Background
Veelgestelde vragen over de waarborgen voor internettoegang en het telecommunicatiepakket
Informatiemaatschappij - 19-11-2009 - 16:22
De internettoegang van een gebruiker mag, indien nodig en evenredig, worden beperkt, maar alleen na een eerlijke en onpartijdige procedure waarbij de gebruiker het recht heeft om te worden gehoord. Woensdag 4 november hebben de leden van het Parlement en de vertegenwoordigers van de Raad na middernacht overeenstemming weten te bereiken over dit laatste openstaande vraagstuk van het telecommunicatiepakket.
Tijdens de vergadering van woensdag hebben de Parlementsleden aangedrongen op het invoeren van voldoende procedurele waarborgen voor internettoegang, overeenkomstig het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, zodat doelmatige rechterlijke bescherming en een eerlijk proces gewaarborgd zijn.
De veelgestelde vragen hieronder gaan verder in op de waarborgen voor internettoegang die in het telecommunicatiepakket zijn opgenomen.
V1: Wat heeft het Parlement met dit telecommunicatiepakket, bestaande uit twee richtlijnen en een verordening, bereikt?
V2: Waarom was het waarborgen van het recht op internettoegang zo belangrijk voor het Parlement?
V3: Wat heeft het Parlement gedaan om het recht op toegang te waarborgen?
V4: Er wordt wel beweerd dat het Parlement tijdens zijn onderhandelingen met de Raad van standpunt is veranderd. Klopt dat?
V5: Wat zijn de waarborgen die het Parlement heeft afgedwongen?
V6: Om welke redenen kan de toegang tot het internet worden geblokkeerd? Betreft dit alleen het illegaal downloaden?
V7: Is internettoegang het enige vraagstuk dat in het pakket aan de orde komt?
V8: Voorkomt deze wetgeving de goedkeuring van nationale wetgeving zoals “three strikes and you’re out”-wetten?
REF.: 20091105BKG63887
V1: Wat heeft het Parlement met dit telecommunicatiepakket, bestaande uit twee richtlijnen en een verordening, bereikt?
A1: Het Parlement heeft er met ingang van donderdag 5 november voor gezorgd dat internetgebruikers die ervan verdacht worden de wet te hebben overtreden, niet van internet kunnen worden afgesloten zonder een eerlijk proces. In onderhandeling met de EU-ministers van Telecommunicatie (veelal vertegenwoordigd door een afgezant) hebben de Parlementsleden met succes bepleit dat elke beperking het gevolg moet zijn van “een voorafgaande, eerlijke en onpartijdige procedure”, waarbij de gebruiker het recht heeft te worden gehoord en zichzelf te verdedigen. Dit betekent dat er alleen beperkingen kunnen worden opgelegd als er daadwerkelijk bewijs is van een strafbaar feit: er is een vermoeden van onschuld totdat het tegendeel bewezen is.
V2: Waarom was het waarborgen van het recht op internettoegang zo belangrijk voor het Parlement?
A2: De Parlementsleden beschouwden internettoegang als een fundamenteel recht, maar tot op heden bestond er geen specifieke EU-wetgeving om dit recht te beschermen. Daarom was het tot op heden aan de lidstaten om te beslissen over toegang tot het internet.
V3: Wat heeft het Parlement gedaan om het recht op toegang te waarborgen?
A3: In het oorspronkelijke wetsontwerp was de bescherming van het recht van gebruikers op toegang en dus van de vrijheid van informatie en de vrijheid van meningsuiting niet opgenomen. Het EP besloot daarom een wetswijziging in te dienen, waarin het recht op toegang wel was opgenomen. Dit gebeurde aan de hand van het inmiddels beroemde “amendement 138”, dat erop gericht was waarborgen in te stellen tegen het onrechtmatig beperken van de internettoegang van gebruikers door een “voorafgaande beslissing van de rechter” verplicht te stellen. Het amendement werd door de EU-ministers verworpen, maar het Parlement keurde het vervolgens in tweede lezing opnieuw goed. Wederom werd het amendement door de ministers verworpen. Daarom was een ”bemiddelingsprocedure” tussen het Parlement en de regeringsvertegenwoordigers nodig om tot een uiteindelijk compromis te komen.
