Persbericht
EP garandeert gelijke rechten voor uitzendkrachten
Werkgelegenheidsbeleid - 22-10-2008 - 13:25
Plenaire Vergaderingen
Plenaire Vergaderingen
Het EP heeft het gemeenschappelijk standpunt van de Raad over uitzendwerk goedgekeurd. De richtlijn zorgt voor de gelijke behandeling van uitzendkrachten en werknemers van de inlenende organisatie, vanaf dag één. Uitzonderingen op dit principe kunnen pas na een akkoord tussen de sociale partners. De wetgevingsprocedure is nu afgerond; lidstaten krijgen maximaal 3 jaar om de richtlijn om te zetten in nationale wetgeving.
De richtlijn heeft tot doel een kader op te richten wat betreft arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten.
Gemeenschappelijk standpunt van de Raad
Het gemeenschappelijk standpunt van de Raad heeft de meeste amendementen van het Parlement uit eerste lezing overgenomen, waaronder de amendementen die de gelijke behandeling van uitzendkrachten en andere werknemers van het bedrijf waarborgen.
De Raad heeft dus het standpunt van het EP overgenomen, dat gelijke behandeling vanaf dag één de regel moet zijn, en dat een uitzondering daarop overeengekomen moet zijn door de sociale partners, door middel van collectieve onderhandelingen of akkoorden tussen de sociale partners op nationaal vlak, zoals in het Verenigd Koninkrijk.
De amendementen van het Europees Parlement over de opname van "salaris" in de definities van arbeidsvoorwaarden van uitzendkrachten zijn ook in het gemeenschappelijk standpunt opgenomen.
Bovendien biedt de wetgeving uitzendkrachten gelijke toegang tot de arbeidsmarkt, beroepsopleidingen en collectieve voorzieningen, zoals de kantine, kinderopvang en vervoersdiensten. Uitzendkrachten moeten hun rechten ook kunnen verdedigen in vertegenwoordigingen van werknemers.
Amendementen van het Parlement over gezondheid, veiligheid en hygiëne op het werk zijn niet als 'essentiële' arbeidsvoorwaarden overgenomen, maar rapporteur Harlem DÉSIR (PES, FR) stelt dat die al door richtlijn 91/383/EEC van 25 juni 1991 worden gewaarborgd.
Omzetting in nationale wetgeving
De richtlijn, die 6 jaar in de Raad werd geblokkeerd, moet uiterlijk 3 jaar nadat hij van kracht is gegaan, door de lidstaten in nationale wetgeving worden omgezet.
Procedure: Medebeslissing, tweede lezing / Debat: 20 oktober 2008 / Stemming: 22 oktober 2008 / Gemeenschappelijk standpunt zonder wijzigingen aangenomen
REF.: 20081021IPR40236
