Procedure : 2008/2038(INI)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A6-0199/2008

Ingediende teksten :

A6-0199/2008

Debatten :

PV 02/09/2008 - 16
CRE 02/09/2008 - 16

Stemmingen :

PV 03/09/2008 - 9.1
Stemverklaringen
Stemverklaringen

Aangenomen teksten :

P6_TA(2008)0401

VERSLAG     
PDF 158kWORD 81k
29 mei 2008
PE 404.565v02-00 A6-0199/2008

over het effect van marketing en reclame op de gelijkheid tussen vrouwen en mannen

(2008/2038(INI))

Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid

Rapporteur: Eva-Britt Svensson

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 TOELICHTING
 UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

ONTWERPRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het effect van marketing en reclame op de gelijkheid tussen vrouwen en mannen

(2008/2038(INI))

Het Europees Parlement,

–   gelet op het EG-Verdrag, in het bijzonder artikelen 2, 3, lid 2, en 152,

–   gezien het acquis communautaire op het gebied van de rechten van de vrouw en gendergelijkheid,

–   gezien het Actieplatform van de Vierde Wereldvrouwenconferentie gehouden op 15 september 1995 in Peking en haar resolutie van 18 mei 2000 inzake de follow-up van de uitvoering van het actieplatform van Peking(1),

–   gelet op Richtlijn 89/552/EEG van 3 oktober 1989 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (richtlijn Audiovisuele mediadiensten),

     gelet op Richtlijn 2004/113/EG van de Raad van 13 december 2004 houdende toepassing van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen bij de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten(2),

–   gezien de routekaart van de Commissie voor de gelijkheid van vrouwen en mannen 2006-2010 (COM(2006)0092) en de bijbehorende effectbeoordeling (SEC(2006)275),

–   onder verwijzing naar zijn resolutie van 25 juli 1997 over discriminatie van vrouwen in de reclame(3),

–   gezien resolutie 1557 (2007) van de Parlementaire Assemblee van de Raad van Europa, getiteld "Image of women in advertising" (beeld van vrouwen in reclame),

–   gelet op artikel 45 van zijn Reglement,

–   gezien het verslag van de Commissie rechten van de vrouw en gendergelijkheid (A6-0199/2008),

A. overwegende dat identiteit, waarden, overtuigingen en standpunten die het individu een plek en een rol geven in de maatschappij waarin hij/zij is opgegroeid, samensmelten bij het proces van socialisatie (via de school, het gezin en de sociaal-culturele omgeving); overwegende dat identificatie een sleutelbegrip is om te begrijpen hoe dit proces werkt,

B.  overwegende dat er meer inspanningen moeten worden geleverd voor het bevorderen van een redelijk en verantwoord gebruik van de televisie en van de nieuwe technologieën vanaf jonge leeftijd, zowel op school als thuis,

C. overwegende dat reclame waarin discriminerende en/of neerbuigende boodschappen op basis van het geslacht en allerlei vormen van genderstereotypen worden meegegeven, een belemmering vormt voor een moderne en gelijkwaardige maatschappij,

D. overwegende dat stereotypen aanleiding kunnen geven tot een bepaald gedrag en zodoende een element vormen van identificatie,

E.  overwegende dat reclame en marketing cultuur creëren eerder dan alleen reflecteren, dat onze genderopvattingen door de maatschappij worden gevormd en dat reclame ons daarbij helpt,

F.  overwegende dat reclame deel uitmaakt van de markteconomie en door zijn alomtegenwoordigheid een onbetwistbare invloed heeft op het gedrag van de burgers en de vorming van de openbare opinie,

G. overwegende dat reclame vaak een karikaturale visie op het leven van mannen en vrouwen laat zien,

H. overwegende dat vrouwen, mannen, meisjes en jongens door genderstereotypen in reclame in een keurslijf worden geperst doordat zij een vooraf opgelegde en kunstmatige rol krijgen aangemeten die vaak voor beide seksen neerbuigend en vernederend is en waarin ze dommer worden afgeschilderd dan ze zijn; overwegende dat de aard van reclame dit negatieve effect alleen maar versterkt omdat de boodschap constant wordt herhaald,