V4: Er wordt wel beweerd dat het Parlement tijdens zijn onderhandelingen met de Raad van standpunt is veranderd. Klopt dat?
A4: Ja en nee. Voor zover het de inhoud van het amendement betrof, heeft het Parlement voet bij stuk gehouden en een overwinning behaald. Om dat te bereiken was het echter wel gedwongen de verwoording van het amendement te wijzigen, zodat de definitieve tekst stand zou houden in het Europees Hof van Justitie, dat oordeelt over de geldigheid van de EU-wetgeving.
V5: Wat zijn de waarborgen die het Parlement heeft afgedwongen?
A5: Wanneer een rechtsorgaan of een bevoegd bestuurlijk orgaan de internettoegang van een gebruiker wil blokkeren, dient een specifieke procedure te worden gevolgd. Voordat een besluit wordt genomen en de gebruiker wordt geblokkeerd, moet deze gelegenheid hebben gekregen zijn standpunt uiteen te zetten en zichzelf te verdedigen. De bewijslast ligt bij de partij die de beschuldiging inbrengt en er is altijd beroep mogelijk.
Een deel van de onderhandelde tekst luidt als volgt:
“...deze maatregelen kunnen uitsluitend worden getroffen met inachtneming van het beginsel van het vermoeden van onschuld en het recht op privacy. Een voorafgaande, eerlijke en onpartijdige procedure dient gewaarborgd te zijn, met inbegrip van het recht van de desbetreffende persoon of personen om gehoord te worden, met inachtneming van de noodzaak van passende voorwaarden en procedurele regelingen in naar behoren aangetoonde dringende gevallen overeenkomstig het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het recht op een doelmatige en tijdige rechterlijke toetsing is gewaarborgd.”
V6: Om welke redenen kan de toegang tot het internet worden geblokkeerd? Betreft dit alleen het illegaal downloaden?
A6: De nieuwe wetgeving geeft geen expliciete voorbeelden van internetgebruik dat als illegaal kan worden aangemerkt en dat daarom telt als potentiële rechtsgrond voor het blokkeren van de internettoegang. Het is aan de lidstaten om op basis van hun nationale wetgeving te beslissen wanneer er sprake is van een strafbaar feit dat kan leiden tot het blokkeren van internettoegang. Het verspreiden van kinderpornografie of terroristische inhoud zouden hier voorbeelden van kunnen zijn.
V7: Is internettoegang het enige vraagstuk dat in het pakket aan de orde komt?
A7: Verre van! Dit was enkel het laatst overgebleven vraagstuk. Het Parlement en de Raad kwamen al in mei dit jaar het overgrote merendeel van het pakket overeen. Dit betrof onder meer:
- betere consumentenrechten, bijvoorbeeld door consumenten de mogelijkheid te bieden dat bij verandering van operator hun mobiele telefoonnummer binnen één dag wordt overgedragen;
- een verplichte toestemming van de gebruiker voordat ”cookies” op zijn computer worden geïnstalleerd;
- de verplichting voor aanbieders om hun contracten te vereenvoudigen;
- eenvoudigere toegang tot het internet voor mensen met een handicap.
V8: Voorkomt deze wetgeving de goedkeuring van nationale wetgeving zoals “three strikes and you’re out”-wetten?
A8: Niet per se, maar elke wet zal moeten voorzien in een eerlijk proces voor eenieder waarvan een nationale autoriteit de internettoegang wil blokkeren. Het zal onmogelijk zijn iemand automatisch te blokkeren zonder dat deze eerst gelegenheid heeft gekregen zich te verdedigen. Zie antwoord 5.
Indien zij dat willen, staat het de lidstaten vrij verdergaande toegangsgaranties te bieden dan voorzien in de wetgeving, d.w.z. een lidstaat is niet verplicht zijn bestaande wetgeving betreffende het bieden van dergelijke garanties af te zwakken.
