurlijke gebieden die kunnen dienen om het water nu of in de toekomst vast te houden of te bufferen.

3.  De indicatieve overstromingsschadekaarten moeten aan de hand van de volgende gegevens een beeld geven van de potentiële nadelige gevolgen van overstromingen in het kader van in lid 2 bedoelde scenario's:

   a) het aantal potentieel betrokken inwoners;
   b) de potentiële economische schade in het gebied;
   c) de potentiële milieuschade - ook voor gebieden die op grond van artikel 6 van Richtlijn 2000/60/EG als beschermde gebieden zijn aangewezen, rekening houdend met de ligging van puntbronnen of diffusiebronnen van verontreiniging en de betrokken risico's voor aquatische of terrestrische ecosystemen in geval van overstromingen - en het gevaar voor de gezondheid van de mens ;
   d) technische installaties als bedoeld in Bijlage I van Richtlijn 96/61/EG van de Raad van 24 september 1996 inzake geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging (9) , ook behandeld in Richtlijn 96/82/EG van de Raad van 9 december 1996 betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken (10) die in geval van overstroming onbedoelde verontreiniging kunnen veroorzaken en beschermde gebieden als bedoeld in artikel 6 van Richtlijn 2000/60/EG.

Op de overstromingsrisicokaarten kunnen de gebieden naar grondgebruik en gevoeligheid voor eventuele schade in zones worden onderverdeeld.

4.  De lidstaten stellen vast op welke specifieke punten het overstromingsrisico groter is. Die informatie moet worden meegenomen bij de planning van het grondgebruik.

5.  Afhankelijk van de bijzondere kenmerken van hun regio's kunnen de lidstaten desgewenst specifieke eigen gegevens op hun overstromingsrisicokaarten vermelden.

Artikel 8

1.  De lidstaten zien erop toe dat de overstromingsrisicokaarten uiterlijk op 22 december 2013 voltooid zijn.

2.  Deze kaarten worden uiterlijk op 22 december 2019 en daarna om de zes jaar getoetst en zo nodig bijgesteld.

Overstromingsrisico-beheerplannen

Artikel 9

1.  Door de lidstaten worden overeenkomstig de leden 4 en 5 van het onderhavige artikel alsmede de doelstellingen van de artikelen 1 en 4 van Richtlijn 2000/60/EG Richtlijn 79/409/EEG van de Raad van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand (11) en Richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna (12) per stroomgebiedsdistrict overstromingsrisico-beheerplannen vastgesteld voor de in artikel 5, lid 1, onder b), bedoelde stroomgebieden, deelstroomgebieden en kustgebieden.

2.  Met het oog op de opstelling van deze plannen beschrijven de lidstaten de overstromingsprocessen en hun gevoeligheid voor veranderingen, o.m. de rol van uiterwaarden die het overstromingswater op natuurlijke wijze vasthouden/bufferen en een beschrijving van de huidige en toekomstige afvoerroutes. Voorts beschrijven zij de ontwikkelingsplannen die het grondgebied, de bevolkingsverdeling en de spreiding van de economische activiteiten zo veranderen dat het overstromingsrisico in het gebied zelf of in de stroomopwaarts of stroomafwaarts gelegen gebieden zou toenemen.

3.  Indien er voor stroomgebiedsdistricten of delen daarvan reeds kaarten of plannen beschikbaar zijn die voldoen aan de eisen van deze richtlijn, kunnen de lidstaten deze voor het doel van deze richtlijn gebruiken. De eis deze te controleren en bij te werken volgens artikel 11, lid 2, blijft gelden.

4.  De lidstaten stellen in nauw overleg met de plaatselijke en regionale overheden adequate, op elk stroomgebied, deelstroomgebied en kustgebied afgestemde beschermingsniveaus vast aan de hand waarvan met name de potentiële gevolgen van overstromingen voor de gezondheid van de mens, het milieu en de economische bedrijvigheid worden verminderd. Bij deze maatregelen moet rekening worden gehouden met een aantal relevante aspecten, zoals waterbeheer, bodembeheer, ruimtelijke ordening, grondgebruik, de kwetsbaarheid van het desbetreffende gebied voor enigerlei schade en natuurbehoud , evenals de kosten en baten . Voor gemeenschappelijke stroomgebieden, deelstroomgebieden of kustgebieden werken de lidstaten samen aan de uitvoering van de bovenstaande verplichtingen . Het menselijke gebruik van uiterwaarden moet worden aangepast aan het geïdentificeerde overstromingsrisico.

