Procedure : 2016/0280(COD)
Stadium plenaire behandeling
Documentencyclus : A8-0245/2018

Ingediende teksten :

A8-0245/2018

Debatten :

PV 11/09/2018 - 12
CRE 11/09/2018 - 12

Stemmingen :

PV 05/07/2018 - 6.4
CRE 05/07/2018 - 6.4
PV 12/09/2018 - 6.4
CRE 12/09/2018 - 6.4

Aangenomen teksten :

P8_TA(2018)0337

VERSLAG     ***I
PDF 1743kWORD 244k
29 juni 2018
PE 601.094v02-00 A8-0245/2018

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt

(COM(2016)0593 – C8-0383/2016 – 2016/0280(COD))

Commissie juridische zaken

Rapporteur: Axel Voss

Rapporteur voor advies (*): Catherine Stihler, Commissie interne markt en consumentenbescherming

(*) Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

ERRATA/ADDENDA
ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT
 ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming
 ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie
 ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs
 ADVIES van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken
 PROCEDURE VAN DE BEVOEGDE COMMISSIE
 HOOFDELIJKE EINDSTEMMING IN DE BEVOEGDE COMMISSIE

ONTWERPWETGEVINGSRESOLUTIE VAN HET EUROPEES PARLEMENT

over het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt

(COM(2016)0593 – C8-0383/2016 – 2016/0280(COD))

(Gewone wetgevingsprocedure: eerste lezing)

Het Europees Parlement,

–  gezien het voorstel van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad (COM(2016)0593),

–  gezien artikel 294, lid 2, en artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op grond waarvan het voorstel door de Commissie bij het Parlement is ingediend (C8-0383/2016),

–  gezien artikel 294, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

–  gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité van 25 januari 2017(1),

–  gezien het advies van het Comité van de Regio's van 8 februari 2017(2),

–  gezien artikel 59 van zijn Reglement,

–  gezien het verslag van de Commissie juridische zaken en de adviezen van de Commissie interne markt en consumentenbescherming, de Commissie industrie, onderzoek en energie en de Commissie cultuur en onderwijs (A8-0245/2018),

1.  stelt onderstaand standpunt in eerste lezing vast;

2.  verzoekt om hernieuwde voorlegging indien de Commissie voornemens is ingrijpende wijzigingen in haar voorstel aan te brengen of dit door een nieuwe tekst te vervangen;

3.  verzoekt zijn Voorzitter het standpunt van het Parlement te doen toekomen aan de Raad en aan de Commissie alsmede aan de nationale parlementen.

Amendement     1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  De richtlijnen die op het gebied van auteursrechten en naburige rechten zijn vastgesteld, voorzien in een hoge mate van bescherming voor rechthebbenden en creëren daarmee een kader waarbinnen de exploitatie van werken en ander beschermd materiaal kan plaatsvinden. Dit geharmoniseerde rechtskader draagt bij tot de goede werking van de interne markt; het stimuleert innovatie, creativiteit, investeringen en aanmaak van nieuwe inhoud, ook in de digitale omgeving. De bescherming die dit rechtskader verleent, draagt ook bij tot de doelstelling van de Unie om de culturele verscheidenheid te eerbiedigen en te bevorderen en brengt tegelijkertijd het gemeenschappelijke culturele erfgoed van Europa voor het voetlicht. Artikel 167, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie schrijft voor dat de Unie bij haar optreden rekening houdt met de culturele aspecten.

(2)  De richtlijnen die op het gebied van auteursrechten en naburige rechten zijn vastgesteld, dragen bij tot de werking van de interne markt, voorzien in een hoge mate van bescherming voor rechthebbenden, vergemakkelijken de vereffening van rechten en creëren daarmee een kader waarbinnen de exploitatie van werken en ander beschermd materiaal kan plaatsvinden. Dit geharmoniseerde rechtskader draagt bij tot de goede werking van een werkelijk geïntegreerde interne markt; het stimuleert innovatie, creativiteit, investeringen en aanmaak van nieuwe inhoud, ook in de digitale omgeving, om de fragmentering van de interne markt te voorkomen. De bescherming die dit rechtskader verleent, draagt ook bij tot de doelstelling van de Unie om de culturele verscheidenheid te eerbiedigen en te bevorderen en brengt tegelijkertijd het gemeenschappelijke culturele erfgoed van Europa voor het voetlicht. Artikel 167, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie schrijft voor dat de Unie bij haar optreden rekening houdt met de culturele aspecten.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Door snelle digitale ontwikkelingen blijven zich veranderingen doorzetten in de manier waarop werken en ander beschermd materiaal tot stand komen, geproduceerd, verspreid en geëxploiteerd worden. Steeds nieuwe bedrijfsmodellen en nieuwe actoren dienen zich aan. De doelstellingen en de beginselen van het door de Unie vastgestelde kader voor auteursrechten blijven gezond. Toch blijft er zowel voor rechthebbenden als voor gebruikers juridische onzekerheid bestaan met betrekking tot bepaalde toepassingen, waaronder grensoverschrijdende toepassingen, van werken en ander beschermd materiaal in de digitale omgeving. Zoals beschreven in de mededeling van de Commissie "Naar een modern, meer Europees kader voor auteursrechten"26, moeten op sommige gebieden aanpassingen en aanvullingen worden aangebracht in het huidige kader voor auteursrechten van de Unie. Deze richtlijn voorziet in regels voor de aanpassing van een aantal uitzonderingen en beperkingen in de digitale en grensoverschrijdende omgeving, alsook maatregelen om bepaalde licentiepraktijken te bevorderen wat betreft de verspreiding van werken die niet meer in de handel zijn, en de onlinebeschikbaarheid van audiovisuele werken op video-on-demandplatforms om een ruimere toegang tot inhoud te garanderen. Met het oog op een goede werking van de markt voor auteursrechten moeten er ook voorschriften komen over rechten in publicaties, over het gebruik van werken en ander beschermd materiaal door aanbieders van onlinediensten die door gebruikers geüploade inhoud opslaan en toegang daartoe verlenen, en over transparantie in contracten van auteurs en uitvoerende kunstenaars.

(3)  Door snelle digitale ontwikkelingen blijven zich veranderingen doorzetten in de manier waarop werken en ander beschermd materiaal tot stand komen, geproduceerd, verspreid en geëxploiteerd worden, en de desbetreffende wetgeving moet toekomstbestendig zijn om de technische ontwikkeling niet te belemmeren. Steeds nieuwe bedrijfsmodellen en nieuwe actoren dienen zich aan. De doelstellingen en de beginselen van het door de Unie vastgestelde kader voor auteursrechten blijven gezond. Toch blijft er zowel voor rechthebbenden als voor gebruikers juridische onzekerheid bestaan met betrekking tot bepaalde toepassingen, waaronder grensoverschrijdende toepassingen, van werken en ander beschermd materiaal in de digitale omgeving. Zoals beschreven in de mededeling van de Commissie "Naar een modern, meer Europees kader voor auteursrechten"26, moeten op sommige gebieden aanpassingen en aanvullingen worden aangebracht in het huidige kader voor auteursrechten van de Unie. Deze richtlijn voorziet in regels voor de aanpassing van een aantal uitzonderingen en beperkingen in de digitale en grensoverschrijdende omgeving, alsook maatregelen om bepaalde licentiepraktijken te bevorderen wat betreft de verspreiding van werken die niet meer in de handel zijn, en de onlinebeschikbaarheid van audiovisuele werken op video-on-demandplatforms om een ruimere toegang tot inhoud te garanderen. Met het oog op een goede en eerlijke werking van de markt voor auteursrechten moeten er ook voorschriften komen over de uitoefening en handhaving van het gebruik van werken en ander beschermd materiaal op platforms van aanbieders van onlinediensten, over transparantie in contracten van auteurs en uitvoerende kunstenaars, en over de boekhouding die voortvloeit uit de exploitatie van beschermde werken uit hoofde van deze contracten.

__________________

__________________

26 COM(2015) 626 final.

26 COM(2015) 626 final.

Amendement     3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Deze richtlijn is gebaseerd op en vormt een aanvulling op de regels van de thans van kracht zijnde richtlijnen op dit gebied, met name Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad27, Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad28, Richtlijn 2006/115/EG van het Europees Parlement en de Raad29, Richtlijn 2009/24/EG van het Europees Parlement en de Raad30, Richtlijn 2012/28/EU van het Europees Parlement en de Raad31 en Richtlijn 2014/26/EU van het Europees Parlement en de Raad32.

(4)  Deze richtlijn is gebaseerd op en vormt een aanvulling op de regels van de thans van kracht zijnde richtlijnen op dit gebied, met name Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad27, Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad27 bis, Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad28, Richtlijn 2006/115/EG van het Europees Parlement en de Raad29, Richtlijn 2009/24/EG van het Europees Parlement en de Raad30, Richtlijn 2012/28/EU van het Europees Parlement en de Raad31 en Richtlijn 2014/26/EU van het Europees Parlement en de Raad32.

_________________

_________________

27 Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (PB L 77 van 27.3.1996, blz. 20).

27 Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (PB L 77 van 27.3.1996, blz. 20).

 

27 bis Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt ("Richtlijn inzake elektronische handel") (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1).

28 Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PB L 167 van 22.6.2001, blz. 10).

28 Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PB L 167 van 22.6.2001, blz. 10).

29 2006/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 28).

29 2006/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 28).

30 2009/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's (PB L 111 van 5.5.2009, blz. 16).

30 2009/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's (PB L 111 van 5.5.2009, blz. 16).

31 2012/28/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 inzake bepaalde toegestane gebruikswijzen van verweesde werken (PB L 299 van 27.10.2012, blz. 5).

31 2012/28/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 inzake bepaalde toegestane gebruikswijzen van verweesde werken (PB L 299 van 27.10.2012, blz. 5).

32 2014/26/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten en de multiterritoriale licentieverlening van rechten inzake muziekwerken voor onlinegebruik op de interne markt (PB L 84, 20.3.2014, blz. 72).

32 2014/26/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten en de multiterritoriale licentieverlening van rechten inzake muziekwerken voor onlinegebruik op de interne markt (PB L 84, 20.3.2014, blz. 72).

Amendement     4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Op het gebied van onderzoek, opleiding en behoud van cultureel erfgoed maken digitale technologieën nieuwe soorten toepassingen mogelijk die niet duidelijk onder de huidige EU-regels inzake uitzonderingen en beperkingen vallen. Het facultatieve karakter van uitzonderingen en beperkingen waarin de Richtlijnen 2001/29/EG, 96/9/EG en 2009/24/EG op deze gebieden voorzien, kan bovendien een negatief effect hebben op de werking van de interne markt. Dit geldt in het bijzonder voor grensoverschrijdende toepassingen, die steeds belangrijker worden in de digitale omgeving. Daarom moeten de bestaande uitzonderingen en beperkingen in het recht van de Unie die van belang zijn voor wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en behoud van het cultureel erfgoed, aan een nieuwe beoordeling worden onderworpen in het licht van deze nieuwe toepassingen. Er moeten verplichte uitzonderingen of beperkingen worden ingevoerd voor het gebruik van tekst- en dataminingtechnologieën op het gebied van wetenschappelijk onderzoek, illustratie bij onderwijs in de digitale omgeving en voor het behoud van cultureel erfgoed. Voor toepassingen die niet onder de uitzonderingen of beperkingen van deze richtlijn vallen, moeten de uitzonderingen en beperkingen die in het recht van de Unie bestaan, blijven gelden. De Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG moeten worden aangepast.

(5)  Op het gebied van onderzoek, innovatie, opleiding en behoud van cultureel erfgoed maken digitale technologieën nieuwe soorten toepassingen mogelijk die niet duidelijk onder de huidige EU-regels inzake uitzonderingen en beperkingen vallen. Het facultatieve karakter van uitzonderingen en beperkingen waarin de Richtlijnen 2001/29/EG, 96/9/EG en 2009/24/EG op deze gebieden voorzien, kan bovendien een negatief effect hebben op de werking van de interne markt. Dit geldt in het bijzonder voor grensoverschrijdende toepassingen, die steeds belangrijker worden in de digitale omgeving. Daarom moeten de bestaande uitzonderingen en beperkingen in het recht van de Unie die van belang zijn voor innovatie, wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en behoud van het cultureel erfgoed, aan een nieuwe beoordeling worden onderworpen in het licht van deze nieuwe toepassingen. Er moeten verplichte uitzonderingen of beperkingen worden ingevoerd voor het gebruik van tekst- en dataminingtechnologieën op het gebied van innovatie en wetenschappelijk onderzoek, illustratie bij onderwijs in de digitale omgeving en voor het behoud van cultureel erfgoed. Voor toepassingen die niet onder de uitzonderingen of beperkingen van deze richtlijn vallen, moeten de uitzonderingen en beperkingen die in het recht van de Unie bestaan, blijven gelden. Derhalve moeten bestaande goedwerkende uitzonderingen op deze vlakken toegestaan blijven in de lidstaten zolang zij de reikwijdte van de uitzonderingen of beperkingen in deze richtlijn niet beperken. De Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG moeten worden aangepast.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De bij deze verordening ingestelde uitzonderingen en beperkingen beogen een billijk evenwicht te bewerkstelligen tussen de rechten en belangen van auteurs en andere rechthebbenden enerzijds, en die van gebruikers anderzijds. Zij kunnen alleen in bepaalde bijzondere gevallen worden toegepast, mits daarmee geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van de werken of andere beschermde materialen en de wettige belangen van de rechthebbenden niet onredelijk worden geschaad.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Nieuwe technologieën maken geautomatiseerde computeranalyse van informatie in digitale vorm, zoals tekst, geluid, beeld en gegevens, die algemeen bekend is als tekst- en datamining, mogelijk. Dankzij deze technologieën kunnen onderzoekers grote hoeveelheden informatie verwerken en zodoende nieuwe kennis verwerven en nieuwe tendensen ontdekken. Hoewel technologieën voor tekst- en datamining een grote rol spelen in de digitale economie, wordt in brede kring erkend dat tekst- en datamining in het bijzonder gunstig kan zijn voor de onderzoeksgemeenschap en op die wijze innovatie kan aanmoedigen. Onderzoekorganisaties zoals universiteiten en onderzoeksinstituten worden in de Unie echter geconfronteerd met rechtsonzekerheid over de mate waarin zij tekst- en datamining van inhoud kunnen verrichten. In bepaalde gevallen kan tekst- en datamining handelingen inhouden die onder het auteursrecht en/of het sui generis databankenrecht vallen, met name wanneer sprake is van reproductie van werken of andere beschermde materialen en/of opvraging van inhoud uit een databank. Indien er geen uitzondering of beperking van toepassing is, zou een toestemming van de rechthebbenden vereist zijn om dergelijke handelingen te verrichten. Tekst- en datamining kan ook verricht worden met betrekking tot zuivere feiten of gegevens die niet auteursrechtelijk zijn beschermd en in dergelijke gevallen zou geen toestemming vereist zijn.

(8)  Nieuwe technologieën maken geautomatiseerde computeranalyse van informatie in digitale vorm, zoals tekst, geluid, beeld en gegevens, die algemeen bekend is als tekst- en datamining, mogelijk. Dankzij tekst- en datamining kunnen grote hoeveelheden digitaal opgeslagen informatie worden gelezen en geanalyseerd en zodoende nieuwe kennis worden verworven en nieuwe tendensen ontdekt. Hoewel technologieën voor tekst- en datamining een grote rol spelen in de digitale economie, wordt in brede kring erkend dat tekst- en datamining in het bijzonder gunstig kan zijn voor de onderzoeksgemeenschap en op die wijze innovatie kan aanmoedigen. Onderzoekorganisaties zoals universiteiten en onderzoeksinstituten worden in de Unie echter geconfronteerd met rechtsonzekerheid over de mate waarin zij tekst- en datamining van inhoud kunnen verrichten. In bepaalde gevallen kan tekst- en datamining handelingen inhouden die onder het auteursrecht en/of het sui generis databankenrecht vallen, met name wanneer sprake is van reproductie van werken of andere beschermde materialen en/of opvraging van inhoud uit een databank. Indien er geen uitzondering of beperking van toepassing is, zou een toestemming van de rechthebbenden vereist zijn om dergelijke handelingen te verrichten. Tekst- en datamining kan ook verricht worden met betrekking tot zuivere feiten of gegevens die niet auteursrechtelijk zijn beschermd en in dergelijke gevallen zou geen toestemming vereist zijn.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(8 bis)  Voor tekst- en datamining moet de informatie in de meeste gevallen eerst worden geopend en dan gereproduceerd. Pas als de informatie is genormaliseerd, kan deze worden verwerkt door middel van tekst- en datamining. Bij legale toegang tot informatie is pas van auteursrechtelijk beschermd gebruik sprake bij normalisering van de informatie, want dat brengt reproductie met zich door wijziging van het format, of door opvragen uit een database in een format dat zich leent voor tekst- en datamining. Het auteursrechtelijk relevante gebruik bij tekst- en dataminingtechnologie is daarom niet de tekst- en datamining zelf, dus het lezen en analyseren van digitaal opgeslagen en genormaliseerde informatie, maar de opening en de manier waarop de informatie wordt genormaliseerd waardoor geautomatiseerde digitale analyse mogelijk wordt, in zoverre dit proces ophalen uit een database of reproducties omvat. De uitzonderingen voor tekst- en datamining waarin in deze richtlijn wordt voorzien, moeten begrepen worden als een verwijzing naar dergelijke auteursrechtelijk relevante processen die noodzakelijk zijn voor tekst- en datamining. Wanneer het bestaande auteursrecht niet toepasbaar is geweest voor het gebruik van tekst- en datamining, moeten deze gebruiken onverlet blijven door deze richtlijn.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Dit gebrek aan rechtszekerheid moet worden aangepakt door te voorzien in een verplichte uitzondering op het reproductierecht alsmede in het recht om opvraging uit een databank te verhinderen. De nieuwe uitzondering mag geen afbreuk doen aan de bestaande dwingende uitzondering voor tijdelijke reproductiehandelingen als vastgesteld in artikel 5, lid 1, van Richtlijn 2001/29, die van toepassing moet blijven voor tekst- en dataminingtechnieken waarin geen kopieën worden gemaakt die verder gaan dan de toepassingssfeer van deze uitzondering. Onderzoeksorganisaties moeten ook van de uitzondering kunnen gebruikmaken in het geval van publiek-private partnerschappen.

(10)  Dit gebrek aan rechtszekerheid moet worden aangepakt door te voorzien in een verplichte uitzondering voor onderzoeksorganisaties op het reproductierecht en op het recht om opvraging uit een databank te verhinderen. De nieuwe uitzondering mag geen afbreuk doen aan de bestaande dwingende uitzondering voor tijdelijke reproductiehandelingen als vastgesteld in artikel 5, lid 1, van Richtlijn 2001/29, die van toepassing moet blijven voor tekst- en dataminingtechnieken waarin geen kopieën worden gemaakt die verder gaan dan de toepassingssfeer van deze uitzondering. Onderwijsinstellingen en instellingen voor cultureel erfgoed die wetenschappelijk onderzoek uitvoeren, moeten ook worden gedekt door de uitzondering voor tekst- en datamining op voorwaarde dat de resultaten van het onderzoek niet ten voordele zijn van een onderneming die een beslissende invloed uitoefent op deze organisaties in het bijzonder. Indien het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van een publiek-privaat partnerschap, moet de onderneming die deelneemt aan het publiek-private partnerschap ook wettelijke toegang hebben tot de werken en andere materialen. De reproducties en opvragingen die voor tekst- en datamining worden gemaakt, moeten veilig worden bewaard en op een wijze die garandeert dat de kopieën enkel worden gebruikt met het oog op wetenschappelijk onderzoek.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Om ook in de particuliere sector innovatie aan te moedigen, moeten de lidstaten een uitzondering kunnen invoeren die verder reikt dan de verplichte uitzondering, op voorwaarde dat het gebruik van daarin vermelde werken of andere materialen niet uitdrukkelijk werd voorbehouden door hun rechthebbenden, waaronder op machineleesbare wijze.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Hoewel de ontwikkeling van afstandsonderwijs en grensoverschrijdende onderwijsprogramma’s hoofdzakelijk op het niveau van hoger onderwijs plaatsvindt, worden digitale instrumenten en middelen in toenemende mate gebruikt op alle onderwijsniveaus, met name om de leerervaring te verbeteren en te verrijken. De uitzondering of beperking als bedoeld in deze richtlijn moet bijgevolg ten goede komen aan alle onderwijsinstellingen in het lager, middelbaar, beroeps- en hoger onderwijs voor zover zij hun onderwijsactiviteiten met niet-commerciële doeleinden verrichten. De organisatiestructuur en de financiering van een onderwijsinstelling zijn niet van doorslaggevend belang om de niet-commerciële aard van de activiteit te bepalen.

(15)  Hoewel de ontwikkeling van afstandsonderwijs en grensoverschrijdende onderwijsprogramma’s hoofdzakelijk op het niveau van hoger onderwijs plaatsvindt, worden digitale instrumenten en middelen in toenemende mate gebruikt op alle onderwijsniveaus, met name om de leerervaring te verbeteren en te verrijken. De uitzondering of beperking als bedoeld in deze richtlijn moet bijgevolg ten goede komen aan alle onderwijsinstellingen in het lager, middelbaar, beroeps- en hoger onderwijs voor zover zij hun onderwijsactiviteiten met niet-commerciële doeleinden verrichten. De organisatiestructuur en de financiering van een onderwijsinstelling zijn niet van doorslaggevend belang om de niet-commerciële aard van de activiteit te bepalen. Indien instellingen voor cultureel erfgoed een educatieve doelstelling nastreven en bij onderwijsactiviteiten betrokken zijn, moeten de lidstaten deze instellingen onder deze uitzondering als onderwijsinstelling beschouwen wat hun onderwijsactiviteiten betreft.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  De uitzondering of beperking moet betrekking hebben op digitaal gebruik van werken en andere materialen, zoals het gebruik van delen of uittreksels om de onderwijs- en de daaraan verbonden leeractiviteiten te ondersteunen, te verrijken of aan te vullen. Het gebruik van de werken of andere materialen overeenkomstig de uitzondering of beperking mag alleen plaatsvinden in het kader van onderwijs- en leeractiviteiten die onder de verantwoordelijkheid van onderwijsinstellingen vallen, ook tijdens examens, en dient beperkt te blijven tot hetgeen noodzakelijk is voor het doel van deze activiteiten. De uitzondering of beperking dient te gelden zowel voor toepassing in digitale leermiddelen in de klas als onlinegebruik via het beveiligde elektronische netwerk van onderwijsinstelling, en de toegang daartoe dient te worden beschermd, met name door authenticatieprocedures. De uitzondering of beperking wordt wat illustratie bij het onderwijs betreft ook geacht te gelden voor de speciale toegankelijkheidsbehoeften van personen met een beperking.

(16)  De uitzondering of beperking moet betrekking hebben op digitaal gebruik van werken en andere materialen om de onderwijs- en de daaraan verbonden leeractiviteiten te ondersteunen, te verrijken of aan te vullen. De uitzondering of beperking van het gebruik moet worden verleend zolang het werk of ander materiaal de bron vermeldt, met inbegrip van de naam van de auteur, tenzij dit wegens praktische redenen onmogelijk blijkt. Het gebruik van de werken of andere materialen overeenkomstig de uitzondering of beperking mag alleen plaatsvinden in het kader van onderwijs- en leeractiviteiten die onder de verantwoordelijkheid van onderwijsinstellingen vallen, ook tijdens examens, en dient beperkt te blijven tot hetgeen noodzakelijk is voor het doel van deze activiteiten. De uitzondering of beperking dient te gelden zowel voor toepassing in digitale leermiddelen waarbij fysiek onderwijs wordt verstrekt, ook wanneer dat buiten de gebouwen van de onderwijsinstelling gebeurt, bijvoorbeeld in een bibliotheek of een instelling voor cultureel erfgoed, zolang het gebruik onder de verantwoordelijkheid van de onderwijsinstelling plaatsvindt, als onlinegebruik via de beveiligde elektronische omgeving van onderwijsinstelling, en de toegang daartoe dient te worden beschermd, met name door authenticatieprocedures. De uitzondering of beperking wordt wat illustratie bij het onderwijs betreft ook geacht te gelden voor de speciale toegankelijkheidsbehoeften van personen met een beperking.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(16 bis)  Een veilige elektronische omgeving moet worden begrepen als een digitale onderwijs- en leeromgeving waartoe de toegang door een passende authenticatieprocedure wordt beperkt tot het onderwijzend personeel van de onderwijsinstelling en de in een studieprogramma ingeschreven leerlingen of studenten.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  In een aantal lidstaten bestaan, op basis van de toepassing van de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde uitzondering of van licentieovereenkomsten voor verder gebruik, verschillende regelingen om het educatief gebruik van werken en andere materialen te vergemakkelijken. Deze regelingen zijn doorgaans ontwikkeld rekening houdend met de behoeften van onderwijsinstellingen en verschillende onderwijsniveaus. Hoewel het van essentieel belang is het toepassingsgebied van de nieuwe dwingende uitzondering of beperking met betrekking tot digitale toepassingen en grensoverschrijdende onderwijsactiviteiten te harmoniseren, kunnen de toepassingsvoorwaarden verschillen naargelang van de lidstaat, voor zover deze geen belemmering vormen voor de effectieve toepassing van de uitzondering of beperking op grensoverschrijdende gevallen. Dit moet de lidstaten de mogelijkheid bieden om voort te bouwen op de bestaande regelingen op nationaal niveau. Met name kunnen de lidstaten besluiten de toepassing van de uitzondering of beperking geheel of gedeeltelijk afhankelijk te stellen van de beschikbaarheid van passende licenties, die voor ten minste dezelfde toepassingen gelden als die welke volgens de uitzondering zijn toegestaan. Met dit mechanisme zou het bijvoorbeeld mogelijk zijn voorrang te geven aan licenties voor materialen die in de eerste plaats bedoeld zijn voor de onderwijsmarkt. Om te voorkomen dat een dergelijk mechanisme leidt tot rechtsonzekerheid of administratieve lasten voor onderwijsinstellingen, moeten de lidstaten die voor deze aanpak kiezen, concrete maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat licentieregelingen voor digitale toepassingen van werken of andere materialen die bedoeld zijn voor illustratie bij onderwijs, vlot beschikbaar zijn en dat onderwijsinstellingen op de hoogte zijn van het bestaan van dergelijke licentieregelingen.

(17)  In een aantal lidstaten bestaan, op basis van de toepassing van de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde uitzondering of van licentieovereenkomsten voor verder gebruik, verschillende regelingen om het educatief gebruik van werken en andere materialen te vergemakkelijken. Deze regelingen zijn doorgaans ontwikkeld rekening houdend met de behoeften van onderwijsinstellingen en verschillende onderwijsniveaus. Hoewel het van essentieel belang is het toepassingsgebied van de nieuwe dwingende uitzondering of beperking met betrekking tot digitale toepassingen en grensoverschrijdende onderwijsactiviteiten te harmoniseren, kunnen de toepassingsvoorwaarden verschillen naargelang van de lidstaat, voor zover deze geen belemmering vormen voor de effectieve toepassing van de uitzondering of beperking op grensoverschrijdende gevallen. Dit moet de lidstaten de mogelijkheid bieden om voort te bouwen op de bestaande regelingen op nationaal niveau. Met name kunnen de lidstaten besluiten de toepassing van de uitzondering of beperking geheel of gedeeltelijk afhankelijk te stellen van de beschikbaarheid van passende licenties. Deze licenties kunnen de vorm aannemen van collectieve licentieovereenkomsten, verruimde collectieve licentieovereenkomsten en licenties waarover collectief wordt onderhandeld, zoals mantellicenties, om te vermijden dat onderwijsinstellingen afzonderlijk met de rechthebbenden moeten onderhandelen. Deze licenties moeten betaalbaar zijn en voor ten minste dezelfde toepassingen gelden als die welke volgens de uitzondering zijn toegestaan. Met dit mechanisme zou het bijvoorbeeld mogelijk zijn voorrang te geven aan licenties voor materialen die in de eerste plaats bedoeld zijn voor de onderwijsmarkt of voor onderwijs in onderwijsinstellingen of bladmuziek. Om te voorkomen dat een dergelijk mechanisme leidt tot rechtsonzekerheid of administratieve lasten voor onderwijsinstellingen, moeten de lidstaten die voor deze aanpak kiezen, concrete maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat deze licentieregelingen voor digitale toepassingen van werken of andere materialen die bedoeld zijn voor illustratie bij onderwijs, vlot beschikbaar zijn en dat onderwijsinstellingen op de hoogte zijn van het bestaan van dergelijke licentieregelingen. De lidstaten moeten kunnen voorzien in systemen die zorgen voor billijke vergoeding voor rechthebbenden voor gebruik in het kader van die uitzonderingen of beperkingen. De lidstaten moeten worden aangemoedigd om systemen te gebruiken die geen administratieve last veroorzaken, zoals systemen die voorzien in eenmalige betalingen.

Amendement     14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  Om rechtszekerheid te bieden wanneer lidstaten besluiten om de toepassing van de uitzondering afhankelijk te stellen van de beschikbaarheid van passende licenties, moet worden verduidelijkt onder welke voorwaarden onderwijsinstellingen beschermde werken of andere materialen binnen die uitzondering mogen gebruiken en wanneer zij wel met een licentieregeling dienen te werken.

Motivering

Het voorgestelde amendement is noodzakelijk om rechtszekerheid te bieden wanneer lidstaten besluiten om de toepassing van de uitzondering afhankelijk te stellen van de beschikbaarheid van passende licenties.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Een handeling die voor bewaringsdoeleinden wordt gesteld, kan de reproductie van werken of andere materialen in de collectie van een instelling voor cultureel erfgoed vereisen, en bijgevolg kan de toestemming van de betrokken rechthebbenden daarvoor nodig kan zijn. Instellingen voor cultureel erfgoed zijn bezig met het bewaren van hun collecties voor toekomstige generaties. Digitale technologieën bieden nieuwe mogelijkheden om het erfgoed te bewaren dat in deze collecties vervat ligt, maar brengen ook nieuwe uitdagingen mee. Om in te gaan op deze nieuwe uitdagingen moet het huidige rechtskader worden aangepast en moet worden voorzien in een dwingende uitzondering op het reproductierecht, zodat deze handelingen met bewaringsdoeleinden mogelijk worden.

(18)  Een handeling die voor bewaringsdoeleinden van een werk of ander materiaal in de collectie van een instelling voor cultureel erfgoed wordt gesteld, kan een reproductie vereisen, en bijgevolg kan de toestemming van de betrokken rechthebbenden daarvoor nodig zijn. Instellingen voor cultureel erfgoed zijn bezig met het bewaren van hun collecties voor toekomstige generaties. Digitale technologieën bieden nieuwe mogelijkheden om het erfgoed te bewaren dat in deze collecties vervat ligt, maar brengen ook nieuwe uitdagingen mee. Om in te gaan op deze nieuwe uitdagingen moet het huidige rechtskader worden aangepast en moet worden voorzien in een dwingende uitzondering op het reproductierecht, zodat deze handelingen met bewaringsdoeleinden door dergelijke instellingen mogelijk worden.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  De uiteenlopende aanpak die in de lidstaten wordt gekozen voor bewaringsactiviteiten van instellingen voor cultureel erfgoed, vormt voor deze instellingen een hinderpaal om over de grenzen heen samen te werken en middelen voor bewaring te delen in de interne markt, hetgeen leidt tot een inefficiënt gebruik van middelen.

(19)  De uiteenlopende aanpak die in de lidstaten wordt gekozen voor reproductieactiviteiten voor bewaring, vormt een hinderpaal om over de grenzen heen samen te werken, middelen voor bewaring te delen en grensoverschrijdende netwerken op te richten voor bewaring in de interne markt van organisaties die met bewaring bezig zijn, hetgeen leidt tot een inefficiënt gebruik van middelen. Dit kan negatieve gevolgen hebben voor de bewaring van het cultureel erfgoed.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Het is derhalve noodzakelijk dat de lidstaten voorzien in een uitzondering zodat instellingen voor cultureel erfgoed in hun collecties werken en andere beschermde materialen die permanent deel uitmaken van hun collecties, voor bewaringsdoeleinden kunnen reproduceren, bijvoorbeeld om rekening te houden met technologische veroudering of aantasting van de oorspronkelijke dragers. Op basis van een dergelijke uitzondering wordt het mogelijk kopieën te maken door middel van de geschikte bewaringsinstrumenten, -middelen of -technologieën, in het vereiste aantal en op elk moment in de levenscyclus van een werk of ander materiaal, voor zover dit noodzakelijk is om een kopie te produceren die alleen bestemd is voor bewaringsdoeleinden.

(20)  Het is derhalve noodzakelijk dat de lidstaten voorzien in een uitzondering zodat instellingen voor cultureel erfgoed in hun collecties werken en andere beschermde materialen die permanent deel uitmaken van hun collecties, voor bewaringsdoeleinden kunnen reproduceren, om rekening te houden met technologische veroudering of aantasting van de oorspronkelijke dragers of werken te verzekeren. Op basis van een dergelijke uitzondering wordt het mogelijk kopieën te maken door middel van de geschikte bewaringsinstrumenten, -middelen of -technologieën, in welke vorm of welk medium dan ook, in het vereiste aantal, op elk moment in de levenscyclus van een werk of ander materiaal en voor zover dit noodzakelijk is om een kopie te produceren die alleen bestemd is voor bewaringsdoeleinden. De archieven van onderzoeksorganisaties of publieke omroeporganisaties moeten als instellingen voor cultureel erfgoed en dus als begunstigden van deze uitzondering worden beschouwd. De lidstaten moeten voor de toepassing van deze uitzondering bepalingen kunnen handhaven om publiek toegankelijke galerijen als musea te beschouwen.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Voor de toepassing van deze richtlijn worden werken en andere materialen geacht permanent deel uit te maken van de collectie van een instelling voor cultureel erfgoed wanneer kopieën eigendom zijn of permanent in het bezit zijn van de instelling voor cultureel erfgoed, bijvoorbeeld ten gevolge van een overdracht van eigendom of licentieovereenkomsten.

(21)  Voor de toepassing van deze richtlijn worden werken en andere materialen geacht permanent deel uit te maken van de collectie van een instelling voor cultureel erfgoed wanneer kopieën van deze werken of ander materiaal eigendom zijn of permanent in het bezit zijn van deze organisaties, bijvoorbeeld ten gevolge van een overdracht van eigendom, een wettig depot of een langlopende lening. Werken of ander materiaal waartoe instellingen voor cultureel erfgoed tijdelijk toegang hebben via een derde aanbieder van de dienst, worden niet beschouwd als permanent deel van hun collectie.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis)  Technologische ontwikkelingen hebben geleid tot diensten van de informatiemaatschappij waarmee gebruikers inhoud kunnen uploaden en beschikbaar stellen in verschillende vormen en voor verschillende doeleinden, waaronder een idee, kritiek, parodie of pastiche illustreren. Dergelijke inhoud kan korte fragmenten bevatten van reeds bestaande beschermde werken of ander materiaal, die deze gebruikers gewijzigd, gecombineerd of op een andere wijze omgevormd kunnen hebben.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 ter)  Ondanks enige overlapping met bestaande uitzonderingen of beperkingen, zoals die in verband met citeren en parodiëren, valt niet alle inhoud die door een gebruiker wordt geüpload of beschikbaar wordt gesteld en die redelijkerwijze fragmenten van beschermde werken of ander beschermd materiaal bevat, onder artikel 5 van Richtlijn 2001/29/EG. Dit soort situatie schept rechtsonzekerheid voor zowel gebruikers als rechthebbenden. Er moet daarom een nieuwe specifieke uitzondering worden ingesteld om het legitieme gebruik van fragmenten van beschermde werken of ander beschermd materiaal in inhoud die door een gebruiker wordt geüpload of beschikbaar wordt gesteld, toe te staan. Wanneer door een gebruiker gegenereerde of beschikbaar gestelde inhoud betrekking heeft op het korte en evenredige gebruik voor legitieme doeleinden van een korte passage of een kort citaat uit een werk of ander materiaal, moet dit gebruik beschermd worden door de uitzondering uit hoofde van deze richtlijn. Deze uitzondering mag slechts in bepaalde bijzondere gevallen worden toegepast, mits daarbij geen afbreuk wordt gedaan aan het normale gebruik van het werk of ander materiaal en de wettige belangen van de rechthebbende niet onredelijk worden geschaad. Om de geleden schade te beoordelen, moeten waar nodig de graad van originaliteit van het betreffende werk, de lengte en de omvang van de gebruikte passage of het gebruikte citaat, de professionele aard van de betreffende inhoud en de graad van economische schade worden onderzocht, waarbij het rechtmatige genot van de uitzondering niet worden uitgesloten. Deze uitzondering moet de morele rechten van de auteurs van het betreffende werk of ander materiaal onverlet laten.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 quater)  Het mag niet toegestaan worden dat de aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die in het toepassingsgebied van artikel 13 van deze richtlijn vallen, de uitzondering uit hoofde van deze richtlijn voor het gebruik van korte passages of korte citaten uit door gebruikers op deze informatiemaatschappijdiensten geüploade of beschikbaar gestelde beschermde werken of ander materiaal, in hun eigen voordeel aanwenden, om hun aansprakelijkheid of de omvang van de verplichtingen waaraan zij moeten voldoen uit hoofde van artikel 13 van deze richtlijn te beperken.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Instellingen voor cultureel erfgoed moeten profiteren van een duidelijk kader voor de digitalisering en verspreiding, ook over de grenzen heen, van werken of andere beschermde materialen die niet meer in de handel zijn. Wegens de specifieke kenmerken van de collecties van werken die niet meer in de handel zijn, kan het echter zeer moeilijk worden de voorafgaande toestemming van de individuele rechthebbenden te verkrijgen. Dit kan bijvoorbeeld te wijten zijn aan de ouderdom van de werken en andere materialen, hun geringe commerciële waarde of het feit dat zij nooit voor commerciële doeleinden bestemd waren. Er moeten dan ook maatregelen worden genomen om de licentieverlening van rechten op werken die niet meer in de handel zijn en die zich in collecties van instellingen voor cultureel erfgoed bevinden, te vereenvoudigen en derhalve het sluiten van overeenkomsten met grensoverschrijdend effect in de interne markt mogelijk te maken.

(22)  Instellingen voor cultureel erfgoed moeten profiteren van een duidelijk kader voor de digitalisering en verspreiding, ook over de grenzen heen, van werken of andere beschermde materialen die niet meer in de handel zijn. Wegens de specifieke kenmerken van de collecties van werken die niet meer in de handel zijn, kan het echter zeer moeilijk worden de voorafgaande toestemming van de individuele rechthebbenden te verkrijgen. Dit kan bijvoorbeeld te wijten zijn aan de ouderdom van de werken en andere materialen, hun geringe commerciële waarde of het feit dat zij nooit voor commerciële doeleinden bestemd waren of nooit op de markt zijn gebracht. Er moeten dan ook maatregelen worden genomen om het gebruik van werken die niet meer in de handel zijn en die zich in collecties van instellingen voor cultureel erfgoed bevinden, te vereenvoudigen en derhalve het sluiten van overeenkomsten met grensoverschrijdend effect in de interne markt mogelijk te maken.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(22 bis)  Verschillende lidstaten hebben reeds verruimde collectieve licentieregelingen, wettelijke mandaten of wettelijke vermoedens die de licentieverlening van werken die niet meer in de handel zijn, vergemakkelijken. Gelet op de diversiteit van de werken en andere materialen in de collecties van instellingen voor cultureel erfgoed en de uiteenlopende vormen van collectief beheer in de lidstaten en de culturele sectoren, kunnen dergelijke maatregelen niet in alle gevallen een oplossing bieden, bijvoorbeeld omdat collectieve licentieverlening niet gebruikelijk is voor een bepaald soort werk of ander materiaal. In dergelijke specifieke omstandigheden moet er derhalve een uitzondering worden toegestaan waardoor erfgoedinstellingen werken in hun permanente collectie die niet meer in de handel zijn, online beschikbaar kunnen stellen onder de uitzondering op het auteursrecht en de naburige rechten. Hoewel het toepassingsgebied van de nieuwe verplichte uitzondering geharmoniseerd moet worden zodat grensoverschrijdend gebruik van werken die niet meer in de handel zijn, mogelijk is, moet het de lidstaten niettemin toegestaan zijn verruimde collectieve licentieverlening te (blijven) gebruiken die op nationaal niveau werden gesloten met instellingen voor cultureel erfgoed voor categorieën van werken die permanent in de collecties van de instellingen voor cultureel erfgoed zijn. Het gebrek aan overeenstemming over de voorwaarden van de licentie mag niet worden beschouwd als een gebrek aan beschikbaarheid van licentiegebaseerde oplossingen. Gebruik onder deze uitzondering moet worden onderworpen aan dezelfde opt-outvereisten en publiciteitsvoorschriften als gebruik toegestaan door een mechanisme voor licentieverlening. Om ervoor te zorgen dat de uitzondering slechts geldt wanneer aan bepaalde voorwaarden is voldaan en om rechtszekerheid te bieden moeten de lidstaten in overleg met rechthebbenden, organisaties voor collectief beheer en organisaties voor cultureel erfgoed en op gepaste tijdsintervallen, bepalen voor welke sectoren en welke soorten werk gepaste licentiegebaseerde oplossingen niet beschikbaar zijn, waardoor de uitzondering moet worden toegepast.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  De lidstaten moeten binnen het bij deze richtlijn gestelde kader flexibiliteit krijgen om het specifieke soort mechanisme te kiezen waarmee licenties voor werken die niet meer in de handel zijn, in overeenstemming met hun juridische tradities, praktijken of omstandigheden, kunnen worden uitgebreid tot de rechten van niet door de organisatie voor collectief beheer vertegenwoordigde rechthebbenden. Voor dergelijke mechanismen kan ook worden gedacht aan verruimde collectieve licentieverlening en vermoedens van vertegenwoordiging.

(23)  De lidstaten moeten binnen het bij deze richtlijn gestelde kader flexibiliteit krijgen om het specifieke soort mechanisme te kiezen waarmee licenties voor werken die niet meer in de handel zijn, in overeenstemming met hun juridische tradities, praktijken of omstandigheden, kunnen worden uitgebreid tot de rechten van niet door de relevante organisatie voor collectief beheer vertegenwoordigde rechthebbenden. Voor dergelijke mechanismen kan ook worden gedacht aan verruimde collectieve licentieverlening en vermoedens van vertegenwoordiging.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Voor de toepassing van deze licentiemechanismen is een strikt en goed functionerend systeem voor collectief rechtenbeheer belangrijk. Dat systeem omvat met name regels inzake goed bestuur, transparantie en verslaglegging, alsook regelmatige, zorgvuldige en nauwkeurige verdeling en uitbetaling van de bedragen die aan individuele rechthebbenden verschuldigd zijn, zoals bepaald in Richtlijn 2014/26/EU. Er moeten passende aanvullende waarborgen beschikbaar zijn voor alle rechthebbenden, die de mogelijkheid moeten krijgen om de toepassing van dergelijke mechanismen op hun werken of andere materialen uit te sluiten. De voorwaarden die aan deze mechanismen verbonden worden, mogen de praktische relevantie daarvan voor instellingen voor cultureel erfgoed niet aantasten.

(24)  Voor de toepassing van deze licentiemechanismen is een strikt en goed functionerend systeem voor collectief rechtenbeheer belangrijk en dient een dergelijk systeem door de lidstaten te worden aangemoedigd. Dat systeem omvat met name regels inzake goed bestuur, transparantie en verslaglegging, alsook regelmatige, zorgvuldige en nauwkeurige verdeling en uitbetaling van de bedragen die aan individuele rechthebbenden verschuldigd zijn, zoals bepaald in Richtlijn 2014/26/EU. Er moeten passende aanvullende waarborgen beschikbaar zijn voor alle rechthebbenden, die de mogelijkheid moeten krijgen om de toepassing van dergelijke licentiemechanismen of van dergelijke uitzonderingen op hun werken of andere materialen uit te sluiten. De voorwaarden die aan deze mechanismen verbonden worden, mogen de praktische relevantie daarvan voor instellingen voor cultureel erfgoed niet aantasten.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Gelet op de diversiteit van de werken en andere materialen in de collecties van instellingen voor cultureel erfgoed is het van belang dat de bij deze richtlijn ingevoerde mechanismen voor licentieverlening beschikbaar zijn en in de praktijk kunnen worden ingezet voor verschillende soorten werken en andere materialen, waaronder foto’s, geluidsopnamen en audiovisuele werken. Om rekening te houden met de specifieke kenmerken van verschillende categorieën werken en andere materialen wat de wijze van publicatie en distributie betreft, en om de bruikbaarheid van deze mechanismen te bevorderen, kan het zijn dat lidstaten specifieke voorschriften en procedures moeten instellen voor de praktische toepassing van die licentieregelingen. Het is aangewezen dat de lidstaten rechthebbenden, gebruikers en organisaties voor collectief beheer raadplegen wanneer zij dat doen.

(25)  Gelet op de diversiteit van de werken en andere materialen in de collecties van instellingen voor cultureel erfgoed is het van belang dat de bij deze richtlijn ingevoerde mechanismen voor licentieverlening beschikbaar zijn en in de praktijk kunnen worden ingezet voor verschillende soorten werken en andere materialen, waaronder foto’s, geluidsopnamen en audiovisuele werken. Om rekening te houden met de specifieke kenmerken van verschillende categorieën werken en andere materialen wat de wijze van publicatie en distributie betreft, en om de bruikbaarheid van de door deze richtlijn ingevoerde oplossingen voor het gebruik van werken die niet in de handel zijn, te bevorderen, kan het zijn dat lidstaten specifieke voorschriften en procedures moeten instellen voor de praktische toepassing van die licentieregelingen. Het is aangewezen dat de lidstaten rechthebbenden, instellingen voor cultureel erfgoed en organisaties voor collectief beheer raadplegen wanneer zij dat doen.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 26

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(26)  Volgens de internationale geplogenheden mogen de bij deze richtlijn ingestelde licentieverleningsmechanismen voor digitalisering en verspreiding van werken die niet meer in de handel zijn, niet gelden voor werken of andere materialen die voor de eerste maal gepubliceerd zijn, of indien er geen sprake is van publicatie, voor de eerste maal uitgezonden zijn in een derde land, of in het geval van cinematografische of audiovisuele werken voor werken waarvan de producent zijn zetel of gewone verblijfplaats in een derde land heeft. Deze mechanismen mogen evenmin worden toegepast op werken of andere materialen van onderdanen van derde landen, behalve wanneer deze voor het eerst zijn gepubliceerd of, indien er geen sprake is van publicatie, voor het eerst zijn uitgezonden op het grondgebied van een lidstaat of, in het geval van cinematografische of audiovisuele werken, op werken waarvan de producent zijn zetel of gewone verblijfplaats in een lidstaat heeft.

(26)  Volgens de internationale geplogenheden mogen de bij deze richtlijn ingestelde licentieverleningsmechanismen en de uitzondering voor digitalisering en verspreiding van werken die niet meer in de handel zijn, niet gelden voor werken of andere materialen die voor de eerste maal gepubliceerd zijn, of indien er geen sprake is van publicatie, voor de eerste maal uitgezonden zijn in een derde land, of in het geval van cinematografische of audiovisuele werken voor werken waarvan de producent zijn zetel of gewone verblijfplaats in een derde land heeft. Deze mechanismen mogen evenmin worden toegepast op werken of andere materialen van onderdanen van derde landen, behalve wanneer deze voor het eerst zijn gepubliceerd of, indien er geen sprake is van publicatie, voor het eerst zijn uitgezonden op het grondgebied van een lidstaat of, in het geval van cinematografische of audiovisuele werken, op werken waarvan de producent zijn zetel of gewone verblijfplaats in een lidstaat heeft.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 27

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(27)  Aangezien grootschalige digitaliseringsprojecten aanzienlijke investeringen door instellingen voor cultureel erfgoed kunnen inhouden, mogen de volgens de mechanismen van deze richtlijn verleende licenties voor deze instellingen geen hinderpaal vormen om redelijke inkomsten te genereren voor de dekking van de kosten voor de licentie en de digitalisering en verspreiding van de onder de licentie vallende werken en andere beschermde materialen.

(27)  Aangezien grootschalige digitaliseringsprojecten aanzienlijke investeringen door instellingen voor cultureel erfgoed kunnen inhouden, mogen de volgens de mechanismen van deze richtlijn verleende licenties voor deze instellingen geen hinderpaal vormen om de kosten te dekken voor de licentie en de digitalisering en verspreiding van de onder de licentie vallende werken en andere beschermde materialen.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 28

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(28)  Er moet op passende wijze informatie worden bekendgemaakt over het huidige en toekomstige gebruik van werken en andere materialen die niet meer in de handel zijn, dat instellingen voor cultureel erfgoed maken op basis van de bij deze richtlijn ingestelde mechanismen voor licentieverlening, en over de bestaande regelingen voor alle rechthebbenden om de toepassing van licenties op hun werken of andere materialen uit te sluiten. Dit is vooral belangrijk voor grensoverschrijdend gebruik binnen de interne markt. Daarom moet worden voorzien in de oprichting van één enkel publiek toegankelijk onlineportaal voor de Unie waar deze informatie gedurende een redelijke termijn voor het publiek beschikbaar wordt gesteld voordat het grensoverschrijdende gebruik plaatsvindt. Krachtens Verordening (EU) nr. 386/2012 van het Europees Parlement en de Raad33 wordt het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie belast met bepaalde taken en activiteiten, die het met behulp van de eigen begrotingsmiddelen financiert, met als doel de activiteiten van nationale autoriteiten, de particuliere sector en de instellingen van de Unie te faciliteren en te ondersteunen bij het bestrijden maar ook bij het voorkomen van inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten. Daarom is het aangewezen een beroep te doen op dat Bureau voor de oprichting en het beheer van een Europees portaal ten aanzien waar deze informatie toegankelijk wordt gesteld.

(28)  Er moet op passende wijze informatie worden bekendgemaakt over het huidige en toekomstige gebruik van werken en andere materialen die niet meer in de handel zijn, dat instellingen voor cultureel erfgoed maken op basis van de bij deze richtlijn ingestelde mechanismen voor licentieverlening of de uitzondering, en over de bestaande regelingen voor alle rechthebbenden om de toepassing van licenties of de uitzondering op hun werken of andere materialen uit te sluiten. Dit is vooral belangrijk voor grensoverschrijdend gebruik binnen de interne markt. Daarom moet worden voorzien in de oprichting van één enkel publiek toegankelijk onlineportaal voor de Unie waar deze informatie gedurende een redelijke termijn voor het publiek beschikbaar wordt gesteld voordat het grensoverschrijdende gebruik plaatsvindt. Krachtens Verordening (EU) nr. 386/2012 van het Europees Parlement en de Raad wordt het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie belast met bepaalde taken en activiteiten, die het met behulp van de eigen begrotingsmiddelen financiert, met als doel de activiteiten van nationale autoriteiten, de particuliere sector en de instellingen van de Unie te faciliteren en te ondersteunen bij het bestrijden maar ook bij het voorkomen van inbreuken op intellectuele-eigendomsrechten. Daarom is het aangewezen een beroep te doen op dat Bureau voor de oprichting en het beheer van een Europees portaal ten aanzien waar deze informatie toegankelijk wordt gesteld.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 28 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(28 bis)  Om ervoor te zorgen dat de licentieverleningsmechanismen voor werken die niet meer in de handel zijn relevant zijn, correct werken en rechthebbenden voldoende bescherming bieden, dat licenties voldoende bekendheid krijgen en dat de rechtszekerheid ten aanzien van de representativiteit van organisaties voor collectief beheer en de indeling van werken wordt gewaarborgd, dienen de lidstaten sectorspecifiek overleg met belanghebbenden te stimuleren.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Om de licentieverlening voor rechten op audiovisuele werken op video-on-demandplatforms te bevorderen, verplicht deze richtlijn de lidstaten ertoe een onderhandelingsmechanisme op te zetten waarin partijen die bereid zijn om een overeenkomst te sluiten, een beroep kunnen doen op de bijstand van een onpartijdige instantie. Deze instantie moet de partijen bijeenbrengen en hen met professionele en externe adviesverlening ondersteunen bij de onderhandelingen. In dat verband moeten de lidstaten bepalen onder welke voorwaarden het onderhandelingsmechanisme moet verlopen, met inbegrip van de timing en duur van de bijstand bij de onderhandelingen en de toewijzing van de kosten. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de administratieve en financiële lasten evenredig blijven om de efficiëntie van het onderhandelingsforum te garanderen.