I.    overwegende dat genderdiscriminatie nog altijd wijdverbreid is in de media; overwegende dat genderstereotypen in de reclame en de media als een onderdeel van deze discriminatie kunnen worden beschouwd,

J.   overwegende dat genderstereotypen in reclame de ongelijke machtsverdeling tussen mannen en vrouwen op deze manier versterken,

K. overwegende dat genderstereotypen in reclame er niet alleen voor zorgen dat mensen worden beperkt tot het vervullen van verschillende vooraf bepaalde rollen, maar ook dat mensen die niet aan de norm voldoen, worden uitgesloten,

L.  overwegende dat men zich in alle lagen van de samenleving moet verzetten tegen genderstereotypen, teneinde gelijkheid en samenwerking van vrouwen en mannen in zowel de private als de publieke sfeer te bevorderen,

M. overwegende dat genderstereotypen vanaf de eerste jaren van de socialisatie van het kind aanleiding kunnen geven tot discriminatie op grond van geslacht, hetgeen de instandhouding van levenslange ongelijkheid tussen vrouwen en mannen en het ontstaan van genderspecifieke clichés versterkt,

N. overwegende dat het concept van genderstereotypen contraproductief is en aanleiding geeft tot een verdeling van de arbeidsmarkt naar geslacht, waarbij vrouwen over het algemeen minder verdienen dan mannen,

O. overwegende dat de hele maatschappij moet worden betrokken bij de inspanningen om te voorkomen dat genderstereotypen worden herhaald; overwegende dat alle partijen hiervoor samen de verantwoordelijkheid moeten dragen,

P.  overwegende dat de obstakels voor het uitdragen van een positief beeld van mannen en vrouwen in alle sociale situaties, moeten worden weggewerkt,

Q. overwegende dat kinderen een bijzonder kwetsbare groep zijn die niet alleen vertrouwt op autoriteit, maar ook op figuren uit verhalen, tv-programma's, plaatjesboeken onder meer boeken met educatief materiaal, tv-spelletjes, reclame voor speelgoed, enz.; overwegende dat kinderen leren door te imiteren en na te spelen wat zij net hebben beleefd; overwegende dat genderstereotypen in reclame daarom een invloed hebben op de individuele ontwikkeling en nadruk leggen op het feit dat iemands geslacht bepaalt wat wel en wat niet mogelijk is,

R.  overwegende dat reclame via verschillende soorten van media alomtegenwoordig is in ons dagelijks leven; overwegende dat wij, ongeacht leeftijd of geslacht, dagelijks worden blootgesteld aan reclameblokken in tv-programma's en andere soorten reclame; overwegende dat het uiterst belangrijk is dat reclame via de media voldoet aan ethische of wettelijke bindende regels om te voorkomen dat reclameboodschappen genderstereotypen en op sekse gebaseerde discriminatie meegeven en aanzetten tot geweld en seksisme; overwegende dat de wetgeving van vele lidstaten ontoereikend is en dat nationale gedragscodes met betrekking tot reclame niet worden nageleefd of in sommige gevallen zelfs niet bestaan,

S.   overwegende dat verantwoorde reclame een positieve invloed kan hebben op de visie van de maatschappij op kwesties als lichaamsbeeld, genderrollen en normaliteit; overwegende dat reclame een krachtig instrument kan zijn in het in vraag stellen en doorbreken van stereotypen,

1.  benadrukt dat het belangrijk is vrouwen en mannen dezelfde kansen te geven om zich, los van het geslacht, als individu te ontwikkelen;

2.  merkt op dat mannelijke en vrouwelijke stereotypen blijven bestaan en wijdverbreid zijn, ondanks verschillende communautaire programma’s om gendergelijkheid te bevorderen;

3.  merkt op dat verder onderzoek zou helpen het eventuele verband tussen genderstereotypen in reclame en genderongelijkheid te verduidelijken;