5.  De overstromingsrisico-beheerplannen bevatten maatregelen die

   a) hun werk doen in samenhang met natuurlijke processen, zoals instandhouding en/of herstel van uiterwaarden, om waar mogelijk land terug te geven aan de rivieren en in het gehele stroomgebied passende vormen van grondgebruik en land- en bosbouw te bevorderen ;
   b) bijdragen tot het beheer van overstromingen in stroomopwaarts of stroomafwaarts gelegen gebieden, of in ieder geval geen dusdanige gevolgen voor de overstromingsrisico's hebben dat stroomopwaarts of stroomafwaarts gelegen gebieden onevenredige kosten moeten maken om het vereiste niveau van risicopreventie en bescherming te realiseren;
   c) rekening houden met de effectiviteit van de bestaande kunstmatige infrastructuur voor waterkering, met inbegrip van de economische en ecologische doeltreffendheid daarvan.

In de overstromingsrisico-beheerplannen worden alle fases van de overstromingsrisico-beheercyclus behandeld, met speciale nadruk op preventie, bescherming en paraatheid en met aandacht voor de kenmerken van het betrokken stroomgebied of deelstroomgebied. De overstromingsrisico-beheerplannen bevatten tevens een beoordeling van de reddings- en herstelmaatregelen.

De overstromingsrisico-beheerplannen bevatten maatregelen ter voorkoming van onbedoelde verontreiniging door technische installaties als bedoeld in Bijlage I van Richtlijn 96/61/EG, mede geregeld in Richtlijn 96/82/EG ten gevolge van een overstroming.

6.  Maatregelen voor het overstromingsrisicobeheer, met name in verband met de bebouwing, moeten worden onderworpen aan een solide en transparante economische en ecologische beoordeling in het belang van de levensvatbaarheid op lange termijn voor de burgers en ondernemingen, rekening houdend met het beginsel van kostendekking, met inbegrip van de kosten in termen van milieu en hulpbronnen.

7.  In het verlengde van het solidariteitsbeginsel moet in de overstromingsrisico-beheerplannen, waar nodig, rekening worden gehouden met de maatregelen in stroomopwaarts of stroomafwaarts gelegen gebieden. Maatregelen voor het overstromingsrisicobeheer of andere maatregelen die in één lidstaat worden getroffen, mogen niet leiden tot een toename van het overstromingsrisico in de buurlanden.

8.  Ingeval een lidstaat voornemens is gedurende de toetsingsperiode als bedoeld in artikel 11, tweede lid, substantiële wijzigingen aan te brengen in de uitvoeringsmaatregelen of de vastgestelde tijdschema's voor de uitvoering, nemen de lidstaten passende maatregelen om de coördinatie met de overige lidstaten binnen een internationaal stroomgebiedsdictrict en de voorlichting aan en participatie van het publiek te verzekeren.

Artikel 10

1.   In de overstromingsrisico-beheerplannen worden de in deel A van de bijlage vermelde onderdelen opgenomen. Bij de latere toetsing overeenkomstig artikel 11, lid 2, worden de in deel B van de bijlage vermelde elementen opgenomen.

2.  Door de lidstaten wordt uiterlijk drie jaar na de bekendmaking van elk overstromingsrisico-beheerplan of elke bijgestelde versie daarvan een tussentijds verslag bij de Commissie ingediend over de vooruitgang die met de tenuitvoerlegging van de geplande maatregelen is geboekt.

Artikel 11

1.  De lidstaten zien erop toe dat de overstromingsrisico-beheerplannen uiterlijk op 22 december 2015 voltooid en bekendgemaakt zijn en met ingang van 23 december 2015 ten uitvoer worden gelegd.