(30)  Om de licentieverlening voor rechten op audiovisuele werken op video-on-demandplatforms te bevorderen, moeten de lidstaten een onderhandelingsmechanisme opzetten, beheerd door een daartoe aangewezen bestaande of nieuw opgerichte nationale instantie, waarin partijen die bereid zijn om een overeenkomst te sluiten, een beroep kunnen doen op de bijstand van een onpartijdige instantie. De deelname aan dit onderhandelingsmechanisme en de daarop volgende sluiting van overeenkomsten moet vrijwillig zijn. Wanneer bij de onderhandelingen partijen uit verschillende lidstaten betrokken zijn, dienen zij het van tevoren eens te worden over de lidstaat die bevoegd is indien zij besluiten een beroep te doen op het onderhandelingsmechanisme. Deze instantie moet de partijen bijeenbrengen en hen met professionele, onpartijdige en externe adviesverlening ondersteunen bij de onderhandelingen. In dat verband moeten de lidstaten bepalen onder welke voorwaarden het onderhandelingsmechanisme moet verlopen, met inbegrip van de timing en duur van de bijstand bij de onderhandelingen en de verdeling van eventuele kosten, en de samenstelling van deze instanties. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de administratieve en financiële lasten evenredig blijven om de efficiëntie van het onderhandelingsforum te garanderen.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 30 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(30 bis)  Behoud van het erfgoed van de Unie is van uiterst belang en moet worden versterkt in het belang van komende generaties. Dit moet worden gerealiseerd door bescherming van onder meer uitgegeven erfgoed. Hiertoe moet een wettig depot worden ingevoerd om ervoor te zorgen dat publicaties over de Unie, Unierecht, Uniegeschiedenis en -integratie, Uniebeleid en Unie-democratie, institutionele en parlementaire zaken en beleid, en daarmee de intellectuele gedachtegoed in de Unie en toekomstig uitgegeven erfgoed systematisch worden verzameld. Dit erfgoed moet niet alleen worden bewaard in een Unie-archief voor publicaties over Unie-onderwerpen maar ook ter beschikking komen van Unie-burgers en komende generaties. De bibliotheek van het Europees Parlement, de enige instelling die de burgers direct vertegenwoordigt, moet fungeren als depothouder van de Unie. Om uitgevers, drukkers en importeurs niet teveel te belasten worden alleen elektronische publicaties, e-boeken, e-kranten en e-tijdschriften in de bibliotheek van het Europees Parlement gedeponeerd, zodat de gedeponeerde publicaties ter inzage liggen voor research of studie onder toezicht van de EP-bibliotheek. Deze publicaties mogen niet online voor de buitenwereld beschikbaar worden gesteld.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Een vrije en pluralistische pers is van essentieel belang voor de kwaliteit van de journalistiek en de toegang van burgers tot informatie. Zij levert een fundamentele bijdrage tot het publieke debat en de goede werking van een democratische samenleving. Bij de overgang van de drukpers naar de digitale media worden persuitgevers geconfronteerd met problemen om licenties te verlenen voor onlinegebruik van hun publicaties en daarbij hun investeringen terug te verdienen. Aangezien uitgevers van perspublicaties niet als rechthebbenden worden erkend, is het verlenen en het handhaven van licenties in de digitale omgeving vaak complex en inefficiënt.

(31)  Een vrije en pluralistische pers is van essentieel belang voor de kwaliteit van de journalistiek en de toegang van burgers tot informatie. Zij levert een fundamentele bijdrage tot het publieke debat en de goede werking van een democratische samenleving. Het groeiende onevenwicht tussen machtige platforms en persuitgeverijen, die ook persagentschappen kunnen zijn, heeft reeds tot een aanzienlijke achteruitgang van het medialandschap op regionaal niveau geleid. Bij de overgang van de drukpers naar de digitale media worden persuitgevers en persagentschappen geconfronteerd met problemen om licenties te verlenen voor onlinegebruik van hun publicaties en daarbij hun investeringen terug te verdienen. Aangezien uitgevers van perspublicaties niet als rechthebbenden worden erkend, is het verlenen en het handhaven van licenties in de digitale omgeving vaak complex en inefficiënt.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  De organisatorische en financiële bijdrage die uitgevers leveren in de aanmaak van publicaties van de pers, dient te worden erkend en verder aangemoedigd om de duurzaamheid van het uitgeversbedrijf te garanderen. Daarom moet op het niveau van de Unie een geharmoniseerde rechtsbescherming worden ingesteld met betrekking tot digitale toepassingen voor perspublicaties. Deze bescherming dient daadwerkelijk te worden gewaarborgd door de invoering in het Unierecht van naburige auteursrechten voor de reproductie en de beschikbaarstelling aan het publiek met betrekking tot digitale toepassingen voor perspublicaties.

(32)  De organisatorische en financiële bijdrage die uitgevers leveren in de aanmaak van publicaties van de pers, dient te worden erkend en verder aangemoedigd om de duurzaamheid van het uitgeversbedrijf en daardoor de beschikbaarheid van betrouwbare informatie te garanderen. Daarom moet door de lidstaten op het niveau van de Unie een geharmoniseerde rechtsbescherming worden ingesteld met betrekking tot digitale toepassingen voor perspublicaties in de Unie. Deze bescherming dient daadwerkelijk te worden gewaarborgd door de invoering in het Unierecht van naburige auteursrechten voor de reproductie en de beschikbaarstelling aan het publiek met betrekking tot digitale toepassingen voor perspublicaties om een eerlijke en evenredige vergoeding voor dergelijk gebruik te verkrijgen. Particulier gebruik moet van deze verwijzing worden uitgesloten. Bovendien mag de opname in een zoekmachine niet als een eerlijke en evenredige vergoeding worden beschouwd.

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  Voor de toepassing van deze richtlijn dient een definitie te worden vastgesteld van het begrip perspublicatie in die zin dat het alleen betrekking heeft op journalistieke publicaties, uitgegeven door een dienstenaanbieder, die in welke media dan ook periodiek of regelmatig worden bijgewerkt, met de bedoeling te informeren of te vermaken. Dergelijke publicaties omvatten bijvoorbeeld dag-, week- of maandbladen met een algemene of specifieke inhoud en websites voor nieuws. Periodieke publicaties die voor wetenschappelijk of academische doeleinden worden uitgegeven, zoals wetenschappelijke bladen, mogen niet vallen onder de bescherming die krachtens deze richtlijn aan perspublicaties wordt verleend. Deze bescherming strekt zich niet uit tot handelingen van hyperlinking die geen mededeling aan het publiek vormen.

(33)  Voor de toepassing van deze richtlijn dient een definitie te worden vastgesteld van het begrip perspublicatie in die zin dat het alleen betrekking heeft op journalistieke publicaties, uitgegeven door een dienstenaanbieder, die in welke media dan ook periodiek of regelmatig worden bijgewerkt, met de bedoeling te informeren of te vermaken. Dergelijke publicaties omvatten bijvoorbeeld dag-, week- of maandbladen met een algemene of specifieke inhoud en websites voor nieuws. Periodieke publicaties die voor wetenschappelijk of academische doeleinden worden uitgegeven, zoals wetenschappelijke bladen, mogen niet vallen onder de bescherming die krachtens deze richtlijn aan perspublicaties wordt verleend. Deze bescherming strekt zich niet uit tot handelingen van hyperlinking.

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  De krachtens deze richtlijn aan uitgevers van perspublicaties verleende rechten dienen dezelfde strekking te hebben als de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten van reproductie en beschikbaarstelling aan het publiek, voor zover het om digitale toepassingen gaat. Zij moeten ook worden onderworpen aan dezelfde bepalingen inzake uitzonderingen en beperkingen als die welke gelden voor de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten, waaronder de uitzondering voor citaten ten behoeve van kritieken of recensies, als vastgesteld in artikel 5, lid 3, onder d), van die richtlijn.

(34)  De krachtens deze richtlijn aan uitgevers van perspublicaties verleende rechten dienen dezelfde strekking te hebben als de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten van reproductie en beschikbaarstelling aan het publiek, voor zover het om digitale toepassingen gaat. De lidstaten moeten deze rechten ook kunnen onderwerpen aan dezelfde bepalingen inzake uitzonderingen en beperkingen als die welke gelden voor de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten, waaronder de uitzondering voor citaten ten behoeve van kritieken of recensies, als vastgesteld in artikel 5, lid 3, onder d), van die richtlijn.

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  De bescherming die uit hoofde van deze richtlijn aan uitgevers van perspublicaties wordt verleend, mag geen afbreuk doen aan de rechten van auteurs en andere rechthebbenden op de daarin opgenomen werken en andere materialen, ook wat betreft de reikwijdte waarin auteurs en andere rechthebbenden hun werken of andere beschermde materialen onafhankelijk van de perspublicatie waarvan deze deel uitmaken, kunnen exploiteren. Daarom mogen uitgevers van perspublicaties zich niet beroepen op de hun verleende bescherming ten aanzien van auteurs en andere rechthebbenden. Dit geldt onverminderd contractuele regelingen tussen uitgevers van perspublicaties enerzijds en auteurs en andere rechthebbenden anderzijds.

(35)  De bescherming die uit hoofde van deze richtlijn aan uitgevers van perspublicaties wordt verleend, mag geen afbreuk doen aan de rechten van auteurs en andere rechthebbenden op de daarin opgenomen werken en andere materialen, ook wat betreft de reikwijdte waarin auteurs en andere rechthebbenden hun werken of andere beschermde materialen onafhankelijk van de perspublicatie waarvan deze deel uitmaken, kunnen exploiteren. Daarom mogen uitgevers van perspublicaties zich niet beroepen op de hun verleende bescherming ten aanzien van auteurs en andere rechthebbenden. Dit geldt onverminderd contractuele regelingen tussen uitgevers van perspublicaties enerzijds en auteurs en andere rechthebbenden anderzijds. Ondanks het feit dat de auteurs wier werk is opgenomen in een perspublicatie een gepaste vergoeding ontvangen voor het gebruik van hun werk op basis van de voorwaarden voor de licentieverlening van hun werk aan de persuitgever, moeten auteurs wier werk is opgenomen in een perspublicatie, recht hebben op een gepast aandeel van de nieuwe bijkomende inkomsten die persuitgevers ontvangen voor bepaalde soorten van voortgezet gebruik van hun perspublicaties door aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij met betrekking tot de rechten bedoeld in artikel 11, lid 1, van deze richtlijn. Het bedrag van de aan de auteurs toegewezen vergoeding moet rekening houden met de specifieke industriële licentienormen met betrekking tot werk dat wordt opgenomen in een perspublicatie, die in de respectieve lidstaat als gepast worden aanvaard; en de aan de auteurs toegewezen vergoeding mag geen afbreuk doen aan de licentievoorwaarden die tussen de auteur en de persuitgever werden overeengekomen voor het gebruik van het artikel van de auteur door de persuitgever.

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)  Uitgevers, waaronder uitgevers van perspublicaties, boeken of wetenschappelijke werken, ontplooien hun activiteiten vaak op basis van de overdracht van de rechten van auteurs krachtens contractuele overeenkomsten of wettelijke regelingen. In dit verband verrichten uitgevers een investering met het oog op de exploitatie van de in hun publicaties vervatte werken en kunnen zij in sommige gevallen van inkomsten verstoken blijven wanneer het gebruik van deze werken onder een uitzondering of beperking valt zoals in het geval van kopiëren voor privégebruik en reprografie. In een aantal lidstaten wordt de compensatie voor onder deze uitzonderingen vallende toepassingen gedeeld tussen auteurs en uitgevers. Om rekening te houden met deze situatie en om de rechtszekerheid voor alle betrokken partijen te verbeteren, moeten de lidstaten kunnen bepalen dat, wanneer een auteur zijn rechten heeft overgedragen of in licentie heeft gegeven aan een uitgever of met zijn werken op een andere wijze bijdraagt aan een publicatie, en wanneer er systemen bestaan om een compensatie te verlenen voor het door de uitzondering of beperking veroorzaakte nadeel, uitgevers aanspraak kunnen maken op een deel van deze compensatie, terwijl de lasten voor de uitgever om zijn aanspraak te staven niet verder mogen gaan dan hetgeen nodig is in het kader van het bestaande systeem.

(36)  Uitgevers, waaronder uitgevers van perspublicaties, boeken of wetenschappelijke werken en muziekpublicaties, ontplooien hun activiteiten op basis van contractuele overeenkomsten met auteurs. In dit verband verrichten uitgevers een investering en verwerven rechten, op sommige gebieden, waaronder rechten om een deel van de vergoeding binnen organisaties voor collectief beheer van auteurs en uitgevers te eisen, met het oog op de exploitatie van de in hun publicaties vervatte werken en kunnen zij van inkomsten verstoken blijven wanneer het gebruik van deze werken onder een uitzondering of beperking valt zoals in het geval van kopiëren voor privégebruik en reprografie. In een groot aantal lidstaten wordt de compensatie voor onder deze uitzonderingen vallende toepassingen gedeeld tussen auteurs en uitgevers. Om rekening te houden met deze situatie en om de rechtszekerheid voor alle betrokken partijen te verbeteren, moeten de lidstaten kunnen voorzien in een gelijkwaardig systeem voor de verdeling van de compensatie, indien dergelijk systeem voor 12 november 2015 bestond in die lidstaat. De verdeling van deze vergoeding tussen auteurs en uitgevers kan worden vastgesteld in de interne regels van de organisatie voor collectief beheer die gezamenlijk namens auteurs en uitgevers handelen, of door de lidstaten in een wet of regelgeving, in overeenstemming met het gelijkwaardige systeem dat voor 12 november 2015 in die lidstaat bestond. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de regelingen in de lidstaten inzake openbare uitleningsrechten, het beheer van rechten die niet zijn gebaseerd op uitzonderingen of beperkingen van het auteursrecht, zoals verruimde collectieve licentieregelingen, of inzake vergoedingsrechten op basis van het nationale recht.

Amendement     39

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 36 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(36 bis)  De culturele en creatieve sector speelt een belangrijke rol bij de herindustrialisering van Europa, stimuleert groei en is strategisch goed geplaatst om voor "spill-over" van innovaties naar andere industriesectoren te zorgen. Daarnaast is de culturele en creatieve sector een drijvende kracht achter innovatie en ontwikkeling van ICT in Europa. De culturele en creatieve sector in Europa is goed voor meer dan 12 miljoen voltijdse banen, hetgeen 7,5 % van de beroepsbevolking in de Unie is, en creëert ongeveer 509 miljard EUR toegevoegde waarde voor het bbp (5,3 % van de totale bruto toegevoegde waarde in de EU). De bescherming van auteursrechten en gerelateerde rechten genereert een belangrijk deel van de inkomsten van de culturele en creatieve sector.

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37)  De afgelopen jaren is de werking van de markt voor online-inhoud complexer geworden. Onlinediensten met toegang tot auteursrechtelijk beschermde inhoud die door gebruikers ervan is geüpload zonder dat de rechthebbenden hierbij betrokken zijn, floreren welig en vormen nu een belangrijke bron van toegang tot online-inhoud. Dit heeft invloed op de mogelijkheden voor rechthebbenden om te bepalen of, en onder welke voorwaarden, hun werken en andere materialen worden gebruikt, alsmede op hun kansen om hiervoor een passende vergoeding te verkrijgen.

(37)  De afgelopen jaren is de werking van de markt voor online-inhoud complexer geworden. Onlinediensten met toegang tot auteursrechtelijk beschermde inhoud die door gebruikers ervan is geüpload zonder dat de rechthebbenden hierbij betrokken zijn, floreren welig en vormen nu een belangrijke bron van toegang tot auteursrechtelijk beschermde online-inhoud. Onlinediensten zijn een middel om de toegang tot cultureel en creatief werk te vergroten, en bieden tal van mogelijkheden voor de culturele en creatieve sector om nieuwe zakelijke modellen te ontwikkelen. Hoewel zij gevarieerde en eenvoudig toegankelijke inhoud voortbrengen, ontstaan ook uitdagingen wanneer auteursrechtelijk beschermde inhoud zonder voorafgaande toestemming van rechthebbenden wordt geüpload. Dit heeft invloed op de mogelijkheden voor rechthebbenden om te bepalen of, en onder welke voorwaarden, hun werken en andere materialen worden gebruikt, alsmede op hun kansen om hiervoor een passende vergoeding te verkrijgen, aangezien sommige diensten voor door gebruikers geüploade inhoud geen licentieovereenkomsten sluiten omdat zij beweren onder de "veilige haven"-aansprakelijkheidsvrijstelling op grond van Richtlijn 2000/31/EG te vallen.

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 37 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(37 bis) Bepaalde diensten van de informatiemaatschappij zijn, als onderdeel van hun normale gebruik, ontworpen om het publiek toegang te verlenen tot door gebruikers geüpload auteursrechtelijk beschermde inhoud of ander materiaal. De definitie in het kader van deze richtlijn van een aanbieder van onlinediensten om inhoud te delen omvat aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij waarvan een van de belangrijkste doelstellingen is door de gebruikers beschikbaar gestelde of geüploade auteursrechtelijk beschermde inhoud op te slaan, het publiek ertoe toegang te verschaffen of te vertonen en die inhoud te optimaliseren, onder meer door bevordering van de weergave, taggen, beheer, rangschikken van de geüploade werken of ander materiaal, ongeacht de daarvoor gebruikte middelen, en daarom actief op te treden. De definitie in het kader van deze richtlijn van een aanbieder van onlinediensten om inhoud te delen omvat niet dienstverleners die in een niet-commerciële hoedanigheid optreden, zoals online-encyclopedieën, en verleners van onlinediensten waarbij de inhoud wordt geüpload met toestemming van alle betrokken rechthebbenden, zoals onderwijs- of wetenschappelijke gegevensbanken. Verleners van clouddiensten voor individueel gebruik die geen rechtstreekse toegang tot het publiek verstrekken, open source software-ontwikkelingsplatforms en onlinemarktplaatsen waarvan de voornaamste activiteit bestaat uit de onlinedetailverkoop van fysieke goederen, mogen niet als aanbieder van onlinediensten om inhoud te delen in het kader van deze richtlijn worden beschouwd.

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38)  Wanneer aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij voorzien in de opslag van en de toegang tot auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen die door de gebruikers ervan zijn geüpload, en zodoende verder gaan dan de loutere beschikbaarstelling van fysieke faciliteiten en een handeling van mededeling aan het publiek verrichten, zijn zij verplicht licentieovereenkomsten met rechthebbenden te sluiten, tenzij zij in aanmerking komen voor de vrijstelling van aansprakelijkheid waarin artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad voorziet34.

(38)   Aanbieders van onlinediensten om inhoud te delen oefenen een handeling van communicatie met het publiek uit en zijn derhalve verantwoordelijk voor de inhoud ervan. Zij moeten derhalve billijke en passende licentieovereenkomsten met rechthebbenden sluiten. Zij kunnen derhalve niet profiteren van de vrijstelling van aansprakelijkheid waarin artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG voorziet.

 

De rechthebbende mag er niet toe gedwongen worden licentieovereenkomsten te sluiten.

Met betrekking tot artikel 14 moet worden nagegaan of de dienstverlener een actieve rol speelt, onder meer door de presentatie van de geüploade werken of andere materialen te optimaliseren of door deze te promoten, ongeacht de aard van de daarvoor gebruikte middelen.

Met betrekking tot artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG moet worden nagegaan of de dienstverlener een actieve rol speelt, onder meer door de presentatie van de geüploade werken of andere materialen te optimaliseren of door deze te promoten, ongeacht de aard van de daarvoor gebruikte middelen.

 

Wanneer licentieovereenkomsten worden gesloten, moet zij eveneens, in dezelfde omvang en reikwijdte, betrekking hebben op de aansprakelijkheid van gebruikers wanneer zij optreden in een niet-commerciële hoedanigheid.

Om de werking van een licentieovereenkomst te verzekeren moeten aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die zich bezighouden met het opslaan van en het verlenen van publieke toegang tot grote hoeveelheden door hun gebruikers geüploade auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen, passende en evenredige maatregelen nemen, zoals de toepassing van doeltreffende technologieën, om de bescherming van werken of andere materialen te garanderen. Deze verplichting moet ook van toepassing zijn wanneer de aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij in aanmerking komen voor de in artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG omschreven vrijstelling van aansprakelijkheid.

Om de werking van een licentieovereenkomst te verzekeren moeten aanbieders van onlinediensten om inhoud te delen passende en evenredige maatregelen nemen, zoals de toepassing van doeltreffende technologieën, om de bescherming van door hun gebruikers geüploade werken of andere materialen te garanderen. Deze verplichting moet ook van toepassing zijn wanneer de aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij in aanmerking komen voor de in artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG omschreven vrijstelling van aansprakelijkheid.

 

Bij gebrek aan overeenkomsten met de rechthebbenden is het eveneens redelijk te verwachten dat aanbieders van onlinediensten om inhoud te delen passende en evenredige maatregelen nemen waardoor werken of andere materialen die een inbreuk vormen op auteursrecht of naburige rechten, niet beschikbaar zijn op deze diensten. Deze dienstverleners zijn belangrijke verspreiders van inhoud, waardoor zij invloed hebben op het gebruik van auteursrechtelijk beschermde inhoud. Deze dienstverleners moeten passende en evenredige maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat werken of ander materiaal als geïdentificeerd door de rechthebbenden niet beschikbaar zijn. Deze maatregelen mogen echter niet leiden tot de niet-beschikbaarheid van door gebruikers geüploade werken of ander materiaal die geen inbreuk vormen.

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 39

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(39)  Voor de werking van technologieën, zoals technologieën voor herkenning van inhoud, is het van uiterst belang dat aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die zich bezighouden met het opslaan van en het verlenen van publieke toegang tot grote hoeveelheden door de gebruikers ervan geüploade auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen, samenwerking aangaan met rechthebbenden. In dergelijke gevallen moeten de rechthebbenden de nodige gegevens verstrekken om de diensten in staat te stellen hun inhoud te onderzoeken, en moeten de diensten met betrekking tot de gebruikte technologieën transparant zijn ten aanzien van de rechthebbenden, die de geschiktheid ervan moeten kunnen beoordelen. De diensten moeten rechthebbenden met name voorzien van informatie over de aard van de gebruikte technologieën, de manier waarop deze worden toegepast en de mate waarin hiermee resultaten worden geboekt bij de herkenning van inhoud van rechthebbenden. Deze technologieën moeten rechthebbenden ook in staat stellen om van aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij informatie te verkrijgen over het gebruik van hun inhoud waarop een overeenkomst van toepassing is.

(39)  Voor de werking van de maatregelen is het van uiterst belang dat aanbieders van onlinediensten om inhoud te delen en rechthebbenden samenwerken. De rechthebbenden moeten meer bepaald de relevante informatie aan de aanbieders van onlinediensten om inhoud te delen verstrekken zodat zij bij de toepassing van de maatregelen hun inhoud kunnen onderzoeken. De dienstverleners moeten met betrekking tot de gebruikte maatregelen transparant zijn ten aanzien van de rechthebbenden, die de geschiktheid ervan moeten kunnen beoordelen. Bij de beoordeling van de evenredigheid en doeltreffendheid van de getroffen maatregelen moet terdege rekening worden gehouden met technologische beperkingen en restricties alsook het bedrag of het type van door de gebruikers geüploade werken of andere materialen. In overeenstemming met artikel 15 van Richtlijn 2000/31/EG mag de tenuitvoerlegging van de maatregelen door de dienstverleners, wanneer van toepassing, niet bestaan uit een algemene controleverplichting en moet ze worden beperkt tot de onbeschikbaarheid van niet-toegestaan gebruik van specifieke en naar behoren aangemelde auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen via hun diensten. Bij de uitvoering van deze maatregelen moeten de dienstverleners ook een goed evenwicht vinden tussen de rechten van de gebruikers en die van de rechthebbenden uit hoofde van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Voor de toepassing van deze maatregelen mag de identificatie van de personen die zich met het uploaden van inhoud bezighouden niet vereist worden en dienen geen gegevens van individuele gebruikers te worden verwerkt, in overeenstemming met Verordening (EU) 2016/6791 bis en Richtlijn 2002/58/EG1 ter. Aangezien de door aanbieders van onlinediensten om inhoud te delen ingezette maatregelen bij de toepassing van deze richtlijn een negatief of onevenredig effect kunnen hebben op de legale inhoud die door gebruikers wordt geüpload of getoond, vooral als voor de betreffende inhoud een uitzondering of beperking geldt, moeten aanbieders van onlinediensten om inhoud te delen worden verplicht om een klachtenmechanisme aan te bieden aan gebruikers wier inhoud door de maatregelen wordt getroffen. Een dergelijk mechanisme stelt de gebruiker in staat om na te gaan waarom er voor de betrokken inhoud maatregelen zijn getroffen en bevat basisinformatie over relevante en toepasselijke uitzonderingen en beperkingen. Het moet minimumeisen voor klachten voorschrijven om ervoor te zorgen dat rechthebbenden voldoende informatie krijgen om klachten te beoordelen en erop te reageren. De rechthebbenden of een vertegenwoordiger moeten binnen een redelijke termijn op alle eventuele klachten reageren. De platforms of een betrouwbare derde partij die verantwoordelijk is voor het schadevergoedingsmechanisme, moet onverwijld corrigerende maatregelen nemen, wanneer genomen maatregelen ongerechtvaardigd blijken te zijn.

 

__________

 

1 bisVerordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

 

1 ter Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie) (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37).

Amendement     44

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 39 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(39 bis)  De lidstaten moeten zorgen voor een intermediair mechanisme waardoor aanbieders en rechthebbenden een minnelijke oplossing vinden voor geschillen die voortvloeien uit hun samenwerkingsovereenkomsten. Hiertoe moeten de lidstaten een onpartijdige instantie aanwijzen die over de nodige ervaring en bekwaamheid beschikt om de partijen bij de beslechting van hun geschil bij te staan.

Amendement     45

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 39 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(39 ter)  De markt voor technologieën voor herkenning van inhoud is reeds goed ontwikkeld en zal naar verwachting groeien in een op data gebaseerde economie. Het bestaan van dit soort technologieën en concurrentie tussen leveranciers daarvan moet derhalve een markt creëren die billijk is voor alle ondernemingen, ongeacht hun omvang, en ervoor zorgen dat de toegang van kmo's betaalbaar en eenvoudig is. Door het ontbreken van duidelijke juridische verplichtingen om deze technologieën te gebruiken kunnen dominante marktdeelnemers echter in het bijzonder weigeren gebruik te maken van deze instrumenten die geschikt zijn voor het verstrekken van licenties en het beheer van rechten.

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 39 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(39 quater)   In beginsel moeten rechthebbenden altijd een billijke en passende vergoeding krijgen. Auteurs en uitvoerende kunstenaars die met tussenpersonen, zoals platenmaatschappijen en producenten, overeenkomsten hebben gesloten, moeten van hen een billijke en passende vergoeding krijgen, hetzij via individuele overeenkomsten en/of collectieve arbeidsovereenkomsten, collectieve beheerovereenkomsten of regels die een soortgelijk effect hebben, bijvoorbeeld gezamenlijke verloningsregels. Deze vergoeding moet expliciet in de overeenkomsten worden vermeld volgens de vorm van exploitatie, waaronder online-exploitatie. De lidstaten moeten ook de specifieke kenmerken van elke sector nagaan en moeten kunnen bepalen dat vergoeding wordt geacht billijk en passend te zijn, indien ze wordt bepaald in overeenstemming met de collectieve arbeidsovereenkomsten of gezamenlijke beloningsovereenkomsten.

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40)  Bepaalde rechthebbenden, zoals auteurs en uitvoerende kunstenaars, hebben informatie nodig om de economische waarde te kunnen schatten van hun rechten die op grond van het Unierecht zijn geharmoniseerd. Dit is met name het geval wanneer deze rechthebbenden een licentie verlenen of hun rechten overdragen tegen een vergoeding. Auteurs en uitvoerende kunstenaars bevinden zich gewoonlijk in een zwakkere contractuele positie wanneer zij licenties verlenen of hun rechten overdragen: zij hebben dan ook informatie nodig om de voortdurende economische waarde van hun rechten in te schatten tegenover de vergoeding die zij ontvangen voor hun licentie of overdracht, maar hebben vaak af te rekenen met een gebrek aan transparantie. Voor de transparantie en het evenwicht binnen het stelsel dat de vergoeding voor auteurs en uitvoerende kunstenaars regelt, is het derhalve belangrijk dat hun contractpartners of hun rechtsopvolgers passende informatie verstrekken.

(40)   Bepaalde rechthebbenden, zoals auteurs en uitvoerende kunstenaars, hebben informatie nodig om de economische waarde te kunnen schatten van hun rechten die op grond van het Unierecht zijn geharmoniseerd. Dit is met name het geval wanneer deze rechthebbenden een licentie verlenen of hun rechten overdragen tegen een vergoeding. Auteurs en uitvoerende kunstenaars bevinden zich gewoonlijk in een zwakkere contractuele positie wanneer zij licenties verlenen of hun rechten overdragen: zij hebben dan ook informatie nodig om de voortdurende economische waarde van hun rechten in te schatten tegenover de vergoeding die zij ontvangen voor hun licentie of overdracht, maar hebben vaak af te rekenen met een gebrek aan transparantie. Voor de transparantie en het evenwicht binnen het stelsel dat de vergoeding voor auteurs en uitvoerende kunstenaars regelt, is het derhalve belangrijk dat hun contractpartners of hun rechtsopvolgers alomvattende en relevante informatie verstrekken. De informatie die auteurs en uitvoerende kunstenaars mogen verwachten, moet evenredig zijn en betrekking hebben op alle vormen van exploitatie, directe en indirecte voortgebrachte inkomsten, waaronder inkomsten uit merchandising, en de verschuldigde vergoeding. De informatie over de exploitatie moet ook informatie over de identiteit van elk van sublicentienemers of subverkrijgers bevatten. De transparantieverplichting moet evenwel alleen van toepassing zijn wanneer relevante auteursrechten betrokken zijn.

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 42

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(42)  In bepaalde gevallen gelden voor de exploitatie van op het niveau van de Unie geharmoniseerde rechten langlopende contracten die auteurs en uitvoerende kunstenaars weinig mogelijkheden bieden om hierover nieuwe onderhandelingen aan te gaan met hun contractpartners of hun rechtsopvolgers. Onverminderd het recht dat van toepassing is op contracten in de lidstaten, dient daarom een mechanisme te worden ingevoerd, ook in het licht van de transparantie die deze richtlijn verzekert, om de vergoeding aan te passen in gevallen waarin de oorspronkelijke volgens de licentie of de overdracht van rechten overeengekomen vergoeding onevenredig laag is ten opzichte van de betrokken inkomsten en voordelen ten gevolge van de exploitatie van het werk of de vastlegging van de uitvoering. Bij de beoordeling van de situatie moet rekening worden gehouden met de specifieke omstandigheden van elk geval, alsmede met de specifieke kenmerken en praktijken van de verschillende inhoudsindustrieën. Indien de partijen het niet eens worden over de aanpassing van de vergoeding, moet de auteur of de uitvoerende kunstenaar het recht hebben om een vordering in te stellen bij een rechtbank of een andere bevoegde autoriteit.

(42)   In bepaalde gevallen gelden voor de exploitatie van op het niveau van de Unie geharmoniseerde rechten langlopende contracten die auteurs en uitvoerende kunstenaars weinig mogelijkheden bieden om hierover nieuwe onderhandelingen aan te gaan met hun contractpartners of hun rechtsopvolgers. Onverminderd het recht dat van toepassing is op contracten in de lidstaten, dient daarom een mechanisme te worden ingevoerd, ook in het licht van de transparantie die deze richtlijn verzekert, om de vergoeding aan te passen in gevallen waarin de oorspronkelijke volgens de licentie of de overdracht van rechten overeengekomen vergoeding onevenredig laag is ten opzichte van de betrokken directe en indirecte inkomsten en voordelen ten gevolge van de exploitatie van het werk of de vastlegging van de uitvoering. Bij de beoordeling van de situatie moet rekening worden gehouden met de specifieke omstandigheden van elk geval, met de specifieke kenmerken en praktijken van de verschillende inhoudsindustrieën alsmede met de aard en de bijdrage van het werk van de auteur of de uitvoerend kunstenaar. De organisatie die de auteur of de uitvoerende kunstenaar vertegenwoordigt, kan ook namens hem dergelijk verzoek tot aanpassing van de overeenkomst doen, tenzij het verzoek schadelijk zou zijn voor de belangen van de auteur of de uitvoerende kunstenaar. Indien de partijen het niet eens worden over de aanpassing van de vergoeding, moet de auteur of de uitvoerende kunstenaar of een door hem aangewezen representatieve organisatie het recht hebben om op verzoek van de auteur of de uitvoerend kunstenaar een vordering in te stellen bij een rechtbank of een andere bevoegde autoriteit.

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43)  Auteurs en uitvoerende kunstenaars aarzelen vaak om hun rechten ten aanzien van hun contractpartners af te dwingen voor een rechterlijke instantie. De lidstaten moeten dan ook voorzien in een procedure voor alternatieve geschillenbeslechting om vorderingen in verband met transparantieverplichtingen en het contractaanpassingsmechanisme te behandelen.

(43) Auteurs en uitvoerende kunstenaars aarzelen vaak om hun rechten ten aanzien van hun contractpartners af te dwingen voor een rechterlijke instantie. De lidstaten moeten dan ook voorzien in een procedure voor alternatieve geschillenbeslechting om vorderingen in verband met transparantieverplichtingen en het contractaanpassingsmechanisme te behandelen. Representatieve organisaties van auteurs en uitvoerende kunstenaars, waaronder organisaties voor collectief beheer en vakbonden, moeten op verzoek van auteurs en uitvoerende kunstenaars dergelijke procedures kunnen inleiden. Details over wie de procedure heeft ingeleid, moeten geheim blijven.

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 43 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(43 bis) Wanneer auteurs en uitvoerende kunstenaars hun rechten in licentie geven of overdragen, verwachten zij dat hun werk of uitvoering geëxploiteerd wordt. Het gebeurt echter dat werken of uitvoeringen die in licentie zijn gegeven of overgedragen werden, helemaal niet worden geëxploiteerd. Wanneer deze rechten op basis van exclusiviteit werden overgedragen, kunnen auteurs en uitvoerende kunstenaars zich niet tot een andere partner wenden om hun werk te exploiteren. In dergelijk geval en na verloop van een redelijke termijn moeten auteurs en uitvoerende kunstenaars een intrekkingsrecht hebben waardoor zij hun rechten aan een andere persoon kunnen overdragen of bij een andere persoon in licentie kunnen geven. Intrekking moet ook mogelijk zijn wanneer de verkrijger of licentienemer niet aan zijn of haar rapportage-/transparantieverplichting als bedoeld in artikel 14 van deze richtlijn heeft voldaan. Intrekking mag slechts overwogen worden nadat alle stappen van de alternatieve geschillenbeslechting zijn voltooid, in het bijzonder met betrekking tot het rapporteren. Aangezien de exploitatie van werken kan verschillen van sector tot sector, kunnen op nationaal niveau specifieke bepalingen worden genomen om rekening te houden met de specifieke kenmerken van de sectoren, zoals de audiovisuele sector, of van de werken en de verwachte exploitatieperioden, waardoor wordt voorzien in termijnen voor het intrekkingsrecht. Om misbruik te voorkomen en rekening te houden met het feit dat het een zekere tijd duurt alvorens een werk daadwerkelijk wordt geëxploiteerd, moeten auteurs en uitvoerende kunstenaars hun intrekkingsrecht slechts kunnen uitoefenen na een bepaalde periode na de conclusie van de licentie- of overdrachtsovereenkomst. Nationale wetgeving moet voorzien in een regeling voor de uitoefening van het intrekkingsrecht in het geval van werken waaraan meerdere auteurs of uitvoerende kunstenaars hebben meegewerkt, rekening houdend met het relatieve belang van de afzonderlijke bijdragen.

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 43 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(43 ter)  Ter ondersteuning van een doeltreffende toepassing van de relevante bepalingen van deze richtlijn in de lidstaten, moet de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, de uitwisseling van beste praktijken aanmoedigen en een dialoog op Unieniveau bevorderen.

Amendement     52

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 46

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(46)  De verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze richtlijn dient te geschieden in overeenstemming met de grondrechten, met inbegrip van het recht op de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens uit hoofde van de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en daarbij moeten Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad35 en Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad36 worden nageleefd.

(46)  De verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze richtlijn dient te geschieden in overeenstemming met de grondrechten, met inbegrip van het recht op de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens uit hoofde van de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en daarbij moeten Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad worden nageleefd. De bepalingen van de algemene verordening gegevensbescherming, met inbegrip van het "recht om te worden vergeten", moeten in acht worden genomen.

Amendement     53

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 46 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(46 bis)  Het is belangrijk te wijzen op het belang van anonimiteit bij het omgaan met persoonsgegevens voor commerciële doeleinden. Daarnaast dient de optie waarbij de standaardsetting inhoudt dat persoonsgegevens bij het gebruik van onlineplatforms niet worden gedeeld, te worden bevorderd.

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 1

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

Onderwerp en toepassingsgebied

1.  Bij deze richtlijn worden voorschriften vastgesteld die gericht zijn op verdere harmonisatie van de wetgeving van de Unie met betrekking tot auteursrechten en naburige rechten in het kader van de interne markt, rekening houdend met name met digitaal en grensoverschrijdend gebruik van beschermde inhoud. Zij bevat ook regels inzake uitzonderingen en beperkingen en inzake de bevordering van de licentieverlening, alsmede regels om te zorgen voor een goed werkende markt voor exploitatie van werken en andere beschermde materialen.

1.  Bij deze richtlijn worden voorschriften vastgesteld die gericht zijn op verdere harmonisatie van de wetgeving van de Unie met betrekking tot auteursrechten en naburige rechten in het kader van de interne markt, rekening houdend met name met digitaal en grensoverschrijdend gebruik van beschermde inhoud. Zij bevat ook regels inzake uitzonderingen en beperkingen en inzake de bevordering van de licentieverlening, alsmede regels om te zorgen voor een goed werkende markt voor exploitatie van werken en andere beschermde materialen.

2.   Behalve in de in artikel 6 bedoelde gevallen doet deze richtlijn geen afbreuk aan en is zij op generlei wijze van invloed op de bestaande regels die zijn vastgelegd in de op dit gebied geldende richtlijnen, met name de Richtlijnen 96/9/EG, 2001/29/EG, 2006/115/EG, 2009/24/EG, 2012/28/EU en 2014/26/EU.

2.   Behalve in de in artikel 6 bedoelde gevallen doet deze richtlijn geen afbreuk aan en is zij op generlei wijze van invloed op de bestaande regels die zijn vastgelegd in de op dit gebied geldende richtlijnen, met name de Richtlijnen 96/9/EG, 2000/31/EG, 2001/29/EG, 2006/115/EG, 2009/24/EG, 2012/28/EU en 2014/26/EU.

Amendement     55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(1)  „onderzoeksorganisatie”: een universiteit, een onderzoekinstelling of een andere organisatie die hoofdzakelijk tot doel heeft wetenschappelijk onderzoek te verrichten of wetenschappelijk onderzoek te verrichten en onderwijsdiensten te verstrekken:

(1)   „onderzoeksorganisatie”: een universiteit, met inbegrip van de universiteitsbibliotheek, een onderzoekinstelling of een andere organisatie die hoofdzakelijk tot doel heeft wetenschappelijk onderzoek te verrichten of wetenschappelijk onderzoek te verrichten en onderwijsdiensten te verstrekken:

Amendement    56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

a)  zonder winstoogmerk of door herinvestering van alle winst in haar wetenschappelijk onderzoek; of

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement     57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

op zodanige wijze dat de toegang tot de door het wetenschappelijk onderzoek voortgebrachte resultaten niet op preferentiële basis kan worden aangewend door een onderneming die een beslissende invloed heeft op dit soort organisatie;

op zodanige wijze dat de toegang tot de door het wetenschappelijk onderzoek voortgebrachte resultaten niet op preferentiële basis kan worden aangewend door een onderneming die een significante invloed heeft op dit soort organisatie;

Amendement     58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  „tekst- en datamining”: een geautomatiseerde analysetechniek voor ontleding van tekst en gegevens in digitale vorm om informatie te genereren zoals patronen, trends en onderlinge verbanden;

(2)  "tekst- en datamining": een geautomatiseerde analysetechniek waarmee werken en ander materiaal in digitale vorm worden geanalyseerd om informatie te genereren zoals, maar niet beperkt tot, patronen, trends en onderlinge verbanden;

Amendement    59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  "perspublicatie”: een vastlegging van een verzameling literaire werken van journalistieke aard, die ook andere werken of materialen kan omvatten en die een afzonderlijk element onder één titel vormt in een periodiek uitgegeven of regelmatig bijgewerkte publicatie, zoals een krant of een tijdschrift met een algemene of specifieke inhoud, met als doel informatie te verstrekken over nieuws of andere onderwerpen en die via een of ander medium wordt gepubliceerd op initiatief van of onder redactionele verantwoordelijkheid en controle van een dienstverlener.

(4) "perspublicatie”: een vastlegging door persuitgevers of persagentschappen van een verzameling literaire werken van journalistieke aard, die ook andere werken of materialen kan omvatten en die een afzonderlijk element onder één titel vormt in een periodiek uitgegeven of regelmatig bijgewerkte publicatie, zoals een krant of een tijdschrift met een algemene of specifieke inhoud, met als doel informatie te verstrekken over nieuws of andere onderwerpen en die via een of ander medium wordt gepubliceerd op initiatief van of onder redactionele verantwoordelijkheid en controle van een dienstverlener. Periodieke publicaties die voor wetenschappelijk of academische doeleinden worden uitgegeven, zoals wetenschappelijke bladen, mogen niet onder deze definitie vallen.

Amendement    60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis) "werken die niet meer in de handel zijn":

 

(a) het gehele werk of ander materiaal, dat in alle bijbehorende versies en uitingen, niet meer beschikbaar is voor het publiek via de gebruikelijke kanalen van de handel;

 

(b) een werk of ander materiaal dat nooit in een lidstaat in de handel is geweest, tenzij uit de omstandigheden van de zaak blijkt dat de auteur bezwaar maakte tegen de terbeschikkingstelling aan het publiek;

Amendement    61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 4 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 ter) "aanbieder van onlinediensten om inhoud te delen": een aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij waarvan een van de belangrijkste doelstellingen is door de gebruikers geüploade auteursrechtelijk beschermde inhoud of ander beschermd materiaal op te slaan en het publiek ertoe toegang te verschaffen, hetgeen door de dienst wordt geoptimaliseerd. Dienstverleners die in een niet-commerciële hoedanigheid optreden, zoals online-encyclopedieën, en verleners van onlinediensten waarbij de inhoud wordt geüpload met toestemming van alle betrokken rechthebbenden, zoals onderwijs- of wetenschappelijke gegevensbanken, mogen niet worden beschouwd als aanbieder van onlinediensten om inhoud te delen in de betekenis van deze richtlijn. Verleners van clouddiensten voor individueel gebruik die geen rechtstreekse toegang tot het publiek verstrekken, open source software-ontwikkelingsplatforms en onlinemarktplaatsen waarvan de voornaamste activiteit bestaat uit de onlinedetailverkoop van fysieke goederen, mogen niet als aanbieder van onlinediensten om inhoud te delen in het kader van deze richtlijn worden beschouwd;

Amendement    62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – alinea 1 – punt 4 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 quater) "dienst van de informatiemaatschappij": een dienst als gedefinieerd in artikel 1, lid 1, onder b), van Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad1 bis;

 

___________

 

1 bis Richtlijn (EU) 2015/1535 van het Europees Parlement en de Raad van 9 september 2015 betreffende een informatieprocedure op het gebied van technische voorschriften en regels betreffende de diensten van de informatiemaatschappij (PB L 241 van 17.9.2015, blz. 1).

Amendement     63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 4 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 quinquies) "diensten met geautomatiseerde beeldverwijzing": een onlinedienst die via een onlinedienst van een derde automatisch verzamelde grafische werken of kunstwerken of fotografie reproduceert of ter beschikking stelt van het publiek met het oog op indexering en verwijzing.

Amendement    64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 3

Artikel 3

Tekst- en datamining

Tekst- en datamining

1.  De lidstaten voorzien in een uitzondering op de rechten bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn voor reproducties en opvragingen door onderzoekorganisaties om tekst- en datamining te verrichten op werken of andere materialen waartoe zij legale toegang hebben met het oog op wetenschappelijk onderzoek.

1.  De lidstaten voorzien in een uitzondering op de rechten bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn voor reproducties en opvragingen om tekst- en datamining te verrichten op werken of andere materialen waartoe zij legale toegang hebben en verricht om tekst- en datamining te verrichten met het oog op wetenschappelijk onderzoek door deze organisaties.

 

De lidstaten voorzien erin dat onderwijsinstellingen en instellingen voor cultureel erfgoed die wetenschappelijk onderzoek verrichten in de zin van artikel 2, lid 1, onder a), en onder b), zodat de toegang tot de door het wetenschappelijk onderzoek voortgebrachte resultaten niet op preferentiële basis kan worden aangewend door een onderneming die een beslissende invloed heeft op dit soort organisatie, eveneens profiteert van de uitzondering waarin dit artikel voorziet.

 

1 bis.   De reproducties en opvragingen die voor tekst- en datamining worden gemaakt, moeten veilig worden bewaard, bijvoorbeeld door betrouwbare organisaties die voor dit doel werden aangewezen.

2.  Elke contractuele bepaling die in strijd is met de in lid 1 bedoelde uitzondering, is niet afdwingbaar.

2.  Elke contractuele bepaling die in strijd is met de in lid 1 bedoelde uitzondering, is niet afdwingbaar.

3.  Rechthebbenden kunnen maatregelen nemen met het oog op de veiligheid en de integriteit van de netwerken en gegevensbanken waar de werken of andere materialen worden gehost. Deze maatregelen gaan niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

3.  Rechthebbenden kunnen maatregelen nemen met het oog op de veiligheid en de integriteit van de netwerken en gegevensbanken waar de werken of andere materialen worden gehost. Deze maatregelen gaan niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

4.  De lidstaten moedigen rechthebbenden en onderzoeksorganisaties aan om algemeen aanvaarde beste praktijken vast te stellen met betrekking tot de toepassing van de in lid 3 bedoelde maatregelen.

4   De lidstaten kunnen blijven voorzien in uitzonderingen voor tekst- en datamining in overeenstemming met artikel 5, lid 3, onder a), van Richtlijn 2001/29/EG.

Amendement    65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 3 bis

 

Optionele uitzondering of beperking voor tekst- en datamining

 

1.  Onverminderd artikel 3 van deze richtlijn kunnen de lidstaten voorzien in een uitzondering op of een beperking van de rechten bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn voor reproducties en opvragingen van legaal toegankelijke werken en ander materiaal die deel uitmaken van het proces van tekst- en datamining, op voorwaarde dat het gebruik van daarin vermelde werken of andere materialen niet uitdrukkelijk werd voorbehouden door hun rechthebbenden, waaronder op machineleesbare wijze.

 

2.  Reproducties en opvragingen die overeenkomstig lid 1 worden gemaakt, worden uitsluitend voor tekst- en datamining gebruikt.

 

3.  De lidstaten kunnen blijven voorzien in uitzonderingen voor tekst- en datamining in overeenstemming met artikel 5, lid 3, onder a), van Richtlijn 2001/29/EG.

Amendement    66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 4

Artikel 4

Gebruik van werken en andere beschermde materialen in digitale en grensoverschrijdende onderwijsactiviteiten

Gebruik van werken en andere beschermde materialen in digitale en grensoverschrijdende onderwijsactiviteiten

1.  De lidstaten voorzien in een uitzondering of beperking op de rechten bedoeld in de artikelen 2 en 3 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2009/24/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn om digitaal gebruik van werken en andere materialen dat uitsluitend dient voor illustratie bij het onderwijs, mogelijk te maken voor zover dit wordt gerechtvaardigd door het te bereiken niet-commerciële doel, op voorwaarde dat het gebruik:

1.  De lidstaten voorzien in een uitzondering of beperking op de rechten bedoeld in de artikelen 2 en 3 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2009/24/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn om digitaal gebruik van werken en andere materialen dat uitsluitend dient voor illustratie bij het onderwijs, mogelijk te maken voor zover dit wordt gerechtvaardigd door het te bereiken niet-commerciële doel, op voorwaarde dat het gebruik:

(a) plaatsvindt in de gebouwen van een onderwijsinstelling of door middel van een beveiligd elektronisch netwerk dat alleen toegankelijk is voor de leerlingen of studenten en het onderwijzend personeel van de onderwijsinstelling;

(a) plaatsvindt in de gebouwen van een onderwijsinstelling of in een andere ruimte waarin de onderwijsactiviteit plaatsvindt onder de verantwoordelijkheid van de onderwijsinstelling, of door middel van een beveiligde elektronische omgeving die alleen toegankelijk is voor de leerlingen of studenten en het onderwijzend personeel van de onderwijsinstelling;

(b) vergezeld gaat van de vermelding van de bron, waaronder de naam van de auteur, tenzij dit niet mogelijk blijkt.

(b) vergezeld gaat van de vermelding van de bron, waaronder de naam van de auteur, tenzij dit wegens praktische redenen niet mogelijk blijkt.

2.  De lidstaten kunnen bepalen dat de krachtens lid 1 vastgestelde uitzondering niet van toepassing is in het algemeen of met betrekking tot specifieke soorten werken of andere materialen, voor zover passende licenties om de in lid 1 beschreven handelingen toe te staan, vlot beschikbaar zijn op de markt.

2.  De lidstaten kunnen bepalen dat de krachtens lid 1 vastgestelde uitzondering niet van toepassing is in het algemeen of met betrekking tot specifieke soorten werken of andere materialen, zoals materialen die in de eerste plaats bedoeld zijn voor de onderwijsmarkt of bladmuziek, voor zover passende licentieovereenkomsten om ten minste de in lid 1 beschreven handelingen toe te staan, afgestemd zijn op de behoeften en speciale kenmerken van onderwijsinstellingen, vlot beschikbaar zijn op de markt.

De lidstaten die gebruik maken van de in de eerste alinea bedoelde bepaling, nemen de nodige maatregelen om voor onderwijsinstellingen een passende beschikbaarheid en zichtbaarheid van de licenties voor de in lid 1 beschreven handelingen te waarborgen.

De lidstaten die gebruik maken van de in de eerste alinea bedoelde bepaling, nemen de nodige maatregelen om voor onderwijsinstellingen een passende beschikbaarheid en zichtbaarheid van de licenties voor de in lid 1 beschreven handelingen te waarborgen.

3.  Het gebruik van werken en andere materialen dat uitsluitend dient voor illustratie bij het onderwijs via beveiligde elektronische netwerken overeenkomstig de bepalingen van nationaal recht ter uitvoering van dit artikel, wordt geacht uitsluitend plaats te vinden in de lidstaat waar de onderwijsinstelling is gevestigd.

3.  Het gebruik van werken en andere materialen dat uitsluitend dient voor illustratie bij het onderwijs via beveiligde elektronische omgevingen overeenkomstig de bepalingen van nationaal recht ter uitvoering van dit artikel, wordt geacht uitsluitend plaats te vinden in de lidstaat waar de onderwijsinstelling is gevestigd.

4.  De lidstaten kunnen voorzien in een billijke vergoeding voor het nadeel dat rechthebbenden hebben geleden ten gevolg van het gebruik van hun werken of andere materialen uit hoofde van lid 1.

4.  De lidstaten kunnen voorzien in een billijke vergoeding voor het nadeel dat rechthebbenden hebben geleden ten gevolg van het gebruik van hun werken of andere materialen uit hoofde van lid 1.

 

4 bis.  Onverminderd lid 2, is elke contractuele bepaling die in strijd is met de in lid 1 bedoelde uitzondering of beperking niet afdwingbaar. De lidstaten waarborgen dat de rechthebbenden het recht hebben royaltyvrije licenties te verlenen om de in lid 1 beschreven handelingen toe te staan, in het algemeen of met betrekking tot specifieke soorten werken of andere materialen naar keuze.

Amendement    67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 5

Artikel 5

Behoud van het cultureel erfgoed

Behoud van het cultureel erfgoed

De lidstaten voorzien in een uitzondering op de rechten bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, artikel 4, lid 1, onder a), van Richtlijn 2009/24/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn, op grond waarvan instellingen voor cultureel erfgoed kopieën van werken of andere materialen die permanent deel uitmaken van hun collectie, in welke vorm of welk medium ook kunnen maken, met als enig doel het behoud van dergelijke werken of andere materialen en voor zover dit noodzakelijk voor het behoud daarvan.

1.  De lidstaten voorzien in een uitzondering op de rechten bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, artikel 4, lid 1, onder a), van Richtlijn 2009/24/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn, op grond waarvan instellingen voor cultureel erfgoed kopieën van werken of andere materialen die permanent deel uitmaken van hun collectie, in welke vorm of welk medium ook kunnen maken, met als doel het behoud van dergelijke werken of andere materialen en voor zover dit noodzakelijk voor het behoud daarvan.

 

1 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat materiaal dat voortvloeit uit een handeling van reproductie van materiaal in het publieke domein, niet wordt onderworpen aan auteursrecht of naburige rechten, op voorwaarde dat deze reproductie een getrouwe reproductie is voor het behoud van het oorspronkelijke materiaal.

 

1 ter.  Elke contractuele bepaling die in strijd is met de in lid 1 bedoelde uitzondering, is niet afdwingbaar.

Amendement     68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 6

Artikel 6

Gemeenschappelijke bepalingen

Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel 5, lid 5, en artikel 6, lid 4, eerste, derde en vijfde alinea, van Richtlijn 2001/29/EG zijn van toepassing op de uitzonderingen en beperkingen waarin deze titel voorziet.

1.   Toegang tot inhoud waarop uit hoofde van deze richtlijn een andere uitzondering valt, geeft gebruikers niet het recht deze te gebruiken uit hoofde van een andere uitzondering.

 

2.   Artikel 5, lid 5, en artikel 6, lid 4, eerste, derde, vierde en vijfde alinea, van Richtlijn 2001/29/EG zijn van toepassing op de uitzonderingen en beperkingen waarin deze titel voorziet.