4.  verzoekt de Raad, de Commissie en de lidstaten om voornoemd onderzoek en de resultaten ervan te gebruiken en te verspreiden;

5.  benadrukt dat het belangrijk is dat de lidstaten de verplichtingen nakomen die zij zijn aangegaan uit hoofde van het Europees pact voor gendergelijkheid (goedgekeurd op de Europese Raad van 23 en 24 maart 2006);

6.  vraagt de EU-instellingen en de lidstaten dat zij zich houden aan de richtsnoeren die zijn goedgekeurd in het kader van verschillende communautaire programma's , bijvoorbeeld EQUAL, en de richtsnoeren gericht op gendergelijkheid;

7.  verzoekt de EU-instellingen toe te zien op de uitvoering van de bestaande bepalingen in de Europese wetgeving inzake discriminatie op grond van geslacht en aanzetting tot haat op grond van geslacht;

8.  verzoekt de EU-instellingen en de lidstaten om in heel de EU bewustmakingsacties op te zetten inzake nultolerantie ten aanzien van seksistische beledigingen of een vernederend beeld van vrouwen in de media;

9.  verzoekt de lidstaten nationaal instanties voor mediatoezicht op te richten met een specifieke dienst voor gendergelijkheid en expertise ter zake, waar de mensen terecht kunnen met klachten, gendergelijkheidsprijzen toe te kennen aan professionals uit de media- en reclamesector, de kwestie "vrouwen in de media" te bestuderen en hierover verslag uit te brengen en in te staan voor regelmatig en systematisch toezicht van genderbeelden in de media-inhoud; er kan bovendien onderzoek worden verricht door het toekomstige Europees Instituut voor Gendergelijkheid;

10. merkt op dat stereotypen worden gebruikt in zowel op volwassenen als op kinderen gerichte marketing; benadrukt dat stereotypen in reclame voor tv-programma's voor kinderen een bijzonder probleem vormen wegens hun mogelijke invloed op gendersocialisatie en bijgevolg op het beeld dat de kinderen hebben van zichzelf, hun gezinsleden en de buitenwereld;

11. merkt op dat inspanningen om genderstereotypen in de media en de reclame te bestrijden geflankeerd moeten worden door onderwijsstrategieën en maatregelen om bewustmaking vanaf jonge leeftijd te cultiveren en vanaf de adolescentie de kritische zin te ontwikkelen;

12. benadrukt de fundamentele rol die het schoolsysteem moet spelen in de ontwikkeling van de kritische zin van kinderen ten aanzien van beelden en de media in het algemeen, teneinde de nefaste gevolgen van terugkerende genderstereotypen in marketing en reclame te voorkomen;

13. merkt op dat de traditionele rolpatronen in vraag moeten worden gesteld teneinde gendergelijkheid te verwezenlijken;

14. vestigt met name de aandacht op de noodzaak boodschappen die indruisen tegen de menselijke waardigheid en die genderstereotypen overdragen, te verwijderen uit tekstboeken, speelgoed, video- en computerspelletjes, het internet en de nieuwe informatie- en communicatietechnologieën (ICT), alsook reclame via verschillende media;

15. is uitermate bezorgd over de aanbieding van seksuele diensten, die het stereotype van de vrouw als object versterken, in publicaties als plaatselijke kranten, die voor kinderen gemakkelijk zichtbaar en beschikbaar zijn;

16. benadrukt dat de media een belangrijke rol spelen bij het creëren en het doen voortleven van genderstereotypen en dringt bij de EU-instellingen en de lidstaten aan op de vaststelling en/of naleving van ethische codes en/of wettelijke regels die van toepassing zijn op reclameontwerpers en -distributeurs en waarin de beginselen van discriminerende reclame worden uitgelegd en de eerbiediging van de menselijke waardigheid wordt geëist;

17. merkt op dat er behoefte is aan een voortgezette opleiding voor mediadeskundigen en aan initiatieven, in samenwerking met deze deskundigen, om de maatschappij bewust te maken van de negatieve gevolgen van genderstereotypen;