2.  De overstromingsrisico-beheerplannen worden uiterlijk in 2021 en daarna om de zes jaar getoetst en bijgesteld.

Artikel 12

1.  De lidstaten zien erop toe dat voor stroomgebiedsdistricten die volledig tot hun grondgebied behoren, één overstromingsrisico-beheerplan wordt opgesteld.

2.  Wanneer een internationaal stroomgebiedsdistrict volledig tot het grondgebied van de Gemeenschap behoort, zorgen de lidstaten ervoor dat er coördinatie plaatsvindt, bijvoorbeeld door het opzetten van netwerken voor gegevensuitwisseling tussen de bevoegde autoriteiten, om tot één internationaal overstromingsrisico-beheerplan te komen. Toetredingslanden en kandidaat-lidstaten worden uitdrukkelijk aangemoedigd deel te nemen aan dergelijke gecoördineerde activiteiten.

Bij gebrek aan een dergelijk plan stellen de lidstaten ten minste voor de delen van het internationale stroomgebiedsdistrict die tot hun grondgebied behoren, overstromingsrisico-beheerplannen op. Bij de opstelling van die plannen plegen zij overleg met de in het internationale stroomgebied gelegen lidstaten, brengen zij verslag uit van het standpunt van deze lidstaten en houden zij rekening met de gevolgen van hun plannen voor de naburige lidstaten.

3.  De lidstaten zien erop toe dat de eisen overeenkomstig deze richtlijn in het hele stroomgebiedsdistrict gecoördineerd worden. Met betrekking tot internationale stroomgebiedsdistricten zorgen de desbetreffende lidstaten samen voor deze coördinatie en zij kunnen hiervoor gebruik maken van bestaande structuren op basis van internationale overeenkomsten.

4.  Wanneer een internationaal stroomgebiedsdistrict de grenzen van de Gemeenschap overschrijdt en met het betrokken derde land/de betrokken derde landen niet één overstromingsricico-beheerplan wordt opgesteld streven de lidsta(a)t(en) in kwestie naar adequate coördinatie met de desbetreffende niet-lidstaten om de doelen van deze richtlijn in het gehele stroomgebiedsdistrict te verwezenlijken.

5.  Voor eventuele problemen die gevolgen hebben voor het overstromingsrisicobeheer in een lidstaat en die niet op nationaal niveau kunnen worden geregeld, wordt verwezen naar artikel 12 van Richtlijn 2000/60/EG.

Coördinatie met Richtlijn 2000/60/EG, publieke voorlichting en inspraak

Artikel 13

1.  Het werk dat gepaard gaat met het opstellen van de eerste overstromingsrisicokaarten en de latere, in artikel 8 van de onderhavige richtlijn bedoelde bijgestelde versies ervan, wordt strak gecoördineerd met, en geïntegreerd in de in artikel 5, lid 2, van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde toetsingen.

2.  Het werk dat gepaard gaat met het opstellen van de eerste overstromingsrisico-beheerplannen en de latere, in artikel 10 van de onderhavige richtlijn bedoelde bijgestelde versies ervan, wordt strak gecoördineerd met, en geïntegreerd in de in artikel 13, lid 7, van Richtlijn 2000/60/EG bedoelde toetsingen.

3.  De lidstaten zorgen voor de nodige coördinatie tussen de actieve participatie van alle betrokken partijen overeenkomstig artikel 14 van de onderhavige richtlijn en de actieve participatie van alle betrokken partijen overeenkomstig artikel 14 van Richtlijn 2000/60/EG.

Artikel 14

1.  De lidstaten stellen de voorlopige overstromingsrisicobeoordeling, overstromingsrisicokaarten en overstromingsrisico-beheerplannen overeenkomstig Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie (13) en in overeenstemming met het Verdrag van Aarhus betreffende de toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechten inzake milieuaangelegenheden ter beschikking van het publiek.

2.  De lidstaten zien toe op de actieve participatie van alle betrokken partijen bij het opstellen, toetsen en bijstellen van de in hoofdstuk IV bedoelde overstromingsrisico-beheerplannen.

3.  De lidstaten informeren het publiek actief over de overstromingsrisico-beheerplannen en betrekken het bij deze plannen, om een hoge mate van paraatheid te bewerkstelligen om de schadelijke gevolgen van overstromingen te herleiden.