Amendement    69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 7

Artikel 7

Gebruik van werken die niet meer in de handel zijn door instelling voor cultureel erfgoed

Gebruik van werken die niet meer in de handel zijn door instelling voor cultureel erfgoed

1.  De lidstaten bepalen dat wanneer een organisatie voor collectief beheer namens haar leden met een instelling voor cultureel erfgoed een niet-exclusieve licentie voor niet-commerciële doeleinden sluit voor de digitalisering, de distributie, de mededeling aan het publiek of de beschikbaarstelling van niet meer in de handel zijnde werken of andere materialen die permanent deel uitmaken van hun collectie, deze niet-exclusieve licentie kan worden uitgebreid tot of kan worden geacht te gelden voor rechthebbenden van dezelfde categorie als die waarvoor de licentie geldt, die niet door de organisatie voor collectief beheer worden vertegenwoordigd, op voorwaarde dat:

1.  De lidstaten bepalen dat wanneer een organisatie voor collectief beheer namens haar leden met een instelling voor cultureel erfgoed een niet-exclusieve licentie voor niet-commerciële doeleinden sluit voor de digitalisering, de distributie, de mededeling aan het publiek of de beschikbaarstelling van niet meer in de handel zijnde werken of andere materialen die permanent deel uitmaken van hun collectie, deze niet-exclusieve licentie kan worden uitgebreid tot of kan worden geacht te gelden voor rechthebbenden van dezelfde categorie als die waarvoor de licentie geldt, die niet door de organisatie voor collectief beheer worden vertegenwoordigd, op voorwaarde dat:

(a)  de organisatie voor collectief beheer op basis van mandaten van rechthebbenden in ruime mate representatief is voor de rechthebbenden in de categorie werken of andere materialen en voor de rechten die het voorwerp uitmaken van de licentie;

(a)  de organisatie voor collectief beheer op basis van mandaten van rechthebbenden in ruime mate representatief is voor de rechthebbenden in de categorie werken of andere materialen en voor de rechten die het voorwerp uitmaken van de licentie;

(b)  gelijke behandeling wordt gewaarborgd voor alle rechthebbenden met betrekking tot de voorwaarden van de licentie;

(b)  gelijke behandeling wordt gewaarborgd voor alle rechthebbenden met betrekking tot de voorwaarden van de licentie;

(c)  alle rechthebbenden te allen tijde bezwaar kunnen maken tegen het feit dat hun werken of andere materialen worden geacht niet meer in de handel te zijn, en de toepassing van de licentie op hun werken of andere materialen kunnen uitsluiten.

(c)  alle rechthebbenden te allen tijde bezwaar kunnen maken tegen het feit dat hun werken of andere materialen worden geacht niet meer in de handel te zijn, en de toepassing van de licentie op hun werken of andere materialen kunnen uitsluiten.

 

1 bis.  De lidstaten voorzien in een uitzondering of beperking op de rechten bedoeld in de artikelen 2 en 3 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2009/24/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn, op grond waarvan instellingen voor cultureel erfgoed kopieën van werken die niet meer in de handel zijn en die permanent deel uitmaken van hun collectie, online kunnen plaatsen voor niet-commerciële doeleinden, op voorwaarde dat:

 

(a)  de naam van de auteur of een andere rechthebbende wordt vermeld tenzij dat niet mogelijk blijkt te zijn;

 

(b)  alle rechthebbenden te allen tijde bezwaar kunnen maken tegen het feit dat hun werken of andere materialen worden geacht niet meer in de handel te zijn, en de toepassing van de uitzondering op hun werken of andere materialen kunnen uitsluiten.

 

1 ter.  De lidstaten kunnen bepalen dat de krachtens lid 1 bis vastgestelde uitzondering niet van toepassing is op sectoren of soorten werken waarvoor gepaste licentiegebaseerde oplossingen, zoals maar niet beperkt tot regelingen als bedoeld in lid 1, beschikbaar zijn. De lidstaten bepalen in overleg met auteurs, andere rechthebbenden, organisaties voor collectief beheer en instellingen voor cultureel erfgoed de beschikbaarheid van verruimde collectieve licentieregelingen voor specifieke sectoren of soorten werken.

2.  Een werk of ander materiaal wordt geacht niet meer in de handel te zijn wanneer het gehele werk of ander materiaal, in alle bijbehorende vertalingen, versies en uitingen, niet beschikbaar is voor het publiek via de gebruikelijke kanalen van de handel en redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat het in de handel zal worden gebracht.

2.   De lidstaten kunnen voorzien in een einddatum om te bepalen of een werk dat eerder in de handel was, kan worden beschouwd als een werk dat niet meer in de handel is.

De lidstaten zorgen ervoor, in overleg met rechthebbenden, organisaties voor collectief beheer en instellingen voor cultureel erfgoed, dat de voorschriften om te bepalen of werken en andere materialen overeenkomstig lid 1 in licentie kunnen worden gegeven, niet verder gaan dan hetgeen noodzakelijk en redelijk is en niet de mogelijkheid uitsluiten om te bepalen dat een collectie in haar geheel de status van niet in de handel zijnd werk of materiaal krijgt wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat alle werken of andere materialen in de collectie niet meer in de handel zijn.

De lidstaten zorgen ervoor, in overleg met rechthebbenden, organisaties voor collectief beheer en instellingen voor cultureel erfgoed, dat de voorschriften om te bepalen of werken en andere materialen overeenkomstig lid 1 of lid 1 bis in licentie kunnen worden gegeven, niet verder gaan dan hetgeen noodzakelijk en redelijk is en niet de mogelijkheid uitsluiten om te bepalen dat een collectie in haar geheel de status van niet in de handel zijnd werk of materiaal krijgt wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat alle werken of andere materialen in de collectie niet meer in de handel zijn.

3.  De lidstaten bepalen dat de nodige publiciteitsmaatregelen worden genomen met betrekking tot:

3.  De lidstaten bepalen dat de nodige publiciteitsmaatregelen worden genomen met betrekking tot:

(a)  de aanname dat werken of andere beschermde materialen niet meer in de handel zijn;

(a)  de aanname dat werken of andere beschermde materialen niet meer in de handel zijn;

(b)  de licentie, en met name de toepassing ervan op niet-vertegenwoordigde rechthebbenden;

(b)   elke licentie, en met name de toepassing ervan op niet-vertegenwoordigde rechthebbenden;

(c)  de mogelijkheid voor rechthebbenden om bezwaar te maken, als bedoeld in punt c) van lid 1;

(c)   de mogelijkheid voor rechthebbenden om bezwaar te maken, als bedoeld in punt c) van lid 1 en in punt b) van lid 1 bis;

gedurende een redelijke termijn voordat de werken of andere materialen worden gedigitaliseerd, gedistribueerd, aan het publiek meegedeeld of beschikbaar worden gesteld.

gedurende een termijn van minstens zes maanden voordat de werken of andere materialen worden gedigitaliseerd, gedistribueerd, aan het publiek meegedeeld of beschikbaar worden gesteld.

4.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde licenties worden aangevraagd bij een organisatie voor collectief beheer die representatief is voor de lidstaat waar:

4.   De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde licenties worden aangevraagd bij een organisatie voor collectief beheer die representatief is voor de lidstaat waar:

(a)  de werken of fonogrammen voor het eerst zijn gepubliceerd of, indien er geen publicatie heeft plaatsgevonden, waar zij voor het eerst zijn uitgezonden, uitgezonderd voor cinematografische en audiovisuele werken;

(a)   de werken of fonogrammen voor het eerst zijn gepubliceerd of, indien er geen publicatie heeft plaatsgevonden, waar zij voor het eerst zijn uitgezonden, uitgezonderd voor cinematografische en audiovisuele werken;

(b)  de producenten van de werken hun zetel of gewone verblijfplaats hebben, voor cinematografische en audiovisuele werken; of

(b)   de producenten van de werken hun zetel of gewone verblijfplaats hebben, voor cinematografische en audiovisuele werken; of

(c)  de instelling voor cultureel erfgoed is gevestigd, wanneer het na redelijke inspanningen niet mogelijk was overeenkomstig de punten a) en b) een lidstaat of een derde land te bepalen.

(c)   de instelling voor cultureel erfgoed is gevestigd, wanneer het na redelijke inspanningen niet mogelijk was overeenkomstig de punten a) en b) een lidstaat of een derde land te bepalen.

5.  De leden 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op werken of andere materialen van ingezetenen van derde landen uitgezonderd wanneer de punten a) en b) van lid 4 van toepassing zijn.

5.   De leden 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op werken of andere materialen van ingezetenen van derde landen uitgezonderd wanneer de punten a) en b) van lid 4 van toepassing zijn.

Amendement    70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 8

Artikel 8

Grensoverschrijdende toepassingen

Grensoverschrijdende toepassingen

1.  Werken of andere materialen die onder een krachtens artikel 7 verleende licentie vallen, kunnen in overeenstemming met de voorwaarden van de licentie door de instelling voor cultureel erfgoed worden gebruikt in alle lidstaten.

1.  Werken of andere materialen die niet meer in de handel zijn en die onder artikel 7 vallen, kunnen in overeenstemming met dat artikel door de instelling voor cultureel erfgoed worden gebruikt in alle lidstaten.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat informatie om de identificatie van onder een licentie uit hoofde van artikel 7 vallende werken of andere materialen mogelijk te maken en informatie over de mogelijkheden van rechthebbenden om bezwaar te maken als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder c), gedurende ten minste zes maanden voordat de werken of andere materialen worden gedigitaliseerd, gedistribueerd, aan het publiek meegedeeld of beschikbaar worden gesteld in andere lidstaten dan die waarin de licentie wordt verleend, en voor de hele geldigheidsduur van de licentie, voor het publiek toegankelijk wordt gesteld via één portaalsite.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat informatie om de identificatie van onder artikel 7 vallende werken of andere materialen mogelijk te maken en informatie over de mogelijkheden van rechthebbenden om bezwaar te maken als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder c), en artikel 7, lid 1 bis, onder b), gedurende ten minste zes maanden voordat de werken of andere materialen worden gedigitaliseerd, gedistribueerd, permanent, gemakkelijk en effectief aan het publiek meegedeeld of beschikbaar worden gesteld in andere lidstaten dan die waarin de licentie wordt verleend, en voor de hele geldigheidsduur van de licentie, of in de gevallen van artikel 7, lid 1 bis, waar de instelling voor cultureel erfgoed is gevestigd, voor het publiek toegankelijk wordt gesteld via één portaalsite.

3.  De in lid 2 bedoelde portaalsite wordt overeenkomstig Verordening (EU) nr. 386/2012 opgericht en beheerd door het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie.

3.  De in lid 2 bedoelde portaalsite wordt overeenkomstig Verordening (EU) nr. 386/2012 opgericht en beheerd door het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie.

Amendement    71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten verzekeren een regelmatige dialoog met representatieve organisaties van gebruikers en rechthebbenden en met andere relevante belangenorganisaties om per sector de relevantie en de bruikbaarheid van de in artikel 7, lid 1, bedoelde mechanismen voor licentieverlening te bevorderen, om de efficiëntie van de in dit hoofdstuk omschreven waarborgen voor rechthebbenden, met name wat publiciteitsmaatregelen betreft, te verzekeren en indien nodig bijstand te verlenen bij het opstellen van de in artikel 7, lid 2, tweede alinea, bedoelde voorschriften.

De lidstaten verzekeren een regelmatige dialoog met representatieve organisaties van gebruikers en rechthebbenden en met andere relevante belangenorganisaties om per sector de relevantie en de bruikbaarheid van de in artikel 7, lid 1, bedoelde mechanismen voor licentieverlening te bevorderen alsook de in artikel 7, lid 1, onder a), bedoelde uitzondering, om de efficiëntie van de in dit hoofdstuk omschreven waarborgen voor rechthebbenden, met name wat publiciteitsmaatregelen betreft, te verzekeren en indien nodig bijstand te verlenen bij het opstellen van de in artikel 7, lid 2, tweede alinea, bedoelde voorschriften.

Amendement    72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 10

Artikel 10

Onderhandelingsmechanisme

Onderhandelingsmechanisme

De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer partijen die een overeenkomst wensen te sluiten voor de beschikbaarstelling van audiovisuele op video-on-demandplatforms, moeilijkheden ondervinden met betrekking tot de licentieverlening voor de rechten, zij een beroep kunnen doen op de bijstand van een onpartijdige instantie met relevante ervaring. Deze instantie verleent bijstand bij de onderhandelingen en de sluiting van overeenkomsten.

De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer partijen die een overeenkomst wensen te sluiten voor de beschikbaarstelling van audiovisuele op video-on-demandplatforms, moeilijkheden ondervinden met betrekking tot de licentieverlening voor de audiovisuele rechten, zij een beroep kunnen doen op de bijstand van een onpartijdige instantie met relevante ervaring. De onpartijdige instantie die door de lidstaat is opgericht of aangewezen voor de doeleinden van dit artikel verleent aan de partijen bijstand bij de onderhandelingen en de sluiting van overeenkomsten.

Uiterlijk op [de in artikel 21, lid 1, genoemde datum] stellen de lidstaten de Commissie in kennis van het in de eerste alinea bedoelde orgaan.

Uiterlijk op [de in artikel 21, lid 1, genoemde datum] stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de instantie die zij overeenkomstig lid 1 oprichten of aanwijzen.

 

Om de beschikbaarheid van audiovisuele werken op video-on-demandplatforms aan te moedigen, moeten de lidstaten de dialoog tussen de representatieve organisaties van auteurs, producenten, video-on-demandplatforms en andere relevante betrokken partijen stimuleren.

Amendement    73

Voorstel voor een richtlijn

Titel III – hoofdstuk 2 bis (nieuw) – artikel 10 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

HOOFDSTUK 2 bis

 

Toegang tot EU- publicaties

 

Artikel 10 bis

 

Wettig depot in de Unie

 

1.  Elke elektronische publicatie over Uniegerelateerde zaken als Unierecht, Uniegeschiedenis en -integratie, Uniebeleid en Unie-democratie, institutionele en parlementaire zaken en beleid, die in de Unie wordt gepubliceerd, moet wettig in de Unie worden gedeponeerd.

 

2.  De bibliotheek van het Europees Parlement krijgt kosteloos een exemplaar toegestuurd van elke publicatie als bedoeld in lid 1.

 

3.  Deze verplichting geldt voor uitgevers, drukkers en importeurs van publicaties voor de werken die zij in de Unie uitgeven, drukken of importeren.

 

4.  Deze publicaties worden na ontvangst opgenomen in de permanente collectie van de EP-bibliotheek. Zij zijn in de EP-bibliotheek uitsluitend voor research- of studiedoeleinden door geaccrediteerde onderzoekers te raadplegen, onder toezicht van de EP-bibliotheek.

 

5.   De Commissie vaardigt nadere regels uit voor de wijze van aflevering aan de bibliotheek van bedoelde publicaties.

Amendement    74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 11

Artikel 11

Bescherming van perspublicaties met betrekking tot digitale toepassingen

Bescherming van perspublicaties met betrekking tot digitale toepassingen

1.  De lidstaten verlenen uitgevers van perspublicaties de in artikel 2 en artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten voor het digitale gebruik van hun perspublicaties.

1.  De lidstaten verlenen uitgevers van perspublicaties de in artikel 2 en artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2001/29/EG en in artikelen 3 en 9 van Richtlijn 2006/115/EG bedoelde rechten zodat zij billijke en evenredige vergoeding krijgen voor het digitale gebruik van hun perspublicaties door aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij.

 

1 bis.  De in lid 1 bedoelde rechten mogen het legale private en niet-commerciële gebruik van perspublicaties door individuele gebruikers niet verhinderen.

2.  De in lid 1 bedoelde rechten doen niet af en zijn op generlei wijze van invloed op rechten waarin de wetgeving van de Unie voorziet voor auteurs en andere rechthebbenden ten aanzien van werken en andere materialen die in een perspublicaties zijn opgenomen. Deze rechten kunnen niet worden tegengeworpen aan deze auteurs en andere rechthebbenden en kunnen hen in het bijzonder niet het recht ontnemen om hun werken en andere materialen te exploiteren onafhankelijk van de perspublicatie waarin zij zijn opgenomen.

2.  De in lid 1 bedoelde rechten doen niet af en zijn op generlei wijze van invloed op rechten waarin de wetgeving van de Unie voorziet voor auteurs en andere rechthebbenden ten aanzien van werken en andere materialen die in een perspublicaties zijn opgenomen. Deze rechten kunnen niet worden tegengeworpen aan deze auteurs en andere rechthebbenden en kunnen hen in het bijzonder niet het recht ontnemen om hun werken en andere materialen te exploiteren onafhankelijk van de perspublicatie waarin zij zijn opgenomen.

 

2 bis.  De in lid 1 bedoelde rechten strekken zich niet uit tot handelingen van hyperlinking.

3.  De artikelen 5 tot en met 8 van Richtlijn 2001/29/EG en Richtlijn 2012/28/EU zijn van overeenkomstige toepassing op de in lid 1 bedoelde rechten.

3.  De artikelen 5 tot en met 8 van Richtlijn 2001/29/EG en Richtlijn 2012/28/EU zijn van overeenkomstige toepassing op de in lid 1 bedoelde rechten.

4.  De in lid 1 bedoelde rechten vervallen 20 jaar na het verschijnen van de perspublicatie. Deze termijn wordt berekend vanaf de eerste dag van januari van het jaar volgend op de datum van publicatie.

4.  De in lid 1 bedoelde rechten vervallen 20 jaar na het verschijnen van de perspublicatie. Deze termijn wordt berekend vanaf de eerste dag van januari van het jaar volgend op de datum van publicatie.

 

Het in lid 1 bedoelde recht is niet van toepassing met retroactieve werking.

 

4 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat auteurs een gepast aandeel krijgen van de bijkomende inkomsten die persuitgevers ontvangen voor het gebruik van hun perspublicaties door aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij.

Amendement    75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 12

Artikel 12

Recht op billijke vergoeding

Recht op billijke vergoeding

De lidstaten kunnen bepalen dat, wanneer een auteur een recht aan een uitgever heeft overgedragen of in licentie heeft gegeven, deze overdracht of licentie voor de uitgever een afdoende rechtsgrondslag vormt om aanspraak te maken op een deel van de vergoeding voor het gebruik van het werk in het kader van een uitzondering of beperking op het overgedragen of in licentie gegeven recht.

De lidstaten met een systeem voor de verdeling van de vergoeding tussen auteurs en uitgevers voor uitzonderingen en beperkingen kunnen bepalen dat, wanneer een auteur een recht aan een uitgever heeft overgedragen of in licentie heeft gegeven, deze overdracht of licentie voor de uitgever een afdoende rechtsgrondslag vormt om aanspraak te maken op een deel van de vergoeding voor het gebruik van het werk in het kader van een uitzondering of beperking op het overgedragen of in licentie gegeven recht, op voorwaarde dat een gelijkwaardig systeem voor de verdeling van de vergoeding voor 12 november 2015 bestond in die lidstaat.

 

Het eerste lid doet geen afbreuk aan de regelingen in de lidstaten inzake openbare uitleningsrechten, het beheer van rechten die niet zijn gebaseerd op uitzonderingen of beperkingen van het auteursrecht, zoals verruimde collectieve licentieregelingen, of inzake vergoedingsrechten op basis van het nationale recht.

Amendement     76

Voorstel voor een richtlijn

Title IV – Hoofdstuk 1 bis (nieuw) – Artikel 12 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

HOOFDSTUK 1 bis

 

Bescherming van organisatoren van sportevenementen

 

Artikel 12 bis

 

Bescherming van organisatoren van sportevenementen

 

De lidstaten verlenen organisatoren van sportevenementen de in artikel 2 en artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2001/29/EG en artikel 7 van Richtlijn 2006/115/EG bedoelde rechten.

Motivering

Artikel 165, lid 1, van het VWEU bepaalt dat de Unie bijdraagt tot de bevordering van de Europese inzet op sportgebied. De bescherming van de intellectuele eigendom van organisatoren van sportevenementen werd reeds voorzien in overweging 52 van Richtlijn 2010/13/EU en werd door het Europees Parlement ondersteund in verschillende verslagen over sport. Het Hof van Justitie stelde in gevoegde zaken C-403/08 en C-429/08 (FAPL, EU:C:2011:631) dat sportevenementen een uniek en origineel karakter hebben dat bescherming verdient die vergelijkbaar is met de bescherming van werken. Tot nog toe hebben vijf lidstaten een naburig recht aan organisatoren van sportevenementen verleend.

Amendement    77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 13

Artikel 13

Gebruik van beschermde inhoud door aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die grote hoeveelheden door hun gebruikers geüploade werken en andere materialen opslaan en toegang daartoe verlenen

Gebruik van beschermde inhoud door aanbieders van onlinediensten om inhoud te delen

 

-1.   Onverminderd artikel 3, leden 1 en 2, van Richtlijn 2001/29/EG oefenen aanbieders van onlinediensten om inhoud te delen een handeling van communicatie met het publiek uit en sluiten zij billijke en passende licentieovereenkomsten met rechthebbenden, tenzij de rechthebbende geen licentie wenst te verlenen of licenties niet beschikbaar zijn. De door de aanbieders van onlinediensten om inhoud te delen gesloten overeenkomsten met rechthebbenden hebben betrekking op de aansprakelijkheid voor door de gebruikers in overeenstemming met de voorwaarden in de licentieovereenkomst geüploade werken, op voorwaarde dat deze gebruikers niet voor commerciële doeleinden handelen of niet de rechthebbende of diens vertegenwoordiger zijn.

1.   Aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die grote hoeveelheden door hun gebruikers geüploade werken en andere materialen opslaan en publieke toegang daartoe verlenen, nemen in samenwerking met rechthebbenden maatregelen om de werking van overeenkomsten met rechthebbenden voor het gebruik van hun werken of andere materialen te verzekeren en om via samenwerking met de dienstenaanbieders te voorkomen dat op hun diensten door rechthebbenden aangewezen werken of andere materialen beschikbaar worden gesteld. Deze maatregelen, zoals het gebruik van effectieve technologieën voor herkenning van inhoud, zijn passend en evenredig. Dienstenaanbieders verstrekken rechthebbenden passende informatie over de invoering en de werking van de maatregelen, alsmede, indien van toepassing, passende verslagen over de herkenning en het gebruik van de werken en andere materialen.

1.  De in lid -1 vermelde aanbieders van onlinediensten om inhoud te delen nemen in samenwerking met rechthebbenden gepaste en evenredige maatregelen om de werking van de licentieovereenkomsten met rechthebbenden voor het gebruik van hun werken of andere materialen op deze diensten te verzekeren.

 

Bij gebrek aan licentieovereenkomsten met de rechthebbenden nemen aanbieders van onlinediensten om inhoud te delen, in samenwerking met rechthebbenden, passende en evenredige maatregelen waardoor werken of andere materialen die een inbreuk vormen op auteursrecht of naburige rechten, niet beschikbaar zijn op deze diensten, terwijl werken of andere materialen die geen inbreuk vormen, beschikbaar blijven.

 

1 bis.   De lidstaten zorgen ervoor dat in lid -1 vermelde aanbieders van onlinediensten om inhoud te delen de in lid 1 vermelde maatregelen nemen op basis van de door de rechthebbenden verstrekte relevante informatie.

 

De aanbieders van onlinediensten om inhoud te delen zijn transparant ten aanzien van de rechthebbenden en informeren de rechthebbenden over de genomen maatregelen en hun werking en doen, indien relevant, regelmatig verslag van het gebruik van de werken en andere materialen.

 

1 ter.  De lidstaten zorgen ervoor dat de tenuitvoerlegging van dergelijke maatregelen evenredig is en een evenwicht vindt tussen de grondrechten van gebruikers en rechthebbenden en leggen in overeenstemming met artikel 15 van Richtlijn 2000/31/EG, wanneer van toepassing, geen algemene verplichting op om toe te zien op de informatie die zij doorgeven of opslaan.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde dienstverleners klacht- en schadevergoedingsmechanismen instellen die beschikbaar zijn voor gebruikers in geval van geschillen over de toepassing van de in lid 1 bedoelde maatregelen.

2.   Om misbruik of beperkingen in de uitoefening van uitzonderingen en beperkingen van auteursrecht te voorkomen zorgen de lidstaten ervoor dat de in lid 1 bedoelde dienstverleners doeltreffende en snelle klacht- en schadevergoedingsmechanismen instellen die beschikbaar zijn voor gebruikers in geval van geschillen over de toepassing van de in lid 1 bedoelde maatregelen. Alle klachten die in het kader van deze mechanismen worden ingediend, worden onverwijld behandeld. De rechthebbenden rechtvaardigen hun besluiten om scheidsrechtelijke oplossing van klachten te vermijden, met redenen.

 

Bovendien vereisen de in lid 1 vermelde maatregelen overeenkomstig Verordening (EU) 2016/679 en Richtlijn 2002/58/EG niet de identificatie van individuele gebruikers en de verwerking van hun persoonsgegevens.

 

De lidstaten zorgen er tevens voor dat de gebruikers, in het kader van de toepassing van de in lid 1 vermelde maatregelen, toegang hebben tot een rechtbank of andere bevoegde rechterlijke instantie om het gebruik van een uitzondering of beperking op het auteursrecht te laten gelden.

3.  De lidstaten bevorderen indien nodig de samenwerking tussen aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij en rechthebbenden door middel van dialogen met belanghebbenden om beste praktijken, zoals passende en evenredige technologieën voor herkenning van inhoud, te bepalen rekening houdend onder meer met de aard van de diensten, de beschikbaarheid van technologieën en de doeltreffendheid ervan in het licht van de technologische ontwikkelingen.

3.  De lidstaten bevorderen indien nodig de samenwerking tussen aanbieders van onlinediensten om inhoud te delen, gebruikers en rechthebbenden door middel van dialogen met belanghebbenden om beste praktijken voor de tenuitvoerlegging van de in lid 1 vermelde maatregelen op een wijze die evenredig en doeltreffend is, te bepalen rekening houdend onder meer met de aard van de diensten, de beschikbaarheid van technologieën en de doeltreffendheid ervan in het licht van de technologische ontwikkelingen.

Amendement     78

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 13 bis

 

De lidstaten zorgen ervoor dat geschillen tussen rechtsopvolgers en de aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij over de toepassing van artikel 13, lid 1, kunnen worden beslecht door middel van een mechanisme voor alternatieve geschillenbeslechting.

 

De lidstaten zorgen ervoor dat er een onpartijdige instantie met relevante deskundigheid wordt opgezet of aangewezen om de partijen bij te staan bij de beslechting van hun geschil in het kader van dit mechanisme.

 

Uiterlijk op [de in artikel 21, lid 1, genoemde datum] stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de oprichting van dit orgaan.

Amendement    79

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 13 ter

 

Het gebruik van beschermde inhoud door diensten van de informatiemaatschappij met geautomatiseerde beeldverwijzing

 

De lidstaten zorgen ervoor dat aanbieders van diensten van de informatie die aanzienlijke delen van auteursrechtelijk beschermde visuele werken automatisch reproduceren of er automatisch naar verwijzen en die deze werken beschikbaar stellen aan het publiek met het oog op indexering en verwijzing, eerlijke en evenwichtige licentieovereenkomsten sluiten met daartoe verzoekende rechthebbenden teneinde voor hen een eerlijke vergoeding te verzekeren. Deze vergoeding kan beheerd worden door de collectieve beheersorganisatie van de betreffende rechthebbenden.

Amendement    80

Voorstel voor een richtlijn

Hoofdstuk 3 – Artikel -14 (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel -14

 

Beginsel van billijke en evenredige vergoeding

 

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat de auteurs en uitvoerende kunstenaars een billijke en evenredige vergoeding ontvangen voor de exploitatie van hun werken en andere materialen, inclusief online-exploitatie. Dit kan in elke sector worden bereikt door een combinatie van overeenkomsten, waaronder collectieve arbeidsovereenkomsten, en statutaire vergoedingsmechanismen.

 

2.  Lid 1 is niet van toepassing wanneer een auteur of uitvoerend kunstenaar gratis een niet-exclusief gebruiksrecht toekent aan alle gebruikers.

 

3.  De lidstaten houden rekening met de specifieke kenmerken van elke sector bij het aanmoedigen van evenredige vergoeding voor door auteurs en uitvoerende kunstenaars verleende rechten.

 

4.  In overeenkomsten wordt de vergoeding voor elke vorm van exploitatie gespecificeerd.

Amendement    81

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 14

Artikel 14

Transparantieverplichting

Transparantieverplichting

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat auteurs en uitvoerende kunstenaars op regelmatige basis en rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke sector tijdige, passende en toereikende informatie betreffende de exploitatie van hun werken en uitvoeringen ontvangen van de personen aan wie zij hun rechten hebben overgedragen of in licentie gegeven, met name wat betreft de wijze van exploitatie, de voortgebrachte inkomsten en de verschuldigde vergoeding.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat auteurs en uitvoerende kunstenaars op regelmatige basis – minstens een keer per jaar – en rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke sector en het relatieve belang van elke afzonderlijke bijdrage, tijdige, passende, nauwkeurige en toereikende informatie betreffende de exploitatie van hun werken en uitvoeringen ontvangen van de personen aan wie zij hun rechten in licentie hebben gegeven of hebben overgedragen, met name wat betreft de wijze van exploitatie, de voortgebrachte directe en indirecte inkomsten en de verschuldigde vergoeding.

 

1 bis.   De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer de licentienemer of de verkrijger van rechten van auteurs en uitvoerende kunstenaars deze rechten vervolgens in licentie geeft aan een andere partij, deze partij alle in lid 1 bedoelde informatie met de licentienemer of de verkrijger deelt.

 

De voornaamste licentienemer of verkrijger geeft alle in de eerste alinea bedoelde informatie aan de auteur of de uitvoerend kunstenaar. Die informatie is ongewijzigd, behalve in het geval van commercieel gevoelige informatie zoals gedefinieerd door het Unierecht of het nationale recht, die, onverminderd artikel 15 en artikel 16 bis, onderworpen kan worden aan een geheimhoudingsovereenkomst met het oog op het behoud van een eerlijke concurrentie. Wanneer de voornaamste licentienemer of verkrijger de in deze alinea bedoelde informatie niet tijdig verstrekt, heeft de auteur of de uitvoerende kunstenaar het recht deze informatie rechtstreeks aan de sublicentienemer te vragen.

2.  De in lid 1 bedoelde verplichting is evenredig en doeltreffend en waarborgt een passend niveau van transparantie in elke sector. In gevallen waarin de uit de verplichting voortvloeiende administratieve lasten onevenredig zouden zijn rekening houdend met de bij de exploitatie of de uitvoering van het werk voortgebrachte inkomsten, kunnen de lidstaten de in lid 1 bedoelde verplichting echter aanpassen, op voorwaarde dat de verplichting doeltreffend blijft en een passend niveau van transparantie waarborgt.

2.  De in lid 1 bedoelde verplichting is evenredig en doeltreffend en waarborgt een hoog niveau van transparantie in elke sector. In gevallen waarin de uit de verplichting voortvloeiende administratieve lasten onevenredig zouden zijn rekening houdend met de bij de exploitatie of de uitvoering van het werk voortgebrachte inkomsten, kunnen de lidstaten de in lid 1 bedoelde verplichting echter aanpassen, op voorwaarde dat de verplichting doeltreffend blijft en een hoog niveau van transparantie waarborgt.

3.  De lidstaten kunnen bepalen dat de in lid 1 bedoelde verplichting niet van toepassing is wanneer de bijdrage van de auteur of de uitvoerende kunstenaar niet significant is gelet op het geheel van het werk of de uitvoering.

 

4.  Lid 1 is niet van toepassing op de entiteiten die onderworpen zijn aan de transparantieverplichtingen als vastgesteld in Richtlijn 2014/26/EU.

4.  Lid 1 is niet van toepassing op de entiteiten die onderworpen zijn aan de transparantieverplichtingen als vastgesteld in Richtlijn 2014/26/EU noch op de collectieve arbeidsovereenkomsten, wanneer deze verplichtingen of overeenkomsten voorzien in transparantievereisten zoals die in lid 2.

Amendement    82

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat auteurs en uitvoerende kunstenaars het recht hebben van de partij met wie zij een contract voor de exploitatie van de rechten hebben gesloten, een aanvullende, passende vergoeding te vragen wanneer de oorspronkelijk overeengekomen vergoeding onevenredig laag is ten opzichte van de desbetreffende inkomsten en voordelen die voortvloeien uit de exploitatie van de werken of uitvoeringen.

De lidstaten zorgen er, bij gebrek aan collectieve arbeidsovereenkomsten die voorzien in een vergelijkbaar mechanisme, voor dat auteurs en uitvoerende kunstenaars, of een belangenorganisatie die hen vertegenwoordigt, het recht hebben van de partij met wie zij een contract voor de exploitatie van de rechten hebben gesloten, een aanvullende, passende en billijke vergoeding te eisen wanneer de oorspronkelijk overeengekomen vergoeding onevenredig laag is ten opzichte van de desbetreffende directe en indirecte inkomsten en voordelen die voortvloeien uit de exploitatie van de werken of uitvoeringen.

Amendement    83

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten bepalen dat geschillen betreffende de transparantieverplichting uit hoofde van artikel 14 en het contractaanpassingsmechanisme uit hoofde van artikel 15 kunnen worden onderworpen aan een vrijwillige procedure voor alternatieve geschillenbeslechting.

De lidstaten bepalen dat geschillen betreffende de transparantieverplichting uit hoofde van artikel 14 en het contractaanpassingsmechanisme uit hoofde van artikel 15 kunnen worden onderworpen aan een vrijwillige procedure voor alternatieve geschillenbeslechting. De lidstaten zorgen ervoor dat representatieve organisaties van auteurs en uitvoerende kunstenaars dergelijke procedures kunnen inleiden op verzoek van een of meer auteurs en uitvoerende kunstenaars.

Amendement    84

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 16 bis

 

Intrekkingsrecht

 

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een auteur of een uitvoerend kunstenaar zijn of haar rechten op een werk of ander beschermd materiaal op basis van exclusiviteit in licentie heeft gegeven of heeft overgedragen, de auteur of de uitvoerende kunstenaar een intrekkingsrecht heeft als het werk of ander beschermd materiaal niet wordt geëxploiteerd of als er een continu gebrek is aan regelmatige rapportage overeenkomstig artikel 14. De lidstaten kunnen voorzien in specifieke bepalingen om rekening te houden met de specifieke kenmerken van de sectoren of van de werken en de verwachte exploitatieperioden, waardoor wordt voorzien in termijnen voor het intrekkingsrecht.

 

2.   Het in lid 1 bedoelde intrekkingsrecht kan slechts worden uitgeoefend na een redelijke termijn na de conclusie van de licentie- of overdrachtsovereenkomst en slechts na schriftelijke kennisgeving waarin een passende termijn wordt gesteld tegen wanneer de exploitatie van de in licentie gegeven of overgedragen rechten moet plaatsvinden. Na het verstrijken van deze termijn kan de auteur of de uitvoerende kunstenaar ervoor kiezen de exclusiviteit van de overeenkomst te beëindigen in plaats van de rechten in te trekken. Wanneer een werk of ander materiaal bijdragen van meerdere auteurs of uitvoerende kunstenaars bevat, wordt de uitoefening van het individuele intrekkingsrecht van deze auteurs of uitvoerende kunstenaars geregeld door het nationale recht, waarin de regels over het intrekkingsrecht voor collectieve werken worden vastgesteld rekening houdend met het relatieve belang van de afzonderlijke bijdragen.

 

3.  De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing indien de niet-uitoefening van de rechten voornamelijk te wijten is aan omstandigheden die de auteur of de uitvoerend kunstenaar redelijkerwijs kunnen oplossen.

 

4.  Contractuele of andere regelingen die afwijken van het intrekkingsrecht zijn slechts rechtmatig indien zij worden gesloten door middel van een overeenkomst die gebaseerd is op een collectieve arbeidsovereenkomst.

Amendement     85

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 17 bis

 

De lidstaten kunnen bredere bepalingen aannemen of van kracht houden die verenigbaar zijn met de uitzonderingen en beperkingen in de bestaande Uniewetgeving voor gebruik dat onder de uitzonderingen of beperkingen van deze richtlijn valt.

Amendement     86

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De bepalingen van artikel 11 gelden eveneens voor perspublicaties die vóór [de in artikel 21, lid 1, genoemde datum] zijn gepubliceerd.

Schrappen

(1)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.

(2)

Nog niet in het Publicatieblad verschenen.


ADVIES van de Commissie interne markt en consumentenbescherming (14.6.2017)

aan de Commissie juridische zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt

(COM(2016)0593 – C8-0383/2016 – 2016/0280(COD))

Rapporteur voor advies (*): Catherine Stihler

(*)  Procedure met medeverantwoordelijke commissies – Artikel 54 van het Reglement

BEKNOPTE MOTIVERING

Hoewel de afgelopen jaren verschillende richtlijnen in het bestaande EU-rechtskader op het gebied van auteursrechten aan een betere werking van de interne markt hebben bijgedragen en innovatie, creativiteit, investering en de productie van nieuwe inhoud hebben gestimuleerd, hebben de "digitale revolutie" en de snelle technologische ontwikkelingen die zijn ontstaan enorme uitdagingen op dit gebied teweeggebracht.

Continue marktontwikkelingen hebben in sommige gevallen tot radicale veranderingen geleid in de manier waarop verschillende auteursrechtelijk beschermde werken worden gecreëerd, geproduceerd, verspreid en geëxploiteerd. Door de oprichting van nieuwe bedrijfsmodellen en toenemende eisen is het noodzakelijk geworden passende maatregelen te nemen om het huidige auteursrechtenkader aan deze uitdagingen aan te passen, door het toekomstbestendig te maken en op de nieuwe realiteit van de markt en de behoeften van de burgers af te stemmen.

In dit verband verwelkomt de rapporteur het voorstel van de Europese Commissie voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt, waarmee wordt beoogd nieuwe regels in te voeren om aan deze behoeften te voldoen, zoals de vaststelling van een aantal uitzonderingen en beperkingen in digitale en grensoverschrijdende omgevingen, de vereenvoudiging van licentiepraktijken, bredere toegang tot inhoud voor consumenten en betere transparantie in contracten van auteurs en uitvoerende kunstenaars en hun vergoeding.

De rapporteur is echter van mening dat de tekst van het voorstel in een aantal opzichten kan worden verbeterd en in andere opzichten met specifiekere of ambitieuzere suggesties kan worden aangevuld. Daarom stelt zij met haar ontwerpadvies een aantal doelgerichte amendementen voor in een poging de door de Commissie voorgestelde tekst te verbeteren, te verduidelijken en te verbreden.

Uitzonderingen en beperkingen op het gebied van onderzoek, onderwijs en behoud van cultureel erfgoed

De rapporteur is verheugd over het voornemen van de Commissie om nieuwe uitdagingen op dit gebied aan te pakken, maar is van mening dat een ambitieuzere aanpak had moeten worden gekozen. Met name wat betreft de in artikel 3 van de richtlijn vastgestelde uitzondering voor tekst- en datamining, is de rapporteur van mening dat het beperken van de voorgestelde uitzondering op EU-niveau tot een enge definitie van onderzoeksorganisaties averechts zal werken, en daarom stelt zij een eenvoudige regel voor die geen onderscheid maakt tussen gebruikers of doeleinden en een strikt beperkt en transparant gebruik van technologische beschermingsmaatregelen garandeert waar noodzakelijk.

Ook wat betreft het gebruik van werken en andere materialen in onderwijsactiviteiten (artikel 4), is de rapporteur van mening dat de uitzondering niet alleen ten goede moet komen aan onderwijsinstellingen in het lager, middelbaar, beroeps- en hoger onderwijs, maar ook aan andere organisaties als bibliotheken en andere instellingen voor cultureel erfgoed die niet-formeel of informeel onderwijs aanbieden. De rapporteur is van mening dat één enkele en verplichte uitzondering voor alle onderwijstypen, zowel digitaal als niet digitaal en zowel formeel als informeel, de beste oplossing is.

Ten aanzien van de in artikel 5 opgenomen uitzondering voor het behoud van het cultureel erfgoed, stelt de rapporteur een ambitieuze verruiming van het toepassingsgebied van dit artikel voor door meerdere nieuwe elementen te introduceren. Het ontwerpadvies bevat ten eerste een wijziging van de uitzondering om instellingen voor cultureel erfgoed en onderwijsinstellingen toe te staan werken en andere materialen die permanent deel uitmaken van hun collecties, te reproduceren om hun taak van openbaar belang met betrekking tot behoud, onderzoek, onderwijs en cultuur te kunnen uitvoeren.

Voorts worden drie nieuwe uitzonderingen voorgesteld met het doel om de ontwikkeling van de Europese onderzoeksruimte te bevorderen en wetenschappelijk onderzoek en het gebruik van en de toegang tot kennis en cultureel erfgoed aan te moedigen. Met dit doel voor ogen wordt bovendien voorzien in een nieuwe uitzondering voor levering van documenten door instellingen voor cultureel erfgoed of onderwijsinstellingen en een andere uitzondering voor toegang met het oog op onderzoek of privéstudie in de gebouwen van instellingen voor cultureel erfgoed of onderwijsinstellingen. Verder wordt een uitzondering voor de openbare uitlening van literaire werken ingevoerd met het doel om ervoor te zorgen dat alle burgers van de Europese Unie toegang hebben tot een volledige selectie boeken en andere bronnen.

Werken die niet meer in de handel zijn

De rapporteur stelt een uitzondering binnen artikel 7 voor die instellingen voor cultureel erfgoed de mogelijkheid biedt werken of andere materialen die niet meer in de handel zijn en die permanent deel uitmaken van de collectie van de instelling voor niet-commerciële doeleinden te verspreiden, aan het publiek mee te delen of beschikbaar te stellen, terdege rekening houdend met vergoedingsregelingen voor schadevergoeding in gevallen waarin de legitieme belangen van de rechthebbenden onredelijk worden geschaad. Scheppende kunstenaars en rechthebbenden moeten in alle gevallen het recht hebben tegen deze terbeschikkingstelling bezwaar te maken en te eisen dat hun werken van het internet worden verwijderd.

Bescherming van perspublicaties met betrekking tot digitale toepassingen

De rapporteur is van mening dat de toekenning van rechten aan uitgevers van perspublicaties ingevolge artikel 11 onvoldoende gerechtvaardigd is. Weliswaar kunnen uitgevers met uitdagingen te maken hebben wanneer zij in licentie gegeven auteursrechten gebruiken, maar deze kwestie moet via een handhavingsregeling worden aangepakt. Door eenvoudige wijzigingen aan te brengen in artikel 5 van Richtlijn 2004/48/EG opdat het ook van toepassing is op persuitgevers, kunnen de noodzakelijke en geschikte middelen worden aangereikt om deze kwestie op te lossen. De rapporteur is van mening dat het niet nodig is een nieuw recht toe te kennen, aangezien uitgevers het volledige recht hebben om op elk moment met eenvoudige technische middelen het ecosysteem te verlaten. De rapporteur is ook bezorgd over het mogelijke effect van de toekenning van dit nieuwe recht op de markt, aangezien het zeer waarschijnlijk is dat de toevoeging van dit recht de complexiteit bij licentieovereenkomsten zal verhogen. Er is bovendien niet voorzien in een garantie dat een eventuele verhoging van de vergoeding voor de uitgevers naar de auteurs doorstroomt. Er zijn potentieel doeltreffendere manieren voor de bevordering van hoogwaardige journalistiek en uitgeverij denkbaar die gebruikmaken van fiscale prikkels in plaats van een aanvullende laag auteursrechtwetgeving toe te voegen.

Bepaalde vormen van gebruik van beschermde inhoud door onlinediensten

Wat betreft artikel 13 (en de daarmee verband houdende overwegingen 37, 38 en 39), is de rapporteur van mening dat de huidige formulering onverenigbaar is met het kader van beperkte aansprakelijkheid zoals vastgesteld in Richtlijn 2000/31/EG (richtlijn inzake elektronische handel), een stuk wetgeving dat uiterst waardevol is gebleken voor de interne markt in de digitale sfeer. De rapporteur staat geheel achter het idee dat de waardekloof moet worden aangepakt en benadrukt dat scheppende kunstenaars en rechthebbenden voor de exploitatie van hun werken een eerlijke en evenwichtige vergoeding moeten ontvangen van aanbieders van onlinediensten. Dit moet echter bereikt worden zonder negatieve gevolgen voor de digitale economie of internetvrijheden van consumenten. Met de huidige formulering van artikel 13 is dit niet mogelijk. In het artikel zijn strenge eisen vervat die een belemmering kunnen vormen voor nieuwe en opkomende bedrijven die de markt willen betreden. Het is bovendien in technologisch opzicht specifiek van aard en de markt kan reageren door eenvoudigweg de technische processen te veranderen of nieuwe bedrijfsmodellen te ontwerpen die deze categoriseringswijze omzeilen. Het gebruik van filters kan de belangen van de gebruikers schaden, aangezien veel legitieme gebruiksvormen van auteursrechtelijk beschermde inhoud niet door de onvoldoende geavanceerde filtertechnologieën kunnen worden beheerd.

AMENDEMENTEN

De Commissie interne markt en consumentenbescherming verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)  De richtlijnen die op het gebied van auteursrechten en naburige rechten zijn vastgesteld, voorzien in een hoge mate van bescherming voor rechthebbenden en creëren daarmee een kader waarbinnen de exploitatie van werken en ander beschermd materiaal kan plaatsvinden. Dit geharmoniseerde rechtskader draagt bij tot de goede werking van de interne markt; het stimuleert innovatie, creativiteit, investeringen en aanmaak van nieuwe inhoud, ook in de digitale omgeving. De bescherming die dit rechtskader verleent, draagt ook bij tot de doelstelling van de Unie om de culturele verscheidenheid te eerbiedigen en te bevorderen en brengt tegelijkertijd het gemeenschappelijke culturele erfgoed van Europa voor het voetlicht. Artikel 167, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie schrijft voor dat de Unie bij haar optreden rekening houdt met de culturele aspecten.

(2)  De richtlijnen die op het gebied van auteursrechten en naburige rechten zijn vastgesteld, voorzien in een hoge mate van bescherming voor rechthebbenden en creëren daarmee een kader waarbinnen de exploitatie van werken en ander beschermd materiaal kan plaatsvinden. Dit geharmoniseerde rechtskader draagt bij tot de goede werking van de werkelijk geïntegreerde interne markt; het stimuleert innovatie, creativiteit, investeringen en aanmaak van nieuwe inhoud, ook in de digitale omgeving. De bescherming die dit rechtskader verleent, draagt ook bij tot de doelstelling van de Unie om de culturele verscheidenheid te eerbiedigen en te bevorderen en brengt tegelijkertijd het gemeenschappelijke culturele erfgoed van Europa voor het voetlicht. Artikel 167, lid 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie schrijft voor dat de Unie bij haar optreden rekening houdt met de culturele aspecten.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Door snelle digitale ontwikkelingen blijven zich veranderingen doorzetten in de manier waarop werken en ander beschermd materiaal tot stand komen, geproduceerd, verspreid en geëxploiteerd worden. Steeds nieuwe bedrijfsmodellen en nieuwe actoren dienen zich aan. De doelstellingen en de beginselen van het door de Unie vastgestelde kader voor auteursrechten blijven gezond. Toch blijft er zowel voor rechthebbenden als voor gebruikers juridische onzekerheid bestaan met betrekking tot bepaalde toepassingen, waaronder grensoverschrijdende toepassingen, van werken en ander beschermd materiaal in de digitale omgeving. Zoals beschreven in de mededeling van de Commissie "Naar een modern, meer Europees kader voor auteursrechten"26, moeten op sommige gebieden aanpassingen en aanvullingen worden aangebracht in het huidige kader voor auteursrechten van de Unie. Deze richtlijn voorziet in regels voor de aanpassing van een aantal uitzonderingen en beperkingen in de digitale en grensoverschrijdende omgeving, alsook maatregelen om bepaalde licentiepraktijken te bevorderen wat betreft de verspreiding van werken die niet meer in de handel zijn, en de onlinebeschikbaarheid van audiovisuele werken op video-on-demandplatforms om een ruimere toegang tot inhoud te garanderen. Met het oog op een goede werking van de markt voor auteursrechten moeten er ook voorschriften komen over rechten in publicaties, over het gebruik van werken en ander beschermd materiaal door aanbieders van onlinediensten die door gebruikers geüploade inhoud opslaan en toegang daartoe verlenen, en over transparantie in contracten van auteurs en uitvoerende kunstenaars.

(3)  Door snelle digitale ontwikkelingen blijven zich veranderingen doorzetten in de manier waarop werken en ander beschermd materiaal tot stand komen, geproduceerd, verspreid en geëxploiteerd worden, en de desbetreffende wetgeving moet toekomstbestendig zijn om de technische ontwikkeling niet te belemmeren. Steeds nieuwe bedrijfsmodellen en nieuwe actoren dienen zich aan. De doelstellingen en de beginselen van het door de Unie vastgestelde kader voor auteursrechten blijven gezond. Toch blijft er zowel voor rechthebbenden als voor gebruikers juridische onzekerheid bestaan met betrekking tot bepaalde toepassingen, waaronder grensoverschrijdende toepassingen, van werken en ander beschermd materiaal in de digitale omgeving. Zoals beschreven in de mededeling van de Commissie "Naar een modern, meer Europees kader voor auteursrechten"26, moeten op sommige gebieden aanpassingen en aanvullingen worden aangebracht in het huidige kader voor auteursrechten van de Unie. Deze richtlijn voorziet in regels voor de aanpassing van een aantal uitzonderingen en beperkingen in de digitale en grensoverschrijdende omgeving, alsook maatregelen om bepaalde licentiepraktijken te bevorderen wat betreft de verspreiding van werken die niet meer in de handel zijn, en de onlinebeschikbaarheid van audiovisuele werken op video-on-demandplatforms om een ruimere toegang tot inhoud te garanderen. Met het oog op een goede en eerlijke werking van de markt voor auteursrechten moeten er ook voorschriften komen over het gebruik van werken en ander beschermd materiaal via aanbieders van onlinediensten, over transparantie in contracten van auteurs en uitvoerende kunstenaars, en over de boekhouding die voortvloeit uit de exploitatie van beschermde werken uit hoofde van deze contracten.

__________________

__________________

26 COM(2015) 626 final.

26 COM(2015) 626 final.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  Deze richtlijn is gebaseerd op en vormt een aanvulling op de regels van de thans van kracht zijnde richtlijnen op dit gebied, met name Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad27, Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad28, Richtlijn 2006/115/EG van het Europees Parlement en de Raad29, Richtlijn 2009/24/EG van het Europees Parlement en de Raad30, Richtlijn 2012/28/EU van het Europees Parlement en de Raad31 en Richtlijn 2014/26/EU van het Europees Parlement en de Raad32.

(4)  Deze richtlijn is gebaseerd op en vormt een aanvulling op de regels van de thans van kracht zijnde richtlijnen op dit gebied, met name Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad27, Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad27 bis, Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad28, Richtlijn 2006/115/EG van het Europees Parlement en de Raad29, Richtlijn 2009/24/EG van het Europees Parlement en de Raad30, Richtlijn 2012/28/EU van het Europees Parlement en de Raad31 en Richtlijn 2014/26/EU van het Europees Parlement en de Raad32.

_________________

_________________

27 Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (PB L 77 van 27.3.1996, blz. 20).

27 Richtlijn 96/9/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (PB L 77 van 27.3.1996, blz. 20).

 

27 bis Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt ("Richtlijn inzake elektronische handel") (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1).

28 Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PB L 167 van 22.6.2001, blz. 10).

28 Richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij (PB L 167 van 22.6.2001, blz. 10).

29 Richtlijn 2006/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 28).

29 Richtlijn 2006/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende het verhuurrecht, het uitleenrecht en bepaalde naburige rechten op het gebied van intellectuele eigendom (PB L 376 van 27.12.2006, blz. 28).

30 Richtlijn 2009/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's (PB L 111 van 5.5.2009, blz. 16).

30 Richtlijn 2009/24/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 betreffende de rechtsbescherming van computerprogramma's (PB L 111 van 5.5.2009, blz. 16).

31 Richtlijn 2012/28/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 inzake bepaalde toegestane gebruikswijzen van verweesde werken (PB L 299 van 27.10.2012, blz. 5).

31 Richtlijn 2012/28/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 inzake bepaalde toegestane gebruikswijzen van verweesde werken (PB L 299 van 27.10.2012, blz. 5).

32 Richtlijn 2014/26/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten en de multiterritoriale licentieverlening van rechten inzake muziekwerken voor het online gebruik ervan op de interne markt (PB L 84 van 20.3.2014, blz. 72).

32 Richtlijn 2014/26/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het collectieve beheer van auteursrechten en naburige rechten en de multiterritoriale licentieverlening van rechten inzake muziekwerken voor het online gebruik ervan op de interne markt (PB L 84 van 20.3.2014, blz. 72).

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 6

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(6)  De bij deze verordening ingestelde uitzonderingen en beperkingen beogen een billijk evenwicht te bewerkstelligen tussen de rechten en belangen van auteurs en andere rechthebbenden enerzijds, en die van gebruikers anderzijds. Zij kunnen alleen in bepaalde bijzondere gevallen worden toegepast, mits daarmee geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van de werken of andere beschermde materialen en de wettige belangen van de rechthebbenden niet onredelijk worden geschaad.

(6)  De bij deze verordening ingestelde uitzonderingen en beperkingen beogen een billijk evenwicht te bewerkstelligen tussen de rechten en belangen van auteurs en andere rechthebbenden enerzijds, en die van gebruikers anderzijds. Zij kunnen alleen in bepaalde bijzondere gevallen worden toegepast, mits daarmee geen afbreuk wordt gedaan aan de normale exploitatie van de werken of andere beschermde materialen en de wettige belangen van de rechthebbenden niet onredelijk worden geschaad. Zij hebben met name betrekking op de toegang tot onderwijs, kennis en cultureel erfgoed en dienen derhalve het algemeen belang.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Nieuwe technologieën maken geautomatiseerde computeranalyse van informatie in digitale vorm, zoals tekst, geluid, beeld en gegevens, die algemeen bekend is als tekst- en datamining, mogelijk. Dankzij deze technologieën kunnen onderzoekers grote hoeveelheden informatie verwerken en zodoende nieuwe kennis verwerven en nieuwe tendensen ontdekken. Hoewel technologieën voor tekst- en datamining een grote rol spelen in de digitale economie, wordt in brede kring erkend dat tekst- en datamining in het bijzonder gunstig kan zijn voor de onderzoeksgemeenschap en op die wijze innovatie kan aanmoedigen. Onderzoeksorganisaties zoals universiteiten en onderzoeksinstituten worden in de Unie echter geconfronteerd met rechtsonzekerheid over de mate waarin zij tekst- en datamining van inhoud kunnen verrichten. In bepaalde gevallen kan tekst- en datamining handelingen inhouden die onder het auteursrecht en/of het sui generis databankenrecht vallen, met name wanneer sprake is van reproductie van werken of andere beschermde materialen en/of opvraging van inhoud uit een databank. Indien er geen uitzondering of beperking van toepassing is, zou een toestemming van de rechthebbenden vereist zijn om dergelijke handelingen te verrichten. Tekst- en datamining kan ook verricht worden met betrekking tot zuivere feiten of gegevens die niet auteursrechtelijk zijn beschermd en in dergelijke gevallen zou geen toestemming vereist zijn.