18. benadrukt dat het belangrijk is onderwijs, scholing en werkgelegenheid van vrouwen te ondersteunen, om te bevorderen en te verzekeren dat zij gelijke toegang hebben tot alle gebieden en lagen van de media;

19. vestigt de aandacht op het verslag getiteld “Con la violencia hacia las mujeres no se juega” (“Geweld tegen vrouwen is geen spelletje”), gepubliceerd in 2004 door Amnesty International in Spanje(4). Het verslag toont hoe de nieuwe elektronische media een stereotiep, seksistisch en vaak neerbuigend beeld van vrouwen laten zien. De conclusie van het verslag luidt dat de meeste videospellen het zoveelste voorbeeld zijn van discriminerende stereotypen van vrouwen die schendingen van hun mensenrechten in stand houden en bagatelliseren;

20. vestigt de aandacht op het feit dat kinderen en adolescenten steeds meer gebruik maken van de tv en de nieuwe technologieën, dat dit gebruik begint op zeer jonge leeftijd en dat tv-kijken zonder toezicht toeneemt;

21. vestigt de aandacht op het rapport getiteld "Eating Disorders, Body Image and the Media" (eetstoornissen, lichaamsbeeld en de media), dat in 2000 is gepubliceerd door de Britse Medische Vereniging (BMA); merkt op dat het beeld dat de media ophangen van het ideale lichaam, een nadelige invloed kan hebben op het gevoel van eigenwaarde van vrouwen, met name tieners en vrouwen die vatbaar zijn voor eetstoornissen als anorexia nervosa en boulimia nervosa; beveelt aan dat omroeporganisaties, tijdschriftuitgevers en reclamemakers meer redactionele verantwoordelijkheid aan de dag leggen wat betreft de afschildering van bijzonder dunne vrouwen als rolmodel en een meer realistische waaier van lichamen tonen; roept met name reclamemakers ertoe op voorzichtiger te zijn met het tonen van bijzonder dunne vrouwen om reclame te maken voor producten;

22. verzoekt de lidstaten er met gepaste middelen voor te zorgen dat marketing en reclame eerbiediging van de menselijke waardigheid en integriteit garanderen, noch direct noch indirect discriminerend zijn, noch enige aanzetting tot haat op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, religie of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid bevatten, noch materiaal bevatten dat, in zijn context beoordeeld, geweld tegen vrouwen wettigt, bevordert of verheerlijkt;

23. merkt op dat de gedragscodes in de massamedia en nieuwe informatie- en communicatietechnologieën (ICT) zelden rekening houden met genderkwesties en dat dit een probleem is dat een oplossing behoeft;

24. erkent dat de regelgevende instanties voor de media in een aantal lidstaten al inspanningen hebben geleverd om de gevolgen van genderstereotypen te onderzoeken en moedigt de regelgevers in alle lidstaten aan goede praktijken omtrent deze problemen uit te wisselen;

25. roept de Commissie en de lidstaten op een "gedragscode" op te stellen voor reclame die de beginselen van gelijkheid van mannen en vrouwen en vrouwen eerbiedigt en die geen gebruik maakt van genderstereotypen en uitbuiting of vernedering van mannen en vrouwen;

26. herinnert de Commissie eraan dat het eerste voorstel voor de hoger genoemde richtlijn 2004/113/EG(5) van de Raad, ook betrekking had op discriminatie in de media; verzoekt de Commissie extra inspanningen te leveren tegen deze discriminatie ;

27. benadrukt het belang van goede voorbeelden in de media en reclamewereld vanuit een genderperspectief om aan te tonen dat veranderingen mogelijk én wenselijk zijn; is van mening dat alle lidstaten, in navolging van Spanje, dat een prijs voor het "creëren van gelijkheid" heeft ingevoerd, officieel een prijs van reclamemakers voor reclamemakers en een publieksprijs moeten toekennen, om de reclame te belonen die het best genderstereotypen doorprikt en een positief of opwaarderend beeld schetst van vrouwen, mannen of de relaties tussen vrouwen en mannen;

