Europees parlement

Choisissez la langue de votre document :

  • bg - български
  • es - español
  • cs - čeština
  • da - dansk
  • de - Deutsch
  • et - eesti keel
  • el - ελληνικά
  • en - English
  • fr - français
  • it - italiano
  • lv - latviešu valoda
  • lt - lietuvių kalba
  • hu - magyar
  • mt - Malti
  • nl - Nederlands (huidige pagina)
  • pl - polski
  • pt - português
  • ro - română
  • sk - slovenčina
  • sl - slovenščina
  • fi - suomi
  • sv - svenska
 Vorige 
 Volgende 
 Volledige tekst 
Briefingssectie
 

Geen akkoord over de arbeidstijdenrichtlijn

Werkgelegenheidsbeleid - 30-04-2009 - 17:58
Delen

Hoewel gepland was dat het Parlement in derde lezing over de arbeidstijdenrichtlijn zou stemmen, zullen de Parlementsleden daar nu enkel over debatteren. Voor het eerst sinds het Verdrag van Amsterdam hebben ze tijdens de bemiddelingsfase geen akkoord met de Raad bereikt over de wetgeving. Twistpunt was de uitzondering op het maximale aantal werkuren per week, waarvan een aantal lidstaten nu gebruik maakt. Het Parlement wil de uitzondering afschaffen, maar de Raad wil daar niet van weten.

De bemiddelingsronde tussen delegaties van het Europees Parlement en van de Raad heeft dus geen akkoord opgeleverd, zodat de huidige richtlijn inzake arbeidstijden van kracht blijft. De Commissie kan wel van voren af aan beginnen en een nieuw wetgevingsvoorstel indienen.
 
Als achtergrondinformatie vindt u hieronder nog het standpunt van het Europees Parlement in tweede lezing, zoals het dat in december 2008 in het verslag van rapporteur Alejandro CERCAS (PES, ES) heeft aangenomen.
 
Opt-out
 
Op dit moment maken 15 lidstaten gebruik van de opt-out clausule. Die werd in 1993 door het Verenigd Koninkrijk verkregen en maakt het mogelijk de maximale werkweek van 48 uur niet toe te passen, als de werknemer daarmee instemt. Het Parlement wil de clausule drie jaar nadat de herziene arbeidstijdenrichtlijn van kracht wordt afschaffen. De meeste Europarlementsleden vinden, dat door de 48 uur per week op jaarbasis te berekenen, er genoeg flexibiliteit is voor de organisatie van de arbeidstijd.  
 
De arbeidstijdenrichtlijn zou weliswaar een maximale werktijd van 48 uur/week opleggen, maar lidstaten zouden vrij zijn om de maximale werktijd in hun nationale wetgeving lager bij te stellen. Zo telde de maximale werkweek in België in 2007 volgens het 'European Industrial Relations Observatory' 38 uur/week. In Nederland was dat 48 uur/week.
 
Aanwezigheidsdiensten zijn ook arbeidstijd
 
De Raad en de Commissie stelden dat inactieve periodes van aanwezigheidsdiensten niet als arbeidstijd beschouwd moeten worden, tenzij de nationale wetgeving, een collectieve overeenkomst of een akkoord tussen de sociale partners anders bepaalt. Tijdens de stemming in tweede lezing hebben Europarlementsleden hun positie herbevestigd: zij definieerden 'arbeidstijd' als 'de verplichting om op een door de werkgever aangegeven plaats aanwezig en tot diens beschikking te zijn voor ogenblikkelijke dienstverrichting wanneer zulks nodig is' en aanwezigheidsdiensten vielen daar volgens hen ook onder. Wel vonden de Parlementsleden dat 'inactieve' periodes tijdens aanwezigheidsdiensten op een bepaalde manier berekend kunnen worden, om in aanmerking te worden genomen voor de berekening van de gemiddelde maximale arbeidstijd per week.  
 
Wat rusttijden betreft, was het principe dat als de normale rusttijd niet kan worden opgenomen, werknemers compenserende rusttijd moeten krijgen. Volgens het standpunt van de Raad konden de lidstaten 'de duur van de redelijke termijn waarbinnen de werknemers compenserende rusttijden worden geboden' bepalen. Europarlementsleden vonden dat de compenserende rusttijden na de dienstperioden moesten worden gekregen.  
 
In het geval van werknemers met meer dan één arbeidsovereenkomst moest de arbeidstijd volgens het Parlement de som zijn van de arbeidstijden die met de verschillende contracten overeenkomen.  
Alejandro CERCAS (PESES)Rapporteur : 
Procedure: Medebeslissing, derde lezing
Debat: 4 mei 2009