(8)  Nieuwe technologieën maken geautomatiseerde computeranalyse van informatie in digitale vorm, zoals tekst, geluid, beeld en alle andere soorten gegevens, die algemeen bekend is als tekst- en datamining, mogelijk. Dankzij deze technologieën kunnen grote hoeveelheden digitaal opgeslagen informatie worden verwerkt om nieuwe kennis te verwerven en nieuwe tendensen te ontdekken. Technologieën voor tekst- en datamining spelen een grote rol in de digitale economie en het lijdt geen twijfel dat tekst- en datamining met name de onderzoeksgemeenschap grote voordelen kan bieden en een bijdrage kan leveren aan innovatie. Overheidsinstanties, particuliere instanties en personen die wettige toegang hebben tot inhoud, worden in de Unie echter geconfronteerd met rechtsonzekerheid over de mate waarin zij tekst- en datamining van inhoud kunnen verrichten. In bepaalde gevallen kan tekst- en datamining handelingen inhouden die onder het auteursrecht en/of het sui generis databankenrecht vallen, met name wanneer sprake is van reproductie van werken of andere beschermde materialen en/of opvraging van inhoud uit een databank. Indien er geen uitzondering of beperking van toepassing is, zou een toestemming van de rechthebbenden vereist zijn om dergelijke handelingen te verrichten. Er zou geen toestemming vereist zijn in gevallen waarin tekst- of datamining wordt verricht met betrekking tot zuivere feiten of gegevens die niet auteursrechtelijk zijn beschermd. Het recht op lezen is feitelijk hetzelfde als het recht op mining.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  De EU-wetgeving bepaalt reeds een aantal uitzonderingen en beperkingen voor toepassingen in wetenschappelijk onderzoek die in het geval van handelingen van tekst- en datamining kunnen worden ingeroepen. Deze uitzonderingen en beperkingen zijn echter facultatief en niet volledig afgestemd op het gebruik van technologieën in het kader van wetenschappelijk onderzoek. Wanneer onderzoekers wettige toegang tot inhoud verkrijgen, bijvoorbeeld door middel van abonnementen op tijdschriften of licenties voor open toegang, is het verder mogelijk dat de voorwaarden van de licentie tekst- en datamining uitsluiten. Aangezien onderzoek steeds meer wordt verricht met assistentie van digitale technologie, bestaat het gevaar dat de Unie als onderzoekruimte in haar concurrentiepositie wordt aangetast tenzij maatregelen worden genomen om het gebrek aan rechtszekerheid voor tekst- en datamining aan te pakken.

(9)  De EU-wetgeving voorziet reeds in een aantal uitzonderingen en beperkingen voor toepassingen met het oog op wetenschappelijk onderzoek, die van toepassing kunnen zijn op tekst- en datamining. Deze uitzonderingen en beperkingen zijn echter facultatief en niet volledig afgestemd op het gebruik van technologieën voor tekst- en datamining die ook ver buiten het gebied van wetenschappelijk onderzoek relevant zijn. Wanneer rechtmatig toegang tot inhoud is verkregen, bijvoorbeeld door middel van abonnementen op tijdschriften of licenties voor open toegang, is het verder mogelijk dat de voorwaarden van de licentie tekst- en datamining uitsluiten. Aangezien onderzoek steeds meer wordt verricht met assistentie van digitale technologie, bestaat het gevaar dat de Unie als onderzoekruimte in haar concurrentiepositie wordt aangetast en de actiepunten van de Europese agenda voor open wetenschap onder druk komen te staan, tenzij maatregelen worden genomen om het gebrek aan rechtszekerheid met betrekking tot tekst- en datamining voor alle potentiële gebruikers aan te pakken. Het recht van de Unie moet erkennen dat tekst- en datamining steeds meer wordt gebruikt door andere dan officiële onderzoeksinstanties en voor andere doelen dan wetenschappelijk onderzoek, maar in die gevallen toch bijdraagt aan innovatie, overdracht van technologie en het openbaar belang.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Dit gebrek aan rechtszekerheid moet worden aangepakt door te voorzien in een verplichte uitzondering op het reproductierecht alsmede in het recht om opvraging uit een databank te verhinderen. De nieuwe uitzondering mag geen afbreuk doen aan de bestaande dwingende uitzondering voor tijdelijke reproductiehandelingen als vastgesteld in artikel 5, lid 1, van Richtlijn 2001/29, die van toepassing moet blijven voor tekst- en dataminingtechnieken waarin geen kopieën worden gemaakt die verder gaan dan de toepassingssfeer van deze uitzondering. Onderzoeksorganisaties moeten ook van de uitzondering kunnen gebruikmaken in het geval van publiek-private partnerschappen.

(10)  Dit gebrek aan rechtszekerheid moet worden aangepakt door te voorzien in een verplichte uitzondering op het reproductierecht en op het recht om opvraging uit een databank te verhinderen. Een aanvullende verplichte uitzondering zou onderzoeksorganisaties toegang moeten bieden tot informatie in een format dat tekst- en datamining mogelijk maakt. Onderzoeksorganisaties moeten ook van de uitzondering kunnen gebruikmaken in het geval van publiek-private partnerschappen, voor zover zij hun winst opnieuw in onderzoek investeren. De nieuwe uitzonderingen mogen geen afbreuk doen aan de bestaande dwingende uitzondering voor tijdelijke reproductiehandelingen als vastgesteld in artikel 5, lid 1, van Richtlijn 2001/29, die van toepassing moet blijven voor tekst- en dataminingtechnieken waarin geen kopieën worden gemaakt die verder gaan dan de toepassingssfeer van deze uitzondering.

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Onderzoeksinstellingen in de gehele Unie bestaan uit een ruim gamma van diensten die in de eerste plaats tot doel hebben wetenschappelijk onderzoek te verrichten of samen met het onderzoek onderwijsdiensten aan te bieden. Vanwege de diversiteit van dergelijke diensten is het belangrijk een gemeenschappelijke afspraak te maken over de begunstigden van de afwijking. Ondanks de verschillen in rechtsvormen en structuren is het gemeenschappelijke kenmerk van de onderzoeksorganisaties in de lidstaten over het algemeen dat zij handelen zonder winstoogmerk of in het kader van een door de staat erkende taak van openbaar belang. Een dergelijke taak van openbaar belang kan bijvoorbeeld blijken uit de publieke financiering of uit de regelingen die daarvoor getroffen zijn in nationale wetgeving of overheidsopdrachten. Tegelijkertijd mogen organisaties waarop commerciële ondernemingen een beslissende invloed uitoefenen en derhalve controle kunnen uitoefenen vanwege structurele situaties zoals de hoedanigheid van aandeelhouder of vennoot, die aanleiding kunnen geven tot bevoorrechte toegang tot de resultaten van het onderzoek, niet worden beschouwd als onderzoeksorganisaties in de zin van deze richtlijn.

(11)  Onderzoeksinstellingen in de gehele Unie bestaan uit een ruim gamma van diensten die onderzoek uitvoeren, met inbegrip van de publieke sector en instellingen voor cultureel erfgoed, die in de eerste plaats tot doel hebben wetenschappelijk onderzoek te verrichten of samen met het onderzoek onderwijsdiensten aan te bieden. Vanwege de diversiteit van dergelijke diensten is het belangrijk een gemeenschappelijke afspraak te maken over de begunstigden van de afwijking. Ondanks de verschillen in rechtsvormen en structuren is het gemeenschappelijke kenmerk van de onderzoeksorganisaties in de lidstaten over het algemeen dat zij handelen zonder winstoogmerk of in het kader van een door de staat erkende taak van openbaar belang. Een dergelijke taak van openbaar belang kan bijvoorbeeld blijken uit de publieke financiering of uit de regelingen die daarvoor getroffen zijn in nationale wetgeving of overheidsopdrachten. Tegelijkertijd mogen organisaties waarop commerciële ondernemingen een beslissende invloed uitoefenen en derhalve controle kunnen uitoefenen vanwege structurele situaties zoals de hoedanigheid van aandeelhouder of vennoot, die aanleiding kunnen geven tot bevoorrechte toegang tot de resultaten van het onderzoek, niet worden beschouwd als onderzoeksorganisaties in de zin van deze richtlijn.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Aangezien het aantal verzoeken om toegang en de hoeveelheid downloads van hun werken of andere beschermde materialen zeer hoog kan zijn, moeten rechthebbenden de mogelijkheid krijgen om maatregelen te nemen wanneer het risico bestaat op aantasting van de veiligheid en integriteit van het systeem of van de gegevensbanken waar de hosting van de werken of andere materialen plaatsvindt. Deze maatregelen mogen niet verder gaan dan wat noodzakelijk om de doelstelling, namelijk de veiligheid en de integriteit van het systeem, te verwezenlijken en mogen de daadwerkelijke toepassing van de uitzondering niet in de weg staan.

(12)  Aangezien het aantal verzoeken om toegang en de hoeveelheid downloads van hun werken of andere beschermde materialen zeer hoog kan zijn, moeten rechthebbenden de mogelijkheid krijgen om maatregelen te nemen wanneer het risico bestaat op aantasting van de veiligheid van het systeem of van de gegevensbanken waar de hosting van de werken of andere materialen plaatsvindt. Deze maatregelen mogen niet verder gaan dan wat noodzakelijk, evenredig en doeltreffend is om de doelstelling, namelijk de veiligheid van het systeem, te verwezenlijken en mogen de daadwerkelijke toepassing van de uitzondering niet in de weg staan noch de reproduceerbaarheid van zoekresultaten verhinderen.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(13 bis)  Het proces van tekst- en datamining omvat het op grote schaal downloaden van beschermde werken en andere materialen. Het opslaan van inhoud en het maken van kopieën van inhoud dient daarom beperkt te blijven tot hetgeen noodzakelijk is om resultaten te verifiëren. Alle opgeslagen kopieën dienen na een redelijke termijn te worden verwijderd om te voorkomen dat ze voor andere doeleinden worden gebruikt die niet onder de uitzondering vallen.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Artikel 5, lid 3, onder a), van Richtlijn 2001/29/EG staat de lidstaten toe om beperkingen of restricties te stellen op de rechten inzake reproductie, mededeling aan het publiek en beschikbaarstelling voor het publiek wanneer deze rechten uitsluitend dienen, onder meer, voor toelichting bij het onderwijs. Voorts staan artikel 6, lid 2, onder b), en artikel 9, onder b), van Richtlijn 96/9/EG het gebruik van een gegevensbank en de opvraging of het hergebruik van een substantieel deel van de inhoud daarvan toe ter illustratie bij onderwijs. Wat het toepassingsgebied betreft, is het onduidelijk of deze uitzonderingen of beperkingen ook gelden voor digitale toepassingen. Bovendien is het onduidelijk of deze uitzonderingen of beperkingen zouden gelden wanneer het onderwijs online en dus op afstand wordt gegeven. Voorts voorziet het bestaande kader niet in een grensoverschrijdend effect. Deze situatie kan een belemmering vormen voor de ontwikkeling van digitaal ondersteund onderwijs en afstandsonderwijs. Derhalve is de invoering van een nieuwe dwingende uitzondering of beperking noodzakelijk om te zorgen voor volledige rechtszekerheid wanneer onderwijsinstellingen werken of ander materialen gebruiken in digitale onderwijsactiviteiten, ook online en over de grenzen heen.

(14)  Artikel 5, lid 3, onder a), van Richtlijn 2001/29/EG staat de lidstaten toe om beperkingen of restricties te stellen op de rechten inzake reproductie, mededeling aan het publiek en beschikbaarstelling voor het publiek wanneer deze rechten uitsluitend dienen, onder meer, voor toelichting bij het onderwijs. Voorts staan artikel 6, lid 2, onder b), en artikel 9, onder b), van Richtlijn 96/9/EG het gebruik van een gegevensbank en de opvraging of het hergebruik van een substantieel deel van de inhoud daarvan toe ter illustratie bij onderwijs. Bovendien is het onduidelijk of deze uitzonderingen of beperkingen zouden gelden wanneer het onderwijs online en dus op afstand wordt gegeven. Voorts voorziet het bestaande kader niet in een grensoverschrijdend effect. Deze situatie kan een belemmering vormen voor de ontwikkeling van digitaal ondersteund onderwijs en afstandsonderwijs. Derhalve is de invoering van een nieuwe dwingende uitzondering of beperking noodzakelijk om te zorgen voor volledige rechtszekerheid wanneer werken of ander materialen worden gebruikt in alle onderwijsactiviteiten, ook online en over de grenzen heen.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Hoewel de ontwikkeling van afstandsonderwijs en grensoverschrijdende onderwijsprogramma's hoofdzakelijk op het niveau van hoger onderwijs plaatsvindt, worden digitale instrumenten en middelen in toenemende mate gebruikt op alle onderwijsniveaus, met name om de leerervaring te verbeteren en te verrijken. De uitzondering of beperking als bedoeld in deze richtlijn moet bijgevolg ten goede komen aan alle onderwijsinstellingen in het lager, middelbaar, beroeps- en hoger onderwijs voor zover zij hun onderwijsactiviteiten met niet-commerciële doeleinden verrichten. De organisatiestructuur en de financiering van een onderwijsinstelling zijn niet van doorslaggevend belang om de niet-commerciële aard van de activiteit te bepalen.

(15)  Hoewel de ontwikkeling van afstandsonderwijs, e-learning en grensoverschrijdende onderwijsprogramma's hoofdzakelijk op het niveau van hoger onderwijs plaatsvindt, worden digitale instrumenten en middelen in toenemende mate gebruikt op alle onderwijsniveaus, met name om de leerervaring te verbeteren en te verrijken. De uitzondering of beperking als bedoeld in deze richtlijn moet bijgevolg ten goede komen aan alle onderwijsactiviteiten en -instellingen, waaronder die met betrekking tot het lager, middelbaar, beroeps- en hoger onderwijs, alsmede organisaties die betrokken zijn bij onderwijsactiviteiten, ook in het kader van door een lidstaat erkend niet-formeel of informeel onderwijs, voor zover zij hun onderwijsactiviteiten met niet-commerciële doeleinden verrichten. Overeenkomstig de conclusies van de Raad van 12 mei 2009 betreffende een strategisch kader voor Europese samenwerking op het gebied van onderwijs en opleiding (ET 2020) moet de bijdrage van informeel en niet-formeel onderwijs naast formeel onderwijs worden erkend en ontwikkeld om de doelstellingen van de Unie te verwezenlijken. De organisatiestructuur en de financiering van een onderwijsinstelling zijn niet van doorslaggevend belang om de niet-commerciële aard van de activiteit te bepalen.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  De uitzondering of beperking moet betrekking hebben op digitaal gebruik van werken en andere materialen, zoals het gebruik van delen of uittreksels om de onderwijs- en de daaraan verbonden leeractiviteiten te ondersteunen, te verrijken of aan te vullen. Het gebruik van de werken of andere materialen overeenkomstig de uitzondering of beperking mag alleen plaatsvinden in het kader van onderwijs- en leeractiviteiten die onder de verantwoordelijkheid van onderwijsinstellingen vallen, ook tijdens examens, en dient beperkt te blijven tot hetgeen noodzakelijk is voor het doel van deze activiteiten. De uitzondering of beperking dient te gelden zowel voor toepassing in digitale leermiddelen in de klas als onlinegebruik via het beveiligde elektronische netwerk van onderwijsinstelling, en de toegang daartoe dient te worden beschermd, met name door authenticatieprocedures. De uitzondering of beperking wordt wat illustratie bij het onderwijs betreft ook geacht te gelden voor de speciale toegankelijkheidsbehoeften van personen met een beperking.

(16)  De uitzondering of beperking moet betrekking hebben op elk gebruik van werken en andere materialen, al dan niet digitaal, zoals het gebruik van delen of uittreksels om de onderwijs- en de daaraan verbonden leeractiviteiten te ondersteunen, te verrijken of aan te vullen. Onder het begrip "illustratie bij onderwijs" wordt gewoonlijk het gebruik van een werk verstaan om voorbeelden te geven en een cursus te ondersteunen of te verklaren. Het gebruik van de werken of andere materialen overeenkomstig de uitzondering of beperking mag alleen plaatsvinden in het kader van onderwijs- en leeractiviteiten, ook tijdens examens, en dient beperkt te blijven tot hetgeen noodzakelijk is voor het doel van deze activiteiten. De uitzondering of beperking dient te gelden voor zowel offlinegebruik, zoals gebruik in de klas of in organisaties als bibliotheken en andere instellingen voor cultureel erfgoed die betrokken zijn bij onderwijsactiviteiten, als onlinegebruik via het beveiligde elektronische netwerk van de onderwijsinstelling, en de toegang daartoe dient te worden beschermd, met name door authenticatieprocedures. De uitzondering of beperking wordt wat illustratie bij het onderwijs betreft ook geacht te gelden voor de speciale toegankelijkheidsbehoeften van personen met een beperking.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  In een aantal lidstaten bestaan, op basis van de toepassing van de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde uitzondering of van licentieovereenkomsten voor verder gebruik, verschillende regelingen om het educatief gebruik van werken en andere materialen te vergemakkelijken. Deze regelingen zijn doorgaans ontwikkeld rekening houdend met de behoeften van onderwijsinstellingen en verschillende onderwijsniveaus. Hoewel het van essentieel belang is het toepassingsgebied van de nieuwe dwingende uitzondering of beperking met betrekking tot digitale toepassingen en grensoverschrijdende onderwijsactiviteiten te harmoniseren, kunnen de toepassingsvoorwaarden verschillen naargelang van de lidstaat, voor zover deze geen belemmering vormen voor de effectieve toepassing van de uitzondering of beperking op grensoverschrijdende gevallen. Dit moet de lidstaten de mogelijkheid bieden om voort te bouwen op de bestaande regelingen op nationaal niveau. Met name kunnen de lidstaten besluiten de toepassing van de uitzondering of beperking geheel of gedeeltelijk afhankelijk te stellen van de beschikbaarheid van passende licenties, die voor ten minste dezelfde toepassingen gelden als die welke volgens de uitzondering zijn toegestaan. Met dit mechanisme zou het bijvoorbeeld mogelijk zijn voorrang te geven aan licenties voor materialen die in de eerste plaats bedoeld zijn voor de onderwijsmarkt. Om te voorkomen dat een dergelijk mechanisme leidt tot rechtsonzekerheid of administratieve lasten voor onderwijsinstellingen, moeten de lidstaten die voor deze aanpak kiezen, concrete maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat licentieregelingen voor digitale toepassingen van werken of andere materialen die bedoeld zijn voor illustratie bij onderwijs, vlot beschikbaar zijn en dat onderwijsinstellingen op de hoogte zijn van het bestaan van dergelijke licentieregelingen.

(17)  In een aantal lidstaten bestaan, op basis van de toepassing van de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde uitzondering of van verruimde collectieve licentieovereenkomsten, verschillende regelingen om het educatief gebruik van ten minste korte delen of uittreksels van werken en andere materialen te vergemakkelijken. Deze regelingen zijn doorgaans ontwikkeld rekening houdend met de beperkingen die zijn vastgelegd in de gesloten lijst van vrijwillige uitzonderingen op het niveau van de Unie, de behoeften van onderwijsinstellingen en verschillende onderwijsniveaus. Hoewel het van essentieel belang is het toepassingsgebied van de nieuwe dwingende uitzondering of beperking voor offline- en onlinegebruik en met name grensoverschrijdende onderwijsactiviteiten te harmoniseren, kunnen de toepassingsvoorwaarden verschillen naargelang van de lidstaat, voor zover deze geen belemmering vormen voor de effectieve toepassing van de uitzondering of beperking op grensoverschrijdende gevallen. Dit moet de lidstaten de mogelijkheid bieden om voort te bouwen op de bestaande regelingen op nationaal niveau. Met name kunnen de lidstaten besluiten de toepassing van de uitzondering of beperking geheel of gedeeltelijk afhankelijk te stellen van de beschikbaarheid van passende licenties, die voor ten minste dezelfde toepassingen gelden als die welke volgens de uitzondering zijn toegestaan. Alle andere vergoedingsmechanismen moeten beperkt blijven tot gevallen waarin een risico bestaat dat de legitieme belangen van de rechthebbenden onredelijk worden geschaad. In die gevallen moeten de lidstaten een vergoeding kunnen vragen voor de toepassingen in het kader van deze uitzondering. Met dit mechanisme zou het bijvoorbeeld mogelijk zijn voorrang te geven aan licenties voor materialen die in de eerste plaats bedoeld zijn voor de onderwijsmarkt. Om te voorkomen dat een dergelijk mechanisme leidt tot rechtsonzekerheid of administratieve lasten voor onderwijsinstellingen, moeten de lidstaten die voor deze aanpak kiezen, concrete maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat licentieregelingen voor digitale toepassingen van werken of andere materialen die bedoeld zijn voor illustratie bij onderwijs, vlot beschikbaar en betaalbaar zijn, en voor alle toepassingen gelden die volgens de uitzondering zijn toegestaan, en dat onderwijsinstellingen op de hoogte zijn van het bestaan van dergelijke licentieregelingen.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Een handeling die voor bewaringsdoeleinden wordt gesteld, kan de reproductie van werken of andere materialen in de collectie van een instelling voor cultureel erfgoed vereisen, en bijgevolg kan de toestemming van de betrokken rechthebbenden daarvoor nodig kan zijn. Instellingen voor cultureel erfgoed zijn bezig met het bewaren van hun collecties voor toekomstige generaties. Digitale technologieën bieden nieuwe mogelijkheden om het erfgoed te bewaren dat in deze collecties vervat ligt, maar brengen ook nieuwe uitdagingen mee. Om in te gaan op deze nieuwe uitdagingen moet het huidige rechtskader worden aangepast en moet worden voorzien in een dwingende uitzondering op het reproductierecht, zodat deze handelingen met bewaringsdoeleinden mogelijk worden.

(18)  Een handeling die voor bewaringsdoeleinden wordt gesteld, kan de reproductie van werken of andere materialen in de collectie van een instelling voor cultureel erfgoed vereisen, en bijgevolg kan de toestemming van de betrokken rechthebbenden daarvoor nodig zijn. Instellingen voor cultureel erfgoed zijn bezig met het behoud van cultureel erfgoed voor toekomstige generaties. Digitale technologieën bieden nieuwe mogelijkheden om het erfgoed te bewaren dat in de collecties van instellingen voor cultureel erfgoed vervat ligt, maar brengen ook nieuwe uitdagingen mee. Een van die uitdagingen is de systematische verzameling en bewaring van werken die niet zijn gepubliceerd via traditionele analoge middelen, maar die hun oorsprong vinden in een digitale vorm (zogenaamde oorspronkelijk digitale werken). Terwijl uitgevers in de lidstaten gewoonlijk verplicht zijn een referentie-exemplaar van elk gepubliceerd werk voor archiveringsdoeleinden te verschaffen aan bepaalde instellingen voor cultureel erfgoed, zijn dergelijke verplichtingen vaak niet van toepassing op oorspronkelijk digitale werken. Aangezien de auteurs of uitgevers van oorspronkelijk digitale werken geen referentie-exemplaren aanbieden, moeten instellingen voor cultureel erfgoed in staat zijn op eigen initiatief reproducties te maken van oorspronkelijk digitale werken wanneer die vrij toegankelijk zijn op het internet, teneinde deze aan hun permanente collecties toe te voegen. Instellingen voor cultureel erfgoed maken ook interne reproducties voor tal van verschillende doelen zoals verzekering, vereffening van rechten, en bruikleen. Om in te gaan op deze mogelijke nieuwe uitdagingen moet het huidige rechtskader worden aangepast en moet worden voorzien in een dwingende uitzondering op het reproductierecht.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Voor de toepassing van deze richtlijn worden werken en andere materialen geacht permanent deel uit te maken van de collectie van een instelling voor cultureel erfgoed wanneer kopieën eigendom zijn of permanent in het bezit zijn van de instelling voor cultureel erfgoed, bijvoorbeeld ten gevolge van een overdracht van eigendom of licentieovereenkomsten.

(21)  Voor de toepassing van deze richtlijn worden werken en andere materialen geacht permanent deel uit te maken van de collectie van een instelling voor cultureel erfgoed wanneer kopieën eigendom zijn of permanent in het bezit zijn van de instelling voor cultureel erfgoed of onderwijsinstelling of door deze instelling langdurig in bruikleen worden gehouden, bijvoorbeeld ten gevolge van een overdracht van eigendom of licentieovereenkomsten.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Een vrije en pluralistische pers is van essentieel belang voor de kwaliteit van de journalistiek en de toegang van burgers tot informatie. Zij levert een fundamentele bijdrage tot het publieke debat en de goede werking van een democratische samenleving. Bij de overgang van de drukpers naar de digitale media worden persuitgevers geconfronteerd met problemen om licenties te verlenen voor onlinegebruik van hun publicaties en daarbij hun investeringen terug te verdienen. Aangezien uitgevers van perspublicaties niet als rechthebbenden worden erkend, is het verlenen en het handhaven van licenties in de digitale omgeving vaak complex en inefficiënt.

(31)  Een vrije en pluralistische pers is van essentieel belang voor de kwaliteit van de journalistiek en de toegang van burgers tot informatie. Zij levert een fundamentele bijdrage tot het publieke debat en de goede werking van een democratische samenleving. Bij de overgang van de drukpers naar de digitale media worden persuitgevers, die fors hebben geïnvesteerd in de digitalisering van hun inhoud, nog steeds geconfronteerd met problemen om licenties te verlenen voor onlinegebruik van hun publicaties en daarbij hun investeringen terug te verdienen. Dit komt met name omdat sommige nieuwsaggregatoren en zoekmachines gebruikmaken van inhoud van persuitgevers zonder licentieovereenkomsten en zonder ze eerlijk te belonen. Digitale platforms zoals nieuwsaggregatoren en zoekmachines maken voor de ontwikkeling van hun activiteiten gebruik van de investeringen van persuitgevers in de creatie van inhoud zonder bij te dragen aan de ontwikkeling ervan. Dit vormt een ernstige bedreiging voor de werkgelegenheid en eerlijke beloning van journalisten en de toekomst van het pluralisme van de media. Aangezien uitgevers van perspublicaties niet als rechthebbenden worden erkend, is het verlenen en het handhaven van licenties in de digitale omgeving vaak complex en inefficiënt.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  De organisatorische en financiële bijdrage die uitgevers leveren in de aanmaak van publicaties van de pers, dient te worden erkend en verder aangemoedigd om de duurzaamheid van het uitgeversbedrijf te garanderen. Daarom moet op het niveau van de Unie een geharmoniseerde rechtsbescherming worden ingesteld met betrekking tot digitale toepassingen voor perspublicaties. Deze bescherming dient daadwerkelijk te worden gewaarborgd door de invoering in het Unierecht van naburige auteursrechten voor de reproductie en de beschikbaarstelling aan het publiek met betrekking tot digitale toepassingen voor perspublicaties.

(32)  De organisatorische en financiële bijdrage die uitgevers leveren in de aanmaak van publicaties van de pers, dient te worden erkend en verder aangemoedigd om de duurzaamheid van het uitgeversbedrijf te garanderen. Daarom moet op het niveau van de Unie een geharmoniseerde rechtsbescherming worden ingesteld met betrekking tot digitale toepassingen voor perspublicaties. Deze bescherming dient daadwerkelijk te worden gewaarborgd door de invoering in het Unierecht van naburige auteursrechten voor de reproductie en de beschikbaarstelling aan het publiek met betrekking tot drukwerk en digitale toepassingen voor perspublicaties.

Motivering

Aangezien uitgevers in zowel drukwerk als digitale vormen van publicaties investeren, moet hun recht deze realiteit weerspiegelen, hetgeen reeds het geval is met betrekking tot andere producenten van inhoud overeenkomstig de huidige Richtlijn 2001/29/EG.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  Voor de toepassing van deze richtlijn dient een definitie te worden vastgesteld van het begrip perspublicatie in die zin dat het alleen betrekking heeft op journalistieke publicaties, uitgegeven door een dienstenaanbieder, die in welke media dan ook periodiek of regelmatig worden bijgewerkt, met de bedoeling te informeren of te vermaken. Dergelijke publicaties omvatten bijvoorbeeld dag-, week- of maandbladen met een algemene of specifieke inhoud en websites voor nieuws. Periodieke publicaties die voor wetenschappelijk of academische doeleinden worden uitgegeven, zoals wetenschappelijke bladen, mogen niet vallen onder de bescherming die krachtens deze richtlijn aan perspublicaties wordt verleend. Deze bescherming strekt zich niet uit tot handelingen van hyperlinking die geen mededeling aan het publiek vormen.

(33)  Voor de toepassing van deze richtlijn dient een definitie te worden vastgesteld van het begrip perspublicatie in die zin dat het alleen betrekking heeft op journalistieke publicaties, uitgegeven door een dienstenaanbieder, die in welke media dan ook periodiek of regelmatig worden bijgewerkt, met de bedoeling te informeren of te vermaken. Dergelijke publicaties omvatten bijvoorbeeld dag-, week- of maandbladen met een algemene of specifieke inhoud en websites voor nieuws. Periodieke publicaties die voor wetenschappelijk of academische doeleinden worden uitgegeven, zoals wetenschappelijke bladen, mogen niet vallen onder de bescherming die krachtens deze richtlijn aan perspublicaties wordt verleend. Deze bescherming strekt zich niet uit tot handelingen van geautomatiseerde verwijzings- of indexeringssystemen zoals hyperlinking.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  De krachtens deze richtlijn aan uitgevers van perspublicaties verleende rechten dienen dezelfde strekking te hebben als de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten van reproductie en beschikbaarstelling aan het publiek, voor zover het om digitale toepassingen gaat. Zij moeten ook worden onderworpen aan dezelfde bepalingen inzake uitzonderingen en beperkingen als die welke gelden voor de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten, waaronder de uitzondering voor citaten ten behoeve van kritieken of recensies, als vastgesteld in artikel 5, lid 3, onder d), van die richtlijn.

(34)  De krachtens deze richtlijn aan uitgevers van perspublicaties verleende rechten dienen dezelfde strekking te hebben als de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten van reproductie en beschikbaarstelling aan het publiek en de in Richtlijn 2006/115/EG bedoelde rechten van verhuur, uitlening en distributie. Zij moeten ook worden onderworpen aan dezelfde bepalingen inzake uitzonderingen en beperkingen als die welke gelden voor de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten, waaronder de uitzondering voor citaten ten behoeve van kritieken of recensies, als vastgesteld in artikel 5, lid 3, onder d), van die richtlijn.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)  Uitgevers, waaronder uitgevers van perspublicaties, boeken of wetenschappelijke werken, ontplooien hun activiteiten vaak op basis van de overdracht van de rechten van auteurs krachtens contractuele overeenkomsten of wettelijke regelingen. In dit verband verrichten uitgevers een investering met het oog op de exploitatie van de in hun publicaties vervatte werken en kunnen zij in sommige gevallen van inkomsten verstoken blijven wanneer het gebruik van deze werken onder een uitzondering of beperking valt zoals in het geval van kopiëren voor privégebruik en reprografie. In een aantal lidstaten wordt de compensatie voor onder deze uitzonderingen vallende toepassingen gedeeld tussen auteurs en uitgevers. Om rekening te houden met deze situatie en om de rechtszekerheid voor alle betrokken partijen te verbeteren, moeten de lidstaten kunnen bepalen dat, wanneer een auteur zijn rechten heeft overgedragen of in licentie heeft gegeven aan een uitgever of met zijn werken op een andere wijze bijdraagt aan een publicatie, en wanneer er systemen bestaan om een compensatie te verlenen voor het door de uitzondering of beperking veroorzaakte nadeel, uitgevers aanspraak kunnen maken op een deel van deze compensatie, terwijl de lasten voor de uitgever om zijn aanspraak te staven niet verder mogen gaan dan hetgeen nodig is in het kader van het bestaande systeem.

(36)  Uitgevers, waaronder uitgevers van perspublicaties, boeken of wetenschappelijke werken, ontplooien hun activiteiten vaak op basis van de overdracht van de rechten van auteurs krachtens contractuele overeenkomsten of wettelijke regelingen. In dit verband verrichten uitgevers een investering met het oog op de exploitatie van de in hun publicaties vervatte werken en kunnen zij in sommige gevallen van inkomsten verstoken blijven wanneer het gebruik van deze werken onder een uitzondering of beperking valt zoals in het geval van kopiëren voor privégebruik en reprografie. In een aantal lidstaten wordt de compensatie voor onder deze uitzonderingen vallende toepassingen gedeeld tussen auteurs en uitgevers. Om rekening te houden met deze situatie en om de rechtszekerheid voor alle betrokken partijen te verbeteren, moeten de lidstaten bepalen dat, wanneer een auteur zijn rechten heeft overgedragen of in licentie heeft gegeven aan een uitgever of met zijn werken op een andere wijze bijdraagt aan een publicatie, en wanneer er systemen bestaan om een compensatie te verlenen voor het door de uitzondering of beperking veroorzaakte nadeel, uitgevers aanspraak kunnen maken op een deel van deze compensatie, terwijl de lasten voor de uitgever om zijn aanspraak te staven niet verder mogen gaan dan hetgeen nodig is in het kader van het bestaande systeem.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37)  De afgelopen jaren is de werking van de markt voor online-inhoud complexer geworden. Onlinediensten met toegang tot auteursrechtelijk beschermde inhoud die door gebruikers ervan is geüpload zonder dat de rechthebbenden hierbij betrokken zijn, floreren welig en vormen nu een belangrijke bron van toegang tot online-inhoud. Dit heeft invloed op de mogelijkheden voor rechthebbenden om te bepalen of, en onder welke voorwaarden, hun werken en andere materialen worden gebruikt, alsmede op hun kansen om hiervoor een passende vergoeding te verkrijgen.

(37)  Door de ontwikkeling van digitale technologieën zijn nieuwe bedrijfsmodellen opgekomen en is het internet een grotere rol gaan spelen als belangrijkste marktplaats voor de distributie van auteursrechtelijk beschermde inhoud. De jongste jaren floreren onlinediensten die gebruikers in staat stellen werken te uploaden en aan het publiek ter beschikking te stellen, en ze vormen nu een belangrijke bron van toegang tot online-inhoud, waardoor gevarieerde en eenvoudig toegankelijke inhoud tot stand komt, maar ook uitdagingen ontstaan wanneer auteursrechtelijk beschermde inhoud zonder voorafgaande toestemming van rechthebbenden wordt geüpload.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 37 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(37 bis) Vandaag de dag wordt meer creatieve inhoud geconsumeerd dan ooit tevoren. Onlineplatforms en aggregatiediensten zijn daar niet vreemd aan. Zij zijn middelen om de toegang tot cultureel en creatief werk te vergroten en bieden tal van mogelijkheden voor de culturele en creatieve industrieën om nieuwe bedrijfsmodellen te ontwikkelen. Tegelijkertijd worstelen kunstenaars en auteurs om hun inkomsten evenredig te zien stijgen. Een van de redenen hiervoor kan gelegen zijn in het gebrek aan duidelijkheid over de status van deze onlinediensten in het kader van de wetgeving inzake elektronische handel. Er moet worden nagedacht over hoe dit proces met meer rechtszekerheid en respect voor alle betrokken partijen, waaronder kunstenaars en gebruikers, kan functioneren, en het is belangrijk voor transparantie en gelijke randvoorwaarden te zorgen. De Commissie moet richtsnoeren ontwikkelen betreffende de tenuitvoerlegging van het kader inzake de aansprakelijkheid van tussenpersonen, om ervoor te zorgen dat onlineplatforms hun verantwoordelijkheden kunnen nemen en de aansprakelijkheidsregels kunnen naleven, en om de rechtszekerheid te vergroten en te zorgen voor meer vertrouwen bij de gebruikers.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 38 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij voorzien in de opslag van en de toegang tot auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen die door de gebruikers ervan zijn geüpload, en zodoende verder gaan dan de loutere beschikbaarstelling van fysieke faciliteiten en een handeling van mededeling aan het publiek verrichten, zijn zij verplicht licentieovereenkomsten met rechthebbenden te sluiten, tenzij zij in aanmerking komen voor de vrijstelling van aansprakelijkheid waarin artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad34 voorziet.

Wanneer aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij de gebruikers diensten voor het opslaan van inhoud aanbieden en het publiek toegang tot inhoud verlenen, en indien deze activiteit neerkomt op een mededeling aan het publiek en niet louter van technische, automatische en passieve aard is, moeten zij verplicht zijn licentieovereenkomsten met rechthebbenden te sluiten met betrekking tot auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen, tenzij zij in aanmerking komen voor de vrijstellingen van aansprakelijkheid waarin Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad34 voorziet.

__________________

__________________

34 Richtlijn nr. 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1).

34 Richtlijn nr. 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1).

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 38 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met betrekking tot artikel 14 moet worden nagegaan of de dienstverlener een actieve rol speelt, onder meer door de presentatie van de geüploade werken of andere materialen te optimaliseren of door deze te promoten, ongeacht de aard van de daarvoor gebruikte middelen.

Schrappen

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 38 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Om de werking van een licentieovereenkomst te verzekeren moeten aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die zich bezighouden met het opslaan van en het verlenen van publieke toegang tot grote hoeveelheden door hun gebruikers geüploade auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen, passende en evenredige maatregelen nemen, zoals de toepassing van doeltreffende technologieën, om de bescherming van werken of andere materialen te garanderen. Deze verplichting moet ook van toepassing zijn wanneer de aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij in aanmerking komen voor de in artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG omschreven vrijstelling van aansprakelijkheid.

Om de werking van een licentieovereenkomst te verzekeren moeten aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die actief en direct betrokken zijn bij het in staat stellen van de gebruikers om te uploaden, het beschikbaar stellen van werken en het promoten van werken onder het publiek, passende en evenredige maatregelen nemen om de bescherming van werken of andere materialen te garanderen. Die maatregelen dienen te stroken met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en mogen aan aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij geen algemene verplichting opleggen om toe te zien op de informatie die zij doorgeven of opslaan als bedoeld in artikel 15 van Richtlijn 2000/31/EG.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 38 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(38 bis) Voor de uitvoering van die maatregelen is de samenwerking tussen aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij en rechthebbenden van essentieel belang. Rechthebbenden moeten aan de aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij nauwkeurig opgave doen van de werken of andere materialen waarop zij auteursrecht beweren te hebben. Bij de uitvoering van een eventuele overeenkomst met de aanbieder van diensten van de informatiemaatschappij moeten de rechthebbenden aansprakelijk blijven voor vorderingen van derden ter zake van het gebruik van werken die zij als hun eigen hebben aangewezen.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 39

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(39)  Voor de werking van technologieën, zoals technologieën voor herkenning van inhoud, is het van uiterst belang dat aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die zich bezighouden met het opslaan van en het verlenen van publieke toegang tot grote hoeveelheden door de gebruikers ervan geüploade auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen, samenwerking aangaan met rechthebbenden. In dergelijke gevallen moeten de rechthebbenden de nodige gegevens verstrekken om de diensten in staat te stellen hun inhoud te onderzoeken, en moeten de diensten met betrekking tot de gebruikte technologieën transparant zijn ten aanzien van de rechthebbenden, die de geschiktheid ervan moeten kunnen beoordelen. De diensten moeten rechthebbenden met name voorzien van informatie over de aard van de gebruikte technologieën, de manier waarop deze worden toegepast en de mate waarin hiermee resultaten worden geboekt bij de herkenning van inhoud van rechthebbenden. Deze technologieën moeten rechthebbenden ook in staat stellen om van aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij informatie te verkrijgen over het gebruik van hun inhoud waarop een overeenkomst van toepassing is.

Schrappen

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40)  Bepaalde rechthebbenden, zoals auteurs en uitvoerende kunstenaars, hebben informatie nodig om de economische waarde te kunnen schatten van hun rechten die op grond van het Unierecht zijn geharmoniseerd. Dit is met name het geval wanneer deze rechthebbenden een licentie verlenen of hun rechten overdragen tegen een vergoeding. Auteurs en uitvoerende kunstenaars bevinden zich gewoonlijk in een zwakkere contractuele positie wanneer zij licenties verlenen of hun rechten overdragen: zij hebben dan ook informatie nodig om de voortdurende economische waarde van hun rechten in te schatten tegenover de vergoeding die zij ontvangen voor hun licentie of overdracht, maar hebben vaak af te rekenen met een gebrek aan transparantie. Voor de transparantie en het evenwicht binnen het stelsel dat de vergoeding voor auteurs en uitvoerende kunstenaars regelt, is het derhalve belangrijk dat hun contractpartners of hun rechtsopvolgers passende informatie verstrekken.

(40)  Bepaalde rechthebbenden, zoals auteurs en uitvoerende kunstenaars, hebben informatie nodig om de economische waarde te kunnen schatten van hun rechten die op grond van het Unierecht zijn geharmoniseerd. Dit is met name het geval wanneer deze rechthebbenden een licentie verlenen of hun rechten overdragen tegen een vergoeding. Auteurs en uitvoerende kunstenaars bevinden zich in een zwakkere contractuele positie wanneer zij licenties verlenen of hun rechten overdragen: zij hebben dan ook nauwkeurige informatie nodig om de voortdurende economische waarde van hun rechten in te schatten tegenover de vergoeding die zij ontvangen voor hun licentie of overdracht, maar hebben vaak af te rekenen met een gebrek aan transparantie. Voor de transparantie en het evenwicht binnen het stelsel dat de vergoeding voor auteurs en uitvoerende kunstenaars regelt, is het derhalve belangrijk dat hun directe contractpartners of hun rechtsopvolgers regelmatig passende informatie verstrekken. De rapportage- en transparantievoorschriften dienen in verband met het werk te gelden ongeacht het (eventueel grensoverschrijdende) gebruik.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 41

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(41)  Bij het opleggen van transparantieverplichtingen dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van de verschillende inhoudsindustrieën en met de rechten van auteurs en uitvoerende kunstenaars in elke sector. De lidstaten moeten overleg plegen met alle relevante belanghebbenden om uit te zoeken welke sectorspecifieke voorschriften noodzakelijk zijn. Collectieve onderhandelingen moet worden beschouwd als een mogelijkheid om tussen de relevante belanghebbenden overeenstemming te bereiken met betrekking tot transparantie. Om de huidige rapportagepraktijken aan de transparantieverplichtingen te kunnen aanpassen, dient te worden voorzien in een overgangsperiode. De transparantievoorschriften hoeven niet te worden toegepast op overeenkomsten met organisaties voor collectief beheer als die welke reeds aan transparantieverplichtingen zijn onderworpen uit hoofde van Richtlijn 2014/26/EU.

(41)  Bij het opleggen van transparantieverplichtingen dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van de verschillende inhoudsindustrieën en met de rechten van auteurs en uitvoerende kunstenaars in elke sector, alsook met de grootte van het aandeel van auteurs en uitvoerend kunstenaars in het werk of de uitvoering als geheel. De lidstaten moeten overleg plegen met alle relevante belanghebbenden om uit te zoeken welke sectorspecifieke voorschriften en standaardrapportagevereisten en -procedures noodzakelijk zijn. Collectieve onderhandelingen moeten worden beschouwd als een mogelijkheid om tussen de relevante belanghebbenden overeenstemming te bereiken met betrekking tot transparantie. Om de huidige rapportagepraktijken aan de transparantieverplichtingen te kunnen aanpassen, dient te worden voorzien in een overgangsperiode. De transparantievoorschriften hoeven niet te worden toegepast op overeenkomsten met organisaties voor collectief beheer voor zover er volledig gelijkwaardige transparantieverplichtingen bestaan uit hoofde van Richtlijn 2014/26/EU.

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 42

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(42)  In bepaalde gevallen gelden voor de exploitatie van op het niveau van de Unie geharmoniseerde rechten langlopende contracten die auteurs en uitvoerende kunstenaars weinig mogelijkheden bieden om hierover nieuwe onderhandelingen aan te gaan met hun contractpartners of hun rechtsopvolgers. Onverminderd het recht dat van toepassing is op contracten in de lidstaten, dient daarom een mechanisme te worden ingevoerd, ook in het licht van de transparantie die deze richtlijn verzekert, om de vergoeding aan te passen in gevallen waarin de oorspronkelijke volgens de licentie of de overdracht van rechten overeengekomen vergoeding onevenredig laag is ten opzichte van de betrokken inkomsten en voordelen ten gevolge van de exploitatie van het werk of de vastlegging van de uitvoering. Bij de beoordeling van de situatie moet rekening worden gehouden met de specifieke omstandigheden van elk geval, alsmede met de specifieke kenmerken en praktijken van de verschillende inhoudsindustrieën. Indien de partijen het niet eens worden over de aanpassing van de vergoeding, moet de auteur of de uitvoerende kunstenaar het recht hebben om een vordering in te stellen bij een rechtbank of een andere bevoegde autoriteit.

(42)  In de meeste gevallen gelden voor de exploitatie van op het niveau van de Unie geharmoniseerde rechten langlopende contracten die auteurs en uitvoerende kunstenaars heel weinig mogelijkheden bieden om hierover nieuwe onderhandelingen aan te gaan met hun contractpartners of hun rechtsopvolgers. Onverminderd het recht dat van toepassing is op contracten in de lidstaten, dient daarom een mechanisme te worden ingevoerd, ook in het licht van de transparantie die deze richtlijn verzekert, om de vergoeding aan te passen in gevallen van onverwacht succes waarin de oorspronkelijke volgens de licentie of de overdracht van rechten overeengekomen vergoeding onevenredig laag is ten opzichte van de betrokken directe en indirecte netto-inkomsten en voordelen ten gevolge van de exploitatie van het werk of de vastlegging van de uitvoering. Bij de beoordeling van de situatie moet rekening worden gehouden met de specifieke omstandigheden van elk geval, alsmede met de specifieke kenmerken en praktijken van de verschillende inhoudsindustrieën. Bij de beoordeling van de onevenredigheid moet rekening worden gehouden met de relevante omstandigheden van ieder geval, waaronder de aard en het belang van de bijdrage van de auteur of uitvoerende kunstenaar aan het werk of de uitvoering als geheel. Indien de partijen het niet eens worden over de aanpassing van de vergoeding, moet de auteur of de uitvoerende kunstenaar het recht hebben om een vordering in te stellen bij een rechtbank of een andere bevoegde autoriteit.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43)  Auteurs en uitvoerende kunstenaars aarzelen vaak om hun rechten ten aanzien van hun contractpartners af te dwingen voor een rechterlijke instantie. De lidstaten moeten dan ook voorzien in een procedure voor alternatieve geschillenbeslechting om vorderingen in verband met transparantieverplichtingen en het contractaanpassingsmechanisme te behandelen.

(43)  Auteurs en uitvoerende kunstenaars aarzelen vaak of zijn niet in staat om hun rechten ten aanzien van hun contractpartners af te dwingen voor een rechterlijke instantie. De lidstaten moeten dan ook voorzien in een efficiënte procedure voor alternatieve geschillenbeslechting om vorderingen in verband met transparantieverplichtingen en het contractaanpassingsmechanisme te behandelen. Het moet ook mogelijk zijn de geschillenbeslechting overeen te komen in collectieve overeenkomsten.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 1 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Behalve in de in artikel 6 bedoelde gevallen doet deze richtlijn geen afbreuk aan en is zij op generlei wijze van invloed op de bestaande regels die zijn vastgelegd in de op dit gebied geldende richtlijnen, met name de Richtlijnen 96/9/EG, 2001/29/EG, 2006/115/EG, 2009/24/EG, 2012/28/EU en 2014/26/EU.

2.  Behalve in de in artikel 6 bedoelde gevallen doet deze richtlijn geen afbreuk aan en is zij op generlei wijze van invloed op de bestaande regels die zijn vastgelegd in de op dit gebied geldende richtlijnen, met name de Richtlijnen 96/9/EG, 2000/31/EG, 2001/29/EG, 2006/115/EG, 2009/24/EG, 2012/28/EU en 2014/26/EU.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(1 bis)  "onderwijsinstelling": een school, hogeschool, universiteit of andere organisatie die hoofdzakelijk tot doel heeft onderwijsdiensten te verstrekken:

 

(a)  zonder winstoogmerk of door herinvestering van alle winst in deze onderwijsdiensten; of

 

(b)  op grond van een door een lidstaat erkende taak van algemeen belang;

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(2)   "tekst- en datamining": een geautomatiseerde analysetechniek voor ontleding van tekst en gegevens in digitale vorm om informatie te genereren zoals patronen, trends en onderlinge verbanden;

(2)  "tekst- en datamining": een geautomatiseerde analyse- of computertechniek voor ontleding van tekst en gegevens of ander materiaal in digitale vorm om informatie te genereren zoals, maar niet beperkt tot, patronen, trends en onderlinge verbanden;

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  "instelling voor cultureel erfgoed": een voor het publiek toegankelijke bibliotheek, museum of archief of een instelling voor cinematografisch of audiovisueel erfgoed;

(3)  "instelling voor cultureel erfgoed": een voor het publiek toegankelijke bibliotheek, museum, galerij, onderwijsinstelling of archief of een instelling voor cinematografisch of audiovisueel erfgoed, of een publieke omroep;

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis) "door gebruikers gegenereerde inhoud": een beeld, een reeks bewegende beelden met of zonder geluid, een fonogram, tekst, software, data of een combinatie van het bovenstaande, die door de gebruikers worden geüpload naar een onlinedienst;

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  "perspublicatie”: een vastlegging van een verzameling literaire werken van journalistieke aard, die ook andere werken of materialen kan omvatten en die een afzonderlijk element onder één titel vormt in een periodiek uitgegeven of regelmatig bijgewerkte publicatie, zoals een krant of een tijdschrift met een algemene of specifieke inhoud, met als doel informatie te verstrekken over nieuws of andere onderwerpen en die via een of ander medium wordt gepubliceerd op initiatief van of onder redactionele verantwoordelijkheid en controle van een dienstverlener.

Schrappen

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  "werk dat niet in de handel is": een werk of ander materiaal dat niet beschikbaar is voor het publiek via de gebruikelijke kanalen van de handel. Werken die niet in de handel zijn, kunnen zowel werken zijn die voorheen in de handel verkrijgbaar waren als werken die nooit in de handel verkrijgbaar zijn geweest.

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten voorzien in een uitzondering op de rechten bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn voor reproducties en opvragingen door onderzoekorganisaties om tekst- en datamining te verrichten op werken of andere materialen waartoe zij legale toegang hebben met het oog op wetenschappelijk onderzoek.

1.  De lidstaten voorzien in een uitzondering op de rechten bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2009/24/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn voor reproducties en opvragingen door onderzoeksorganisaties en instellingen voor cultureel erfgoed om tekst- en datamining te verrichten op werken of andere materialen waartoe zij toegang verworven of legaal verkregen hebben met het oog op wetenschappelijk onderzoek.

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Elke contractuele bepaling die in strijd is met de in lid 1 bedoelde uitzondering, is niet afdwingbaar.

2.  Elke contractuele bepaling of technische bescherming die in strijd is met de in lid 1 bedoelde uitzondering, is niet afdwingbaar.

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Rechthebbenden kunnen maatregelen nemen met het oog op de veiligheid en de integriteit van de netwerken en gegevensbanken waar de werken of andere materialen worden gehost. Deze maatregelen gaan niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

3.  Rechthebbenden kunnen gerichte, evenredige, redelijke en niet-discriminerende maatregelen nemen met het oog op de veiligheid en de integriteit van de netwerken en gegevensbanken waar de werken of andere materialen worden gehost. Deze maatregelen zijn redelijk en doelmatig, gaan niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken, en hinderen tekst- en datamining niet onnodig.

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten moedigen rechthebbenden en onderzoeksorganisaties aan om algemeen aanvaarde beste praktijken vast te stellen met betrekking tot de toepassing van de in lid 3 bedoelde maatregelen.

4.  De Commissie moedigt, samen met de lidstaten, rechthebbenden en onderzoeksorganisaties aan om algemeen aanvaarde beste praktijken vast te stellen met betrekking tot de toepassing van de in lid 3 bedoelde maatregelen.

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gebruik van werken en andere beschermde materialen in digitale en grensoverschrijdende onderwijsactiviteiten

Gebruik van werken en andere materialen in onderwijs- en educatieve activiteiten

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten voorzien in een uitzondering of beperking op de rechten bedoeld in de artikelen 2 en 3 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2009/24/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn om digitaal gebruik van werken en andere materialen dat uitsluitend dient voor illustratie bij het onderwijs, mogelijk te maken voor zover dit wordt gerechtvaardigd door het te bereiken niet-commerciële doel, op voorwaarde dat het gebruik:

1.  De lidstaten voorzien in een uitzondering of beperking op de rechten bedoeld in de artikelen 2 en 3 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2009/24/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn om digitaal gebruik van werken en andere materialen dat uitsluitend dient voor illustratie bij onderwijs, educatieve doeleinden of wetenschappelijk onderzoek, mogelijk te maken voor zover dit wordt gerechtvaardigd door het te bereiken niet-commerciële doel, op voorwaarde dat het gebruik:

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  plaatsvindt in de gebouwen van een onderwijsinstelling of door middel van een beveiligd elektronisch netwerk dat alleen toegankelijk is voor de leerlingen of studenten en het onderwijzend personeel van de onderwijsinstelling;

(a)  plaatsvindt in de gebouwen van een onderwijsinstelling of andere locaties, zoals instellingen voor cultureel erfgoed, die betrokken zijn bij onderwijsactiviteiten, of door middel van een beveiligd elektronisch netwerk dat alleen toegankelijk is voor de leerlingen of studenten en het onderwijzend personeel van de onderwijsinstelling, of geregistreerde leden van de instelling voor cultureel erfgoed die bij niet-formeel of informeel onderwijs betrokken zijn;

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Elke contractuele bepaling die in strijd is met de in lid 1 bedoelde uitzondering, is niet afdwingbaar.