28. benadrukt de noodzaak om de beginselen van gendergelijkheid te verspreiden via de media door middel van publicaties en programma's die ontworpen zijn voor verschillende leeftijdsgroepen, om goede praktijken en de eerbiediging van sekseverschillen te populariseren;

29. benadrukt de noodzaak van een voortdurend debat over de media en hun rol in het creëren en doen voortleven van genderstereotypen;

30.  verzoekt de lidstaten educatieve initiatieven te ontwerpen en te lanceren, die zijn ontwikkeld in een geest van tolerantie en zich onthouden van alle vormen van stereotypen die de relaties tussen mannen en vrouwen aanzienlijk belasten, en een cultuur van gendergelijkheid te bevorderen door middel van gepaste educatieve programma's;

31. benadrukt dat een eind moet worden gemaakt aan genderstereotypen;

32. verzoekt zijn Voorzitter deze resolutie te doen toekomen aan de Raad, de Commissie en de regeringen en parlementen van de lidstaten.

(1)

PV C 59, 23.2.2001, blz. 258.

(2)

PB L 298, 17.10.1989, blz. 23 Richtlijn zoals laatst gewijzigd bij Richtlijn 2007/65/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 332, 18.12.2007, blz.27).

(3)

PB C 304, 6.10.1997, blz. 60.

(4)

             Videospelletjes, discriminatie en geweld tegen vrouwen. Amnesty International, Spanje, 2004 (http://www.es.amnesty.org/esp/docs/videojuegos_2004.pdf).

(5)

PB L 373, 21.12.2004, blz. 37.


TOELICHTING

De routekaart voor gelijkheid (2006-2010) bevat zes prioritaire actieterreinen, waaronder het bestrijden van genderstereotypen. Het doel van dit verslag is benadrukken hoe genderstereotypen in reclame worden bevestigd en versterkt en op welke wijze dit een negatieve invloed heeft op gelijkheid. De term reclame omvat alle teksten, beelden en geluidsbestanden in elektronische of gedrukte vorm die zijn gericht op het promoten van commerciële activiteiten van bedrijven.

Er is enig onderzoek gedaan op dit gebied – maar niet genoeg – en in januari 2008 vond tijdens het Sloveense voorzitterschap een conferentie plaats met het doel de beperkingen en de problemen rondom genderstereotypen te bestuderen. Marketing is er niet langer op gericht consumenten over te halen iets te kopen, maar juist dat zij in aanraking komen met andere producten op de markt om te begrijpen wie zij zijn en om zichzelf een bepaalde plaats in de maatschappij te geven.(1) Consumptie wordt steeds meer gezien als een doelgericht en zinvol productief proces. De markt en marketingspecialisten werken samen om consumenten te socialiseren(2). Tegenwoordig wordt in het onderzoek naar consumptie het beschrijven van consumptiegedrag beschouwd als een belangrijk aspect van het construeren van een menselijke identiteit(3). Dit geldt vooral voor jonge consumenten(4). Onderzoek uit Duitsland(5), door de UEAPME(6), uit Polen(7) en andere plaatsen is van onschatbare waarde geweest voor dit verslag, evenals een recentelijk gepubliceerd onderzoek van de Zweedse overheid waarin de gevolgen van genderstereotypen in reclame zijn vastgesteld(8).

Reclame is bedoeld om ons, zowel mannen als vrouwen, te beïnvloeden. Wanneer wij keuzes maken in ons leven, bijvoorbeeld op het gebied van opleiding, carrière, relaties en sociale en culturele affiniteiten, zijn dat geen op zichzelf staande keuzes. Wij worden beïnvloed door een groot aantal factoren, waarvan sociale klasse en gender twee van de belangrijkste zijn. Daarbij komen nog de beelden en ideeën over gender en genderrollen waarmee wij door de reclame altijd en overal worden omringd. Reclame beïnvloed ons op zowel een bewust als een, waarschijnlijk nog belangrijker, onbewust niveau. Technologische vooruitgang heeft de manier waarop een commerciële boodschap wordt overgebracht radicaal veranderd. Dit is van groot belang voor de hoeveelheid, de toegankelijkheid en de reikwijdte van reclame in ons dagelijks leven. Genderstereotypen versterken de beperkte rolverdeling tussen mannen en vrouwen, en daarmee de speelruimte en levenskansen voor vrouwen en meisjes, maar ook voor mannen en jongens. Aangezien wij overal in ons leven met deze boodschap worden geconfronteerd – op tv, in kranten, in films en op het internet – wordt het de norm waaraan men verwacht en eist dat wij voldoen.

