De commissie Industrie, onderzoek en energie van het EP zal zich volgende week over het project buigen, waarna het Parlement waarschijnlijk in september over het voorstel zal stemmen.
Europa blijft achter bij de belangrijkste concurrenten Amerika en Japan qua niveau van financiering op het gebied van onderzoek en ontwikkeling, innovatie en onderwijs. Slechts een handvol Europese universiteiten kan zich meten met de wereldleiders. Deze bevinden zich meestal in de VS, zoals het Massachusetts Institute of Technology. Europa loopt ook duidelijk achter op de VS door een gebrek aan gevestigde banden tussen de openbare en particuliere sector. De nieuwe Aziatische hoofdrolspelers zoals China en India zijn op dit gebied eveneens meer succesvol.
Hoe moet de innovatie en de ondernemerscultuur in onderzoek en onderwijs in Europa dan worden bevorderd? Hoe kunnen de beste academici en onderzoekers worden aangetrokken zodat een brain drain kan worden vermeden?
EIT als oplossing voor meer innovatie en beter onderzoek
Het idee van een Europees instituut voor technologie werd door de voorzitter van de Commissie José Manuel Barroso in februari 2005 naar voren geschoven als onderdeel van het tussentijdse overzicht van de Lissabonstrategie, de strategie om de Unie een op kennis gebaseerde maatschappij en economie te maken. Om de hiaat op het gebied van innovatie tussen de EU en de belangrijkste concurrenten te overbruggen, zou het EIT moeten streven naar:
-
Het combineren van de drie kanten van de kennisdriehoek: innovatie, onderwijs en onderzoek door betere samenwerking van ondernemingen, het hoger onderwijs en onderzoekinstellingen
-
Het verstrekken van een referentiemodel dat verandering in bestaande onderwijs- en onderzoekinstellingen in de EU zal promoten
-
Het tegenhouden van de brain drain en het aantrekken van de meest begaafde studenten en onderzoekers
EIT als oplossing voor de 'innovatiehiaat'
De achilleshiel van Europa op het gebied van technologie is volgens velen de ontoereikende investering in onderzoek en ontwikkeling geweest. Volgens rapporteur Reino Paasilinna (Fin, sociaaldemocratische fractie) zullen de drie pijlers van EIT ("onderzoek, onderwijs en innovatie") deze 'innovatiehiaat' oplossen: "Het is in het bijzonder het gebied van innovatie dat we moeten gaan aanpakken. Europa kan niet concurreren op het gebied van arbeiderskosten. Daarom moeten we ons richten op sectoren die kennis en intelligentie promoten. De EIT zal in het bijzonder tegemoet komen aan kleine- en middelgrote ondernemingen die zullen profiteren van innovatie."
Op het EIT moet toezicht worden gehouden door een kleine raad van beheer die verantwoordelijk is voor het plaatsen van strategische prioriteiten en het selecteren van en het coördineren van Kennis en Innovatie Gemeenschappen (KIC's). Deze gemeenschappen moeten partnerschappen onderhouden in teams afkomstig van universiteiten, onderzoekorganisaties en ondernemingen. Het EIT zal zodoende een netwerk van onderzoekers omvatten die samenwerking bevorderen.
Met de financiering van het EIT voor de periode 2008-2013 zal volgens schatting een bedrag van 2,4 miljard euro gemoeid zijn. Om zijn bestaan veilig te stellen zou het EIT voor een financiering op een normale concurrerende basis moeten zorgen. Ook zou het opbrengsten uit eigen activiteiten moeten genereren zoals het afsluiten van contracten voor onderzoek en onderwijs.
Zal het EIT een toegevoegde waarde brengen?
Het voorstel voor een Europees instituut op het gebied van technologie heeft tot nu toe geen onvoorwaardelijke steun ontvangen. De sceptici vragen zich af of het EIT geen bestaande structuren zal ondermijnen of overlappen en of het geen geld voor de neus van andere onderzoeksprogramma's zal wegkapen. Paasilinna beklemtoont echter dat het EIT "een zeer onafhankelijke structuur zal hebben. Er is daarom geen reden tot vrees voor 'kannibalisatie' van andere projecten of programma's zoals het zevende kaderprogramma voor onderzoek van de EU."
Wat betreft de toegevoegde waarde van het EIT in termen van innovatie en concurrentievermogen, volgens het ontwerprapport van Paasilinna kan dit slechts na een grondig overzicht van een proefproject worden gevestigd. Slechts dan zou kunnen worden besloten of het EIT als permanent lichaam zou moeten worden gevestigd of dat Europa beter gediend kan worden door fondsen aan andere innovatieactiviteiten uit te besteden.
Terwijl het Parlement en de Raad nog in het midden van onderhandelingen zijn over de financiering van het toekomstige instituut, zullen de leden van het Europees Parlement van de industriecommissie op 9 juli over het project stemmen. Het gehele Parlement zou dan zijn fiat kunnen geven over het EIT in september.