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten kunnen bepalen dat de krachtens lid 1 vastgestelde uitzondering niet van toepassing is in het algemeen of met betrekking tot specifieke soorten werken of andere materialen, voor zover passende licenties om de in lid 1 beschreven handelingen toe te staan, vlot beschikbaar zijn op de markt.

2.  De lidstaten kunnen bepalen dat de krachtens lid 1 vastgestelde uitzondering niet van toepassing is in het algemeen of met betrekking tot specifieke soorten werken of andere materialen, voor zover gelijkwaardige verruimde collectieve licentieovereenkomsten om de in lid 1 beschreven handelingen toe te staan, betaalbaar en vlot beschikbaar zijn op de markt.

De lidstaten die gebruik maken van de in de eerste alinea bedoelde bepaling, nemen de nodige maatregelen om voor onderwijsinstellingen een passende beschikbaarheid en zichtbaarheid van de licenties voor de in lid 1 beschreven handelingen te waarborgen.

De lidstaten die gebruikmaken van de in de eerste alinea bedoelde bepaling, nemen de nodige maatregelen om voor onderwijsinstellingen en instellingen voor cultureel erfgoed een passende beschikbaarheid, toegankelijkheid en zichtbaarheid van de licenties voor de in lid 1 beschreven handelingen te waarborgen.

 

Niet eerder dan ... [drie jaar na de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn] en in overleg met alle belanghebbenden brengt de Commissie verslag uit over de beschikbaarheid van deze licenties met het doel om verbeteringen voor te stellen waar nodig.

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het gebruik van werken en andere materialen dat uitsluitend dient voor illustratie bij het onderwijs via beveiligde elektronische netwerken overeenkomstig de bepalingen van nationaal recht ter uitvoering van dit artikel, wordt geacht uitsluitend plaats te vinden in de lidstaat waar de onderwijsinstelling is gevestigd.

3.  Het gebruik van werken en andere materialen dat uitsluitend dient voor illustratie bij het onderwijs via beveiligde elektronische netwerken overeenkomstig de bepalingen van nationaal recht ter uitvoering van dit artikel, wordt geacht uitsluitend plaats te vinden in de lidstaat waar de onderwijsinstelling is gevestigd of waar de onderwijsactiviteit vandaan komt.

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten kunnen voorzien in een billijke vergoeding voor het nadeel dat rechthebbenden hebben geleden ten gevolg van het gebruik van hun werken of andere materialen uit hoofde van lid 1.

4.  De lidstaten kunnen voorzien in een billijke vergoeding voor onredelijke maatregelen in strijd met de legitieme belangen van rechthebbenden in verband met het gebruik van hun werken of andere materialen uit hoofde van lid 1.

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De lidstaten waarborgen dat de rechthebbenden het recht hebben royaltyvrije licenties te verlenen om de in lid 1 beschreven handelingen toe te staan, in het algemeen of met betrekking tot specifieke soorten werken of andere materialen naar keuze.

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten voorzien in een uitzondering op de rechten bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, artikel 4, lid 1, onder a), van Richtlijn 2009/24/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn, op grond waarvan instellingen voor cultureel erfgoed kopieën van werken of andere materialen die permanent deel uitmaken van hun collectie, in welke vorm of welk medium ook kunnen maken, met als enig doel het behoud van dergelijke werken of andere materialen en voor zover dit noodzakelijk voor het behoud daarvan.

De lidstaten voorzien in een uitzondering op de rechten bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, artikel 4, lid 1, onder a), van Richtlijn 2009/24/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn, op grond waarvan instellingen voor cultureel erfgoed of onderwijsinstellingen kopieën van werken of andere materialen die permanent deel uitmaken van hun collectie, in welke vorm of welk medium ook kunnen maken, voor zover dit voor dergelijke reproductie noodzakelijk is, met als doel om individueel of in samenwerking met anderen hun taak van openbaar belang met betrekking tot behoud, onderzoek, cultuur en onderwijs uit te voeren.

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – alinea1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten erkennen dat wanneer een werk eenmaal tot het publieke domein behoort (dat wil zeggen dat de auteursrechten en naburige rechten op het werk verlopen zijn of nooit bestaan hebben), gehele of gedeeltelijke getrouwe reproducties van dat werk evenmin onder het auteursrecht of naburige rechten vallen, ongeacht de wijze van reproductie, met inbegrip van digitalisering.

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 bis

 

Panoramavrijheid

 

De lidstaten voorzien in een uitzondering of beperking op de rechten bedoeld in de artikelen 2 en 3 van Richtlijn 2001/29/EG, en artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, op grond waarvan het reproduceren en gebruik is toegestaan van werken, zoals architectuur- en beeldhouwwerken, die gemaakt zijn om permanent in openbare plaatsen te staan.

 

Elke contractuele bepaling die in strijd is met de in dit artikel bedoelde uitzondering, is niet afdwingbaar.

Amendement    55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 ter

 

Uitzondering voor door gebruikers gegenereerde inhoud

 

1.  De lidstaten voorzien in een uitzondering of beperking op de rechten bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, artikel 4, lid 1, onder a), van Richtlijn 2009/24/EG en artikel 13 van deze richtlijn om digitaal gebruik van citaten of uittreksels van werken en andere materialen in door gebruikers gegenereerde inhoud mogelijk te maken voor doeleinden zoals kritiek, recensies, amusement, illustratie, karikatuur, parodie of pastiche, mits die citaten of uittreksels:

 

(a)  betrekking hebben op werken of andere materialen die al op legale wijze beschikbaar zijn gesteld aan het publiek;

 

(b)  vergezeld gaan van de vermelding van de bron, waaronder de naam van de auteur, tenzij dit niet mogelijk blijkt; en

 

(c)  in overeenstemming met billijke praktijken worden gebruikt en zodanig dat het specifieke doel niet wordt overschreden.

 

2.  Elke contractuele bepaling die in strijd is met de in lid 1 bedoelde uitzondering, is niet afdwingbaar.

Amendement    56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 6 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 5, lid 5, en artikel 6, lid 4, eerste, derde en vijfde alinea, van Richtlijn 2001/29/EG zijn van toepassing op de uitzonderingen en beperkingen waarin deze titel voorziet.

De toegang tot inhoud die is toegestaan op grond van een uitzondering of beperking geeft de begunstigde van de uitzondering of beperking niet het recht om die inhoud te gebruiken in het kader dat voor een andere uitzondering of beperking is vastgesteld.

 

Artikel 5, lid 5, en artikel 6, lid 4, eerste, derde, vierde en vijfde alinea, van Richtlijn 2001/29/EG zijn van toepassing op de uitzonderingen en beperkingen waarin deze titel voorziet.

Amendement    57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten bepalen dat wanneer een organisatie voor collectief beheer namens haar leden met een instelling voor cultureel erfgoed een niet-exclusieve licentie voor niet-commerciële doeleinden sluit voor de digitalisering, de distributie, de mededeling aan het publiek of de beschikbaarstelling van niet meer in de handel zijnde werken of andere materialen die permanent deel uitmaken van hun collectie, deze niet-exclusieve licentie kan worden uitgebreid tot of kan worden geacht te gelden voor rechthebbenden van dezelfde categorie als die waarvoor de licentie geldt, die niet door de organisatie voor collectief beheer worden vertegenwoordigd, op voorwaarde dat:

1.  De lidstaten voorzien in een uitzondering of beperking op de rechten bedoeld in de artikelen 2 en 3 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2009/24/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn om instellingen voor cultureel erfgoed toe te staan werken en andere materialen die niet meer in de handel zijn en die permanent deel uitmaken van de collectie van de instelling, voor niet-commerciële doeleinden te verspreiden, aan het publiek mee te delen of beschikbaar te stellen. De lidstaten doen de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in werking treden om vóór 22 december 2020 aan dit lid te voldoen. Bij de toepassing van de uitzondering of beperking houden de lidstaten terdege rekening met vergoedingsregelingen om schadevergoeding te kunnen verstrekken in geval van onredelijke maatregelen die in strijd zijn met de legitieme belangen van de rechthebbenden, en zorgen zij ervoor dat alle rechthebbenden op elk moment bezwaar kunnen maken tegen het gebruik van hun werken of andere materialen waarvan wordt geacht dat ze niet meer in de handel zijn, en de mogelijkheid hebben het gebruik van hun werken of andere materialen uit te sluiten. Handelingen die ingevolge lid 1 zouden zijn toegestaan, zijn niet toegestaan indien geldige verruimde collectieve licentieoplossingen beschikbaar zijn die toestemming verlenen voor de handelingen in kwestie en de voor deze handelingen verantwoordelijke instelling voor cultureel erfgoed hiervan op de hoogte was of had moeten zijn. De lidstaten bepalen dat wanneer een organisatie voor collectief beheer namens haar leden met een instelling voor cultureel erfgoed een niet-exclusieve licentie voor niet-commerciële doeleinden sluit voor de digitalisering, de distributie, de mededeling aan het publiek of de beschikbaarstelling van niet meer in de handel zijnde werken of andere materialen die permanent deel uitmaken van hun collectie, deze niet-exclusieve licentie kan worden uitgebreid tot of kan worden geacht te gelden voor rechthebbenden van dezelfde categorie als die waarvoor de licentie geldt, die niet door de organisatie voor collectief beheer worden vertegenwoordigd, op voorwaarde dat:

Amendement    58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  Een werk of ander materiaal wordt geacht niet meer in de handel te zijn wanneer het gehele werk of ander materiaal, in alle bijbehorende vertalingen, versies en uitingen, niet beschikbaar is voor het publiek via de gebruikelijke kanalen van de handel en redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat het in de handel zal worden gebracht.

2.  Een werk of ander materiaal wordt geacht niet meer in de handel te zijn wanneer het gehele werk of ander materiaal niet beschikbaar is via de gebruikelijke kanalen in een vorm die geschikt is voor het werk dat permanent deel uitmaakt van de collectie van een instelling voor cultureel erfgoed. Werken die niet in de handel zijn, kunnen zowel werken zijn die voorheen in de handel verkrijgbaar waren als werken die nooit in de handel verkrijgbaar zijn geweest.

De lidstaten zorgen ervoor, in overleg met rechthebbenden, organisaties voor collectief beheer en instellingen voor cultureel erfgoed, dat de voorschriften om te bepalen of werken en andere materialen overeenkomstig lid 1 in licentie kunnen worden gegeven, niet verder gaan dan hetgeen noodzakelijk en redelijk is en niet de mogelijkheid uitsluiten om te bepalen dat een collectie in haar geheel de status van niet in de handel zijnd werk of materiaal krijgt wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat alle werken of andere materialen in de collectie niet meer in de handel zijn.

De lidstaten zorgen ervoor, in overleg met rechthebbenden, organisaties voor collectief beheer en instellingen voor cultureel erfgoed, dat de voorschriften om te bepalen of werken en andere materialen niet meer in de handel zijn, niet verder gaan dan hetgeen noodzakelijk, redelijk en proportioneel is en niet de mogelijkheid uitsluiten om te bepalen dat een collectie in haar geheel de status van niet in de handel zijnd werk of materiaal krijgt wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat alle werken of andere materialen in de collectie niet meer in de handel zijn.

Amendement    59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 3 – letter b

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(b)  de licentie, en met name de toepassing ervan op niet-vertegenwoordigde rechthebbenden;

(b)  elke licentie, en met name de toepassing ervan op niet-vertegenwoordigde rechthebbenden;

Amendement    60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 3 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de mogelijkheid voor rechthebbenden om bezwaar te maken, als bedoeld in punt c) van lid 1;

(c)  de mogelijkheid voor rechthebbenden om bezwaar te maken, als bedoeld in lid 2 en punt c) van lid 4;

Amendement    61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 4 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  de werken of fonogrammen voor het eerst zijn gepubliceerd of, indien er geen publicatie heeft plaatsgevonden, waar zij voor het eerst zijn uitgezonden, uitgezonderd voor cinematografische en audiovisuele werken;

(a)  de meeste werken of fonogrammen voor het eerst zijn gepubliceerd of, indien er geen publicatie heeft plaatsgevonden, waar zij voor het eerst zijn gecreëerd of uitgezonden, uitgezonderd voor cinematografische en audiovisuele werken;

Amendement    62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 4 – letter c

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(c)  de instelling voor cultureel erfgoed is gevestigd, wanneer het na redelijke inspanningen niet mogelijk was overeenkomstig de punten a) en b) een lidstaat of een derde land te bepalen.

(c)  de instelling voor cultureel erfgoed is gevestigd, wanneer het na aantoonbare inspanningen niet mogelijk was overeenkomstig de punten a) en b) een lidstaat of een derde land te bepalen.

Amendement    63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

5.  De leden 1, 2 en 3 zijn niet van toepassing op werken of andere materialen van ingezetenen van derde landen uitgezonderd wanneer de punten a) en b) van lid 4 van toepassing zijn.

Schrappen

Amendement    64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Werken of andere materialen die onder een krachtens artikel 7 verleende licentie vallen, kunnen in overeenstemming met de voorwaarden van de licentie door de instelling voor cultureel erfgoed worden gebruikt in alle lidstaten.

1.  Werken of andere materialen die overeenkomstig artikel 7 worden gebruikt, kunnen door de instellingen voor cultureel erfgoed worden gebruikt in alle lidstaten.

Amendement    65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 8 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat informatie om de identificatie van onder een licentie uit hoofde van artikel 7 vallende werken of andere materialen mogelijk te maken en informatie over de mogelijkheden van rechthebbenden om bezwaar te maken als bedoeld in artikel 7, lid 1, onder c), gedurende ten minste zes maanden voordat de werken of andere materialen worden gedigitaliseerd, gedistribueerd, aan het publiek meegedeeld of beschikbaar worden gesteld in andere lidstaten dan die waarin de licentie wordt verleend, en voor de hele geldigheidsduur van de licentie, voor het publiek toegankelijk wordt gesteld via één portaalsite.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat informatie om de identificatie van overeenkomstig artikel 7 gebruikte werken of andere materialen mogelijk te maken en informatie over de mogelijkheden van rechthebbenden om bezwaar te maken als bedoeld in artikel 7, lid 2 en lid 4, onder c), gedurende ten minste zes maanden voordat de werken of andere materialen worden gedigitaliseerd, gedistribueerd, aan het publiek meegedeeld of beschikbaar worden gesteld in alle lidstaten, voor het publiek toegankelijk wordt gesteld via één portaalsite.

Amendement  66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten verzekeren een regelmatige dialoog met representatieve organisaties van gebruikers en rechthebbenden en met andere relevante belangenorganisaties om per sector de relevantie en de bruikbaarheid van de in artikel 7, lid 1, bedoelde mechanismen voor licentieverlening te bevorderen, om de efficiëntie van de in dit hoofdstuk omschreven waarborgen voor rechthebbenden, met name wat publiciteitsmaatregelen betreft, te verzekeren en indien nodig bijstand te verlenen bij het opstellen van de in artikel 7, lid 2, tweede alinea, bedoelde voorschriften.

De lidstaten verzekeren een regelmatige dialoog met representatieve organisaties van gebruikers en rechthebbenden en met andere relevante belangenorganisaties om per sector de relevantie en de bruikbaarheid van de in artikel 7 bedoelde mechanismen te bevorderen, onder andere door het oplossen van gevallen waarin activiteiten van instellingen voor cultureel erfgoed uit hoofde van de artikelen 7 en 8 niet naar behoren mogelijk worden gemaakt, om de efficiëntie van de in dit hoofdstuk omschreven waarborgen voor rechthebbenden, met name wat publiciteitsmaatregelen betreft, te verzekeren en om indien nodig bijstand te verlenen bij het opstellen van de in artikel 7, lid 6, tweede alinea, bedoelde voorschriften.

Amendement    67

Voorstel voor een richtlijn

Titel IV – hoofdstuk 2 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bepaalde vormen van gebruik van beschermde inhoud door onlinediensten

Bepaalde vormen van gebruik van beschermde inhoud online

Amendement    68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gebruik van beschermde inhoud door aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die grote hoeveelheden door hun gebruikers geüploade werken en andere materialen opslaan en toegang daartoe verlenen

Gebruik van beschermde inhoud door aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die grote hoeveelheden werken en andere materialen opslaan en toegang daartoe verlenen

Amendement    69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die grote hoeveelheden door hun gebruikers geüploade werken en andere materialen opslaan en publieke toegang daartoe verlenen, nemen in samenwerking met rechthebbenden maatregelen om de werking van overeenkomsten met rechthebbenden voor het gebruik van hun werken of andere materialen te verzekeren en om via samenwerking met de dienstenaanbieders te voorkomen dat op hun diensten door rechthebbenden aangewezen werken of andere materialen beschikbaar worden gesteld. Deze maatregelen, zoals het gebruik van effectieve technologieën voor herkenning van inhoud, zijn passend en evenredig. Dienstenaanbieders verstrekken rechthebbenden passende informatie over de invoering en de werking van de maatregelen, alsmede, indien van toepassing, passende verslagen over de herkenning en het gebruik van de werken en andere materialen.

1.  Wanneer aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij de gebruikers diensten voor het opslaan van inhoud aanbieden en het publiek toegang tot inhoud verlenen, en indien deze activiteit niet in aanmerking komt voor de vrijstellingen van aansprakelijkheid waarin Richtlijn 2000/31/EG voorziet, nemen zij passende en evenredige maatregelen om de werking van licentieovereenkomsten met rechthebbenden te verzekeren. Bij de tenuitvoerlegging van dergelijke overeenkomsten worden de grondrechten van de gebruikers geëerbiedigd en wordt overeenkomstig artikel 15 van Richtlijn 2000/31/EG aan aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij geen algemene verplichting opgelegd om toe te zien op de informatie die zij doorgeven of opslaan.

Amendement    70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  Om de werking van licentieovereenkomsten zoals bedoeld in lid 1 te verzekeren werken de aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij en de rechthebbenden met elkaar samen. De rechthebbenden doen aan de aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij nauwkeurig opgave van de werken of andere materialen waarop zij auteursrecht hebben. De aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij informeren de rechthebbenden over de genomen maatregelen en hun werking en doen, indien relevant, regelmatig verslag van het gebruik van de werken en het andere materiaal.

Amendement    71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde dienstverleners klacht- en schadevergoedingsmechanismen instellen die beschikbaar zijn voor gebruikers in geval van geschillen over de toepassing van de in lid 1 bedoelde maatregelen.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde dienstverleners in samenwerking met de rechthebbenden klachtmechanismen instellen die beschikbaar zijn voor gebruikers in geval van geschillen over de tenuitvoerlegging van de in lid 1 bedoelde licentieovereenkomsten.

Amendement    72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat gebruikers toegang hebben tot de rechter of een andere bevoegde instantie om hun gebruiksrecht krachtens een uitzondering of beperking geldend te maken en beroep aan te tekenen tegen overeenkomstig lid 3 overeengekomen beperkende maatregelen.

Amendement    73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten bevorderen indien nodig de samenwerking tussen aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij en rechthebbenden door middel van dialogen met belanghebbenden om beste praktijken, zoals passende en evenredige technologieën voor herkenning van inhoud, te bepalen rekening houdend onder meer met de aard van de diensten, de beschikbaarheid van technologieën en de doeltreffendheid ervan in het licht van de technologische ontwikkelingen.

3.  De lidstaten bevorderen indien nodig de samenwerking tussen aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij zoals bedoeld in lid 1, vertegenwoordigers van gebruikers en rechthebbenden door middel van dialogen met belanghebbenden om beste praktijken te bepalen voor de toepassing van lid 1. De getroffen maatregelen zijn passend en evenredig en houden onder meer rekening met de aard van de diensten, de beschikbaarheid van technologieën en de doeltreffendheid ervan in het licht van de technologische ontwikkelingen.

Amendement    74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat auteurs en uitvoerende kunstenaars op regelmatige basis en rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke sector tijdige, passende en toereikende informatie betreffende de exploitatie van hun werken en uitvoeringen ontvangen van de personen aan wie zij hun rechten hebben overgedragen of in licentie gegeven, met name wat betreft de wijze van exploitatie, de voortgebrachte inkomsten en de verschuldigde vergoeding.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat auteurs en uitvoerende kunstenaars op regelmatige basis – ten minste eenmaal per jaar – en rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke sector in een open en leesbaar formaat nauwkeurige, tijdige, passende en toereikende uitgebreide informatie betreffende de exploitatie en bevordering van hun werken en uitvoeringen ontvangen van de personen aan wie zij hun rechten hebben overgedragen of in licentie gegeven, met inbegrip van verdere cessionarissen of licentiehouders, met name wat betreft de wijze van bevordering en exploitatie, de voortgebrachte inkomsten en de verschuldigde vergoeding.

Amendement    75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1 bedoelde verplichting is evenredig en doeltreffend en waarborgt een passend niveau van transparantie in elke sector. In gevallen waarin de uit de verplichting voortvloeiende administratieve lasten onevenredig zouden zijn rekening houdend met de bij de exploitatie of de uitvoering van het werk voortgebrachte inkomsten, kunnen de lidstaten de in lid 1 bedoelde verplichting echter aanpassen, op voorwaarde dat de verplichting doeltreffend blijft en een passend niveau van transparantie waarborgt.

2.  De in lid 1 bedoelde verplichting is evenredig en doeltreffend en waarborgt een hoog niveau van transparantie in elke sector. In gevallen waarin de uit de verplichting voortvloeiende administratieve lasten onevenredig zouden zijn rekening houdend met de bij de exploitatie of de uitvoering van het werk voortgebrachte inkomsten, kunnen de lidstaten de in lid 1 bedoelde verplichting echter aanpassen, mits de mate van onevenredigheid naar behoren wordt gerechtvaardigd en op voorwaarde dat de verplichting doeltreffend blijft en een passend niveau van transparantie waarborgt. De lidstaten zorgen ervoor dat er sectorspecifieke standaardrapportagevereisten en -procedures worden ontwikkeld door middel van dialogen met belanghebbenden.

Amendement    76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten kunnen bepalen dat de in lid 1 bedoelde verplichting niet van toepassing is wanneer de bijdrage van de auteur of de uitvoerende kunstenaar niet significant is gelet op het geheel van het werk of de uitvoering.

Schrappen

Amendement    77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat auteurs en uitvoerende kunstenaars het recht hebben van de partij met wie zij een contract voor de exploitatie van de rechten hebben gesloten, een aanvullende, passende vergoeding te vragen wanneer de oorspronkelijk overeengekomen vergoeding onevenredig laag is ten opzichte van de desbetreffende inkomsten en voordelen die voortvloeien uit de exploitatie van de werken of uitvoeringen.

De lidstaten zorgen ervoor dat auteurs en uitvoerende kunstenaars, of de door hen aangewezen vertegenwoordigers, het recht hebben van de partij met wie zij een contract voor de exploitatie van de rechten hebben gesloten, of van haar rechtsopvolger, een aanvullende, billijke, passende vergoeding te vragen wanneer de oorspronkelijk overeengekomen vergoeding onevenredig laag is ten opzichte van de onverwachte desbetreffende inkomsten en voordelen die voortvloeien uit de exploitatie van de werken of uitvoeringen.

Amendement    78

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 18 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De bepalingen van artikel 11 gelden eveneens voor perspublicaties die vóór [de in artikel 21, lid 1, genoemde datum] zijn gepubliceerd.

Schrappen

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Auteursrechten op de digitale interne markt

Document- en procedurenummers

COM(2016)0593 – C8-0383/2016 – 2016/0280(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

JURI

6.10.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

IMCO

6.10.2016

Medeverantwoordelijke commissies - datum bekendmaking

19.1.2017

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Catherine Stihler

11.10.2016

Behandeling in de commissie

13.3.2017

24.4.2017

 

 

Datum goedkeuring

8.6.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

19

7

6

Bij de eindstemming aanwezige leden

Dita Charanzová, Carlos Coelho, Anna Maria Corazza Bildt, Daniel Dalton, Nicola Danti, Evelyne Gebhardt, Sergio Gutiérrez Prieto, Robert Jarosław Iwaszkiewicz, Liisa Jaakonsaari, Antonio López-Istúriz White, Morten Løkkegaard, Jiří Pospíšil, Virginie Rozière, Christel Schaldemose, Olga Sehnalová, Igor Šoltes, Ivan Štefanec, Catherine Stihler, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Mylène Troszczynski, Anneleen Van Bossuyt

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Lucy Anderson, Pascal Arimont, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Kaja Kallas, Julia Reda, Marc Tarabella, Lambert van Nistelrooij, Sabine Verheyen

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Georges Bach, Peter Jahr, Markus Pieper

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

19

+

PPE

Pascal Arimont, Georges Bach, Carlos Coelho, Anna Maria Corazza Bildt, Peter Jahr, Antonio López-Istúriz White, Markus Pieper, Jiří Pospíšil, Róża Gräfin von Thun und Hohenstein, Lambert van Nistelrooij, Ivan Štefanec

S&D

Lucy Anderson, Nicola Danti, Lidia Joanna Geringer de Oedenberg, Sergio Gutiérrez Prieto, Liisa Jaakonsaari, Olga Sehnalová, Catherine Stihler, Marc Tarabella

7

-

ALDE

Dita Charanzová, Kaja Kallas

ECR

Daniel Dalton, Anneleen Van Bossuyt

ENF

Mylène Troszczynski

Verts/ALE

Julia Reda, Igor Šoltes

6

0

ALDE

Morten Løkkegaard

EFDD

Robert Jarosław Iwaszkiewicz

PPE

Sabine Verheyen

S&D

Evelyne Gebhardt, Virginie Rozière, Christel Schaldemose

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie industrie, onderzoek en energie (1.8.2017)

aan de Commissie juridische zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt

(COM(2016)0593 – C8-0383/2016 – 2016/0280(COD))

Rapporteur voor advies: Zdzisław Krasnodębski

AMENDEMENTEN

De Commissie industrie, onderzoek en energie verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 8

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(8)  Nieuwe technologieën maken geautomatiseerde computeranalyse van informatie in digitale vorm, zoals tekst, geluid, beeld en gegevens, die algemeen bekend is als tekst- en datamining, mogelijk. Dankzij deze technologieën kunnen onderzoekers grote hoeveelheden informatie verwerken en zodoende nieuwe kennis verwerven en nieuwe tendensen ontdekken. Hoewel technologieën voor tekst- en datamining een grote rol spelen in de digitale economie, wordt in brede kring erkend dat tekst- en datamining in het bijzonder gunstig kan zijn voor de onderzoeksgemeenschap en op die wijze innovatie kan aanmoedigen. Onderzoekorganisaties zoals universiteiten en onderzoeksinstituten worden in de Unie echter geconfronteerd met rechtsonzekerheid over de mate waarin zij tekst- en datamining van inhoud kunnen verrichten. In bepaalde gevallen kan tekst- en datamining handelingen inhouden die onder het auteursrecht en/of het sui generis databankenrecht vallen, met name wanneer sprake is van reproductie van werken of andere beschermde materialen en/of opvraging van inhoud uit een databank. Indien er geen uitzondering of beperking van toepassing is, zou een toestemming van de rechthebbenden vereist zijn om dergelijke handelingen te verrichten. Tekst- en datamining kan ook verricht worden met betrekking tot zuivere feiten of gegevens die niet auteursrechtelijk zijn beschermd en in dergelijke gevallen zou geen toestemming vereist zijn.

(8)  Nieuwe technologieën maken geautomatiseerde computeranalyse van informatie in digitale vorm, zoals tekst, geluid, beeld en gegevens, die algemeen bekend is als tekst- en datamining, mogelijk. Dankzij deze technologieën kunnen grote hoeveelheden informatie worden verwerkt waardoor nieuwe kennis kan worden verworven en nieuwe tendensen kunnen worden ontdekt. Hoewel technologieën voor tekst- en datamining een grote rol spelen in de digitale economie, wordt in brede kring erkend dat tekst- en datamining in het bijzonder gunstig kan zijn voor de onderzoeksgemeenschap en op die wijze innovatie, duurzame groei en werkgelegenheid kan bevorderen. Onderzoeksorganisaties zoals universiteiten en onderzoeksinstituten worden in de Unie echter geconfronteerd met rechtsonzekerheid over de mate waarin zij tekst- en datamining van inhoud kunnen verrichten. In bepaalde gevallen kan tekst- en datamining handelingen inhouden die onder het auteursrecht en/of het sui generis databankenrecht vallen, met name wanneer sprake is van reproductie van werken of andere beschermde materialen en/of opvraging van inhoud uit een databank. Indien er geen uitzondering of beperking van toepassing is, zou een toestemming van de rechthebbenden vereist zijn om dergelijke handelingen te verrichten. Tekst- en datamining kan ook verricht worden met betrekking tot zuivere feiten of gegevens die niet auteursrechtelijk zijn beschermd en in dergelijke gevallen zou geen toestemming vereist zijn.

Amendement    2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  De EU-wetgeving bepaalt reeds een aantal uitzonderingen en beperkingen voor toepassingen in wetenschappelijk onderzoek die in het geval van handelingen van tekst- en datamining kunnen worden ingeroepen. Deze uitzonderingen en beperkingen zijn echter facultatief en niet volledig afgestemd op het gebruik van technologieën in wetenschappelijk onderzoek. Wanneer onderzoekers wettige toegang tot inhoud verkrijgen, bijvoorbeeld door middel van abonnementen op tijdschriften of licenties voor open toegang, is het verder mogelijk dat de voorwaarden van de licentie tekst- en datamining uitsluiten. Aangezien onderzoek steeds meer wordt verricht met assistentie van digitale technologie, bestaat het gevaar dat de Unie als onderzoekruimte in haar concurrentiepositie wordt aangetast tenzij maatregelen worden genomen om het gebrek aan rechtszekerheid voor tekst- en datamining aan te pakken.

(9)  De EU-wetgeving bepaalt reeds een aantal uitzonderingen en beperkingen voor toepassingen in wetenschappelijk onderzoek die in het geval van handelingen van tekst- en datamining kunnen worden ingeroepen. Deze uitzonderingen en beperkingen zijn echter facultatief en niet volledig afgestemd op het gebruik van technologieën in wetenschappelijk onderzoek. Wanneer onderzoekers wettige toegang tot inhoud verkrijgen, bijvoorbeeld door middel van abonnementen op tijdschriften of licenties voor open toegang, is het verder mogelijk dat de voorwaarden van de licentie tekst- en datamining uitsluiten. Aangezien onderzoek steeds meer wordt verricht met assistentie van digitale technologie, bestaat het gevaar dat de Unie als onderzoekruimte en leider op het gebied van data-economie in haar concurrentiepositie wordt aangetast tenzij maatregelen worden genomen om het gebrek aan rechtszekerheid voor tekst- en datamining aan te pakken.

Amendement     3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(9 bis)  In het Unierecht dient er rekening mee te worden gehouden dat tekst- en datamining enorm veel potentieel heeft om te worden gebruikt in zowel formele, als informele onderzoekssettings, alsook om innovatie, groei en werkgelegenheid te stimuleren.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Dit gebrek aan rechtszekerheid moet worden aangepakt door te voorzien in een verplichte uitzondering op het reproductierecht alsmede in het recht om opvraging uit een databank te verhinderen. De nieuwe uitzondering mag geen afbreuk doen aan de bestaande dwingende uitzondering voor tijdelijke reproductiehandelingen als vastgesteld in artikel 5, lid 1, van Richtlijn 2001/29, die van toepassing moet blijven voor tekst- en dataminingtechnieken waarin geen kopieën worden gemaakt die verder gaan dan de toepassingssfeer van deze uitzondering. Onderzoeksorganisaties moeten ook van de uitzondering kunnen gebruikmaken in het geval van publiek-private partnerschappen.

(10)  Dit gebrek aan rechtszekerheid moet worden aangepakt door te voorzien in een verplichte uitzondering op het reproductierecht alsmede in het recht om opvraging uit een databank te verhinderen, waaronder van ruwe data. De nieuwe uitzondering mag geen afbreuk doen aan de bestaande dwingende uitzondering voor tijdelijke reproductiehandelingen als vastgesteld in artikel 5, lid 1, van Richtlijn 2001/29, die van toepassing moet blijven voor tekst- en dataminingtechnieken waarin geen kopieën worden gemaakt die verder gaan dan de toepassingssfeer van deze uitzondering. Bij de meeste tekst- en datamining die via het open internet plaatsvindt worden geen permanente kopieën gemaakt en daarin verschilt deze vorm van tekst- en datamining dus sterk van tekst- en datamining met betrekking tot wetenschappelijke werken.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 11

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(11)  Onderzoeksinstellingen in de gehele Unie bestaan uit een ruim gamma van diensten die in de eerste plaats tot doel hebben wetenschappelijk onderzoek te verrichten of samen met het onderzoek onderwijsdiensten aan te bieden. Vanwege de diversiteit van dergelijke diensten is het belangrijk een gemeenschappelijke afspraak te maken over de begunstigden van de afwijking. Ondanks de verschillen in rechtsvormen en structuren is het gemeenschappelijke kenmerk van de onderzoeksorganisaties in de lidstaten over het algemeen dat zij handelen zonder winstoogmerk of in het kader van een door de staat erkende taak van openbaar belang. Een dergelijke taak van openbaar belang kan bijvoorbeeld blijken uit de publieke financiering of uit de regelingen die daarvoor getroffen zijn in nationale wetgeving of overheidsopdrachten. Tegelijkertijd mogen organisaties waarop commerciële ondernemingen een beslissende invloed uitoefenen en derhalve controle kunnen uitoefenen vanwege structurele situaties zoals de hoedanigheid van aandeelhouder of vennoot, die aanleiding kunnen geven tot bevoorrechte toegang tot de resultaten van het onderzoek, niet worden beschouwd als onderzoeksorganisaties in de zin van deze richtlijn.

(11)  Onderzoeksorganisaties in de gehele Unie bestaan uit een ruim gamma van diensten die in de eerste plaats tot doel hebben wetenschappelijk onderzoek te verrichten of samen met het onderzoek onderwijsdiensten aan te bieden. Vanwege de diversiteit van dergelijke diensten is het belangrijk een gemeenschappelijke afspraak te maken over de begunstigden van de afwijking. Ondanks de verschillen in rechtsvormen en structuren is het gemeenschappelijke kenmerk van de onderzoeksorganisaties in de lidstaten over het algemeen dat zij handelen zonder winstoogmerk of in het kader van een door de staat erkende taak van openbaar belang. Een dergelijke taak van openbaar belang kan bijvoorbeeld blijken uit de publieke financiering of uit de regelingen die daarvoor getroffen zijn in nationale wetgeving of overheidsopdrachten. Tegelijkertijd mogen organisaties waarop commerciële ondernemingen een beslissende invloed uitoefenen en derhalve controle kunnen uitoefenen vanwege structurele situaties zoals de hoedanigheid van aandeelhouder of vennoot, die aanleiding kunnen geven tot bevoorrechte toegang tot de resultaten van het onderzoek, niet worden beschouwd als onderzoeksorganisaties in de zin van deze richtlijn. Universiteiten, waaronder aan universiteiten verbonden starterscentra, en onderzoeksinstituten moeten als onderzoeksorganisaties worden beschouwd.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Aangezien het aantal verzoeken om toegang en de hoeveelheid downloads van hun werken of andere beschermde materialen zeer hoog kan zijn, moeten rechthebbenden de mogelijkheid krijgen om maatregelen te nemen wanneer het risico bestaat op aantasting van de veiligheid en integriteit van het systeem of van de gegevensbanken waar de hosting van de werken of andere materialen plaatsvindt. Deze maatregelen mogen niet verder gaan dan wat noodzakelijk om de doelstelling, namelijk de veiligheid en de integriteit van het systeem, te verwezenlijken en mogen de daadwerkelijke toepassing van de uitzondering niet in de weg staan.

(12)  Aangezien het aantal verzoeken om toegang en de hoeveelheid downloads van hun werken of andere beschermde materialen zeer hoog kan zijn, moeten rechthebbenden de mogelijkheid krijgen om maatregelen te nemen wanneer het risico bestaat op aantasting van de veiligheid en integriteit van het systeem of van de gegevensbanken waar de hosting van de werken of andere materialen plaatsvindt. Deze maatregelen mogen niet verder gaan dan wat noodzakelijk om de doelstelling, namelijk de veiligheid en de integriteit van het systeem, te verwezenlijken en mogen de daadwerkelijke toepassing van de uitzondering niet in de weg staan. Deze maatregelen mogen de ontwikkeling van instrumenten voor tekst- en datamining die verschillen van de door de rechthebbende geboden instrumenten niet onmogelijk maken of uitsluiten, voor zover de veiligheid en integriteit van de netwerken en gegevensbanken gegarandeerd blijft.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Het is niet nodig te voorzien in een compensatie voor rechthebbenden in de gevallen waarin de bij deze richtlijn ingestelde uitzondering voor tekst- en datamining wordt toegepast, aangezien het nadeel gelet op de aard en het toepassingsgebied van de uitzondering minimaal zou moeten zijn.

(13)  Het is niet nodig te voorzien in een compensatie voor rechthebbenden in de gevallen waarin de bij deze richtlijn ingestelde uitzondering voor tekst- en datamining wordt toegepast, aangezien de belangen van de rechthebbenden niet in onredelijke mate worden geschaad. Gebruik in het kader van de uitzondering voor tekst- en datamining doet evenmin zodanig afbreuk aan de normale exploitatie van de werken dat afzonderlijke compensatie op zijn plaats is.

Amendement  8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Artikel 5, lid 3, onder a), van Richtlijn 2001/29/EG staat de lidstaten toe om beperkingen of restricties te stellen op de rechten inzake reproductie, mededeling aan het publiek en beschikbaarstelling voor het publiek wanneer deze rechten uitsluitend dienen, onder meer, voor toelichting bij het onderwijs. Voorts staan artikel 6, lid 2, onder b), en artikel 9, onder b), van Richtlijn 96/9/EG het gebruik van een gegevensbank en de opvraging of het hergebruik van een substantieel deel van de inhoud daarvan toe ter illustratie bij onderwijs. Wat het toepassingsgebied betreft, is het onduidelijk of deze uitzonderingen of beperkingen ook gelden voor digitale toepassingen. Bovendien is het onduidelijk of deze uitzonderingen of beperkingen zouden gelden wanneer het onderwijs online en dus op afstand wordt gegeven. Voorts voorziet het bestaande kader niet in een grensoverschrijdend effect. Deze situatie kan een belemmering vormen voor de ontwikkeling van digitaal ondersteund onderwijs en afstandsonderwijs. Derhalve is de invoering van een nieuwe dwingende uitzondering of beperking noodzakelijk om te zorgen voor volledige rechtszekerheid wanneer onderwijsinstellingen werken of ander materialen gebruiken in digitale onderwijsactiviteiten, ook online en over de grenzen heen.

(14)  Artikel 5, lid 3, onder a), van Richtlijn 2001/29/EG staat de lidstaten toe om beperkingen of restricties te stellen op de rechten inzake reproductie, mededeling aan het publiek en beschikbaarstelling voor het publiek wanneer deze rechten dienen voor toelichting bij het onderwijs of wetenschappelijk onderzoek. Voorts staan artikel 6, lid 2, onder b), en artikel 9, onder b), van Richtlijn 96/9/EG het gebruik van een gegevensbank en de opvraging of het hergebruik van een substantieel deel van de inhoud daarvan toe ter illustratie bij onderwijs. Niet alleen is de toepassing in de lidstaten ongelijk, maar ook is het wat het toepassingsgebied betreft onduidelijk of deze uitzonderingen of beperkingen ook gelden voor digitale toepassingen. Bovendien is het onduidelijk of deze uitzonderingen of beperkingen zouden gelden wanneer het onderwijs online en dus op afstand wordt gegeven. Voorts voorziet het bestaande kader niet in een grensoverschrijdend effect. Deze situatie kan een belemmering vormen voor de ontwikkeling van digitaal ondersteund onderwijs en afstandsonderwijs. Derhalve is de invoering van een nieuwe dwingende uitzondering of beperking noodzakelijk om te zorgen voor volledige rechtszekerheid wanneer onderwijsinstellingen werken of ander materialen gebruiken in alle onderwijsactiviteiten, ook online en over de grenzen heen.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Hoewel de ontwikkeling van afstandsonderwijs en grensoverschrijdende onderwijsprogramma’s hoofdzakelijk op het niveau van hoger onderwijs plaatsvindt, worden digitale instrumenten en middelen in toenemende mate gebruikt op alle onderwijsniveaus, met name om de leerervaring te verbeteren en te verrijken. De uitzondering of beperking als bedoeld in deze richtlijn moet bijgevolg ten goede komen aan alle onderwijsinstellingen in het lager, middelbaar, beroeps- en hoger onderwijs voor zover zij hun onderwijsactiviteiten met niet-commerciële doeleinden verrichten. De organisatiestructuur en de financiering van een onderwijsinstelling zijn niet van doorslaggevend belang om de niet-commerciële aard van de activiteit te bepalen.

(15)  Hoewel de ontwikkeling van afstandsonderwijs en grensoverschrijdende onderwijsprogramma’s hoofdzakelijk op het niveau van hoger onderwijs plaatsvindt, worden digitale instrumenten en middelen in toenemende mate gebruikt op alle onderwijsniveaus, met name om de leerervaring te verbeteren en te verrijken. De uitzondering of beperking als bedoeld in deze richtlijn moet bijgevolg ten goede komen aan alle onderwijsinstellingen in het lager, middelbaar, beroeps- en hoger onderwijs en door de lidstaten erkende gecertificeerde onderwijsprogramma's, alsmede instellingen voor cultureel erfgoed en onderzoeksorganisaties, voor zover zij hun onderwijsactiviteiten met niet-commerciële doeleinden verrichten. De organisatiestructuur en de financiering van een onderwijsinstelling zijn niet van doorslaggevend belang om de niet-commerciële aard van de activiteit te bepalen.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  De uitzondering of beperking moet betrekking hebben op digitaal gebruik van werken en andere materialen, zoals het gebruik van delen of uittreksels om de onderwijs- en de daaraan verbonden leeractiviteiten te ondersteunen, te verrijken of aan te vullen. Het gebruik van de werken of andere materialen overeenkomstig de uitzondering of beperking mag alleen plaatsvinden in het kader van onderwijs- en leeractiviteiten die onder de verantwoordelijkheid van onderwijsinstellingen vallen, ook tijdens examens, en dient beperkt te blijven tot hetgeen noodzakelijk is voor het doel van deze activiteiten. De uitzondering of beperking dient te gelden zowel voor toepassing in digitale leermiddelen in de klas als onlinegebruik via het beveiligde elektronische netwerk van onderwijsinstelling, en de toegang daartoe dient te worden beschermd, met name door authenticatieprocedures. De uitzondering of beperking wordt wat illustratie bij het onderwijs betreft ook geacht te gelden voor de speciale toegankelijkheidsbehoeften van personen met een beperking.

(16)  De uitzondering of beperking moet betrekking hebben op elk gebruik van werken en andere materialen, zoals het gebruik van delen of uittreksels om de onderwijs- en de daaraan verbonden leeractiviteiten te ondersteunen, te verrijken of aan te vullen. Het gebruik van de werken of andere materialen overeenkomstig de uitzondering of beperking mag alleen plaatsvinden in het kader van onderwijs- en leeractiviteiten die onder de verantwoordelijkheid vallen van instellingen die activiteiten uitoefenen op onderwijsgebied, ook tijdens examens, en dient beperkt te blijven tot hetgeen noodzakelijk is voor het doel van deze activiteiten. De uitzondering of beperking dient te gelden zowel voor toepassing in digitale leermiddelen in de klas als onlinegebruik via het beveiligde elektronische netwerk van onderwijsinstelling, en de toegang daartoe dient te worden beschermd, met name door authenticatieprocedures. De uitzondering of beperking wordt wat illustratie bij het onderwijs betreft ook geacht te gelden voor de speciale toegankelijkheidsbehoeften van personen met een beperking.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 18

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(18)  Een handeling die voor bewaringsdoeleinden wordt gesteld, kan de reproductie van werken of andere materialen in de collectie van een instelling voor cultureel erfgoed vereisen, en bijgevolg kan de toestemming van de betrokken rechthebbenden daarvoor nodig kan zijn. Instellingen voor cultureel erfgoed zijn bezig met het bewaren van hun collecties voor toekomstige generaties. Digitale technologieën bieden nieuwe mogelijkheden om het erfgoed te bewaren dat in deze collecties vervat ligt, maar brengen ook nieuwe uitdagingen mee. Om in te gaan op deze nieuwe uitdagingen moet het huidige rechtskader worden aangepast en moet worden voorzien in een dwingende uitzondering op het reproductierecht, zodat deze handelingen met bewaringsdoeleinden mogelijk worden.

(18)  Voor bewaringshandelingen kan het nodig zijn werken of andere materialen in de collectie van een instelling voor cultureel erfgoed, onderzoeksorganisatie of onderwijsinstelling te reproduceren, in welk geval de toestemming van de betrokken rechthebbenden daarvoor nodig is. Deze instellingen voor cultureel erfgoed zijn bezig met het bewaren van hun collecties voor toekomstige generaties. Digitale technologieën bieden nieuwe mogelijkheden om het erfgoed te bewaren dat in deze collecties vervat ligt, maar brengen ook nieuwe uitdagingen mee. Om in te gaan op deze nieuwe uitdagingen moet het huidige rechtskader worden aangepast en moet worden voorzien in een dwingende uitzondering op het reproductierecht, zodat deze handelingen met bewaringsdoeleinden mogelijk worden.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 19

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(19)  De uiteenlopende aanpak die in de lidstaten wordt gekozen voor bewaringsactiviteiten van instellingen voor cultureel erfgoed, vormt voor deze instellingen een hinderpaal om over de grenzen heen samen te werken en middelen voor bewaring te delen in de interne markt, hetgeen leidt tot een inefficiënt gebruik van middelen.

(19)  De uiteenlopende aanpak die in de lidstaten wordt gekozen voor bewaringsactiviteiten van instellingen voor cultureel erfgoed, onderzoeksorganisaties en onderwijsinstellingen vormt voor deze instellingen een hinderpaal om over de grenzen heen samen te werken en middelen voor bewaring te delen in de interne markt, hetgeen leidt tot een inefficiënt gebruik van middelen. De lidstaten dienen de grensoverschrijdende uitwisseling van goede praktijken, nieuwe technologieën en bewaringstechnieken te bevorderen.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Het is derhalve noodzakelijk dat de lidstaten voorzien in een uitzondering zodat instellingen voor cultureel erfgoed in hun collecties werken en andere beschermde materialen die permanent deel uitmaken van hun collecties, voor bewaringsdoeleinden kunnen reproduceren, bijvoorbeeld om rekening te houden met technologische veroudering of aantasting van de oorspronkelijke dragers. Op basis van een dergelijke uitzondering wordt het mogelijk kopieën te maken door middel van de geschikte bewaringsinstrumenten, -middelen of -technologieën, in het vereiste aantal en op elk moment in de levenscyclus van een werk of ander materiaal, voor zover dit noodzakelijk is om een kopie te produceren die alleen bestemd is voor bewaringsdoeleinden.

(20)  Het is derhalve noodzakelijk dat de lidstaten voorzien in een uitzondering zodat instellingen voor cultureel erfgoed, onderzoeksorganisaties en onderwijsinstellingen, in hun collecties werken en andere beschermde materialen die permanent deel uitmaken van hun collecties, voor bewaringsdoeleinden kunnen reproduceren, bijvoorbeeld om rekening te houden met technologische veroudering of aantasting van de oorspronkelijke dragers. Deze entiteiten moeten voor intern gebruik ook reproducties kunnen maken voor diverse doelen, zoals verzekering, vereffening van rechten en bruikleen. Deze uitzondering moet het mogelijk maken kopieën te maken door middel van de geschikte bewaringsinstrumenten, -middelen of -technologieën, in het vereiste aantal en op elk moment in de levenscyclus van een werk of ander materiaal, in een omvang als nodig is voor het maken van een dergelijke reproductie. Het reproduceren mag uitgevoerd worden in samenwerking met andere instanties die in de lidstaten gevestigd zijn.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(21)  Voor de toepassing van deze richtlijn worden werken en andere materialen geacht permanent deel uit te maken van de collectie van een instelling voor cultureel erfgoed wanneer kopieën eigendom zijn of permanent in het bezit zijn van de instelling voor cultureel erfgoed, bijvoorbeeld ten gevolge van een overdracht van eigendom of licentieovereenkomsten.

(21)  Voor de toepassing van deze richtlijn worden werken en andere materialen geacht permanent deel uit te maken van de collectie van een instelling voor cultureel erfgoed, onderzoeksorganisatie of onderwijsinstelling wanneer kopieën eigendom zijn van, langdurig in bruikleen zijn bij of permanent in het bezit zijn van deze entiteit, waaronder in geval van overdracht van eigendom of licentieovereenkomsten.

Amendement     15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  De lidstaten moeten binnen het bij deze richtlijn gestelde kader flexibiliteit krijgen om het specifieke soort mechanisme te kiezen waarmee licenties voor werken die niet meer in de handel zijn, in overeenstemming met hun juridische tradities, praktijken of omstandigheden, kunnen worden uitgebreid tot de rechten van niet door de organisatie voor collectief beheer vertegenwoordigde rechthebbenden. Voor dergelijke mechanismen kan ook worden gedacht aan verruimde collectieve licentieverlening en vermoedens van vertegenwoordiging.

(23)  De lidstaten moeten binnen het bij deze richtlijn gestelde kader flexibiliteit krijgen om het specifieke soort mechanisme te kiezen waarmee licenties voor werken die niet meer in de handel zijn, in overeenstemming met hun juridische tradities, praktijken of omstandigheden, kunnen worden uitgebreid tot de rechten van niet of niet-adequaat door de organisatie voor collectief beheer vertegenwoordigde rechthebbenden. Voor dergelijke mechanismen kan ook worden gedacht aan verruimde collectieve licentieverlening en vermoedens van vertegenwoordiging.

Amendement     16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 25

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(25)  Gelet op de diversiteit van de werken en andere materialen in de collecties van instellingen voor cultureel erfgoed is het van belang dat de bij deze richtlijn ingevoerde mechanismen voor licentieverlening beschikbaar zijn en in de praktijk kunnen worden ingezet voor verschillende soorten werken en andere materialen, waaronder foto’s, geluidsopnamen en audiovisuele werken. Om rekening te houden met de specifieke kenmerken van verschillende categorieën werken en andere materialen wat de wijze van publicatie en distributie betreft, en om de bruikbaarheid van deze mechanismen te bevorderen, kan het zijn dat lidstaten specifieke voorschriften en procedures moeten instellen voor de praktische toepassing van die licentieregelingen. Het is aangewezen dat de lidstaten rechthebbenden, gebruikers en organisaties voor collectief beheer raadplegen wanneer zij dat doen.

(25)  Gelet op de diversiteit van de werken en andere materialen in de collecties van instellingen voor cultureel erfgoed is het van belang dat de bij deze richtlijn ingevoerde mechanismen voor licentieverlening beschikbaar zijn en in de praktijk kunnen worden ingezet voor verschillende soorten werken en andere materialen, waaronder foto’s, geluidsopnamen en audiovisuele werken. Om rekening te houden met de specifieke kenmerken van verschillende categorieën werken en andere materialen wat de wijze van publicatie en distributie betreft, en om de bruikbaarheid van deze mechanismen te bevorderen, kan het zijn dat lidstaten specifieke voorschriften en procedures moeten instellen voor de praktische toepassing van die licentieregelingen. Het is aangewezen dat de lidstaten rechthebbenden, culturele instellingen, gebruikers en organisaties voor collectief beheer raadplegen wanneer zij dat doen.

Amendement     17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  Voor de toepassing van deze richtlijn dient een definitie te worden vastgesteld van het begrip perspublicatie in die zin dat het alleen betrekking heeft op journalistieke publicaties, uitgegeven door een dienstenaanbieder, die in welke media dan ook periodiek of regelmatig worden bijgewerkt, met de bedoeling te informeren of te vermaken. Dergelijke publicaties omvatten bijvoorbeeld dag-, week- of maandbladen met een algemene of specifieke inhoud en websites voor nieuws. Periodieke publicaties die voor wetenschappelijk of academische doeleinden worden uitgegeven, zoals wetenschappelijke bladen, mogen niet vallen onder de bescherming die krachtens deze richtlijn aan perspublicaties wordt verleend. Deze bescherming strekt zich niet uit tot handelingen van hyperlinking die geen mededeling aan het publiek vormen.

(33)  Voor de toepassing van deze richtlijn dient een definitie te worden vastgesteld van het begrip perspublicatie in die zin dat het alleen betrekking heeft op journalistieke publicaties, uitgegeven door een dienstenaanbieder, die in welke media dan ook periodiek of regelmatig worden bijgewerkt, met de bedoeling te informeren of te vermaken. Dergelijke publicaties omvatten bijvoorbeeld dag-, week- of maandbladen met een algemene of specifieke inhoud en websites voor nieuws. Periodieke publicaties die voor wetenschappelijk of academische doeleinden worden uitgegeven, zoals wetenschappelijke bladen, dienen ook te vallen onder de bescherming die krachtens deze richtlijn aan perspublicaties wordt verleend. Deze bescherming strekt zich niet uit tot handelingen van hyperlinking die geen mededeling aan het publiek vormen.

