Persbericht
Gevolgen van het Verdrag van Lissabon voor de Europese instellingen
Verkiezingen 2009 - Toekomst van Europa/Europese integratie - 07-05-2009 - 14:15
Plenaire Vergaderingen
Plenaire Vergaderingen
Het Europees Parlement heeft een aantal verslagen goedgekeurd over de gevolgen die het Verdrag van Lissabon na ratificatie zou hebben. Europarlementsleden staan onder meer stil bij de gevolgen voor het institutionele evenwicht van de EU, als het Verdrag van kracht wordt. Een ander verslag gaat in op de nieuwe rol en verantwoordelijkheden van het Europees Parlement na de tenuitvoerlegging van het verdrag.
Gevolgen voor het institutionele evenwicht van de EU (verslag Jean-Luc DEHAENE (EVP-ED, BE))
Benoeming Voorzitter Europese Commissie: rekening houden met de verkiezingsuitslagen
De Europese Raad moet bij de keuze van zijn Voorzitter, van de Voorzitter van de Europese Commissie en van de Hoge Vertegenwoordiger voor buitenlands beleid rekening houden met de inhoudelijke competenties van de kandidaten, met de geografische en demografische verscheidenheid van de Unie en met het politieke en genderevenwicht, stelt het verslag.
Als het Verdrag van Lissabon van kracht was, zou de Commissievoorzitter door het Europees Parlement worden verkozen, op voorstel van de Europese Raad. Die zou bij zijn keuze rekening moeten houden met de resultaten van de Europese verkiezingen en vóór de aanwijzing van een kandidaat informeel overleg moeten voeren met vertegenwoordigers van het Parlement.
Europarlementsleden vragen de Europese Raad om die procedure voor de volgende Commissie al informeel te volgen en genoeg tijd te voorzien voor raadpleging van het Parlement. Ze stellen als tijdsschema voor de informele contacten tussen de Raad en het Parlement voor, dat het nieuwe Europees Parlement na de verkiezingen twee weken nodig zou hebben om zichzelf te installeren. Vanaf de derde week na de verkiezingen zou er overleg tussen de Voorzitters van het Europees Parlement en de Europese Raad kunnen plaatsvinden. Daarna zouden er afzonderlijke vergaderingen moeten worden georganiseerd tussen de Voorzitter van de Europese Raad en de fractievoorzitters. De week erop zou de Europese Raad dan zijn kandidaat bekend kunnen maken, daarbij rekening houdend met het resultaat van de raadplegingen.
Samenstelling van het Parlement
De Europese staatshoofden en regeringsleiders zijn het in december vorig jaar eens geworden over overgangsregelingen voor de samenstelling van het Parlement. De mogelijke ratificatie van het Verdrag van Lissabon heeft namelijk tot gevolg dat het aantal Europarlementsleden tijdens de wetgevingsperiode van 736 tot (tijdelijk) 754 wordt opgetrokken. Europarlementsleden verzoeken de lidstaten alle nodige nationale wettelijke maatregelen te nemen om de voorverkiezing in juni 2009 van de 18 aanvullende leden van het Europees Parlement mogelijk te maken. Die kunnen dan vanaf de inwerkingtreding van het verdrag als waarnemers aan de zittingen deelnemen.
Evenwicht en vertegenwoordiging bij het buitenlands beleid
Het Verdrag van Lissabon, zo geratificeerd, creëert nieuwe Europese topfuncties: een Voorzitter van de Europese Raad en een Hoge Vertegenwoordiger voor Buitenlands Beleid, tegelijk ook Vicevoorzitter van de Europese Commissie. Het Parlement stelt voor, dat wat buitenlands beleid betreft, de Voorzitter van de Europese Raad de Unie alleen op het niveau van staatshoofden en regeringsleiders vertegenwoordigt. Politieke onderhandelingen op ministersniveau of in internationale organisaties zouden dan door de Hoge Vertegenwoordiger gevoerd worden.
Rol van het Parlement na de ratificatie van het Verdrag (verslag Jo LEINEN (PES, DE))
Europarlementsleden verwelkomen het feit dat het Verdrag het Parlement, op een paar uitzonderingen na, op gelijke voet met de Raad zou brengen als wetgever op het vlak van onder meer justitie en binnenlandse zaken en het landbouwbeleid en wat de EU-begroting betreft.
Ze benadrukken dat de bepalingen in het Verdrag een nieuw inter-institutioneel evenwicht vereisen, om het toetsingsrecht van het Parlement te waarborgen. Ook roepen ze de andere EU-instellingen op om samen een inter-institutioneel akkoord te bereiken over de hoofddoelstellingen die de EU in de vorm van een soort "werkprogramma" na 2009 moet nastreven.
Procedures: Initiatief / Gecombineerd debat: 6 mei 2009 / Stemming: 7 mei 2009 / Verslagen aangenomen
REF.: 20090506IPR55226