Uitvoeringsbepalingen en wijzigingen

Artikel 15

1.  De Commissie kan overeenkomstig de in artikel 16, lid 2, bedoelde procedure opmaakvoorschriften vaststellen voor de transmissie en verwerking van de - onder meer statistische en cartografische - gegevens.

2.  Rekening houdend met de toetsings- en bijstellingstermijnen en overeenkomstig de in artikel 16, lid 2, bedoelde procedures, kan de Commissie artikel 4, lid 2, artikel 7, leden 2 en 3, en de bijlage aanpassen aan de wetenschappelijke en technische vooruitgang.

3.  De lidstaten zorgen ervoor dat de inwoners van de in artikel 7, lid 2 bedoelde gebieden regelmatig worden voorgelicht en opgeleid, zodat zij voor en na een overstroming geschikte voorzorgs- en nazorgmaatregelen kunnen nemen .

Artikel 16

1.  De Commissie wordt terzijde gestaan door het op grond van artikel 21 van Richtlijn 2000/60/EG opgerichte comité (hierna "het comité" genoemd).

2.  Wanneer naar dit lid wordt verwezen, zijn de artikelen 5 en 7 van Besluit 1999/468/EG van toepassing, met inachtneming van de bepalingen van artikel 8 van dat besluit.

De in artikel 5, lid 6, van Besluit 1999/468/EG bedoelde termijn wordt vastgesteld op drie maanden.

3.  Het comité stelt zijn reglement van orde vast.

Artikel 17

1.  De lidstaten kunnen besluiten de in artikel 4 bedoelde voorlopige overstromingsrisicobeoordeling niet op te stellen voor de stroomgebieden en kustgebieden waarvoor uiterlijk op ... (14) is vastgesteld dat er een mogelijk significant overstromingsrisico bestaat of kan worden verwacht, zodat deze gebieden moeten worden ingedeeld als gebieden in de zin van artikel 5, eerste lid, onder b).

2.  De lidstaten kunnen uiterlijk op ...* beslissen gebruik te maken van de huidige overstromingsrisicokaarten, mits deze aan de vereisten van de in artikel 7 bedoelde kaarten voldoen.

3.  De lidstaten kunnen besluiten de in artikel 9 bedoelde overstromingsrisico-beheerplannen niet op te stellen wanneer hun op ...* bestaande plannen zich voldoende lenen om de in de artikelen 1 en 9 bedoelde doelstellingen te vervullen.

4.  De lidstaten delen hun overeenkomstig de leden 1, 2 en 3 van dit artikel genomen besluiten aan de Commissie mede binnen de in artikel 6, lid 1, artikel 8, lid 1, en artikel 11, lid 1 bedoelde termijnen.

Verslagen en slotbepalingen

Artikel 18

De lidstaten leggen de voorlopige overstromingsrisicobeoordeling, overstromingsrisicokaarten en overstromingsrisico-beheerplannen, die ook rekening houden met grensoverschrijdende overstromingsrisico's, uiterlijk drie maanden na de voltooiing ervan over aan de Commissie.

Artikel 19

De Commissie legt uiterlijk op 22 december 2018 en daarna om de zes jaar een verslag over de tenuitvoerlegging van deze richtlijn over aan het Europees Parlement en de Raad. Bij de opstelling van dit verslag wordt rekening gehouden met de gevolgen van de klimaatsverandering.

Artikel 20

1.  De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om uiterlijk op ...(15) * aan deze richtlijn te voldoen. Zij delen de Commissie die bepalingen onverwijld mede, alsmede een tabel ter weergave van het verband tussen die bepalingen en deze richtlijn.