Amendement     18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 33 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(33 bis)  De rechten van uitgevers van perspublicaties dienen te gelden onverminderd de rechten van individuen betreffende de reproductie en beschikbaarstelling van, dan wel het bieden van links naar of uittreksels van een perspublicatie aan het publiek voor particulier gebruik of voor niet op het maken van winst gerichte, niet-commerciële doeleinden.

Amendement     19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  De krachtens deze richtlijn aan uitgevers van perspublicaties verleende rechten dienen dezelfde strekking te hebben als de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten van reproductie en beschikbaarstelling aan het publiek, voor zover het om digitale toepassingen gaat. Zij moeten ook worden onderworpen aan dezelfde bepalingen inzake uitzonderingen en beperkingen als die welke gelden voor de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten, waaronder de uitzondering voor citaten ten behoeve van kritieken of recensies, als vastgesteld in artikel 5, lid 3, onder d), van die richtlijn.

(34)  De krachtens deze richtlijn aan uitgevers van perspublicaties verleende rechten dienen dezelfde strekking te hebben als de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten van reproductie en beschikbaarstelling aan het publiek. Zij moeten ook worden onderworpen aan dezelfde bepalingen inzake uitzonderingen en beperkingen als die welke gelden voor de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten, waaronder de uitzondering voor citaten ten behoeve van kritieken of recensies, als vastgesteld in artikel 5, lid 3, onder d), van die richtlijn. De krachtens deze richtlijn aan uitgevers van perspublicaties verleende rechten gelden ook wanneer de inhoud automatisch wordt gegenereerd door bijvoorbeeld feedreaders.

Amendement     20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  De bescherming die uit hoofde van deze richtlijn aan uitgevers van perspublicaties wordt verleend, mag geen afbreuk doen aan de rechten van auteurs en andere rechthebbenden op de daarin opgenomen werken en andere materialen, ook wat betreft de reikwijdte waarin auteurs en andere rechthebbenden hun werken of andere beschermde materialen onafhankelijk van de perspublicatie waarvan deze deel uitmaken, kunnen exploiteren. Daarom mogen uitgevers van perspublicaties zich niet beroepen op de hun verleende bescherming ten aanzien van auteurs en andere rechthebbenden. Dit geldt onverminderd contractuele regelingen tussen uitgevers van perspublicaties enerzijds en auteurs en andere rechthebbenden anderzijds.

(35)  De bescherming die uit hoofde van deze richtlijn aan uitgevers van perspublicaties wordt verleend, mag geen afbreuk doen aan de rechten van auteurs en andere rechthebbenden op de daarin opgenomen werken en andere materialen, ook wat betreft de reikwijdte waarin auteurs en andere rechthebbenden hun werken of andere beschermde materialen onafhankelijk van de perspublicatie waarvan deze deel uitmaken, kunnen exploiteren. Daarom mogen uitgevers van perspublicaties zich niet beroepen op de hun verleende bescherming ten aanzien van auteurs en andere rechthebbenden. Dit geldt onverminderd contractuele regelingen tussen uitgevers van perspublicaties enerzijds en auteurs en andere rechthebbenden anderzijds. De lidstaten dienen ervoor te zorgen dat een billijk deel van de vergoeding voor het gebruik van de rechten van uitgevers van perspublicaties aan journalisten, auteurs en andere rechthebbenden wordt uitbetaald.

Amendement     21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 36 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(36 bis)  De culturele en creatieve sector speelt een belangrijke rol bij de herindustrialisering van Europa, stimuleert groei en is strategisch goed geplaatst om voor "spill-over" van innovaties naar andere industriesectoren te zorgen. Daarnaast is de culturele en creatieve sector een drijvende kracht achter innovatie en ontwikkeling van ICT in Europa. De culturele en creatieve sector in Europa is goed voor meer dan 12 miljoen voltijdse banen, hetgeen 7,5 % van de beroepsbevolking in de EU is, en creëert ongeveer 509 miljard euro toegevoegde waarde voor het bbp (5,3 % van de totale bruto toegevoegde waarde in de EU). De bescherming van auteursrechten en naburige rechten genereert een belangrijk deel van de inkomsten van de culturele en creatieve sector.

Amendement     22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(37)  De afgelopen jaren is de werking van de markt voor online-inhoud complexer geworden. Onlinediensten met toegang tot auteursrechtelijk beschermde inhoud die door gebruikers ervan is geüpload zonder dat de rechthebbenden hierbij betrokken zijn, floreren welig en vormen nu een belangrijke bron van toegang tot online-inhoud. Dit heeft invloed op de mogelijkheden voor rechthebbenden om te bepalen of, en onder welke voorwaarden, hun werken en andere materialen worden gebruikt, alsmede op hun kansen om hiervoor een passende vergoeding te verkrijgen.

(37)  De afgelopen jaren is de werking van de markt voor online-inhoud complexer geworden. Onlinediensten met toegang tot auteursrechtelijk beschermde inhoud die door gebruikers ervan is geüpload zonder dat de rechthebbenden hierbij betrokken zijn, floreren welig en vormen nu een belangrijke bron van toegang tot online-inhoud. Dit heeft invloed op de mogelijkheden voor rechthebbenden om te bepalen of, en onder welke voorwaarden, hun werken en andere materialen worden gebruikt, alsmede op hun kansen om hiervoor een passende vergoeding te verkrijgen. Hoewel tegenwoordig meer creatieve inhoud wordt geconsumeerd dan ooit tevoren, bijvoorbeeld via platformen waarop gebruikers hun eigen inhoud kunnen uploaden en middels diensten voor aggregatie van inhoud, heeft de culturele en creatieve sector zijn inkomsten hierdoor niet evenredig zien stijgen. Als een van de belangrijkste redenen wordt de waardeoverdracht genoemd die is ontstaan als gevolg van onduidelijkheid over de status van deze onlinediensten in het kader van de wetgeving inzake auteursrechten en elektronische handel. Er is een oneerlijke markt gecreëerd, die een bedreiging vormt voor de ontwikkeling van de digitale eengemaakte markt en de belangrijkste spelers hiervan: de culturele en creatieve sector.

Amendement     23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 37 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(37 bis)  Digitale platforms zijn een middel om de toegang tot cultureel en creatief werk te vergroten, en bieden tal van mogelijkheden voor de culturele en creatieve sector om nieuwe zakelijke modellen te ontwikkelen. Derhalve dient te erover te worden nagedacht hoe dit proces met meer rechtszekerheid en eerbied voor rechthebbenden kan verlopen. Het is dan ook van uitermate groot belang om voor transparantie en gelijke randvoorwaarden te zorgen. De bescherming van rechthebbenden in het kader van copyright en intellectueel eigendom is noodzakelijk om de erkenning van waarden en de bevordering van innovatie, creativiteit, investeringen en productie van inhoud te waarborgen.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 38 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Wanneer aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij voorzien in de opslag van en de toegang tot auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen die door de gebruikers ervan zijn geüpload, en zodoende verder gaan dan de loutere beschikbaarstelling van fysieke faciliteiten en een handeling van mededeling aan het publiek verrichten, zijn zij verplicht licentieovereenkomsten met rechthebbenden te sluiten, tenzij zij in aanmerking komen voor de vrijstelling van aansprakelijkheid waarin artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad voorziet.

Wanneer aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij voorzien in de opslag van en de toegang tot auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen die door de gebruikers ervan zijn geüpload, en zodoende verder gaan dan de loutere beschikbaarstelling van fysieke faciliteiten en het verrichten van een handeling van mededeling aan het publiek of een handeling van reproductie, zijn zij verplicht licentieovereenkomsten met rechthebbenden te sluiten, tenzij zij in aanmerking komen voor de vrijstelling van aansprakelijkheid waarin artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad voorziet.

__________________

__________________

Richtlijn nr. 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1).

Richtlijn nr. 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1).

Amendement     25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 38 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Met betrekking tot artikel 14 moet worden nagegaan of de dienstverlener een actieve rol speelt, onder meer door de presentatie van de geüploade werken of andere materialen te optimaliseren of door deze te promoten, ongeacht de aard van de daarvoor gebruikte middelen.

Met betrekking tot artikel 14 moet worden nagegaan of de dienstverlener een actieve rol speelt, onder meer door de presentatie van de geüploade werken of andere materialen te optimaliseren of door deze te promoten, ongeacht de aard van de daarvoor gebruikte middelen. Aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij zijn verplicht licenties te verkrijgen voor auteursrechtelijk beschermde inhoud, ongeacht of zij redactionele verantwoordelijkheid voor die inhoud hebben of niet. De licenties die aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij van rechthebbenden verkrijgen, moeten geacht worden van toepassing te zijn op alle door hun gebruikers gegenereerde inhoud, met inbegrip van gebruikers die met niet-commerciële doeleinden handelen. Dit zorgt enerzijds voor rechtszekerheid voor individuele gebruikers van dergelijke diensten, en anderzijds voor duidelijkheid ten aanzien van de aansprakelijkheid van platforms.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 38 – alinea 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Om de werking van een licentieovereenkomst te verzekeren moeten aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die zich bezighouden met het opslaan van en het verlenen van publieke toegang tot grote hoeveelheden door hun gebruikers geüploade auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen, passende en evenredige maatregelen nemen, zoals de toepassing van doeltreffende technologieën, om de bescherming van werken of andere materialen te garanderen. Deze verplichting moet ook van toepassing zijn wanneer de aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij in aanmerking komen voor de in artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG omschreven vrijstelling van aansprakelijkheid.

Om de werking van een licentieovereenkomst te verzekeren moeten aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die zich bezighouden met het opslaan van en het verlenen van publieke toegang tot aanzienlijke hoeveelheden door hun gebruikers geüploade auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen, passende en evenredige maatregelen nemen om de bescherming van werken of andere materialen te garanderen. Deze verplichting moet ook van toepassing zijn wanneer de aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij in aanmerking komen voor de in artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG omschreven vrijstelling van aansprakelijkheid.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 39

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(39)  Voor de werking van technologieën, zoals technologieën voor herkenning van inhoud, is het van uiterst belang dat aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die zich bezighouden met het opslaan van en het verlenen van publieke toegang tot grote hoeveelheden door de gebruikers ervan geüploade auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen, samenwerking aangaan met rechthebbenden. In dergelijke gevallen moeten de rechthebbenden de nodige gegevens verstrekken om de diensten in staat te stellen hun inhoud te onderzoeken, en moeten de diensten met betrekking tot de gebruikte technologieën transparant zijn ten aanzien van de rechthebbenden, die de geschiktheid ervan moeten kunnen beoordelen. De diensten moeten rechthebbenden met name voorzien van informatie over de aard van de gebruikte technologieën, de manier waarop deze worden toegepast en de mate waarin hiermee resultaten worden geboekt bij de herkenning van inhoud van rechthebbenden. Deze technologieën moeten rechthebbenden ook in staat stellen om van aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij informatie te verkrijgen over het gebruik van hun inhoud waarop een overeenkomst van toepassing is.

(39)  Voor de doeltreffende tenuitvoerlegging van deze maatregelen is het van uiterst belang dat aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die zich bezighouden met het opslaan van en het verlenen van publieke toegang tot aanzienlijke hoeveelheden door de gebruikers ervan geüploade auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen, samenwerking aangaan met rechthebbenden. In dergelijke gevallen moeten de rechthebbenden de nodige gegevens verstrekken om de diensten in staat te stellen hun inhoud te onderzoeken, en moeten de diensten met betrekking tot de uitgevoerde maatregelen transparant zijn ten aanzien van de rechthebbenden, die de geschiktheid ervan moeten kunnen beoordelen. De diensten moeten rechthebbenden met name voorzien van informatie over de aard van de genomen maatregelen, de manier waarop deze worden toegepast en de mate waarin hiermee resultaten worden geboekt bij de herkenning van inhoud van rechthebbenden. Deze maatregelen moeten rechthebbenden ook in staat stellen om van aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij informatie te verkrijgen over het gebruik van hun inhoud waarop een overeenkomst van toepassing is. Er moet echter op passende wijze worden gewaarborgd dat de toegepaste maatregelen geen inbreuk maken op de grondrechten van gebruikers, met name het recht op bescherming van persoonsgegevens, zoals neergelegd in Richtlijn 95/46/EG, Richtlijn 2001/58/EG en Verordening (EU)2016/679, en het recht van gebruikers om informatie te ontvangen of door te geven, met name de mogelijkheid om gebruik te maken van een uitzondering op of beperking van auteursrecht.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40)  Bepaalde rechthebbenden, zoals auteurs en uitvoerende kunstenaars, hebben informatie nodig om de economische waarde te kunnen schatten van hun rechten die op grond van het Unierecht zijn geharmoniseerd. Dit is met name het geval wanneer deze rechthebbenden een licentie verlenen of hun rechten overdragen tegen een vergoeding. Auteurs en uitvoerende kunstenaars bevinden zich gewoonlijk in een zwakkere contractuele positie wanneer zij licenties verlenen of hun rechten overdragen: zij hebben dan ook informatie nodig om de voortdurende economische waarde van hun rechten in te schatten tegenover de vergoeding die zij ontvangen voor hun licentie of overdracht, maar hebben vaak af te rekenen met een gebrek aan transparantie. Voor de transparantie en het evenwicht binnen het stelsel dat de vergoeding voor auteurs en uitvoerende kunstenaars regelt, is het derhalve belangrijk dat hun contractpartners of hun rechtsopvolgers passende informatie verstrekken.

(40)  Bepaalde rechthebbenden, zoals auteurs en uitvoerende kunstenaars, hebben informatie nodig om de economische waarde te kunnen schatten van hun rechten die op grond van het Unierecht zijn geharmoniseerd. Dit is met name het geval wanneer deze rechthebbenden een licentie verlenen of hun rechten overdragen tegen een vergoeding. Auteurs en uitvoerende kunstenaars bevinden zich in een zwakkere contractuele positie wanneer zij licenties verlenen of hun rechten overdragen: zij hebben dan ook informatie nodig om de voortdurende economische waarde van hun rechten in te schatten tegenover de vergoeding die zij ontvangen voor hun licentie of overdracht, maar hebben vaak af te rekenen met een gebrek aan transparantie. Voor de transparantie en het evenwicht binnen het stelsel dat de vergoeding voor auteurs en uitvoerende kunstenaars regelt, is het derhalve belangrijk dat hun contractpartners en volgende cessionarissen of licentienemers, alsook hun rechtsopvolgers, passende informatie verstrekken. De rapportage- en transparantievoorschriften dienen in verband met het werk te gelden ongeacht het (eventueel grensoverschrijdende) gebruik.

Amendement     29

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 41

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(41)  Bij het opleggen van transparantieverplichtingen dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van de verschillende inhoudsindustrieën en met de rechten van auteurs en uitvoerende kunstenaars in elke sector. De lidstaten moeten overleg plegen met alle relevante belanghebbenden om uit te zoeken welke sectorspecifieke voorschriften noodzakelijk zijn. Collectieve onderhandelingen moet worden beschouwd als een mogelijkheid om tussen de relevante belanghebbenden overeenstemming te bereiken met betrekking tot transparantie. Om de huidige rapportagepraktijken aan de transparantieverplichtingen te kunnen aanpassen, dient te worden voorzien in een overgangsperiode. De transparantievoorschriften hoeven niet te worden toegepast op overeenkomsten met organisaties voor collectief beheer als die welke reeds aan transparantieverplichtingen zijn onderworpen uit hoofde van Richtlijn 2014/26/EU.

(41)  Bij het opleggen van transparantieverplichtingen dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van de verschillende inhoudsindustrieën en met de rechten van auteurs en uitvoerende kunstenaars in elke sector. De lidstaten moeten overleg plegen met alle relevante belanghebbenden om uit te zoeken welke sectorspecifieke voorschriften en standaard rapportagevereisten en -procedures noodzakelijk zijn. Collectieve onderhandelingen moet worden beschouwd als een mogelijkheid om tussen de relevante belanghebbenden overeenstemming te bereiken met betrekking tot transparantie. Om de huidige rapportagepraktijken aan de transparantieverplichtingen te kunnen aanpassen, dient te worden voorzien in een overgangsperiode. De transparantievoorschriften hoeven niet te worden toegepast op overeenkomsten met organisaties voor collectief beheer, omdat die reeds uit hoofde van Richtlijn 2014/26/EU aan transparantievoorschriften zijn onderworpen, mits de lidstaten Richtlijn 2014/26/EU in nationaal recht hebben omgezet en alle noodzakelijke maatregelen hebben genomen om ervoor te zorgen dat het beheer van alle organisaties voor collectief beheer op doeltreffende en billijke wijze wordt uitgevoerd De lidstaten dienen er verder voor te zorgen dat organisaties voor collectief beheer in het belang van rechthebbenden handelen, vergoedingen correct en regelmatig uitbetalen en een jaarlijks transparantierapport publiceren, in overeenstemming met Richtlijn 2014/26/EU.

Amendement     30

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 46

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(46)  De verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze richtlijn dient te geschieden in overeenstemming met de grondrechten, met inbegrip van het recht op de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens uit hoofde van de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en daarbij moeten Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad35 en Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad36 worden nageleefd.

(46)  De verwerking van persoonsgegevens in het kader van deze richtlijn dient te geschieden in overeenstemming met de grondrechten, met inbegrip van het recht op de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven en het recht op bescherming van persoonsgegevens uit hoofde van de artikelen 7 en 8 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en daarbij moeten Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad35 en Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad36 worden nageleefd. In de toekomst moeten de bepalingen van de algemene verordening gegevensbescherming, met inbegrip van het "recht om te worden vergeten", in acht worden genomen.

_________________

_________________

35Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31). Deze richtlijn wordt ingetrokken met ingang van 25 mei 2018 en zal worden vervangen door Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

35Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PB L 281 van 23.11.1995, blz. 31). Deze richtlijn wordt ingetrokken met ingang van 25 mei 2018 en zal worden vervangen door Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) (PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1).

36Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn voor de gegevensbescherming voor elektronische communicatie) (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37), "e-privacyrichtlijn" genoemd, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2006/24/EG en Richtlijn 2009/136/EG.

36Richtlijn 2002/58/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 juli 2002 betreffende de verwerking van persoonsgegevens en de bescherming van de persoonlijke levenssfeer in de sector elektronische communicatie (richtlijn voor de gegevensbescherming voor elektronische communicatie) (PB L 201 van 31.7.2002, blz. 37), "e-privacyrichtlijn" genoemd, zoals gewijzigd bij Richtlijn 2006/24/EG en Richtlijn 2009/136/EG.

Amendement     31

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 46 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(46 bis)  Het is belangrijk te wijzen op het belang van anonimiteit bij het omgaan met persoonsgegevens voor commerciële doeleinden. Daarnaast dient de optie waarbij de standaardsetting inhoudt dat persoonsgegevens bij het gebruik van onlineplatforms niet worden gedeeld, te worden bevorderd.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  „onderzoeksorganisatie”: een universiteit, een onderzoekinstelling of een andere organisatie die hoofdzakelijk tot doel heeft wetenschappelijk onderzoek te verrichten of wetenschappelijk onderzoek te verrichten en onderwijsdiensten te verstrekken:

1.  „onderzoeksorganisatie”: een universiteit, waaronder ook wordt begrepen een aan een universiteit verbonden starterscentrum, een onderzoeksinstituut of een andere organisatie die hoofdzakelijk tot doel heeft wetenschappelijk onderzoek te verrichten of wetenschappelijk onderzoek te verrichten en onderwijsdiensten te verstrekken:

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 - punt 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(2 bis)  „startende onderneming”: voor de toepassing van deze richtlijn, een onderneming met minder dan tien werknemers en een jaaromzet of financiële balans van minder dan 2 miljoen euro, die niet langer dan drie jaar voor gebruikmaking van de uitzondering van artikel 3, lid 1, is opgericht.

Amendement     34

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(4 bis)  „legale toegang”: op legale wijze verkregen toegang tot inhoud

Amendement     35

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Artikel 3

Artikel 3

Tekst- en datamining

Tekst- en datamining

1.  De lidstaten voorzien in een uitzondering op de rechten bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn voor reproducties en opvragingen door onderzoekorganisaties om tekst- en datamining te verrichten op werken of andere materialen waartoe zij legale toegang hebben met het oog op wetenschappelijk onderzoek.

1.  De lidstaten voorzien in een uitzondering op de rechten bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn voor reproducties en opvragingen door onderzoeksorganisaties, organisaties zonder winstoogmerk en startende ondernemingen om tekst- en datamining te verrichten op werken of andere materialen waartoe zij legale toegang hebben verkregen met het oog op wetenschappelijk onderzoek.

2.  Elke contractuele bepaling die in strijd is met de in lid 1 bedoelde uitzondering, is niet afdwingbaar.

2.  Elke contractuele bepaling die in strijd is met de in lid 1 bedoelde uitzondering, is niet afdwingbaar.

3.  Rechthebbenden kunnen maatregelen nemen met het oog op de veiligheid en de integriteit van de netwerken en gegevensbanken waar de werken of andere materialen worden gehost. Deze maatregelen gaan niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

3.  Rechthebbenden kunnen maatregelen nemen met het oog op de veiligheid en de integriteit van de netwerken en gegevensbanken waar de werken of andere materialen worden gehost. Deze maatregelen gaan niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken en mogen begunstigden niet verhinderen of op onredelijke wijze belemmeren gebruik te maken van de in lid 1 voorziene uitzondering en mogen evenmin afbreuk doen aan de mogelijkheden van begunstigden om instrumenten voor tekst- en datamining te ontwikkelen die afwijken van de door rechthebbenden geboden instrumenten.

4.  De lidstaten moedigen rechthebbenden en onderzoeksorganisaties aan om algemeen aanvaarde beste praktijken vast te stellen met betrekking tot de toepassing van de in lid 3 bedoelde maatregelen.

 

 

4 bis.  Degenen die van de uitzondering als bedoeld in lid 1 gebruikmaken en die zich met tekst- en datamining bezighouden, nemen maatregelen om ervoor te zorgen dat de data die hierbij worden vergaard veilig worden bewaard en niet langer worden bewaard dan nodig is voor het onderzoeksdoel. De in lid 1 bedoelde uitzondering heeft geen betrekking op handelingen van tekst- en datamining met betrekking tot zuivere feiten of gegevens die niet auteursrechtelijk zijn beschermd of handelingen van tekst- en datamining waarmee geen reproductie- of opvragingshandelingen gemoeid zijn. Toestemming van rechthebbenden of degenen die de auteursrechten van databanken bezitten is niet vereist voor tijdelijke reproductiehandelingen die vallen onder uitzonderingen op grond van het recht van de Unie, noch voor opvragingshandelingen die noodzakelijk zijn voor de toegang tot en het normale gebruik van de inhoud van een databank door de rechtmatige gebruiker.

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten voorzien in een uitzondering of beperking op de rechten bedoeld in de artikelen 2 en 3 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2009/24/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn om digitaal gebruik van werken en andere materialen dat uitsluitend dient voor illustratie bij het onderwijs, mogelijk te maken voor zover dit wordt gerechtvaardigd door het te bereiken niet-commerciële doel, op voorwaarde dat het gebruik:

1.  De lidstaten voorzien in een uitzondering of beperking op de rechten bedoeld in de artikelen 2 en 3 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, artikel 4, lid 1, van Richtlijn 2009/24/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn om digitaal gebruik van werken en andere materialen dat uitsluitend dient voor illustratie bij onderwijs of wetenschappelijk onderzoek, mogelijk te maken voor zover dit wordt gerechtvaardigd door het te bereiken niet-commerciële doel, op voorwaarde dat het gebruik:

Amendement    37

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  plaatsvindt in de gebouwen van een onderwijsinstelling of door middel van een beveiligd elektronisch netwerk dat alleen toegankelijk is voor de leerlingen of studenten en het onderwijzend personeel van de onderwijsinstelling;

(a)  plaatsvindt in de lesruimte van een onderwijsinstelling of door de lidstaat erkend gecertificeerd onderwijsprogramma, een instelling voor cultureel erfgoed of een onderzoeksorganisatie, of via een beveiligd elektronisch netwerk dat alleen toegankelijk is voor geregistreerde leerlingen en onderwijzend personeel;

Amendement     38

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten die gebruik maken van de in de eerste alinea bedoelde bepaling, nemen de nodige maatregelen om voor onderwijsinstellingen een passende beschikbaarheid en zichtbaarheid van de licenties voor de in lid 1 beschreven handelingen te waarborgen.

De lidstaten die gebruik maken van de in de eerste alinea bedoelde bepaling, nemen de nodige maatregelen om voor onderwijsinstellingen via een gemakkelijk toegankelijke gegevensbank een passende beschikbaarheid en zichtbaarheid van de licenties voor de in lid 1 beschreven handelingen te waarborgen.

Amendement     39

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het gebruik van werken en andere materialen dat uitsluitend dient voor illustratie bij het onderwijs via beveiligde elektronische netwerken overeenkomstig de bepalingen van nationaal recht ter uitvoering van dit artikel, wordt geacht uitsluitend plaats te vinden in de lidstaat waar de onderwijsinstelling is gevestigd.

3.  Het gebruik van werken en andere materialen dat uitsluitend dient voor illustratie bij het onderwijs of wetenschappelijk onderzoek via beveiligde elektronische netwerken overeenkomstig de bepalingen van nationaal recht ter uitvoering van dit artikel, wordt geacht uitsluitend plaats te vinden in de lidstaat waar de onderwijsinstelling, het gecertificeerde onderwijsprogramma, de instelling voor cultureel erfgoed of de onderzoeksorganisatie is gevestigd.

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten voorzien in een uitzondering op de rechten bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, artikel 4, lid 1, onder a), van Richtlijn 2009/24/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn, op grond waarvan instellingen voor cultureel erfgoed kopieën van werken of andere materialen die permanent deel uitmaken van hun collectie, in welke vorm of welk medium ook kunnen maken, met als enig doel het behoud van dergelijke werken of andere materialen en voor zover dit noodzakelijk voor het behoud daarvan.

De lidstaten voorzien in een uitzondering op de rechten bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, artikel 4, lid 1, onder a), van Richtlijn 2009/24/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn, op grond waarvan instellingen voor cultureel erfgoed, onderzoeksorganisaties en onderwijsinstellingen kopieën van werken of andere materialen die permanent deel uitmaken van hun collectie, in welke vorm of welk medium ook kunnen maken, met als enig doel het behoud van dergelijke werken of andere materialen en voor zover dit noodzakelijk is voor het behoud daarvan, alsmede reproducties voor intern gebruik voor doeleinden die betrekking hebben op de uitvoering van hun taak van openbaar belang.

Amendement     41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor, in overleg met rechthebbenden, organisaties voor collectief beheer en instellingen voor cultureel erfgoed, dat de voorschriften om te bepalen of werken en andere materialen overeenkomstig lid 1 in licentie kunnen worden gegeven, niet verder gaan dan hetgeen noodzakelijk en redelijk is en niet de mogelijkheid uitsluiten om te bepalen dat een collectie in haar geheel de status van niet in de handel zijnd werk of materiaal krijgt wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat alle werken of andere materialen in de collectie niet meer in de handel zijn.

De lidstaten zorgen ervoor, in overleg met rechthebbenden, organisaties voor collectief beheer en instellingen voor cultureel erfgoed, dat de voorschriften om te bepalen of werken en andere materialen overeenkomstig lid 1 in licentie kunnen worden gegeven, niet verder gaan dan hetgeen noodzakelijk en redelijk is en niet de mogelijkheid uitsluiten om te bepalen dat een collectie in haar geheel de status van niet in de handel zijnd werk of materiaal krijgt wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat alle werken of andere materialen in de collectie niet meer in de handel zijn. Indien er geen organisatie voor collectief beheer is of indien een organisatie voor collectief beheer de rechten van rechthebbenden niet adequaat beheert, moeten de lidstaten in uitzonderingen voorzien voor instellingen voor cultureel erfgoed, onderzoeksorganisaties en formele en niet-formele onderwijsinstellingen, om niet in de handel zijnde werken voor niet-commerciële doelen aan het publiek te distribueren, mee te delen of beschikbaar te stellen. De lidstaten moeten voorzien in een passende vergoeding voor elk onredelijk nadeel dat rechthebbenden hebben geleden, en ervoor zorgen dat rechthebbenden te allen tijde bezwaar kunnen maken tegen het gebruik van hun werken.

Amendement     42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten verzekeren een regelmatige dialoog met representatieve organisaties van gebruikers en rechthebbenden en met andere relevante belangenorganisaties om per sector de relevantie en de bruikbaarheid van de in artikel 7, lid 1, bedoelde mechanismen voor licentieverlening te bevorderen, om de efficiëntie van de in dit hoofdstuk omschreven waarborgen voor rechthebbenden, met name wat publiciteitsmaatregelen betreft, te verzekeren en indien nodig bijstand te verlenen bij het opstellen van de in artikel 7, lid 2, tweede alinea, bedoelde voorschriften.

De lidstaten verzekeren een regelmatige dialoog met representatieve organisaties van gebruikers en rechthebbenden en met andere relevante belangenorganisaties om per sector de relevantie en de bruikbaarheid van de in artikel 7, lid 1, bedoelde mechanismen voor licentieverlening te bevorderen, onder andere door het oplossen van problemen als activiteiten van instellingen voor cultureel erfgoed overeenkomstig de artikelen 7 en 8 niet naar behoren mogelijk worden gemaakt, en verzekeren de efficiëntie van de in dit hoofdstuk omschreven waarborgen voor rechthebbenden, met name wat publiciteitsmaatregelen betreft, en verlenen indien nodig bijstand bij het opstellen van de in artikel 7, lid 2, tweede alinea, bedoelde voorschriften.

Amendement     43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bescherming van perspublicaties met betrekking tot digitale toepassingen

Bescherming van perspublicaties

Motivering

Papieren edities moeten even goed worden beschermd als digitale edities. Het is dan ook van cruciaal belang dat rechten worden verleend voor zowel digitaal als niet-digitaal gebruik, en dat tekst die tot uitsluiting van niet-digitaal gebruik zou kunnen leiden, wordt geschrapt.

Amendement     44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten verlenen uitgevers van perspublicaties de in artikel 2 en artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten voor het digitale gebruik van hun perspublicaties.

1.  De lidstaten verlenen uitgevers van perspublicaties de in artikel 2 en artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten voor het gebruik van hun perspublicaties.

Motivering

Papieren edities moeten even goed worden beschermd als digitale edities. Het is dan ook van cruciaal belang dat rechten worden verleend voor zowel digitaal als niet-digitaal gebruik, en dat tekst die tot uitsluiting van niet-digitaal gebruik zou kunnen leiden, wordt geschrapt.

Amendement     45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De in lid 1 bedoelde rechten strekken zich niet uit tot handelingen van hyperlinking, aangezien die geen mededeling aan het publiek vormen.

Amendement     46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De lidstaten moeten ervoor zorgen dat een eerlijk deel van de vergoeding voor het gebruik van de rechten van uitgevers van perspublicaties aan journalisten wordt uitbetaald.

Amendement     47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten kunnen bepalen dat, wanneer een auteur een recht aan een uitgever heeft overgedragen of in licentie heeft gegeven, deze overdracht of licentie voor de uitgever een afdoende rechtsgrondslag vormt om aanspraak te maken op een deel van de vergoeding voor het gebruik van het werk in het kader van een uitzondering of beperking op het overgedragen of in licentie gegeven recht.

De lidstaten kunnen bepalen dat, wanneer een auteur een recht aan een uitgever heeft overgedragen of in licentie heeft gegeven, deze uitgever uit hoofde en naar ratio van het overgedragen of in licentie gegeven recht rechthebbende is. Deze overdracht of licentie vormt voor de uitgever derhalve een afdoende rechtsgrondslag om aanspraak te maken op een deel van de vergoeding voor het gebruik van het werk in het kader van een uitzondering of statutaire collectieve licentieverlening of beperking op het overgedragen of in licentie gegeven recht.

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gebruik van beschermde inhoud door aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die grote hoeveelheden door hun gebruikers geüploade werken en andere materialen opslaan en toegang daartoe verlenen

Gebruik van beschermde inhoud door aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die aanzienlijke hoeveelheden door hun gebruikers geüploade werken en andere materialen opslaan en toegang daartoe verlenen

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die grote hoeveelheden door hun gebruikers geüploade werken en andere materialen opslaan en publieke toegang daartoe verlenen, nemen in samenwerking met rechthebbenden maatregelen om de werking van overeenkomsten met rechthebbenden voor het gebruik van hun werken of andere materialen te verzekeren en om via samenwerking met de dienstenaanbieders te voorkomen dat op hun diensten door rechthebbenden aangewezen werken of andere materialen beschikbaar worden gesteld. Deze maatregelen, bijvoorbeeld het gebruik van effectieve technologieën voor herkenning van inhoud, zijn passend en evenredig. Dienstenaanbieders verstrekken rechthebbenden passende informatie over de invoering en de werking van de maatregelen, alsmede, indien van toepassing, passende verslagen over de herkenning en het gebruik van de werken en andere materialen.

1.  Aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die aanzienlijke hoeveelheden door hun gebruikers geüploade auteursrechtelijk beschermde werken en andere materialen opslaan en publieke toegang daartoe verlenen, en voor wie deze opslag en het verlenen van toegang een essentieel onderdeel van hun activiteiten vormt, nemen in samenwerking met rechthebbenden passende en evenredige maatregelen om de werking van overeenkomsten met rechthebbenden voor het gebruik van hun werken of andere materialen te verzekeren en om via samenwerking met de dienstenaanbieders te voorkomen dat op hun diensten door rechthebbenden aangewezen werken of andere materialen beschikbaar worden gesteld. Alle dienstenaanbieders verstrekken rechthebbenden op hun verzoek passende informatie over de invoering en de werking van de maatregelen, alsmede, indien van toepassing, passende verslagen over de herkenning en het gebruik van de werken en andere materialen.

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde dienstverleners klacht- en schadevergoedingsmechanismen instellen die beschikbaar zijn voor gebruikers in geval van geschillen over de toepassing van de in lid 1 bedoelde maatregelen.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde dienstverleners klacht- en schadevergoedingsmechanismen instellen die beschikbaar zijn voor gebruikers in geval van geschillen over de toepassing van de in dat lid bedoelde maatregelen. Deze mechanismen zorgen er met name voor dat wanneer de in lid 1 bedoelde verwijdering van inhoud niet gerechtvaardigd is, de betreffende inhoud binnen een redelijke termijn weer online wordt gezet.

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten bevorderen indien nodig de samenwerking tussen aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij en rechthebbenden door middel van dialogen met belanghebbenden om beste praktijken, zoals passende en evenredige technologieën voor herkenning van inhoud, te bepalen rekening houdend onder meer met de aard van de diensten, de beschikbaarheid van technologieën en de doeltreffendheid ervan in het licht van de technologische ontwikkelingen.

3.  De Commissie bevordert samen met de lidstaten indien nodig de samenwerking tussen aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij en rechthebbenden door middel van dialogen met belanghebbenden om beste praktijken vast te stellen voor de maatregelen als bedoeld in lid 1, rekening houdend met onder meer de aard van de diensten, de beschikbaarheid van technologieën en de doeltreffendheid ervan in het licht van de technologische ontwikkelingen.

Amendement     52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die grote hoeveelheden door hun gebruikers geüploade werken en andere materialen opslaan en publieke toegang daartoe verlenen, nemen in samenwerking met rechthebbenden maatregelen om de werking van overeenkomsten met rechthebbenden voor het gebruik van hun werken of andere materialen te verzekeren en om via samenwerking met de dienstenaanbieders te voorkomen dat op hun diensten door rechthebbenden aangewezen werken of andere materialen beschikbaar worden gesteld. Deze maatregelen, bijvoorbeeld het gebruik van effectieve technologieën voor herkenning van inhoud, zijn passend en evenredig. Dienstenaanbieders verstrekken rechthebbenden passende informatie over de invoering en de werking van de maatregelen, alsmede, indien van toepassing, passende verslagen over de herkenning en het gebruik van de werken en andere materialen.

1.  Aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die door hun gebruikers geüploade auteursrechtelijk beschermde werken en andere materialen opslaan en publieke toegang daartoe verlenen, en daarmee verder gaan dan de loutere terbeschikkingstelling van fysieke voorzieningen aangezien zij mededelingen doen aan het publiek naar aanleiding van het uploaden van deze werken of andere materialen door hun gebruikers, sluiten licentieovereenkomsten met rechthebbenden over zowel de mededeling aan het publiek als de reproductierechten, tenzij zij in aanmerking komen voor de vrijstelling van aansprakelijkheid waarin artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG voorziet.

2. De vrijstelling van aansprakelijkheid voorzien in artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG is niet van toepassing op de activiteiten van aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die beschermde werken en andere materialen beschikbaar stellen aan het publiek en daarbij een actieve rol vervullen, onder meer door de geüploade werken of andere materialen te bevorderen of de presentatie ervan te optimaliseren.

3. De licentieovereenkomsten bedoeld in lid 1 worden geacht betrekking te hebben op de handelingen van de genoemde gebruikers van aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij, gesteld dat deze gebruikers de handelingen niet beroepsmatig verrichten.

4. Aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die aanzienlijke hoeveelheden auteursrechtelijk beschermde werken en andere materialen die door hun gebruikers zijn geüpload opslaan en publieke toegang daartoe verlenen, nemen in samenwerking met rechthebbenden maatregelen om de werking van overeenkomsten met rechthebbenden voor het gebruik van hun werken of andere materialen te verzekeren en om via samenwerking met de dienstenaanbieders te voorkomen dat op hun diensten door rechthebbenden aangewezen werken of andere materialen beschikbaar worden gesteld. Deze maatregelen, bijvoorbeeld het gebruik van effectieve technologieën voor herkenning van inhoud, zijn passend en evenredig. Dienstenaanbieders verstrekken rechthebbenden passende en tijdige informatie over de invoering en de werking van de maatregelen, alsmede, indien van toepassing, passende verslagen over de herkenning en het gebruik van de werken en andere materialen.

5. De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 4 bedoelde dienstverleners klacht- en schadevergoedingsmechanismen instellen die beschikbaar zijn voor gebruikers in geval van geschillen over de toepassing van de in lid 4 bedoelde maatregelen.

6. Aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die de in lid 4 bedoelde maatregelen treffen, zorgen ervoor dat die maatregelen geheel voldoen aan artikel 15 van Richtlijn 2000/31/EG en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

7. De lidstaten bevorderen indien nodig de samenwerking tussen aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij en rechthebbenden door middel van dialogen met belanghebbenden om beste praktijken, zoals passende en evenredige technologieën voor herkenning van inhoud, te bepalen rekening houdend onder meer met de aard van de diensten, de beschikbaarheid van technologieën en de doeltreffendheid ervan in het licht van de technologische ontwikkelingen.

Amendement     53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat auteurs en uitvoerende kunstenaars op regelmatige basis en rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke sector tijdige, passende en toereikende informatie betreffende de exploitatie van hun werken en uitvoeringen ontvangen van de personen aan wie zij hun rechten hebben overgedragen of in licentie gegeven, met name wat betreft de wijze van exploitatie, de voortgebrachte inkomsten en de verschuldigde vergoeding.

1.  De lidstaten zorgen ervoor dat auteurs en uitvoerende kunstenaars op regelmatige basis en rekening houdend met de specifieke kenmerken van elke sector nauwkeurige, tijdige, passende en toereikende informatie ontvangen betreffende de exploitatie van hun werken, waaronder wetenschappelijke werken, en uitvoeringen van de personen aan wie zij hun rechten hebben overgedragen of in licentie gegeven, met inbegrip van verdere cessionarissen of licentiehouders, met name wat betreft de wijze van exploitatie, bevordering, de voortgebrachte inkomsten en de verschuldigde vergoeding.

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De in lid 1 bedoelde verplichting is evenredig en doeltreffend en waarborgt een passend niveau van transparantie in elke sector. In gevallen waarin de uit de verplichting voortvloeiende administratieve lasten onevenredig zouden zijn rekening houdend met de bij de exploitatie of de uitvoering van het werk voortgebrachte inkomsten, kunnen de lidstaten de in lid 1 bedoelde verplichting echter aanpassen, op voorwaarde dat de verplichting doeltreffend blijft en een passend niveau van transparantie waarborgt.

2.  De in lid 1 bedoelde verplichting is evenredig en doeltreffend en waarborgt een hoog niveau van transparantie in elke sector, alsook het recht van auteurs en uitvoerend kunstenaars om een audit uit te voeren. In gevallen waarin de uit de verplichting voortvloeiende administratieve lasten onevenredig zouden zijn rekening houdend met de bij de exploitatie of de uitvoering van het werk voortgebrachte inkomsten, kunnen de lidstaten de in lid 1 bedoelde verplichting echter aanpassen, op voorwaarde dat de verplichting doeltreffend en afdwingbaar blijft en een passend niveau van transparantie waarborgt.

Amendement     55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat er sectorspecifieke standaardrapportagevereisten en -procedures worden ontwikkeld door middel van dialogen met belanghebbenden.

Amendement     56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 14 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 14 bis

 

Niet voor afstand vatbaar recht op een billijke vergoeding voor auteurs en uitvoerend kunstenaars

 

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat wanneer een auteur of uitvoerend kunstenaar zijn recht van beschikbaarstelling voor het publiek heeft overgedragen of heeft afgestaan, hij recht heeft op een billijke vergoeding voor de exploitatie van zijn werk.

 

2.   Het recht van een auteur of uitvoerend kunstenaar op een billijke vergoeding voor de terbeschikkingstelling van zijn werk is een onvervreemdbaar recht waarvan geen afstand kan worden gedaan.

 

3.   Het beheer van dit recht van auteurs en uitvoerend kunstenaars op een billijke vergoeding voor de terbeschikkingstelling van hun werk wordt toevertrouwd aan hun organisaties voor collectief beheer, tenzij de vergoeding van de auteurs, auteurs van audiovisuele werken en uitvoerend kunstenaars voor hun recht op terbeschikkingstelling wordt gegarandeerd op grond van andere collectieve overeenkomsten, waaronder vrijwillige collectieve beheersovereenkomsten.

 

4.   Collectieve beheerorganisaties dragen zorg voor het innen van de billijke vergoeding bij aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die werken beschikbaar stellen aan het publiek.

Amendement     57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat auteurs en uitvoerende kunstenaars het recht hebben van de partij met wie zij een contract voor de exploitatie van de rechten hebben gesloten, een aanvullende, passende vergoeding te vragen wanneer de oorspronkelijk overeengekomen vergoeding onevenredig laag is ten opzichte van de desbetreffende inkomsten en voordelen die voortvloeien uit de exploitatie van de werken of uitvoeringen.

De lidstaten zorgen ervoor dat auteurs en uitvoerende kunstenaars, of door hen aangewezen vertegenwoordigers, het recht hebben van de partij met wie zij een contract voor de exploitatie van de rechten hebben gesloten, een aanvullende, billijke vergoeding te vragen wanneer de oorspronkelijk overeengekomen vergoeding onevenredig laag is ten opzichte van de desbetreffende inkomsten en voordelen die voortvloeien uit de exploitatie van de werken of uitvoeringen.

Amendement     58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 15 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 15 bis

 

Mechanisme voor de omkering van rechten

 

1.   De lidstaten zorgen ervoor dat auteurs en uitvoerend kunstenaars met een contract met lopende betalingsverplichtingen het contract in het kader waarvan zij hun rechten in licentie gegeven of overgedragen hebben, kunnen opzeggen indien hun werken en uitvoeringen niet worden geëxploiteerd, de overeengekomen vergoeding stelselmatig niet wordt betaald, of de informatie- en transparantieverplichtingen niet worden nagekomen.

 

2.   Het recht om het contract over het in licentie geven of overdragen van rechten op te zeggen, kan worden uitgeoefend als de contractpartij binnen een jaar na kennisgeving door de auteur of uitvoerend kunstenaar van zijn voornemen om het contract op te zeggen, zijn contractuele verplichting om de overeengekomen vergoeding te betalen niet nakomt. In het geval van niet-exploitatie van een werk en van volledige niet-nakoming van de informatie- en transparantieverplichtingen, kan het recht om het contract betreffende het in licentie geven of overdragen van rechten op te zeggen worden uitgeoefend indien de contractpartij zich binnen vijf jaar na kennisgeving door de auteur of uitvoerend kunstenaar van zijn voornemen om het contract op te zeggen niet aan zijn contractuele verplichtingen houdt.

 

3.   De lidstaten kunnen bepalen dat de in lid 1 bedoelde verplichting niet van toepassing is wanneer de bijdrage van de auteur of uitvoerend kunstenaar, gelet op het geheel van het werk of de uitvoering, niet significant is.

Amendement     59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 16 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten bepalen dat geschillen betreffende de transparantieverplichting uit hoofde van artikel 14 en het contractaanpassingsmechanisme uit hoofde van artikel 15 kunnen worden onderworpen aan een vrijwillige procedure voor alternatieve geschillenbeslechting.

De lidstaten bepalen dat geschillen betreffende de transparantieverplichting uit hoofde van artikel 14 en het contractaanpassingsmechanisme uit hoofde van artikel 15 kunnen worden onderworpen aan een vrijwillige procedure voor alternatieve geschillenbeslechting. De lidstaten zorgen ervoor dat auteurs en uitvoerend kunstenaars het geschil anoniem via een gemachtigde persoon of organisatie aan de hier bedoelde procedure kunnen onderwerpen.

PROCEDURE VAN DE ADVISERENDE COMMISSIE

Titel

Auteursrechten op de digitale interne markt

Document- en procedurenummers

COM(2016)0593 – C8-0383/2016 – 2016/0280(COD)

Commissie ten principale

       Datum bekendmaking

JURI

6.10.2016

 

 

 

Advies uitgebracht door

       Datum bekendmaking

ITRE

6.10.2016

Rapporteur voor advies

       Datum benoeming

Zdzisław Krasnodębski

1.12.2016

Behandeling in de commissie

22.3.2017

 

 

 

Datum goedkeuring

11.7.2017

 

 

 

Uitslag eindstemming

+:

–:

0:

39

18

6

Bij de eindstemming aanwezige leden

Zigmantas Balčytis, Nicolas Bay, Bendt Bendtsen, Xabier Benito Ziluaga, José Blanco López, Cristian-Silviu Buşoi, Reinhard Bütikofer, Jerzy Buzek, Angelo Ciocca, Edward Czesak, Jakop Dalunde, Pilar del Castillo Vera, Christian Ehler, Fredrick Federley, Ashley Fox, Adam Gierek, Theresa Griffin, András Gyürk, Roger Helmer, Eva Kaili, Kaja Kallas, Barbara Kappel, Krišjānis Kariņš, Seán Kelly, Jeppe Kofod, Jaromír Kohlíček, Zdzisław Krasnodębski, Miapetra Kumpula-Natri, Janusz Lewandowski, Paloma López Bermejo, Edouard Martin, Nadine Morano, Dan Nica, Angelika Niebler, Morten Helveg Petersen, Miroslav Poche, Paul Rübig, Massimiliano Salini, Sven Schulze, Neoklis Sylikiotis, Dario Tamburrano, Patrizia Toia, Evžen Tošenovský, Claude Turmes, Vladimir Urutchev, Kathleen Van Brempt, Henna Virkkunen, Martina Werner, Lieve Wierinck, Hermann Winkler, Anna Záborská, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho

Bij de eindstemming aanwezige vaste plaatsvervangers

Pascal Arimont, Pilar Ayuso, Pervenche Berès, Werner Langen, Florent Marcellesi, Marisa Matias, Maria Spyraki

Bij de eindstemming aanwezige plaatsvervangers (art. 200, lid 2)

Czesław Hoc, Jan Huitema, Julia Reda, Yana Toom, Kazimierz Michał Ujazdowski, Julie Ward

HOOFDELIJKE EINDSTEMMINGIN DE ADVISERENDE COMMISSIE

39

+

ENF

Angelo Ciocca, Barbara Kappel

PPE

Pascal Arimont, Bendt Bendtsen, Cristian-Silviu Buşoi, Christian Ehler, András Gyürk, Krišjānis Kariņš, Seán Kelly, Werner Langen, Janusz Lewandowski, Nadine Morano, Angelika Niebler, Luděk Niedermayer, Paul Rübig, Massimiliano Salini, Sven Schulze, Vladimir Urutchev, Henna Virkkunen, Hermann Winkler, Anna Záborská, Pilar del Castillo Vera

S&D

Zigmantas Balčytis, Pervenche Berès, José Blanco López, Adam Gierek, Theresa Griffin, Eva Kaili, Jeppe Kofod, Miapetra Kumpula-Natri, Edouard Martin, Dan Nica, Miroslav Poche, Patrizia Toia, Kathleen Van Brempt, Julie Ward, Martina Werner, Flavio Zanonato, Carlos Zorrinho

18

-

ALDE

Fredrick Federley, Jan Huitema, Kaja Kallas, Morten Helveg Petersen, Yana Toom, Lieve Wierinck

EFDD

Roger Helmer, Dario Tamburrano

ENF

Nicolas Bay

GUE/NGL

Jaromír Kohlíček, Paloma López Bermejo, Marisa Matias, Neoklis Sylikiotis

Verts/ALE

Reinhard Bütikofer, Jakop Dalunde, Florent Marcellesi, Julia Reda, Claude Turmes

6

0

ECR

Edward Czesak, Ashley Fox, Czesław Hoc, Zdzisław Krasnodębski, Evžen Tošenovský, Kazimierz Michał Ujazdowski

Verklaring van de gebruikte tekens:

+  :  voor

-  :  tegen

0  :  onthouding


ADVIES van de Commissie cultuur en onderwijs (14.7.2017)

aan de Commissie juridische zaken

inzake het voorstel voor een richtlijn van het Europees Parlement en de Raad inzake auteursrechten in de digitale eengemaakte markt

(COM(2016)0593 – C8-0383/2016 – 2016/0280(COD))

Rapporteur: Marc Joulaud

BEKNOPTE MOTIVERING

Voorwerp en werkingssfeer

Het voorstel van de Commissie is erop gericht de Europese regels inzake het auteursrecht aan te passen aan de digitale omgeving, om zo het ontstaan van een digitale eengemaakte markt te bevorderen. De technologische ontwikkelingen van de afgelopen twintig jaar hebben zowel de reikwijdte van onlinediensten als het onlinegedrag van consumenten ingrijpend veranderd. De bestaande regels, die dateren uit 2001, moeten daarom minstens ten dele worden bijgewerkt.

De kernbeginselen van het auteursrecht, zoals de behoefte aan een hoge mate van bescherming en een billijke vergoeding voor scheppende en uitvoerende kunstenaars, zijn nog steeds bijzonder relevant en moeten worden behouden. Het is immers dankzij die beginselen dat de Europese Unie een rijke culturele diversiteit heeft weten te behouden, tot op de dag van vandaag een van de meest gewaardeerde voordelen van de Unie ten opzichte van de rest van de wereld. De ontwikkeling van digitale diensten op basis van auteursrechtelijk beschermde werken heeft het voor rechthebbenden echter bijzonder moeilijk gemaakt om de verspreiding van hun werken behoorlijk te controleren en er een billijke vergoeding voor te krijgen.

Tegelijkertijd werd, om de bescherming van het legale gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken te waarborgen, in de InfoSoc-richtlijn (2001/29/EG) een lijst van vrijwillige uitzonderingen en beperkingen opgesteld, waarin was bepaald in welke gevallen er geen voorafgaande toestemming van de rechthebbende nodig was om zijn/haar werk te mogen gebruiken. Die uitzonderingen waren ruim geformuleerd, technologisch neutraal en facultatief, opdat de lidstaten ze zouden kunnen aanpassen aan hun specifieke situatie en culturele beleid. Hoewel de uitzonderingen facultatief waren, werden de meeste ervan effectief toegepast in de lidstaten en bleken zij ook doeltreffend, ook al heeft de toepassing van sommige uitzonderingen in de digitale omgeving voor enige onzekerheid gezorgd.

Op basis van deze bevindingen besloot de Commissie om de bestaande regels te handhaven, aangezien die nog steeds relevant zijn, en om de specifieke problemen met betrekking tot de digitale revolutie aan te pakken, in het bijzonder bij grensoverschrijdende effecten, door te voorzien in verplichte uitzonderingen als aanvulling op de uitzonderingen in de InfoSoc-richtlijn.

Het huidige voorstel is daarom opgezet rond drie pijlers, waarin de problemen op elk specifieke gebied worden aangepakt.

De eerste pijler beoogt de ondersteuning van activiteiten van algemeen belang, zoals onderzoek, onderwijs en het behoud van cultureel erfgoed. Bij dergelijke activiteiten moeten dagelijks auteursrechtelijk beschermde werken worden gebruikt. Er worden verplichte uitzonderingen ingevoerd om de begunstigden de nodige rechtszekerheid te bieden ten aanzien van het digitale gebruik van werken.

De tweede pijler is ontworpen om de inhoudproducerende sector te helpen om de aanzienlijke problemen bij het onderhandelen van licenties op te lossen en een billijke vergoeding te krijgen voor het gebruik van werken door onlinediensten die de werken op massale schaal verspreiden. De Commissie geeft daartoe een aantal belangrijke verduidelijkingen bij de aansprakelijkheidsregeling voor diensten op het gebied van de informatiemaatschappij zoals gedefinieerd in de Richtlijn inzake elektronische handel (2000/31/EG), voor zover dergelijke diensten grote hoeveelheden door gebruikers geüploade beschermde werken opslaan en toegankelijk maken. In dergelijke omstandigheden moeten diensten op het gebied van de informatiemaatschappij licentieovereenkomsten aangaan met de rechthebbenden en evenredige, passende maatregelen treffen om de betrokken werken te beschermen, in samenwerking met de rechthebbenden.