Reclames zijn ontworpen om op een specifieke manier geïnterpreteerd te worden. Een van de voorwaarden voor een uniforme interpretatie en daarmee ook een uniforme commerciële manier van handelen is daarom dat de vorm gebaseerd moet zijn op algemene concepten of vooroordelen in de maatschappij van de doelgroep.

In de huidige maatschappij moet een man of vrouw voldoen aan een aantal kunstmatige verwachtingen, maar in de praktijk blijkt dit vaak moeilijk of zelfs onmogelijk. Het is echter geen doelstelling die men moet willen verwezenlijken. Falen is een constante bedreiging en eist bovendien ook zijn tol: eetstoornissen, psychische aandoeningen, geringe eigenwaarde, etc. De eigen waardigheid wordt beperkt tot het zich aanpassen aan een vooraf bepaald genderkader.

Onderzoek toont aan dat de normen die in reclame door genderstereotypen worden gecreëerd mensen objectiveren, in de zin dat zowel vrouwen als mannen – hoewel vrouwen hier tot op heden meer onder hebben geleden – als objecten worden afgeschilderd. Een mens beperken tot een object zorgt ervoor dat hij wordt blootgesteld aan geweld en beledigingen. Objectivering in reclame is zeer belangrijk voor het proces waarmee een individu zijn of haar identiteit opbouwt en voor welke beelden als ‘normaal’ worden beschouwd. Stereotypen hebben te maken met ideeën over mannen en vrouwen en de relaties tussen hen. Stereotypen in reclame worden ook beschouwd als machtsinstrument. Het doel van het gendergelijkheidsbeleid is ervoor te zorgen dat iedereen de mogelijkheid heeft om de maatschappij en zijn eigen bestaan vorm te geven. Een continue blootstelling aan objectiverende en stereotype boodschappen belemmert de verwezenlijking van dit doel.

Commerciële boodschappen spelen een steeds dominantere rol in de cultuur van kinderen en jongeren. Wij weten dat deze invloed veel verder gaat dan alleen de aanschaf van goederen. Zij bepalen hoe kinderen naar zichzelf, hun omgeving, hun cultuur en in het bijzonder naar geweld kijken. De manier waarop de rolverdeling tussen mannen en vrouwen in reclame wordt afgebeeld, is met name belangrijk omdat kinderen in een fase van hun leven zitten waarin zij hun normen en gedrag ten opzichte van deze rolverdeling ontwikkelen en op zoek zijn naar hun eigen identiteit. Wij lopen het risico te verschuiven van een door menselijke relaties en liefde opgebouwd zelfvertrouwen naar een puur economische toestand waarin mensen een onecht gevoel van veiligheid ‘verwerven’ door het bezit van goederen. Kinderen die zich al in een kwetsbare situatie bevinden zijn het meest vatbaar voor deze beïnvloeding.

“Is het een jongen of een meisje?” is de eerste vraag die wordt gesteld wanneer een kind wordt geboren. En dat is meteen de start van een leerproces van het pasgeboren kind dat zal groeien en een lid van de maatschappij zal worden. Elke maatschappij heeft haar verwachtingen, waaronder verwachtingen en beelden die aan sekse zijn verbonden. Er is al een model voor, en het concept genderstereotypen omvat overdreven, kunstmatige verschillen tussen de seksen. Volgens dat model is de ene sekse “beter” dan de andere in het uitvoeren van bepaalde taken in de maatschappij en dienen verschillen tussen personen te worden genegeerd. Dit levert grote problemen op bij het opstellen van een kader van wat voor beide seksen “normaal” is. Indien iemand een weg inslaat die niet past bij zijn of haar geslacht, bijvoorbeeld op het gebied van onderwijs, kan dat zijn verdere keuzes ernstig belemmeren.