Wanneer de lidstaten die bepalingen aannemen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor deze verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.  De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 21

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag volgende op die van haar bekendmaking in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 22

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te

Voor het Europees Parlement Voor de Raad

De Voorzitter De Voorzitter

Bijlage

Overstromingsrisico-beheerplannen

A.  Onderdelen van de eerste overstromingsrisico-beheerplannen:

   1. de conclusies van de overeenkomstig hoofdstuk II opgestelde voorlopige overstromingsrisicobeoordeling;
   2. de overeenkomstig hoofdstuk III voorbereide overstromingsrisicokaarten en de conclusies uit die kaarten;
   3. een beschrijving van het overeenkomstig artikel 9, lid 4 vastgestelde adequate beschermingsniveau;
   4. een beschrijving van de maatregelen die moeten worden getroffen om de adequate beschermingsniveaus te bereiken, met inbegrip van de overeenkomstig artikel 9 genomen maatregelen en de in het kader van andere communautaire besluiten genomen overstromingsgerelateerde maatregelen;
  5. bieden van voorrang aan maatregelen ter bevordering van schadepreventie, in het kader van de doelstellingen van het "niet-achteruitgang" en/of "goede ecologische, chemische en kwantitatieve toestand" in Richtlijn 2000/60/EG, zoals:
   - bescherming van drasland en uiterwaarden;
   - herstel van aangetast drasland en aangetaste uiterwaarden (met inbegrip van meanders), met name die welke de verbinding van rivieren met hun uiterwaarden herstellen;
   - verwijderen uit rivieren van verouderde infrastructuur ter bescherming tegen overstromingen;
   - voorkomen van nieuwe bouwprojecten (infrastructuur, woonhuizen, enz.) in uiterwaarden;
   - bevorderen van bouwactiviteiten ter verbetering van reeds bestaande gebouwen (zoals fundering op heipalen);
   - ondersteunen van duurzame ruimtelijke ordening in stroomgebieden, zoals herbebossing, om het op natuurlijke wijze vasthouden van water en de aanvulling van het grondwater te verbeteren;
   - voorafgaande goedkeuring of registratie van permanente activiteiten in uiterwaarden, zoals de bouw en industriële ontwikkeling;
   6. een beschrijving van de maatregelen/acties op het gebied van publieke voorlichting en inspraak;
   7. een beschrijving van het proces ter coördinatie van de werkzaamheden binnen een internationaal stroomgebiedsdistrict, en van het proces ter coördinatie van de werkzaamheden met Richtlijn 2000/60/EG, alsmede een lijst van bevoegde autoriteiten.

B.  Onderdelen van de daaropvolgende bijstelling van de overstromingsrisico-beheerplannen:

   1. wijzigingen of bijstellingen die zijn aangebracht na de bekendmaking van de vorige versie van het overstromingsrisico-beheerplan, met inbegrip van een samenvatting van de toetsingen in het kader van de hoofdstukken II, III en IV;
   2. een beoordeling van de vooruitgang die met het oog op het bereiken van het risicopreventie- en beschermingsniveau is geboekt;
   3. een beschrijving van niet-uitgevoerde maatregelen uit de vorige versie van het overstromingsrisico-beheerplan, en een verklaring voor het niet-uitvoeren ervan;
   4. een beschrijving van extra maatregelen die zijn getroffen na de bekendmaking van de vorige versie van het overstromingsrisico-beheerplan.

(1) PB C van , blz. .
(2) PB C van , blz. .
(3) Standpunt van het Europees Parlement van 13 juni 2006.
(4) PB L 327 van 22.12.2000, blz. 1. Richtlijn gewijzigd bij Beschikking nr. 2455/2001/EG (PB L 331 van 15.12.2001, blz. 1).
(5) PB L 297 van 15.11.2001, blz. 7.
(6) PB L 311 van 14.11.2002, blz. 3.
(7) PB L 184 van 17.7.1999, blz. 23.
(8)* Drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.
(9) PB L 257 van 10.10.1996, blz. 26. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 166/2006 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 33 van 4.2.2006, blz. 1).
(10) PB L 10 van 14.1.1997, blz. 13. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Richtlijn 2003/105/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 345 van 31.12.2003, blz. 97).
(11) PB L 103 van 25.4.1979, blz. 1. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 807/2003 (PB L 122 van 16.5.2003, blz. 36).
(12) PB L 206 van 22.7.1992, blz. 7. Richtlijn laatstelijk gewijzigd bij Verordening (EG) nr. 1882/2003 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 284 van 31.10.2003, blz. 1).
(13) PB L 41 van 14.2.2003, blz. 26.
(14)* Datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.
(15)** Twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn .

Laatst bijgewerkt op: 12 december 2006Juridische mededeling