De derde en laatste pijler moet het evenwicht in de relatie tussen auteurs en hun contractpartners verzekeren. De overdracht van of het verlenen van licenties voor rechten van auteurs en uitvoerende kunstenaars aan hun contractpartners is een gangbare en algemeen aanvaarde praktijk die de financiering van creatie verzekert. Auteurs en uitvoerende kunstenaars krijgen echter niet altijd toegang tot gegevens over de wijze waarop hun werken nadien worden gebruikt en aangeprezen en hoe zij inkomsten voortbrengen, waardoor zij moeilijk kunnen bepalen of hun vergoeding strookt met het werkelijke succes van het desbetreffende werk. Daarom werden in het Commissievoorstel transparantieverplichtingen, de mogelijkheid om de vergoeding aan te passen en een geschillenbeslechtingsmechanisme aangevoerd.

Algemeen standpunt van de rapporteur

De rapporteur sluit zich aan bij de richting en de probleemgestuurde aanpak van het Commissievoorstel en is van mening dat hoewel de bestaande regels inzake het auteursrecht grotendeels overeind blijven, er specifieke aanvullende regels nodig zijn om de specifieke kenmerken van het digitale gebruik van auteursrechtelijk beschermde werken in aanmerking te nemen.

De amendementen zijn bedoeld om een aantal bepalingen van het Commissievoorstel te verduidelijken en te specificeren en om een aantal bepalingen, waar dat redelijkerwijs mogelijk is, te versterken. De rapporteur wenst tegelijkertijd de ontwikkelingen in het gedrag van de consumenten te erkennen en waarborgen te bieden in het licht van een aantal nieuwe gebruiksvormen en praktijken die de digitale revolutie met zich mee heeft gebracht.

De rapporteur heeft daartoe amendementen ingediend die verband houden met vier kerndoelstellingen:

1.  Rechtszekerheid bieden ten aanzien van de nieuwe uitzonderingen en beperkingen

De rapporteur steunt de nieuwe verplichte uitzonderingen en beperkingen die met deze richtlijn worden ingevoerd om activiteiten van algemeen belang, zoals onderwijs, onderzoek en het behoud van cultureel erfgoed, te ondersteunen. De potentiële voordelen voor de gehele samenleving en de ontwikkeling van grensoverschrijdende praktijken rechtvaardigen een dergelijke harmonisering immers, en het toepassingsgebied is voldoende precies om rechthebbenden afdoend te beschermen tegen onevenredige schade.

Het huidige voorstel biedt volgens de rapporteur echter geen volledige rechtszekerheid ten aanzien van de lasten van de bij de diverse uitzonderingen betrokken partijen, hetgeen de doeltreffendheid en de geharmoniseerde toepassing van de uitzonderingen in het gedrang zou brengen. De rapporteur heeft de verplichtingen van de bij de uitzonderingen betrokken partijen daarom gespecificeerd, teneinde het risico op schade voor rechthebbenden te beperken (artikel 3), duidelijk vast te stellen wanneer licenties dan wel uitzonderingen moeten worden gebruikt (artikel 4) en gangbare praktijken te vrijwaren (artikel 5).

2.  De verantwoordelijkheden voor platforms verduidelijken en een loyale samenwerking met rechthebbenden verzekeren

De rapporteur staat volledig achter de doelstellingen van het voorstel en de gekozen benadering om de status van bepaalde categorieën van diensten op het gebied van de informatiemaatschappij te verduidelijken in overeenstemming met en als aanvulling op de richtlijn inzake elektronische handel.

De rapporteur is evenwel van mening dat de reikwijdte van diensten die onder de voorschriften van artikel 13 van die richtlijn vallen niet nauwkeurig genoeg wordt gedefinieerd in het voorstel, waardoor rechtsonzekerheid ontstaat. Ook het toepassingsgebied, de aard en de grondslag van de wederzijdse verplichtingen van de rechthebbenden en de diensten zijn volgens de rapporteur onvoldoende duidelijk.

In het advies worden daarom de in artikel 13 van de richtlijn bepaalde verplichtingen voor aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij verduidelijkt. In het advies wordt verder gekeken dan alleen de technische kenmerken van de dienst (namelijk het begrip "opslag"), en worden de verplichtingen van de dienst afhankelijk gesteld van het feit of er al dan niet sprake is van een handeling van mededeling aan het publiek.

Aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die dus voorzien in de opslag van en/of de toegang tot auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen, en zodoende verder gaan dan de loutere beschikbaarstelling van fysieke faciliteiten en een handeling van mededeling aan het publiek verrichten, zijn verplicht licentieovereenkomsten te sluiten met rechthebbenden die daarom verzoeken. Ook wanneer er geen overeenkomst is of wanneer een dienst in aanmerking komt voor de vrijstelling van aansprakelijkheid die in de richtlijn inzake e-handel vervat is, zijn de aanbieders verplicht om maatregelen te nemen om het onrechtmatige gebruik van auteursrechtelijk beschermde inhoud te voorkomen. Deze aanpak moet zorgen voor de noodzakelijke rechtszekerheid opdat de bepalingen van deze richtlijn hun doel zouden bereiken.

Om een betere, loyalere samenwerking tussen de relevante platforms en de rechthebbenden te verzekeren, stelt de rapporteur een mechanisme voor alternatieve geschillenbeslechting voor om eventuele problemen op te lossen, met de hulp van een door de lidstaten aangewezen onpartijdige instantie.

3.  Een nieuwe pijler in het leven roepen om legitieme praktijken van de consumenten te beschermen

De rapporteur is van mening dat de rol die consumenten tegenwoordig spelen in de digitale omgeving, als gebruikers van diensten, niet wordt erkend in het voorstel. Zij spelen niet langer een louter passieve rol, maar leveren een actieve bijdrage en zijn daardoor zowel bron als ontvanger van inhoud in het digitale ecosysteem geworden. Aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij baseren dan ook hun volledige ontwerp en ondernemingsmodel op de tweeledige rol van hun gebruikers en optimaliseren hun diensten op basis daarvan. Uit juridisch oogpunt bieden de huidige regels inzake het auteursrecht, en dan vooral de uitzonderingen en beperkingen, volgens de rapporteur evenmin voldoende rechtszekerheid voor digitale praktijken van gebruikers. Er is daarom een specifieke aanpak nodig.

Het advies vult de bestaande uitzondering met betrekking tot citeren dus aan met een nieuwe uitzondering met betrekking tot het digitaal niet-commercieel, evenredig gebruik van passages of citaten in auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen door individuele gebruikers. Onverminderd de bepalingen in artikel 13, kunnen lidstaten voorzien in een uitzondering voor inhoud die wordt geüpload door gebruikers wanneer de inhoud gebruikt wordt voor doeleinden als kritiek, recensies, illustratie, karikatuur, parodie of pastiche.

Tot slot heeft de rapporteur de klacht- en schadevergoedingsmechanismen in artikel 13 versterkt om gebruikers een minimum aan rechtszekerheid te bieden ten aanzien van de procedures.

4.  Auteurs en uitvoerende kunstenaars in staat stellen om hun rechten effectief te handhaven

De rapporteur is ingenomen met de inspanningen die in het voorstel worden geleverd om de rechten van auteurs en uitvoerende kunstenaars te versterken. Om een eventueel remmend effect te vermijden dat auteurs en uitvoerende kunstenaars zou ontraden om hun rechten af te dwingen, heeft de rapporteur bepaald dat geschillenprocedures tussen auteurs, uitvoerende kunstenaars en hun contractpartners hetzij op individuele, hetzij op collectieve basis kunnen worden ingeleid.

AMENDEMENTEN

De Commissie cultuur en onderwijs verzoekt de ten principale bevoegde Commissie juridische zaken onderstaande amendementen in aanmerking te nemen:

Amendement    1

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  Door snelle digitale ontwikkelingen blijven zich veranderingen doorzetten in de manier waarop werken en ander beschermd materiaal tot stand komen, geproduceerd, verspreid en geëxploiteerd worden. Steeds nieuwe bedrijfsmodellen en nieuwe actoren dienen zich aan. De doelstellingen en de beginselen van het door de Unie vastgestelde kader voor auteursrechten blijven gezond. Toch blijft er zowel voor rechthebbenden als voor gebruikers juridische onzekerheid bestaan met betrekking tot bepaalde toepassingen, waaronder grensoverschrijdende toepassingen, van werken en ander beschermd materiaal in de digitale omgeving. Zoals beschreven in de mededeling van de Commissie "Naar een modern, meer Europees kader voor auteursrechten"26, moeten op sommige gebieden aanpassingen en aanvullingen worden aangebracht in het huidige kader voor auteursrechten van de Unie. Deze richtlijn voorziet in regels voor de aanpassing van een aantal uitzonderingen en beperkingen in de digitale en grensoverschrijdende omgeving, alsook maatregelen om bepaalde licentiepraktijken te bevorderen wat betreft de verspreiding van werken die niet meer in de handel zijn, en de onlinebeschikbaarheid van audiovisuele werken op video-on-demandplatforms om een ruimere toegang tot inhoud te garanderen. Met het oog op een goede werking van de markt voor auteursrechten moeten er ook voorschriften komen over rechten in publicaties, over het gebruik van werken en ander beschermd materiaal door aanbieders van onlinediensten die door gebruikers geüploade inhoud opslaan en toegang daartoe verlenen, en over transparantie in contracten van auteurs en uitvoerende kunstenaars.

(3)  Door snelle digitale ontwikkelingen blijven zich veranderingen doorzetten in de manier waarop werken en ander beschermd materiaal tot stand komen, geproduceerd, verspreid en geëxploiteerd worden. Het is essentieel dat de relevante wetgeving toekomstbestendig is zodat deze digitale ontwikkelingen niet belemmerd worden. Steeds nieuwe bedrijfsmodellen en nieuwe actoren dienen zich aan. De doelstellingen en de beginselen van het door de Unie vastgestelde kader voor auteursrechten blijven gezond. Toch blijft er zowel voor rechthebbenden als voor gebruikers juridische onzekerheid bestaan met betrekking tot bepaalde toepassingen, waaronder grensoverschrijdende toepassingen, van werken en ander beschermd materiaal in de digitale omgeving. Zoals beschreven in de mededeling van de Commissie "Naar een modern, meer Europees kader voor auteursrechten"26, moeten op sommige gebieden aanpassingen en aanvullingen worden aangebracht in het huidige kader voor auteursrechten van de Unie. In deze constant veranderende digitale omgeving moet de Commissie alle mogelijke maatregelen ter voorkoming van het illegaal gebruik van auteursrechtelijk beschermde visuele en audiovisuele inhoud gericht op commerciële doeleinden onderzoeken door toepassing van technieken voor embedding of framing. Deze richtlijn voorziet daarnaast in regels voor de aanpassing van een aantal uitzonderingen en beperkingen in de digitale en grensoverschrijdende omgeving, alsook maatregelen om bepaalde licentiepraktijken te bevorderen wat betreft de verspreiding van werken die niet meer in de handel zijn, en de onlinebeschikbaarheid van audiovisuele werken op video-on-demandplatforms om een ruimere toegang tot inhoud te garanderen. Met het oog op een goede werking van de markt voor auteursrechten moeten er ook voorschriften komen over rechten in publicaties, over het gebruik van werken en ander beschermd materiaal door aanbieders van onlinediensten die door gebruikers geüploade inhoud opslaan en toegang daartoe verlenen, en over transparantie in contracten van auteurs en uitvoerende kunstenaars.

_________________

_________________

26 COM(2015) 626 final.

26 COM(2015) 626 final.

Amendement     2

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(3 bis)  Hoewel tegenwoordig meer creatieve inhoud wordt geconsumeerd dan ooit tevoren, via diensten zoals platformen waarop gebruikers hun eigen inhoud kunnen uploaden en middels diensten voor aggregatie van inhoud, heeft de culturele en creatieve sector zijn inkomsten niet evenredig zien stijgen. Bijgevolg is een zogenaamde "waardekloof" ontstaan, waarbij de waarde van culturele en creatieve producties niet naar de makers gaat maar door platformdiensten voor zich gehouden wordt. Deze overdracht van waarde heeft een inefficiënte en oneerlijke markt gecreëerd, en bedreigt de gezondheid van de culturele en creatieve sector in de EU op lange termijn, evenals het welslagen van de digitale eengemaakte markt. Aansprakelijkheidsvrijstellingen mogen dus enkel van toepassing zijn op daadwerkelijk neutrale en passieve onlinedienstverleners, en niet op diensten die een actieve rol spelen bij de verdeling, promotie en commerciële exploitatie van inhoud, ten koste van de makers.

Amendement    3

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 5

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(5)  Op het gebied van onderzoek, opleiding en behoud van cultureel erfgoed maken digitale technologieën nieuwe soorten toepassingen mogelijk die niet duidelijk onder de huidige EU-regels inzake uitzonderingen en beperkingen vallen. Het facultatieve karakter van uitzonderingen en beperkingen waarin de Richtlijnen 2001/29/EG, 96/9/EG en 2009/24/EG op deze gebieden voorzien, kan bovendien een negatief effect hebben op de werking van de interne markt. Dit geldt in het bijzonder voor grensoverschrijdende toepassingen, die steeds belangrijker worden in de digitale omgeving. Daarom moeten de bestaande uitzonderingen en beperkingen in het recht van de Unie die van belang zijn voor wetenschappelijk onderzoek, onderwijs en behoud van het cultureel erfgoed, aan een nieuwe beoordeling worden onderworpen in het licht van deze nieuwe toepassingen. Er moeten verplichte uitzonderingen of beperkingen worden ingevoerd voor het gebruik van tekst- en dataminingtechnologieën op het gebied van wetenschappelijk onderzoek, illustratie bij onderwijs in de digitale omgeving en voor het behoud van cultureel erfgoed. Voor toepassingen die niet onder de uitzonderingen of beperkingen van deze richtlijn vallen, moeten de uitzonderingen en beperkingen die in het recht van de Unie bestaan, blijven gelden. De Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG moeten worden aangepast.

(5)  Op het gebied van onderzoek, opleiding en behoud van cultureel erfgoed maken digitale technologieën nieuwe soorten toepassingen mogelijk die niet duidelijk onder de huidige EU-regels inzake uitzonderingen en beperkingen vallen. Het facultatieve karakter van uitzonderingen en beperkingen waarin de Richtlijnen 2001/29/EG, 96/9/EG en 2009/24/EG op deze gebieden voorzien, kan bovendien een negatief effect hebben op de werking van de interne markt. Dit geldt in het bijzonder voor grensoverschrijdende toepassingen, die steeds belangrijker worden in de digitale omgeving. Daarom moeten de bestaande uitzonderingen en beperkingen in het recht van de Unie die van belang zijn voor wetenschappelijk onderzoek, onderwijs, afstandsonderwijs en gemengd leren, en behoud van het cultureel erfgoed, aan een nieuwe beoordeling worden onderworpen in het licht van deze nieuwe toepassingen. Er moeten verplichte uitzonderingen of beperkingen worden ingevoerd voor het gebruik van tekst- en dataminingtechnologieën op het gebied van wetenschappelijk onderzoek, illustratie bij onderwijs in de digitale omgeving en voor het behoud van cultureel erfgoed. Voor toepassingen die niet onder de uitzonderingen of beperkingen van deze richtlijn vallen, moeten de uitzonderingen en beperkingen die in het recht van de Unie bestaan, blijven gelden. De Richtlijnen 96/9/EG en 2001/29/EG moeten dienovereenkomstig worden aangepast. De term "wetenschappelijk onderzoek" heeft in deze richtlijn zowel betrekking op natuurwetenschappen als op humane wetenschappen.

Amendement    4

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 9

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(9)  De EU-wetgeving bepaalt reeds een aantal uitzonderingen en beperkingen voor toepassingen in wetenschappelijk onderzoek die in het geval van handelingen van tekst- en datamining kunnen worden ingeroepen. Deze uitzonderingen en beperkingen zijn echter facultatief en niet volledig afgestemd op het gebruik van technologieën in wetenschappelijk onderzoek. Wanneer onderzoekers wettige toegang tot inhoud verkrijgen, bijvoorbeeld door middel van abonnementen op tijdschriften of licenties voor open toegang, is het verder mogelijk dat de voorwaarden van de licentie tekst- en datamining uitsluiten. Aangezien onderzoek steeds meer wordt verricht met assistentie van digitale technologie, bestaat het gevaar dat de Unie als onderzoekruimte in haar concurrentiepositie wordt aangetast tenzij maatregelen worden genomen om het gebrek aan rechtszekerheid voor tekst- en datamining aan te pakken.

(9)  De EU-wetgeving bepaalt reeds een aantal uitzonderingen en beperkingen voor toepassingen in wetenschappelijk onderzoek die in het geval van handelingen van tekst- en datamining kunnen worden ingeroepen. Deze uitzonderingen en beperkingen zijn echter facultatief en niet volledig afgestemd op het gebruik van technologieën in wetenschappelijk onderzoek. Wanneer onderzoekers wettige toegang tot inhoud hebben verkregen, bijvoorbeeld door middel van abonnementen op tijdschriften of licenties voor open toegang, is het verder mogelijk dat de voorwaarden van de licentie tekst- en datamining uitsluiten. Aangezien onderzoek steeds meer wordt verricht met assistentie van digitale technologie, bestaat het gevaar dat de Unie als onderzoeksruimte in haar concurrentiepositie wordt aangetast tenzij maatregelen worden genomen om het gebrek aan rechtszekerheid voor tekst- en datamining aan te pakken.

Amendement    5

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 10

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(10)  Dit gebrek aan rechtszekerheid moet worden aangepakt door te voorzien in een verplichte uitzondering op het reproductierecht alsmede in het recht om opvraging uit een databank te verhinderen. De nieuwe uitzondering mag geen afbreuk doen aan de bestaande dwingende uitzondering voor tijdelijke reproductiehandelingen als vastgesteld in artikel 5, lid 1, van Richtlijn 2001/29, die van toepassing moet blijven voor tekst- en dataminingtechnieken waarin geen kopieën worden gemaakt die verder gaan dan de toepassingssfeer van deze uitzondering. Onderzoeksorganisaties moeten ook van de uitzondering kunnen gebruikmaken in het geval van publiek-private partnerschappen.

(10)  Dit gebrek aan rechtszekerheid moet worden aangepakt door te voorzien in een verplichte uitzondering op het reproductierecht alsmede in het recht om opvraging uit een databank te verhinderen. De nieuwe uitzondering mag geen afbreuk doen aan de bestaande dwingende uitzondering voor tijdelijke reproductiehandelingen als vastgesteld in artikel 5, lid 1, van Richtlijn 2001/29, die van toepassing moet blijven voor tekst- en dataminingtechnieken waarin geen kopieën worden gemaakt die verder gaan dan de toepassingssfeer van deze uitzondering. Om te vermijden dat inhoud die nodig is voor tekst- en datamining onrechtmatig verspreid wordt, moet onderzoeksinstellingen worden toegestaan de gereproduceerde werken of andere materialen die op grond van de nieuwe uitzondering zijn verkregen, op een veilige manier op te slaan en te bewaren, zolang nodig is voor het onderzoek. Reproducties van werken of andere materialen voor tekst- en datamining moeten vernietigd worden zodra alle activiteiten in het kader van het onderzoek verricht zijn. Onderzoeksorganisaties moeten ook van de uitzondering kunnen gebruikmaken in het geval van publiek-private partnerschappen, voor zover de uitgevoerde tekst- en dataminingwerkzaamheden rechtstreeks verband houden met het doel van het onderzoek dat binnen het desbetreffende partnerschap wordt verricht. In het kader van publiek-private partnerschappen moeten de door auteursrecht beschermde werken of andere materialen die op basis van de vrijstelling gebruikt worden, op voorhand rechtmatig verkregen zijn door de partner uit de privésector.

Amendement    6

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 12

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(12)  Aangezien het aantal verzoeken om toegang en de hoeveelheid downloads van hun werken of andere beschermde materialen zeer hoog kan zijn, moeten rechthebbenden de mogelijkheid krijgen om maatregelen te nemen wanneer het risico bestaat op aantasting van de veiligheid en integriteit van het systeem of van de gegevensbanken waar de hosting van de werken of andere materialen plaatsvindt. Deze maatregelen mogen niet verder gaan dan wat noodzakelijk om de doelstelling, namelijk de veiligheid en de integriteit van het systeem, te verwezenlijken en mogen de daadwerkelijke toepassing van de uitzondering niet in de weg staan.

(12)  Aangezien het aantal verzoeken om toegang en de hoeveelheid downloads van hun werken of andere beschermde materialen zeer hoog kan zijn, moeten rechthebbenden de mogelijkheid krijgen om maatregelen, zoals identificatiebevestiging, te nemen wanneer het risico bestaat op aantasting van de veiligheid en integriteit van het systeem of van de gegevensbanken waar de hosting van de werken of andere materialen plaatsvindt. Deze maatregelen moeten evenredig zijn en mogen niet verder gaan dan wat noodzakelijk om de doelstelling, namelijk de veiligheid en de integriteit van het systeem, te verwezenlijken en mogen de daadwerkelijke toepassing van de uitzondering niet in de weg staan.

Amendement    7

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 13

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(13)  Het is niet nodig te voorzien in een compensatie voor rechthebbenden in de gevallen waarin de bij deze richtlijn ingestelde uitzondering voor tekst- en datamining wordt toegepast, aangezien het nadeel gelet op de aard en het toepassingsgebied van de uitzondering minimaal zou moeten zijn.

Schrappen

Amendement    8

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 14

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(14)  Artikel 5, lid 3, onder a), van Richtlijn 2001/29/EG staat de lidstaten toe om beperkingen of restricties te stellen op de rechten inzake reproductie, mededeling aan het publiek en beschikbaarstelling voor het publiek wanneer deze rechten uitsluitend dienen, onder meer, voor toelichting bij het onderwijs. Voorts staan artikel 6, lid 2, onder b), en artikel 9, onder b), van Richtlijn 96/9/EG het gebruik van een gegevensbank en de opvraging of het hergebruik van een substantieel deel van de inhoud daarvan toe ter illustratie bij onderwijs. Wat het toepassingsgebied betreft, is het onduidelijk of deze uitzonderingen of beperkingen ook gelden voor digitale toepassingen. Bovendien is het onduidelijk of deze uitzonderingen of beperkingen zouden gelden wanneer het onderwijs online en dus op afstand wordt gegeven. Voorts voorziet het bestaande kader niet in een grensoverschrijdend effect. Deze situatie kan een belemmering vormen voor de ontwikkeling van digitaal ondersteund onderwijs en afstandsonderwijs. Derhalve is de invoering van een nieuwe dwingende uitzondering of beperking noodzakelijk om te zorgen voor volledige rechtszekerheid wanneer onderwijsinstellingen werken of andere materialen gebruiken in digitale onderwijsactiviteiten, ook online en over de grenzen heen.

(14)  Artikel 5, lid 3, onder a), van Richtlijn 2001/29/EG staat de lidstaten toe om beperkingen of restricties te stellen op de rechten inzake reproductie, mededeling aan het publiek en beschikbaarstelling voor het publiek wanneer deze rechten uitsluitend dienen, onder meer, voor toelichting bij het onderwijs. Voorts staan artikel 6, lid 2, onder b), en artikel 9, onder b), van Richtlijn 96/9/EG het gebruik van een gegevensbank en de opvraging of het hergebruik van een substantieel deel van de inhoud daarvan toe ter illustratie bij onderwijs. Wat het toepassingsgebied betreft, is het onduidelijk of deze uitzonderingen of beperkingen ook gelden voor digitale toepassingen. Bovendien is het onduidelijk of deze uitzonderingen of beperkingen zouden gelden wanneer het onderwijs online en dus op afstand wordt gegeven. Voorts voorziet het bestaande kader niet in een grensoverschrijdend effect. Deze situatie kan een belemmering vormen voor de ontwikkeling van digitaal ondersteund onderwijs en afstandsonderwijs, dat kan plaatsvinden buiten de traditionele, formele leeromgeving en waarbij een breder scala aan aanbieders betrokken kan worden. Derhalve is de invoering van een nieuwe dwingende uitzondering of beperking noodzakelijk om te zorgen voor volledige rechtszekerheid wanneer onderwijsinstellingen en entiteiten die door lidstaten gecertificeerd werden om een onderwijsactiviteit te verrichten, werken of andere materialen gebruiken in digitale onderwijsactiviteiten, ook online en over de grenzen heen.

Amendement    9

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 15

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(15)  Hoewel de ontwikkeling van afstandsonderwijs en grensoverschrijdende onderwijsprogramma’s hoofdzakelijk op het niveau van hoger onderwijs plaatsvindt, worden digitale instrumenten en middelen in toenemende mate gebruikt op alle onderwijsniveaus, met name om de leerervaring te verbeteren en te verrijken. De uitzondering of beperking als bedoeld in deze richtlijn moet bijgevolg ten goede komen aan alle onderwijsinstellingen in het lager, middelbaar, beroeps- en hoger onderwijs voor zover zij hun onderwijsactiviteiten met niet-commerciële doeleinden verrichten. De organisatiestructuur en de financiering van een onderwijsinstelling zijn niet van doorslaggevend belang om de niet-commerciële aard van de activiteit te bepalen.

(15)  Hoewel de ontwikkeling van afstandsonderwijs en grensoverschrijdende onderwijsprogramma’s hoofdzakelijk op het niveau van hoger onderwijs plaatsvindt, worden digitale instrumenten en middelen in toenemende mate gebruikt op alle onderwijsniveaus, met name om de leerervaring te verbeteren en te verrijken. De uitzondering of beperking als bedoeld in deze richtlijn moet bijgevolg ten goede komen aan alle onderwijsinstellingen die zich toeleggen op het lager, middelbaar, beroeps- en hoger onderwijs en die zijn erkend door de lidstaat waarin zij zijn gevestigd, alsook aan instellingen die gecertificeerd zijn door de lidstaat waarin zij zijn gevestigd om specifieke onderwijsactiviteiten te verrichten, voor zover zij hun onderwijsactiviteiten met niet-commerciële doeleinden verrichten. De organisatiestructuur en de financiering van een onderwijsinstelling of een gecertificeerde entiteit zijn niet van doorslaggevend belang bij het bepalen van de niet-commerciële aard van de activiteit.

Amendement    10

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 16

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(16)  De uitzondering of beperking moet betrekking hebben op digitaal gebruik van werken en andere materialen, zoals het gebruik van delen of uittreksels om de onderwijs- en de daaraan verbonden leeractiviteiten te ondersteunen, te verrijken of aan te vullen. Het gebruik van de werken of andere materialen overeenkomstig de uitzondering of beperking mag alleen plaatsvinden in het kader van onderwijs- en leeractiviteiten die onder de verantwoordelijkheid van onderwijsinstellingen vallen, ook tijdens examens, en dient beperkt te blijven tot hetgeen noodzakelijk is voor het doel van deze activiteiten. De uitzondering of beperking dient te gelden zowel voor toepassing in digitale leermiddelen in de klas als onlinegebruik via het beveiligde elektronische netwerk van onderwijsinstelling, en de toegang daartoe dient te worden beschermd, met name door authenticatieprocedures. De uitzondering of beperking wordt wat illustratie bij het onderwijs betreft ook geacht te gelden voor de speciale toegankelijkheidsbehoeften van personen met een beperking.

(16)  De uitzondering of beperking moet betrekking hebben op digitaal gebruik van werken en andere materialen, zoals het gebruik van delen of uittreksels, met uitzondering van bladmuziek, om de onderwijs- en de daaraan verbonden leeractiviteiten te ondersteunen, te verrijken of aan te vullen. De lidstaten moet toegestaan worden passende limieten vast te stellen betreffende het aantal beschermde werken of andere materialen van bepaalde categorieën dat gebruikt mag worden, zolang deze limieten een goed evenwicht tussen de behoeften en legitieme belangen van gebruikers en rechthebbenden waarborgen. Het gebruik van de werken of andere materialen of passages daarvan overeenkomstig de uitzondering of beperking mag alleen plaatsvinden in het kader van onderwijs- en leeractiviteiten die onder de verantwoordelijkheid van onderwijsinstellingen of gecertificeerde entiteiten vallen, ook tijdens examens, en dient beperkt te blijven tot hetgeen noodzakelijk is voor het doel van deze activiteiten. De uitzondering of beperking dient te gelden zowel voor toepassing in digitale leermiddelen in de omgeving waarin de onderwijs- en leeractiviteiten plaatsvinden, ook wanneer dat gebeurt buiten de gebouwen van de onderwijsinstelling of de gecertificeerde entiteit die de activiteiten verricht, als voor onlinegebruik via het beveiligde elektronische netwerk van de onderwijsinstelling of de gecertificeerde entiteit, en de toegang daartoe dient te worden beschermd, met name door authenticatieprocedures. De uitzondering of beperking wordt wat illustratie bij het onderwijs betreft ook geacht te gelden voor de speciale toegankelijkheidsbehoeften van personen met een beperking.

Amendement    11

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(17)  In een aantal lidstaten bestaan, op basis van de toepassing van de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde uitzondering of van licentieovereenkomsten voor verder gebruik, verschillende regelingen om het educatief gebruik van werken en andere materialen te vergemakkelijken. Deze regelingen zijn doorgaans ontwikkeld rekening houdend met de behoeften van onderwijsinstellingen en verschillende onderwijsniveaus. Hoewel het van essentieel belang is het toepassingsgebied van de nieuwe dwingende uitzondering of beperking met betrekking tot digitale toepassingen en grensoverschrijdende onderwijsactiviteiten te harmoniseren, kunnen de toepassingsvoorwaarden verschillen naargelang van de lidstaat, voor zover deze geen belemmering vormen voor de effectieve toepassing van de uitzondering of beperking op grensoverschrijdende gevallen. Dit moet de lidstaten de mogelijkheid bieden om voort te bouwen op de bestaande regelingen op nationaal niveau. Met name kunnen de lidstaten besluiten de toepassing van de uitzondering of beperking geheel of gedeeltelijk afhankelijk te stellen van de beschikbaarheid van passende licenties, die voor ten minste dezelfde toepassingen gelden als die welke volgens de uitzondering zijn toegestaan. Met dit mechanisme zou het bijvoorbeeld mogelijk zijn voorrang te geven aan licenties voor materialen die in de eerste plaats bedoeld zijn voor de onderwijsmarkt. Om te voorkomen dat een dergelijk mechanisme leidt tot rechtsonzekerheid of administratieve lasten voor onderwijsinstellingen, moeten de lidstaten die voor deze aanpak kiezen, concrete maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat licentieregelingen voor digitale toepassingen van werken of andere materialen die bedoeld zijn voor illustratie bij onderwijs, vlot beschikbaar zijn en dat onderwijsinstellingen op de hoogte zijn van het bestaan van dergelijke licentieregelingen.

(17)  In een aantal lidstaten bestaan, op basis van de toepassing van de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde uitzondering of van licentieovereenkomsten voor verder gebruik, verschillende regelingen om het educatief gebruik van werken en andere materialen te vergemakkelijken. Deze regelingen zijn doorgaans ontwikkeld rekening houdend met de behoeften van onderwijsinstellingen en verschillende onderwijsniveaus. Hoewel het van essentieel belang is het toepassingsgebied van de nieuwe dwingende uitzondering of beperking met betrekking tot digitale toepassingen en grensoverschrijdende onderwijsactiviteiten te harmoniseren, kunnen de toepassingsvoorwaarden verschillen naargelang van de lidstaat, voor zover deze geen belemmering vormen voor de effectieve toepassing van de uitzondering of beperking op grensoverschrijdende gevallen. Dit moet de lidstaten de mogelijkheid bieden om voort te bouwen op de bestaande regelingen op nationaal niveau. Met name kunnen de lidstaten besluiten de toepassing van de uitzondering of beperking geheel of gedeeltelijk afhankelijk te stellen van de beschikbaarheid van passende licenties, die voor ten minste dezelfde toepassingen gelden als die welke volgens de uitzondering zijn toegestaan. Met dit mechanisme zou het bijvoorbeeld mogelijk zijn voorrang te geven aan licenties voor materialen die in de eerste plaats bedoeld zijn voor de onderwijsmarkt, waarvoor licenties vlot beschikbaar zijn. Om te voorkomen dat een dergelijk mechanisme leidt tot rechtsonzekerheid of administratieve lasten voor onderwijsinstellingen, moeten de lidstaten die voor deze aanpak kiezen, concrete maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat licentieregelingen voor digitale toepassingen van werken of andere materialen die bedoeld zijn voor illustratie bij onderwijs, vlot beschikbaar zijn en dat onderwijsinstellingen en entiteiten die gecertificeerd zijn om een onderwijsactiviteit te verrichten op de hoogte zijn van het bestaan van dergelijke licentieregelingen. Om de beschikbaarheid en toegankelijkheid van dergelijke licenties voor begunstigden te verzekeren, dienen de lidstaten passende instrumenten te hanteren of te ontwikkelen, zoals één portaalsite of gegevensbank.

Amendement    12

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 17 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(17 bis)  Om rechtszekerheid te bieden wanneer lidstaten besluiten om de toepassing van de uitzondering afhankelijk te stellen van de beschikbaarheid van passende licenties, moet worden verduidelijkt onder welke voorwaarden onderwijsinstellingen of entiteiten die gecertificeerd zijn om onderwijsactiviteiten te verrichten, beschermde werken of andere materialen mogen gebruiken binnen die uitzondering en wanneer zij wel met een licentieregeling dienen te werken. Wanneer een onderwijsinstelling of een gecertificeerde instantie geen licentie voor het gebruik van een bepaald beschermd werk of ander beschermd materiaal kan vinden met het technische hulpmiddel dat door de lidstaat werd ontworpen om de zichtbaarheid van licentieregelingen voor gebruik tijdens onderwijsactiviteiten te bevorderen, dient zij bijgevolg het recht te krijgen om het desbetreffende werk of andere materiaal te gebruiken binnen de uitzondering.

Amendement    13

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 20

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(20)  Het is derhalve noodzakelijk dat de lidstaten voorzien in een uitzondering zodat instellingen voor cultureel erfgoed in hun collecties werken en andere beschermde materialen die permanent deel uitmaken van hun collecties, voor bewaringsdoeleinden kunnen reproduceren, bijvoorbeeld om rekening te houden met technologische veroudering of aantasting van de oorspronkelijke dragers. Op basis van een dergelijke uitzondering wordt het mogelijk kopieën te maken door middel van de geschikte bewaringsinstrumenten, -middelen of -technologieën, in het vereiste aantal en op elk moment in de levenscyclus van een werk of ander materiaal, voor zover dit noodzakelijk is om een kopie te produceren die alleen bestemd is voor bewaringsdoeleinden.

(20)  Het is derhalve noodzakelijk dat de lidstaten voorzien in een uitzondering zodat instellingen voor cultureel erfgoed in hun collecties werken en andere beschermde materialen die permanent deel uitmaken van hun collecties, voor bewaringsdoeleinden kunnen reproduceren, bijvoorbeeld om rekening te houden met technologische veroudering of aantasting van de oorspronkelijke dragers of voor digitaliseringsdoeleinden. Op basis van een dergelijke uitzondering wordt het mogelijk kopieën te maken in elk format en medium door middel van de geschikte bewaringsinstrumenten, -middelen of -technologieën, in het vereiste aantal en op elk moment in de levenscyclus van een werk of ander materiaal, voor zover dit noodzakelijk is om een kopie te produceren die alleen bestemd is voor bewaringsdoeleinden. Een dergelijke uitzondering dient zowel betrekking te hebben op instellingen voor cultureel erfgoed die houder zijn van de werken of materialen als op derde partijen die van deze instellingen voor cultureel erfgoed de opdracht hebben gekregen werken of materialen te reproduceren binnen het toepassingsgebied van de uitzondering.

Amendement    14

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 bis)  Door de technologische ontwikkelingen en het evoluerende gedrag van de consument, zijn nieuwe diensten van de informatiemaatschappij opgekomen die hun gebruikers toestaan inhoud in verschillende vormen te uploaden. Deze door gebruikers geüploade inhoud betreft soms korte uittreksels of citaten uit beschermde werken of andere materialen, die gewijzigd, gecombineerd of omgevormd kunnen zijn. Dergelijk gebruik van passages of citaten uit beschermde werken of andere materialen in de inhoud die door gebruikers geüpload zijn voor illustratie, karikatuur, parodie, pastiche, kritiek of recensie, is tegenwoordig wijdverspreid op het internet, en, op voorwaarde dat het gebruik evenredig is en geen grote economische schade voor de betrokken rechthebbende veroorzaakt, kan het zelfs dienen om het gebruikte werk in de betreffende inhoud te promoten.

Amendement    15

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 ter)  Ondanks overlappingen met de bestaande uitzonderingen of beperkingen, is inhoud die door een gebruiker geüpload of beschikbaar gesteld werd, met korte passages of citaten uit beschermde werken of andere materialen, niet behoorlijk gedekt door de bestaande lijst van uitzonderingen of beperkingen. Evenmin kan enkel via contractuele overeenkomsten aangepakt worden hoe deze inhoud wordt gebruikt. Deze omstandigheden creëren juridische onzekerheid voor zowel gebruikers als rechthebbenden, wat leidt tot frustratie en misbruik. Het is daarom noodzakelijk de bestaande uitzonderingen uit hoofde van Richtlijn 2001/29/EG aan te vullen, met name de uitzonderingen in verband met citeren en parodiëren, door te voorzien in een nieuwe specifieke uitzondering voor kort, evenredig en niet-commercieel gebruik van passages of citaten uit beschermde werken of andere materialen in door gebruikers geüploade inhoud.

Amendement    16

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21 quater (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 quater)  Wanneer inhoud die door een natuurlijk persoon geüpload wordt, betrekking heeft op het korte, evenredige en niet-commerciële gebruik voor legitieme doeleinden van een korte passage of een kort citaat uit een werk of ander materiaal, moet dit gebruik gedekt worden door de uitzondering uit hoofde van deze richtlijn. Deze uitzondering mag slechts in bepaalde bijzondere gevallen worden toegepast, mits daarbij geen afbreuk wordt gedaan aan het normale gebruik van het werk of ander materiaal en de wettige belangen van de rechthebbende niet onredelijk worden geschaad. Om de geleden schade te beoordelen, moeten waar nodig de graad van originaliteit van het betreffende werk, de lengte en de omvang van de gebruikte passage of het gebruikte citaat, het feit of passage of het citaat een ondergeschikt deel van de betreffende inhoud is, de professionele aard van de betreffende inhoud en de graad van economische schade worden onderzocht, waar nodig. Deze uitzondering moet de morele rechten van de auteurs van het betreffende werk of ander materiaal onverlet laten.

Amendement    17

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 21 quinquies (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(21 quinquies)  Het mag niet toegestaan worden dat de diensten van de informatiemaatschappij de uitzondering uit hoofde van deze richtlijn voor het gebruik van korte passages of korte citaten uit door gebruikers geüploade beschermde werken of ander materiaal, in hun eigen voordeel aanwenden, om hun aansprakelijkheid of de omvang van de verplichtingen waaraan zij moeten voldoen op grond van de overeenkomsten met rechthebbenden uit hoofde van artikel 13 van deze richtlijn te beperken.

Amendement    18

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 22

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(22)  Instellingen voor cultureel erfgoed moeten profiteren van een duidelijk kader voor de digitalisering en verspreiding, ook over de grenzen heen, van werken of andere beschermde materialen die niet meer in de handel zijn. Wegens de specifieke kenmerken van de collecties van werken die niet meer in de handel zijn, kan het echter zeer moeilijk worden de voorafgaande toestemming van de individuele rechthebbenden te verkrijgen. Dit kan bijvoorbeeld te wijten zijn aan de ouderdom van de werken en andere materialen, hun geringe commerciële waarde of het feit dat zij nooit voor commerciële doeleinden bestemd waren. Er moeten dan ook maatregelen worden genomen om de licentieverlening van rechten op werken die niet meer in de handel zijn en die zich in collecties van instellingen voor cultureel erfgoed bevinden, te vereenvoudigen en derhalve het sluiten van overeenkomsten met grensoverschrijdend effect in de interne markt mogelijk te maken.

(22)  Instellingen voor cultureel erfgoed moeten profiteren van een duidelijk kader voor de digitalisering en verspreiding, ook over de grenzen heen, van werken of andere beschermde materialen die niet meer in de handel zijn. Wegens de specifieke kenmerken van de collecties van werken die niet meer in de handel zijn, kan het echter zeer moeilijk of zelfs onmogelijk worden de voorafgaande toestemming van de individuele rechthebbenden te verkrijgen. Dit kan bijvoorbeeld te wijten zijn aan de ouderdom van de werken en andere materialen, hun geringe commerciële waarde of het feit dat zij nooit voor commerciële doeleinden bestemd waren of nooit op de markt zijn gebracht. Er moeten dan ook maatregelen worden genomen om de licentieverlening van rechten op werken die niet meer in de handel zijn en die zich in collecties van instellingen voor cultureel erfgoed bevinden, te vereenvoudigen en derhalve het sluiten van overeenkomsten met grensoverschrijdend effect in de interne markt mogelijk te maken.

Amendement    19

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 23

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(23)  De lidstaten moeten binnen het bij deze richtlijn gestelde kader flexibiliteit krijgen om het specifieke soort mechanisme te kiezen waarmee licenties voor werken die niet meer in de handel zijn, in overeenstemming met hun juridische tradities, praktijken of omstandigheden, kunnen worden uitgebreid tot de rechten van niet door de organisatie voor collectief beheer vertegenwoordigde rechthebbenden. Voor dergelijke mechanismen kan ook worden gedacht aan verruimde collectieve licentieverlening en vermoedens van vertegenwoordiging.

(23)  De lidstaten moeten binnen het bij deze richtlijn gestelde kader flexibiliteit krijgen om het specifieke soort mechanisme te kiezen waarmee licenties voor werken die niet meer in de handel zijn, in overeenstemming met hun juridische tradities, praktijken of omstandigheden, kunnen worden uitgebreid tot de rechten van niet door de relevante organisatie voor collectief beheer vertegenwoordigde rechthebbenden. Voor dergelijke mechanismen kan ook worden gedacht aan verruimde collectieve licentieverlening en vermoedens van vertegenwoordiging.

Amendement    20

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 24

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(24)  Voor de toepassing van deze licentiemechanismen is een strikt en goed functionerend systeem voor collectief rechtenbeheer belangrijk. Dat systeem omvat met name regels inzake goed bestuur, transparantie en verslaglegging, alsook regelmatige, zorgvuldige en nauwkeurige verdeling en uitbetaling van de bedragen die aan individuele rechthebbenden verschuldigd zijn, zoals bepaald in Richtlijn 2014/26/EU. Er moeten passende aanvullende waarborgen beschikbaar zijn voor alle rechthebbenden, die de mogelijkheid moeten krijgen om de toepassing van dergelijke mechanismen op hun werken of andere materialen uit te sluiten. De voorwaarden die aan deze mechanismen verbonden worden, mogen de praktische relevantie daarvan voor instellingen voor cultureel erfgoed niet aantasten.

(24)  Voor de toepassing van deze licentiemechanismen is een strikt en goed functionerend systeem voor collectief rechtenbeheer belangrijk en dient een dergelijk systeem door de lidstaten te worden aangemoedigd. Dat systeem omvat met name regels inzake goed bestuur, transparantie en verslaglegging, alsook regelmatige, zorgvuldige en nauwkeurige verdeling en uitbetaling van de bedragen die aan individuele rechthebbenden verschuldigd zijn, zoals bepaald in Richtlijn 2014/26/EU. Er moeten passende aanvullende waarborgen beschikbaar zijn voor alle rechthebbenden, die de mogelijkheid moeten krijgen om de toepassing van dergelijke mechanismen op hun werken of andere materialen uit te sluiten. De voorwaarden die aan deze mechanismen verbonden worden, mogen de praktische relevantie daarvan voor instellingen voor cultureel erfgoed niet aantasten.

Amendement    21

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 28 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(28 bis)  Om ervoor te zorgen dat de licentieverleningsmechanismen voor werken die niet meer in de handel zijn relevant zijn, correct werken en rechthebbenden voldoende bescherming bieden, dat licenties voldoende bekendheid krijgen en dat de rechtszekerheid ten aanzien van de representativiteit van organisaties voor collectief beheer en de indeling van werken wordt gewaarborgd, dienen de lidstaten sectorspecifiek overleg met belanghebbenden te stimuleren. Zij dienen waar nodig ook de dialoog te bevorderen om organisaties voor collectief beheer te helpen opzetten in sectoren waar dergelijke organisaties nog niet bestaan, om de rechten voor elke categorie van werken te dekken.

Amendement    22

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 30

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(30)  Om de licentieverlening voor rechten op audiovisuele werken op video-on-demandplatforms te bevorderen, verplicht deze richtlijn de lidstaten ertoe een onderhandelingsmechanisme op te zetten waarin partijen die bereid zijn om een overeenkomst te sluiten, een beroep kunnen doen op de bijstand van een onpartijdige instantie. Deze instantie moet de partijen bijeenbrengen en hen met professionele en externe adviesverlening ondersteunen bij de onderhandelingen. In dat verband moeten de lidstaten bepalen onder welke voorwaarden het onderhandelingsmechanisme moet verlopen, met inbegrip van de timing en duur van de bijstand bij de onderhandelingen en de toewijzing van de kosten. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de administratieve en financiële lasten evenredig blijven om de efficiëntie van het onderhandelingsforum te garanderen.

(30)  Om de licentieverlening voor rechten op audiovisuele te bevorderen, worden de relevante rechten wettelijk of in een overeenkomst geconsolideerd met de producent. Om de culturele diversiteit en de beschikbaarheid van werken op video-on-demandplatforms te bevorderen, verplicht deze richtlijn de lidstaten ertoe een faciliteringsmechanisme op te zetten, beheerd door een bestaande of nieuw opgerichte nationale instantie, waarin relevante partijen die bereid zijn om een overeenkomst voor de licentie van audiovisuele werken op video-on-demandplatforms te sluiten, een beroep kunnen doen op de bijstand van een onpartijdige instantie. Wanneer bij de onderhandelingen partijen uit verschillende lidstaten betrokken zijn, dienen zij het van tevoren eens te worden over de lidstaat die bevoegd is indien een beroep zou moeten worden gedaan op het faciliteringsmechanisme. Deze instantie moet de partijen bijeenbrengen en de onderhandelingen faciliteren door professionele en externe adviesverlening. In dat verband moeten de lidstaten bepalen onder welke voorwaarden het faciliteringsmechanisme moet verlopen, met inbegrip van de timing en duur van de bijstand bij de onderhandelingen en de verdeling van eventuele kosten. De lidstaten moeten ervoor zorgen dat de administratieve en financiële lasten evenredig blijven om de efficiëntie van het faciliteringsforum te garanderen. Om de duurzame exploitatie van audiovisuele werken op video-on-demandplatforms aan te moedigen, moeten de lidstaten de dialoog tussen de representatieve organisaties van auteurs, producenten, video-on-demandplatforms en andere relevante betrokken partijen stimuleren.

Amendement    23

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 31

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(31)  Een vrije en pluralistische pers is van essentieel belang voor de kwaliteit van de journalistiek en de toegang van burgers tot informatie. Zij levert een fundamentele bijdrage tot het publieke debat en de goede werking van een democratische samenleving. Bij de overgang van de drukpers naar de digitale media worden persuitgevers geconfronteerd met problemen om licenties te verlenen voor onlinegebruik van hun publicaties en daarbij hun investeringen terug te verdienen. Aangezien uitgevers van perspublicaties niet als rechthebbenden worden erkend, is het verlenen en het handhaven van licenties in de digitale omgeving vaak complex en inefficiënt.

(31)  Een vrije en pluralistische pers is van essentieel belang voor de kwaliteit en een passende verloning van de journalistiek en de toegang van burgers tot informatie. Zij levert een fundamentele bijdrage tot het publieke debat en de goede werking van een democratische samenleving. Bij de overgang van de drukpers naar de digitale media worden persuitgevers geconfronteerd met problemen om licenties te verlenen voor onlinegebruik van hun publicaties en daarbij hun investeringen terug te verdienen. Online diensten, zoals nieuwsaggregatoren en zoekmachines, hebben hun activiteiten stelstelmatig ontwikkeld door winst te maken op de inhoud van uitgevers van perspublicaties. Deze winsten worden niet eerlijk gedeeld met journalisten en uitgevers. Aangezien uitgevers van perspublicaties niet als rechthebbenden worden erkend, is het verlenen en het handhaven van licenties in de digitale omgeving vaak complex en inefficiënt.

Amendement    24

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 32

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(32)  De organisatorische en financiële bijdrage die uitgevers leveren in de aanmaak van publicaties van de pers, dient te worden erkend en verder aangemoedigd om de duurzaamheid van het uitgeversbedrijf te garanderen. Daarom moet op het niveau van de Unie een geharmoniseerde rechtsbescherming worden ingesteld met betrekking tot digitale toepassingen voor perspublicaties. Deze bescherming dient daadwerkelijk te worden gewaarborgd door de invoering in het Unierecht van naburige auteursrechten voor de reproductie en de beschikbaarstelling aan het publiek met betrekking tot digitale toepassingen voor perspublicaties.

(32)  De organisatorische en financiële bijdrage die uitgevers leveren in de aanmaak van publicaties van de pers, dient te worden erkend en verder aangemoedigd om de duurzaamheid van het uitgeversbedrijf te garanderen. Daarom moet op het niveau van de Unie een geharmoniseerde rechtsbescherming worden ingesteld met betrekking tot digitale toepassingen. Deze bescherming dient daadwerkelijk te worden gewaarborgd door de invoering in het Unierecht van naburige auteursrechten voor de reproductie en de beschikbaarstelling aan het publiek van perspublicaties.

Amendement    25

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 33

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(33)  Voor de toepassing van deze richtlijn dient een definitie te worden vastgesteld van het begrip perspublicatie in die zin dat het alleen betrekking heeft op journalistieke publicaties, uitgegeven door een dienstenaanbieder, die in welke media dan ook periodiek of regelmatig worden bijgewerkt, met de bedoeling te informeren of te vermaken. Dergelijke publicaties omvatten bijvoorbeeld dag-, week- of maandbladen met een algemene of specifieke inhoud en websites voor nieuws. Periodieke publicaties die voor wetenschappelijk of academische doeleinden worden uitgegeven, zoals wetenschappelijke bladen, mogen niet vallen onder de bescherming die krachtens deze richtlijn aan perspublicaties wordt verleend. Deze bescherming strekt zich niet uit tot handelingen van hyperlinking die geen mededeling aan het publiek vormen.

(33)  Voor de toepassing van deze richtlijn dient een definitie te worden vastgesteld van het begrip perspublicatie in die zin dat het alleen betrekking heeft op professionele journalistieke publicaties, uitgegeven door een dienstenaanbieder, die in welke media dan ook periodiek of regelmatig worden bijgewerkt, met de bedoeling te informeren of te vermaken en waarvan de geloofwaardigheid in de ogen van het publiek in zekere mate afhangt van de specifieke merknaam. Dergelijke publicaties omvatten bijvoorbeeld dag-, week- of maandbladen met een algemene of specifieke inhoud en websites voor nieuws. Periodieke publicaties die voor wetenschappelijk of academische doeleinden worden uitgegeven, zoals wetenschappelijke bladen, mogen niet vallen onder de bescherming die krachtens deze richtlijn aan perspublicaties wordt verleend. Deze bescherming strekt zich niet uit tot handelingen van hyperlinking, voor zover dergelijke handelingen geen mededeling aan het publiek vormen in de zin van Richtlijn 2001/29/EG.

Amendement    26

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 34

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(34)  De krachtens deze richtlijn aan uitgevers van perspublicaties verleende rechten dienen dezelfde strekking te hebben als de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten van reproductie en beschikbaarstelling aan het publiek, voor zover het om digitale toepassingen gaat. Zij moeten ook worden onderworpen aan dezelfde bepalingen inzake uitzonderingen en beperkingen als die welke gelden voor de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten, waaronder de uitzondering voor citaten ten behoeve van kritieken of recensies, als vastgesteld in artikel 5, lid 3, onder d), van die richtlijn.

(34)  De krachtens deze richtlijn aan uitgevers van perspublicaties verleende rechten dienen dezelfde strekking te hebben als de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten van reproductie en beschikbaarstelling aan het publiek. Zij moeten ook worden onderworpen aan dezelfde bepalingen inzake uitzonderingen en beperkingen als die welke gelden voor de in Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten, waaronder de uitzondering voor citaten ten behoeve van kritieken of recensies, als vastgesteld in artikel 5, lid 3, onder d), van die richtlijn. De uit hoofde van deze richtlijn verleende rechten gelden onverminderd de auteursrechten en zijn niet van toepassing op het legitieme gebruik van perspublicaties door individuele gebruikers die als particulier en niet-commercieel handelen. De bescherming van perspublicaties uit hoofde van deze richtlijn is van toepassing op inhoud die automatisch gegenereerd wordt via een handeling van hyperlinking in verband met een perspublicatie, onverminderd het legale gebruik van citaten.

Amendement    27

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 35

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(35)  De bescherming die uit hoofde van deze richtlijn aan uitgevers van perspublicaties wordt verleend, mag geen afbreuk doen aan de rechten van auteurs en andere rechthebbenden op de daarin opgenomen werken en andere materialen, ook wat betreft de reikwijdte waarin auteurs en andere rechthebbenden hun werken of andere beschermde materialen onafhankelijk van de perspublicatie waarvan deze deel uitmaken, kunnen exploiteren. Daarom mogen uitgevers van perspublicaties zich niet beroepen op de hun verleende bescherming ten aanzien van auteurs en andere rechthebbenden. Dit geldt onverminderd contractuele regelingen tussen uitgevers van perspublicaties enerzijds en auteurs en andere rechthebbenden anderzijds.