Wij hebben allemaal een bepaald stereotype beeld of vooroordeel van de wereld om ons heen, alleen zijn maar weinig mensen zich daarvan bewust. Bovendien kunnen seksegerelateerde vooroordelen of verwachtingen probleemloos herhaald worden. Het is dus lastig het model te veranderen. Daarom dienen wij de alomtegenwoordige, structureel ingesleten stereotype beelden van vrouwen en mannen te bestrijden. Dit dient middels informatie- en bewustwordingsmaatregelen. Er zijn verschillende manieren om dit te doen, maar de maatregelen dienen door te dringen tot alle lagen van de maatschappij, door middel van een structurele aanpak waarmee een analyse wordt gemaakt van de machtsverhoudingen tussen de seksen. Reclames bevatten vaak genderstereotypen om financieel gewin op te leveren voor bedrijven. Daarbij wordt de zoektocht van een persoon naar zijn identiteit in verband gebracht met de soort en de hoeveelheid goederen en diensten die hij/zij consumeert. Het spreekt voor zich dat ook rekening moet worden gehouden met echte, dat wil zeggen biologische verschillen tussen de seksen en dat ook individuele behoeftes een rol spelen, maar het uitgangspunt moet zijn dat wij als mensen meer overeenkomsten hebben dan verschillen.

(1)

Firat, Dholakia en Venkatesh: “Marketing in a postmodern world”, 1995, blz. 52

(2)

Cova, “The Postmodern Explained To Managers: Implications For Marketing”, 1996, blz. 22

(3)

Arnould & Thompson, “Consumer Culture Theory (CCT): Twenty Years of Research”, Journal of Consumer Research 2005, blz. 868-882

(4)

Gianneschi, "Varor och märken - om att vara och märkas", Thesis on business administration, Department of Business Administration, University of Gothenburg, 2007

(5)

Dr. Carsten Wippermann, Sinus Sociovision; Heidelberg, Duitsland: ”Ways to Equality of Treatment – Today and Tomorrow”

(6)

Europese Unie van ambachten en het midden- en kleinbedrijf: “Living and Managing Gender Stereotypes in Adulthood: Employer’s point of view”

(7)

Monika Ksieniewicz, Departement voor Gezinszaken en bestrijding van discriminatie, ministerie van Werkgelegenheid en sociale zaken: “Adulthood: Living and Managing Gender Stereotypes”.

(8)

Professor Eva-Maria Svensson. SOU 2008:5. http://www.regeringen.se/content/1/c6/09/59/16/388425af.pdf


UITSLAG VAN DE EINDSTEMMING IN DE COMMISSIE

Datum goedkeuring

27.5.2008

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

5

6

Bij de eindstemming aanwezige leden

Edit Bauer, Emine Bozkurt, Hiltrud Breyer, Věra Flasarová, Claire Gibault, Zita Gurmai, Esther Herranz García, Lívia Járóka, Rodi Kratsa-Tsagaropoulou, Urszula Krupa, Siiri Oviir, Marie Panayotopoulos-Cassiotou, Zita Pleštinská, Karin Resetarits, Teresa Riera Madurell, Raül Romeva i Rueda, Eva-Britt Svensson, Corien Wortmann-Kool, Anna Záborská

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervanger(s)

Gabriela Creţu, Iratxe García Pérez, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Mary Honeyball, Kartika Tamara Liotard, Marusya Ivanova Lyubcheva, Zuzana Roithová, Petya Stavreva, Bernadette Vergnaud

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervanger(s) (art. 178, lid 2)

Armando França, Ewa Tomaszewska

Laatst bijgewerkt op: 11 juni 2008Juridische mededeling