(35)  De bescherming die uit hoofde van deze richtlijn aan uitgevers van perspublicaties wordt verleend, mag geen afbreuk doen aan de rechten van auteurs en andere rechthebbenden op de daarin opgenomen werken en andere materialen, ook wat betreft de reikwijdte waarin auteurs en andere rechthebbenden hun werken of andere beschermde materialen onafhankelijk van de perspublicatie waarvan deze deel uitmaken, kunnen exploiteren. Daarom mogen uitgevers van perspublicaties zich niet beroepen op de hun verleende bescherming ten aanzien van auteurs en andere rechthebbenden. Dit geldt onverminderd contractuele regelingen tussen uitgevers van perspublicaties enerzijds en auteurs en andere rechthebbenden anderzijds. De lidstaten moet toegestaan worden ervoor te zorgen dat journalisten, wanneer er gebruik wordt gemaakt van de rechten van persuitgevers, een eerlijke vergoeding krijgen.

Amendement    28

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 36

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(36)  Uitgevers, waaronder uitgevers van perspublicaties, boeken of wetenschappelijke werken, ontplooien hun activiteiten vaak op basis van de overdracht van de rechten van auteurs krachtens contractuele overeenkomsten of wettelijke regelingen. In dit verband verrichten uitgevers een investering met het oog op de exploitatie van de in hun publicaties vervatte werken en kunnen zij in sommige gevallen van inkomsten verstoken blijven wanneer het gebruik van deze werken onder een uitzondering of beperking valt zoals in het geval van kopiëren voor privégebruik en reprografie. In een aantal lidstaten wordt de compensatie voor onder deze uitzonderingen vallende toepassingen gedeeld tussen auteurs en uitgevers. Om rekening te houden met deze situatie en om de rechtszekerheid voor alle betrokken partijen te verbeteren, moeten de lidstaten kunnen bepalen dat, wanneer een auteur zijn rechten heeft overgedragen of in licentie heeft gegeven aan een uitgever of met zijn werken op een andere wijze bijdraagt aan een publicatie, en wanneer er systemen bestaan om een compensatie te verlenen voor het door de uitzondering of beperking veroorzaakte nadeel, uitgevers aanspraak kunnen maken op een deel van deze compensatie, terwijl de lasten voor de uitgever om zijn aanspraak te staven niet verder mogen gaan dan hetgeen nodig is in het kader van het bestaande systeem.

(36)  Uitgevers, waaronder uitgevers van perspublicaties, boeken of wetenschappelijke werken, ontplooien hun activiteiten vaak op basis van de overdracht van de rechten van auteurs krachtens contractuele overeenkomsten of wettelijke regelingen. In dit verband verrichten uitgevers een investering met het oog op de exploitatie van de in hun publicaties vervatte werken en kunnen zij in sommige gevallen van inkomsten verstoken blijven wanneer het gebruik van deze werken onder een uitzondering of beperking valt zoals in het geval van kopiëren voor privégebruik en reprografie. In een aantal lidstaten wordt de compensatie voor onder deze uitzonderingen vallende toepassingen gedeeld tussen auteurs en uitgevers. Om rekening te houden met deze situatie en om de rechtszekerheid voor alle betrokken partijen te verbeteren, moeten de lidstaten bepalen dat, wanneer een auteur zijn rechten heeft overgedragen of in licentie heeft gegeven aan een uitgever of met zijn werken op een andere wijze bijdraagt aan een publicatie, en wanneer er systemen bestaan om een compensatie te verlenen voor het door de uitzondering of beperking veroorzaakte nadeel, uitgevers aanspraak kunnen maken op een deel van deze compensatie. De lasten voor de uitgever om zijn aanspraak te staven mogen niet verder gaan dan hetgeen nodig is in het kader van het bestaande systeem.

Amendement    29

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 37

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

37.  De afgelopen jaren is de werking van de markt voor online-inhoud complexer geworden. Onlinediensten met toegang tot auteursrechtelijk beschermde inhoud die door gebruikers ervan is geüpload zonder dat de rechthebbenden hierbij betrokken zijn, floreren welig en vormen nu een belangrijke bron van toegang tot online-inhoud. Dit heeft invloed op de mogelijkheden voor rechthebbenden om te bepalen of, en onder welke voorwaarden, hun werken en andere materialen worden gebruikt, alsmede op hun kansen om hiervoor een passende vergoeding te verkrijgen.

(37)  De laatste jaren is de werking van de markt voor online-inhoud complexer geworden. Onlinediensten met toegang tot auteursrechtelijk beschermde inhoud die door gebruikers ervan is geüpload zonder dat de rechthebbenden hierbij betrokken zijn of ermee hebben ingestemd, floreren welig en vormen nu een belangrijke bron van toegang tot online-inhoud. Deze diensten vormen bijgevolg oneerlijke concurrentie voor diensten die rechtstreeks van de rechthebbenden licenties voor hun inhoud hebben gekregen, aangezien zij winst maken op inhoud die zij niet creëren en deze winst niet altijd eerlijk delen met de betrokken makers. Onlinediensten met toegang tot auteursrechtelijk beschermde inhoud die door gebruikers ervan is geüpload zonder dat de rechthebbenden hierbij betrokken zijn of ermee hebben ingestemd, zorgen dus voor een algemene devaluatie van creatieve inhoud online. Hoewel dit een vlotte toegang tot verschillende inhoud mogelijk maakt, heeft het een invloed op het vermogen van rechthebbenden om te bepalen of, en onder welke voorwaarden, hun werken en andere materialen worden gebruikt, alsmede op de mate waarin zij hiervoor een passende vergoeding kunnen krijgen, aangezien sommige diensten voor door gebruikers geüploade inhoud geen licentieovereenkomsten sluiten omdat zij onder de "veilige haven"-aansprakelijkheidsvrijstelling op grond van Richtlijn 2000/31/EG zouden vallen.

Amendement    30

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 38

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(38)  Wanneer aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij voorzien in de opslag van en de toegang tot auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen die door de gebruikers ervan zijn geüpload, en zodoende verder gaan dan de loutere beschikbaarstelling van fysieke faciliteiten en een handeling van mededeling aan het publiek verrichten, zijn zij verplicht licentieovereenkomsten met rechthebbenden te sluiten, tenzij zij in aanmerking komen voor de vrijstelling van aansprakelijkheid waarin artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad34 voorziet.

(38)  Wanneer aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij voorzien in de opslag van en/of de toegang tot auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen die door de gebruikers ervan zijn geüpload, en zodoende verder gaan dan de loutere beschikbaarstelling van fysieke faciliteiten en zowel een handeling van mededeling aan het publiek verrichten als een handeling van reproductie, zijn zij verplicht eerlijke en evenwichtige licentieovereenkomsten met de daartoe verzoekende rechthebbenden te sluiten om de bescherming van de wettelijke belangen van rechthebbenden en hun eerlijke vergoeding te verzekeren, tenzij zij in aanmerking komen voor de vrijstelling van aansprakelijkheid waarin artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad34 voorziet.

Met betrekking tot artikel 14 moet worden nagegaan of de dienstverlener een actieve rol speelt, onder meer door de presentatie van de geüploade werken of andere materialen te optimaliseren of door deze te promoten, ongeacht de aard van de daarvoor gebruikte middelen.

Met betrekking tot artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG en de ontvankelijkheid voor de daarin opgenomen vrijstelling van de aansprakelijkheid moet worden nagegaan hoe groot de rol van de aanbieder van de dienst van de informatiemaatschappij is. Als de aanbieder een actieve rol speelt, onder meer door de presentatie van de geüploade werken of andere materialen te optimaliseren of door deze te promoten of commercieel te exploiteren, ongeacht de aard van de daarvoor gebruikte middelen, mag deze aanbieder niet langer slechts als een host voor dergelijke inhoud worden beschouwd en komt hij dus niet meer in aanmerking voor de vrijstelling van aansprakelijkheid.

Om de werking van een licentieovereenkomst te verzekeren moeten aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die zich bezighouden met het opslaan van en het verlenen van publieke toegang tot grote hoeveelheden door hun gebruikers geüploade auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen, passende en evenredige maatregelen nemen, zoals de toepassing van doeltreffende technologieën, om de bescherming van werken of andere materialen te garanderen. Deze verplichting moet ook van toepassing zijn wanneer de aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij in aanmerking komen voor de in artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG omschreven vrijstelling van aansprakelijkheid.

Om de werking van een licentieovereenkomst te verzekeren of om, wanneer een dergelijke overeenkomst er niet is, te voorkomen dat op hun diensten zonder toestemming werken of ander materiaal beschikbaar worden gesteld die niet onder een dergelijke overeenkomst vallen en die door de rechthebbende geïdentificeerd worden, moeten aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die zich bezighouden met het opslaan van en/of het verlenen van publieke toegang tot grote hoeveelheden door hun gebruikers geüploade auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen, passende en evenredige maatregelen nemen, in samenwerking met de rechthebbenden, om de bescherming van werken of andere materialen te garanderen, zoals de toepassing van doeltreffende technologieën, en het faciliteren van doeltreffende en transparante rapportage aan de rechthebbenden. Deze verplichting moet ook van toepassing zijn wanneer de aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij in aanmerking komen voor de in artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG omschreven vrijstelling van aansprakelijkheid. Deze verplichting geldt niet voor onlinemarkten.

__________________

__________________

34 Richtlijn nr. 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1-16).

34 Richtlijn nr. 2000/31/EG van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2000 betreffende bepaalde juridische aspecten van de diensten van de informatiemaatschappij, met name de elektronische handel, in de interne markt (PB L 178 van 17.7.2000, blz. 1-16).

Amendement    31

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 39

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(39)  Voor de werking van technologieën, zoals technologieën voor herkenning van inhoud, is het van uiterst belang dat aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die zich bezighouden met het opslaan van en het verlenen van publieke toegang tot grote hoeveelheden door de gebruikers ervan geüploade auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen, samenwerking aangaan met rechthebbenden. In dergelijke gevallen moeten de rechthebbenden de nodige gegevens verstrekken om de diensten in staat te stellen hun inhoud te onderzoeken, en moeten de diensten met betrekking tot de gebruikte technologieën transparant zijn ten aanzien van de rechthebbenden, die de geschiktheid ervan moeten kunnen beoordelen. De diensten moeten rechthebbenden met name voorzien van informatie over de aard van de gebruikte technologieën, de manier waarop deze worden toegepast en de mate waarin hiermee resultaten worden geboekt bij de herkenning van inhoud van rechthebbenden. Deze technologieën moeten rechthebbenden ook in staat stellen om van aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij informatie te verkrijgen over het gebruik van hun inhoud waarop een overeenkomst van toepassing is.

(39)  Met het oog op de effectieve werking van technologieën, zoals technologieën voor herkenning van inhoud, is het van uiterst belang dat aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die zich bezighouden met het opslaan van en het verlenen van publieke toegang tot aanzienlijke hoeveelheden door de gebruikers ervan geüploade auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen, samenwerking aangaan met rechthebbenden. In dergelijke gevallen moeten de rechthebbenden de nodige gegevens verstrekken, zoals referentiebestanden en metagegevens, om de diensten in staat te stellen hun inhoud te onderzoeken. Zij moeten de gegevens tijdig en in een passend formaat bezorgen, en de gegevens moeten volledig en juist zijn. De diensten met betrekking tot de gebruikte technologieën moeten transparant zijn ten aanzien van de rechthebbenden, die de geschiktheid ervan moeten kunnen beoordelen. De diensten moeten rechthebbenden met name voorzien van informatie over de aard van de gebruikte technologieën, de manier waarop deze worden toegepast en de mate waarin hiermee resultaten worden geboekt bij de herkenning van inhoud van rechthebbenden. Deze technologieën moeten rechthebbenden ook in staat stellen om van aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij informatie te verkrijgen over het gebruik van hun inhoud waarop een overeenkomst van toepassing is. Bij de beoordeling van de evenredigheid en doeltreffendheid van de getroffen maatregelen dient rekening te worden gehouden met technologische beperkingen. Voor de werking van deze technologieën mag de identificatie van de personen die zich met het uploaden van inhoud bezighouden niet vereist worden en dienen geen gegevens van individuele gebruikers te worden verwerkt, in overeenstemming met Richtlijn 95/46/EG en Richtlijn 2002/58/EG. Zij moeten beperkt zijn tot het voorkomen dat specifiek geïdentificeerde en naar behoren gemelde werken op basis van door rechthebbenden verstrekte informatie beschikbaar worden gesteld, en mogen dus niet leiden tot een algemene toezichtsverplichting.

Amendement    32

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 39 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(39 bis)  Aangezien de door aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij ingezette maatregelen en technologieën bij de toepassing van deze richtlijn een negatief of onevenredig effect kunnen hebben op de legale inhoud die door gebruikers wordt geüpload of getoond, vooral als voor de betreffende inhoud een uitzondering of beperking geldt, moeten aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij worden verplicht om een klachtenmechanisme aan te bieden aan gebruikers wier inhoud door de maatregelen wordt getroffen. Een dergelijk mechanisme stelt de gebruiker in staat om na te gaan waarom er voor de betrokken inhoud maatregelen zijn getroffen en bevat basisinformatie over relevante en toepasselijke uitzonderingen en beperkingen. Het moet minimumeisen voor klachten voorschrijven om ervoor te zorgen dat rechthebbenden voldoende informatie krijgen om klachten te beoordelen en erop te reageren. Rechthebbenden moeten binnen een redelijke termijn alle eventuele klachten verwerken en snel corrigerende maatregelen nemen wanneer genomen maatregelen ongerechtvaardigd blijken te zijn. Door gebruikers geüploade inhoud die door een dienst van de informatiemaatschappij wordt opgeslagen of aangeboden kan inkomsten genereren, ook wanneer deze inhoud wordt getroffen door maatregelen die door een aanbieder van een dienst van de informatiemaatschappij worden genomen. Terwijl een geschil over door gebruikers geüploade inhoud wordt verwerkt en opgelost, mogen deze inkomsten niet toegewezen of uitgekeerd worden aan de betreffende gebruiker of de betreffende rechthebbende, tot zolang het geschil niet is opgelost aan de hand van het klachten- en verhaalmechanisme.

Amendement    33

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 39 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(39 ter)  Gezien de voorschriften die in deze richtlijn zijn vastgesteld aangaande de overeenkomsten en de samenwerking tussen aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij en rechthebbenden, en met het oog op het voorkomen van onnodige, lange en dure juridische procedures, moet worden voorzien in een bemiddelingsprocedure voor de partijen, zodat er een vriendschappelijke oplossing kan worden gevonden voor eventuele geschillen over de bepalingen van deze richtlijn. De lidstaten dienen een dergelijk mechanisme te steunen door een onpartijdige instantie aan te wijzen die over de nodige ervaring en bekwaamheid beschikt om de partijen bij de beslechting van hun geschil bij te staan.

Amendement    34

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 40

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(40)  Bepaalde rechthebbenden, zoals auteurs en uitvoerende kunstenaars, hebben informatie nodig om de economische waarde te kunnen schatten van hun rechten die op grond van het Unierecht zijn geharmoniseerd. Dit is met name het geval wanneer deze rechthebbenden een licentie verlenen of hun rechten overdragen tegen een vergoeding. Auteurs en uitvoerende kunstenaars bevinden zich gewoonlijk in een zwakkere contractuele positie wanneer zij licenties verlenen of hun rechten overdragen: zij hebben dan ook informatie nodig om de voortdurende economische waarde van hun rechten in te schatten tegenover de vergoeding die zij ontvangen voor hun licentie of overdracht, maar hebben vaak af te rekenen met een gebrek aan transparantie. Voor de transparantie en het evenwicht binnen het stelsel dat de vergoeding voor auteurs en uitvoerende kunstenaars regelt, is het derhalve belangrijk dat hun contractpartners of hun rechtsopvolgers passende informatie verstrekken.

(40)  Bepaalde rechthebbenden, zoals auteurs en uitvoerende kunstenaars, hebben informatie nodig om de economische waarde te kunnen schatten van hun rechten die op grond van het Unierecht zijn geharmoniseerd. Dit is met name het geval wanneer deze rechthebbenden een licentie verlenen of hun rechten overdragen tegen een vergoeding. Auteurs en uitvoerende kunstenaars bevinden zich gewoonlijk in een zwakkere onderhandelingspositie wanneer zij licenties verlenen of hun rechten contractueel overdragen: zij hebben dan ook informatie nodig om de voortdurende economische waarde van hun rechten in te schatten tegenover de vergoeding die zij ontvangen voor hun licentie of overdracht. Zij hebben echter vaak af te rekenen met een gebrek aan transparantie. Voor de transparantie en het evenwicht binnen het stelsel dat de vergoeding voor auteurs en uitvoerende kunstenaars regelt, is het derhalve noodzakelijk dat hun directe contractpartners of hun rechtsopvolgers regelmatig passende en juiste informatie verstrekken.

Amendement    35

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 41

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(41)  Bij het opleggen van transparantieverplichtingen dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van de verschillende inhoudsindustrieën en met de rechten van auteurs en uitvoerende kunstenaars in elke sector. De lidstaten moeten overleg plegen met alle relevante belanghebbenden om uit te zoeken welke sectorspecifieke voorschriften noodzakelijk zijn. Collectieve onderhandelingen moet worden beschouwd als een mogelijkheid om tussen de relevante belanghebbenden overeenstemming te bereiken met betrekking tot transparantie. Om de huidige rapportagepraktijken aan de transparantieverplichtingen te kunnen aanpassen, dient te worden voorzien in een overgangsperiode. De transparantievoorschriften hoeven niet te worden toegepast op overeenkomsten met organisaties voor collectief beheer als die welke reeds aan transparantieverplichtingen zijn onderworpen uit hoofde van Richtlijn 2014/26/EU.

(41)  Bij het opleggen van transparantieverplichtingen dient rekening te worden gehouden met de specifieke kenmerken van de verschillende inhoudsindustrieën en met de rechten van auteurs en uitvoerende kunstenaars in elke sector. De lidstaten moeten voldoende overleggen met alle relevante belanghebbenden om uit te zoeken welke sectorspecifieke voorschriften noodzakelijk zijn en dienovereenkomstig standaardrapportagevereisten en -procedures instellen, ook via geautomatiseerde verwerking en het gebruik van internationale identificatiemiddelen. Collectieve onderhandelingen moet worden beschouwd als een mogelijkheid om tussen de relevante belanghebbenden overeenstemming te bereiken met betrekking tot transparantie. Om de huidige rapportagepraktijken aan de transparantieverplichtingen te kunnen aanpassen, dient te worden voorzien in een overgangsperiode. De transparantievoorschriften hoeven niet te worden toegepast op overeenkomsten met organisaties voor collectief beheer als die welke reeds aan transparantieverplichtingen zijn onderworpen uit hoofde van Richtlijn 2014/26/EU of wanneer bestaande collectieve arbeidsovereenkomsten voorzien in een gelijkwaardig beschermingsniveau.

Amendement    36

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 42

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(42)  In bepaalde gevallen gelden voor de exploitatie van op het niveau van de Unie geharmoniseerde rechten langlopende contracten die auteurs en uitvoerende kunstenaars weinig mogelijkheden bieden om hierover nieuwe onderhandelingen aan te gaan met hun contractpartners of hun rechtsopvolgers. Onverminderd het recht dat van toepassing is op contracten in de lidstaten, dient daarom een mechanisme te worden ingevoerd, ook in het licht van de transparantie die deze richtlijn verzekert, om de vergoeding aan te passen in gevallen waarin de oorspronkelijke volgens de licentie of de overdracht van rechten overeengekomen vergoeding onevenredig laag is ten opzichte van de betrokken inkomsten en voordelen ten gevolge van de exploitatie van het werk of de vastlegging van de uitvoering. Bij de beoordeling van de situatie moet rekening worden gehouden met de specifieke omstandigheden van elk geval, alsmede met de specifieke kenmerken en praktijken van de verschillende inhoudsindustrieën. Indien de partijen het niet eens worden over de aanpassing van de vergoeding, moet de auteur of de uitvoerende kunstenaar het recht hebben om een vordering in te stellen bij een rechtbank of een andere bevoegde autoriteit.

(42)  In vele gevallen gelden voor de exploitatie van op het niveau van de Unie geharmoniseerde rechten contracten die op de lange termijn gericht zijn en die auteurs en uitvoerende kunstenaars weinig mogelijkheden bieden om hierover nieuwe onderhandelingen aan te gaan met hun contractpartners of hun rechtsopvolgers. Onverminderd het recht dat van toepassing is op contracten in de lidstaten, dient daarom een mechanisme te worden ingevoerd, ook in het licht van de transparantie die deze richtlijn verzekert, om de vergoeding aan te passen in gevallen waarin een auteur of uitvoerend kunstenaar kan aantonen dat de oorspronkelijke volgens de licentie of de overdracht van rechten overeengekomen vergoeding onevenredig laag is ten opzichte van de betrokken inkomsten en voordelen, zoals subsidies of aandelen, ten gevolge van de exploitatie van het werk of de vastlegging van de uitvoering. Bij de beoordeling van de situatie moet rekening worden gehouden met de specifieke omstandigheden van elk geval, met eventuele uitgaven die daadwerkelijk gedaan zijn bij de productie van het werk of de uitvoering, alsmede met de specifieke kenmerken en praktijken van de verschillende inhoudsindustrieën.De lidstaten moeten kunnen besluiten om het aanpassingsmechanisme niet toe te passen wanneer de bijdrage van de auteurs of uitvoerend kunstenaars, gelet op het geheel van het werk of de uitvoering, niet significant is. Indien de partijen het niet eens worden over de aanpassing van de vergoeding, moet de auteur of de uitvoerende kunstenaar het recht hebben om een vordering in te stellen bij een rechtbank of een andere bevoegde autoriteit.

Amendement     37

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 42 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(42 bis)  De lidstaten waarborgen het recht van auteurs en uitvoerend kunstenaars op een eerlijke, evenredige en niet voor afstand vatbare vergoeding voor de beschikbaarstelling van hun werk op on-demanddiensten en voor relevante reproductiehandelingen die betrekking hebben op hun werk op dergelijke diensten. Een dergelijk recht op een eerlijke vergoeding wordt toegekend overeenkomstig nationale praktijken en wettelijke vereisten, onverminderd de bestaande mechanismen, zoals vrijwillige collectieve beheersovereenkomsten of uitgebreide collectieve licenties.

Amendement    38

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 43

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(43)  Auteurs en uitvoerende kunstenaars aarzelen vaak om hun rechten ten aanzien van hun contractpartners af te dwingen voor een rechterlijke instantie. De lidstaten moeten dan ook voorzien in een procedure voor alternatieve geschillenbeslechting om vorderingen in verband met transparantieverplichtingen en het contractaanpassingsmechanisme te behandelen.

(43)  Auteurs en uitvoerende kunstenaars aarzelen vaak om hun rechten ten aanzien van hun contractpartners af te dwingen voor een rechterlijke instantie, aangezien het aanspannen van een rechtszaak aanzienlijke kosten met zich mee kan brengen en hun vermogen om toekomstige contractuele betrekkingen aan te gaan negatief kan beïnvloeden. De lidstaten moeten dan ook voorzien in een procedure voor alternatieve geschillenbeslechting om vorderingen van auteurs, uitvoerend kunstenaars of door hen aangeduide vertegenwoordigers in verband met transparantieverplichtingen, het niet voor afstand vatbare recht op vergoeding en het contractaanpassingsmechanisme te behandelen. Een dergelijk mechanisme moet toegankelijk zijn voor individuele en collectieve vorderingen die hetzij rechtstreeks door de betrokken auteurs en uitvoerende kunstenaars, hetzij via een organisatie namens hen zijn ingesteld. Het mechanisme moet ook betaalbaar zijn.

Amendement    39

Voorstel voor een richtlijn

Overweging 43 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(43 bis)  Ter ondersteuning van een doeltreffende toepassing van de relevante bepalingen van deze richtlijn in de lidstaten, moet de Commissie, in samenwerking met de lidstaten, de uitwisseling van beste praktijken aanmoedigen en een dialoog op Unieniveau bevorderen.

Amendement    40

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Bij deze richtlijn worden voorschriften vastgesteld die gericht zijn op verdere harmonisatie van de wetgeving van de Unie met betrekking tot auteursrechten en naburige rechten in het kader van de interne markt, rekening houdend met name met digitaal en grensoverschrijdend gebruik van beschermde inhoud. Zij bevat ook regels inzake uitzonderingen en beperkingen en inzake de bevordering van de licentieverlening, alsmede regels om te zorgen voor een goed werkende markt voor exploitatie van werken en andere beschermde materialen.

1.  Bij deze richtlijn worden voorschriften vastgesteld die gericht zijn op verdere harmonisatie van de wetgeving van de Unie met betrekking tot auteursrechten en naburige rechten in het kader van de interne markt, rekening houdend met name met digitaal en grensoverschrijdend gebruik van beschermde inhoud en de behoefte aan een hoog beschermingsniveau van intellectuele eigendom. Zij bevat ook regels inzake uitzonderingen en beperkingen en inzake de bevordering van de licentieverlening, alsmede regels om te zorgen voor een goed werkende markt voor exploitatie van werken en andere beschermde materialen.

Motivering

Om te benadrukken dat bescherming van intellectuele eigendom, en de functie hiervan als bron van inkomsten voor scheppende kunstenaars, een essentieel beginsel is waarmee rekening moet worden gehouden bij alle hervormingen van het auteursrechtenstelsel.

Amendement    41

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  zonder winstoogmerk of door herinvestering van alle winst in haar wetenschappelijk onderzoek; of

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)  

Amendement    42

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(3)  "instelling voor cultureel erfgoed": een voor het publiek toegankelijke bibliotheek, museum of archief of een instelling voor cinematografisch of audiovisueel erfgoed;

(3)  "instelling voor cultureel erfgoed": een entiteit die als belangrijkste doel de bescherming en bevordering van het cultureel erfgoed heeft, met name een voor het publiek toegankelijke bibliotheek, museum, galerij, archief of een instelling voor cinematografisch of audiovisueel erfgoed;

Amendement    43

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 2 – alinea 1 – punt 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(4)  "perspublicatie”: een vastlegging van een verzameling literaire werken van journalistieke aard, die ook andere werken of materialen kan omvatten en die een afzonderlijk element onder één titel vormt in een periodiek uitgegeven of regelmatig bijgewerkte publicatie, zoals een krant of een tijdschrift met een algemene of specifieke inhoud, met als doel informatie te verstrekken over nieuws of andere onderwerpen en die via een of ander medium wordt gepubliceerd op initiatief van of onder redactionele verantwoordelijkheid en controle van een dienstverlener.

(4)  "perspublicatie”: een professionele vastlegging onder één titel van een door één of verschillende auteurs vervaardigde verzameling literaire werken van journalistieke aard, die ook andere werken of materialen kan omvatten en die een afzonderlijk element vormt waarbij:

 

(a)  deze verschijnt in een periodiek uitgegeven of regelmatig bijgewerkte publicatie onder één titel, zoals een krant of een tijdschrift met een algemene of specifieke inhoud; 

 

(b)  het doel is informatie te verstrekken over nieuws of andere onderwerpen; en

 

(c)  deze via een of ander medium wordt gepubliceerd op initiatief van of onder redactionele verantwoordelijkheid en controle van een dienstverlener.

Amendement    44

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten voorzien in een uitzondering op de rechten bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn voor reproducties en opvragingen door onderzoekorganisaties om tekst- en datamining te verrichten op werken of andere materialen waartoe zij legale toegang hebben met het oog op wetenschappelijk onderzoek.

1.  De lidstaten voorzien in een uitzondering op de rechten bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn voor reproducties en opvragingen door onderzoekorganisaties om tekst- en datamining te verrichten op werken of andere materialen waartoe zij legale toegang hebben verkregen met het oog op wetenschappelijk onderzoek.

Amendement    45

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Rechthebbenden kunnen maatregelen nemen met het oog op de veiligheid en de integriteit van de netwerken en gegevensbanken waar de werken of andere materialen worden gehost. Deze maatregelen gaan niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken.

3.  Rechthebbenden kunnen evenredige maatregelen nemen met het oog op de veiligheid en de integriteit van de netwerken en gegevensbanken waar de werken of andere materialen worden gehost. Deze maatregelen gaan niet verder dan wat nodig is om die doelstelling te verwezenlijken en verhinderen of belemmeren niet dat onderzoeksorganisaties gebruik kunnen maken van de uitzondering als beschreven in lid 1.

Amendement    46

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten moedigen rechthebbenden en onderzoeksorganisaties aan om algemeen aanvaarde beste praktijken vast te stellen met betrekking tot de toepassing van de in lid 3 bedoelde maatregelen.

4.  De lidstaten moedigen rechthebbenden, onderzoeksorganisaties aan om samen te werken om algemeen aanvaarde beste praktijken vast te stellen met betrekking tot de toepassing van de in lid 3 bedoelde maatregelen en eventuele protocollen voor tekst- en datamining. In samenwerking met de lidstaten moedigt de Commissie de uitwisseling van beste praktijken en ervaringen in de Unie aan.

Amendement    47

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 3 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De lidstaten kunnen voorzien in een billijke vergoeding voor rechthebbenden van wie werken of andere materialen uit hoofde van lid 1 gebruikt werden.

Amendement    48

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – letter -a (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(-a)  plaatsvindt in een onderwijsinstelling die door de lidstaat van vestiging erkend is of door een gecertificeerde entiteit die door de lidstaat van vestiging erkend is om onderwijsactiviteiten uit te voeren;

Amendement    49

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – letter a

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

(a)  plaatsvindt in de gebouwen van een onderwijsinstelling of door middel van een beveiligd elektronisch netwerk dat alleen toegankelijk is voor de leerlingen of studenten en het onderwijzend personeel van de onderwijsinstelling;

(a)  plaatsvindt waar de onderwijsactiviteiten plaatsvinden of door middel van een beveiligd elektronisch netwerk dat alleen toegankelijk is voor de leerlingen van de onderwijsinstelling of de gecertificeerde entiteit en het onderwijzend personeel van de onderwijsinstelling of de gecertificeerde entiteit die rechtstreeks betrokken zijn bij de betreffende activiteit;

Amendement    50

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 – letter b bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

(b bis)  beperkt is tot de periode die gerechtvaardigd is voor gebruik als illustratie.

Amendement    51

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De lidstaten kunnen evenredige beperkingen stellen aan het deel van een werk dat kan worden gebruikt. Deze beperkingen zijn in overeenstemming met de behoeften en legitieme belangen van zowel gebruikers als rechthebbenden.

Amendement    52

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten kunnen bepalen dat de krachtens lid 1 vastgestelde uitzondering niet van toepassing is in het algemeen of met betrekking tot specifieke soorten werken of andere materialen, voor zover passende licenties om de in lid 1 beschreven handelingen toe te staan, vlot beschikbaar zijn op de markt.

De lidstaten kunnen bepalen dat de krachtens lid 1 vastgestelde uitzondering niet van toepassing is in het algemeen of met betrekking tot specifieke soorten werken of andere materialen, voor zover passende licenties om ten minste de in lid 1 beschreven handelingen toe te staan, vlot beschikbaar zijn op de markt en overeenstemmen met de behoeften en speciale kenmerken van onderwijsinstellingen en entiteiten die gecertificeerd zijn om onderwijsactiviteiten uit te voeren.

Amendement    53

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten die gebruikmaken van de in de eerste alinea bedoelde bepaling, nemen de nodige maatregelen om voor onderwijsinstellingen een passende beschikbaarheid en zichtbaarheid van de licenties voor de in lid 1 beschreven handelingen te waarborgen.

De lidstaten die gebruikmaken van de in de eerste alinea bedoelde bepaling, nemen de nodige maatregelen om voor onderwijsinstellingen en entiteiten die gecertificeerd zijn om onderwijsactiviteiten te verrichten een passende beschikbaarheid, toegankelijkheid en zichtbaarheid van de licenties voor de in lid 1 beschreven handelingen te waarborgen.

Amendement    54

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Voor de toepassing van lid 2 dragen de lidstaten actief bij aan de waarborging van de beschikbaarheid van de licenties die ten minste de in lid 1 beschreven handelingen toestaan, of faciliteren zij de dialoog tussen rechthebbenden, onderwijsinstellingen en entiteiten die gecertificeerd zijn om onderwijsactiviteiten te verrichten met het oog op de opstelling van licenties waarmee specifiek de in lid 1 beschreven handelingen worden toegestaan.

 

De lidstaten zorgen dat de licenties die de in lid 1 beschreven handelingen toestaan voldoende bekendgemaakt worden door middel van passende instrumenten, zoals één portaal of databank, toegankelijk voor onderwijsinstellingen en entiteiten die gecertificeerd zijn om onderwijsactiviteiten te verrichten. De lidstaten waarborgen dat de beschikbare licenties op deze instrumenten worden vermeld en worden bijgewerkt.

 

Als een lidstaat gebruik heeft gemaakt van de in lid 2 beschreven bepaling en er geen licentie voor het digitale gebruik van een werk wordt getoond op het instrument als beschreven in de tweede alinea, vallen op zijn grondgebied gevestigde onderwijsinstellingen of entiteiten die gecertificeerd zijn om een onderwijsactiviteit te verrichten onder de uitzondering krachtens lid 1.

Amendement    55

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – punt 2 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 ter.  Onverminderd lid 2, is elke contractuele bepaling die in strijd is met de in lid 1 bedoelde uitzondering niet afdwingbaar.

Amendement    56

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  Het gebruik van werken en andere materialen dat uitsluitend dient voor illustratie bij het onderwijs via beveiligde elektronische netwerken overeenkomstig de bepalingen van nationaal recht ter uitvoering van dit artikel, wordt geacht uitsluitend plaats te vinden in de lidstaat waar de onderwijsinstelling is gevestigd.

3.  Het gebruik van werken en andere materialen dat uitsluitend dient voor illustratie bij het onderwijs via beveiligde elektronische netwerken overeenkomstig de bepalingen van nationaal recht ter uitvoering van dit artikel, wordt geacht uitsluitend plaats te vinden in de lidstaat waar de onderwijsinstelling of de entiteit die gecertificeerd is om onderwijsactiviteiten te verrichten is gevestigd.

Amendement    57

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 4 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De lidstaten kunnen voorzien in een billijke vergoeding voor het nadeel dat rechthebbenden hebben geleden ten gevolg van het gebruik van hun werken of andere materialen uit hoofde van lid 1.

4.  Onverminderd lid 2, voorzien de lidstaten in een billijke compensatie voor rechthebbenden voor het gebruik van hun werken of andere materialen uit hoofde van lid 1.

Amendement    58

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten voorzien in een uitzondering op de rechten bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, artikel 4, lid 1, onder a), van Richtlijn 2009/24/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn, op grond waarvan instellingen voor cultureel erfgoed kopieën van werken of andere materialen die permanent deel uitmaken van hun collectie, in welke vorm of welk medium ook kunnen maken, met als enig doel het behoud van dergelijke werken of andere materialen en voor zover dit noodzakelijk voor het behoud daarvan.

De lidstaten voorzien in een uitzondering op de rechten bedoeld in artikel 2 van Richtlijn 2001/29/EG, artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, artikel 4, lid 1, onder a), van Richtlijn 2009/24/EG en artikel 11, lid 1, van deze richtlijn, op grond waarvan instellingen voor cultureel erfgoed kopieën kunnen maken van werken of andere materialen die permanent deel uitmaken van hun collectie, in welke vorm of welk medium dan ook, of deze digitaliseren, met als enig doel het behoud van dergelijke werken of andere materialen en voor zover dit noodzakelijk is voor het behoud daarvan, zonder de originele werken meer dan nodig is voor hun behoud te wijzigen.

Amendement    59

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Wanneer een instelling voor cultureel erfgoed een derde partij, ook als deze zich in een andere lidstaat bevindt, de opdracht geeft om onder haar verantwoordelijkheid een reproductie- of digitaliseringshandeling te verrichten voor de doeleinden van de eerste alinea, dan wordt de uitzondering waarin in de eerste alinea is voorzien, geacht van toepassing te zijn op de reproductie- of digitaliseringshandeling, op voorwaarde dat alle kopieën van de werken of andere materialen ofwel vernietigd worden ofwel terugbezorgd aan de instelling voor cultureel erfgoed die de opdracht heeft gegeven.

 

Elke contractuele bepaling die in strijd is met de in alinea 1 bedoelde uitzondering, is niet afdwingbaar.

Amendement    60

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 5 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Artikel 5 bis

 

Gebruik van korte passages en citaten uit auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen in inhoud die door gebruikers geüpload wordt

 

1.  Wanneer een natuurlijk persoon op digitale, niet-commerciële en evenredige wijze gebruikmaakt van korte passages of korte citaten uit werken en andere materialen bij de creatie van een nieuw werk dat hij of zij heeft geüpload, voor kritiek, recensies, illustratie, karikatuur, parodie of pastiche, kunnen de lidstaten voorzien in een uitzondering of beperking van de rechten die zijn vastgelegd in artikel 2 en artikel 3 van Richtlijn 2001/29/EG, in artikel 5, onder a), en artikel 7, lid 1, van Richtlijn 96/9/EG, in artikel 4, lid 1, onder a), van Richtlijn 2009/24/EG, en artikel 11 van deze richtlijn, op voorwaarde dat de passages of citaten:

 

(a)  betrekking hebben op werken of andere materialen die al op legale wijze beschikbaar zijn gesteld aan het publiek;

 

(b)  vergezeld gaan van de vermelding van de bron, waaronder de naam van de auteur, tenzij dit niet mogelijk blijkt; en

 

(c)  in overeenstemming met billijke praktijken worden gebruikt en op zo'n manier dat het specifieke doel niet wordt overschreden.

 

2.  Elke contractuele bepaling die in strijd is met de in dit artikel bedoelde uitzondering, is niet afdwingbaar.

 

3.  Aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die door hun gebruikers geüploade auteursrechtelijk beschermde werken en andere materialen opslaan en/of publieke toegang daartoe verlenen, en daarmee verder gaan dan de loutere beschikbaarstelling van fysieke voorzieningen en een mededelingen doen aan het publiek, zullen niet kunnen profiteren van de uitzondering die in lid 1 van dit artikel is bepaald, teneinde hun aansprakelijkheid of hun verplichtingen uit hoofde van de overeenkomsten met rechthebbenden in toepassing van artikel 13 van deze richtlijn te beperken.

 

4.  Deze uitzondering doet geen afbreuk aan de bepalingen van artikel 13 van deze richtlijn.

Amendement    61

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Een werk of ander materiaal wordt geacht niet meer in de handel te zijn wanneer het gehele werk of ander materiaal, in alle bijbehorende vertalingen, versies en uitingen, niet beschikbaar is voor het publiek via de gebruikelijke kanalen van de handel en redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat het in de handel zal worden gebracht.

Een werk of ander materiaal wordt geacht niet meer in de handel te zijn wanneer het gehele werk of ander materiaal, in alle bijbehorende versies en uitingen, niet beschikbaar is voor het publiek via de gebruikelijke kanalen van de handel en redelijkerwijs niet kan worden verwacht dat het in de handel zal worden gebracht in de lidstaten waar de bevoegde organisatie voor collectief beheer en de instelling voor cultureel erfgoed zijn gevestigd. Voor de toepassing van dit artikel worden werken die nooit in de handel zijn geweest, of die nooit bedoeld waren om in de handel te brengen, beschouwd als niet in de handel zijnde.

Amendement    62

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 2 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor, in overleg met rechthebbenden, organisaties voor collectief beheer en instellingen voor cultureel erfgoed, dat de voorschriften om te bepalen of werken en andere materialen overeenkomstig lid 1 in licentie kunnen worden gegeven, niet verder gaan dan hetgeen noodzakelijk en redelijk is en niet de mogelijkheid uitsluiten om te bepalen dat een collectie in haar geheel de status van niet in de handel zijnd werk of materiaal krijgt wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat alle werken of andere materialen in de collectie niet meer in de handel zijn.

De lidstaten zorgen ervoor, in overleg met rechthebbenden, organisaties voor collectief beheer en instellingen voor cultureel erfgoed, dat de voorschriften om te bepalen of werken en andere materialen niet meer in de handel zijn en overeenkomstig lid 1 in licentie kunnen worden gegeven, niet verder gaan dan hetgeen noodzakelijk, evenredig en redelijk is, zijn afgestemd op de specifieke categorie werken of andere betrokken materialen en niet de mogelijkheid uitsluiten om te bepalen dat een collectie in haar geheel de status van niet in de handel zijnd werk of materiaal krijgt wanneer redelijkerwijs kan worden aangenomen dat alle werken of andere materialen in de collectie niet meer in de handel zijn.

Amendement    63

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 3 – inleidende formule

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten bepalen dat de nodige publiciteitsmaatregelen worden genomen met betrekking tot:

3.  De lidstaten bepalen dat de nodige doeltreffende publiciteitsmaatregelen worden genomen met betrekking tot:

Amendement    64

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 7 – lid 3 – alinea 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

gedurende een redelijke termijn voordat de werken of andere materialen worden gedigitaliseerd, gedistribueerd, aan het publiek meegedeeld of beschikbaar worden gesteld.

(Niet van toepassing op de Nederlandse versie)

Amendement    65

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten verzekeren een regelmatige dialoog met representatieve organisaties van gebruikers en rechthebbenden en met andere relevante belangenorganisaties om per sector de relevantie en de bruikbaarheid van de in artikel 7, lid 1, bedoelde mechanismen voor licentieverlening te bevorderen, om de efficiëntie van de in dit hoofdstuk omschreven waarborgen voor rechthebbenden, met name wat publiciteitsmaatregelen betreft, te verzekeren en indien nodig bijstand te verlenen bij het opstellen van de in artikel 7, lid 2, tweede alinea, bedoelde voorschriften.

De lidstaten verzekeren een regelmatige sectorspecifieke dialoog met representatieve organisaties van gebruikers en rechthebbenden en met andere relevante belangenorganisaties om de relevantie en de bruikbaarheid van de in artikel 7, lid 1, bedoelde mechanismen voor licentieverlening te bevorderen, om de efficiëntie van de in dit hoofdstuk omschreven waarborgen voor rechthebbenden, met name wat publiciteitsmaatregelen betreft, te verzekeren en indien nodig bijstand te verlenen bij het opstellen van de in artikel 7, lid 2, tweede alinea, bedoelde voorschriften, met name met betrekking tot de representativiteit van organisaties voor collectief beheer en de categorisering van werken.

Amendement    66

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Zo nodig bevorderen de lidstaten een dialoog tussen rechthebbenden met het oog op de instelling van organisaties voor collectief beheer die verantwoordelijk zijn voor de relevante rechten in hun categorie werken.

Amendement    67

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 9 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

In samenwerking met de lidstaten moedigt de Commissie de uitwisseling van beste praktijken in de Unie aan ten aanzien van dialogen die krachtens dit artikel tot stand zijn gekomen.

Amendement    68

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Onderhandelingsmechanisme

Steun voor de beschikbaarheid van audiovisuele werken

Amendement    69

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten zorgen ervoor dat, wanneer partijen die een overeenkomst wensen te sluiten voor de beschikbaarstelling van audiovisuele op video-on-demandplatforms, moeilijkheden ondervinden met betrekking tot de licentieverlening voor de rechten, zij een beroep kunnen doen op de bijstand van een onpartijdige instantie met relevante ervaring. Deze instantie verleent bijstand bij de onderhandelingen en de sluiting van overeenkomsten.

1.  De lidstaten bevorderen de beschikbaarheid van audiovisuele werken op video-on-demandplatforms door ervoor te zorgen dat, wanneer relevante partijen die een overeenkomst wensen te sluiten voor de beschikbaarstelling van audiovisuele werken op video-on-demandplatforms, moeilijkheden ondervinden met betrekking tot de licentieverlening voor de rechten, zij een beroep kunnen doen, op voorwaarde dat dit gezamenlijk besloten wordt, op de bijstand van een onpartijdige instantie met relevante ervaring die door de lidstaten voor de toepassing van dit artikel moet worden aangeduid.Deze instantie verleent onpartijdige bijstand bij de onderhandelingen teneinde een wederzijds aanvaardbare overeenkomst te sluiten.

Amendement    70

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 10 – punt 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De lidstaten bevorderen de dialoog tussen vertegenwoordigende organisaties van auteurs, uitvoerend kunstenaars, video-on-demandplatforms en andere betrokken partijen.

Amendement    71

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Bescherming van perspublicaties met betrekking tot digitale toepassingen

Bescherming van perspublicaties

Amendement    72

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  De lidstaten verlenen uitgevers van perspublicaties de in artikel 2 en artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten voor het digitale gebruik van hun perspublicaties.

1.  De lidstaten verlenen uitgevers van perspublicaties de in artikel 2 en artikel 3, lid 2, van Richtlijn 2001/29/EG bedoelde rechten voor het gebruik van hun perspublicaties.

Amendement    73

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

1 bis.  De in lid 1 bedoelde rechten mogen het legale private en niet-commerciële gebruik van perspublicaties door individuele gebruikers niet verhinderen.

Amendement    74

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 4

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

4.  De in lid 1 bedoelde rechten vervallen 20 jaar na het verschijnen van de perspublicatie. Deze termijn wordt berekend vanaf de eerste dag van januari van het jaar volgend op de datum van publicatie.

4.  De in lid 1 bedoelde rechten vervallen acht jaar na het verschijnen van de perspublicatie. Deze termijn wordt berekend vanaf de eerste dag van januari van het jaar volgend op de datum van publicatie.

Amendement    75

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 11 – lid 4 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

4 bis.  De lidstaten kunnen besluiten ervoor te zorgen dat, wanneer er gebruik wordt gemaakt van de rechten van persuitgevers, journalisten een eerlijke vergoeding krijgen.

Amendement    76

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 12 – alinea 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

De lidstaten kunnen bepalen dat, wanneer een auteur een recht aan een uitgever heeft overgedragen of in licentie heeft gegeven, deze overdracht of licentie voor de uitgever een afdoende rechtsgrondslag vormt om aanspraak te maken op een deel van de vergoeding voor het gebruik van het werk in het kader van een uitzondering of beperking op het overgedragen of in licentie gegeven recht.

De lidstaten bepalen dat, wanneer een auteur een recht aan een uitgever heeft overgedragen, toegekend of in licentie heeft gegeven, deze uitgever uit hoofde en naar ratio van het overgedragen, toegekend of in licentie gegeven recht beschouwd moet worden als rechthebbende.Deze overdracht, toekenning of licentie vormt voor de uitgever derhalve een afdoende rechtsgrondslag om aanspraak te maken op een deel van de vergoeding voor het gebruik van het werk in het kader van een uitzondering of beperking op het overgedragen, toegekend of in licentie gegeven recht.

Amendement    77

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – titel

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

Gebruik van beschermde inhoud door aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die grote hoeveelheden door hun gebruikers geüploade werken en andere materialen opslaan en toegang daartoe verlenen

Gebruik van beschermde inhoud door aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die aanzienlijke hoeveelheden door hun gebruikers geüploade werken en andere materialen opslaan en/of toegang daartoe verlenen

Amendement    78

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 1

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

1.  Aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die grote hoeveelheden door hun gebruikers geüploade werken en andere materialen opslaan en publieke toegang daartoe verlenen, nemen in samenwerking met rechthebbenden maatregelen om de werking van overeenkomsten met rechthebbenden voor het gebruik van hun werken of andere materialen te verzekeren en om via samenwerking met de dienstenaanbieders te voorkomen dat op hun diensten door rechthebbenden aangewezen werken of andere materialen beschikbaar worden gesteld. Deze maatregelen, zoals het gebruik van effectieve technologieën voor herkenning van inhoud, zijn passend en evenredig. Dienstenaanbieders verstrekken rechthebbenden passende informatie over de invoering en de werking van de maatregelen, alsmede, indien van toepassing, passende verslagen over de herkenning en het gebruik van de werken en andere materialen.

1.  Aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij die door hun gebruikers geüploade, auteursrechtelijk beschermde werken en andere materialen opslaan en/of publieke toegang daartoe verlenen, en zodoende verder gaan dan de loutere beschikbaarstelling van fysieke faciliteiten en een handeling van mededeling aan het publiek verrichten, moeten een eerlijke en evenwichtige licentieovereenkomst sluiten met rechthebbenden die daartoe verzoeken. Deze aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij nemen in overeenstemming met de overeenkomsten maatregelen om de effectieve en transparante werking van de overeenkomsten met rechthebbenden voor het gebruik van hun werken of andere materialen te verzekeren.

 

Zolang er geen verzoek van de rechthebbende is, worden geen licentieovereenkomsten gesloten uit hoofde van het eerste lid, of wanneer de aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij aanzienlijke hoeveelheden auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen opslaan en/of publieke toegang daartoe te verlenen, en dus in aanmerking komen voor de in artikel 14 van Richtlijn 2000/31/EG bepaalde vrijstelling, nemen deze aanbieders maatregelen om via samenwerking met de dienstenaanbieders te voorkomen dat op hun diensten door rechthebbenden aangewezen werken of andere materialen beschikbaar worden gesteld.

 

Deze maatregelen, zoals het gebruik van effectieve technologieën voor herkenning van inhoud, zijn passend, evenredig en in overeenstemming met de toepasselijke sectornormen. Dienstenaanbieders verstrekken rechthebbenden passende en tijdige informatie over de invoering en de werking van de maatregelen, alsmede, indien van toepassing, passende verslagen over de herkenning en het gebruik van de werken en andere materialen van de rechthebbenden. De rechthebbenden verschaffen de aanbieder van de dienst van de informatiemaatschappij de nodige relevante gegevens om een doeltreffende werking te waarborgen van de maatregelen die de aanbieder overeenkomstig dit artikel heeft getroffen.

Amendement    79

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 2

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde dienstverleners klacht- en schadevergoedingsmechanismen instellen die beschikbaar zijn voor gebruikers in geval van geschillen over de toepassing van de in lid 1 bedoelde maatregelen.

2.  De lidstaten zorgen ervoor dat de in lid 1 bedoelde dienstenaanbieders effectieve mechanismen voor rechthebbenden om licenties aan te vragen en klacht- en schadevergoedingsmechanismen instellen die beschikbaar zijn voor gebruikers in geval van geschillen over de toepassing van de in lid 1 bedoelde maatregelen, met name betreffende de mogelijke toepassing van een uitzondering of beperking op rechten met betrekking tot de betreffende inhoud. Wanneer een dergelijk mechanisme wordt ingeschakeld, worden alle eventuele vergoedingen die verschuldigd zijn voor de betwiste inhoud gedurende de procedure niet aan de partijen betaald totdat het geschil door middel van dit mechanisme is beslecht.

Amendement    80

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 2 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Het klachten- en schadevergoedingsmechanisme dat op grond van de eerste alinea wordt vastgesteld, waarborgt dat gebruikers en rechthebbenden voldoende informatie tot hun beschikking hebben over de toepasselijke uitzonderingen en beperkingen die kunnen gelden voor inhoud waarop de maatregelen bedoeld in lid 1 van toepassing zijn.

Amendement    81

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 2 – alinea 1 ter (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

Alle klachten die in het kader van het in het eerste lid bedoelde mechanisme door gebruikers worden ingediend, worden door de desbetreffende rechthebbende binnen een redelijke termijn behandeld. De rechthebbende dient zijn of haar besluit met betrekking tot de klacht grondig te motiveren.

Amendement    82

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 2 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

2 bis.  Wanneer aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij de in lid 1 bedoelde maatregelen treffen, moeten deze volledig overeenstemmen met Richtlijn 95/46/EG en Richtlijn 2002/58/EG zijn. Maatregelen ter voorkoming dat auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen zonder toestemming beschikbaar worden gesteld, moeten beperkt zijn tot specifiek geïdentificeerde en naar behoren gemelde werken, en mogen niet leiden tot het actieve toezicht op alle gegevens van elke gebruiker van de dienst.

Amendement    83

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 3

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

3.  De lidstaten bevorderen indien nodig de samenwerking tussen aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij en rechthebbenden door middel van dialogen met belanghebbenden om beste praktijken, zoals passende en evenredige technologieën voor herkenning van inhoud, te bepalen rekening houdend onder meer met de aard van de diensten, de beschikbaarheid van technologieën en de doeltreffendheid ervan in het licht van de technologische ontwikkelingen.

3.  De lidstaten bevorderen indien nodig de samenwerking tussen aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij en rechthebbenden door middel van dialogen met belanghebbenden om beste praktijken, zoals passende en evenredige technologieën voor herkenning van inhoud, te bepalen rekening houdend onder meer met de aard van de diensten, de beschikbaarheid en betaalbaarheid van technologieën en de doeltreffendheid ervan ten aanzien van de verschillende soorten inhoud en in het licht van de technologische ontwikkelingen. In samenwerking met de lidstaten moedigt de Commissie de uitwisseling van beste praktijken in de Unie aan ten aanzien van de resultaten van de samenwerking die krachtens lid 1 van dit artikel tot stand is gekomen.

Amendement    84

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 3 – alinea 1 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

De lidstaten dienen door de industrie geleide oplossingen aan te moedigen teneinde sectorspecifieke kwesties aan te pakken en de effectieve handhaving van bestaande maatregelen tegen piraterij te verzekeren, onder meer door wettelijke manieren om toegang te krijgen tot auteursrechtelijk beschermde werken of andere materialen onder de aandacht te brengen.

Amendement    85

Voorstel voor een richtlijn

Artikel 13 – lid 3 bis (nieuw)

Door de Commissie voorgestelde tekst

Amendement

 

3 bis.  De lidstaten zorgen ervoor dat geschillen tussen rechthebbenden en de aanbieders van diensten van de informatiemaatschappij over de toepassing van het eerste lid van dit artikel kunnen worden beslecht door middel van een mechanisme voor alternatieve geschillenbeslechting.